Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:4720

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-07-2014
Datum publicatie
29-09-2014
Zaaknummer
18.930073-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank overweegt dat het bewezen verklaarde ernstige feiten betreffen die op zich een gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigen.

Verdachte heeft geprobeerd zijn woning te laten ontploffen door de gaskraan in de woning open te draaien en de gasslang door te snijden.

Door te handelen als hij deed nam hij op de koop toe dat dit handelen ernstige gevolgen voor anderen kon hebben.

Niet alleen kon hierdoor grote schade worden aangericht aan zijn woning en naastgelegen woningen, alsook van de inboedel van die woningen, ook is er levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel ontstaan voor bij of in die woningen aanwezige personen

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 157, geldigheid: 2014-09-29
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.930073-14

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 29 juli 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [geboortedatum],

thans verblijvende in P.I. Veenhuizen, [adres]

[adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 15 juli 2014.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. J. Dijkman, advocaat te Paterswolde.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 31 maart 2014 in de gemeente Assen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk in een pand/woning, gelegen aan of bij het [adres], aldaar, brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te

brengen, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor dat/die voornoemd(e) pand/woning en/of de zich in dat/die

voornoemd(e) pand/woning bevindende goederen en/of voor een of meer belendende

percelen/woningen (en de daarin aanwezige goederen), in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of

- levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een/de zich in dat/die voornoemd(e) pand/woning en/of in d(i)e belendende percelen/woningen bevindend(e) perso(o)n(en), in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was, met dat opzet

- meerdere, althans een, (zich in dat/die pand/woning bevindende) gaskra(a)n(en) en/of gasleiding(en) heeft dicht gedraaid en/of

- ( vervolgens) de slang heeft doorgesneden en/of

- ( vervolgens de gaskaraan heeft open gedraaid en/of

- zich (vervolgens) voor dat/die pand/woning heeft opgesteld met een sigaret en/of een aansteker in zijn verdachtes hand(en) en/of gedreigd heeft deze sigaret aan te steken,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. N.A. Baarsma acht hetgeen aan de verdachte is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank de verdachte voor dit feit zal veroordelen

primair tot een gevangenisstraf voor de duur 20 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte groot 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering hetgeen mede zal inhouden een meldplicht en een verplichte klinische opname, en

subsidiair (indien de rechtbank geen klinische opname aangewezen zal achten) een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering hetgeen mede zal inhouden een meldplicht en een ambulante behandeling.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte, hetgeen de rechtbank ten aanzien van het tenlastegelegde bewezen zal verklaren, niet heeft weersproken en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsvrouw vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank ten aanzien van dit feit volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De rechtbank hanteert voor het bewijs de navolgende bewijsmiddelen:

1.

de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 juli 2014.

2.

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Politie Eenheid Noord Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, Registratienummer PL031V-2014025027, d.d. 1 april 2014 met bijlagen, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Eenheid Noord Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V-2014025027-1 d.d. 1 april 2014, houdende de aangifte van[aangeefster], wonende te Assen (pagina’s 13 t/m 15);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V- 2014025027-2 d.d. 31 maart 2014, houdende de eigen waarneming, wetenschap en bevinding van [verbalisant 1] (pagina’s 16 en 17);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Eenheid Noord Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V- 2014025027-5 d.d. 31 maart 2014, houdende de eigen waarneming, wetenschap en bevinding van de [verbalisant 2] (pagina’s 18 en 19);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V-2014025027-6 d.d. 31 maart 2014, houdende de verklaring van [getuige], wonende te Assen (pagina’s 21 en 22);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van Politie Eenheid Noord Nederland, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V-2014025027-7 d.d. 1 april 2014, houdende de verklaring van de verdachte (pagina’s 24 t/m 30, en met name de pagina’s 27 t/m 29).

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 31 maart 2014 in de gemeente Assen, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk in een woning, gelegen aan het [adres], aldaar, brand te stichten en/of een ontploffing teweeg te brengen, terwijl daarvan

- gemeen gevaar voor die voornoemde woning en de zich in die voornoemde woning bevindende goederen en voor een of meer belendende woningen en de daarin aanwezige goederen, en

- levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor in de belendende woningen bevindende personen, te duchten was, met dat opzet

- een, zich in die woning bevindende gaskraan heeft dicht gedraaid en

- vervolgens de slang heeft doorgesneden en

- vervolgens de gaskraan heeft open gedraaid,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

Poging tot het opzettelijk brand stichten en het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing, terwijl daarvan gemeen gevaar van goederen te duchten is,

strafbaar gesteld bij artikel 157, lid 1 van het Wetboek van Strafrecht, en

Poging tot het opzettelijk brand stichten en het opzettelijk teweeg brengen van een ontploffing, terwijl daarvan levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is,

strafbaar gesteld bij artikel 157, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

De rechtbank heeft kennis genomen van een psychiatrisch rapport d.d. 23 juni 2014, opgemaakt door mevr. drs. C.A.J. Veldman, psychiater te Zwolle en vast gerechtelijk deskundige.

Dit rapport houdt onder meer in als conclusie:

Verdachte lijdt aan een combinatie van stoornissen, te welen een ernstige persoonlijkheidsstoornis, verslaving aan alcohol, verslavingsneiging, en hij lijdt aan de

gevolgen van een slecht vaatstelsel dat tot multipele infarctjes in de hersenen met hersenschade heeft geleid.

Al deze beschreven stoornissen speelden een rol ten tijde van het tenlastegelegde en

beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes c.q. zijn gedragingen, ten tijde van het

tenlastegelegde.

Verdachte was verslaafd aan alcohol en dronk dagelijks vrij grote hoeveelheden alcohol.

Hij was in een isolement terecht gekomen. Hij ging om met sociale randfiguren, waarmee hij dronk. Zijn persoonlijkheidsproblematiek maakte hem vatbaar voor angst en somberheid. Verdachte was bezorgd en angstig voor zijn toekomst. Zijn persoonlijkheidsstoornis maakte dat hij de oorzaak van de problemen voor een groot deel buiten zichzelf legde. Hij zag zichzelf als slachtoffer van tekortschieten van de hulpverlening.

Hij overzag de situatie onvoldoende, zowel door de genoemde zaken als ook door zijn restverschijnselen na de herseninfarctjes. De herseninfarctjes leidden tot cognitieve tekorten, gebrek aan flexibiliteit en vertraagde informatieverwerking met invloed op executieve taken. De omstandigheden gaven bij verdachte aanleiding tot een gevoel van wanhoop en onmacht. Deze wanhoop en onmacht brachten hem ertoe en kwam tot uiting bij zijn poging tot brandstichting.

Verdachte was zich nog vaag bewust van het gevaarlijke van zijn plannen en probeerde de buren te waarschuwen, maar was in de ban van zijn behoefte aan aandacht en hulp, zodat hij niet meer adequaat handelde. Hierbij werken weer alle eerder genoemde factoren (alcohol, traag reactie patroon door CVA en geringe mentale flexibiliteit, naast de eigenschappen vanuit de persoonlijkheidsproblematiek) op elkaar in. Het geschiedde in aanzienlijke mate.

Op grond van deze stoornissen acht de psychiater verdachte verminderd toerekeningsvatbaar.

Verdachte is met zijn stoornissen extra vatbaar voor wanhoop en onmacht. Bovendien

neigt hij tot externalisatie. Bij hernieuwde tegenslagen kan hij opnieuw in de situatie

terecht komen met angst, somberheid, wanhoop en onmacht. Verdachte heeft geen adequaat hulpzoekgedrag. Hij is door de combinatie van stoornissen gehandicapt.

Verdachte is onderhevig aan de bovenbeschreven stoornissen, die niet spontaan zullen genezen. In dergelijke omstandigheden kan hij tot een schreeuw om hulp met inadequaat hulpzoekgedrag komen. Hoewel verdachte anderen niet bewust wil benadelen, staan overwegingen over het lot van anderen dan niet voorop in zijn denken en beleven. Dit kan aanleiding zijn tot onvoorspelbare acties van de zijde van verdachte, die ongewild anderen zouden kunnen schaden of in gevaar brengen.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusies van de psychiater en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde in verminderde mate aan de verdachte kan worden toegerekend.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten; de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie; de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel van de Justitiële Informatiedienst, afdeling justitiële documentatie en informatiebeheer d.d. 17 juni 2014.

De officier van justitie heeft primair gevorderd een gevangenisstraf voor de duur 20 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte groot 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering hetgeen mede zal inhouden een meldplicht en een verplichte klinische opname, en subsidiair (indien de rechtbank geen klinische opname aangewezen zal achten) een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering hetgeen mede zal inhouden een meldplicht en een ambulante behandeling.

De raadsvrouw van verdachte heeft onder meer gesteld dat aan verdachte een zodanige deels voorwaardelijke straf moet worden opgelegd, waarbij als bijzondere voorwaarde gesteld dat verdachte een behandeling (ambulant dan wel klinisch) dient te ondergaan.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij behandeling nodig heeft en bereid is de benodigde behandeling te ondergaan.

De rechtbank overweegt dat het bewezen verklaarde ernstige feiten betreffen die op zich een gevangenisstraf van aanzienlijke duur rechtvaardigen.

Verdachte heeft geprobeerd zijn woning te laten ontploffen door de gaskraan in de woning open te draaien en de gasslang door te snijden.

Door te handelen als hij deed nam hij op de koop toe dat dit handelen ernstige gevolgen voor anderen kon hebben.

Niet alleen kon hierdoor grote schade worden aangericht aan zijn woning en naastgelegen woningen, alsook van de inboedel van die woningen, ook is er levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel ontstaan voor bij of in die woningen aanwezige personen.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank verder rekening gehouden met het de verdachte betreffende uittreksel van de Justitiële Informatiedienst, afdeling justitiële documentatie en informatiebeheer d.d. 17 juni 2014, waaruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld.

Ook heeft de rechtbank rekening gehouden met de omstandigheden en achtergronden van de verdachte zoals omschreven in het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland te Groningen van 22 mei 2014 en het psychiatrisch rapport van drs. Veldman van 23 juni 2014. De psychiater stelt hierin onder meer dat verdachte behoefte heeft aan klinische behandeling om met de huidige combinatie van stoornissen om te leren gaan en een leven op te bouwen zonder isolement. De behandeling moet klinisch zijn, omdat ambulante behandeling tot nu toe onvoldoende resultaat had. Aansluitend kan resocialisatie met aangepaste woonvorm en toezicht op gebruik van alcohol plaats vinden. Het kader waarin dit zou moeten plaats vinden is een voorwaardelijk strafdeel met als bijzondere voorwaarde behandeling en toezicht door de reclassering, zoals door psychiater Veldman in haar rapport van 23 juni 2014 voorgesteld.

De rechtbank acht in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden passend en geboden een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering hetgeen mede zal inhouden een meldplicht en een verplichte en geïndiceerde klinische opname.

De rechtbank verstaat hierbij dat het nog resterende gedeelte van de onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt benut voor een indicatiestelling voor een kliniek waar de klinische behandeling van verdachte –aansluitend aan zijn detentie- zal dienen plaats te vinden, waarbij verdachte in de gelegenheid zal worden gesteld om aan eventuele intakegesprekken deel te nemen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan een gedeelte groot 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt,

of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot toezicht op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden overeenkomstig artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het wetboek van strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zich binnen twee weken na het onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij Reclassering Nederland, Nijlandstraat 147 te 9401 AL Assen, 050-3188188 (indien nog gedetineerd telefonisch voor het maken van nadere afspraken), en zich hierna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit tijdens de proeftijd noodzakelijk acht;

  • -

    verplicht meewerkt aan een geïndiceerde klinische opname en behandeling maximaal voor de duur van de gestelde proeftijd, voor zover en voor zolang dit door de behandelende instelling noodzakelijk wordt geacht.

  • -

    zal meewerken aan ambulante behandeling, begeleiding, aanvaarden van aangepaste woonvorm, toezicht op gebruik van alcohol, indien en voorzover door de reclassering dit (na de klinische opname) nog noodzakelijk wordt geacht.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.M. Oostdam, voorzitter, mr. M.A.A. van Capelle en

mr. P.J. van Steen, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 29 juli 2014.