Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:4767

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-10-2014
Datum publicatie
06-10-2014
Zaaknummer
C/17/132737/HA ZA 14-64
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overdracht bedrijf, financiële afwikkeling, volmacht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 6, p. 301
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/132737 / HA ZA 14-64

Vonnis van 1 oktober 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RIBÉ B.V.,

gevestigd te IJsselmuiden,

eiseres,

advocaat mr. D.S.M. Wouda te Tynaarlo,

tegen

1 [gedaagde 1],

wonende te Kollum,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[xxxxx] B.V.,

gevestigd te Kollum,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EXSIN GROEP B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EXSIN HOLDING B.V.,

gevestigd te Leeuwarden,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SOSV OPLEIDINGEN B.V.,

gevestigd te Almere,

gedaagden,

advocaat mr. A.G. Smink te Zwolle.

Partijen zullen hierna Ribé en [xxxxx] c.s. genoemd worden en afzonderlijk [xxxxx], [xxxxx] B.V., Exsin Groep B.V., Exsin Holding B.V. en SOSV.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de conclusie van antwoord

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[zzz] is enig aandeelhouder en bestuurder van Ribé. [xxxxx] is enig aandeelhouder en bestuurder van [xxxxx] B.V., die enig aandeelhouder is van Exsin Holding B.V. Exsin Holding B.V. is op haar beurt enig aandeelhouder van Exsin Groep B.V. Exsin Groep B.V. is enig aandeelhouder geworden van SOSV Opleidingen B.V., verder te noemen SOSV.

2.2.

Op 1 mei 2012 is een overeenkomst tot stand gekomen tussen Ribé enerzijds en [xxxxx] B.V., Exsin Holding B.V. en Exsin Groep B.V. anderzijds met betrekking tot de verkoop/koop van aandelen in Exsin Holding B.V. door [xxxxx] B.V. aan Ribé B.V. In de overwegingen van de akte is voor zover van belang het volgende opgenomen:

"(…)

In aanmerking nemende dat:

(…)

(E) dat ondergetekenden met elkaar overeenstemming hebben bereikt over:

  • -

    de overname van Ribé van een deel (…) van het aandelenpakket in Exsin Holding van Exsin Groep;

  • -

    het verlenen van Ribé van een recht van koop (optierecht) aan Exsin Groep ten aanzien van het volledig aandelenpakket in SOSV;

en deze met inbegrip van de overige voorwaarden hebben vastgelegd in deze overeenkomst (…);

(…)

3 Optierecht Aandelen SOSV

3.1

Per Overdrachtsdatum komt aan Exsin Groep een recht van eerste koop (optierecht toe) (…). Dit recht van eerste koop (optierecht) geeft Exsin Groep het recht om per 15 juli 2013, of zoveel later als ondergetekenden overeenkomen, de Aandelen SOSV te verwerven tegen een bedrag van € 1,- (zegge: één euro).

3.2 (…)

Dit optierecht zal vanaf Overdrachtsdatum voor rekening en risico zijn van Exsin Groep inclusief de daaraan verbonden baten en lasten.

(…)

4. Koopprijs

(…)

4.2

De Koopprijs/vergoeding voor het verkrijgen van het eerste recht van koop (optierecht) op de aandelen SOSV is € 479.000 (…).

7 SOSV Opleidingen B.V.

7.1

De balans van SOSV, per 1 januari 2012 en de jaarrekening 2011 (zie bijlage 4) zijn uitgangspunt voor de bepaling van de waarde van het recht van eerste koop (optierecht)als beschreven in artikel 3.

(…)

7.5

Aan Ribé komt het recht toe om de dienstverlening van SOSV met betrekking tot de opleidingen in het kader van permanente educatie die SOSV aanbiedt aan accountantskantoren te vervreemden c.q. te onttrekken aan SOSV.

2.3.

Het in de overeenkomst van 1 mei 2012 opgenomen optierecht is op een zeker moment uitgeoefend en de door Ribé gehouden aandelen in SOSV zijn op een zeker moment geleverd.

2.4.

[zzz] heeft voorafgaand aan de overeenkomst van 1 mei 2012 namens Ribé onderhandeld met Novak Opleidingen B.V., verder te noemen Novak (op dat moment nog in oprichting), ter zake van overname van de in artikel 7.5 van de overeenkomst genoemde accountantsopleidingen. Ribé en Novak zijn op 28 maart 2012 een intentieovereenkomst aangegaan. In de intentieovereenkomst staat voor zover van belang het volgende vermeld:

"(…)

3. Verkochte De opleidingen in het kader van permanente educatie die SOSV

Opleidingen B.V. tot de overnamedatum heeft aangeboden en thans

aanbiedt aan accountantspraktijken.

Meer in het bijzonder bestaat het Verkochte uit:

-(…)

-het onderhanden werk per 1 januari 2012

-(…)

2.5.

Kort na 1 mei 2012 is Ribé afgetreden als bestuurder van SOSV. Vanaf 12 mei 2012 tot 1 augustus 2012 is [zzz] interim directeur geweest van SOSV.

2.6.

Ribé heeft op 18 mei 2012 op naam van SOSV de activa/accountantsopleidingen van SOSV aan Novak verkocht. In de artikelen 2,3,4 en 6 heeft SOSV diverse (garantie)verplichtingen en vrijwaringen op zich genomen. Ribé is op eigen naam op 18 mei 2012 een managementovereenkomst met Novak aangegaan.

