Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:3217

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-07-2014
Datum publicatie
04-07-2014
Zaaknummer
19.614030-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Op grote schaal en gedurende een jarenlange periode hebben medewerkers van [adres] oppervlakkige ruitbeschadigingen aangemerkt als zogenoemde combinatiebreuken waarvan de reparatie bij autoverzekeraars werd gedeclareerd. Hierdoor werd niet alleen valsheid in geschrifte (op reparatiebonnen en facturen) gepleegd maar werden die verzekeraars bovendien opgelicht of werden pogingen daartoe gedaan.

Verdachte [verdachte] was bedenker en initiator van bovenomschreven werkwijze en trok, via de betalingen van de verzekeraars aan [adres], daarvan op forse wijze profijt.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht, geldigheid: 2014-07-03
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht, Noordelijke Fraudekamer

Locatie Assen

Parketnummer: 19.614030-10

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 04 juli 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op[geboortedatum] 1983,

wonende [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 02, 03, 04, 06 en 26 juni 2014.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. W. Coppoolse, advocaat te Groningen.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

feit 1

"de rechtspersoon [adres] op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 18 december 2008 tot en met 14 mei 2010 in te Emmen en/of Middelburg en/of Goor en/of Musselkanaal en/of Stadskanaal en/of Hoogezand en/of De Meern en/of Wehl en/of elders in Nederland, meermalen, althans eenmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A1.

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de verzekeringsmaatschappijen

- [benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden], en/of

heeft/hebben bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedragen,

immers heeft/hebben [adres] en/of diens mededader(s) toen aldaar (meermalen telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- op één of meer van de hiernavolgende reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, "combinatiebreuk" als schade aan een autoruit aangekruist (terwijl van een dergelijke schade in werkelijkheid geen sprake was):

- ( ZD002) reparatieformulier d.d. 22 maart 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD004) reparatieformulier d.d. 18 december 2008 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD005) reparatieformulier d.d. 24 februari 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD006) reparatieformulier d.d. 23 februari 2010 m.b.t. kenteken [kenteken]

- ( ZD007) reparatieformulier d.d. 19 augustus 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD008) reparatieformulier d.d. 30 juni 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD009) reparatieformulier d.d. 16 juli 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD010) reparatieformulier d.d. 11 september 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD011) reparatieformulier d.d. 24 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD012) reparatieformulier d.d. 08 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, doen ondertekenen door de eigenaar van de betreffende auto, dan wel ondertekend, als naar waarheid te zijn ingevuld, en/of

- een of meer op die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, gebaseerde facturen opgemaakt, namelijk

- ( ZD002) factuur d.d. 09 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD004) factuur d.d. 09 januari 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD005) factuur d.d. 26 maart 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD007) factuur d.d. 01 oktober 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD008) factuur d.d. 11 augustus 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD009) factuur d.d. 16 november 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD010) factuur d.d. 20 oktober 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD011) factuur d.d. 14 mei 2010 m.b.t. kenteken[kenteken]

- ( ZD012) factuur d.d. 23 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken], en/of

- ( vervolgens) die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, en/of die (op die formulieren gebaseerde) facturen ter uitbetaling gezonden naar genoemde verzekeringsmaatschappijen, waardoor genoemde verzekeringsmaatschappijen (telkens) werden bewogen tot bovenomschreven afgifte,

en/of

A2.

ter uitvoering van het door [adres] voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,

de verzekeringsmaatschappijen

- [benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden] en/of

te bewegen tot de afgifte van één of meer geldbedragen,

toen aldaar (meermalen telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid,

- op één of meer van de hiernavolgende reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, “combinatiebreuk” als schade aan een autoruit heeft aangekruist (terwijl van een dergelijke schade in werkelijkheid geen sprake was):

- ( ZD002) reparatieformulier d.d. 22 maart 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD004) reparatieformulier d.d. 18 december 2008 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD005) reparatieformulier d.d. 24 februari 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD006) reparatieformulier d.d. 23 februari 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD007) reparatieformulier d.d. 19 augustus 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD008) reparatieformulier d.d. 30 juni 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD009) reparatieformulier d.d. 16 juli 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD010) reparatieformulier d.d. 11 september 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD011) reparatieformulier d.d. 24 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD012) reparatieformulier d.d. 08 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, heeft doen ondertekenen door de eigenaar van de betreffende auto, dan wel heeft ondertekend, als naar waarheid te zijn ingevuld, en/of

- een of meer op die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, gebaseerde facturen heeft opgemaakt, namelijk

- ( ZD002) factuur d.d. 09 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD004) factuur d.d. 09 januari 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD005) factuur d.d. 26 maart 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD007) factuur d.d. 01 oktober 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD008) factuur d.d. 11 augustus 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD009) factuur d.d. 16 november 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD010) factuur d.d. 20 oktober 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD011) factuur d.d. 14 mei 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD012) factuur d.d. 23 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken], en/of

- ( vervolgens) die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, en/of

die (op die formulieren gebaseerde) facturen ter uitbetaling heeft gezonden naar

genoemde verzekeringsmaatschappijen,

terwijl de uitvoering van dit voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

EN/OF

B.

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van één of meer valse of vervalste reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, en/of één of meer (op die formulieren gebaseerde) facturen, namelijk

- ( ZD002) reparatieformulier d.d. 22 maart 2010 en/of factuur d.d. 09 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD004) reparatieformulier d.d. 18 december 2008 en/of factuur d.d. 09 januari 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD005) reparatieformulier d.d. 24 februari 2010 en/of factuur d.d. 26 maart 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD006) reparatieformulier d.d. 23 februari 2010 kenteken[kenteken],

- ( ZD007) reparatieformulier d.d. 19 augustus 2009 en/of factuur d.d. 01 oktober 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD008) reparatieformulier d.d. 30 juni 2009 en/of factuur d.d. 11 augustus 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD009) reparatieformulier d.d. 16 juli 2009 en/of factuur d.d. 16 november 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD010) reparatieformulier d.d. 11 september 2009 en/of factuur d.d. 20 oktober 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD011) reparatieformulier d.d. 24 april 2010 en/of factuur d.d. 14 mei 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD012) reparatieformulier d.d. 08 april 2010 en/of factuur d.d. 23 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) als waren die/dat geschrift(en) echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, en/of die facturen (telkens) zijn gezonden naar

-[benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden],

en bestaande die valsheid of vervalsing (telkens) hierin dat

- op die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, (telkens) "combinatiebreuk" als schade aan een autoruit is aangekruist (terwijl van een dergelijke schade in werkelijkheid geen sprake was)

- die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, (telkens) ter bevestiging van de juistheid van de inhoud daarvan is ondertekend,

- op die facturen is vermeld dat aan het daarop genoemde voertuig een autoruitreparatie is uitgevoerd (zulks telkens conform de aanduiding van die reparatie zoals vermeld op de bij die facturen behorende reparatieformulieren),

tot welke feiten (als omschreven onder A en/of B) hij, verdachte, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opdracht heeft gegeven, en/of aan welke verboden gedragingen (als omschreven onder A en/of B) hij, verdachte, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, feitelijk leiding heeft gegeven;

feit 2

hij in of omstreeks de periode 10 november 2010 tot en met 06 mei 2013, de gemeente Groningen en/of in de gemeente Emmen, althans in Nederland, en/of in Meppen (Duitsland),

meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

een of meer voorwerpen, te weten

a. twee geldbedragen (van EURO 149.198,82 en EURO 138.579,60), en/of

b. het appartement [adres 1], althans het appartementsrecht/de bevoegdheid tot het uitsluitend gebruik van het appartement [adres 1], en/of

c. het appartement [adres 2], althans het appartementsrecht/de bevoegdheid tot het uitsluitend gebruik van het appartement[adres 2],

heeft verworven, en/of voorhanden heeft gehad, en/of

daarvan gebruik heeft gemaakt (door genoemde appartementen te verhuren), en/of

heeft overgedragen en/of heeft omgezet (door die geldbedragen over te maken),

en/of

van die voorwerpen de werkelijke aard en/of de herkomst heeft verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op die voorwerpen was/waren of wie die voorwerpen voorhanden had(den),

terwijl hij, verdachte, en/of diens mededader(s) (telkens) wist (en) , althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

feit 3.

hij op of omstreeks 19 juli 2011, in de gemeente Emmen, althans in Nederland en/of in Meppen (Duitsland) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (van) een of meer voorwerpen, te weten

a. een geldbedrag (van EURO 150.000,=), en/of

b. 2.000 gram, althans een hoeveelheid, goud, heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad,

en/of

in of omstreeks de periode van 19 juli 2011 tot en met 07 mei 2013, in de gemeente Emmen, althans in Nederland en/of in Meppen (Duitsland) (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

van die voorwerpen de werkelijke aard en/of de herkomst en/of de vindplaats heeft verhuld, en/of heeft verborgen en/of verhuld wie de rechthebbende(n) op dat geldbedrag en/of dat goud was/waren of wie dat geldbedrag en/of dat goud voorhanden had(den),

terwijl hij, verdachte, en/of diens mededader(s) (telkens) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden, dat bovenomschreven voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of zijn medeverdachte(n)”. De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. M. Haan acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

16 maanden gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met en proeftijd van 2 jaren;

 niet-ontvankelijkverklaring van de vorderingen benadeelde partijen;

 verbeurdverklaring van diverse inbeslaggenomen voorwerpen;

 teruggave aan verdachte van de inbeslaggenomen personenauto Audi A4, kenteken [kenteken].

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bespreking van het onder 1 tenlastegelegde feit

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met anderen feitelijk leiding heeft gegeven aan oplichting en valsheid in geschrift gepleegd door [adres].

[adres] heeft ruitreparaties uitgevoerd en deze schades bij verzekeringsmaatschappijen gedeclareerd als zijnde combinatiebreuken, terwijl dit in werkelijkheid niet het geval is geweest. [adres] heeft derhalve gebruik gemaakt van valselijk opgemaakte reparatieformulieren en facturen. Naar het oordeel van de officier van justitie is dit het geval geweest met betrekking tot de tenlastegelegde zaaksdossiers 002, 004, 005, 006 en 012. In zaaksdossier 002 is de verzekeringsmaatschappij [benadeelde] overgegaan tot betaling en daarmee acht de officier van justitie de oplichting eveneens bewezen. Bij de overige zaaksdossiers heeft [adres] gepoogd de betreffende verzekeringsmaatschappij op te lichten.

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat een combinatiebreuk een inslagschade is bestaande uit een putje in de voorruit van een auto met daaronder een of meerdere hele kleine, zogenaamde micro-barstjes. Deze laatste zijn met het blote oog niet te zien, maar wel met behulp van een microscoop. Micro-barstjes tasten de integriteit van de ruit zodanig aan dat de kans op scheuren zodanig toeneemt dat reparatie noodzakelijk is. Inslagschade bestaande uit een putje in de ruit gaat naar het standpunt van de raadsvrouw altijd gepaard met een of meer micro-barstjes. Deze schade kan na reparatie onder de noemer van combinatiebreuk worden gedeclareerd bij de verzekeringsmaatschappijen omdat de polisvoorwaarden dat mogelijk maken. [adres] heeft de verzekeringsmaatschappijen daarom niet opgelicht en evenmin valsheid in geschrifte gepleegd.

De rechtbank zal, gelet op dit verweer, eerst ingaan op de vraag of oppervlakkige schade of een putje met daaronder micro-barstjes in de voorruit onder de dekking van de polisvoor-waarden valt.

Bij het beantwoorden van deze vraag gaat het om de uitleg van de polisvoorwaarden. De uitleg van polisvoorwaarden dient plaats te vinden aan de hand van de bewoordingen van de polisvoorwaarden en de context waarin deze worden gebruikt. Het uitgangspunt bij verzekeringspolissen is voorts dat aan de verzekeraar de vrijheid toekomt om de grenzen aan te geven waarbinnen dekking van schade wordt verleend.

In de verzekeringspolissen van aangevers staat dat breuken, barsten en beschadigingen voor vergoeding in aanmerking komen.1 Uit deze bewoordingen volgt niet direct dat opper-vlakkige schade of een putje met daaronder micro-barstjes onder de dekking vallen. Over de reikwijdte van de polisvoorwaarden verklaren de verzekeraars in hun aangifte dat gerepareerde oppervlakkige ruitschade (pitfills) niet onder de dekking van de verzekering valt.

De rechtbank betrekt bij de beantwoording van de vraag voorts de wettelijke eisen die aan een voorruit van een personenauto worden gesteld. Deze staan in Bijlage VIII behorend bij

het Reglement Voertuigen.2 Hierin is onder andere bepaald dat in het directe gezichtsveld van de bestuurder aanwezig mogen zijn: enkelvoudige scheuren, ongeacht de lengte, oppervlakkige krassen waarvan de breedte niet meer dan 5 mm bedraagt dan wel

beschadigingen of verkleuringen waarvan de afmetingen zodanig zijn, dat een denkbeeldig getrokken cirkel om de gehele beschadiging of verkleuring een diameter heeft van niet meer dan 20 mm (en buiten het directe gezichtsveld van de bestuurder niet meer dan 50 mm). De eisen die gelden voor de voorruit worden getoetst door middel van visuele controle.

Een voorruit met oppervlakkige schade - zoals een putje met micro-barstjes - voldoet dus

aan de wettelijke eisen en reparatie wordt niet noodzakelijk geacht.

De rechtbank betrekt bij het beantwoorden van de vraag tot slot de brief van [benadeelde] van 7 april 2009 aan [adres], waarin [benadeelde] een aantal eerder gemaakte afspraken bevestigt. In deze brief staat dat ‘alleen echte ruitschades worden gerepareerd en dat oppervlakkige beschadigingen -pitfills- niet in rekening worden gebracht’.3 [adres] heeft, naar aanleiding van deze brief, dertien regels opgesteld die haar personeel ‘goed in het hoofd moest printen’. Regel 1 luidt: ‘geen onzin reparaties!! Dus denken aan pit-fills en oppervlakte schades!!’4 Tevens heeft [naam BV] naar aanleiding van deze brief de bonusregeling aangepast.

Naar het oordeel van de rechtbank kan, gelet op hetgeen hierboven is genoemd, op grond van de bewoordingen van de polisvoorwaarden en de uitleg die de verzekeraars (die de grenzen van de dekking van de verzekering bepalen) daaraan geven, verdachte niet worden gevolgd in zijn standpunt dat een putje met daaronder een of meerdere micro-barstjes onder de dekking van de polisvoorwaarden valt. De schade moet dus meer dan oppervlakkig zijn om onder de dekking van de polisvoorwaarden te kunnen vallen. De beoordeling van de schade moet zonder hulpmiddelen met het blote oog kunnen worden gedaan.

Uit de context van de wettelijke eisen (oppervlakkige ruitschade is toegestaan) en uit genoemde brief van [benadeelde] aan [adres] en de vervolgens opgestelde regels voor het personeel (geen oppervlakkige schade repareren) volgt evenmin steun voor het standpunt van verdachte.

Naar het oordeel van de rechtbank kan de vraag of bij steenslagschade onder het putje altijd micro-barstjes ontstaan daarom ook onbesproken blijven. Het verzoek van de verdediging om hiernaar door een deskundige nader onderzoek te laten doen wordt derhalve afgewezen.

Het hiervoor overwogene betekent voor de beoordeling van de zaaksdossiers op de tenlastelegging dat, indien de door de verzekeraar ingeschakelde deskundige en de verzekerde beiden aangeven dat sprake is van geen of slechts oppervlakkige schade, de rechtbank bewezen acht dat ten onrechte een combinatiebreuk is gedeclareerd. Indien uit het dossier blijkt dat de verzekeraar de declaratie heeft betaald, is aldus sprake van een voltooide oplichting; anders van een poging daartoe.

Gelet op het hiervoor genoemde acht de rechtbank het onder 1 tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank bewezen dat er met betrekking tot de zaaksdossiers 002, 004, 008, 009, 010 en 012 sprake is van voltooide feiten nu uit het dossier blijkt dat de verzekeringsmaatschappijen de ingediende facturen hebben voldaan aan [adres].

Met betrekking tot de zaaksdossiers 005, 006 en 011 is sprake van een poging omdat de betreffende verzekeringsmaatschappijen ten tijde van het indienen van de facturen de betalingen aan [adres] reeds hadden gestaakt.

De rechtbank acht zaaksdossier 007 niet bewezen omdat onvoldoende is gebleken dat de betreffende reparatie door een expert is beoordeeld.

De rechtbank acht het feit wettig en overtuigend bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen waarbij de in de voetnoten opgenomen paginanummers dan wel documenten steeds verwijzen naar het dossier Austin met dossiernummer 04BRF10011.

In het dossier bevinden zich met betrekking tot de zaaksdossiers 002, 004, 005, 006, 008, 009, 010, 011 en 012 aangiften van [benadeelden]5[benadeelden]6[benadeelden]7[benadeelden] 8.

Deze aangiften zijn gericht tegen [adres] en houden in het kort in dat naar aanleiding van steekproeven en controles is gebleken dat [adres] facturen en reparatieformulieren heeft ingediend met betrekking tot gerepareerde combinatiebreuken terwijl in werkelijkheid sprake was van zogenaamde pitfills. Deze pitfills vielen niet onder de polisvoorwaarden van de verzekeringsmaatschappijen en zijn ten onrechte gedeclareerd.

In zaaksdossier 002 heeft [deskundige 1]op 15 juni 2010 met betrekking tot het voertuig met het kenteken[kenteken] het volgende -zakelijk weergegeven- gerapporteerd 9.

Schade datum: 22 maart 2010. Verzekerde is [naam] te Middelburg.

Tijdens ons bezoek bij de verzekerde thuis hebben wij expertise uitgevoerd inzake een voorruitreparatie.

Van de verzekerde vernamen wij het volgende.

De verzekerde had de auto geparkeerd op een parkeerterrein.

Zij is daar "overvallen" door drie personen. Twee van de drie personen zijn in gesprek gegaan met de verzekerde. De derde persoon is naar de auto gegaan en begonnen met reparatie.

Een apparaat was al op de voorruit geplaatst. De reparatie zou snel klaar zijn volgens een van de personen.

Vanwege het tijdstekort van de verzekerde is ze akkoord gegaan en heeft een papier ondertekend.

Samen met de verzekerde hebben wij de voorruit geïnspecteerd. Er zouden twee reparaties hebben plaatsgevonden. Aan de rechter zijde van de voorruit, waar het apparaat geplaatst zou zijn, hebben wij geen reparatie kunnen ontdekken.

Aan de linkerzijde van de voorruit hebben wij een bewerking vastgesteld. Ons inziens geen sterreparatie maar een opgevulde ruitbeschadiging.

Een nota van [adres] d.d. 9 april 2010 met factuurnummer BA 10032205 gericht aan [benadeelde] te Ede 10.

De nota houdt -zakelijk weergegeven- het volgende in:

Een ruitreparatie aan het voertuig met het kenteken [kenteken].

Naam van de verzekeringsnemer is [naam] en de datum van reparatie is 22 maart 2010.

Het bedrag van de nota bedraagt € 130,90 inclusief BTW.

De nota vermeldt dat de verzekeringnemer een akkoord heeft gegeven voor rechtstreekse betaling door op het reparatieformulier een handtekening te plaatsen.

Een reparatieformulier 11 van [adres] d.d. 22 maart 2010 ten name van [naam] te Middelburg.

Bij factuurnummer is vermeld: BA 10032205

Bij gegevens is als kenteken vermeld: [kenteken].

Als schadedatum: 22 maart 2010.

Als aard van de breuk is aangekruist: combinatie breuk.

Plaats van de breuk: er is zowel aan de rechter als linkerkant op de ruitafbeelding een reparatiekruisje geplaatst.

Op de akte van cessie is de naam [naam] ingevuld en is een handtekening geplaatst.

Ondertekend te Middelburg op 22 maart 2010.

In zaaksdossier 004 bevindt zich een inspectie/vragenformulier 12 d.d. 17 april 2010 van A.A.N met betrekking tot de auto met het kenteken [kenteken], opgemaakt door [deskundige 2], dat -zakelijk weergegeven- het volgende inhoudt:

Naam:[naam] te Goor.

Schade: ruitreparatie.

Reparatiedatum: 18-12-2008.

Acte van cessie ondertekend: Ja, na reparatie.

Bij soort breuk is ingevuld: andere breuk namelijk 1 inslagpuntje.

Als plaats van de breuk is aangegeven linksonder op de ruit.

Harsinjectie uitgevoerd: nee

Betreft geen breuk.

Een nota van [adres] d.d. 9 januari 2009 met factuurnummer M08121805 gericht aan [benadeelde] Schadeverzekering te Assen 13.

De nota houdt -zakelijk weergegeven- het volgende in:

Een ruitreparatie aan het voertuig met het kenteken [kenteken].

Naam van de verzekeringsnemer is [naam] en de datum van reparatie is 18 december 2008.

Het bedrag van de nota bedraagt € 71,40 inclusief BTW.

De nota vermeldt dat de verzekeringnemer een akkoord heeft gegeven voor rechtstreekse betaling door op het reparatieformulier een handtekening te plaatsen.

Een reparatieformulier van [adres] 14 d.d. 18 december 2008 ten name van [naam] te Goor.

Bij factuurnummer is vermeld: M08121805

Bij gegevens is als kenteken vermeld: [kenteken].

Als schadedatum: 18/12/08.

Als aard van de breuk is aangekruist: combinatie breuk.

Plaats van de breuk: er is aan de linkerzijde op de ruitafbeelding een reparatiekruisje geplaatst.

Op de akte van cessie is de naam [naam] ingevuld en is een handtekening geplaatst.

Ondertekend te Goor op 18 december 2008.

De verklaring van[naam] 15 d.d. 10 juni 2011, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

lk was op 18 december 2008 op het Vecplein met mijn Ford Focus. lk werd toen aangesproken door een man van [naam BV]. [naam] wees mij op een beschadiging in de voorruit van de Ford Focus. Het was een zeer kleine beschadiging. De reparatietijd was vijf minuten. lk stond er bij en heb er op gewacht. Hij vulde toen het puntje op met een substantie. Daarna plakte hij de beschadiging af met één of ander plakkertje.

Door het plaatsen van de handtekening zou het herstel van de schade vergoed worden door [benadeelde].

In zaaksdossier 005 bevindt zich een inspectie/vragenformulier 16 d.d. 17 april 2010 van A.A.N met betrekking tot de auto met het kenteken [kenteken], opgemaakt door[deskundige 2], dat -zakelijk weergegeven- het volgende inhoudt:

Naam: [naam] te Goor.

Schade: ruitreparatie.

Reparatiedatum: 24-02-2010.

Acte van cessie ondertekend: Ja, na reparatie.

Bij soort breuk is ingevuld: andere breuk namelijk 4 x inslagpuntjes.

Als plaatsen van de breuken zijn aangegeven linksonder op de ruit, midden onder op de ruit en rechtsonder op de ruit (2x).

Harsinjectie uitgevoerd: nee (4x)

Betreft: geen breuk.

een brief van [benadeelde] d.d. 1 april 2010 17, gericht aan [naam] te Goor, inhoudende

-zakelijk weergegeven-:

Op 26 maart werd bij ons een claim ingediend voor herstel van een voorruit van uw auto met het kenteken [kenteken].

Het bedrijf [naam BV] geeft aan 4 reparaties aan uw voorruit te hebben uitgevoerd. Aan de hand van een door u ondertekende machtiging claimt zij nu bij [benadeelde] een bedrag van

€ 71,40.

een reparatieformulier van [adres] 18 d.d. 24 februari 2010 ten name van

[naam] te Goor.

Bij factuurnummer is vermeld: S10022435

Bij gegevens is als kenteken vermeld: [kenteken].

Als schadedatum: 24-02-10.

Als aard van de breuk is aangekruist: combinatie breuk.

Plaats van de breuk: er zijn op de linkerzijde, in het midden en rechts (2x) op de ruitafbeelding reparatiekruisjes geplaatst, in totaal vier.

Op de akte van cessie is de naam [naam] H. ingevuld en is een handtekening geplaatst.

Ondertekend te Goor op 24-02-10.

De verklaring van [naam] 19 d.d. 10 juni 2011, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Ik heb 1 keer schade aan de voorruit van de auto laten herstellen. Het waren toen 4 beschadigingen, kleine puntjes in de voorruit. Dat was in Goor. Drie van deze beschadigingen waren mij zelf nog niet opgevallen. De reparatietijd zal ongeveer een kwartier à twintig minuten zijn geweest. Het nam wat tijd in beslag, omdat de beschadigingen eerst wat uitgeboord moesten worden. Ik heb hem nog gevraagd of hij gebruik zou maken van zo'n apparaat wat altijd te zien is in het reclamespotje van [naam]. Hij zei dat dat niet nodig was, gelet op de kleine beschadigingen die in de voorruit zaten.

Vervolgens smeerde hij een substantie in de beschadigingen. Deze substantie kwam uit een tube. Hierna kwam er een folie over de beschadigingen.

lk moest onderaan het formulier tekenen en dat was voor de vier reparaties. [naam] zei tegen mij dat ik niets hoefde te betalen.

In zaaksdossier 006 bevindt zich een inspectie/vragenformulier 20 d.d. 14 juni 2010 van A.A.N met betrekking tot de auto met het kenteken [kenteken], opgemaakt door

[deskundige 2], dat -zakelijk weergegeven- het volgende inhoudt:

Naam:[naam] te Mussel.

Schade: ruitreparatie.

Reparatiedatum: 23-02-2010.

Acte van cessie ondertekend: Ja, na reparatie.

Bij soort breuk is ingevuld: andere breuk namelijk 3 x inslagpuntje.

Als plaatsen van de breuken zijn aangegeven op het midden van de ruit en rechtsonder en rechtsboven op de ruit.

Harsinjectie uitgevoerd: nee

Betreft: geen breuk.

Een reparatieformulier van [adres] 21 d.d. 23 februari 2010 ten name van Rep te Mussel.

Bij gegevens is als kenteken vermeld: [kenteken].

Als schadedatum: 23-02-10.

Als aard van de breuk is aangekruist: combinatie breuk.

Plaats van de breuk: er zijn in het midden en rechts boven en onder op de ruitafbeelding reparatiekruisjes geplaatst, in totaal drie.

Op de akte van cessie is de naam [naam] ingevuld en is een handtekening geplaatst.

Ondertekend te Mussel op 23-02-10.

De verklaring van [naam] 22 d.d. 06 juni 2011, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

De reparatie van mijn auto was in Musselkanaal. De beschadiging waren hele kleine putjes, beslist geen sterretjes of iets dergelijks. lk had van tevoren ook wel een paar kleine putjes opgemerkt maar deze zaten niet in het zichtveld. Als zij me niet hadden aangesproken had ik het ook niet laten doen. Na de reparatie heb ik een blik op het raam geworpen en de putjes waren in ieder geval iets minder zichtbaar.

In zaaksdossiers 008 en 009 bevindt zich een onderzoeksrapport van [deskundige 3] 23, rapporteur van [benadeelde], d.d. 14 januari 2010, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Onderzoek ruitschade d.d. 30 juni 2009 aan het voertuig met het kenteken [kenteken].

Via "[naam BV]" ontving[benadeelde] 2 nota's voor in totaal drie vermeende combinatiebreuken in/aan de voorruit van omschreven voertuig. Mevrouw [naam] verklaarde geen handtekening te hebben gezet onder de 2e Akte van Cessie.

Voorts wordt door verzekeringsnemer aangegeven dat er in het geheel geen reparatie is uitgevoerd aan betreffende voorruit.

Op 8 januari 2010 bezocht ik het woonadres van de heer [naam], [adres]

Op 8 januari 2010 inspecteerde ik met toestemming van verzekeringsnemer [naam] de vooruit van omschreven voertuig.

De nota's van [naam BV] vermeldden in totaal 3 vermeende combinatiebreuken.

Voorafgaand aan de inspectie is de voorruit met een doek gereinigd.

De betreffende ruit is zowel aan de buitenzijde als aan de binnenzijde door mij geïnspecteerd.

Ten tijde van deze inspectie heb ik vastgesteld dat de betreffende voorruit onbeschadigd was en dat op/aan deze ruit in het geheel geen reparatie is uitgevoerd.

Op basis van de verklaring van [naam] stel ik vast dat zij voor de vermeende reparatie op 30 juni 2009 wel een handtekening heeft geplaatst onder de akte van cessie.

Op basis van de verklaring van [naam] stel ik vast dat de factuur gedateerd op 16 juli 2009 in zijn geheel niet op waarheid berust en bovendien is voorzien van een klaarblijkelijk valse handtekening, althans voorzien is van een handtekening die niet is geplaatst door [naam]

Een nota van [adres] 24 d.d. 11 augustus 2009 met factuurnummer L09063010 gericht aan [benadeelde].

De nota houdt -zakelijk weergegeven- het volgende in:

Een ruitreparatie aan het voertuig met het kenteken [kenteken].

Naam van de verzekeringsnemer is[naam] en de datum van reparatie is 30 juni 2009.

Het bedrag van de nota bedraagt € 89,25 inclusief BTW.

De nota vermeldt dat de verzekeringnemer een akkoord heeft gegeven voor rechtstreekse betaling door op het reparatieformulier een handtekening te plaatsen.

Een reparatieformulier van [adres] 25 d.d. 30 juni 2009 ten name van [naam] te Kiel Windeweer.

Bij factuurnummer is vermeld: L09063010

Bij gegevens is als kenteken vermeld: [kenteken].

Als schadedatum: 30-06-09.

Als aard van de breuk is aangekruist: combinatie breuk.

Plaats van de breuk: er is aan de rechter bovenzijde op de ruitafbeelding een reparatiekruisje geplaatst.

Op de akte van cessie is de naam [naam] ingevuld en is een handtekening geplaatst.

Ondertekend te Hoogezand op 30-06-09.

Een nota van [adres] 26 d.d. 16 november 2009 met factuurnummer T09071624 gericht aan [benadeelde].

De nota houdt -zakelijk weergegeven- het volgende in:

Een ruitreparatie aan het voertuig met het kenteken [kenteken].

Naam van de verzekeringsnemer is [naam] en de datum van reparatie is 16 juli 2009.

Het bedrag van de nota bedraagt € 130,90 inclusief BTW.

De nota vermeldt dat de verzekeringnemer een akkoord heeft gegeven voor rechtstreekse betaling door op het reparatieformulier een handtekening te plaatsen.

Een reparatieformulier van [adres] 27 d.d. 16 juli 2009 ten name van [naam].

Bij gegevens is als kenteken vermeld: [kenteken].

Als schadedatum: 16-07-09.

Als aard van de breuk is aangekruist: combinatie breuk.

Plaats van de breuk: er zijn aan de linker zijde op de ruitafbeelding boven en onder reparatiekruisjes geplaatst.

Op de akte van cessie is de naam [naam] ingevuld en is een handtekening geplaatst.

Ondertekend te Hoogezand op 16-07-09.

De verklaring van [naam] 28 d.d. 07 juni 2011, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Reparatie 30 juni 2009.

Ik heb geen ruitschade gezien aan de voorruit van de auto. Hij drong erop aan om een reparatie te laten uitvoeren, zodat er geen grotere ruitschade zou ontstaan in de toekomst.

Hij was van [naam BV].

Ik weet niet of er wel een reparatie geweest is. De schade zat vanuit de bestuurdersplaats gezien links boven en het betrof volgens de jongen een combinatiebreuk.

Ik herken de handtekening. lk heb deze geplaatst op de plaats waar hij staat.

Reparatie 16 juli 2009.

Op de dezelfde parkeerplaats stonden weer die mannen met hun bedrijfsauto.

lk zei toen dat het kort daarvoor ook al was gedaan en dat het nu niet weer hoefde.

lk ben zelfs later op een parkeerplaats nog gaan kijken waar eventueel de schade zou moeten zitten. lk heb zelf niet kunnen ontdekken.

De formulieren die u mij toont heb ik niet eerder gezien. lk of mijn man heeft deze handtekening niet geplaatst. Wanneer ik een handtekening plaats dan zet ik altijd mijn meisjesnaam erbij.

In zaaksdossier 010 bevindt zich een onderzoeksrapport van[deskundige 4] 29, rapporteur van [benadeelde], d.d. 27 januari 2010, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Onderzoek ruitschade d.d. 11 september 2009 aan het voertuig met het kenteken [kenteken].

Afdeling Risicobeheer heeft opdracht verstrekt tot het instellen van een nader onderzoek naar de reparatie van de ruitbeschadiging.

Op 27 januari 2010 heb ik verzekerde,[naam], bezocht op haar huisadres, [adres]

[naam] verklaarde mij mondeling en schriftelijk het volgende:

“Op 11 september 2009 heb ik beslist geen reparatie aan de voorruit van mijn auto laten uitvoeren. Wel heb ik in 2008 een ruitreparatie laten uitvoeren door [naam].

De ondertekende akte van cessie die u mij laat zien is zeker niet door mij ondertekend."

Uit het door mij uitgevoerde onderzoek is gebleken dat de door [naam BV] ingediende reparatienota niet door verzekerde is ondertekend.

De ruitreparatie door [naam BV] aan de voorruit van de Hyundai van verzekerde is ook niet uitgevoerd.

Een nota van [adres] 30 d.d. 20 oktober 2009 met factuurnummer C09091128 gericht aan [benadeelde].

De nota houdt -zakelijk weergegeven- het volgende in:

Een ruitreparatie aan het voertuig met het kenteken [kenteken].

Naam van de verzekeringsnemer is [naam] en de datum van reparatie is 11 september 2009.

Het bedrag van de nota bedraagt € 130,90 inclusief BTW.

De nota vermeldt dat de verzekeringnemer een akkoord heeft gegeven voor rechtstreekse betaling door op het reparatieformulier een handtekening te plaatsen.

Een reparatieformulier van [adres] 31 d.d. 11 september 2009 ten name van [naam].

Bij gegevens is als kenteken vermeld: [kenteken].

Als schadedatum: 11-09-09.

Als aard van de breuk is aangekruist: een koeie-oog en een combinatie breuk.

Plaats van de breuk: er is aan de linker bovenzijde en linker onderzijde op de ruitafbeelding een reparatiekruisje geplaatst.

Op de akte van cessie is de naam [naam] ingevuld en is een handtekening geplaatst.

Ondertekend te De Meern op 110909.

De verklaring van [naam] 32 d.d. 15 juni 2011, inhoudende -zakelijk weergegeven-.

De auto met het kenteken [kenteken] is van mijn vriendin, [naam].

lk ben op 11 september 2009 met de auto van mijn vriendin in De Meern geweest

lk heb de ruitschade eerst zelf niet opgemerkt maar toen de man op de parkeerplaats mij daar attent op maakte zag ik wel enkele zeer oppervlakkige putjes in de voorruit. Het was of waren minuscule beschadigingen.

Er kan geen combinatiebreuk in het glas hebben gezeten want dat was me zeker wel opgevallen. Ook de jongen van [naam BV] heeft het niet over een combinatiebreuk gehad maar over oppervlakkige beschadigingen.

Ik heb het formulier, de akte van cessie, ondertekend.

In zaaksdossier 011 bevindt zich een onderzoeksrapport van [deskundige 5] 33, rapporteur van [naam], d.d. 7 juli 2010, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Onderzoek ruitschade aan het voertuig met het kenteken [kenteken].

Op 07-07-2010 bezocht ik de heer en mevrouw [naam] op het adres[adres] en trof daar dit voertuig.

Naar aanleiding van het ontvangen dossier en de van betrokkene ontvangen aanvullende informatie, werd door mij het volgende bevonden:

lk toonde betrokkene de Akte van Cessie en vernam dat dit haar handtekening was.

Volgens deze Akte van Cessie is de volgende reparatie uitgevoerd: 1 x combinatiebreuk(en) (combinatie van sterbreuk met koeienoog).

lk zag dat dit geclaimde herstel niet heeft plaatsgevonden.

lk zag namelijk geen enkele reparatieplek. Samen met verzekerde hebben we de hele ruit bekeken en geen reparatieplek gevonden.

Van betrokkene vernam ik desgevraagd het volgende: Zij is wel getuige geweest van bezigheden op de ruit. Volgens haar heeft de reparatie ongeveer 15 minuten geduurd.

Een nota van [adres] 34 d.d. 14 mei 2010 met factuurnummer S10042405 gericht aan [benadeelde].

