Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:3242

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
02-07-2014
Datum publicatie
04-07-2014
Zaaknummer
C-17-131865 - HA ZA 14-17
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vordering vergoeding reparatiekosten. Garantie. Schade.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/131865 / HA ZA 14-17

Vonnis van 2 juli 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap

[A] B.V.,

gevestigd te[plaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A.H. Punt-Koopmans te Leeuwarden,

tegen

1. vennootschap onder firma

[B],

gevestigd te [plaats],

2. [C],

wonende te [plaats],

3. [C],

wonende te [plaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

advocaat mr. J.F. Veenstra te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna [A] en [B] c.s. genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties

  • -

    de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie met producties

  • -

    de conclusie van antwoord in reconventie

  • -

    het tussenvonnis van 12 maart 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 7 april 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Partijen doen al vele jaren zaken met elkaar. In augustus 2012 belt [B] c.s. met de heer [A] omdat hij op zoek is naar een tweedehands veldhakselaar. [A] geeft aan dat hij in [plaats] bij een collega dealer wel een tweedehands hakselaar te koop weet staan. Partijen bekijken samen met een monteur van [A] deze hakselaar en [B] c.s. besluit tot de aankoop van deze hakselaar, merk Claas met bouwjaar 2004. Vervolgens koopt [A] deze hakselaar op verzoek van [B] c.s. van de collega dealer uit [plaats]. Partijen maken afspraken over de werkzaamheden die [A] nog zal verrichten aan de hakselaar. Deze werkzaamheden zijn vastgelegd in een afsprakenlijst (overgelegd als productie 4 bij dagvaarding) en zien op tijdens de bezichtiging geconstateerde aanpassingspunten. Op 4 september 2012 verstuurt [A] aan [B] c.s. een opdrachtbevestiging. Daarin staat onder meer vermeld dat de veldhakselaar EUR 97.500,-- exclusief BTW kost en dat de oude hakselaar van [B] c.s. met bouwjaar 1998 wordt ingeruild tegen een bedrag van EUR 30.000,-- exclusief BTW. Er wordt aangegeven onder het kopje garantie: geen garantie, echter klaar gemaakt volgens afsprakenlijst. Ook worden de algemene verkoop-, leverings- en betalingsvoorwaarden van [A] (hierna: de algemene voorwaarden) van toepassing verklaard.

2.2.

Begin oktober 2012 treedt er een storing op in de lindepomp en de hefpomp van de hakselaar. [A] repareert deze mankementen en [B] c.s. voldoet de factuur die zij daarvoor ontvangt van [A] voor een bedrag van EUR 10.495,45 inclusief BTW.

2.3.

Later in oktober 2012 ontstaan er dermate ernstige problemen met de motor van de hakselaar dat [B] c.s. aan [A] opdracht geeft tot de inbouw van een tweedehands ruilmotor. [B] c.s. stond op dat moment onder grote tijdsdruk omdat de mais, die met deze hakselaar van het veld gehaald moest worden, slechts een oogsttijd kent van 3 a 4 weken en dat is net in de maand oktober. Revisie van de motor zou betekenen dat de motor teruggestuurd moet worden naar de fabriek en dat zou te veel tijd kosten op dat moment. De factuur d.d. 2 november 2012 die [A] voor het inbouwen van de ruilmotor verstuurt aan [B] c.s. voor een bedrag van EUR 39.611,2,3 blijft onbetaald.

3 De vordering in conventie

3.1.

[A] vordert betaling van de openstaande factuur van EUR 39.611,23 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf 16 november 2012. Daarnaast vordert [A] betaling van buitengerechtelijke incassokosten ad EUR 3.322,77 en van de werkelijke proceskosten zoals bedongen in de toepasselijke algemene voorwaarden en van de nakosten.

3.2.

[A] legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in opdracht van [B] c.s. een ruilmotor heeft geplaatst in de hakselaar en dat [B] c.s. gehouden is aan de betalingsverplichtingen te doen die voortvloeien uit deze opdracht nu [B] c.s. over de gerepareerde hakselaar geen klachten heeft.

3.3.

[B] c.s. voert gemotiveerd verweer. Allereerst voert hij aan dat er sprake is van non-conformiteit. De hakselaar heeft niet de eigenschappen die [B] c.s. op grond van de overeenkomst mocht verwachten. De motor van de hakselaar heeft maar 83 uren gedraaid. Ook als er geen garantie is overeengekomen moet de hakselaar wel aan de overeenkomst voldoen. In dat kader voert [B] c.s. nog aan dat hij voldaan heeft aan zijn onderzoeksplicht, dat het plaatsen van de ruilmotor gezien moet worden als herstel van het gebrek waarmee [A] alsnog heeft voldaan aan zijn verplichting om een deugdelijke hakselaar te leveren en dat het plaatsen van de motor dus niet een andere opdracht was. Mocht het tot een veroordeling in conventie komen dan doet [B] c.s. subsidiair een beroep op verrekening. Meer subsidiair doet [B] c.s. een beroep op de redelijkheid en billijkheid inhoudende dat in aftrek gebracht zou moeten worden de kosten die gemoeid zouden zijn met het herstel van de motor.

Op deze verweren zal de rechtbank hierna, voor zover van belang, ingaan.

4 De vordering in reconventie

4.1.

[B] c.s. vordert betaling door [A] van een bedrag van EUR 9.688,70 en EUR 806,75 te vermeerderen met wettelijke rente alsmede veroordeling in de kosten van deze procedure inclusief nakosten.

[B] c.s. legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat hij de facturen van [A] met betrekking tot herstelwerkzaamheden van oktober 2012 onverschuldigd heeft voldaan. Immers de hakselaar was non-conform en het betrof dus nakomingsverplichtingen.

4.2.

[A] heeft ten verwere aangevoerd dat het een tweedehands hakselaar betreft en dat het feit dat er na levering reparaties verricht moeten worden nog niet maakt dat de hakselaar niet aan de overeenkomst beantwoordt.

Ook op dit verweer zal de rechtbank hierna ingaan.

5 De beoordeling

in conventie

5.1.

De rechtbank stelt voorop dat deze zaak draait om de vraag of de koper van een tweedehands machine die aangedreven wordt door een motor zelf voor de herstelkosten op moet draaien van gebreken die zich binnen afzienbare termijn na de koop voordoen of dat deze kosten voor de verkoper zijn omdat deze een machine heeft geleverd die niet de eigenschappen heeft die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten.

De rechtbank stelt voorts voorop dat het feit dat er geen garantiebepaling is overeengekomen niet afdoet aan de verplichtingen van een verkoper om een machine te leveren die aan de overeenkomst beantwoordt. Hoe de opdracht van de koper, in dit geval [B] c.s., om de motor te vervangen geduid moet worden, te weten als een nieuwe opdracht of een vordering om de verplichtingen onder de koopovereenkomst na te komen is voor de rechtbank in dit specifieke verband derhalve niet relevant. Het gaat immers eerst om de beantwoording van de voornoemde vraag. In dat verband overweegt de rechtbank voorts als volgt.

5.2.

Wat [B] c.s. als koper mocht verwachten hangt onder meer af van wat partijen met zoveel woorden met elkaar zijn overeengekomen maar ook van de overige omstandigheden van het geval. Als relevante omstandigheden neemt de rechtbank in aanmerking het feit dat de onderhavige hakselaar van het bouwjaar 2004 is en derhalve ten tijde van de aankoop 8 jaar oud was, dat [A] de machine op verzoek van [B] c.s. heeft gekocht en slechts enkele dagen eigenaar van de machine is geweest, dat [B] c.s. ook wist dat [A] de machine niet kende, dat een garantie ondanks een verzoek daartoe niet gegeven is en de hoogte van de betaalde prijs. Met betrekking tot de overeengekomen prijs heeft de heer [X] van [A] ter zitting onbetwist aangevoerd dat wanneer er een handelsprijs is overeengekomen het voor partijen duidelijk is dat het risico van (verborgen) gebreken voor de koper is. In het onderhavige geval was er voor een tussenoplossing gekozen. Voor de overeengekomen prijs zou [A] de machine afstellen, de overeengekomen werkzaamheden uitvoeren, de ‘sappen’ en het filter verversen en de machine in bedrijf stellen. Na levering aan [B] c.s. kwam ‘het risico’ voor [B] c.s., aldus [X].

Ook de aard van het gebrek is een relevante omstandigheid. Ter zitting is aan de orde geweest dat ‘niemand in een motor kan kijken’, ook de monteurs van [A] niet en dat de levensduur van een motor een ongewisse zaak is.

Al deze omstandigheden in overweging nemend komt de rechtbank tot de slotsom dat de hakselaar wel aan de overeenkomst beantwoordt. Met andere woorden [B] c.s. kon en mocht niet uitsluiten dat de motor na slechts enkele tientallen draaiuren het begeeft en mocht niet verwachten dat in dat geval de kosten van herstel dan wel vervanging voor rekening van [A] komen. Daarmee ligt de vordering tot betaling van de hoofdsom voor toewijzing gereed. Ook de gevorderde wettelijke handelsrente vanaf 16 november 2012 tot aan de dag van volledige betaling zal toegewezen worden nu op dat punt geen verweer heeft gevoerd.

5.3.

Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten ad EUR 3.322,77

heeft [B] c.s. verweer gevoerd. Op de overeenkomst van opdracht tot vervanging van de motor zijn niet de algemene voorwaarden van toepassing verklaard, zo heeft [B] c.s. aangevoerd. De algemene voorwaarden zijn ook niet ter hand gesteld. [B] c.s. heeft derhalve de betreffende voorwaarde op grond van artikel 6:233b jo. 6:234 BW vernietigd. De betreffende buitengerechtelijke incassokosten betreffen tot slot slechts werkzaamheden die zijn aan te merken als gebruikelijke werkzaamheden ter voorbereiding van een zaak.

De rechtbank overweegt als volgt. [B] c.s. heeft met recht erop gewezen dat de algemene voorwaarden van toepassing zijn verklaard op de koopovereenkomst en niet op de overeenkomst van opdracht. Zulks heeft [A] ook niet gesteld. [A] heeft ook niet gesteld dat de algemene voorwaarden op andere gronden op de overeenkomst van opdracht van toepassing zijn. De rechtbank zal derhalve ervan uit gaan dat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn op de overeenkomst van opdracht. Nu de toe te wijzen hoofdsom voortvloeit uit de overeenkomst van opdracht missen de ingeroepen bepalingen van de algemene voorwaarden ten aanzien van buitengerechtelijke incassokosten en de nog te bespreken proceskosten, toepassing.

De rechtbank zal voorts de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afwijzen nu [B] c.s. heeft betwist dat andere werkzaamheden zijn verricht dan het versturen van een enkele incassobrief en ook anderszins niet van dergelijke werkzaamheden is gebleken.

De nakosten, waarvan [A] betaling vordert, zullen op de in het dictum weergegeven wijze worden begroot.

5.4.

[B] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Zoals volgt uit het hiervoor in r.ov. 5.3 overwogene, zal de rechtbank niet de werkelijke proceskosten toewijzen maar de proceskosten conform het liquidatietarief. De kosten aan de zijde van [A] worden begroot op:

- dagvaarding EUR 77,52

- griffierecht 1.892,00

- salaris advocaat 1.788,00 (2,0 punt × tarief EUR 894,00)

Totaal EUR 3.757,52

in reconventie

5.5.

De reconventionele vorderingen hebben betrekking op ten onrechte betaalde facturen in verband met door [A] verrichte herstelwerkzaamheden aan de eindaandrijving, de lindepomp en de hefpomp. De grondslag van de vorderingen in reconventie correspondeert met het in conventie gevoerde verweer dat gebreken aan de hakselaar, die zich openbaren zo kort na de aankoop en na zo weinig draaiuren, de conclusie rechtvaardigen dat [A] een non-conforme hakselaar heeft geleverd, zelfs wanneer in ogenschouw genomen wordt dat het een tweedehands hakselaar betreft.

Uit het hiervoor in r.ov 5.2 overwogene volgt evenwel dat de rechtbank van oordeel is dat in deze relevante omstandigheden zijn het feit dat de hakselaar reeds 8 jaar oud was ten tijde van de aankoop, dat [A] de machine op verzoek van [B] c.s. heeft gekocht en slechts enkele dagen eigenaar van de machine is geweest, dat [B] c.s. ook wist dat [A] de machine niet kende, dat een garantie ondanks een verzoek daartoe niet is gegeven en de hoogte van de betaalde prijs.

Alhoewel de onderhavige gebreken niet aan de motor zijn, zijn ze in die zin wel vergelijkbaar nu het om technische gebreken gaat die zich binnenin de machine voordoen. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om ten aanzien van deze gebreken anders te oordelen. De vorderingen in reconventie zullen dan ook worden afgewezen.

5.6.

[B] c.s. zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [A] worden begroot op:

- salaris advocaat EUR 447,00 (1,0 punt × factor 0,5 × tarief EUR 894,00)

Totaal EUR 447,00

6 De beslissing

De rechtbank

in conventie

6.1.

veroordeelt [B] c.s. om aan [A] te betalen een bedrag van EUR 39.611,23 (negenendertig duizend zeshonderd elf euro drieëntwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het toegewezen bedrag vanaf 16 november 2012, tot de dag van volledige betaling,

6.2.

veroordeelt [B] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op EUR 3.757,52,

6.3.

veroordeelt [B], onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [A] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:
- EUR 131,00 aan salaris advocaat,
- te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met een bedrag van EUR 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van het vonnis,

6.4.

verklaart dit vonnis in conventie uitvoerbaar bij voorraad,

6.5

wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

6.6.

wijst de vorderingen af,

6.7.

veroordeelt [B] c.s. in de proceskosten, aan de zijde van [A] tot op heden begroot op EUR 447,00.

6.8.

verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Jansen en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 2 juli 2014.1

1 type: 436coll: