Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:3199

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
03-07-2014
Datum publicatie
03-07-2014
Zaaknummer
18.830330-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Cuijkse zedenzaak

De rechtbank acht bewezen dat de verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan:

Onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag. Verdachte heeft beslissende invloed gehad op de keuze van de minderjarige om bij hem te verblijven.

Verkrachting. Verdachte is nadat de minderjarige tijdens de door hem uitgevoerde seksuele handelingen had aangegeven niet meer verder te willen, toch doorgegaan, zoals blijkt uit het in het dossier weergegeven en ter (besloten) zitting aanschouwde beeldmateriaal.

Het plegen van ontuchtige handelingen met een minderjarige beneden de leeftijd van zestien jaren. Ook via de webcam kan ontucht worden gepleegd met een ander persoon. Dat er geen lijfelijk contact is doet hieraan niet af, mits er sprake is van relevante interactie tussen de personen die zich aan weerskanten van de internetverbinding bevinden.

Voorts heeft verdachte zich meerdere malen schuldig gemaakt het plegen van ontuchtige handelingen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, met een meisje die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt en heeft hij zich schuldig gemaakt aan grooming.

De rechtbank acht de tenlastelegging voor wat betreft de kinderporno voldoende feitelijk en duidelijk omschreven. In combinatie met het dossier is zonder meer duidelijk welk verwijt de verdachte wordt gemaakt. In het dossier is een groot aantal afbeeldingen gedetailleerd omschreven. Daar komt bij dat aan de rechtbank, in een besloten terechtzitting een compilatie is getoond van het aangetroffen beeldmateriaal. De rechtbank heeft kennis genomen van het recente arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2014, nr. 12/00248. In de overwegingen van de Hoge Raad in dit arrest ziet de rechtbank evenmin aanleiding voor het oordeel dat de dagvaarding niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren en tot t.b.s. met dwangverpleging.

De rechtbank kent aan de slachtoffers forfaitaire bedragen aan immateriële schade toe gebaseerd op de ernst, duur en omvang van het misbruik.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 242,245,247, geldigheid: 2014-07-02
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.830330-13

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 3 juli 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

Verdachte,

geboren te (geboorteplaats) op (geboortedatum),

wonende te (woonplaats),

thans verblijvende in P.I. Leeuwarden, Holstmeerweg 7 te Leeuwarden.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 20 augustus 2013, 15 november 2013, 21 januari 2014, 18 maart 2014, 22 april 2014, 21 mei 2014, 22 mei 2014, 23 mei 2014, 28 mei 2014 en op 1 juli 2014.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. T. van der Goot, advocaat te Leeuwarden.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting van 22 april 2014 bij nadere omschrijving tenlastelegging en de ter terechtzitting van 22 mei 2014 vervolgens gewijzigde tenlastelegging, overeenkomstig de artikelen 313 en 314a van het Wetboek van Strafvordering, tenlastegelegd, dat

1.

hij in of omstreeks de periode van 17 mei 2013 tot en met 19 mei 2013 te (pleegplaats) en/of (pleegplaats) en/of (pleegplaats) en/of (pleegplaats), althans in Nederland, meermalen, minderjarige zaak 1 (geboren in 2000) aan het wettig over haar gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefent heeft onttrokken, immers heeft verdachte haar (in de buurt van haar woning) opgehaald met zijn auto en meegenomen naar zijn woning en/of naar een recreatieplas, althans naar (een) andere plaats(en) en/of haar gedurende die periode onttrokken gehouden.

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 19 mei 2013 te (pleegplaats) en/of (pleegplaats) en/of (pleegplaats) en/of (pleegplaats), althans in Nederland, meermalen, met minderjarige zaak 1 (geboren in 2000), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling( en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 1, hebbende verdachte

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht en/of

-zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- haar vastgebonden en/of een vibrator in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 19 mei 2013, in ieder geval op een of meer tijdstippen in het jaar 2013, te (pleegplaats) en/of (pleegplaats), althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) minderjarige zaak 1 (geboren in 2000) heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 1, hebbende verdachte een vibrator en/of (een) vinger(s) en/of een kunstpenis in de mond en/of de vagina van die minderjarige zaak 1 geduwd/gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- de ogen van die minderjarige zaak 1 heeft afgeplakt met plakband/ducktape en/of tegen die minderjarige zaak 1 op dwingende wijze heeft gezegd "Doe open, nu, en/of anders gaat die kunstpenis en/of vibrator in je kontje" en/of "Kies maar, neem hem diep" en/of "Doe je mond open slet. Moet ik hem in je kont doen dan?" en/of "Doe je mond open, ver", zulks terwijl die minderjarige zaak 1 telkens aangeeft dat ze haar mond niet open wil doen en/of telkens nee schudt en/of waarbij een vibrator en/of kunstpenis en/of vinger(s) telkens diep in

de mond/keelholte van die minderjarige zaak 1 worden geduwd en/of

-wasknijpers aan weerszijden op de schaamlippen van die minderjarige zaak 1 heeft gezet en/of hieraan (een) touwtje(s) heeft bevestigd welke touwtjes bevestigd waren aan de armen en/of benen van die minderjarige zaak 1 waardoor de vagina was opengesperd en/of op dwingende wijze tegen die minderjarige zaak 1 heeft gezegd: "Ontspan die kont" en/of "Ik druk een paardenpik in je kut" en/of "Ontspan die vuile kut van je" en/of "Voel je hem, grote negerpik in je" en/of waarbij die kunstpenis met kracht in de vagina van die minderjarige zaak 1 werd geduwd, zulks terwijl die minderjarige zaak 1 meermalen aangeeft dat het pijn doet en/of dat ze het niet wil en/of vraagt of de kunstpenis er uit mag en/of