2.7.

Een tweetal klanten van de accountancyopleidingen, Meeuwsen Ten Hope en Alfa Accountants, heeft op basis van (in totaal vier) door Novak gezonden facturen in de periode van 24 juli 2012 tot 3 september 2012 betalingen aan SOSV gedaan voor een totaalbedrag van € 18.326,00.

2.8.

In de periode tussen 27 augustus 2012 en 29 augustus 2012 heeft een e-mailwisseling plaatsgevonden tussen [xxxxx] en [oooo], medewerker van SOSV opleidingen. In de e-mails staat onder meer het volgende.

"Van: [oooo] (…)

(…) Graag wat duidelijkheid over overname van de SOSV Accountancy activiteiten door NOVAK. Ik ontving een factuur van Nivra voor cursussen die door ons zijn aangemeld (…). Deze factuur heb ik doorgestuurd naar NOVAK. Mijn veronderstelling hierbij is dat overname SOSV Accountancy door NOVAK met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2012 is doorgevoerd en dat alle kosten en inkomsten op accountancy gebied worden verrekend (m.u.v. inzet SOSV medewerkers: ik dus)

Nu krijg ik een brief van NOVAK dat overname van SOSV door NOVAK per 18 mei 2012 heeft plaatsgevonden en of ik een aangepaste factuur wil maken. Activiteiten voor 18 mei voor rekening SOSV en activiteiten na 18 mei factureren aan NOVAK.. Wat is hiervan nu de bedoeling? Als wij die kosten voor 18 mei gaan dragen dan zullen wij toch ook de inkomsten voor 18 mei 2012 moeten genieten, toch?

(…)

Van: [gedaagde 1] (…)

(…)ik heb zelf geen inzicht in het totaal rondom Novak. Dit omdat er nu twee data worden genoemd: 1/1 en 18/5. Als de opbrengsten wel teruggaan tot 1/1, maar de kosten niet, dan klopt dit inderdaad niet. Maar het zou ook andersom kunnen, dat de omzet tot 18/5 teruggaat. En hoe zit het met andere kosten, behalve het NIVRA.

(…)

2.9.

Novak is vanaf september 2012 gestopt met de betaling van de maandelijkse managementvergoeding aan Ribé.

2.10.

[xxxxx] heeft op 24 september 2012 per e-mail aan Ribé kenbaar gemaakt dat hij niet gehouden is om mee te werken aan een verzoek van Ribé tot doorbetaling of restitutie van de door SOSV ontvangen bedragen, omdat de overeenkomst van 18 mei 2012 niet rechtsgeldig tot stand is gekomen.

2.11.

In de (gedeeltelijk door Novak in het geding gebrachte) e-mail van 25 september 2012 van [zzz] aan [xxxxx] staat voor zover relevant het volgende vermeld.

"(…)In de overgang van SOSV Opleidingen naar Exsin Holding B.V. zat een kaspositie van ongeveer € 177.000--. Daarin zat een accountancy omzet van € 52.500,--. Dit bedrag is begin juli aan Exsin gefactureerd waarbij de daadwerkelijke overgang al had plaats gevonden half mei 2012. Tot op heden is deze factuur niet voldaan ondanks herhaaldelijke telefoontjes en gesprekken mijnerzijds. Daarnaast zijn er een drietal facturen verstuurd vanuit Novak Opleidingen aan Accountantskantoren die vervolgens het geldbedrag op de SOSV rekening hebben gestort en niet op de Novak rekening. Jij gaf aan dat de betaling zou kunnen plaats vinden als het UWV jou betaalt. Het zou gaan om ongeveer € 80.000,--. Ik heb bijna dagelijks contact met UWV de heer van Lier en mevrouw Huijgen en inmiddels hebben er drie kleine betalingen plaats gevonden. Deze bedragen kun je direct overmaken naar Novak Opleidingen."

2.12.

In oktober 2012 is onderhandeld tussen SOSV, Ribé en Novak over de totstandkoming van een (nieuwe) schriftelijke overeenkomst van koop en verkoop van de betreffende activa/accountantsopleidingen.

2.13.

De advocaat van Novak heeft voorafgaand aan de totstandkoming van voornoemde overeenkomst in een e-mail van 9 oktober 2012 (aan [pppp], directeur van Novak) voor zover van belang het volgende kenbaar gemaakt.

"(…)Ter voorkoming van misverstanden en ter bevordering van de leesbaarheid van het concept van de overeenkomst ben ik uitgegaan, voor zover ik daarin -mede gelet op jouw opmerkingen en die van de heer [xxxxx]- voldoende aanleiding en grondslag zag, verwerkt. Dat heeft geleid tot het bijgaande herziene concept (bijlage).

