Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:478

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
31-01-2014
Datum publicatie
31-01-2014
Zaaknummer
C18/144038/KG ZA 13-308
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Ontruiming clubgebouw voetbalvereniging, geen verkrijgende verjaring, opzegging duurovereenkomst

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RVR 2014/46
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/144038 / KG ZA 13-308

Vonnis in kort geding van 31 januari 2014

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE GRONINGEN,

zetelend te Groningen,

eiseres in conventie,

verweerster in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. B.M.B. Gruppen,

tegen

de vereniging

SPORTCLUB GRONITAS,

gevestigd te Groningen,

gedaagde in conventie,

eiseres in (voorwaardelijke) reconventie,

advocaat mr. W.M. de Boer.

Partijen zullen hierna de Gemeente en Gronitas genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding;

  • -

    de eis in reconventie;

  • -

    de mondelinge behandelingen gehouden op 13 november 2013 en 23 januari 2014;

  • -

    de pleitnota’s van mr. Gruppen;

  • -

    de pleitnota’s van mr. De Boer.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

in conventie en (voorwaardelijke) reconventie

2.1.

De Gemeente is eigenaar van het sportcomplex gelegen aan de laan Corpus den Hoorn 98-102 te Groningen (hierna Sportcomplex Corpus den Hoorn te noemen).

2.2.

Gronitas is een voetbalvereniging opgericht in 1929. De vereniging bestaat momenteel uit ongeveer 185 leden. Op dit moment telt Gronintas zes seniorenelftallen.

2.3.

Gronitas was vanaf 1965 gevestigd op Sportpark Coendersborg gelegen aan de Kooiweg 1 te Groningen. Dit complex was eigendom van de Gemeente. Gronitas beschikte aldaar over een door haar gebouwd clubgebouw met was- en kleedaccommodatie. De ondergrond van het gebouw was niet aan Gronitas overgedragen; evenmin was er een opstalrecht gevestigd. In het kader van een gemeentelijke herverkaveling is Gronitas verhuisd naar sportcomplex Corpus den Hoorn. Medio juni 1989 zijn tussen partijen onder meer de volgende afspraken tot stand gekomen:

- de Gemeente zal aan Gronitas een verhuisvergoeding voldoen ad f 545.000,--

opdat Gronitas op Corpus den Hoorn een vergelijkbare accommodatie kan oprichten op een door de Gemeente aangewezen plek op het sportpark;

- de nog bestaande verplichtingen in het kader van de 1/3 Regeling ter zake van

het clubgebouw op Sportpark Coendersborg blijven van kracht;

- de bestaande locatie op Sportpark Coendersborg zal onmiddellijk na gereedkomen van

het nieuwe onderkomen maar uiterlijk 1 juli 1990 worden ontruimd en verlaten opdat de Gemeente tot sloop en herontwikkeling ter plaatse zal kunnen overgaan.

2.4.

Bij brief van 19 juli 1989 heeft de gemeente aan Gronitas geschreven (voor zover hier van belang):

(…) Voor de herbouw van uw kleed-clubaccommodatie ontvangt u f 545.000,-. (…)

Het verstrekken van de bijdrage groot f 572.000,- onzerzijds betekent dat het gebouw op Coendersborg door u leeg en ontruimd uiterlijk op 1 juli 1990 moet worden opgeleverd en de gemeente per die datum eigenaar zal zijn van de betreffende accommodatie. (…)

2.5.

Als gevolg van bovengenoemde afspraken huurt Gronitas sedert juli 1990 de op het sportcomplex Corpus den Hoorn gelegen voetbalvelden van de Gemeente. Gronitas maakt voorts gebruik van het in 1990 in haar opdracht op het perceel van de Gemeente gerealiseerde clubgebouw (kantine) annex kleed- en wasaccommodatie met fitnessruimte. Daartoe noodzakelijke vergunningen zijn door Gronitas bij de Gemeente aangevraagd en verkregen. Gronitas heeft de bouwleges voldaan. De bouw is deels gerealiseerd door een door Gronitas ingeschakelde aannemer en deels door inzet van de leden.

2.6.

Medio 1993 heeft Gronitas het clubgebouw uitgebreid. De financiering van de uitbreiding is tot stand gekomen via een zogenaamde "1/3 regeling". Deze regeling hield in dat voor een derde van de bouwkosten door de Gemeente subsidie werd verleend, voor een lening is verstrekt en een derde van de bouwkosten door Gronitas is voldaan. Het geleende deel is in 2010 door Gronitas afgelost.

2.7.

De afgelopen vijf jaren heeft Gronitas de in het clubgebouw aanwezige fitnessruimte verhuurd aan FC Groningen. Voorts heeft zij inkomsten uit reclame nabij de snelweg A7 verworven. In de afgelopen tien jaar hebben de inkomsten bij elkaar

€ 168.000,- belopen.

2.8.

Gronitas heeft met betrekking tot het clubgebouw en de overige opstallen steeds het gebruikersdeel van de onroerende zaak belasting voldaan. De Gemeente voldeed het eigenaarsdeel.

2.9.

Medio 2011 is tussen de Gemeente en Gronitas een dispuut ontstaan over de eigendom van het clubgebouw en de kleedkamers.

2.10.

De huidige trainingsfaciliteit van de professionele voetbalvereniging FC Groningen nabij voetbalstadion de Euroborg te Groningen heeft een andere bestemming gekregen. De Gemeente en onderwijsinstelling Noorderpoortcollege hebben het plan ontwikkeld op deze locatie een sporthal te realiseren. De Gemeente is voornemens het sportcomplex Corpus den Hoorn als centrale trainingsfaciliteit van FC Groningen aan te wijzen.

Als FC Groningen op Corpus den Hoorn gaat trainen, komt er nabij de Euroborg ruimte vrij voor het Noorderpoortcollege. Dat college ontruimt vervolgens sportfaciliteiten elders, waar de sport in de betreffende wijk haar voordeel mee kan doen.

2.11.

De Gemeente heeft Gronitas (onder aanbieding van een verhuiskostenvergoeding) alternatieve locaties voorgehouden. De aangeboden alternatieven houden, in grote lijnen, het volgende in:

1. het betrekken van een gereedstaande “eigen clubaccommodatie” op

Sportpark De Parrel,

2. nieuwbouw van een “eigen sportaccommodatie” op Sportpark Coendersborg en

3. het inhuizen inhuizen van een bestaande sportaccommodatie bij een andere voetbalclub.

2.12.

In het kader van de onderhandelingen is de vervangingswaarde van het clubgebouw (kantine) annex kleed- en wasaccommodatie door Kooitsra Feenstra Bedrijfsmakelaars getaxeerd op een bedrag van € 384.813,96. Op verzoek van de Gemeente heeft Kooistra Bedrijfsmaklaars een aanvullend rapport opgesteld waarin de onderhandse verkoopwaarde van de accommodatie, exclusief de ondergrond, is getaxeerd op € 165.000,-.

2.13.

De vanaf eind 2011 tussen partijen gevoerde gesprekken hebben niet tot overeenstemming (een minnelijke verhuisregeling) geleid.

2.14.

De Gemeente heeft een bodemprocedure aanhangig gemaakt waarin zij (onder meer) vordert te verklaren voor recht dat de Gemeente en niet Gronitas eigenaar is van het clubgebouw en de kleed- en wasaccommodatie.

3 De vorderingen

In conventie

3.1.

De Gemeente vordert, na wijziging van eis, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

I. Gronitas te gelasten de club- tevens was- en kleedaccommodatie bij haar in gebruik en gelegen te Sportpark Corpus den Hoorn aan de Laan Corpus den Hoorn 98-102 uiterlijk