door middel van zijn fysieke en geestelijk overwicht op die minderjarige zaak 1 een situatie heeft doen ontstaan waardoor zij zich niet aan bovengenoemde handelingen kon onttrekken en/of zich hiertegen kon verzetten, en/of (aldus) voor die minderjarige zaak 1 een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 maart 2013 tot en met 19 mei 2013 te (pleegplaats), althans in Nederland, met gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten een telefoon en/of computer), minderjarige zaak 1 (geboren in 2000) van wie hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, (een) ontmoeting(en) heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die minderjarige zaak te plegen, terwijl hij (enige) handelingen heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoeting(en) een en ander hierin bestaande dat verdachte,

-telkens seksueel getinte whats app berichten naar die minderjarige zaak 1 heeft verzonden met onder meer als inhoud: "heb zin in je en/of wil je mooie kleine kutje likken en/of (zakelijk weergegeven) dat hij hoopt haar deze week te neuken en/of "mag ik dan weer je ongeschoren kutje plukken" en/of "ik wil tegen je lekkere lijf aanliggen en/of "binnenkort kan die weer in je lekkere kutje en/of

-telkens via whats app berichten heeft gevraagd (zakelijk weergegeven) of hij moet komen en/of dat ze binnenkort weer afspreken en/of dat ze de volgende keer gelijk in de auto kan stappen en/of dagen voorgesteld waarop ze elkaar kunnen ontmoeten en/of hij haar thuis kan ophalen en/of aangegeven wat ze moet dragen en/of dat hij bij de kerk wacht en/of dat hij over week weer bij haar is en/of dat ze mee naar hem kan komen en thuis moet zeggen dat ze bij een vriendin slaapt en/of

-die minderjarige zaak 1 heeft opgehaald en in zijn auto meegenomen naar een plaats in de omgeving en/of naar zijn woning, waar verdachte vervolgens seksuele handelingen met minderjarige zaak 1 heeft uitgevoerd;

5.

hij in of omstreeks de periode van 21 september 2009 tot 21 september 2011 te (pleegplaats) en/of (pleegplaats), althans in Nederland, meermalen, met minderjarige zaak 2 (geboren in 1995), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 2, hebbende verdachte

- haar aan zijn penis laten trekken en/of

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- in haar mond en/of over haar lichaam geplast en/of

- zijn penis in haar anus geduwd/gebracht en/of

- zijn vinger(s) in haar anus geduwd/gebracht en/of

- poep uit haar anus gehaald en/of dit in zijn mond gestopt en/of

- haar vastgebonden en/of op haar kont geslagen ('spanken') en/of

- een vibrator in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen en/of anus geduwd/gebracht en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- een komkommer in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht;

6.

hij in of omstreeks de periode van 29 augustus 2008 tot 29 augustus 2010 te (pleegplaats), althans in Nederland, meermalen, met minderjarige zaak 3 (geboren in 1995), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 3, hebbende verdachte

- haar gekust/gezoend en/of

- zijn tong in haar mond geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar anus geduwd/gebracht en/of

- over haar heen geplast en/of

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en/of

- haar aan zijn penis laten trekken en/of

- aan haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gelikt en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- een vibrator in haar vagina geduwd/gebracht;

7.

hij in of omstreeks de periode van 17 februari 2004 tot en met 17 februari 2006 te of nabij (pleegplaats), althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, met minderjarige zaak 4 (geboren in 1991) die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 4, hebbende verdachte

- zijn vinger(s) in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn vinger(s) in haar anus geduwd/gebracht en/of

- aan haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gelikt en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- haar borsten betast/bevoeld en/of

- haar borsten gelikt/gekust en/of

- haar aan zijn penis laten trekken en/of

- een vibrator in haar vagina geduwd/gebracht;

8.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2007 tot en met 1 december 2007 te (pleegplaats) althans in Nederland een of meermalen,

- door giften of beloften van geld of goed, te weten het geven van chips en/of cola en/of andere levensmiddelen en/of geld voor een treinkaartje en/of geld en/of

- door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 5, (geboren in 1990), en/of (via chatgesprekken) creëren van een vertrouwensband met die minderjarige zaak 5, en/of zulks terwijl die minderjarige zaak 5, verkeerde in een kwetsbare positie, een persoon, minderjarige zaak 5, (geboren in 1990), waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige

handelingen, te weten

- aftrekken van verdachte en/of

- het duwen van de penis in de mond en/of de vagina en/of tussen de schaamlippen en/of anus van die minderjarige zaak 5, en/of

- het brengen van de tong van verdachte in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die minderjarige zaak 5,

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

9.

hij in of omstreeks de periode van 8 juni 2001 tot en met 8 juni 2003 te (pleegplaats), althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, met minderjarige zaak 6 (geboren in 1987), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 6, hebbende verdachte

- zijn vinger(s) in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn vinger(s) in haar anus geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- een vibrator in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht;

10.

hij op of omstreeks 12 juni 2008, althans in de periode 1 mei 2008 tot 25 juni 2008 te (pleegplaats), althans in Nederland, met minderjarige zaak 9 (geboren in 1992), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 9, hebbende verdachte,

- zijn tong in haar mond geduwd/gebracht en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht;