Het komt mij correct voor om zowel in de richting van de heer [zzz] als de heer [xxxxx] c.q. SOSV expliciet te bevestigen dat:

1.(…)

2.dat materieel qua rechten en verplichtingen met deze akte geen wijziging wordt beoogd ten opzichte van de op 18 mei 2012 reeds getekende akte, maar met de akte enkel is gezocht naar een oplossing voor het "gesignaleerde probleem" door herverdeling van de bestaande verplichtingen en aanspraken tussen partijen. (…)

3. onlosmakelijk onderdeel van dit voorstel (lees:herziene overeenkomst) is de toezegging van (A) SOSV dat zij omgaand na de instemming met de herziene (bijgaande) akte aan NOVAK de door cliënten onverschuldigd aan haar betaalde bedragen aan NOVAK doorbetaald en (B) Ribé omgaand na haar instemming met de herziene (bijgaande) akte aan NOVAK de omzet 2012 tot de Overnamedatum betaalt. Indien en voor zover benodigd dient de vervulling van deze twee (cumulatieve) voorwaarden als ontbindende voorwaarde voor de regeling te worden beschouwd. En ja, formeel is dat dus ook een afwijking van het bepaalde in artikel 9 van de (herziene) koopakte waarin de ontbinding van de overeenkomst is uitgesloten.

Indien je je kunt vinden in de herziene koopakte, stel ik voor dat je deze doorgeleidt aan de heren [zzz] en [xxxxx] met de expliciete vermelding dat de hiervoor sub 1 tot en met 3 genoemde voorwaarden onderdeel uitmaken van het voorstel.

(…)

2.14.

Op 16 oktober 2012 is vervolgens een nieuwe schriftelijke overeenkomst tussen Ribé en Novak gesloten. Ribé heeft (in plaats van SOSV) diverse in de overeenkomst van 18 mei 2012 genoemde verplichtingen op zich genomen. SOSV heeft daarnaast ook enkele -nader in de overeenkomst genoemde- verplichtingen op zich genomen en heeft de overeenkomst mede ondertekend. In de akte zijn geen ontbindende voorwaarden opgenomen en in artikel 9.1 is bepaald: "Ieder der partijen doet afstand van haar respectievelijke recht op gehele of gedeeltelijke ontbinding van de onderhavige overeenkomst."

2.15.

Partijen zijn op 16 oktober 2012 voorts overeengekomen dat [xxxxx] c.s. de door haar van klanten ontvangen bedragen zou restitueren. Daarnaast zijn Ribé en [xxxxx] c.s. overeengekomen dat tussen hen het bedrag aan omzet van € 52.500,00 deels zou worden verrekend met de verplichting van Ribé tot betaling van een geldsom aan [xxxxx] c.s. terzake een activatransactie inzake NCP HRM. Ribé heeft vervolgens na de totstandkoming van de overeenkomst van 16 oktober 2012 het bedrag van € 52.500,00 aan Novak voldaan.

2.16.

[zzz] heeft op 30 oktober 2012 per e-mail aan [xxxxx] het volgende gevraagd: "Naar aanleiding van onze afwikkeling SOSV/Ribé/Novak staat nog één vraag open. Dat is de vraag of jij het geld van € 18.000,-- al hebt terug gestort naar Alfa Accountants en Meeuwsen ten Hoopen.".

2.17.

In een e-mail van 6 november 2012 heeft [zzz] geschreven: "Wil jij mij voor 17.00 uur vandaag bevestigen dat je gisteren het geld hebt terug gestort aan Alfa Accountants en Meeuwsen ten Hoopen".

2.18.

[xxxxx] heeft op 6 november 2012 de door haar ontvangen bedragen met betrekking tot de hiervoor genoemde vier facturen van Novak ten bedrage van in totaal € 18.326,00 gerestitueerd aan de klanten die de betreffende betalingen hebben gedaan. Op 19 januari 2013 is vervolgens nog een betaling van Alfa Accountants ten bedrage van € 5.117,00 gerestitueerd.

2.19.

De advocaat van Novak heeft op 21 december 2012 een e-mail verzonden aan de advocaat van Ribé. De e-mail is niet volledig in het geding gebracht. In de zinnen die in de e-mail staan vermeld staat voor zover van belang:

"(…)

(Re)actie Novak op doorlopende wanprestaties [zzz]/Ribé

Zoals uw cliënt al eerder is medegedeeld, behoudt Novak zich de mogelijkheid voor om de 2e koopakte te ontbinden.

(…)

Weigering vereiste en gevraagde medewerking & wederom schending onlangs gemaakte afspraken [zzz]

(…)

Ik noem -niet uitputtend- de volgende punten waarin uw cliënt nog immer tekort schiet en/of Novak benadeelt:

a. De zogenoemde Alfa gelden in strijd met de gemaakte afspraken op 9 oktober 2012 niet onverwijld aan Novak betaald

Ook nu zijn deze gelden nog immer niet volledig aan Novak voldaan. Uw cliënt heeft onlangs nog aangegeven dat dit probleemloos en binnen enkele dagen zou zijn geregeld. Navraag terzake door Novak bij Alfa wees uit dat uw cliënt deze toezegging eveneens niet is nagekomen, zie mijn email van 21 december jl. om 18:01 uur.

2.20.

Ribé en Novak hebben op 30 januari 2013 een overeenkomst tot terug verkoop van de accountantsopleidingen gesloten voor een bedrag van € 100.000,00.

3 Het geschil

3.1.

