Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:3771

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
31-07-2014
Datum publicatie
31-07-2014
Zaaknummer
19/830155-02
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Raadkamer
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Beëindiging maatregel terbeschikkingstelling ondanks dat een strikte en letterlijke toepassing van artikel 509t, tweede lid Sv, beëindiging van de terbeschikkingstelling eerst op een later tijdstip mogelijk lijkt te maken.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Wetboek van Strafrecht 38d
Wetboek van Strafvordering
Wetboek van Strafvordering 509o
Wetboek van Strafvordering 509q
Wetboek van Strafvordering 509t
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NBSTRAF 2014/232
NJFS 2014/229

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

parketnummer 19/830155-02

beslissing van de meervoudige kamer op de vordering van de officier van justitie strekkende tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling van:

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

verder, de veroordeelde.

Procesverloop

De veroordeelde werd bij vonnis van deze rechtbank van 9 juli 2003 ter beschikking gesteld onder voorwaarden. De termijn van de terbeschikkingstelling is gaan lopen op 24 juli 2003.

Bij beslissing van het gerechtshof te Arnhem van 20 november 2006 is bevolen dat veroordeelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd.

Door deze rechtbank werd bij beslissing van 1 augustus 2013 de terbeschikkingstelling met een jaar verlengd en bij beslissing van 31 oktober 2013 de verpleging van overheidswege onder voorwaarden beëindigd.

De officier van justitie heeft op 12 juni 2014 schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met één jaar.

De behandeling heeft plaatsgehad op 24 juli 2014, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsman, mr. E. van der Meer, de officier van justitie en de getuige-deskundige

[getuige-deskundige], als reclasseringswerker verbonden aan de Verslavingszorg Noord Nederland (verder: VNN).

De rechtbank heeft van de volgende stukken kennisgenomen:

  • -

    het rapport d.d. 23 mei 2014, opgemaakt door I. Maksimovic, psychiater;

  • -

    het rapport d.d. 13 mei 2014, opgemaakt door B. van Giessen, klinisch psycholoog;

  • -

    het rapport d.d. 5 juni 2014, opgemaakt door de reclassering van de VNN d.d. 5 juni 2014.

Motivering

De adviezen van de deskundigen als bedoeld in artikel 509o, vierde lid, Sv.

In het door de psychiater I. Maksimovic opgemaakte rapport wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling onvoorwaardelijk te beëindigen. Het advies houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Veroordeelde is een man bij wie sprake is van een persoonlijkheidsstoornis met narcistische en antisociale trekken, die in de loop van de jaren milder zijn geworden. Tot aan het indexdelict was er sprake van alcoholverslaving, maar gedurende zijn verblijf in TBS-klinieken heeft veroordeelde geen middelen gebruikt. Het recidiverisico wordt als laag ingeschat, bekeken vanuit de stoornis van veroordeelde. Vanuit het oogpunt van het risicomanagement is de voortzetting van de TBS niet noodzakelijk. Het risico kan door veroordeelde zelf worden gemanaged. Hij heeft voldoende vaardigheden om vanuit eigen verantwoordelijkheid ervoor te zorgen dat het recidiverisico laag blijft.

In het door de psycholoog B. van Giessen opgemaakte rapport wordt geadviseerd de terbeschikkingstelling onvoorwaardelijk te beëindigen. Het advies houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:

Ten aanzien van het recidivegevaar komt uit het onderhavige onderzoek naar voren dat de kans op herhaling van feiten waarvoor de maatregel TBS is opgelegd op korte en middellange termijn laag is. Alcoholgebruik vormt de belangrijkste risicofactor. Veroordeelde is reeds twaalf jaar abstinent gebleken en hij is intrinsiek gemotiveerd om nooit meer alcohol te gebruiken. Ten aanzien van behandeling en begeleiding kan gesteld worden dat deze niet langer bijdragen aan verdere vermindering van het recidivegevaar.

Het advies van de reclassering

In voormeld reclasseringsadvies worden zowel argumenten voor als tegen verlenging van de terbeschikkingstelling gegeven. Voor een beëindiging van de terbeschikkingstelling zou de beperkte uitvoerbaarheid van het toezicht pleiten, omdat betrokkene zelf wil bepalen wat hij deelt en wat niet. Voortzetting van het toezicht kan contraproductief gaan werken omdat de spanning die het toezicht bij veroordeelde oproept daardoor verder op kan lopen.

Een verlenging van de terbeschikkingstelling kan van belang zijn in het kader van de voortzetting van zijn behandeling bij de AFPN, welke behandeling naast huisvesting en de relatie met zijn ouders en dochter als beschermende factor wordt gezien. Zowel tegenover de reclassering als tegenover de AFPN houdt veroordeelde zich aan zijn afspraken. Uit de RISc komt een hoog gemiddelde kans op recidive naar voren die navenant zal verminderen wanneer veroordeelde abstinent van alcohol blijft en het contact met de AFPN zal blijven behouden.

