Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:3666

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-07-2014
Datum publicatie
25-07-2014
Zaaknummer
587188 CV EXPL 13-5901
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De advocaat die met beide partijen een convenant heeft opgesteld in verband met een ingesteld echtscheidingsverzoek, komt verschoningsrecht toe ter zake van het besprokene voor zover daaromtrent geen overeenstemming is bereikt

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2014-0202
Prg. 2014/235

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND


Afdeling Privaatrecht

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 587188 CV EXPL 13-5901

Vonnis d.d. 16 juli 2014

inzake

[eiseres]

wonende te [adres]

eiser in conventie, gedaagde in reconventie,

hierna de man te noemen,

gemachtigde mr. L.A.A. Ongenae, advocaat te Paterswolde,

tegen

[gedaagde]

wonende te [adres]

gedaagde in conventie, eiseres in reconventie,

hierna de vrouw te noemen,

gemachtigde voorheen mr. K.I.M. Bos, advocaat te Groningen, thans mr. Y. Schippers, advocaat te Groningen.

PROCESGANG

Op 12 juni 2014 heeft naar aanleiding van het tussenvonnis van 26 maart 2014 aan de zijde van de man een getuigenverhoor plaatsgevonden.

De kantonrechter heeft tijdens die zitting bepaald dat hij zich zal uitlaten over het door een van de opgeroepen getuigen gedane beroep op haar verschoningsrecht.

Het vonnis is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

De man en de vrouw hebben in het jaar 2002 in verband met hun voornemen te scheiden de hulp ingeroepen van mr. Wagenaar. Deze advocaat heeft met partijen een convenant besproken, waarin zij zich beiden hebben kunnen vinden. In dat stuk verlenen partijen elkaar na uitvoering van de vastgelegde afspraken over en weer “finale kwijting”. Partijen hebben in oktober 2002 het convenant getekend en de advocaat heeft onder verwijzing daarnaar het echtscheidingsverzoek ingediend. De echtscheiding is door inschrijving van de beschikking van de rechtbank in december 2002 een feit geworden.

Jaren na de algehele uitvoering van het convenant is de man, op grond van door hem opgediepte stukken uit de tijd van de echtscheiding, zich op het standpunt gaan stellen dat hij nog een bedrag van € 15.882,31 van de vrouw tegoed heeft. Hij stelt dat de vrouw zich indertijd ten kantore van de advocaat dat bedrag (wegens overbedeling op een bepaald onderdeel) schuldig heeft verklaard, maar dat door een omissie van de advocaat deze schuld buiten het convenant is gebleven. De man stelt dat de advocaat ter zake van de betreffende vordering een door de vrouw te ondertekenen schuldbekentenis heeft opgemaakt; hij zelf beschikt evenwel slechts over een ongetekend exemplaar van dit stuk. De man vordert thans veroordeling van de vrouw om hem te voldoen € 15.882,31.

De vrouw ontkent dat zij indertijd een vorderingsrecht van de man heeft erkend; de tekst van het convenant geeft alle afspraken van partijen weer, zo stelt zij.

Door de werking van een opschortende voorwaarde en de uitwerking van een stuitingshandeling, is de vordering van de man, indien deze bestaat, nog niet verjaard, zo heeft de kantonrechter in het tussenvonnis van 26 maart 2014 geoordeeld. In dat vonnis is beslist dat de man zal mogen bewijzen feiten en omstandigheden waaruit de conclusie kan worden getrokken dat de vrouw het eerdergenoemde bedrag aan hem dient te betalen.

De man heeft (naast zichzelf als partijgetuige) mr. Wagenaar als getuige opgeroepen.

Ter gelegenheid van het getuigenverhoor is gebleken dat de vrouw mr. Wagenaar niet wenst te ontslaan uit haar geheimhoudingsplicht. Onder verwijzing hiernaar heeft deze advocaat zich vervolgens beroepen op haar verschoningsrecht.

Omtrent de gegrondheid van het beroep op een verschoningsrecht overweegt de kantonrechter als volgt.

De Hoge Raad heeft zich in arresten van 25 september 1992, NJ 1993/467 en 13 januari 2006, NJ 2006/480 uitgelaten over de verschoningsrecht van een notaris in situaties dat twee partijen van diens diensten gebruik maken om een bepaald resultaat te bereiken en er ten overstaan van de notaris onderhandelingen hebben plaatsgevonden. De positie van een advocaat die twee echtelieden bijstaat bij de verwezenlijking van hun echtscheidingsplannen is zodanig overeenkomend met die van bedoelde notaris, dat er naar het oordeel van de kantonrechter aanleiding is de aangehaalde arresten ‘een op een’ te vertalen naar deze advocaat.

In genoemde arresten heeft de Hoge Raad geoordeeld (kort weergegeven) dat er geen verschoningsrecht bestaat in het geval dat de onderhandelingen van partijen tot overeenstemming hebben geleid, alsmede (behoudens enkele uitzonderingen) in het geval dat partijen aan de notaris mededelingen hebben gedaan ten behoeve van de vastlegging van hun afspraken. Er bestaat daarentegen wel een verschoningsrecht als tussen de onderhandelende partijen geen overeenstemming is bereikt.

In de nu voorliggende zaak is het twistpunt of er in 2002 wat betreft het bedrag van € 15.882,31 overeenstemming is ontstaan tussen man en vrouw. Voor wat betreft de beoordeling van de gegrondheid van het beroep op het verschoningsrecht moet de casuspositie aldus worden beschreven dat tussen de onderhandelende partijen man en vrouw geen overeenstemming was bereikt; het bestaan van die overeenstemming moet immers juist nog worden bewezen.

Uit de aangehaalde jurisprudentie van de Hoge Raad volgt, dat de advocaat in deze casuspositie een beroep op het verschoningsrecht kan doen. Nu mr. Wagenaar dat gedaan heeft, de rechter de afweging van de getuige slechts marginaal kan toetsen en de kantonrechter niet gebleken is van enigerlei feiten of omstandigheden die dit beroep niet zouden rechtvaardigen, moet het gedane beroep worden gerespecteerd.

De omstandigheid dat de man tegen deze beslissing hoger beroep kan instellen, vormt geen beletsel het getuigenverhoor (hier: in contra-enquête) voort te zetten.

Derhalve wordt beslist als volgt.

BESLISSING

De kantonrechter:

verklaart het door mr. Wagenaar gedane beroep op een verschoningsrecht gegrond;

verwijst de zaak naar de rol van 13 augustus 2014 voor uitlating contra-enquête aan de zijde van de vrouw;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. W. Dijkers, kantonrechter, en op 16 juli 2014 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.