Ribé vordert -samengevat- om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

-te verklaren voor recht dat de gedaagde vennootschappen toerekenbaar tekort zijn geschoten in de nakoming van hun verplichtingen, dat [xxxxx] onrechtmatig heeft gehandeld, althans dat alle gedaagden onrechtmatig hebben gehandeld jegens Ribé als gevolg waarvan zij ieder hoofdelijk schadeplichtig;

-[xxxxx] c.s. te veroordelen tot betaling aan Ribé van een bedrag van € 210.818,79, vermeerderd met wettelijke rente over € 210.818,79 vanaf datum van dagvaarding tot aan de dag van algehele voldoening

-een en ander met veroordeling van [xxxxx] c.s. in de kosten van deze procedure, te vermeerderen met nakosten.

3.2.

[xxxxx] c.s. voert verweer.

3.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 Standpunten van partijen en beoordeling

Standpunt Ribé

4.1.

Ribé legt -samengevat- de volgende stellingen aan haar vordering ten grondslag. [xxxxx] B.V., Exsin Groep B.V. en Exsin Holding B.V. zijn tekort gekomen in de nakoming van hun verplichtingen voortvloeiend uit artikel 7 lid 5 van de overeenkomst van 1 mei 2012. Ribé was op grond van voornoemd artikel bevoegd om de activa/accountantsopleidingen van SOSV te verkopen en over te dragen aan Novak. [xxxxx] c.s. heeft voornoemde verkoop en overdracht onmogelijk gemaakt en gefrustreerd. Het verweer van [xxxxx] c.s. dat Ribé op 18 mei 2012 niet (meer) bevoegd was om SOSV te vertegenwoordigen en dat SOSV dus niet gehouden was om aan het verzoek van Ribé tot restitutie/overdracht van door haar ontvangen betalingen van klanten van de accountancyopleidingen te voldoen gaat volgens Ribé niet op. De door SOSV ontvangen bedragen van klanten kwamen toe aan Novak die de facturen had verzonden. De klanten hadden onverschuldigd aan SOSV betaald. [xxxxx] c.s. was op grond van de overeenkomst van 1 mei 2012 gehouden om te voldoen aan het verzoek van Ribé tot restitutie/doorbetaling van door SOSV van klanten ontvangen bedragen. [xxxxx] c.s. wist of behoorde te weten welke verplichtingen zij op grond van de overeenkomst van 18 mei 2012 had. [xxxxx] c.s. was voorafgaand aan de overeenkomst van 1 mei 2012 in het kader van een due diligence onderzoek in het bezit gesteld van de intentieovereenkomst tussen Ribé en Novak waarin de betreffende verplichtingen staan vermeld. Het was [xxxxx] c.s. bekend dat de post onderhanden werk (per 1 januari 2012) onderdeel vormde van de transactie. [xxxxx] c.s. was dan ook gehouden het bedrag van € 52.500,00 aan Novak te voldoen. Ook was [xxxxx] c.s. verplicht om de onverschuldigd aan SOSV gedane betalingen ten bedrage van € 18.326,00 door te betalen of te restitueren. [xxxxx] c.s. was van rechtswege in gebreke toen zij naliet om aan verzoek van Ribé te voldoen.

De na 18 mei 2012 op 16 oktober 2012 door Ribé met Novak gesloten (nieuwe) overeenkomst, waarbij [xxxxx] en SOSV als partij zijn betrokken, is zonder het prijsgeven van rechten gesloten om te voorkomen dat [xxxxx] c.s. de restitutie of doorbetaling van de gelden nog langer kon frustreren. Qua inhoud en strekking is laatstgenoemde overeenkomst vrijwel gelijk aan de overeenkomst van 18 mei 2012. SOSV was blijkens de -bij SOSV bekende- e-mail van 9 oktober 2012 van de advocaat van Novak bovendien verplicht om onmiddellijk na de totstandkoming van de nieuwe overeenkomst de betreffende bedragen aan Novak over te maken. Ondanks diverse toezeggingen van [xxxxx] (c.s.) is ook dit niet gedaan. Het laatste bedrag van € 5.117,00 is zelfs pas op 19 januari 2013 gerestitueerd. [xxxxx] c.s. was wederom van rechtswege in verzuim.

4.2.

Volgens Ribé hebben partijen een ontbindende voorwaarde opgenomen in de (nieuwe) overeenkomst van 16 oktober 2012. Ook dit blijkt uit de e-mail van de advocaat van Novak van 9 oktober 2012. [xxxxx] c.s. was hiermee bekend en is hieraan gebonden. Het vertrouwen van Novak is door toedoen van [xxxxx] c.s. tot een dieptepunt gedaald en Novak heeft hierdoor de overeenkomst ontbonden. Ribé had geen andere keuze dan de ontbinding te aanvaarden. Ter beperking van haar schade heeft Ribé de accountancyopleidingen terug gekocht voor een bedrag van € 100.000,00. [xxxxx] c.s. is aansprakelijk voor de door Ribé geleden schade.

4.3.