11.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2004 tot en met 30 december 2006 althans in het jaar 2004 of 2005 te (pleegplaats), althans in Nederland, met minderjarige zaak 11 (geboren in 1991), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 11, hebbende verdachte

- zijn vinger(s) in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- haar aan zijn penis laten trekken;

12.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot 12 mei 2012 te (pleegplaats), gemeente (pleegplaats), althans in Nederland met minderjarige zaak 25 (geboren in 1996), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 25, hebbende

verdachte

- een vinger in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd/gebracht

althans indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2011 tot 12 mei 2012 te (pleegplaats), gemeente (pleegplaats), althans in Nederland met minderjarige zaak 25 (geboren in 1996), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het strelen van de blote vagina van die minderjarige zaak 25;

13.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2008 tot en met 13 januari 2009 te (pleegplaats), althans in Nederland, meermalen althans eenmaal, met minderjarige zaak 12 (geboren in 1996), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft hij door aanwijzingen en/of instructies te geven tijdens (een) seksueel getint(e) chatgesprek(ken) terwijl die minderjarige zaak 12 door middel van een webcam voor verdachte geheel of gedeeltelijk zichtbaar was, de volgende ontuchtige handelingen laten verrichten:

- het geheel of gedeeltelijk uitkleden en/of het laten aannemen van een positie/houding om haar blote borsten en/of blote vagina voor verdachte in beeld te brengen en/of

- het strelen van haar vagina;

14.

hij in of omstreeks de periode van 8 november 2006 tot 8 november 2007 te (pleegplaats), althans in Nederland een of meermalen door,

- misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 13 (geboren in 1991) en/of het (via chatgesprekken) creëren van een vertrouwensband met die minderjarige zaak 13 en/of het tonen van bezorgdheid en/of zulks terwijl die minderjarige zaak 13 verkeerde in een kwetsbare positie en/of

- door misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 13 voordoen als veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en/of het sturen van een foto van een jongere persoon en/of het (via chatgesprekken) tegen die minderjarige zaak 13 zeggen dat hij 20 jaar was,

een persoon, minderjarige zaak 13 (geboren in 1991) waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten,

- het liggen met gespreide benen voor de webcam en/of zich vingeren en/of het brengen van een vibrator in de vagina,

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

15.

hij in of omstreeks de periode van 5 juli 2005 tot en met 31 december 2007 te (pleegplaats), althans in Nederland, een of meermalen door,

- misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 14 (geboren in 1992) en/of het (via chatgesprekken) creëren van een vertrouwensband met die minderjarige zaak 14 en/of het geven van aandacht en/of zulks terwijl die minderjarige zaak 14 verkeerde in een kwetsbare positie en/of

- door misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 14 voordoen als een veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en/of het via de chatsite en/of mail gebruiken van de naam Tom en het sturen van een foto van een jongen van 18 jaar met bruin haar en blauwe ogen waarmee verdachte suggereerde dat hij er zo uitzag, een persoon, minderjarige zaak 14 (geboren in 1992) waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten

-zich vingeren voor de webcam en/of

-het tonen van haar ontblote vagina en/of borsten via de webcam aan verdachte

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

16.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2009 tot en met 1 april 2010 te (pleegplaats), althans in Nederland, met minderjarige zaak 15 (geboren in 1996), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, immers heeft hij door aanwijzingen en/of instructies te geven tijdens (een) seksueel getint(e) chatgesprek(ken), terwijl die minderjarige zaak 15 door middel van een webcam voor verdachte geheel of gedeeltelijk zichtbaar was, de volgende ontuchtige handelingen laten verrichten en/of dulden,

- zich aan haar borsten laten betasten door getuige minderjarige zaak 24 en/of

- zich laten vingeren en/of zoenen door getuige minderjarige zaak 24 en/of

- het laten zien van haar borsten;

17.

hij in of omstreeks de periode van 9 april 2005 tot 9 april 2010 te (pleegplaats), althans in Nederland een of meermalen door,

- misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 18 (geboren in 1992) en/of het (via chatgesprekken) creëren van een vertrouwensband en/of

- door misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 18 voordoen als veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en/of het via de chatsite en/of MSN gebruiken van de naam Tom en/of het sturen van een foto van een jongere persoon en/of het tegen die minderjarige zaak 18 zeggen dat hij nog thuis woonde,

een persoon, minderjarige zaak 18 (geboren in 1992) waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten,

- het tonen van haar ontblote vagina en/of borsten voor de webcam

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

18.

hij in of omstreeks de periode van 30 april 2007 tot en met 30 april 2008 te (pleegplaats), althans in Nederland een of meermalen door,

- misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 19 (geboren in 1992) en/of het (via chatgesprekken) creëren van een vertrouwensband met die minderjarige zaak 19 en/of

- door misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 19 voordoen als veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en/of het sturen van een foto van een jongere persoon en/of het gebruiken van de naam poffertje, althans een andere naam dan zijn werkelijke naam, een persoon, minderjarige zaak 19 (geboren in 1992) waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten,

- zich vingeren voor de webcam en/of

- het tonen van haar ontblote vagina en/of borsten via de webcam aan verdachte,

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

19.

hij in of omstreeks de periode van 21 maart 2005 tot en met 21 maart 2007 te (pleegplaats), althans in Nederland, een of meermalen door,

- misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 33 voordoen als een veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en/of het via de chatsite gebruiken van de naam Tom en/of door een profielfoto te gebruiken van een jongen van ongeveer 20 jaar met bruin haar en/of bruine ogen en/of een slank lichaam met brede schouders waarmee verdachte suggereerde dat hij er zo uitzag, een persoon minderjarige zaak 33 (geboren in 1991) waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te weten

- het strelen van haar blote vagina

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

20.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2005 tot 12 januari 2009 te (pleegplaats), althans in Nederland een of meermalen door,

- misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 40 (geboren in 1992) en/ of het (via chatgesprekken) creëren van een vertrouwensband met die minderjarige zaak 40 en/of zulks terwijl die minderjarige zaak 40 verkeerde in een kwetsbare positie en/of

- door misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 40 voordoen als veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en/of het via de chatsite en/of mail gebruiken van een andere naam dan zijn, verdachte’s, werkelijke naam en/of sturen van een foto van een jonge man waarbij verdachte suggereerde dat hij er zo uitzag en/of zei dat hij ongeveer 20 jaar was, een persoon, minderjarige zaak 40 (geboren in 1992) waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten,

- het betasten en/of kussen van haar ontblote borsten voor de webcam en/of

- zich vingeren voor de webcam

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

21.

hij in de periode 1 januari 2001 tot en met mei 2013, althans op een of meer tijdstippen in de maand mei 2013 te (pleegplaats) in elk geval in Nederland, (een) gegevensdrager(s) te weten externe harde schijven en/of een of meer geheugenkaart(en) en/of een of meer USB-stick(s) bevattende (een) (webcam)afbeelding(en) te weten ongeveer 5680 (webcam)foto's, althans een groot aantal (webcam)foto's en/of ongeveer 4209 (webcam)films, althans een groot aantal (webcam)films, in bezit heeft gehad en/of heeft vervaardigd en/of zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de

toegang daartoe heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en) (telkens) (een) seksuele gedraging(en) zichtbaar was/waren, waarbij (telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd

van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedraging(en) (telkens) bestonden uit (onder meer):

-het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met de penis en/of een vinger/hand en/of een tong en/of een voorwerp van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

-het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de tong en/of vinger/hand en/of een voorwerp en/of

-het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of een vinger/hand en/of met een voorwerp en/of met de mond/tong en/of

-het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een andere persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met een vinger/hand en/of met een voorwerp en/of met de mond/tong en/of

-het (door een volwassen man) masturberen boven en/of ejaculeren op het lichaam en/of gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of

-het houden van een penis tegen of (dicht) bij het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of

-het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of de ontblote borsten en/of billen in beeld gebracht worden en/of

-het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in een omgeving en/of met voorwerpen en/of in (erotisch getinte) houdingen poseert die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of de ontblote borsten en/of billen in beeld

gebracht worden;

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. B.D. van der Burg acht hetgeen aan de verdachte onder 9 is tenlastegelegd niet bewezen en vordert dat de rechtbank de verdachte voor dit feit zal vrijspreken.

De officier van justitie acht hetgeen de verdachte onder 1, onder 2, onder 3, onder 4, onder 5, onder 6, onder 7, onder 8, onder 10, onder 11, onder 12 primair, onder 13, onder 14, onder 15, onder 16, onder 17, onder 18, onder 19, onder 20 en onder 21 is tenlastegelegd wettig en overtuigend te bewijzen.

De officier van justitie vordert dat de rechtbank verdachte voor deze feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Verder vordert zij de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

Voorts vordert de officier van justitie de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij minderjarige zaak 2 tot een bedrag van € 10.469,60 met niet ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering, de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij minderjarige zaak 3 tot een bedrag van € 10.269,60 met niet ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in het overig deel van de vordering, de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij minderjarige zaak 4 tot een bedrag van € 5.648,82, de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij minderjarige zaak 5 tot een bedrag van € 11.394,00, tot niet ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij minderjarige zaak 6 in haar vordering (in verband met de gevorderde vrijspraak), de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij minderjarige zaak 9 tot een bedrag van € 1.000,00, de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij minderjarige zaak 11 tot een bedrag van € 5.000,00, de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij minderjarige zaak 18 tot een bedrag van € 4.000,00, tot niet ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij minderjarige zaak 33 in haar vordering (geen onderbouwing) en de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij minderjarige zaak 40 tot een bedrag van € 4.000,00.

De officier van justitie vordert tenslotte daarbij telkens de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ten behoeve van genoemde benadeelde partijen.

Partiële nietigheid van de dagvaarding1

Met betrekking tot de nietigheid van de dagvaarding voor wat betreft feit 21.

Door de raadsman van verdachte is aangevoerd dat de tenlastelegging partieel nietig dient te worden verklaard nu de omschrijving van feit 21, kort gezegd het vervaardigen en voorhan-den hebben van kinderpornografisch materiaal, niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. De tenlastelegging bevat in algemene termen omschreven seksuele gedragingen en geeft geen concrete omschrijving van wat op (een deel van) de afbeeldingen is te zien. De raadsman verwijst naar verschillende vonnissen en arresten.

De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn betoog.

Artikel 261 Strafvordering heeft ten doel dat alle bij het strafproces betrokken partijen door middel van de dagvaarding op de hoogte zijn van de gronden waarop de vervolging berust.

