Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:3361

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-07-2014
Datum publicatie
10-07-2014
Zaaknummer
18/850472-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onttrekking aan het wettig gezag en verkrachting van twee zeer jeugdige slachtoffers. Poging (via internet) tot verleiding minderjarige tot plegen of dulden van ontuchtige handelingen. Gevangenisstraf voor de duur van negen jaar.

Wetboek van Strafrecht artikelen 242, 248a en 279.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 242, 279, 248a, geldigheid: 2014-07-10
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummers 18/850472-13 en 18/670358-12 (gevoegd ter terechtzitting)

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

10 juli 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum verdachte] te [geboorteplaats verdachte],

thans preventief gedetineerd in de P.I. Veenhuizen te Veenhuizen.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

11 april 2013, 17 maart 2014, 5 juni 2014 en 26 juni 2014.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. K.M.S. Bal, advocaat te Utrecht.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. R.J. Wildeman.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 18/850472-13

1.

hij op of omstreeks 13 oktober 2013 in de gemeente(n) Delfzijl en/of

Appingedam, althans in het arrondissement Noord-Nederland, door geweld of een

andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of een andere

feitelijkheid [Slachtoffer 2] (geboren op[geboortedatum]) heeft gedwongen tot

het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en)

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Slachtoffer 2], hebbende

verdachte

- zijn penis in de mond van die [Slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

- de vagina van die [Slachtoffer 2] betast,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [Slachtoffer 2], die buiten aan het spelen was, heeft bevolen in de door hem

bestuurde auto plaats te nemen en/of

- met die [Slachtoffer 2] in de auto is weggereden en/of

- die [Slachtoffer 2] heeft bevolen zijn penis in haar mond te nemen en/of

- dreigend tegen die [Slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij boos zou worden als zij

niet zou doen wat hij zei, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of psychische overwicht op die

[Slachtoffer 2]

en/of (aldus) voor die [Slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 13 oktober 2013 in de gemeente(n) Delfzijl en/of

Appingedam, althans in het arrondissement Noord-Nederland, met [Slachtoffer 2],

geboren op[geboortedatum], die aldus beneden de leeftijd van twaalf jaren

was, (een) handeling(en) heeft gepleegd die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Slachtoffer 2],

hebbende verdachte

- zijn penis in de mond van die [Slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

- de vagina van die [Slachtoffer 2] betast;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 13 oktober 2013 in de gemeente(n) Delfzijl en/of

Appingedam, althans in het arrondissement Noord-Nederland, door geweld of

(een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) [Slachtoffer 2] (geboren op[geboortedatum]) heeft gedwongen

tot het plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), hebbende

verdachte

- zijn penis tegen de mond/het gezicht van die [Slachtoffer 2] geduwd/gebracht en/of

- de vagina van die [Slachtoffer 2] betast,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [Slachtoffer 2], die buiten aan het spelen was, heeft bevolen in de door hem

bestuurde auto plaats te nemen en/of

- met die [Slachtoffer 2] in de auto is weggereden en/of

- dreigend tegen die [Slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij boos zou worden als zij

niet zou doen wat hij zei, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of psychische overwicht op die

[Slachtoffer 2]

en/of (aldus) voor die [Slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op of omstreeks 13 oktober 2013 in de gemeente(n) Delfzijl en/of

Appingedam, althans in het arrondissement Noord-Nederland, opzettelijk de

minderjarige [Slachtoffer 2], geboren op[geboortedatum], die aldus beneden de

twaalf jaren oud was, heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag

of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefende,

terwijl bij vorenomschreven feit list, geweld en/of bedreiging met geweld is

gebezigd, hierin bestaande dat verdachte buiten medeweten en/of zonder

toestemming van die gezaguitoefenaar(s) die [Slachtoffer 2], die buiten aan het

spelen was, heeft bevolen in de door hem bestuurde auto plaats te nemen, en

vervolgens met die [Slachtoffer 2] in de auto is weggereden uit de woonplaats waarin

zij aan het spelen was geweest, in ieder geval is verdachte met die [Slachtoffer 2]

naar een aan die gezaguitoefenaar(s) onbekende locatie gereden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 13 oktober 2013 in de gemeente(n) Delfzijl en/of

Appingedam, althans in het arrondissement Noord-Nederland, opzettelijk [Slachtoffer 2]

[Slachtoffer 2] (geboren op[geboortedatum]) wederrechtelijk van de vrijheid heeft

beroofd en/of beroofd heeft gehouden, hierin bestaande dat verdachte die

[Slachtoffer 2], die buiten aan het spelen was, heeft bevolen in de door hem

bestuurde auto plaats te nemen en vervolgens met die [Slachtoffer 2] in de auto is

weggereden uit de woonplaats waarin zij aan het spelen was geweest, haar

belettende die auto te verlaten;

3.

hij op of omstreeks 15 mei 2011 in de gemeente Stadskanaal, althans in

Nederland, door geweld of een andere feitelijkheid en/of door bedreiging met

geweld of een andere feitelijkheid [Slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum])

heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit

of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die

[Slachtoffer 1], hebbende verdachte

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [Slachtoffer 1] geduwd/gebracht

en/of

- aan de vagina van die [Slachtoffer 1] gelikt en/of

- de vagina van die [Slachtoffer 1] betast,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [Slachtoffer 1], die buiten aan het spelen was, heeft vastgepakt en haar in

de door hem bestuurde auto heeft geplaatst en/of

- met die [Slachtoffer 1] in de auto is weggereden en/of

- dreigend tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij een geheim mes had en/of dat

hij met dat mes haar hart eruit zou halen als zij niet naar hem zou

luisteren, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [Slachtoffer 1] (gedeeltelijk) van de door haar gedragen kleding heeft

ontdaan en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of psychische overwicht op die

[Slachtoffer 1]

en/of (aldus) voor die [Slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 15 mei 2011 in de gemeente Stadskanaal, althans in

Nederland, met [Slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], die aldus beneden de

leeftijd van twaalf jaren was, (een) handeling(en) heeft gepleegd die

bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [Slachtoffer 1], hebbende verdachte

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [Slachtoffer 1] geduwd/gebracht

en/of

- aan de vagina van die [Slachtoffer 1] gelikt en/of

- de vagina van die [Slachtoffer 1] betast;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 15 mei 2011 in de gemeente Stadskanaal, althans in

Nederland, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging

met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [Slachtoffer 1] (geboren op

[geboortedatum]) heeft gedwongen tot het plegen en/of dulden van een of meer

ontuchtige handeling(en), hebbende verdachte

- aan de vagina van die [Slachtoffer 1] gelikt en/of

- de vagina van die [Slachtoffer 1] betast,

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [Slachtoffer 1], die buiten aan het spelen was, heeft vastgepakt en haar in

de door hem bestuurde auto heeft geplaatst en/of

- met die [Slachtoffer 1] in de auto is weggereden en/of

- dreigend tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij een geheim mes had en/of dat

hij met dat mes haar hart eruit zou halen als zij niet naar hem zou

luisteren, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- die [Slachtoffer 1] (gedeeltelijk) van de door haar gedragen kleding heeft

ontdaan en/of

- gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of psychische overwicht op die

[Slachtoffer 1]

en/of (aldus) voor die [Slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

4.

hij op of omstreeks 15 mei 2011 in de gemeente Stadskanaal, althans in

Nederland, opzettelijk de minderjarige [Slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum]

[geboortedatum], die aldus beneden de twaalf jaren oud was, heeft onttrokken aan het

wettig over haar gesteld gezag of aan het opzicht van degene die dit

desbevoegd over haar uitoefende,

terwijl bij vorenomschreven feit list, geweld en/of bedreiging met geweld is

gebezigd, hierin bestaande dat verdachte buiten medeweten en/of zonder

toestemming van die gezaguitoefenaar(s) die [Slachtoffer 1], die buiten aan het spelen

was, heeft vastgepakt en haar in de door hem bestuurde auto heeft geplaatst,

en vervolgens met die [Slachtoffer 1] in de auto is weggereden naar een aan die

gezaguitoefenaar(s) onbekende locatie;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 15 mei 2011 in de gemeente Stadskanaal, althans in