[xxxxx] is als natuurlijk persoon ook aansprakelijk voor de schade, aldus nog steeds Ribé. Hij had de bedragen meteen moeten doorstorten of restitueren. Hij heeft een op hem rustende persoonlijke zorgvuldigheidsnorm geschonden door dat niet te doen. Ribé beroept zich in dit verband op het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012 (LJN: BX5881). Door een liquiditeitsgebrek dat door toedoen door [xxxxx] c.s. is ontstaan was SOSV niet in staat om aan haar verplichtingen te voldoen. Het is [zzz] geweest die er nog voor heeft gezorgd dat gelden (van het UWV) aan SOSV zijn toegekomen, maar ook toen heeft SOSV niet betaald. Het beroep dat [xxxxx] toen heeft gedaan op het ontbreken van vertegenwoordigingsbevoegdheid van Ribé is 'pour besoin de la cause' gedaan. De doorstorting of restitutie van de door SOSV ontvangen bedragen is door [xxxxx] daarmee gefrustreerd. Hij heeft dit zo lang gedaan dat hij wist dat Novak hierdoor de overeenkomst van 16 oktober 2012 en de tussen Ribé en Novak bestaande managementovereenkomst zou ontbinden, met alle schadelijke gevolgen die hieruit voor Ribé zijn voortgevloeid. De totale schade die hierdoor is geleden door Ribé en die door [xxxxx] c.s. dient te worden vergoed bedraagt € 210.818,79.

Standpunt [xxxxx] c.s.

4.4.

[xxxxx] c.s. betwist de vorderingen van Ribé en verweert zich -samengevat- als volgt. [xxxxx] c.s. heeft de verkoop en overdracht van de activa/accountantsopleidingen niet onmogelijk gemaakt en gefrustreerd. Wel was er een discussie over de door SOSV in 2012 behaalde omzet. De omzet van SOSV over de maanden januari 2012 tot 11 mei 2012 betreffende de accountantcyopleidingen was al gefactureerd door SOSV en was deels ook al aan SOSV voldaan. Als het onderhanden werk per 1 januari 2012 moest worden afgerekend, dan dienden volgens [xxxxx] c.s. ook de kosten vanaf die datum voor rekening van Novak te komen. Ribé stelde zich evenwel op het standpunt dat de hele omzet ten bedrage van € 52.500,00 aan Novak toekwam en aan haar moest worden doorgestort. Op het moment dat Ribé de mededeling deed dat de omzet van de accountancyopleidingen aan Novak toekwam beschikte SOSV over voldoende liquiditeit voor de normale bedrijfsvoering, maar zij beschikte niet over voldoende liquiditeit om de betreffende betaling te doen. [xxxxx] c.s. was niet bekend met een tussen SOSV en Novak bestaande overeenkomst op grond waarvan zij gehouden zou zijn om voornoemde betaling met betrekking tot de omzet te doen. SOSV heeft nimmer deze verplichting gehad. Pas later is er gediscussieerd over de door klanten van de accountancyopleidingen gedane onverschuldigde betalingen aan SOSV. Voordat nadere afspraken over deze betalingen werden gemaakt, kon noch Ribé, noch Novak aanspraak maken op de aan SOSV betaalde bedragen, omdat SOSV met betrekking tot deze bedragen geen contractuele relatie met hen had. SOSV heeft nimmer betalingen aan Novak hoeven doen en (later) ook niet gedaan. Wel heeft SOSV er uiteindelijk mee ingestemd dat op 16 oktober 2012 een bedrag van € 52.500,00 werd verrekend met het bedrag Ribé aan een andere vennootschap van [xxxxx] moest betalen inzake de overname van de activa/passiva van NCP HRM Advies & Interim B.V. contractuele relatie met hen had.

Volgens [xxxxx] c.s. werd zij pas vlak voor de totstandkoming van de overeenkomst van 16 oktober 2012 bekend met de overeenkomst van 18 mei 2012. [xxxxx] c.s. was er ook pas laat mee bekend dat sprake was van betalingen van klanten aan SOSV terwijl door Novak was gefactureerd. Deze betalingen zijn namelijk nimmer door de klanten teruggevorderd. Pas op 16 oktober 2012 zijn afspraken gemaakt met Ribé en Novak over deze door SOSV ontvangen bedragen. In de eerste week van november 2012 heeft SOSV de bedragen aan de betreffende klanten gerestitueerd tot het volledige bedrag waarover discussie bestond ten bedrage van € 18.326,00. Nadat bleek dat nog een onverschuldigde betaling was gedaan is op 19 januari 2013 ook nog een bedrag van € 5.117,00 gerestitueerd.

4.5.

[xxxxx] c.s. betwist dat SOSV op grond van de op 18 mei 2012 gesloten overeenkomst gehouden was de eerder genoemde bedragen te restitueren. Deze overeenkomst is onbevoegd door Ribé op naam van SOSV gesloten. Op grond van het bepaalde in artikel 7 lid 5 van de overeenkomst van 1 mei 2012 had Ribé slechts het recht om de dienstverlening van SOSV met betrekking tot accountantsopleidingen te vervreemden c.q. te onttrekken aan SOSV. Voornoemde bepaling hield echter geen volmacht in om SOSV te vertegenwoordigen bij de verkoop en levering, dan wel om een koopovereenkomst met verplichtingen namens haar aan te gaan zoals Ribé heeft gedaan. De inhoud van de overeenkomst van 18 mei 2012 is in lijn hiermee op 16 oktober 2012 gewijzigd. Hierin is onder meer bepaald dat Ribé degene is die verkoopt en niet SOSV en het is (met name) Ribé die de diverse verplichtingen op zich heeft genomen. Tot 16 oktober 2012 bestond ook onzekerheid over de vraag of restitutie van de door klanten ontvangen bedragen moest plaatsvinden en aan wie door SOSV moest worden betaald. SOSV had gezien het vorenstaande een juridisch valide reden om haar medewerking te weigeren aan doorbetaling van de omzet en de restitutie van de door haar ontvangen bedragen van klanten.