1 maart 2014 te ontruimen en te verlaten met medeneming van alle personen en goederen die zich aldaar door of vanwege Gronitas bevinden teneinde de opstal geheel ter vrije beschikking van de Gemeente te stellen met het oog op sloop en herinrichting ter plaatse, onder de voorwaarde dat de Gemeente aan Gronitas ten titel van een voorschot op de schadeloosstelling als vast te stellen in de tussen partijen reeds aanhangige bodemprocedure voldoet de somma van € 200.000,- te voldoen in twee termijnen van € 100.000,- waarvan de eerste dient te worden voldaan binnen 1 week na betekening aan Gronitas van het in deze te wijzen vonnis en de tweede termijn voor of uiterlijk op 10 maart 2014 indien Gronitas daadwerkelijk voormelde clubaccommodatie voor of uiterlijk op 1 maart 2014 heeft ontruimd en verlaten althans;

II. Onder de voorwaarde dat de Gemeente aan Gronitas ten titel van een voorschot op de schadeloosstelling een zodanig bedrag voldoet, al dan niet in termijnen als bedoeld onder I., als de voorzieningenrechter in goede justitie meent te behoren vast te stellen althans onder zodanige voorwaarden als de voorzieningenrechter in goede justitie meent te behoren te stellen;

III. Gronitas te veroordelen in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na datum van het te wijzen vonnis.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.2.

Gronitas vordert, indien de vordering in conventie wordt toegewezen, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad de Gemeente te veroordelen tot betaling aan haar van een bedrag groot € 385.000,-, te voldoen binnen twee dagen na het in deze te wijzen vonnis, met veroordeling van de Gemeente in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na datum van het te wijzen vonnis, alsmede de Gemeente te veroordelen in de nakosten zonder betekening dan wel met betekening.

4 De standpunten

in conventie en reconventie

Het standpunt van de gemeente

4.1.

De Gemeente stelt dat zij de ondergrond van de clubaccommodatie aan Gronitas in gebruik heeft gegeven welke overeenkomst zij bij schrijven van 30 mei 2013 tegen 1 november 2013 rechtsgeldig heeft opgezegd. De Gemeente heeft Gronitas aangezegd dat zij de accommodatie per die datum dient te ontruimen met het oog op sloop- en herontwikkeling ter plaatse.

4.2.

De Gemeente heeft een zwaarwegend en spoedeisend belang bij herontwikkeling van het sportcomplex Corpus den Hoorn. Van de beoogde komst van FC Groningen profiteren de overige gebruikers van het complex. FC Groningen is bereid te investeren in de faciliteiten (hockeyvelden, softbalvelden, rugbyvelden etc.) en deze van een facelift te voorzien. Het Europapark zal profiteren van het vertrek van FC Groningen omdat de beoogde bouw van een nieuwe sporthal voor het Noorderpoortcollege kan worden gerealiseerd. Voorts zal ingebruikname van deze nieuwe sporthal elders ruimte bieden aan de sport in Groningen.

Het standpunt van Gronitas

4.3.

Gronitas betwist dat sprake is van een bruikleenovereenkomst en stelt zich primair op het standpunt dat zij middels extinctieve verjaring eigenaar is geworden van het clubgebouw en de onderliggende grond. Gronitas heeft de opstallen en de onderliggende grond sinds 1990 in gebruik als ware zij eigenaar, en zij heeft sindsdien het voortdurende en onafgebroken bezit gehad zonder dat van de zijde van de Gemeente een daad van rechtsvordering tot beëindiging van het bezit is ingesteld, dan wel de verjaring anderszins is gestuit. Daarnaast stelt Gronitas dat de vordering in conventie te ingrijpend is om in het kader een kort geding te worden toegewezen, aangezien dit leidt tot de sloop van het clubgebouw en daarmee het einde van het bestaan van de club. Bovendien heeft de Gemeente geen rechtens te respecteren eigen belang: de Gemeente fungeert slechts als stroman voor FC Groningen.

4.4.

In reconventie stelt Gronitas dat de vordering tot ontruiming op grond van de redelijkheid en billijkheid slechts voor toewijzing vatbaar is door de Gemeente te verplichten een vergoeding aan Gronitas te voldoen ter hoogte van € 385.000,-, nu de Gemeente steeds als uitgangspunt heeft gehad dat de schade die Gronitas zou leiden door een gedwongen verhuizing gecompenseerd zou worden. Het gevorderde bedrag is gebaseerd op de taxatie van het clubgebouw, waarin Gronitas in 1989 maar ook nadien flink heeft geïnvesteerd.