Nederland, opzettelijk [Slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum])

wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd heeft gehouden,

hierin bestaande dat verdachte die [Slachtoffer 1], die buiten aan het spelen was,

heeft vastgepakt en haar in de door hem bestuurde auto heeft geplaatst en

vervolgens met die [Slachtoffer 1] in de auto is weggereden naar een aan haar

onbekende locatie, haar belettende die auto te verlaten;

Parketnummer 18/670358-12

1.

hij op of omstreeks 10 juni 2011 in de gemeente Stadskanaal, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door giften en/of beloften van geld en/of goed en/of misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en/of door misleiding [Slachtoffer 3], geboren [geboortedatum], waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te

bewegen ontuchtige handelingen te plegen en/of zodanige handelingen van verdachte te dulden met behulp van een computer via het internet een chatgesprek/schriftelijk gesprek heeft gevoerd met die [Slachtoffer 3] en daarin aan die [Slachtoffer 3] heeft gevraagd of ze wel eens een piemel had gezien en/of of ze daar wel eens aan zou willen zitten en, toen op enig moment zonder dat verdachte het wist de rol van die [Slachtoffer 3] was overgenomen door haar vader, aan haar (vader) heeft gevraagd of zij al tietjes had en/of tegen haar (vader) heeft 'gezegd' dat verdachte wel met haar, [Slachtoffer 3], wilde neuken en/of iets met seks wilde voor 50 en/of 100 euro en/of dat hij [Slachtoffer 3] ergens wilde ophalen en door wilde rijden naar een bos en het daar met haar wilde/zou doen en/of dat hij de eerste keer een beetje wilde voelen en/of kijken en/of aan haar (vader) heeft gevraagd wat foto's van haar (in pyjama) te maken waarbij zij een beetje met haar beentjes wijd moest gaan zitten en/of een strak hemdje aan moest doen zodat verdachte haar tietjes een beetje zou zien, en hem vervolgens die foto's toe te sturen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 10 juni 2011 in de gemeente Stadskanaal, althans in Nederland, opzettelijk, op een niet openbare plaats, te weten de woning waarin [Slachtoffer 3] en/of haar vader [Aangever 3] woonachtig en aanwezig waren/was, de eerbaarheid heeft geschonden van die [Slachtoffer 3] en/of die [Aangever 3], terwijl die [Aangever 3] en/of die [Slachtoffer 3] daarbij zijns/haars/huns ondanks tegenwoordig was/waren, hierin bestaande dat verdachte met behulp van een computer via het internet een chatgesprek/schriftelijk gesprek heeft gevoerd met die [Slachtoffer 3] en daarin aan die [Slachtoffer 3] heeft gevraagd of ze wel eens een piemel had gezien en/of of ze daar wel eens aan zou willen zitten en, toen op enig moment zonder dat verdachte het wist de rol van die [Slachtoffer 3] was overgenomen door haar vader, aan haar (vader) heeft gevraagd of zij al tietjes had en/of tegen haar (vader) heeft 'gezegd' dat verdachte wel met haar, [Slachtoffer 3], wilde neuken en/of iets met seks wilde voor 50 en/of 100 euro en/of dat hij [Slachtoffer 3] ergens wilde ophalen en door wilde rijden naar een bos en het daar met haar wilde/zou doen en/of dat

hij de eerste keer een beetje wilde voelen en/of kijken en/of aan haar (vader) heeft gevraagd wat foto's van haar (in pyjama) te maken waarbij zij een beetje met haar beentjes wijd moest gaan zitten en/of een strak hemdje aan moest doen zodat verdachte haar tietjes een beetje zou zien, en hem vervolgens die foto's toe te sturen;

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot en met 17 februari 2012

in de gemeente Bellingwedde, althans in Nederland, één of meermalen (telkens)

een (aantal) afbeelding(en), te weten 33 foto('s) en/of 2 film(s) en/of (een)

gegevensdrager(s) bevattende (een) afbeelding(en),

- heeft verspreid en/of

- heeft aangeboden en/of

- heeft openlijk tentoon heeft gesteld en/of

- heeft vervaardigd en/of

- heeft ingevoerd en/of

- heeft doorgevoerd en/of

- heeft uitgevoerd en/of

- heeft verworven en/of

- in bezit heeft gehad en/of

heeft verdachte zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met

gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang tot die afbeelding(en)

verschaft,

terwijl op die afbeelding(en) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar

was/waren, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van

achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedraging(en) bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren (met de penis en/of (een)

vinger(s) en/of de tong en/of een voorwerp) van het lichaam van een persoon

die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt door

zichzelf of door een andere persoon en/of van het lichaam van een andere

persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet

heeft bereikt

en/of

het betasten en/of aanraken van geslachtsdelen en/of billen en/of borsten van

en/of door een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet

heeft bereikt

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die

kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, waarbij die

persoon gekleed en/of opgemaakt is op een manier die niet past bij de

leeftijd van die persoon en/of in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en)

en/of in (een) (erotisch getinte) houding(en) poseert die niet passen/past bij

de leeftijd van die persoon en/of waarbij die persoon zich in opeenvolgende

afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet

en/of waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van die persoon en/of de uitsnede van de

afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld

gebracht worden,

en (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

en/of

het masturberen boven/bij en/of ejaculeren op/bij het lichaam van een persoon

die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt

en/of

het houden van een (stijve) penis bij/naast het gezicht/lichaam van een

persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt (al

dan niet terwijl op dat gezicht/lichaam een op sperma gelijkende substantie

zichtbaar is), en (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele strekking heeft

en/of strekt tot seksuele prikkeling

van welk(e) misdrijf/misdrijven verdachte een gewoonte heeft gemaakt.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder parketnummer 18/850472-13 onder 1, 2, 3 en 4, telkens primair ten laste gelegde en het onder parketnummer 18/670358-12

1. primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Van het onder parketnummer 18/670358-12 onder 2 ten laste gelegde moet verdachte worden vrijgesproken.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit van het onder parketnummer 18/850472-13 onder

1. primair, 1 subsidiair, 3 primair en 3 subsidiair ten laste gelegde. Voor deze ten laste gelegde feiten is er geen wettig bewijs, nu het ten laste gelegde seksueel binnendringen slechts blijkt uit de verklaringen van [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1] en geen steun vindt in andere bewijsmiddelen. Dat is in strijd met het unus testis nullus testis beginsel, zoals neergelegd in artikel 342 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (Sv). Daarnaast is er voor deze ten laste gelegde feiten geen overtuigend bewijs, nu niet valt uit te sluiten dat er sprake is van inplanting van suggestie bij de door [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1] afgelegde verklaringen.

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/850472-13 onder 1 meer subsidiair en 3 meer subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, onder aanvoering dat partiële vrijspraak dient te volgen van het ten aanzien van 1 meer subsidiair vermelde onder het eerste gedachtestreepje alsmede van de omschreven bedreiging met geweld in het 3 meer subsidiair ten laste gelegde.

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/850472-13 onder 2 primair en 4 primair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat er in deze zaken geen sprake is van onttrekking van minderjarigen aan het wettig gezag. Artikel 279 Wetboek van Strafrecht (Sr) ziet vooral op onttrekking aan het gezag van een minderjarige in de familiaire sfeer. Daarnaast is er opzet vereist op de minderjarigheid van de onttrokken minderjarige én op de wettigheid van het gezag, hetgeen in casu ontbreekt.

De raadsvrouw heeft ten aanzien van het onder parketnummer 18/670358-12 onder 1 primair het volgende aangevoerd. Uit het dossier blijkt dat de chatgesprekken zijn gevoerd met de vader van de minderjarige.

Nu de minderjarigheid van het slachtoffer een vereiste is om tot een bewezenverklaring van artikel 248a Sr te komen, is er geen wettig en overtuigend bewijs voor het primair ten laste gelegde. Bovendien is niet komen vast te staan vanaf welk IP-adres de chatgesprekken zijn gevoerd. Verdachte meent dan ook dat hij valselijk wordt beschuldigd dit feit te hebben gepleegd. Verdachte moet van het onder parketnummer 18/670358-12 onder 1 primair ten laste gelegde worden vrijgesproken.

Ook van het onder parketnummer 18/670358-12 onder 1 subsidiair en 2 ten laste gelegde moet verdachte worden vrijgesproken, bij gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs.