De nota houdt -zakelijk weergegeven- het volgende in:

Een ruitreparatie aan het voertuig met het kenteken [kenteken].

Naam van de verzekeringsnemer is[naam] en de datum van reparatie is 24 april 2010.

Het bedrag van de nota bedraagt € 89,25 inclusief BTW.

De nota vermeldt dat de verzekeringnemer een akkoord heeft gegeven voor rechtstreekse betaling door op het reparatieformulier een handtekening te plaatsen.

Een reparatieformulier van [adres] 35 d.d. 24 april 2010 ten name van [naam] te Wehl.

Bij gegevens is als kenteken vermeld: [kenteken].

Als schadedatum: 24-04-10.

Als aard van de breuk is aangekruist: een combinatie breuk.

Plaats van de breuk: er is aan op midden onder op de ruitafbeelding een reparatiekruisje geplaatst.

Op de akte van cessie is de naam [naam] ingevuld en is een handtekening geplaatst.

Ondertekend te Wehl op 24-04-10.

In zaaksdossier 012 bevindt zich een onderzoeksrapport van [deskundige 6] 36, Expert van [benadeelde], d.d. 5 juli 2010, inhoudende -zakelijk weergegeven-:

Notacontrole met betrekking tot het voertuig met het kenteken [kenteken], schadedatum: 08-04-2010.

Schadeoorzaak: Glasbreuk.

Reparateur: [naam BV] [plaats].

Opmerkingen:

Glasruit herstel controle.

De auto van verzekerde is tijdens bezoek aan de C 1000 winkel in Goor hersteld door [naam BV] te Emmen.

De nota komt overeen met het aantal beschadigingen, dat hersteld zou zijn.

Uit de controle blijkt, dat de opgegeven beschadigingen nog steeds aanwezig zijn.

In het voorruit van de auto van verzekerde ter hoogte van de aangegeven herstelplaatsen zelfs meerdere beschadigingen zichtbaar.

In de opgave in het herstelrapport wordt aangegeven, dat een combinatiebreuk is hersteld. Dit is niet juist.

De beschadigingen bestaan uit zeer kleine oppervlakte beschadigingen van het voorruit, wat normaliter geen verdere gevolgen voor het voorruit zal hebben.

Een nota van [adres] 37 d.d. 23 april 2010 met factuurnummer M10010824 gericht aan [benadeelde], de nota is afgestempeld op 27 april 2010.

De nota houdt -zakelijk weergegeven- het volgende in:

Een ruitreparatie aan het voertuig met het kenteken [kenteken].

Naam van de verzekeringsnemer is [naam] en de datum van reparatie is 8 april 2010.

Het bedrag van de nota bedraagt € 79,14 inclusief BTW.

De nota vermeldt dat de verzekeringnemer een akkoord heeft gegeven voor rechtstreekse betaling door op het reparatieformulier een handtekening te plaatsen.

Een reparatieformulier van [adres] 38 d.d. 08 april 2010 ten name van [naam] te Neede.

Bij factuurnummer is vermeld: M10040824.

Bij gegevens is als kenteken vermeld: [kenteken].

Verzekering: [benadeelde]

Als schadedatum: 08-04-10.

Als aard van de breuk is aangekruist: een combinatie breuk.

Plaats van de breuk: er zijn linksonder en op het midden onder op de ruitafbeelding reparatiekruisjes geplaatst.

Op de akte van cessie is de naam [naam] ingevuld en is een handtekening geplaatst.

Ondertekend te Goor op 08-04-10.

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen voornoemde strafbare feiten redelijkerwijs aan [adres] worden toegerekend. De strafbare feiten zijn in de eerste plaats begaan door personeelsleden van [adres]. De strafbare gedragingen pasten voorts in de normale bedrijfsvoering van [adres] en deze waren [adres] dienstig. Tot slot lag het binnen de macht van [adres] om te bepalen of deze strafbare gedragingen al dan niet plaatsvonden.

De rechtbank baseert dit oordeel op de hiervoor bewezen zaaksdossiers, de aangiftes van de verzekeraars met de bijbehorende onderzoeken (steekproeven) van door hen ingeschakelde deskundigen, de verklaring van verdachte en de verklaringen van (ex-)medewerkers

[namen werknemers]

Uit deze verklaringen blijkt dat de werkwijze na de [benadeelde] brief -dat is de eerder genoemde brief van [benadeelde] aan [adres] van 7 april 2009- korte tijd werd aangepast, maar dat daarna weer op de oude, meer lucratieve wijze, werd gewerkt. Het bonussysteem werkte het repareren van oppervlakkige schades in de hand.

[naam werknemer] 39 verklaart dat men na de “[benadeelde] vergadering” was gestopt met het repareren van oppervlakkige beschadigingen maar dat na 2 weken door tegenvallende resultaten de reparateurs weer begonnen met het repareren van oppervlakkige schades. Dat gold niet alleen ten aanzien van verzekerden van [benadeelde] maar ook ten aanzien van die van andere verzekeringsmaatschappijen. Men moest met minimaal 6 bonnen terug komen, eigenlijk zoveel mogelijk. Men wilde namelijk zoveel mogelijk bonus ontvangen.

[naam werknemer] 40 verklaart overeenkomstig, dat de werkwijze van het repareren van oppervlakkige beschadigingen niet veranderde voor de andere verzekeringsmaatschappijen. Iedereen binnen [adres] wist dat er pitjes en oppervlakkige schades werden geclaimd, ook [verdachte] en [medeverdachte 3] wisten dat. [adres] had de stelling “schade is schade”.

[naam werknemer] 41 verklaart dat [verdachte] op enige moment stelde dat [benadeelde] weer vertrouwen in [adres] had en dat alles weer op de oude voet verder kon. Daaruit leidde [naam werknemer] af dat er weer gewerkt kon worden als voor de “[benadeelde] vergadering”. Wanneer hij met 30 bonnen terug kwam dan kregen de werknemers juist een schouderklopje. Dat werd gedaan door [medeverdachte 3], collega's onderling of de magazijnmedewerker in de woorden van "klasse", "goed bezig". Ook kreeg hij daadwerkelijk een klopje op zijn schouders van deze personen. Deze houding veranderde niet na de vergadering waarin gewaarschuwd werd voor eventueel ontslag na frauduleuze handelingen.

[naam werknemer] 42 verklaart dat zij misschien met 5 a 6 bonnen per dag terugkwam terwijl de anderen met 40 bonnen terugkwamen. Dat had zij ook wel kunnen doen maar dan had zij de mensen die zij aansprak moeten zeggen dat er een ster of iets dergelijks in de ruit zat terwijl dat niet het geval was.

[naam werknemer] 43 verklaart dat zijn collega's hebben aangegeven dat je de pitjes kon repareren als een combinatiebreuk, deze leek het er meeste op. Het was meer de algemene sfeer die er hing en de bepaalde uitlatingen die er werden uitgedragen van ‘gaan, gaan en gaan...'. Dit betekende dat hij met zoveel mogelijk bonnen thuis moest komen.

[naam werknemer] 44 verklaart dat de bonusregeling een grote drive was. Om voor bonussen in aanmerking te komen, lukte dat alleen als de pitjes werden meegepakt. Dit werd door iedereen gedaan.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij als enig aandeelhouder van [adres] verantwoordelijk was voor de binnen de BV uitgevoerde werkzaamheden. Verdachte was letterlijk de baas binnen [adres]. Hij stuurde onder andere zijn personeel aan, nam de beslissingen over de salarissen en onderhield de contacten met de verzekeringsmaat-schappijen.

Uit de hiervoor vermelde verklaringen volgt dat de medewerkers van [adres] op grote schaal oppervlakkige beschadigingen repareerden en declareerden als combinatiebreuk, hetgeen in de hand werd gewerkt door het door verdachte [verdachte] ingevoerde en in stand gehouden bonussysteem. Ook na de brief van [benadeelde] van 7 april 2009 en de “[benadeelde] vergadering” is de werkwijze bij [adres] niet duurzaam veranderd.

Hoewel verdachte naar aanleiding van de brief van [benadeelde] van 7 april 2009 een dertiental regels had opgesteld, heeft hij niets ondernomen om het plegen van strafbare gedragingen te voorkomen. Uit de verklaringen van de (ex-)werknemers blijkt dat er geen controle was op de uitgevoerde reparaties of dat er gesprekken daarover met de werknemers werden gevoerd. Al snel werd het binnenhalen van zoveel mogelijk bonnen weer gestimuleerd. In feite behoorde deze werkwijze tot de bedrijfscultuur van [adres].

Naar het oordeel van de rechtbank had verdachte een doorslaggevende rol binnen [adres] en was dan ook feitelijk leidinggevende met betrekking tot de verboden gedragingen.

Bespreking van de feiten 2 en 3

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat het onder 1 tenlastegelegde niet kan worden bewezen en dat daardoor de verweten witwasfeiten niet kunnen worden bewezen.

Naar het standpunt van de raadsvrouw dient verdachte van deze feiten te worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft het onder 1 tenlastegelegde bewezen verklaard.

[adres] incasseerde door het plegen van die strafbare feiten grote bedragen van verzekeraars. Dit geld werd zowel voor de bedrijfsvoering als voor de winstuitkering aan verdachte aangewend.