4.6.

[xxxxx] c.s. betwist dat expliciet is overeengekomen dat [xxxxx] c.s., althans SOSV, verplicht was om direct na het bereiken van de overeenkomst van 16 oktober 2012 de bedragen te restitueren of door te storten naar Novak. Er is geen voor voldoening bepaalde termijn verstreken en [xxxxx] c.s. is ook niet door Ribé of Novak ingebreke gesteld. Uit de e-mail van [zzz] en [xxxxx] op 30 oktober 2012 blijkt dat [zzz] in normale bewoordingen vraagt om betaling van de bedragen. Van verzuim is geen sprake, aldus [xxxxx] c.s.

4.7.

Dat door toedoen van [xxxxx] c.s. spanningen zijn ontstaan tussen Ribé en Novak en dat door toedoen van [xxxxx] c.s. de managementovereenkomst door Novak is opgezegd wordt betwist. Uit de e-mailwisseling tussen 30 oktober tot en met 6 november 2012 blijkt dat in ieder geval niet. SOSV heeft binnen een week na het verzoek van Ribé gerestitueerd. Volgens [xxxxx] c.s. blijkt uit de gedeeltelijk in het geding gebrachte e-mail van de advocaat van Novak van 21 december 2012 dat [zzz] zelf op andere punten tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en dat dit tot de ontbinding van de (management)overeenkomst heeft geleid. [xxxxx] c.s. betwist in dit kader voorts dat ontbinding mogelijk is. Weliswaar is zij bekend met de e-mail van 9 oktober 2012 hierover van de advocaat van Novak, maar dat betekent niet dat partijen overeengekomen zijn dat de overeenkomst onder ontbindende voorwaarden is aangegaan. [xxxxx] c.s. is hier niet mee akkoord gegaan. Er is geen ontbindende voorwaarde opgenomen in de overeenkomst van 16 oktober 2012. In artikel 9.1 is zelfs uitdrukkelijk bepaald dat ontbinding is uitgesloten. Dat [xxxxx] c.s. bekend moest zijn met eventuele juridische consequenties van het niet meewerken aan terugbetaling, namelijk ontbinding van de overeenkomst, wordt dan ook betwist.

4.8.

[xxxxx] verweert zich ook tegen de -volgens [xxxxx] niet nader onderbouwde stelling van Ribé- dat hij in privé aansprakelijk is. Hij heeft de overeenkomst van 16 oktober 2012 niet prosé, maar in zijn hoedanigheid van bestuurder getekend en heeft op geen enkel moment een persoonlijke zorgvuldigheidsnorm jegens Ribé geschonden. Hij heeft niet (ernstig) verwijtbaar gehandeld.

4.9.

Tot slot wordt de door Ribé gestelde schade op alle punten betwist.

Beoordeling rechtbank

4.10.

Kern van het geschil is de vraag of [xxxxx] c.s. aansprakelijk is voor de door Ribé gestelde schade door de verkoop en overdracht van de betreffende accountancyopleidingen aan Novak onmogelijk te maken en/of te frustreren, zoals door Ribé is gesteld en door [xxxxx] c.s. is betwist, omdat hij niet eerder dan op 6 november 2012 en 19 januari 2013 de door SOSV van klanten van de accountancyopleidingen ontvangen betalingen heeft gerestitueerd. Bij de beantwoording van voornoemde vraag dient allereerst te worden beoordeeld of [xxxxx] c.s. en/of [xxxxx] in privé gehouden was om op grond van het bepaalde in artikel 7 lid 5 van de overeenkomst van 1 mei 2012 de door SOSV ontvangen gelden (eerder) door te betalen of te restitueren dan is gedaan. In geschil is daarbij of Ribé bij voornoemde overeenkomst gevolmachtigd was om de accountantsopleidingen te verkopen en over te dragen op de wijze zoals zij dat later bij overeenkomst van 18 mei 2012 heeft gedaan. Ook dient te worden beoordeeld of [xxxxx] in privé aansprakelijk is omdat hij een persoonlijke zorgvuldigheidsnorm zou hebben geschonden door niet eerder dan op voornoemde data de aan SOSV gedane betalingen te restitueren. Tot slot ligt ter beantwoording voor of de handelwijze van [xxxxx] (c.s.) tot gevolg heeft gehad dat Novak de overeenkomst van 16 oktober 2012 -op goede gronden- heeft ontbonden, waardoor Ribé de schade heeft geleden zoals door haar is gesteld.

4.11.

De rechtbank stelt bij haar beoordeling voorop dat als vaststaand dient te worden aangenomen dat Novak na de overeenkomst van 18 mei 2012 de betreffende accountancyopleidingen is gaan verzorgen, dat zij de door haar gedane werkzaamheden bij klanten heeft gefactureerd en dat [xxxxx] c.s, nadat dit bij haar bekend is geworden, niet hiertegen heeft geprotesteerd. In zoverre heeft [xxxxx] c.s. de verkoop en overdracht van de accountantsopleiding aan Novak dan ook niet onmogelijk gemaakt of gefrustreerd. In geschil is slechts de handelwijze van [xxxxx] c.s. ten aanzien van de financiële afwikkeling van de verkoop en overdracht van de betreffende opleidingen.