Beoordeling van het bewijs

Vrijspraak van het onder parketnummer 18/670358-12 onder 2 ten laste gelegde

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/670358-12 onder 2 ten laste gelegde heeft de verdediging aangevoerd dat de kinderpornografische afbeeldingen en films buiten de wil van verdachte op zijn computer terecht zijn gekomen. Toen verdachte hiervan kennis nam, heeft hij direct alle kinderporno van zijn computer verwijderd. De rechtbank overweegt met betrekking tot dit verweer dat de juistheid ervan niet kan worden uitgesloten, nu de kinderporno op de computer van verdachte is aangetroffen in de deleted files en er in het dossier geen aanknopingspunten zijn te vinden die erop duiden dat verdachte op enig moment een zekere beschikkingsmacht over de kinderporno heeft gehad. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het hem onder parketnummer 18/670358-12 onder 2 ten laste gelegde.

De rechtbank past bij de beoordeling de volgende bewijsmiddelen toe.

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/850472-13 onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 15 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [Aangever 2]mede namens [Slachtoffer 2], bijlage 7.1:

Ik doe aangifte namens [Slachtoffer 2], geboren op[geboortedatum]. Mijn vrouw en ik zijn de ouders van [Slachtoffer 2]. Op 13 oktober 2013 werd ik door mevrouw [Getuige 1] gebeld. Zij vroeg of ik de pappa van [Slachtoffer 2] was en of ik [Slachtoffer 2] kwijt was. Ik zei dat dat zo was. Ze vertelde dat [Slachtoffer 2] bij haar in Appingedam was.

Ik vroeg [Slachtoffer 2] waar ze was geweest. [Slachtoffer 2] vertelde dat ze met een meneer was meegereden. Ik heb toen gevraagd wat die meneer met haar had gedaan. [Slachtoffer 2] zei toen: "Hij heeft naar mijn plassertje gekeken en aan mijn plassertje gekriebeld ". Ik heb toen gevraagd hoe die man eruit zag. [Slachtoffer 2] zei toen: "Een kale meneer in een zwarte auto".

Later zei [Slachtoffer 2] ineens: "Oh, ja er is nog meer gebeurd, met het hoofd op de kop tegen het stuur en hij hield mijn hoofd vast". Ik heb toen gezegd: "lieverd je mag alles aan pappa vertellen, ik word niet boos, vertel het maar". [Slachtoffer 2] zei toen: "dat mag niet van die meneer want dan wordt die meneer boos". [Slachtoffer 2] zei toen uit zichzelf: "Ik moest ook die meneer zijn piemel in de mond doen, en ik moest ook doorslikken."

Een proces-verbaal verhoor aangever, documentcode A-001-02, d.d. 8 november 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van J. [Slachtoffer 2], bijlage 7.2:

Afgelopen woensdag vertelde [Slachtoffer 2] mij dat ze de piemel van die meneer in haar mond moest doen, anders werd die meneer heel boos.

Een proces-verbaal van bevindingen, nummer 01MWR13011 d.d. 22 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, inhoudende zakelijk weergegeven een samenvatting van een AVR-verhoor van slachtoffer

[Slachtoffer 2], bijlage 7.6:

Ik hoor dat de verhoorder aan [Slachtoffer 2] vraagt: "wat is er dan gebeurd gister, was er iets bijzonders?". lk hoor dat [Slachtoffer 2] zegt: "gewoon niks", en kort hierop: "maar gisteren was er wel iets met mij gebeurd". lk hoor de verhoorder zeggen "oke, wat is er gebeurd?". lk hoor [Slachtoffer 2] zeggen: "Toen ik gisteren met een meneer mee moest in de auto, toen die naar mijn plassertje gingen kijken en kriebelen. En toen moest ik ook de piemel in mijn mondje doen, in mijn mondje doen helemaal."

lk hoor de verhoorder zeggen: "en vertel daar eens alles over, dat je met die meneer mee moest." lk hoor [Slachtoffer 2] zeggen: "ik kwam die meneer tegen".

lk hoor de verhoorder vragen: "maar hoe was die meneer daar? Met de fiets, met de auto, met de bus..?". lk hoor [Slachtoffer 2] snel onderbreken en zeggen: "auto!".

lk hoor de verhoorder zeggen: "hoe wist je dat je met die meneer mee moest?" Ik hoor [Slachtoffer 2] zeggen: "dat weet ik niet meer". lk hoor de verhoorder zeggen: "en waar ging je met die meneer mee naar toe?", ik hoor [Slachtoffer 2] zeggen: "ergens heen", en de verhoorder hierop: "en hoe gingen jullie ergens heen? Lopen? Of met de auto? Of op de fiets?, Ik hoor [Slachtoffer 2] zeggen: "met de auto", en kort hierop: "maar toen stond mijn skelter in de weg". lk hoor de verhoorder zeggen: "en in de auto..?" en [Slachtoffer 2] hierop: "en toen mocht ik zo maar zonder gordel". lk hoor de verhoorder zeggen: "en waar zat jij in die auto?" en [Slachtoffer 2] hierop: "naast die meneer". lk hoor de verhoorder zeggen om 10:32 uur: "en waar waren jullie toen? In de auto, uit de auto..?" ik hoor [Slachtoffer 2] zeggen: "in de auto".

lk hoor de verhoorder vervolgens zeggen: "en hoe komt het dat die meneer bij jouw plassertje kon komen?" en [Slachtoffer 2] hierop: en weetje we waren in een zwarte auto".

lk hoor de verhoorder zeggen "wat was er zwart aan de auto?" en [Slachtoffer 2] hierop: "de auto". En de verhoorder hierop "en wanneer zag je dat de auto zwart was?" [Slachtoffer 2]: "uhm gister".

lk hoor de verhoorder daarna zeggen "en hoe vaak is dat geweest dat je met die meneer in de auto bent geweest?". lk hoor [Slachtoffer 2] zeggen "één keer".

Om 10:38 uur hoor ik de verhoorder aan [Slachtoffer 2] vragen: "hey maar die meneer ging aan jouw plassertje zitten, waarmee ging hij aan jouw plassertje zitten?" lk hoor [Slachtoffer 2] zeggen: "uhm,

met zijn hand". lk hoor de verhoorder daarna vragen: "en wat deed hij precies met zijn hand?" waarop [Slachtoffer 2] zegt: "kriebelen aan mijn plassertje". lk hoor de verhoorder vragen aan [Slachtoffer 2]: "en kan jij dat voordoen hoe die meneer dat deed met zijn hand?" Ik hoor [Slachtoffer 2] zeggen "ja", en ik zie dat [Slachtoffer 2] opstaat van haar stoel en met haar rechterhand over haar kruis wrijft.

Om 10:40 uur hoor ik de verhoorder zeggen tegen [Slachtoffer 2]: "en jij zei, ik moest de piemel in mijn mond". [Slachtoffer 2]: "ja" Verhoorder: "wie zijn piemel?" [Slachtoffer 2]: "uh, van die meneer" Verhoorder: "en hoe wist jij dat je die piemel in je mond moest?" [Slachtoffer 2]: "dat weet ik niet". En daarna hoor ik [Slachtoffer 2] zeggen: "hoe groot die was, zo moest ik die er in doen, hoe groot die was". lk hoor de verhoorder zeggen: "dat snap ik niet helemaal, hoe groot wat was?" [Slachtoffer 2]: "hoe groot die piemel was".

lk hoor de verhoorder vervolgens zeggen: "had die meneer geen kleren aan?" [Slachtoffer 2]: "ja maar hij ging z'n broek dan naar beneden doen" Verhoorder: "en wat zag jij toen, toen hij de broek naar beneden deed?" [Slachtoffer 2]: "piemel" Verhoorder: "en hoe zag die piemel er uit?" [Slachtoffer 2]: "zo groot" en ik zie [Slachtoffer 2] bij deze woorden haar linker arm helemaal omhoog strekken. lk hoor de verhoorder vervolgens vragen: "en wat deed jij toen?" [Slachtoffer 2]: "niks" Verhoorder: "en wat deed die meneer toen?" [Slachtoffer 2]: "niks" verhoorder: "en jij moest de piemel in de mond, hoe gaat dat dan?" lk zie [Slachtoffer 2] hierbij `ja' knikken en ik zie dat [Slachtoffer 2] haar hoofd naar voren beweegt, richting de verhoorder tegenover haar, en ik zie [Slachtoffer 2] haar mond openen en een `hap' beweging maakt. lk hoor dat [Slachtoffer 2] bij deze beweging zegt: "uh zo".

lk hoor [Slachtoffer 2] na de beweging zeggen: "en dan moest ik ook doorslikken". lk hoor de verhoorder zeggen "en hoe weet je dan dat je moet doorslikken?" [Slachtoffer 2]: "dat weet ik niet." Verhoorder: "zegt die meneer dan ook wat tegen jou?" [Slachtoffer 2]: "nee". lk hoor de verhoorder bovenstaande verklaring van [Slachtoffer 2] samenvatten. lk zie [Slachtoffer 2] hierbij regelmatig knikken.

lk hoor verhoorder om 10:44 uur vragen: "en hoe kon je dan bij die piemel komen?" [Slachtoffer 2]: "dat weet ik niet... en toen moest ik heel dichtbij die piemel liggen" Verhoorder: "en waar had jij je handjes toen je heel dicht bij die piemel moest liggen?" [Slachtoffer 2]: "dat weet ik niet" Verhoorder: "en waar had die meneer zijn handen toen?" [Slachtoffer 2]: "in zijn piemel".

[Slachtoffer 2]: "rijden". Verhoorder: "begrijp ik het goed dat als die meneer aan jouw plassertje kriebelt en jij de piemel in de mond doet dat jullie dan aan het rijden zijn?" [Slachtoffer 2]: "ja". lk hoor verhoorder vervolgens vragen aan [Slachtoffer 2]: "en als je uit de auto kijkt, wat zie je dan?" [Slachtoffer 2]: "niks." Verhoorder: "en hoe komt het dan dat je niks ziet?" [Slachtoffer 2]: "omdat ik zijn piemel in de mond moest doen." Verhoorder: "en voordat je de piemel in je mond moest doen, wat zag je toen?" [Slachtoffer 2]: "dat weet ik niet, alleen zijn piemel." Verhoorder: "en heb je nog iets anders in de auto gezien?" [Slachtoffer 2]: "nee, helemaal niets".

Om 11:04 uur hoor ik verhoorder vragen: "en hoe stopte dat, dat jij de piemel in de mond moest?", waarop ik [Slachtoffer 2] hoor antwoorden: "als ik dat niet doet, dan wordt die meneer boos" en verhoorder: "en hoe weet jij dat, dat die meneer dan boos wordt als je dat niet doet?" [Slachtoffer 2]: "omdat die meneer dat zei." Verhoorder: "en wat zei die meneer dan tegen jou?" [Slachtoffer 2]: "dat ik dat wel moest doen" verhoorder: "en hoe stopte dat, dat jij die piemel in de mond had?" [Slachtoffer 2]: "niet leuk".

Proces-verbaal van verhoor getuige, nummer 2013107596-8, gesloten op 14 oktober 2013, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van[Getuige 2], bijlage 8.24:

Op zondag 13 oktober, omstreeks 16.15 uur liet ik mijn hond uit. Ik liep over de Wieger van den Bosstraat. Ongeveer halverwege de straat zag ik een meisje snikken. Ik hoorde dat ze naar huis wilde en maar dat ze niet wist hoe ze thuis moest komen. Ik hoorde dat ze mij vertelde dat ze dat ze woonde aan de [adres] in Delfzijl. Ze vertelde mij dat ze van haar achternaam [Slachtoffer 2] heette. Het meisje vertelde dat ze met die man mee moest gaan. Ik hoorde dat ze mij vertelde dat ze bij deze man in de auto moest gaan zitten. Ik vroeg aan het meisje of die man nog wat tegen haar had gezegd. Ik hoorde haar zeggen dat hij aan haar plassertje had gezeten en of daar aan had gekieteld.

Een overig schriftelijk bescheid, zijn een rapport van het NFI d.d. 27 november 2013, opgenomen in voornoemd dossier in bijlage 12.2, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Onderbroek AAFR6516NL

Bemonsteringen AAFR6516NL#01 tot en met #06. Van het DNA in de bemonsteringen AAFR6516NL#01 tot en met #06 van de onderbroek zijn DNA-mengprofielen verkregen waarin DNA-kenmerken zichtbaar zijn van (minimaal) twee personen. Het DNA-profiel van het slachtoffer [Slachtoffer 2] RAAR3293NL matcht met deze DNA-mengprofielen. Vanwege deze matches en omdat het bemonsteringen van de onderbroek van het slachtoffer betreffen, wordt aangenomen dat een deel van het celmateriaal in deze bemonsteringen afkomstig is van het slachtoffer zelf. Onder deze aanname en onder de aanname dat de bemonstering celmateriaal bevat van twee personen, is uit het DNA-mengprofiel van het celmateriaal in de bemonstering AAFR6516NL#02 een DNA-profiel van een man afgeleid, onbekende man A. Op basis van het vergelijkend DNA-onderzoek kan worden geconcludeerd dat naast celmateriaal van het slachtoffer [Slachtoffer 2], de bemonsteringen AAFR6516NL#01 tot en met #06 celmateriaal bevatten dat afkomstig kan zijn van dezelfde man, onbekende man A.

Legging AAFR6518NL

Bemonsteringen AAFR6518NL#05 en #06. Van het celmateriaal in de bemonsteringen AAFR6518NL#05 en #06 van de legging zijn DNA-mengprofielen verkregen waarin

DNA-kenmerken zichtbaar zijn van (minimaal) twee personen. De (afgeleide) DNA-profielen van onbekende man A en het slachtoffer [Slachtoffer 2] RAAR3293NL matchen met deze DNA-mengprofielen. Vanwege de match met het DNA-profiel van het slachtoffer en omdat het bemonsteringen van de legging van het slachtoffer betreffen, wordt aangenomen dat een deel van het celmateriaal in deze bemonsteringen afkomstig is van het slachtoffer zelf. Op basis van het vergelijkend DNA-onderzoek kan worden geconcludeerd, dat naast celmateriaal van het slachtoffer [Slachtoffer 2], de bemonsteringen AAFR6518NL#05 en #06 celmateriaal bevatten dat afkomstig kan zijn van dezelfde man, onbekende man A.

Een overig schriftelijk bescheid, zijn een rapport van het NFI d.d. 6 december 2013, opgenomen in voornoemd dossier in bijlage 12.3, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Uit het vergelijkend DNA-onderzoek wordt geconcludeerd dat het DNA-profiel van de verdachte [verdachte] RABB1802NL matcht met het afgeleide DNA-profiel van bemonstering AAFR6516NL#02 (van de onderbroek van het slachtoffer [Slachtoffer 2]). Dit betekent dat deze bemonsteringen celmateriaal bevatten waarvan een gedeelte afkomstig kan zijn van de verdachte [verdachte]. De berekende frequentie van de afgeleide DNA-(hoofd)profielen is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met de afgeleide DNA-(hoofd)profielen is kleiner dan één op één miljard. De afgeleide DNA-(hoofd)profielen van de bemonstering AAFR6516NL#02 zijn in deskundigenrapporten gekoppeld aan 'onbekende man A'. Dit betekent dat waar deze koppeling gemaakt is, 'onbekende man A' vervangen kan worden door 'verdachte [verdachte]'.

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/850472-13 onder 3 primair en 4 primair ten laste gelegde

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 16 mei 2011, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, inhoudende, zakelijk weergegeven, de verklaring van [Aangever 1] mede namens [Slachtoffer 1], bijlage 13.1

Pleegdatum: zondag 15 mei 2011 tussen 16.30 uur en 17.00 uur.

Ik doe aangifte namens [Slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum]. Ik ben de moeder van [Slachtoffer 1]. Om 17.00 uur kwam een goede vriend van ons, [Getuige 3], [Slachtoffer 1]helemaal overstuur thuisbrengen.

Ze zei tegen mij: "Mama, een vreemde meneer riep mij van kom eens even bij mij. Hij zei wil je met me meegaan." [Slachtoffer 1]vertelde verder tegen mij: "Hij pakte me bij mijn armen en zette mij in de auto. Hij is met mij weggereden. Ergens heen ver weg, waar ik het niet ken. In een bos. Hij heeft mij bedreigd met een geheim mes, dat mes heb ik niet gezien. Hij heeft toen mijn broek en onderbroek naar beneden gegaan. Hij heeft aan mijn plassertje gelikt en stopte een vinger erin. Ik heb heel hard om mijn mama geschreeuwd en het deed heel erg pijn. Daarna is hij weer met mij weggereden en heeft mij bij de gesloten rode brug er weer uitgezet. Ik liep met haar naar boven, naar haar slaapkamer. Ik vroeg aan haar of ik tussen haar benen mocht kijken. Ik zag dat haar vagina heel vurig en rood was. [Slachtoffer 1]wees aan dat ze tegenover de Anne de Vries school in Stadskanaal was opgepikt. Ze was weer afgezet bij de rode brug in Stadskanaal.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 22 mei 2011, opgemaakt in de wettelijke vorm door een daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, inhoudende zakelijk weergegeven, de verklaring van [Slachtoffer 1], bijlage 13.3

Nou ik was uh, ik was door een vreemde meegenomen. En hij had toen met zijn vinger in mijn plassertje gezeten. En die pakte zomaar bij mijn armpjes. En hij duwde mij in de auto.

Nou hij ging met z'n tong doen aan mijn plasser daar heeft ie met zijn vinger in gezeten en dat deed zeer. En hij had ook nog uh, een geheime mes, in de auto.

Omdat ik dat zag want hij deed zo en hij steekte een vinger in de mond en hij ging in mijn plasser doen. Toen ging het heel erg pijn doen en dat vond ik helemaal niet erg leuk.

En ik, en ik had ook nog gehuild want ik wou naar mamma. Ik heb gezegd dat ik naar mamma wou en hij zei: "nee". De vinger in mijn plasser bewoog heel erg. Nou hij had, hij kon, hij deed mijn plasser open en deed zo in mijn gat. Nou hij zei, hij zei alleen dat hij met mijn plasser ging spelen. Toen zei ik, nee niet doen dat wil ik niet, maar hij deed het toch.

Hij ging met zijn tong bij mijn plasser. Hij deed het eerst met de vinger. Die meneer liep uit de auto, pakte me zo op en zette mij in de auto. Hij sleepte mij naar de auto.

Toen zei die dat hij een geheime mes heb en als ik niet naar hem luisterde toen ging hij met de mes mijn hart eruit halen. Dat vertelde hij. Hij, hij ging mij uh, dopen. Hij brengde mij ergens heel vreemd en dat wou ik niet. Ik was daar nog nooit eerder geweest. Toen reed die helemaal terug.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 16 juni 2011, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaar, inhoudende zakelijk weergegeven, de verklaring van [Slachtoffer 2], bijlage 13.4

Hij praatte heel anders, een beetje zo, rrrrr.

Opmerking verbalisant: [Slachtoffer 1]doet hierbij haar vingers op haar keel.

De eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting d.d. 26 juni 2014

De rechtbank neemt waar dat verdachte stottert.

Een overig schriftelijk bescheid, zijn een rapport van het NFI d.d. 30 juni 2011, opgenomen in voornoemd dossier in bijlage 16.6, inhoudende, zakelijk weergegeven:

De slip van het slachtoffer is onderzocht. Op meerdere plaatsen op de slip is een indicatie verkregen op de aanwezigheid van speeksel. Uit de bemonstering komt kort samengevat naar voren dat er een DNA-profiel aanwezig is van het slachtoffer en van een onbekende man. Dit DNA-profiel van de onbekende man is opgenomen in de DNA databank onder nummer AABG4345NL#11.

Een overig schriftelijk bescheid, zijn een rapport van het NFI d.d. 6 december 2013, opgenomen in voornoemd dossier in bijlage 12.3, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Uit het vergelijkend DNA-onderzoek wordt geconcludeerd dat het DNA-profiel van de verdachte [verdachte] RABB1802NL matcht met het afgeleide DNA-hoofdprofiel AABG4345NL#11 (van de onderbroek van het slachtoffer [Slachtoffer 1]; zaak 2011.05.23.008). Dit betekent dat deze bemonsteringen celmateriaal bevatten waarvan een gedeelte afkomstig kan zijn van de verdachte [verdachte]. De berekende frequentie van de afgeleide DNA-(hoofd)profielen is kleiner dan één op één miljard. Ofwel, de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met de afgeleide DNA-(hoofd)profielen is kleiner dan één op één miljard. De afgeleide DNA-(hoofd)profielen van de bemonstering AABG4345NL#11 zijn in deskundigenrapporten gekoppeld aan 'onbekende man A'. Dit betekent dat waar deze koppeling gemaakt is, 'onbekende man A' vervangen kan worden door 'verdachte [verdachte]'.

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/670358-12 onder 1 primair ten laste gelegde

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 29 juni 2011 opgenomen op pagina 124 e.v. van dossier nr. PL01VG 2012061208 d.d. 23 juli 2012, inhoudende de verklaring van [Aangever 3], zakelijk weergegeven:

Ik woon in Stadskanaal. Ik doe aangifte van uitlokking tot het laten plegen van ontuchtige handelingen van mijn minderjarige dochter [Slachtoffer 3]. Op 10 juni 2011 zat mijn dochter op Hyves en wel op ponypark citysite. [Slachtoffer 3] stond voor iedereen zichtbaar op Hyves met haar echte leeftijd. [Slachtoffer 3] had een berichtje gekregen met de vraag: "Mag ik je wat vragen, heb je wel eens een piemel gezien, en zou je daar wel eens aan willen zitten". Mijn vrouw belde mij om 12.30 uur op het werk en ik heb gezegd dat ze de gegevens op de computer moest bewaren. Ik ben om 18.30 uur achter de computer gaan zitten en heb mij uitgegeven voor mijn dochter. De persoon gebruikte de naam Joop Putas. Ik had inmiddels al contact met de politie gehad en het advies gekregen om de man vast te houden.

Ik zei dat ik 13 jaar oud was. De man dwong mij om MSN op te starten doordat hij zei: "Je doet MSN aan en wel nu". Op MSN zag ik de nicknaam "Dopy" staan en het e-mail adres [Emailadres]. De man vroeg of ik al tietjes had. De man zei dat hij naar mij zou toekomen en in het Asserbos wilde afspreken. Ik zou dan 50 euro krijgen. Later zei hij dat hij voor 100 euro met mij wilde neuken. Toen vroeg hij om een foto van tussen de benen.

De man zei van dat hij een foto van tussen de benen wilde. De man deed toen zijn webcam aan. Toen ik de man zag heb ik mijn vrouw geroepen. Zij heeft een videocamera gepakt en ik ben gaan filmen. Ik heb toen opnames van de laptopmonitor gemaakt. Ik heb een USB stick waar alle gesprekken en waar de beelden van de man op staan. Het zijn 2 gesprekken van Hyves, 1 van MSN, 2 foto's en de video-opname. De foto's heb ik zelf ook nog gemaakt.

De foto's heb ik gemaakt vanaf de webcammonitor.

Een overig schriftelijk bescheid genaamd 'Hyves gesprek politie.txt' zijn de een bijlage behorende bij bovengenoemd proces-verbaal van aangifte, opgenomen op pagina 129 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Joop: zou je af en toe ergens met mij willen afspreken? 19:57

Joop: wat zou je durfen voor 50 euro per x 19:59

Joop: durf je iets met sex 20:00

Joop: zou je het durfen af en toe voor 50 euro? 20:02

Joop: en heb jij al wat tietjes? 20:10

Joop: ik haal jou ergens op we rijden naar een bos en daar doen we het

[Slachtoffer 3]: wat wil je doen dan 20:19

Joop: de eerste x beetje voelen kijken

Joop: betaal ik je bij de eerste x 100 euro

Een overig schriftelijk bescheid genaamd 'Msn gesprek politie.txt' zijn de een bijlage behorende bij bovengenoemd proces-verbaal van aangifte, opgenomen op pagina 140 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Dopy zegt: wat heb jij nu eigenlijk aan

[Slachtoffer 3] zegt: rose pyjama

Dopy zegt: leuk, mag ik eens zien?

Dopy zegt: je kunt me ja wel een foto sturen

Dopy zegt: oke je moet wel een beetje met je beetjes wijd gaan zitten he? en doe een strakke hempje aan zodat ik je tietjes aan beetje zie goed?

Dopy zegt: waar blijft me foto

Dopy zegt: ik zeg ja als je nu doet wat ik zeg krijg je bij onze eerste ontmoeting 100 euro

Een proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 15 februari 2012, opgenomen op pagina 109 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [verdachte], zakelijk weergegeven:

Jullie houden mij voor dat jullie meerdere aangiften binnen hebben gekregen en dat er ook een persoon is die videobeelden van zijn beeldscherm heeft gemaakt. Ik ben de persoon die op die foto staat. De twee afbeeldingen waarin ik met een overhemd sta afgebeeld ben ik inderdaad.

Een proces-verbaal verhoor getuige d.d. 3 april 2012, opgenomen op pagina 99 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [Getuige 4], zakelijk weergegeven:

[verdachte] heeft van 17-20 april 2011 tot ongeveer in augustus 2011 bij mij gewoond in Vlagtwedde. Ik ken alleen het e-mailadres [Emailadres]. Dat gebruikt hij volgens mij nog steeds. U toont mij foto 4. Dat is bij mij thuis in Vlagtwedde. Dit moet tussen april en augustus 2011 zijn geweest. Ik herken de achtergrond als mijn keuken. De klok die je ziet hangen is mijn klok in de keuken. De man op de foto ziet er uit als mijn broer. Het overhemd dat hij aanheeft is van hem. Hij draagt altijd van dat soort overhemden.

Bewijsoverwegingen ten aanzien van het onder parketnummer 18/850472-13 onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde

Met betrekking tot het daderschap van verdachte overweegt de rechtbank als volgt. Op de onderbroekjes van [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1] zijn DNA-sporen van een man aangetroffen. Deze DNA-sporen zijn naar het oordeel van de rechtbank, gelet op de plaats van aantreffen, onmiskenbaar dadersporen. Een alternatief scenario is door de verdediging niet opgeworpen en laat zich overigens ook moeilijk denken. Uit onderzoek van het NFI is komen vast te staan dat de aangetroffen DNA-sporen matchen met het DNA-materiaal van verdachte. De berekende frequentie van de afgeleide DNA-(hoofd)profielen is kleiner dan één op één miljard. Dat betekent dat de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met de afgeleide DNA-(hoofd)profielen kleiner is dan één op één miljard. Het betreft derhalve een zeer zeldzaam profiel. De rechtbank kent aan deze bevindingen van het NFI een grote bewijskracht toe.

Daar komt bij dat [Slachtoffer 1]heeft verklaard dat verdachte 'heel anders' praatte. Om te illustreren hoe verdachte dan praatte deed zij de vingers op haar keel en zei "rrrrr". Ter zitting heeft de rechtbank waargenomen dat verdachte stottert. Voornoemde feiten en omstandigheden vergen een nadere uitleg door verdachte. Die heeft verdachte niet willen geven.

Zo heeft verdachte geen verklaring gegeven voor het feit dat zijn DNA-materiaal matcht met DNA-materiaal dat is aangetroffen op de onderbroekjes van [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1]. Bovendien heeft verdachte ook op vele andere in het onderzoek gerezen vragen geen antwoord willen geven.

De rechtbank dient te beoordelen of de verklaring van [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1]betrouwbaar te achten zijn en dus bruikbaar zijn voor het bewijs. De raadsvrouw heeft aangevoerd dat niet uit te sluiten valt dat er sprake is geweest van inplanting van suggestie en/of fantasie bij het afleggen van verklaringen door [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1].

De rechtbank oordeelt als volgt. Uit de stukken in het dossier blijkt dat er bij [Slachtoffer 2] sprake was van een spontane disclosure (de eerste keer dat zij over het vermeende misbruik heeft verteld). Kort na het gebeuren werd zij snikkend op straat aangetroffen door [Getuige 2].1Aan deze getuige vertelde [Slachtoffer 2] dat er een man aan haar plassertje had gezeten en/of daar aan had gekieteld. [Getuige 2]heeft [Slachtoffer 2] vervolgens achtergelaten bij getuige [Getuige 1]. Toen getuige [Getuige 1] aan [Slachtoffer 2] vertelde dat zij de vader van [Slachtoffer 2] zou gaan bellen, zei [Slachtoffer 2] dat haar vader niet met die man mee mocht rijden, omdat die man anders ook aan zijn plasser zou gaan zitten.2 Op het politiebureau heeft [Slachtoffer 2] vervolgens uit zichzelf aan haar vader verteld dat ze ook de piemel van de man in haar mond moest doen.

Ook bij [Slachtoffer 1] was er sprake van een spontane disclosure. Kort na het gebeuren werd zij huilend aangetroffen door getuige [Getuige 3].3Direct daarna vertelde [Slachtoffer 1]aan haar moeder dat er een man aan haar plassertje had gelikt en er een vinger in had gestopt.

De rechtbank is voorts na kennisneming van de letterlijk uitgewerkte verhoren van

[Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1](waarvan essentiële, kenmerkende onderdelen in de bewijsmiddelen zijn opgenomen) waarin zij verklaren over het seksueel misbruik, van oordeel dat die verhoren op een zorgvuldige wijze hebben plaatsgevonden. Daarbij zijn aan [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1]geen vragen gesteld noch zijn opmerkingen gemaakt die hen mogelijk hebben kunnen beïnvloeden of hen in een zodanige positie hebben kunnen brengen, dat zij een verklaring zouden hebben afgelegd, die zij niet wilden afleggen. De rechtbank merkt hierbij nog op dat de verhoren zijn afgenomen door deskundige zedenrechercheurs van de politie in een kindvriendelijke verhoorstudio.

In de hierboven genoemde verhoren hebben [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1]opnieuw over dezelfde handelingen verklaard als waarover ze kort na het gebeuren spontaan verklaarden. Ten aanzien van [Slachtoffer 2] geldt dat de enkele omstandigheid dat zij niet meteen spontaan over alle met haar gepleegde handelingen heeft verklaard, aan de betrouwbaarheid van haar verklaring niet afdoet. De rechtbank is van oordeel dat er ten aanzien van zowel [Slachtoffer 2] als [Slachtoffer 1]onvoldoende aanknopingspunten in het dossier voorhanden zijn die erop duiden dat er sprake is van enige suggestie en/of fantasie.

De rechtbank acht de door [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1]in hun verhoren afgelegde verklaringen over het seksueel misbruik betrouwbaar en daarmee bruikbaar voor het bewijs.

Het standpunt van de verdediging dat het ten laste gelegde seksueel binnendringen niet wettig en overtuigend kan worden bewezen omdat de aangiftes op dit punt geen steun vinden in andere bewijsmiddelen, vindt naar het oordeel van de rechtbank geen steun in het recht.

Volgens artikel 342 lid 2 Sv en de op die bepaling betrekking hebben jurisprudentie van de Hoge Raad kan en mag het bewijs dat de verdachte een ten laste gelegd feit heeft begaan door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij eraan in de weg staat dat de rechter tot een bewezenverklaring komt ingeval de door één getuige gereleveerde feiten en omstandigheden op zichzelf staan en onvoldoende steun vinden in ander (wettig) bewijsmateriaal. Uit deze jurisprudentie volgt dat niet is vereist dat ieder essentieel onderdeel van de tenlastelegging (in casu het door de verdediging betwiste seksueel binnendringen) steun vindt in een ander bewijsmiddel.

Voldoende is dat de gebezigde verklaring op specifieke punten steun vindt in ander bewijsmateriaal, zodat de verklaring niet op zichzelf staat, maar is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.

De rechtbank is van oordeel dat de verklaringen van aangeefsters op specifieke punten steun vinden in ander bewijsmateriaal, in het bijzonder het op de onderbroekjes van [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1]aangetroffen DNA-materiaal van verdachte. Dit brengt mee dat die verklaringen niet op zichzelf staan, maar zijn ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.

De rechtbank acht het onder 1 primair en 3 primair ten laste gelegde derhalve wettig en overtuigend bewezen.

De rechtbank acht ook het onder 2 primair en 4 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Uit de aangiftes is gebleken dat [Slachtoffer 2] vier jaar oud en [Slachtoffer 1] zes jaar oud was ten tijde van het gepleegde delict. De rechtbank overweegt dat het voor verdachte dan ook kenbaar was dat hij te maken had met kinderen beneden de twaalf jaar oud, zodat hij opzet heeft gehad op de minderjarigheid van [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1]. Voorts is het een feit van algemene bekendheid dat kinderen beneden de twaalf jaar in Nederland onder wettig gezag staan, zodat ook de opzet op de wettigheid van het gezag kan worden bewezen.

Bewijsoverweging ten aanzien van het onder parketnummer 18/670358-12 onder 1 primair ten laste gelegde

De rechtbank oordeelt ten aanzien van het onder parketnummer 18/670358-12 onder 1 primair ten laste gelegde als volgt.

Op 10 juni 2011 heeft verdachte een chatgesprek gevoerd met de minderjarige [Slachtoffer 3]. Bij het profiel van [Slachtoffer 3] stond haar werkelijke leeftijd (13 jaar). In dat chatgesprek heeft verdachte aan [Slachtoffer 3] gevraagd of zij wel eens een piemel had gezien en of ze daar wel eens aan zou willen zitten. Enige tijd later op dezelfde dag heeft de vader van [Slachtoffer 3] het chatgesprek van [Slachtoffer 3] overgenomen. Verdachte was hiervan niet op de hoogte en dacht dat hij nog steeds met de minderjarige [Slachtoffer 3] van doen had. Vervolgens heeft verdachte onder andere aan (de vader van) [Slachtoffer 3] gevraagd of zij al tietjes had. Ook chatte verdachte dat hij in het Asserbos wilde afspreken en dat [Slachtoffer 3] dan 50 euro zou krijgen. Later chatte verdachte dat hij voor 100 euro met [Slachtoffer 3] wilde neuken.

Artikel 248a Sr beoogt minderjarigen te beschermen tegen het plegen of dulden van ontuchtige handelingen in ruil voor een gift of een belofte. Hoewel verdachte feitelijk heeft geprobeerd om met een meerderjarige (de vader van [Slachtoffer 3]) een afspraak te maken om hem te bewegen om ontuchtige handelingen te plegen of te dulden, is de rechtbank van oordeel dat het onder parketnummer 18/670358-12 onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. De rechtbank overweegt daartoe dat de minderjarige [Slachtoffer 3] het beoogde slachtoffer was, nu verdachte het chatgesprek met haar is begonnen en verdachte in de veronderstelling verkeerde dat hij het hele chatgesprek met haar voerde. Dat het chatgesprek op enig moment is overgenomen door de vader van [Slachtoffer 3], doet hieraan naar het oordeel van de rechtbank niet af.

Tot slot overweegt de rechtbank dat aangever geen enkel belang heeft om verdachte onjuist te beschuldigen, nu aangever verdachte niet kent. Verdachte heeft geen aanknopingspunten naar voren gebracht die zijn lezing inzake een valse beschuldiging kunnen onderbouwen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het onder parketnummer 18/850472-13 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

1. primair.

hij op 13 oktober 2013 in het arrondissement Noord-Nederland, door andere feitelijkheden [Slachtoffer 2] (geboren op[geboortedatum]) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden

uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Slachtoffer 2], hebbende

verdachte

- zijn penis in de mond van die [Slachtoffer 2] geduwd/gebracht en

- de vagina van die [Slachtoffer 2] betast,

en bestaande die andere feitelijkheden hierin dat verdachte

- die [Slachtoffer 2], die buiten aan het spelen was, heeft bevolen in de door hem

bestuurde auto plaats te nemen en

- met die [Slachtoffer 2] in de auto is weggereden en

- die [Slachtoffer 2] heeft bevolen zijn penis in haar mond te nemen en

- dreigend tegen die [Slachtoffer 2] heeft gezegd dat hij boos zou worden als zij

niet zou doen wat hij zei, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of

strekking en

- gebruik heeft gemaakt van zijn fysieke en/of psychische overwicht op die

[Slachtoffer 2]

en aldus voor die [Slachtoffer 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2 primair.

hij op 13 oktober 2013 in het arrondissement Noord-Nederland, opzettelijk de minderjarige [Slachtoffer 2], geboren op[geboortedatum], die aldus beneden de twaalf jaren oud was, heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag, hebbende verdachte buiten medeweten en zonder toestemming van die gezaguitoefenaar(s) die [Slachtoffer 2], die buiten aan het spelen was, bevolen in de door hem bestuurde auto plaats te nemen, en is hij, verdachte, vervolgens met die [Slachtoffer 2] in de auto weggereden uit de woonplaats waarin zij aan het spelen was geweest.

3 primair.

hij op 15 mei 2011 in de gemeente Stadskanaal door geweld en door bedreiging met geweld [Slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum]) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [Slachtoffer 1], hebbende verdachte

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [Slachtoffer 1] geduwd/gebracht

en

- aan de vagina van die [Slachtoffer 1] gelikt en

- de vagina van die [Slachtoffer 1] betast,

en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte

- die [Slachtoffer 1], die buiten aan het spelen was, heeft vastgepakt en haar in

de door hem bestuurde auto heeft geplaatst en

- dreigend tegen die [Slachtoffer 1] heeft gezegd dat hij een geheim mes had en dat hij met dat mes haar hart eruit zou halen als zij niet naar hem zou luisteren, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en aldus voor die [Slachtoffer 1] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

4 primair.

hij op 15 mei 2011 in de gemeente Stadskanaal opzettelijk de minderjarige

[Slachtoffer 1], geboren op [geboortedatum], die aldus beneden de twaalf jaren oud was, heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag, hebbende verdachte buiten medeweten en zonder toestemming van die gezaguitoefenaar(s) die [Slachtoffer 1], die buiten aan het spelen was, vastgepakt en haar in de door hem bestuurde auto geplaatst en vervolgens met die [Slachtoffer 1] in de auto is weggereden naar een aan die gezaguitoefenaar(s) onbekende locatie.

Parketnummer 18/670358-12

1. primair.

hij op 10 juni 2011 in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om door giften en/of beloften van geld [Slachtoffer 3], geboren [geboortedatum], waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk te bewegen ontuchtige handelingen te plegen en/of zodanige handelingen van verdachte te dulden met behulp van een computer via het internet een chatgesprek heeft gevoerd met die [Slachtoffer 3] en daarin aan die [Slachtoffer 3] heeft gevraagd of ze wel eens een piemel had gezien en/of of ze daar wel eens aan zou willen zitten en, toen op enig moment zonder dat verdachte het wist de rol van die [Slachtoffer 3] was overgenomen door haar vader, aan haar (vader) heeft gevraagd of zij al tietjes had en tegen haar (vader) heeft 'gezegd' dat verdachte wel met haar, [Slachtoffer 3], wilde neuken en iets met seks wilde voor 50 en/of 100 euro en dat hij [Slachtoffer 3] ergens wilde ophalen en door wilde rijden naar een bos en het daar met haar wilde/zou doen en dat hij de eerste keer een beetje wilde voelen en/of kijken en aan haar (vader) heeft gevraagd wat foto's van haar (in pyjama) te maken waarbij zij een beetje met haar beentjes wijd moest gaan zitten en een strak hemdje aan moest doen zodat verdachte haar tietjes een beetje zou zien, en hem vervolgens die foto's toe te sturen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

Parketnummer 18/850472-13:

1 primair: Verkrachting

2 primair: Opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gestelde gezag terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is

3 primair: Verkrachting

4 primair: Opzettelijk een minderjarige onttrekken aan het wettig over hem gestelde gezag terwijl de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is

Parketnummer 18/670358-12:

1 primair: Poging tot door giften en/of beloften van geld of goed een persoon waarvan hij weet dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 18/850472-13 onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 primair ten laste gelegde en het onder parketnummer 18/670358-12 onder 1 primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaar. Bij het bepalen van de eis heeft de officier van justitie rekening gehouden met de ernst van de feiten. Verdachte is enkel uit geweest op het bevredigen van zijn seksuele lusten ten koste van weerloze jonge meisjes. Daarnaast hebben de feiten gezorgd voor grote maatschappelijke onrust. De officier van justitie heeft geen rekening kunnen houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, nu verdachte niet mee heeft willen werken aan onderzoeken naar zijn persoon.

De officier van justitie heeft in haar eis tot uitdrukking willen brengen dat de maatschappij voor lange tijd beveiligd moet worden tegen verdachte.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, voor het geval de rechtbank het ten laste gelegde bewezen mocht achten, aangevoerd dat artikel 56 Sr van toepassing is. Het onder 2 en 4 ten laste is gepleegd met als enige doel het kunnen begaan van het onder 1 en 3 ten laste gelegde. Er is sprake van gelijksoortigheid van handelingen. Bij de strafoplegging moet tevens rekening gehouden worden met het feit dat de minderjarigen slechts korte tijd weg zijn geweest van hun ouders en dat de ouders van [Slachtoffer 1] niet op de hoogte waren van het feit dat [Slachtoffer 1]weg was.

Oordeel van de rechtbank

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en de over hem opgemaakte rapportages, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van twee zeer jonge meisjes. Het seksueel misbruik door verdachte vond plaats nadat hij deze meisjes in zijn auto meenam en wegreed. Daarmee heeft verdachte zich tevens schuldig gemaakt aan het onttrekken van beide meisjes aan het wettig gezag. Door verdachtes toedoen hebben de kinderen gedurende enige tijd in onzekerheid verkeerd over hun terugkeer naar huis en naar hun ouders.

Door zijn handelen heeft verdachte voor de meisjes een situatie van onveiligheid en angst gecreëerd. Het vertrouwen dat kinderen in volwassenen mogen stellen heeft verdachte op zeer ernstige wijze geschonden. Het is voorts een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van zedenmisdrijven nog lange tijd als gevolg daarvan psychische problemen kunnen ondervinden.

De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij enkel uit was op de bevrediging van zijn eigen seksuele behoeften en totaal geen oog heeft gehad voor de gevolgen die zijn handelen voor de meisjes en hun families zouden kunnen hebben. Daarnaast heeft verdachte door zijn handelen voor grote maatschappelijke onrust in de woonplaatsen van de meisjes gezorgd.

Tot slot heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een poging tot verleiding. Hij heeft daartoe via internet een dertienjarig meisje geld beloofd in ruil voor het plegen of dulden van seksuele handelingen met verdachte. Verdachte heeft zich hierbij (opnieuw) laten leiden door zijn eigen lustgevoelens en heeft op geen enkele manier rekening gehouden met de gevoelens van het slachtoffer.

De door verdachte begane feiten rechtvaardigen zonder meer oplegging van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank stelt vast dat uit het verdachte betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie van 1 mei 2014 is gebleken dat verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke strafbare feiten onherroepelijk is veroordeeld.

Niettemin zal de rechtbank aan dit gegeven geen doorslaggevende invloed ten gunste van verdachte toekennen.

Verdachte heeft geen medewerking willen verlenen aan persoonlijkheidsonderzoeken. In het Pieter Baan Centrum heeft verdachte zich opgesteld als een weigerende observandus. Ook medewerking aan rapportage door de reclassering heeft verdachte geweigerd. De rechtbank heeft dan ook nauwelijks inzicht gekregen in de persoon en evenmin in de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Daarbij komt dat de onderzoekers geen inschatting hebben kunnen maken van het mogelijk recidivegevaar, zodat de rechtbank ook op dat punt in het duister tast.

Gelet op de wel aanwezige stukken in het dossier en op het onderzoek ter terechtzitting tijdens welke zitting verdachte zich, evenals tijdens het vooronderzoek, voornamelijk op zijn zwijgrecht heeft beroepen waardoor op geen enkele wijze ook maar een begin van inzicht kon worden verkregen in aan de aan verdachte verweten handelen ten grondslag liggende beweegredenen, moet er naar het oordeel van de rechtbank van worden uitgegaan dat er sprake is van forse problematiek bij verdachte. Dit baart de rechtbank grote zorgen.

Het vorenstaande in aanmerking genomen rest de rechtbank dan ook niets anders dan, vooral met het oog op bescherming van potentiële nieuwe kwetsbare slachtoffers in de toekomst, het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van lange, na te noemen duur.

De rechtbank overweegt tot slot dat er noch ten aanzien van het onder parketnummer 18/850472-13 onder 1 en 2 ten laste gelegde, noch ten aanzien van het onder 3 en 4 ten laste gelegde sprake is van een voortgezette handeling. Naar het oordeel van de rechtbank is er in beide gevallen sprake van twee aparte handelingen en twee afzonderlijke daaraan ten grondslag liggende wilsbesluiten. De rechtbank zal bij de strafoplegging dan ook geen rekening houden met artikel 56 Sr.

Benadeelde partij

Mr. M.A. Pasma heeft zich namens [Slachtoffer 2] voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door [Slachtoffer 2] geleden schade ten gevolge van de aan verdachte onder parketnummer 18/850472-13 onder 1 primair en 2 primair ten laste gelegde en bewezen verklaarde feiten alsmede de gronden waarop deze berust.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering zal worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich voor wat betreft de gevorderde materiële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade heeft de raadsvrouw zich op het standpunt gesteld dat de beoordeling van deze post een onevenredige belasting van het strafproces oplevert.

Beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat de gestelde materiële schade voldoende aannemelijk is geworden en in zodanig verband staat met de door verdachte gepleegde strafbare feiten, dat deze aan hem als een gevolg van zijn handelen kan worden toegerekend. De rechtbank acht dat deel van de vordering, dat niet door verdachte en diens raadsvrouw is weersproken derhalve gegrond en voor toewijzing vatbaar.

Ten aanzien van de immateriële schade van het slachtoffer oordeelt de rechtbank dat de totale omvang van de immateriële schade die het slachtoffer aan het bewezen verklaarde feit zal overhouden nog niet duidelijk is. Gelet daarop en op de overige omstandigheden van het geval zal de rechtbank de omvang van die schade tot op heden schatten. De rechtbank acht toewijzing van een bedrag van € 3.500,- redelijk en billijk. Voor het meerdere zal dit onderdeel van de vordering worden afgewezen.

De vordering wordt toegewezen voor een totaalbedrag van € 4.073,59, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2013.

De rechtbank acht daarnaast oplegging van de schadevergoedingsmaatregel aangewezen nu verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade.

Beslag

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de in beslag genomen laptop van het merk Acer, beslagnummer 244219, moet worden onttrokken aan het verkeer, nu er op die laptop kinderporno is aangetroffen en daarom het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.

Alle overige onder verdachte in beslag genomen en nog niet aan verdachte teruggegeven goederen dienen aan hem te worden teruggegeven.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 24c, 36b, 36c, 36f, 45, 57, 63, 242, 248a en 279 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 18/670358-12 onder 2 is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder parketnummer 18/850472-13 onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 primair alsmede het onder parketnummer 18/670358-12 onder 1 primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 9 (negen) jaar.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij (parketnummer 18/850472-13, onder 1 primair en 2 primair)

Wijst de vordering van de benadeelde partij [Slachtoffer 2] toe en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 4.073,59, (zegge: vierduizend drieënzeventig euro en negenenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2013.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[Slachtoffer 2] te betalen een bedrag van € 4.073,59 (zegge: vierduizend drieënzeventig euro en negenenvijftig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 oktober 2013 en bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 50 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft. Dit bedrag bestaat uit € 573,59 aan materiële schade en

€ 3.500,- aan immateriële schade.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [Slachtoffer 2], daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Wijst het overige deel van de vordering af.

Beslissing op het beslag

Verklaart onttrokken aan het verkeer de in beslag genomen laptop, merk Acer, beslagnummer 244219.

Gelast de teruggave aan verdachte van de overige in beslag genomen en nog niet teruggegeven goederen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.H.A.M. Voncken, voorzitter, mrs. M.J. Oostveen en

J.V. Nolta, rechters, bijgestaan door mr. K.E. van Rhijn, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 10 juli 2014.

1 Proces-verbaal d.d. 14 oktober 2013, inhoudende de verklaring van [Getuige 2], bijlage 8.24.

2 Proces-verbaal d.d. 15 oktober 2013, inhoudende de verklaring van [Getuige 1], bijlage 8.27

3 Proces-verbaal d.d. 19 mei 2011, inhoudende de verklaring van [Getuige 3], bijlage 13.6.