De getuige-deskundige [getuige-deskundige] heeft tijdens de zitting het advies bevestigd en nader toegelicht. Zij heeft daarbij aangegeven dat vanuit het "tbs-casusoverleg" binnen de VNN aanvankelijk een verlengingsadvies naar voren kwam, doch dat overleg met de AFPN leidde tot het advies van een onvoorwaardelijke beëindiging van de maatregel.

Het standpunt van het openbaar ministerie

De officier van justitie heeft aangegeven dat er wat hem betreft inhoudelijk geen redenen zijn de terbeschikkingstelling te verlengen. Gelet evenwel op het bepaalde in artikel 509t, lid 2, Sv, dient verlenging plaats te vinden tot 6 november 2014 onder het stellen van de voorwaarden zoals opgenomen in het rapport van de VNN van 5 juni 2014. De veroordeelde mag daarbij toestemming worden verleend zich naar het buitenland te begeven.

Het standpunt van de veroordeelde en zijn raadsman

Veroordeelde en zijn raadsman hebben zich verzet tegen een verlenging van de terbeschikkingstelling. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat de noodzaak van de terbeschikkingstelling er niet meer is en dat verschillende rechtbanken in Nederland, ondanks dat niet was voldaan aan het bepaalde in artikel 509t, lid 2, Sv, toch al diverse malen een terbeschikkingstelling hebben beëindigd.

Het oordeel van de rechtbank

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de door de deskundigen gemaakte inschatting van het recidiverisico de voortduring van de maatregel terbeschikkingstelling niet langer kan rechtvaardigen. Gelet hierop ligt een afwijzing van het verzoek om verlenging van de terbeschikkingstelling per 1 augustus 2014 in de rede. De vraag rijst evenwel of artikel 509t, tweede lid Sv aan afwijzing van een verlenging in de weg staat.

Indien de terbeschikkingstelling van veroordeelde niet wordt verlengd, zal deze eindigen op

31 juli 2014. Het besluit tot beëindiging van de dwangverpleging onder voorwaarden is op 31 oktober 2013 genomen.

Artikel 509t, tweede lid Sv - voor zover hier van belang – bepaalt dat beëindiging van de terbeschikkingstelling niet plaatsvindt dan nadat de verpleging van overheidswege gedurende minimaal een jaar voorwaardelijk beëindigd is geweest. Voorts bepaalt artikel 38 d, tweede lid Sr dat de duur van de terbeschikkingstelling hetzij met een jaar hetzij met twee jaar wordt verlengd.

De rechtbank overweegt dat een strikte en letterlijke toepassing van artikel 509t, tweede lid Sv in samenhang met artikel 38, tweede lid Sr, beëindiging van de terbeschikkingstelling eerst met ingang van 1 augustus 2015 mogelijk lijkt te maken. De rechtbank overweegt evenwel dat de situatie waarin veroordeelde sinds 1 augustus 2013 verkeert, feitelijk overeenkomt met een situatie waarin de dwangverpleging voorwaardelijk is beëindigd. De rechtbank heeft haar beslissing van 1 augustus 2013 in belangrijke mate gebaseerd op het toenmalige advies van het Pieter Baan Centrum strekkende tot een onvoorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling. De rechtbank heeft ook reeds op 1 augustus 2013 de reclassering opdracht gegeven te rapporteren over de op te leggen voorwaarden in geval van een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging en de rechtbank te adviseren over de termijn waarbinnen een en ander gerealiseerd kan worden. Onder deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de termijn van één jaar zoals bedoeld in artikel 509t, tweede lid Sv is beginnen te lopen op 1 augustus 2013, zodat een beëindiging van de terbeschikkingstelling in overeenstemming met dit artikel is. In dit verband wijst de rechtbank nog op artikel 509q, eerste lid Sv, waarin eveneens voor de termijn van de terbeschikkingstelling niet wordt uitgegaan van de datum van de vorige beschikking maar van de datum van afloop van de voorgaande termijn. Tot slot is de rechtbank van oordeel dat een verlenging van de terbeschikkingstelling tot 1 augustus 2015 geen enkel materieel doel dient.

De rechtbank is van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen vereist dat de termijn van terbeschikkingstelling van veroordeelde wordt verlengd. De vordering van de officier van justitie zal daarom worden afgewezen.

Beslissing

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie af.

Deze uitspraak is aldus gegeven door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mrs. M.A.A. van Capelle en S. Zwerwer, rechters, bijgestaan door W. Brandsma, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2014.