5 De beoordeling

in conventie en reconventie

Spoedeisend belang

5.1.

Gelet op de aard van het gevorderde acht de voorzieningenrechter het spoedeisende belang gegeven.

Verjaring

5.2.

De ondergrond waarop het clubgebouw staat is door de Gemeente, die eigenares is van het de terreinen waarop het gehele sportcomplex is gelegen, in 1989/1990 niet formeel in eigendom overgedragen aan Gronitas; evenmin is een opstalrecht gevestigd. Door ‘natrekking’ (art. 5:20 BW) is het door Gronitas geplaatste gebouw vanaf het begin eigendom van de Gemeente geweest.

5.3.

Dit eigendomsrecht kan zijn vervallen als zich het juridisch fenomeen van verjaring heeft voorgedaan. Gronitas heeft zich op zulke bevrijdende verjaring beroepen.

5.4.

Het beroep op verjaring zou alleen dan slagen als Gronitas gedurende tenminste

20 jaar na 1989/1990 onafgebroken het ‘bezit’ van de ondergrond heeft gehad (art. 3:306 BW, gelezen in samenhang met art. 3:314 BW). Bezit is het houden van een goed voor zichzelf; als er sprake is van het door de eigenaar toestaan van gebruik van de ondergrond en het door de gebruiker accepteren van die toestemming, is dat (naar opvattingen zoals die gelden in het maatschappelijk verkeer) ‘houderschap’ en geen bezit.

5.5.

Uit art. 3:111 BW volgt dat wanneer men eenmaal begonnen is krachtens een rechtsverhouding voor een ander te houden, men hiermee onder dezelfde titel voortgaat, tenzij er zich een bijzonderheid voordoet, met name duidelijke tegenspraak van het recht van de ander. Dit laatste was er wel, maar deed zich pas recent voor, toen de Gemeente aanspraak maakte op de ondergrond van het clubgebouw en afbraak verlangde; vanaf 1989/1990 is er meer dan twintig jaar lang geen woord gewijd aan de juridische basis van de aanwezigheid van het gebouw.

5.6.

Daarmee ligt de vraag voor, of Gronitas vanaf het eerste moment dat zij zich vestigde op Corpus den Hoorn, ‘bezitter’ van de ondergrond is geweest.

Het beroep op het door haar gevoerde ‘bevrijdende verweer’ dat zij gedurende tenminste

twintig jaar het bezit heeft gehad, moet door Gronitas in rechte worden waargemaakt.

5.7.

Ter onderbouwing van haar stelling dat er in 1989/1990 sprake is geweest van inbezitneming, voert Gronitas in hoofdzaak twee argumenten aan: (1) er werd eigendom geruild omdat Gronitas ook al de eigendom had op de Coendersborg, (2) de Gemeente heeft niet bewezen dat er een bruikleenafspraak is gemaakt.

5.8.

Het onder (1) genoemde argument snijdt geen hout, omdat op de Coendersborg zich exact dezelfde situatie heeft voorgedaan als op Corpus den Hoorn: zonder formele afspraken (eigendomsoverdracht of vestiging opstalrecht) is Gronitas gaan bouwen op gemeentegrond. Partijen hebben zich toen en later, bij de verhuizing naar Corpus den Hoorn, geen rekenschap gegeven van de juridische situatie. Dat was dom, maar is wel een gegeven. Als er geen inbezitneming kan worden aangenomen op Corpus den Hoorn, was dat er ook niet op de Coendersborg, en omgekeerd.

5.9.

Inbezitneming in de zin van de wet kan niet aanwezig worden geacht in de gegeven context waarbij zonder dat ook maar iemand zich afvroeg hoe het juridisch lag of kon worden geregeld, Gronitas een clubgebouw is gaan oprichten op gemeentegrond; dat is niet anders te duiden dan dat Gronitas met toestemming van de gemeente gebruik is gaan maken van de gemeentegrond. Dit leidde in juridische zin tot houderschap, niet tot inbezitneming. Hiervoor onder 5.5. is al overwogen dat houderschap in principe blijft bestaan; in dit geval heeft zich geen uitzondering op deze regel voorgedaan.

5.10.

Het onder (2) genoemde argument ziet eraan voorbij dat de bewijslast bij Gronitas ligt. Daarnaast geldt natuurlijk dat Gemeente en Gronitas ‘maar wat deden’ op de Coendersborg en later op Corpus den Hoorn: het feit dat men niet nadacht over de juridische situatie en dus geen formeel bruikleencontract opstelde, bewijst natuurlijk niet dat in juridische zin inbezitneming plaatsvond; voor dit laatste zijn eigenaarspretenties nodig, die ontbraken. Gronitas is met toestemming van de Gemeente eenvoudigweg ‘ergens’ op het gemeentelijk sportterrein een clubhuis gaan bouwen, niet meer, niet minder. Gebruik met toetstemming leidt eenvoudigweg tot ‘houderschap’, niet tot ‘bezit’.

5.11.

De voorzieningenrechter houdt het ervoor dat in de bodemprocedure de rechtbank zal uitspreken dat zich geen verjaring die tot eigendomsverkrijging heeft geleid heeft voorgedaan. In de bewoordingen van art. 3:111 BW: Gronitas heeft krachtens haar rechtsverhouding met de Gemeente aangevangen voor een ander te houden en is daarmee onder dezelfde titel voortgegaan tot het moment dat het onderhavige geschil aan het licht trad. Dit laatste deed zich pas recent voor; eigenaarsaanspraken van Gronitas zijn vanaf dat moment consequent weersproken door de Gemeente, zodat verjaring niet kan worden aangenomen.

Bruikleenovereenkomst

5.12.

Gegeven dat de eigendom van de ondergrond waar het clubgebouw op Corpus den Hoorn op werd geplaatst in 1989/1990 bij de Gemeente lag en gegeven dat er geen opstalrecht is gevestigd, kan de afspraak tussen de Gemeente en Gronitas niet anders worden aangeduid dan als een bruikleenovereenkomst: de Gemeente gaf, zonder een tegenprestatie te verlangen, voor onbepaalde tijd een stukje van het sportcomplex in gebruik aan Gronitas, opdat zij daarop haar clubgebouw zou kunnen plaatsen. Het feit dat er niets op schrift is gesteld en zelfs de omstandigheid dat het woord ‘bruikleen’ in 1989/1990 niet is gevallen, maakt niet dat een dergelijke overeenkomst niet aanwezig kan worden geacht. De kwalificatie volgt eenvoudigweg uit de feiten.

Nu geen gebruik voor bepaalde tijd was overeengekomen, is de afspraak aan te merken als een duurovereenkomst voor onbepaalde tijd.

Opzegging: algemeen criterium

5.13.

De Hoge Raad heeft zich in zijn arrest van 28 oktober 2011 (LJN BQ9854) uitgelaten over de opzegging van een duurovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan. Of en, zo ja, onder welke voorwaarden zo'n overeenkomst opzegbaar is, wordt bepaald door de inhoud daarvan en door de van toepassing zijnde wettelijke bepalingen. Indien wet en overeenkomst niet voorzien in een regeling van de opzegging, geldt dat de overeenkomst in beginsel opzegbaar is. De eisen van redelijkheid en billijkheid kunnen in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval meebrengen dat opzegging slechts mogelijk is indien een voldoende zwaarwegende grond voor de opzegging bestaat, aldus de Hoge Raad. Uit diezelfde eisen kan, eveneens in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval, voortvloeien dat een bepaalde opzegtermijn in acht moet worden genomen of dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

In het nu beoordeelde geval bieden wet noch overeenkomst nadere aanwijzingen. Derhalve moet worden bezien of er een voldoende zwaarwegende grond voor opzegging bestaat, alsmede of vanwege een ontoereikende opzegtermijn dan wel een ongenoegzame (schade)vergoeding de opzegging in rechte niet kan worden aanvaard.

Aard van de overeenkomst

5.14.

De aard van de overeenkomst en de overige omstandigheden van het geval spelen een rol bij beantwoording van de vraag of opzegging als rechtmatig kan worden aangemerkt.

De aard van de overeenkomst is niet zodanig dat deze bijna 25 jaar na het begin ervan opzegging niet goed denkbaar maakt. De Gemeente heeft als eigenares en als behartiger van het algemene belang de regie over een groot sportterrein; als er na al die jaren sterke behoefte ontstaat om dat terrein anders in te richten, kan het recht daartoe niet aan de Gemeente worden ontzegd.

Zwaarwegende grond voor opzegging

5.15.

De Gemeente heeft in voldoende mate aangetoond dat zij een zwaarwegende grond heeft voor opzegging van de bruikleenovereenkomst. Een voor de hele regio zo belangrijke partij als FC Groningen verkrijgt op Corpus den Hoorn adequate voorzieningen, het Noorderpoortcollege kan dan goed terecht op de Euroborg, waardoor er elders in de stad weer ruimte ontstaat om sportfaciliteiten beter te organiseren. Gronitas heeft ook niet weersproken dat de Gemeente er groot belang bij heeft dat met de ontruiming van de plaats die het clubhuis van Gronitas nu inneemt, een ‘carrousel’ van verbeteringen van sportaccommodaties in werking kan gaan.

Opzegtermijn

5.16.

Op 30 mei 2013 heeft de Gemeente definitief kenbaar gemaakt dat zij de door Gronitas ingenomen plaats weer zelf in gebruik wil nemen. Nu ontruiming aanvaard wordt per 1 maart 2014 (zie hierna), is de relevante termijn niet zodanig kort dat daarin een belemmering is gelegen voor het accepteren van de opzegging.

Vergoeding

5.17.

Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid kan in verband met de aard en inhoud van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval voortvloeien dat de opzegging gepaard moet gaan met het aanbod tot betaling van een (schade)vergoeding.

De Gemeente heeft een vergoeding aangeboden, kortweg neerkomend op betaling van € 200.000,- zonder concreet uitzicht op aanvullende faciliteiten, dan wel een lagere vergoeding gecombineerd met voorzieningen in natura (te weten: eigen accommodatie op De Parrel, nieuwbouw op de Coendersborg, inhuizen bij een andere voetbalclub), grosso modo telkens ook neerkomend op een vergoeding van € 200.000,-.

De voorzieningenrechter neemt bij de beoordeling van het ‘aanbod’ van de Gemeente de volgende omstandigheden in aanmerking.

  • -

    a) De Gemeente voldeed aan Gronitas in 1989/1990 € 247.310,- (fl. 545.000,-) ter bestrijding van de begrote bouwkosten van een nieuwe accommodatie. Aannemelijk is dat een gedeelte van de eerdere investeringen in het clubgebouw Coensdersborg (waar de vergoeding mede op was gebaseerd) gefinancierd is geweest uit een gemeentesubsidie. Gronitas heeft na 1989/1990 kleine verbouwingen grotendeels zelf gefinancierd. Gronitas heeft van haar clubgebouw bijna 25 jaar plezier gehad, terwijl zij er ook aanzienlijke inkomsten (€ 168.000,-) uit verkreeg (reclame, verhuur fitness); investeringen zijn aldus in belangrijke mate terugverdiend. De waarde van het gebouw in het economisch verkeer valt lastig te schatten (vanwege de incourantheid), maar mede gelet op veroudering is er onvoldoende aanleiding die waarde hoger aan te slaan dan € 200.000,-.

  • -

    b) Elke vergoeding die de Gemeente moet voldoen, komt uit de publieke middelen. De overheidsfinanciën staan op het ogenblik sterk onder druk. De voorzieningenrechter kan de Gemeente goed volgen als zij, als het om sportuitgaven gaat, de prioriteit legt bij het investeren in voorzieningen voor de jeugd in plaats van het nog verdergaand tegemoetkomen aan Gronitas, een vereniging met 185 leden, welke slechts zes seniorenelftallen op de been brengt.

  • -

    c) Een volledige schadevergoeding is, gelet op de gegeven eigendomssituatie, in een zaak als deze niet vereist; de Gemeente kan volstaan met een vergoeding die in de gegeven omstandigheden tegemoet komt aan de eisen van redelijkheid en billijkheid.

Gelet op dit een en ander merkt de voorzieningenrechter het aanbod van de Gemeente aan als toereikend.

5.18.

Het is aan Gronitas om een keuze te maken uit de door de gemeente gepresenteerde varianten, of met de Gemeente te komen tot andere afspraken die liggen binnen de door de Gemeente gestelde grenzen.

Onomkeerbaarheid; uitvoerbaarheid bij voorraad

5.19.

De voorzieningenrechter loopt met deze beoordeling vooruit op een uitspraak in de bodemprocedure. Het toestemming verlenen aan de Gemeente tot het ontruimen van het clubgebouw van Gronitas zal leiden tot afbraak van de accommodatie. Dat het hier om een onomkeerbare situatie gaat, staat als zodanig echter niet in de weg aan toewijzing van de vordering in kort geding. Bij de beoordeling van de vraag of de beslissing uitvoerbaar bij voorraad moet worden verklaard, is een belangenafweging aan de orde. Aannemelijk is dat de hiervoor onder 5.15. benoemde ‘carrousel’ in het geheel niet kan gaan draaien als gewacht moet worden op de uitkomst van de bodemprocedure. Het grote, spoedeisende belang van de Gemeente noopt tot het toestemmen in het reeds nu tot ontruiming overgaan.

Reconventie

5.20.

Voor het geval dat de voorzieningenrechter tot ontruiming beslist, heeft Gronitas een tegenvordering ingesteld strekkende tot verkrijging van een veroordeling van de Gemeente om € 385.000,- aan haar te voldoen. De voorwaarde is vervuld, maar – zoals blijkt uit het voorgaande – de tegenvordering is niet toewijsbaar tot het genoemde bedrag.

De voorzieningenrechter wijst de tegenvordering toe tot het bedrag dat hij passend acht als voorschot op de in de bodemprocedure te verkrijgen vergoeding. Indien Gronitas voorshands een van de andere door de Gemeente gepresenteerde opties verkiest, staat het haar vrij dit vonnis (nog) niet ten uitvoer te leggen. 

Proceskosten

5.21.

Het was een goed recht van Gronitas om haar positie door de rechter te doen toetsen; gedurende de procedure is de Gemeente enigszins verder tegemoetgekomen aan Gronitas. Dit een en ander maakt dat er aanleiding is om wat betreft de proceskosten aldus te beslissen dat elke partij de eigen kosten draagt.

6 De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie en reconventie

6.1.

gelast Gronitas de club- tevens was- en kleedaccommodatie bij haar in gebruik en gelegen op het Sportpark Corpus Den Hoorn aan de Laan Corpus den Hoorn 98-102 uiterlijk 1 maart 2014 te ontruimen en te verlaten met medeneming van alle personen en goederen die zich aldaar door of vanwege gedaagde bevinden teneinde de opstal geheel ter vrije beschikking van de Gemeente te stellen met het oog op de sloop en herinrichting ter plaatse;

6.2.

veroordeelt de Gemeente tot betaling aan Gronitas van een bedrag van € 200.000,- als voorschot op de schadeloosstelling als vast te stellen in de tussen partijen reeds aanhangige bodemprocedure, te voldoen in twee termijnen van € 100.000,-, waarvan de eerste dient te worden voldaan binnen één week na betekening van het onderhavige vonnis aan Gronitas en de tweede termijn voor of uiterlijk op 10 maart 2014 indien Gronitas daadwerkelijk voormelde clubaccommodatie voor of uiterlijk op 1 maart 2014 heeft ontruimd en verlaten;

6.3.

verklaart het vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

6.4.

compenseert de proceskosten in die zin dat ieder van partijen de eigen kosten draagt;

6.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.A.M. Dijkers en in het openbaar uitgesproken op

31 januari 2014.