4.12.

Met betrekking tot de vraag of Ribé op grond van artikel 7 lid 5 van voornoemde overeenkomst van 1 mei 2012 gevolmachtigd was om de accountantsopleidingen te vervreemden en om ten behoeve van de overdracht van de accountancyopleidingen de overeenkomst van 18 mei 2012 aan te gaan oordeelt de rechtbank als volgt. Of een volmacht is verleend en, zo ja, met welke inhoud, dient te worden beantwoord aan de hand van de maatstaven van artikel 3:33 en 3:35 BW. Het komt daarbij aan op hetgeen de volmachtgever en de gevolmachtigde over en weer hebben verklaard en uit elkaars gedragingen en verklaringen hebben mogen begrijpen, waarbij in het bijzonder van belang is de verklaring of gedraging waarbij de volmacht is verleend.

In artikel 3:62 lid 2 BW is, voor zover van belang, bepaald dat in het geval een volmacht is verleend voor een bepaald doel, deze volmacht zich uitstrekt tot alle daden van beheer en van beschikking die dienstig kunnen zijn tot het bereiken van dit doel.

In artikel 7 lid 5 van voornoemde overeenkomst van 1 mei 2012 is vermeld dat aan Ribé het recht toekomt om de dienstverlening van SOSV met betrekking tot de opleidingen in het kader van permanente educatie die SOSV aanbiedt aan accountantskantoren te vervreemden c.q. te onttrekken aan SOSV. Ribé heeft voornoemde bewoordingen naar het oordeel van de rechtbank aldus mogen begrijpen dat zij gevolmachtigd was om de accountantsopleidingen op 18 mei 2012 aan Novak te vervreemden. Nu een afspraak over de overdracht van het onderhanden werk en de financiële afwikkeling dienstig was aan de overdracht en het [xxxxx] c.s. op grond van de intentieovereenkomst bekend was, of moest zijn, dat het de bedoeling was om het onderhanden werk per 1 januari 2012 over te dragen, was Ribé eveneens gevolmachtigd om SOSV op dit punt te binden.

Met betrekking tot de overige in de overeenkomst van 18 mei 2012 gemaakte afspraken over onder meer (garantie)verplichtingen aan de zijde van SOSV is de rechtbank van oordeel dat niet is gebleken dat Ribé uit verklaringen of gedragingen van [xxxxx] c.s. heeft mogen afleiden dat zij gevolmachtigd was om ook de in de akte van 18 mei 2012 opgenomen verplichtingen namens SOSV aan te gaan. Dat [xxxxx] c.s. in het kader van het due diligence onderzoek voor 1 mei 2012 de beschikking heeft gehad over een (enigszins) andersluidende intentieovereenkomst tussen SOSV en Novak en dat zij eind maart bij een bespreking is geweest over de overname van de accountancyopleidingen is hiervoor niet voldoende. Dat het opnemen van voornoemde verplichtingen nodig was om de verkoop en overdracht te bewerkstelligen, zoals in voornoemd artikel 3:62 lid 2 BW is vermeld, is de rechtbank evenmin gebleken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat Ribé [xxxxx] c.s. (en in het bijzonder SOSV) voorafgaand aan de overeenkomst van 18 mei 2012 had moeten informeren over de op te nemen verplichtingen en voorwaarden en dat zij [xxxxx] c.s. hierbij had moeten betrekken. Vaststaat evenwel dat zij dat niet heeft gedaan. Ribé heeft SOSV dan ook niet kunnen binden op de wijze zoals zij dat bij overeenkomst van 18 mei 2012 heeft gedaan.

4.13.

De vraag die voorts beantwoord dient te worden is of [xxxxx] c.s. tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen op grond van de overeenkomst van 1 mei 2012 door niet eerder dan in november 2012 (en 19 januari 2013) de door SOSV ontvangen betalingen van klanten van de accountancyopleidingen te restitueren. Uit de e-mails tussen [xxxxx] en [oooo] van SOSV in de periode van 27 augustus 2012 en 29 augustus 2012 blijkt dat op dat moment (nog) niet duidelijk was op welke wijze de cijfermatige afwikkeling van de verkoop van de accountancyopleidingen diende plaats te vinden met betrekking tot de door SOSV in 2012 behaalde omzet van de accountancyopleidingen ten bedrage van € 52.500,00 en de hiervoor door SOSV in 2012 gemaakte kosten. Dat partijen hierover hebben overlegd blijkt uit de (gedeeltelijk door Ribé in het geding gebrachte) e-mail van 25 september 2012 van [zzz]. Uit de betreffende e-mail blijkt ook dat partijen op dat moment ook (nog) in overleg waren over drie door Novak aan klanten van de accountancyopleidingen verzonden facturen die (onverschuldigd) aan SOSV hadden betaald. Dat op dat moment bekend was bij SOSV aan wie zij de door haar ontvangen bedragen zou moeten door- of terugbetalen is niet gebleken. Vaststaat dat SOSV nimmer door de klanten tot terugbetaling is aangesproken en dat [xxxxx] c.s. noch SOSV door Novak of Ribé in gebreke is gesteld. Van verzuim is dan ook geen sprake. De stelling van Ribé dat [xxxxx] c.s. (voorafgaand aan de totstandkoming van de overeenkomst van 16 oktober 2012) al tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen op grond van de overeenkomst van 1 mei 2012 wordt gezien het voorgaande verworpen.