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat de gelden van misdrijf afkomstig waren en dat hij deze gelden tezamen met een ander of anderen heeft aangewend voor de aankoop van de panden die in de tenlastelegging zijn omschreven en dat verdachte tezamen met een ander een geldbedrag en een hoeveelheid goud in een kluis in Duitsland voorhanden heeft gehad en van deze voorwerpen heeft willen verhullen wat de herkomst daarvan was en wie de rechthebbende daarop was. Verdachte heeft geen redelijke verklaring gegeven waarom de kluizen, rekeningen en appartements-rechten op naam van medeverdachte [medeverdachte 2] moesten worden gesteld. Tezamen en in vereniging met anderen heeft verdachte een schijnconstructie opgezet. Daarmee heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan witwassen.

De rechtbank acht de feiten wettig en overtuigend bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen waarbij de in de voetnoten opgenomen paginanummers dan wel documenten steeds verwijzen naar het dossier Austin met dossiernummer 04BRF10011.

Uit het proces-verbaal 45 dat met betrekking tot de verweten witwashandelingen is opgemaakt komt het volgende naar voren.

Bij de [naam bank] te [plaats]worden door verdachte

[verdachte] en medeverdachte [medeverdachte 1] de volgende (relevante) rekeningen aangehouden 46:

a. Privérekening van [verdachte] [rekeningnummer]welke is geopend op 07-06-2010;

b. Zakelijke rekening van [naam BV] (directeur [verdachte]) [rekeningnummer] welke is geopend op 03-06-2010. Beschikkingsbevoegden zijn [verdachte] en [medeverdachte 1];

Op 8 juni 2010 komen er overschrijvingen binnen ter hoogte van ongeveer 363.000 euro op rekening [rekeningnummer]. Op 15 juni 2010 wordt van deze rekening 350.000 euro contant opgenomen 47.

Uit informatie van een aan de Duitse autoriteiten gericht rechtshulpverzoek komt het volgende naar voren 48.

Op 27 juli 2010 wordt een gesprek tussen [naam] (politie te Osnabrück) en de[naam bank] vastgelegd. Uit dit gesprek blijkt dat [verdachte] bij de [naam bank] de vraag heeft gesteld of hij anoniem een kluis kan huren bij de bank. Als de bankmedewerker zegt dat dit niet kan, vraagt hij of het dan mogelijk is een kluis te openen op naam van een ander.

Sinds 02 augustus 2010 heeft (medeverdachte) [medeverdachte 2] een rekening bij de [naam bank]met het nummer [rekeningnummer]. Uit een e-mail van de[naam bank] gericht aan [naam] (politie Osnabrück) blijkt dat er geld gestort wordt op deze rekening van [medeverdachte 2]. Ook blijkt uit die e-mail dat [medeverdachte 2] sinds 02 augustus 2010 bij de bank een kluis huurt onder nr. [nummer]. Tussen 8 augustus 2010 en 03 november 2010 heeft [medeverdachte 2] de kluis totaal 8 keer bezocht.

In het rechtshulpverzoek bevindt zich overzicht van een aantal mutaties op de bovengenoemde bankrekening van [medeverdachte 2]. De meest opvallende mutaties zijn:

- 21-10-2010 een kaststoring van 96.950 euro en

- 25-10-2010 een kasstorting van 197.500 euro.

Op 21 oktober 2010 en 25 oktober 2010, de data waarop de kluis van [medeverdachte 2] geopend wordt, worden door [verdachte] tevens de hierboven genoemde kasstortingen gedaan. De toegang tot de kluisruimte geschiedt middels een VR-BankCard.

Op 13 januari 2011 opent [medeverdachte 2] een rekening bij de Sparkasse Emsland te Meppen. Het rekeningnummer dat hij krijgt is [rekeningnummer]

[medeverdachte 2] heeft sinds 14 januari 2011 bij de [naam bank] een kluis. Het nummer van de kluis is [nummer]. Uit RHV-007-02-02 en RHV-007-02-02-V blijkt dat naast [medeverdachte 2] tevens gemachtigd is voor deze kluis: [medeverdachte 1].

Op grond van een rechtshulpverzoek aan Duitsland is er op 19 juli 2011 een doorzoeking ter inbeslagneming van de daarvoor vatbare voorwerpen verricht op de volgende adressen:

- [adres], een bedrijfspand, in gebruik bij [naam bank], met het doel het openen van een kluis, nummer [nummer] op naam van [medeverdachte 2].

Tijdens de doorzoeking in de kluis van de [naam bank] werden de volgende zaken aangetroffen en conform artikel 94a Wetboek van Strafvordering in beslag genomen:

- € 150.000,- in contanten (3 pakjes met elk 500 stuks € 100,- biljetten) en

- 2.0 kilogram goud in 2 pakjes met elk 10 stuks 100 gram baren.

Op 8 november 2010 verschijnen bij de [naam bank]

[verdachte] en [medeverdachte 1]. Met behulp van een overschrijvingsformulier willen zij een bedrag van € 295.000,- overmaken naar een Nederlandse rekening met het nummer [rekeningnummer]. Het geld moet overgemaakt worden van rekening [rekeningnummer]. Deze rekening staat op naam van de medeverdachte [medeverdachte 2]. Omdat volgens de bank de handtekening op het overschrijvingsformulier niet correct is, wordt de overboeking door de bank niet uitgevoerd.

Vervolgens neemt de bank telefonisch contact op met [medeverdachte 2] en zij deelt hem mede dat de overboeking niet uitgevoerd zal worden. Deze weigering wordt schriftelijk bevestigd ondanks het uitdrukkelijk telefonische verzoek van [medeverdachte 2] aan de bank om de overboeking wel uit te voeren.

Twee dagen later, namelijk op 10 november 2010, verschijnen [verdachte] en [medeverdachte 1] wederom bij de[naam bank]. Aan de bank verstrekken zij nu twee overboekingen. Eén overboeking heeft betrekking op een bedrag van

€ 149.198,82 en de andere op een bedrag van € 138.579,60. Beide bedragen dienen wederom ten laste van rekening[rekeningnummer]t.n.v. [medeverdachte 2] worden overgemaakt naar de Nederlandse rekening met het nummer [rekeningnummer] t.n.v. notaris [naam].

Wederom neemt de bank telefonisch contact op met [medeverdachte 2]. Die verklaart tegen de bank dat hij op dat moment in Polen is en niet naar de bank kan komen. Voor de tweede maal maakt de bank het geld niet over naar de rekening van de notaris.

Op 16 november 2010 wordt het geld overgeboekt naar de rekening van notaris mr. [naam].

Op 19 november verschijnt [medeverdachte 2] bij notaris mr. [naam]. Op deze dag worden bij genoemde notaris twee appartementen aan [medeverdachte 2] geleverd. Het gaat om de appartementen op de volgende twee adressen en bijbehorende koopsom:

-[adres 1] € 130.000,-

- [adres 2] € 140.000,-

Beide koopsommen zijn betaald middels storting op de rekening van notaris

[naam]

Uit de verklaring van [getuige] blijkt het volgende:

"Ik werkte bij [naam]. Daar stond het pand [adres 2] te koop. [verdachte] en [medeverdachte 1] zijn toen bij dat pand komen kijken. Dat was voor een persoon genaamd [medeverdachte 2]. Zij vertelden tegen mij dat zij bemiddelden voor [medeverdachte 2]. lk denk ergens rond augustus/september 2010. Door [medeverdachte 2] werd dit pand gekocht en blijkbaar ook de woning gelegen aan de[adres 1]werd rond die periode ook gekocht. lk heb alleen maar contact gehad met [verdachte] en [medeverdachte 1]. lk heb weleens gevraagd aan één van hun of ik een telefoonnummer kon krijgen van [medeverdachte 2] maar dit was niet nodig omdat zij voor hem bemiddelden".

Verder verklaart [getuige] [medeverdachte 2] nooit persoonlijk gezien te hebben of contact met hem te hebben gehad. Met betrekking tot de verhuur heeft [getuige] contact met [verdachte].

Verder verklaart [getuige]: "Ik heb alleen in het [adres 2] bemiddeld tussen

[verdachte] en [medeverdachte 1] en [naam]. Zij zochten een pand om in te beleggen voor de heer [medeverdachte 2]. Toen [medeverdachte 2] de woning opgeleverd had gekregen werd aan mij gevraagd of er kon worden bemiddeld in verhuur. Ze waren op zoek naar een beheerder voor dit pand. lk heb toen uit eigen beweging dit geregeld voor het [adres 2]. Gelijktijdig werd over een ander pand gesproken aan de [adres 1]. Die was al in hun bezit en volgens hun ook van [medeverdachte 2]. Ze wilden dat ik ook van dit pand de beheerder zou worden en namens [medeverdachte 2] de huur en de contracten regelde".

[getuige] verklaart dat er nog geen opdracht tot dienstverlening met een handtekening van de heer [medeverdachte 2] is opgemaakt en dat er weinig contact is. [getuige] ontvangt de huren en boekt deze over naar een door [verdachte] en [medeverdachte 1] opgegeven bankrekening [rekeningnummer] op naam [medeverdachte 2], [adres]

In een e-mail geeft Jansen aan dat er elke maand € 1.924,56 overgemaakt wordt naar eerder genoemd rekeningnummer.

Tijdens de doorzoeking ter inbeslagneming in de woning van medeverdachte [medeverdachte 2] aan de [adres] op 19 juli 2011 is een geldleningovereenkomst (C.02.01.13.01) in beslag genomen. Genoemde geldleningovereenkomst is op 19 november 2010 opgemaakt door [verdachte] en [medeverdachte 2], in de respectievelijke hoedanigheid van schuldeiser en schuldenaar.

In genoemde geldleningovereenkomst wordt door de schuldeiser een bedrag van € 300.000,- geleend aan de schuldenaar.

In de geldleningovereenkomst wordt niet gesproken over:

- Een looptijd van de lening;

- In welke termijnen dient te worden terugbetaald;

- Op welke rekening de betalingen moeten plaatsvinden;

- Op welke wijze de lening wordt verleend.

Uit onderzoek naar uitgaven vanaf de rekening van [verdachte]: [rekeningnummer] en [rekeningnummer] en de overige bankrekeningnummers is gebleken dat er geen directe geldverplaatsing van € 300.000,- naar de bankrekeningnummers, in gebruik bij

[medeverdachte 2], heeft plaats gevonden omstreeks de datum van de geldlening dan wel in de onderzoeksperiode. Daar komt bovenop dat uit analyse van afschriften van bovengenoemde bankrekeningen niet geconstateerd is dat er sprake is van een rentebetaling.

Bij de doorzoeking ter inbeslagneming wordt op het adres [adres] van medeverdachte [medeverdachte 1] o.a. een document (B.01.03.02.02) aangetroffen, welke op naam staat van [medeverdachte 2]. Het betreft een opheffing van een bankrekening op naam van [medeverdachte 2] van een Duitse bankrekening. Dat betreft de rekening die [medeverdachte 2] sinds 02 augustus 2010 heeft bij [naam bank] met het nummer [rekeningnummer]

In een aanvullend proces-verbaal van bevindingen is een verklaring opgenomen van medeverdachte [medeverdachte 2] d.d. 06 mei 2013.

[medeverdachte 2] geeft in deze verklaring aan dat hij op verzoek van [verdachte] een kluis heeft gehuurd bij de [naam bank] De in die kluis aangetroffen 150.000 euro welke was verpakt in seal bags, en 2 kilogram goud was van [verdachte] en is door

[medeverdachte 2] in die kluis gelegd op verzoek van [verdachte].

[medeverdachte 2] wist dat [verdachte] goed verdiend had en hij veronderstelde dat het verzoek van [verdachte] te maken met het feit dat [verdachte] niet zoveel geld in huis wilde hebben.

[verdachte] kon die kluis niet openen.

[medeverdachte 2] heeft aangegeven dat hij de eigenaar van het geld en goud bekend heeft gemaakt op verzoek van [verdachte].

Over de aankoop van de panden in Groningen heeft [medeverdachte 2] verklaard dat de bedragen (in totaal 295.000 euro) die [verdachte] en [medeverdachte 1] probeerden over te maken vanuit Duitsland naar Nederland toebehoorden aan [verdachte].

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1

"de rechtspersoon [adres] op verschillende tijdstippen in de periode van 18 december 2008 tot en met 14 mei 2010 in Nederland, meermalen,

telkens tezamen en in vereniging met anderen,

A1.

met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen telkens door een of meer listige kunstgrepen,

de verzekeringsmaatschappijen

- [benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden]

hebben bewogen tot de afgifte van één of meer geldbedragen,

immers hebben [adres] en haar medeverdachten toen aldaar meermalen telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en in strijd met de waarheid

- op de hiernavolgende reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, combinatiebreuk" als schade aan een autoruit aangekruist terwijl van een dergelijke schade in werkelijkheid geen sprake was:

- ( ZD002) reparatieformulier d.d. 22 maart 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD004) reparatieformulier d.d. 18 december 2008 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD008) reparatieformulier d.d. 30 juni 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD009) reparatieformulier d.d. 16 juli 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD010) reparatieformulier d.d. 11 september 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD012) reparatieformulier d.d. 08 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, doen ondertekenen door de eigenaar van de betreffende auto, dan wel ondertekend, als naar waarheid te zijn ingevuld, en

- op die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, gebaseerde facturen opgemaakt, namelijk

- ( ZD002) factuur d.d. 09 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD004) factuur d.d. 09 januari 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD008) factuur d.d. 11 augustus 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD009) factuur d.d. 16 november 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD010) factuur d.d. 20 oktober 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD012) factuur d.d. 23 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken] en

- vervolgens die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, en die op die formulieren gebaseerde facturen ter uitbetaling gezonden naar genoemde verzekeringsmaat-schappijen, waardoor genoemde verzekeringsmaatschappijen werden bewogen tot boven-omschreven afgifte,

en

A2.

ter uitvoering van het door [adres] voorgenomen misdrijf om, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door een of meer listige kunstgrepen,

de verzekeringsmaatschappijen

-[benadeelden]

[benadeelden]

te bewegen tot de afgifte van één of meer geldbedragen,

toen aldaar meermalen telkens met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en in strijd met de waarheid,

- op de hiernavolgende reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, “combinatiebreuk” als schade aan een autoruit heeft aangekruist terwijl van een dergelijke schade in werkelijkheid geen sprake was:

- ( ZD005) reparatieformulier d.d. 24 februari 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD006) reparatieformulier d.d. 23 februari 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD011) reparatieformulier d.d. 24 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, heeft doen ondertekenen door de eigenaar van de betreffende auto, dan wel heeft ondertekend, als naar waarheid te zijn ingevuld, en

- een of meer op die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, gebaseerde facturen heeft opgemaakt, namelijk

- ( ZD005) factuur d.d. 26 maart 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD011) factuur d.d. 14 mei 2010 m.b.t. kenteken [kenteken] en

- vervolgens die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, en de op die formulieren gebaseerde facturen ter uitbetaling heeft gezonden naar genoemde verzekeringsmaatschappijen,

terwijl de uitvoering van dit voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

EN

B.

opzettelijk gebruik heeft gemaakt van valse reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, en één of meer op die formulieren gebaseerde facturen, namelijk

- ( ZD002) reparatieformulier d.d. 22 maart 2010 en/of factuur d.d. 09 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD004) reparatieformulier d.d. 18 december 2008 en/of factuur d.d. 09 januari 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD005) reparatieformulier d.d. 24 februari 2010 en/of factuur d.d. 26 maart 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD006) reparatieformulier d.d. 23 februari 2010 kenteken [kenteken],

- ( ZD008) reparatieformulier d.d. 30 juni 2009 en/of factuur d.d. 11 augustus 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD009) reparatieformulier d.d. 16 juli 2009 en/of factuur d.d. 16 november 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD010) reparatieformulier d.d. 11 september 2009 en/of factuur d.d. 20 oktober 2009 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD011) reparatieformulier d.d. 24 april 2010 en/of factuur d.d. 14 mei 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- ( ZD012) reparatieformulier d.d. 08 april 2010 en/of factuur d.d. 23 april 2010 m.b.t. kenteken [kenteken],

- elk zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - (telkens) als waren die geschriften echt en onvervalst,

bestaande dat gebruikmaken hierin dat die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, en/of die facturen (telkens) zijn gezonden naar

- [benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden],

en bestaande die valsheid telkens hierin dat

- op die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, telkens "combinatiebreuk" als schade aan een autoruit is aangekruist terwijl van een dergelijke schade in werkelijkheid geen sprake was;

- die reparatieformulieren, tevens houdende akte van cessie, telkens ter bevestiging van de juistheid van de inhoud daarvan zijn ondertekend,

- op die facturen is vermeld dat aan het daarop genoemde voertuig een autoruitreparatie is uitgevoerd zulks telkens conform de aanduiding van die reparatie zoals vermeld op de bij die facturen behorende reparatieformulieren,

aan welke verboden gedragingen als omschreven onder A1, A2 en B hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een ander, feitelijk leiding heeft gegeven;

feit 2

dat hij in de periode van 10 november 2010 tot en met 06 mei 2013 in Nederland en/of in [plaats]meermalen, telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

voorwerpen, te weten

a. twee geldbedragen (van EURO 149.198,82 en EURO 138.579,60), en

b. het appartementsrecht/de bevoegdheid tot het uitsluitend gebruik van het appartement[adres 1], en

c. het appartementsrecht/de bevoegdheid tot het uitsluitend gebruik van het appartement[adres 2],

heeft verworven, en voorhanden heeft gehad, en daarvan gebruik heeft gemaakt door genoemde appartementen te verhuren, en heeft omgezet door die geldbedragen over te maken,

en

van die voorwerpen de werkelijke aard en de herkomst heeft verhuld, en heeft verborgen en verhuld wie de rechthebbende op die voorwerpen was,

terwijl hij, verdachte, en diens medeverdachten wisten, dat bovenomschreven voorwerpen

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

feit 3.

hij op 19 juli 2011 in Nederland of in[plaats]) tezamen en in vereniging met een ander, voorwerpen, te weten

a. een geldbedrag van EURO 150.000,=, en

b. 2.000 gram goud, voorhanden heeft gehad,

en

in de periode van 19 juli 2011 tot en met 07 mei 2013, in Nederland en/of in[plaats] tezamen en in vereniging met een ander,

van die voorwerpen de werkelijke aard en de herkomst heeft verhuld

terwijl hij, verdachte, en diens medeverdachte wisten, dat bovenomschreven voorwerpen

- onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. De in de bewijsmiddelen opgenomen andere geschriften zijn uitsluitend gebruikt in verband met de inhoud van andere bewijsmiddelen. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1:

A1: medeplegen van feitelijk leiding geven aan oplichting, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 326 in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht

A2: poging tot medeplegen van feitelijk leiding geven aan oplichting, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 326 in verbinding met de artikelen 45 en 47 van het Wetboek van Strafrecht;

B: medeplegen van feitelijk leiding geven aan valsheid in geschrift, begaan door een rechtspersoon, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 225 in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht

onder 2:

medeplegen van witwassen,

strafbaar gesteld bij artikel 420bis in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3:

medeplegen van witwassen,

strafbaar gesteld bij artikel 420bis in verbinding met artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

Verdachte is oprichter van en stuwende kracht achter [adres], een bedrijf dat autoruitreparaties en –vervanging verrichtte.

[adres] hanteerde bij haar werkzaamheden een zogenaamde aanbodgestuurde werkwijze: klanten werden geworven op parkeerplaatsen overal in Nederland. De medewerkers van [adres] kregen van de leiding van het bedrijf de opdracht dagelijks zoveel mogelijk reparaties te verrichten waarbij een bonussysteem leidde tot zeer grote aantallen verrichte werkzaamheden. Op grote schaal en gedurende een jarenlange periode hebben medewerkers van [adres] oppervlakkige ruitbeschadigingen aangemerkt als zogenoemde combinatiebreuken waarvan de reparatie bij autoverzekeraars werd gedeclareerd. Hierdoor werd niet alleen valsheid in geschrifte (op reparatiebonnen en facturen) gepleegd maar werden die verzekeraars bovendien opgelicht of werden pogingen daartoe gedaan.

Verdachte [verdachte] was bedenker en initiator van bovenomschreven werkwijze en trok, via de betalingen van de verzekeraars aan [adres], daarvan op forse wijze profijt.

Door de handelwijze van verdachte is grote financiële schade toegebracht aan verzekeraars en werd eveneens het vertrouwen dat verzekeraars moeten en mogen hebben in met hen samenwerkende ondernemingen ernstig geschaad. Voorts heeft verdachte eraan bijgedragen dat de compensatie die verzekeraars zoeken tegen benadeling vanwege fraude (door premies te verhogen) weer werd afgewenteld op alle verzekerden.

Naast het feitelijk leiding geven aan [adres] (welke vennootschap langdurig en grootschalig fraude pleegde) heeft verdachte ook aanzienlijke vermogensbestanddelen witgewassen. Verdachte heeft medeverdachte [medeverdachte 2] in Duitsland een bankrekening laten openen en twee kluizen laten huren en grote bedragen cashgeld in die kluizen verborgen. Een deel van dat geld (ongeveer € 288.000) werd na storting op een Duitse bankrekening via een schijnconstructie overgemaakt naar Nederland ter financiering van de aankoop van een tweetal woningen in Groningen die op naam van medeverdachte [medeverdachte 2] werden gezet. Voorts heeft verdachte een bedrag van € 150.000 en twee kilogram goud in een Duitse kluis verborgen.

Door witwassen wordt de integriteit van het financiële stelsel geschaad terwijl de verhulling van grote bedragen geld de samenleving ook als geheel treft omdat die verhulling het voor de belastingdienst onmogelijk maakt op juiste wijze belasting te heffen waardoor minder

belastinggelden kunnen worden aangewend voor het algemeen belang.

De rechtbank acht gelet op de aard, het grootschalig karakter en de lange duur van de door verdachte gepleegde strafbare feiten een hogere straf passend en geboden dan door de officier van justitie is geëist. De rechtbank komt tevens tot een ruimere bewezenverklaring van het onder 1 tenlastegelegde dan de officier van justitie.

Gelet op de omstandigheid dat de rechtbank een aantal aan de verdachte toebehorende vermogensbestanddelen (te weten een tweetal onder [medeverdachte 2] inbeslaggenomen appartementsrechten, en € 150.000 en 2 kilo goud uit een Duitse kluis) verbeurd zal verklaren zal de rechtbank de hoogte van de straf beperken tot de hierna te noemen duur.

De rechtbank heeft bij de strafoplegging op al het voorgaande acht geslagen en ook op de toenemende maatschappelijke weerzin tegen fraude.

Verdachte is niet eerder ter zake een misdrijf veroordeeld.

Alles afwegende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 24 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar.

Als bijkomende straf zal de rechtbank een tweetal onder [medeverdachte 2] inbeslaggenomen appartementsrechten, een geldbedrag van € 150.000,- en twee kilo goud verbeurd verklaren.

De rechtbank acht deze in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien deze voorwerpen aan de verdachte toebehoren en door middel van de strafbare feiten zijn verkregen.

Benadeelde partijen

A.

- [benadeelde]. met betrekking tot zaaksdossier 12

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot na te noemen bedrag voldoende aannemelijk gemaakt. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot na te noemen bedrag voor toewijzing vatbaar. Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering nu die schade geen causaal verband heeft met de bewezen geachte feiten dan wel dat de gevorderde BTW verrekenbaar is met de fiscus.

Het overige deel van de vordering kan de benadeelde partij slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

B.

- [benadeelde] met betrekking tot de zaaksdossiers 8 tot en met 11.

De benadeelde partij heeft een voegingsformulier ingediend en daarbij verwezen naar een emailbericht gericht aan het Openbaar Ministerie. Noch op het voegingsformulier noch in voornoemde email wordt door de benadeelde partij een schadebedrag genoemd. Als bijlage bij het voegingsformulier is een aangifte van de benadeelde partij gevoegd waarin een schadebedrag wordt genoemd. Het is echter niet duidelijk of dit bedrag ook de daadwerkelijk geleden schade bedraagt.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank de benadeelde partij niet ontvankelijk in haar vordering. Zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

C.

- [benadeelden]

[benadeelden][benadeelden]

[benadeelden].

De feiten waaruit de schade zou zijn ontstaan zijn niet ten laste gelegd noch ad informandum gevoegd. Daarmee is niet voldaan aan het bepaalde in artikel 361 lid 2 van het Wetboek van Strafvordering. De benadeelde partijen zullen daarom niet ontvankelijk worden verklaard in hun vorderingen.

Zij kunnen hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 27, 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

 een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden waarvan een gedeelte groot zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank verklaart verbeurd de navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

- de woning/appartemensrecht[adres 1];

- de woning/appartemensrecht [adres 2];

- een geldbedrag van 150.000 euro (zegge: honderdvijftigduizend euro);

- 2000 gram goud.

De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van het navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerp:

- een personenauto Audi A4, kenteken [kenteken].

De rechtbank veroordeelt de verdachte hoofdelijk tot betaling aan de benadeelde partij

[benadeelde]. van de som van € 66,50 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil, met dien verstande dat indien genoemd bedrag geheel of gedeeltelijk door de mededader is betaald, de verdachte in zoverre is bevrijd.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk is en dat zij dat deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partijen

- [benadeelden]

[benadeelden][benadeelden]

[benadeelden]

[benadeelden]

niet ontvankelijk zijn in hun vorderingen en dat zij hun vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen. De benadeelde partijen en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter en mrs. J.G. de Bock en M.A.A. van Capelle, rechters in tegenwoordigheid van D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 04 juli 2014.

1 Polisvoorwaarden van respectievelijk [benadeelde], p.4020 (breken of barsten); [benadeelde], p.4269 (breken of barsten of beschadigingen); [benadeelde], p.2964 en [benadeelde], p. 1196 (breuk). [naam], fraude-coördinator bij [benadeelde], heeft op 4 maart 2014 bij de rechter-commissaris verklaard dat [benadeelde] veel bedrijven heeft overgenomen. Bij [naam] kwam ruitbeschadiging voor vergoeding in aanmerking, bij de overige breuk.

2 Zie de artikelen 91-95. In het voertuigreglement (oud), geldig tot 1 mei 2009, golden dezelfde bepalingen.

3 AAN-003-02-02.

4 p.3661-3663

5 p.4015ev en p.4018ev

6 p.4059ev

7 p.4257ev en p.4260ev

8 p.4399ev, p.4437ev en p.5 van ambtshandeling AH-111

9 p.4032

10 p.4035

11 p.4003

12 p.4097

13 p.791

14 p.790

15 p.793

16 p.4104

17 p.4108

18 p.4106

19 p.843

20 p.4129

21 p.4131

22 p.878

23 p.4270

24 p.4276

25 p.4277

26 p.4278

27 p.4279

28 p.956

29 p.4290

30 p.4295

31 p.4296

32 p.1036

33 p.1067

34 p.1068

35 p.1069

36 p.1108

37 p.1104

38 p.1105

39 p.7651 en p.7625

40 p.7366 en p.7358

41 p.7591 en p.7581

42 p.7524

43 p.7678 en p.7699

44 p.7388

45 p.1117ev tevens inhoudende verwijzingen naar onderliggende ambtshandelingen en rechtshulpverzoeken

46 p.1132

47 AH-001-01-A-08

48 p.1135