Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:4469

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
22-10-2014
Zaaknummer
18.930113-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft op 11 december 2013 omstreeks 08:00 uur in de gemeente Coevorden als bestuurder van een personenauto een ernstig verkeersongeval veroorzaakt door een voor haar rijdende scooter in te halen. Daarbij is de bestuurder van een haar tegemoetkomende bromfiets ernstig gewond geraakt en een week later aan die verwondingen overleden.

Op het moment dat verdachte de voor haar rijdende scooter ging inhalen was er sprake van dichte mist. Ook was het nog schemerig: de zon kwam die dag om 08:34 uur op.

De rechtbank rekent de verdachte dit verkeersgedrag aan. Zij heeft de omstandigheden verkeerd ingeschat en had zich moeten realiseren dat zij onder de gegeven omstandigheden niet moest gaan inhalen. Verdachte kende de weg en wist dat deze relatief smal was en geen uitwijkmogelijkheden had.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994 6, geldigheid: 2014-09-11
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Noord-Nederland

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18/930113-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 9 september 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 26 augustus 2014.

Verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. C.C.N. Brens-Cats, advocaat te Emmen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat zij op of omstreeks 11 december 2013, in de gemeente Coevorden, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Renault), daarmede rijdende over de weg, [straatnaam], zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaats-
gevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig en/of onoplettend,-
terwijl er toen ter plaatse sprake was van dichte mist, althans van een (sterk) verminderd zicht tengevolge van mistvorming- een voor haar, verdachte rijdende bromfiets in te halen en/of (daartoe) snelheid te vermeerderen en/of waarbij (als gevolg van deze inhaal-manoeuvre) verdachte op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer is gaan rijden, waarbij/waardoor een botsing/aanrijding is ontstaan met een (haar verdachte)
tegemoetkomende bromfiets/scooter, bestuurd door [slachtoffer], waardoor aan die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht en/of als gevolg waarvan die [slachtoffer] (op 18 december 2013) is overleden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat zij op of omstreeks 11 december 2013, in de gemeente Coevorden, als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk Renault), daarmee rijdende op de weg [straatnaam],
-terwijl er toen ter plaatse sprake was van dichte mist, althans van een (sterk) verminderd zicht tengevolge van mistvorming- een voor haar, verdachte rijdende bromfiets heeft ingehaald en/of (daartoe) snelheid heeft vermeerderd en/of (als gevolg van deze inhaalmanoeuvre) op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer is gaan rijden, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,
en/of het verkeer op die weg werd gehinderd.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. N. Tromp, acht hetgeen primair aan verdachte is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 150 uren subsidiair 75 dagen hechtenis en een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de tijd van één jaar.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmiddelen

Op woensdag 11 december 2013 deed zich omstreeks 08:08 uur op de weg [straatnaam] in de gemeente Coevorden een verkeersongeval voor tussen een personenauto, merk Renault, bestuurd door verdachte en een bromfiets, bestuurd door [slachtoffer]1. Laatstgenoemde is op 11 december 2013 gewond overgebracht naar het U.M.C.G. te Groningen waar zij op 18 december 2013 aan haar opgelopen verwondingen is overleden.

Uit een weerrapport van de Klimatologische Dienst van het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut van 28 februari 2014 bleek dat er op 11 december 2013 omstreeks 08:00 uur op of in de nabijheid van het [straatnaam] in de gemeente Coevorden dichte mist was, dat het zicht minder dan 200 meter bedroeg en dat de zon om 08:34 uur in het zuidoosten op kwam.

Uit de uit de Renault gedemonteerde verzonden airbagmodule en de daarvan terug-ontvangen gegevens van deze datadrager, bleek aan de hand van de uitgelezen gegevens dat de airbags van dit voertuig waren geactiveerd (botsmoment) bij een snelheid van 81 km/h2.

De verklaring van de [getuige] op 11 december 2013, zakelijk onder meer inhoudende3:

ik reed op mijn scooter over het [straatnaam] vanuit Nieuw-Amsterdam richting

Coevorden. Ik reed ongeveer 50 kilometer per uur. Het zicht was op dat moment erg

slecht door de mist. Terwijl ik op mijn scooter reed zag ik dat het licht van de

lantaarnpalen nog brandde. Niet lang daarna zag ik dat het licht van de lantaarnpalen uit ging. Omdat het ook nog niet helemaal licht was, eerder nog een beetje donker, werd mijn

zicht nog slechter. Ik denk dat ik op sommige plekken maar een paar meter vooruit

kon kijken. Ik keek op sommige momenten niet voor mij, maar naar de weg, omdat ik

de weg voor mij niet kon zien.

Ik zag een auto in mijn spiegel en die reed al even achter mij. Op een gegeven moment zag ik in een flits een scooter uit de mist vandaan komen. Deze scooter reed richting Nieuw-Amsterdam. Toen de scooter naast mij was, hoorde ik een enorme knal en er vlogen allerlei brokstukken om mij heen. Ik liep naar de plek waar ik de harde knal had gehoord. Ik zag daar een meisje op de grond liggen. Ze bewoog niet meer. Toen ik verder liep zag ik dat de auto in de sloot lag. Niet in het [straatnaam] zelf, maar aan de andere kant van de weg. Ik zag een vrouw tegen de wal omhoog klauteren. Haar handen zaten onder het bloed en ze was heel erg in paniek. Toen zag ik dat het [verdachte] was. [verdachte] werkt bij mij op school dus daar ken ik haar van. Ik hoorde [verdachte] schreeuwen: ik heb haar niet gezien. Ik heb haar niet gezien.”

De verklaring van de verdachte op 18 december 2013, zakelijk onder meer inhoudende4:

ik reed in mijn auto langs het [straatnaam] te Coevorden. Dit was omstreeks 08:00 uur. Op dat moment was het wat mistig en nog schemerig. Op een gegeven moment kom ik achter een scooter te rijden. Ik besloot op een gegeven moment in te halen. Ik zat er nog niet naast of ik hoorde een klap en mijn airbag vloog uit.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat zij op 11 december 2013, in de gemeente Coevorden, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, merk Renault), daarmede rijdende over de weg, [straatnaam], zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door aanmerkelijk onvoorzichtig, terwijl er toen ter plaatse sprake was van dichte mist, een voor haar, verdachte rijdende bromfiets in te halen en daartoe snelheid te vermeerderen en waarbij als gevolg van deze inhaalmanoeuvre verdachte op de weghelft bestemd voor het tegemoetkomende verkeer is gaan rijden, waardoor een botsing is ontstaan met een haar verdachte tegemoetkomende bromfiets, bestuurd door [slachtoffer], waardoor aan die [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht als gevolg waarvan die [slachtoffer] op 18 december 2013 is overleden.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het primair bewezen geachte levert op:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft, waardoor een ander wordt gedood,

strafbaar gesteld bij artikel 175 van genoemde Wet.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de feiten en de verdachte strafbaar, omdat geen straf- en/of schulduit-sluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit feit is begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting alsmede de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 24 juli 2014, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld.

Verdachte heeft op 11 december 2013 omstreeks 08:00 uur in de gemeente Coevorden als bestuurder van een personenauto een ernstig verkeersongeval veroorzaakt door een voor haar rijdende scooter in te halen. Daarbij is de bestuurder van een haar tegemoetkomende bromfiets ernstig gewond geraakt en een week later aan die verwondingen overleden.

Op het moment dat verdachte de voor haar rijdende scooter ging inhalen was er sprake van dichte mist. Ook was het nog schemerig: de zon kwam die dag om 08:34 uur op.

De rechtbank rekent de verdachte dit verkeersgedrag aan. Zij heeft de omstandigheden verkeerd ingeschat en had zich moeten realiseren dat zij onder de gegeven omstandigheden niet moest gaan inhalen. Verdachte kende de weg en wist dat deze relatief smal was en geen uitwijkmogelijkheden had.

Anderzijds houdt de rechtbank er rekening mee dat het ongeval ook de verdachte zwaar heeft aangegrepen. Zij realiseert zich dat door haar toedoen een jonge vrouw die nog zo veel plannen had uit het leven is weggerukt. Ter terechtzitting bleek dat verdachte nog dagelijks lijdt onder die wetenschap en deze realiteit nauwelijks kan accepteren.

De rechtbank zal, gelet op de oriëntatiepunten voor de straftoemeting, aan verdachte een taakstraf bestaande uit een werkstraf van na te melden aantal uren opleggen.

Motivering van de ontzegging van de rijbevoegdheid

De rechtbank is van oordeel dat aan verdachte gedurende enige tijd de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen moet worden ontzegd omdat zij als verkeersdeelnemer een aan haar schuld te wijten ernstig verkeersongeval heeft veroorzaakt waarbij een ander is overleden.

Deze bijkomende straf zal verdachte blijkens hetgeen zij ter terechtzitting heeft verklaard niet onevenredig zwaar treffen in haar belangen. Zij woont op ongeveer tien minuten van haar werk in Coevorden.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 22c, 22d en 91 van het Wetboek van Strafrecht en op artikel 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan en stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit zestig uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren zal verrichten, vervangende hechtenis voor de duur van dertig dagen zal worden toegepast.

De rechtbank ontzegt de verdachte voorts de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de tijd van één jaar.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, en mr. J.G. de Bock en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 9 september 2014. Mr. De Bock is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 proces-verbaal Politie Drenthe, nr. PL032W-2013091283-1 dossierpagina 2 en volgende

2 pagina 7 van het proces-verbaal Verkeersongevalsanalyse, nr. 1112130808.1150 van 10 mei 2014

3 proces-verbaal Politie Drenthe, nr. PL032W-201391283-2 dossierpagina 11 en volgende

4 proces-verbaal Politie Drenthe, nr. PL032W-201391283-2 dossierpagina 6 en volgende