4.14.

Dat [xxxxx] c.s. de financiële afwikkeling van de verkoop en overdracht van de accountantsopleidingen en de terugbetaling of restitutie van door haar ontvangen bedragen heeft getraineerd of heeft gefrustreerd is de rechtbank niet gebleken. De stelling van Ribé dat het [xxxxx] c.s. op grond van de intentieovereenkomst bekend was, of behoorde te zijn dat SOSV gehouden was om een bedrag van € 52.500,00 aan omzet aan Novak te voldoen wordt gepasseerd. In de intentieovereenkomst staat niet meer vermeld dan dat het onderhanden werk van de accountancyopleidingen per 1 januari 2012 wordt overgedragen. In de intentieovereenkomst is niet vermeld welke cijfermatige gevolgen de overdracht van het onderhanden werk per 1 januari 2012 met zich brengt. Dat [xxxxx] c.s. of SOSV voor of na de overeenkomst van 18 mei 2012 op behoorlijke wijze hierover door [zzz] is geïnformeerd is niet gesteld en ook niet gebleken. Blijkens voornoemde e-mail van [zzz] is zelfs op 25 september 2012 nog over de door te betalen omzet gediscussieerd. In diezelfde periode werd ook nog gecorrespondeerd over de door SOSV van klanten van de accountancyopleidingen ontvangen bedragen en is discussie ontstaan over de vraag of Ribé de overeenkomst van 18 mei 2012 op naam van SOSV had mogen aangaan. Partijen zijn korte tijd daarna, in de periode september/oktober 2012 in onderhandeling getreden over onder meer het tot stand brengen van een (nieuwe) overeenkomst, waarbij [xxxxx] c.s.
-zoals in r.o. 4.12 is overwogen- een te respecteren belang had. Ten tijde van de schriftelijke vastlegging van de afspraken met betrekking tot de overdracht van de accountancyopleidingen op 16 oktober 2012 hebben partijen tegelijkertijd afspraken gemaakt over de betaling van de omzet ten bedrage van € 52.500,00 en de restitutie van het door SOSV van klanten van de accountancyopleidingen ontvangen bedrag van € 18.326,00. Met betrekking tot de verplichting van SOSV om laatstgenoemd bedrag aan de klanten te restitueren staat vast dat SOSV hieraan -zonder voorafgaand ingebreke te zijn gesteld- in de eerste week van november 2012 heeft voldaan. In januari 2013 heeft zij vervolgens nog een bedrag voldaan. De stelling van Ribé dat SOSV in november 2012 te laat heeft betaald en in verzuim is, omdat sprake was van een door partijen overeengekomen fatale termijn, is onvoldoende door Ribé onderbouwd. De verwijzing van Ribé naar de e-mail van de advocaat van 9 oktober 2012 aan Novak dat door SOSV 'omgaand' zal moeten worden betaald, welke e-mail is verzonden voor de totstandkoming van de overeenkomst van 16 oktober 2012, is onvoldoende om aan te nemen dat partijen overeengekomen zijn dat sprake was van een fatale termijn. Dat voor Ribé iedere vertraging na de e-mail van 9 oktober 2012 als contractbreuk zou worden opgevat is evenmin voldoende om dit aan te nemen. Van verzuim is dan ook geen sprake. Het is de rechtbank niet gebleken dat [xxxxx] c.s. de betaling van voornoemd bedrag heeft opgeschort met het doel om de financiële afwikkeling van de overdracht van de accountancyopleidingen te traineren of te frustreren. Zo al moet worden aangenomen dat van de zijde van [xxxxx] c.s. op enig moment meer voortvarendheid had mogen worden verwacht, dan is dit in de gegeven omstandigheden in onderlinge samenhang beschouwd, nog niet voldoende om als vaststaand aan te nemen dat [xxxxx] c.s. of [xxxxx] zodanig onbetamelijk heeft gehandeld dat [xxxxx] c.s. of [xxxxx] als bestuurder in privé aansprakelijk is voor de door Ribé gestelde schade. De rechtbank komt tot de slotsom dat de aansprakelijkheid van [xxxxx] c.s. en [xxxxx] in privé niet is komen vast te staan.

4.15.

Op grond van het voorgaande behoeven de overige stellingen en weren van partijen geen bespreking meer.

4.16.

Ribé zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [xxxxx] c.s. worden begroot op:

- explootkosten € 232,56

- vast recht € 3.829,00

- salaris advocaat 4.000,00 (2 punten × tarief € 2.000,00)

Totaal € 8.061,56

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af,

5.2.

veroordeelt Ribé in de proceskosten, aan de zijde van [xxxxx] c.s. tot op heden vastgesteld op € 8.061,56,

5.3.

veroordeelt Ribé in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Ribé niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.A. Werkema, en in het openbaar uitgesproken op

1 oktober 2014.1

1 type:485 coll: