Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:4415

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
09-09-2014
Datum publicatie
24-10-2014
Zaaknummer
C18/149913/PR RK 14-264
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Wraking wegens procedurele verloop van twee zaken.

Verzoek afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling bestuursrecht

locatie Groningen

zaaknummer: C/18/149913/PR RK 14/264

uitspraak van de meervoudige kamer van 9 september 2014 op het schriftelijke verzoek van

[naam], wonende te [woonplaats], verzoeker, tot wraking ingevolge artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van mr. F. Sijens, rechter in de sector Bestuursrecht van deze rechtbank.

1. De procedure

1.1. Verzoeker heeft op 17 juli 2014 onder aanvoering van gronden een schriftelijk verzoek ingediend tot wraking van mr. F. Sijens (hierna te noemen: de rechter), in aanhangige geschillen waarin verzoeker als partij is betrokken met zaaknummers AWB 14/1719 en AWB 13/3516.

1.2. De rechter heeft bij e-mail van 18 juli 2014 meegedeeld niet in de wraking te berusten.

1.3. Bij brief van 19 augustus 2014 heeft verzoeker te kennen gegeven niet ter zitting te zullen verschenen.

1.4. De rechter heeft aangegeven geen gebruik te willen maken van de gelegenheid gehoord te worden.

1.5. Op 4 september 2014 is het verzoek tot wraking van de rechter ter zitting behandeld.

2. Het standpunt van verzoeker

2.1. In zijn schriftelijke toelichting op het wrakingsverzoek heeft verzoeker - samengevat - aangevoerd dat niet valt in te zien waarom tot na 12 augustus 2014 in de procedure 13/3516 moet worden gewacht met de behandeling van de zaak. Hierdoor wordt verzoeker ernstig in zijn financiële belangen geschaad en wordt verweerder bevoordeeld. Derhalve is de schijn van partijdigheid gewekt. In dit licht is het onbegrijpelijk dat de rechter als behandelend rechter naar voren wordt geschoven in de zaak met procedurenummer 13/1719. Daarnaast is het onbegrijpelijk dat deze laatste procedure niet versneld wordt behandeld gelet op het spoedeisend belang dat verzoeker heeft vanwege onrechtmatige beslaglegging. Verzoeker wenst de kosten van onderhavig wrakingsverzoek ten bedrage van € 750,-- (exclusief 21% BTW) vergoed te krijgen.

3. Het standpunt van de rechter

3.1. De rechter heeft niet in de wraking berust en heeft - samengevat - het volgende aangevoerd.
Het gaat om twee zaken waarin de Minister van Onderwijs/DUO verweerder is. De zaak met zaaknummer AWB 13/3516 is op de zitting van 23 april 2014 behandeld, waarna het onderzoek is heropend. Daarna zijn stukken gewisseld. Op 3 juli 2014, respectievelijk 7 juli 2014 heeft de rechtbank van partijen toestemming gekregen om de zaak zonder verdere zitting af te doen. Daarbij hanteert de rechtbank de gebruikelijke termijn van 6 of 12 weken.
De zaak met zaaknummer AWB 14/1719 stond op de zitting van 27 augustus 2014 geappointeerd. De zaak wordt via de gewone procedure behandeld; er was geen reden om de zaak versneld af te doen.
Nu verzoeker een wrakingsverzoek heeft gedaan is de laatstgenoemde zitting niet doorgegaan. Aan verzoeker is tevens meegedeeld dat, hangende het wrakingsverzoek, geen uitspraak zal worden gedaan in de zaak AWB 13/3516.

4. Beoordeling

4.1. De rechtbank overweegt dat voor de beoordeling van dit wrakingsverzoek de toepasselijke norm is gegeven in artikel 8:15, Awb en in artikel 6 van het Europees Verdrag voor de rechten van de Mens (EVRM).

4.2. In artikel 8:15, Awb is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelt kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden.

4.3. De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter als uitgangspunt geldt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een partij een vooringenomendheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij kan rekening gehouden worden met de uiterlijke schijn. Het enkele subjectieve oordeel van de verzoeker is niet doorslaggevend. Aan de hand van deze maatstaf wordt het verzoek beoordeeld.

4.4. Dit in aanmerking nemende ziet de rechtbank in hetgeen verzoeker in zijn toelichting op het wrakingsverzoek naar voren heeft gebracht geen enkel aanknopingspunt voor het oordeel dat er zich feiten en/of omstandigheden hebben voorgedaan waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou leiden.

4.5. Het verzoek tot wraking wordt afgewezen.

5. Beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek tot wraking van mr. F. Sijens af;
- bepaalt dat de processen in de hoofdzaken (zaaknummers AWB 14/1719 en AWB 13/3516) worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevonden ten tijde van het schriftelijke verzoek tot wraking;
- beveelt de onmiddellijke mededeling van deze beslissing aan verzoeker en aan
mr. F. Sijens.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.J. Duinkerken, voorzitter, mr. P. Molema en
mr. B.R. Tromp, rechters, in aanwezigheid van mr. M.H. Bolhuis, griffier.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 september 2014.

griffier voorzitter