De Hoge Raad heeft in het arrest van 20 december 20112 overwogen dat het Openbaar Ministerie duidelijk moet concretiseren welke afzonderlijke strafbare feiten op de aangetroffen afbeeldingen worden geïdentificeerd. De inhoud van de tenlastelegging mag/moet tevens worden bezien in samenhang met de rest van het strafdossier3. Het gaat erom dat duidelijk moet zijn waartegen de verdachte zich heeft te verweren. Ook voor de overige procespartijen moet voldoende duidelijk zijn welk verwijt de verdachte wordt gemaakt.

De rechtbank stelt vast dat daarvan in casu sprake is. De tenlastelegging zelf bevat weliswaar geen gedetailleerde beschrijving van de inhoud van (een deel van) de afbeeldingen die bij verdachte zijn aangetroffen of een verwijzing naar een beschrijving van concrete afbeeldingen/films in het dossier, maar in combinatie met het dossier is zonder meer duidelijk welk verwijt de verdachte wordt gemaakt. In het dossier is een groot aantal afbeeldingen gedetailleerd omschreven. Zo is per aangeefster aangegeven hoeveel filmpjes van haar zijn aangetroffen met een korte aanduiding van wat daarop te zien is. Sommige films zijn helemaal of deels volledig uitgeschreven. De rechtbank verwijst naar de letterlijke weergave van de gesproken tekst van een film met betrekking tot minderjarige zaak 64, minderjarige zaak 45 en naar de omschrijving van een film met betrekking tot minderjarige zaak 16.

Daar komt bij dat aan de rechtbank, in een besloten terechtzitting op 22 april 2014, in het bijzijn van de officier van justitie en de bepaaldelijk gemachtigde raadsman van verdachte, een compilatie is getoond van het aangetroffen beeldmateriaal, waaronder filmfragmenten van minderjarige zaak 1, minderjarige zaak 2, minderjarige zaak 3, minderjarige zaak 4, minderjarige zaak 5, minderjarige zaak 6, minderjarige zaak 11, minderjarige zaak 14, minderjarige zaak 15 en minderjarige zaak 24.

Dat was anders in de zaak waarin de Rechtbank Noord-Nederland op 18 oktober 20137 tot nietigheid van de dagvaarding concludeerde. De rechtbank stelde in die zaak vast dat “enige uitwerking van de beelden is vereist om aan de procesvereisten te voldoen. Dat kan summier, maar moet wel voldoende concreet zijn. De bijlagen in het dossier waarop door middel van een standaardformulier is aangegeven welke seksuele gedragingen zoal in het materiaal zouden voorkomen is daartoe onvoldoende.”

Ook in die zaak bestond de dagvaarding slechts uit in algemene termen weergegeven seksuele gedragingen, maar bevatte het dossier ter verdere uitwerking daarvan uitsluitend een zogeheten collectiescan, het kruisjesformulier waarop is aangevinkt welke seksuele gedragingen in het materiaal zijn aangetroffen.

De rechtbank heeft kennis genomen van het recente arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2014, nr. 12/00248. In die strafzaak is in de tenlastelegging telkens aan het eind van de omschrijving van de seksuele gedragingen een verwijzing naar een aantal nummers uit de selectie van het materiaal opgenomen. Een concrete beschrijving van de seksuele handelingen ontbreekt in de tenlastelegging. Voor het hof noch voor de Hoge Raad was dit aanleiding om mee te gaan in het betoog van de raadsman, inhoudende dat de gedragingen niet feitelijk zijn omschreven en dat de dagvaarding daarom partieel nietig dient te worden verklaard. In dit arrest geeft de Hoge Raad in de overwegingen 3.5 tot en met 3.8 een handreiking ten behoeve van de wijze waarop in het bijzonder grootschalig bezit van kinderporno kan of moet worden tenlastegelegd. In die handreiking stelt de Hoge Raad dat een zekere ruwheid daarbij onvermijdelijk is en dat dit ook geldt voor de toepassing van die uitgangspunten in de praktijk. In het kader van de begrenzing van enerzijds de omvang van het voorbereidend onderzoek en anderzijds de omvang van het onderzoek ter terechtzitting, geeft de Hoge Raad aan dat de steller van de tenlastelegging zich bij voorkeur zou moeten beperken tot het beschrijven van een gering aantal afbeeldingen, zo mogelijk ten hoogste vijf, zonder in de tenlastelegging zelf enige aanduiding of verwijzing op te nemen naar een wellicht grotere hoeveelheid waarvan die afbeeldingen deel uitmaken. Bij de straftoemeting kan volgens de Hoge Raad rekening worden gehouden met het grootschalige karakter van het delict.

In de overwegingen van de Hoge Raad in het hiervoor vermelde arrest ziet de rechtbank evenmin aanleiding om de raadsman te volgen in zijn betoog dat de dagvaarding op dit punt niet voldoet aan de eisen van artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. Uit de door de Hoge Raad gegeven handreiking blijkt niet dat er in ieder geval een concrete beschrijving van een beperkt aantal seksuele gedragingen in de tenlastelegging moet worden opgenomen. De rechtbank gaat er van uit dat, in een geval als het onderhavige, waarin het voor verdachte evident is waartegen hij zich heeft te verweren en bovendien voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling van de zaak ter terechtzitting een selectie van de beelden op een besloten regiezitting is getoond, een concrete beschrijving van (een deel van) de beelden in de tenlastelegging overbodig is en dus achterwege kan blijven.

De rechtbank stelt vast dat in de onderhavige zaak wél sprake is van voldoende gedetailleerd uitgewerkte omschrijvingen van concrete seksuele gedragingen in het dossier, dusdanig dat het voor verdachte duidelijk moet zijn, waartegen hij zich heeft te verweren. Van nietigheid van de dagvaarding op dit punt vanwege onvoldoende feitelijkheid is dan ook geen sprake.

De rechtbank verwerpt het verweer.

Bewijsmotivering

Feit 1

In het onder 1 tenlastegelegde feit wordt verdachte verweten dat hij gedurende een aantal dagen in mei 2013 een toen twaalf jarig meisje aan het wettig over haar gesteld gezag heeft onttrokken. Verdachte heeft afspraken gemaakt met het meisje om haar te ontmoeten8. Hij heeft haar gezegd dat ze, om problemen te voorkomen, het goed moest regelen met haar moeder en moest vertellen dat ze naar een vriendin zou gaan9 en dat hij niet zou komen als ze het niet op deze manier zou regelen. Vervolgens heeft hij haar met zijn auto opgehaald in de buurt van haar woning en haar meegenomen naar zijn woning. Het meisje heeft enkele dagen bij verdachte verbleven.

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden bewezen dat verdachte het meisje opzettelijk heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag. Het meisje was, gelet op haar leeftijd niet zodanig minderjarig dat zij geen vrije en vrijwillige keuze kon maken om bij verdachte te verblijven. De wil van de verdachte is volgens de raadsman niet bepalend geweest.

De rechtbank kan de raadsman hierin niet volgen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte beslissende invloed gehad op de keuze van het meisje bij hem te verblijven en daarmee op de scheiding tussen haar en haar moeder. Verdachte heeft, gelet op zijn leeftijd (hij was toen 47 jaar), een zodanig overwicht op het meisje gehad dat zij hiermee heeft ingestemd. Het was verdachtes idee dat zij mee zou gaan naar zijn huis en daar bij hem zou blijven overnachten10. Alleen al op grond van de zeer jonge leeftijd van het meisje en het grote leeftijdsverschil moet het verdachte zonder meer duidelijk zijn geweest dat haar moeder hiermee niet akkoord zou gaan. Hierbij komt nog dat verdachte het meisje, voorafgaand aan de ontmoeting, heeft bewogen om tegen haar moeder te liegen over haar verblijfplaats.

De rechtbank acht het onder 1 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 2 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van de moeder van minderjarige zaak 111.

 de verklaring van minderjarige zaak 1 ten overstaan van de politie12.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie13.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2014.

Feit 3

Met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde overweegt de rechtbank het volgende.

Verdachte heeft met een toen twaalf jarig meisje, dat hij korte tijd daarvoor via een chatsite had leren kennen, in zijn huis vergaande seksuele handelingen verricht. Hij heeft onder meer een vibrator en een grote kunstpenis in de mond en de vagina van het meisje gebracht. Eén en ander heeft plaatsgevonden in een sm-achtige sfeer, waarbij haar ogen met tape waren dichtgeplakt en wasknijpers op haar vagina waren geplaatst. Aan de wasknijpers waren touwtjes bevestigd, waardoor haar vagina werd opengesperd. Verdachte heeft voorafgaand aan en tijdens de door hem uitgevoerde handelingen op gebiedende en dwingende wijze opdrachten aan het meisje gegeven. Tussen verdachte en het meisje waren er voorafgaand aan de sm-handelingen geen afspraken gemaakt over het stoppen in het geval één van beiden niet verder wilde gaan.

De raadsman heeft ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde feit het standpunt ingenomen dat de verdachte niet bewust tegen de wil van het meisje is binnengedrongen in haar lichaam en dat hij ook niet redelijkerwijs heeft moeten vermoeden dat het meisje niet wilde, nu zij van tevoren via de chat hadden gesproken over het experimenteren met dit soort seksuele handelingen en aangeefster had aangegeven hierin geïnteresseerd te zijn.

De rechtbank overweegt het volgende. Vanwege het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte en de minderjarige, de zeer jeugdige leeftijd van het meisje en het daaruit voortvloeiende overwicht had verdachte zich voorafgaand aan en tijdens het sm-spel steeds moeten vergewissen van de vraag of aangeefster de vergaande seksuele handelingen wilde (blijven) ondergaan. Daarin is verdachte ernstig tekortgeschoten. Hij heeft voorafgaand aan het sm-spel niet, althans onvoldoende, met het meisje besproken of zij deze seksuele handelingen wel wilde ondergaan en hij heeft met haar geen afspraken gemaakt over het stoppen in het geval zij niet meer verder wilde gaan. Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven dat hem bekend was dat dit gebruikelijk is bij een sm-spel, maar hij heeft desondanks een dergelijke afspraak achterwege gelaten. Dit klemt temeer nu het meisje nog zeer jong was. Verdachte is zelfs nadat het meisje tijdens de door hem uitgevoerde seksuele handelingen had aangegeven niet meer verder te willen, toch doorgegaan. Dit is de rechtbank gebleken tijdens het zien van de op de regiezitting van 22 april 2014 getoonde beelden van de hiervoor beschreven seksuele handelingen en blijkt tevens uit de beschrijving van de beelden van dit voorval zoals te vinden in het dossier14. De rechtbank heeft tijdens het tonen van die beelden waargenomen dat op het moment dat verdachte de grote kunstpenis inbrengt in de vagina van het meisje, het meisje duidelijk te kennen geeft dat verdachte hiermee moet stoppen. Het meisje zegt duidelijk “ik wil niet”, “nee, nee, nee” en “haal hem eruit”, en zij schudt nadrukkelijk nee. Naar het oordeel van de rechtbank had verdachte zich toen in het bijzonder bewust moeten zijn van het feit dat het meisje de seksuele handelingen, waaronder het binnendringen van haar lichaam, niet wilde ondergaan. Het verweer van de raadsman dient te worden verworpen.

De raadsman heeft nog aangegeven dat niet alle tenlastegelegde seksuele handelingen tegen de wil van het meisje waren, omdat zij aanvankelijk niet protesteerde. Hierin volgt de rechtbank de raadsman evenmin. Reeds vanaf het begin van de gepleegde seksuele handelingen, zoals weergegeven in de beschrijving van het beeldmateriaal15, heeft het meisje aangegeven dat ze niet wilde.

Feit 4

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 4 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van de moeder van minderjarige zaak 116.

 de verklaring van minderjarige zaak 1 ten overstaan van de politie17.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie18.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2014.

Feit 5

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 5 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 219.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie20.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2014.

Feit 6

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 6 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 321.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie22.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2014.

Feit 7

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 7 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 423.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie24.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2014.

Feit 8

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 8 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 525.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie26.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2014.\

Feit 9 (vrijspraak)

Met betrekking tot feit 9, minderjarige zaak 6, overweegt de rechtbank als volgt.

Om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, moet, gelet op de wijze van tenlastelegging, het tenlastegelegde hebben plaatsgevonden vóór 8 juni 2003, de datum waarop aangeefster 16 jaar werd. Gelet op de verklaring van verdachte dat de chatgesprekken met aangeefster begonnen in de periode dat de gulden nog werd gebruikt - hij herinnert zich de bedragen die moesten worden betaald voor deze zogenoemde babbelboxen27 - acht de rechtbank het aannemelijk dat het telefonisch contact voor 1 januari 2002 is begonnen. Verdachte heeft verder verklaard28 dat het een jaar of anderhalf jaar heeft geduurd voor de eerste ontmoeting plaatsvond. Deze eerste ontmoeting vond plaats toen aangeefster hem op Schiphol ophaalde van een reis naar Australië. De eerste keer dat verdachte van een dergelijke reis terugkeerde is maart 2003 geweest29.

Aangeefster heeft verklaard dat zij verdachte voor het eerst zag toen zij hem van Schiphol ging ophalen. Dat was voor hem de 1e keer dat hij naar Australië ging30. Met zijn bus, een grote witte bus met in rode letters op de zijkant de naam van het bedrijf van verdachte, zijn zij toen naar Amsterdam of Hoofddorp geweest. Verdachte heeft verklaard31 dat hij in 2001 zijn eigen bedrijf is begonnen, maar dat hij pas sinds 2002 een eigen bus had.

Daarna vinden er, ook volgens aangeefsters verklaring, een aantal ontmoetingen plaats waarbij (nog) geen sprake is geweest van seksuele handelingen zoals genoemd in de tenlastelegging, namelijk het seksueel binnendringen. Niet duidelijk is geworden in welk tijdsbestek deze ontmoetingen hebben plaatsgevonden.

Aangeefster heeft verklaard32 dat het wel een maand of acht heeft geduurd voordat er seksuele handelingen met verdachte plaatsvonden. Aangeefster is toen met de trein naar (pleegplaats) gegaan. Verdachte haalde haar lopend op van het station33. Verdachte legt hier de verbinding met de periode dat aan hem een ontzegging van de rijbevoegdheid was opgelegd, in 200534. Verdachte ontkent dat verdergaande seksuele handelingen hebben plaatsgevonden vóór de 16e verjaardag van aangeefster. Voorts blijkt uit het dossier dat sprake is van gelijktijdige contacten met de aangeefster uit zaak 835, terwijl deze contacten plaatsvonden in het najaar van 2007.

De rechtbank acht op grond van het voorgaande aannemelijk dat de contacten van verdachte met aangeefster zich verspreid over een langere periode hebben voorgedaan, waarbij mede door het tijdsverloop, achteraf moeilijk is vast te stellen wanneer precies welke ontmoeting heeft plaatsgevonden.

Vast staat, naar het oordeel van de rechtbank, op grond van de verklaringen van zowel aangeefster als verdachte, dat de eerste ontmoeting heeft plaatsgevonden na een reis naar Australië van verdachte, dat dit was geruime tijd na het eerste telefonische contact, dat er daarna verschillende ontmoetingen zijn geweest waarbij nog geen sprake was van seksuele handelingen, dat de ontmoeting waarbij sprake is van de seksuele handelingen zoals genoemd in de tenlastelegging, heeft plaatsgevonden geruime tijd na de eerste ontmoeting, en dat dat in (pleegplaats) was.

Nu de eerste ontmoeting op zijn vroegst in maart 2003 kan zijn geweest, en het blijkens vorenstaande overwegingen geruime tijd heeft geduurd voor er seksuele handelingen met verdachte hebben plaatsgevonden, acht de rechtbank onvoldoende wettig en overtuigend bewezen dat de tenlastegelegde feiten zich hebben voorgedaan vóór 8 juni 2003.

De rechtbank spreekt de verdachte hiervan vrij.

De rechtbank overweegt dat wel is komen vast te staan dat uit het dossier blijkt dat verdachte ook met deze aangeefster op jonge leeftijd, zij was ongeveer 16 jaar oud, vergaande seksuele handelingen heeft verricht die voor aangeefster buitengewoon onplezierig zijn geweest. Verdachte heeft (een deel van) deze handelingen gefilmd en daarmee kinderporno vervaardigd ten koste van aangeefster. Desondanks kunnen op grond van de gegeven overwegingen deze handelingen van verdachte, gelet op de wijze van tenlasteleggen, niet als strafbaar worden aangemerkt.

Feit 10

Door de raadsman van verdachte is aangevoerd dat onvoldoende bewijs aanwezig is om de (enige) ontmoeting tussen aangeefster en verdachte te plaatsen voor de 16e verjaardag van aangeefster, dus voor 25 juni 2008.

De rechtbank volgt de raadsman niet. Aangeefster heeft verklaard36 dat zij met verdachte heeft afgesproken vóór haar 16e verjaardag. Zij is op 12 juni 2008 bij hem geweest37. Zij weet dit omdat zij op 13 juni 2008 een afspraak had met haar latere vriend M. Verdachte wilde graag een afspraak met haar maken. Zij had verdachte verteld van vriend M en toen drong hij nog meer aan. Het was een donderdag, zo verklaart zij. Zij is rond vijf uur, half zes, bij verdachte weggegaan, want zij spijbelde en moest op tijd thuis zijn. Verder verklaart aangeefster dat er geen verdere afspraken zijn gemaakt. Wel heeft zij nog 3 tot 4 maanden contact met verdachte gehad. Verdachte heeft er uiteindelijk in september 2008 een eind aan gemaakt. Dat was echt het laatste contact .

Verdachte weet niet meer wanneer de ontmoeting heeft plaatsgevonden. Hij meent dat het een zaterdag was, ergens in juni 2008. Verdachte bevestigt wel de verklaring van aangeefster waar het gaat om de gang van zaken en de connectie tussen hun afspraak en de afspraak van aangeefster met haar latere vriend. Verdachte verklaart dat hij met haar had afgesproken omdat ze een afspraak had met een ander. Omdat hij bang was dat het iets zou worden tussen haar en die andere jongen en zij hem niet meer zou willen zien, wilde hij snel daten.38

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de ontmoeting tussen verdachte en aangeefster heeft plaatsgevonden op 12 juni 2008. Aangeefster is stellig en geeft details om de ontmoeting in de tijd plaatsen, welke deels door verdachte worden onderschreven. Daar komt bij dat, anders dan de raadsman stelt, 12 juni 2008 een donderdag is. Dit onderschrijft de verklaring van aangeefster ook op het punt dat het een donderdag was en dat zij spijbelde.

Op 12 juni 2008 was aangeefster nog geen 16 jaar. De rechtbank acht het tenlastegelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Feit 11

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 11 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 1139.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie40.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 mei 2014.

Feit 12

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 12 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 2541.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie42.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 mei 2014.

Feit 13

Door de raadsman van verdachte is gesteld dat, nu het om webcamsex gaat, er geen sprake kan zijn van het tenlastegelegde ontucht hebben met een minderjarige maar slechts van het bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht met zichzelf voor de webcam.

De rechtbank volgt de raadsman hierin niet.

Ook via de webcam kan ontucht worden gepleegd met een ander persoon. Dat er geen lijfelijk contact is doet hieraan niet af, mits er sprake is van relevante interactie tussen de personen die zich aan weerskanten van de internetverbinding bevinden. Van een dergelijke interactie zou geen sprake zijn indien verdachte zich had beperkt tot het (mee)kijken naar seksuele handelingen die de meisjes bij zichzelf verrichtten. Echter, de rechtbank is van oordeel dat verdachtes rol (veel) verder ging. Hij was juist degene die het initiatief nam en die de meisjes aanzette tot het verrichten van seksuele handelingen en daartoe (soms vergaande en gedetailleerde) instructies gaf.

De rechtbank verwijst naar de verklaring van de minderjarige waarin zij verklaart dat verdachte haar vroeg of zij dingen voor de cam wilde doen en dat hij, toen ze zei dat ze niet wilde omdat ze nog maar twaalf was, haar weer vroeg of zij haar kut of tieten wilde laten zien. Ze deed daarna haar broek en onderbroek uit. Ze liet eerst haar borsten en toen haar vagina zien. Daarna vroeg verdachte of ze zich wilde vingeren. Ze wist eigenlijk niet wat dat was, waarna verdachte haar dat heeft uitgelegd en zij deed wat verdachte vroeg.43 Verdachte zelf verklaart hierover dat hij één keer camseks met haar heeft gehad.44

Feit 14

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 14 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 1345.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie46.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 mei 2014.

Feit 15

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 15 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 1447.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie48.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 mei 2014.

Feit 16

Door de raadsman van verdachte is gesteld dat, nu het om webcamsex gaat, er geen sprake kan zijn van het tenlastegelegde ontucht hebben met een minderjarige maar slechts van het bewegen van een minderjarige tot het plegen van ontucht met zichzelf voor de webcam.

De rechtbank volgt de raadsman hierin niet.

Ook via de webcam kan ontucht worden gepleegd met een ander persoon. Dat er geen lijfelijk contact is doet hieraan niet af, mits er sprake is van relevante interactie tussen de personen die zich aan weerskanten van de internetverbinding bevinden. Van een dergelijke interactie zou geen sprake zijn indien verdachte zich had beperkt tot het (mee)kijken naar seksuele handelingen die de meisjes bij zichzelf verrichtten. Echter, de rechtbank is van oordeel dat verdachtes rol (veel) verder ging. Hij was juist degene die het initiatief nam en die de meisjes aanzette tot het verrichten van seksuele handelingen en daartoe (soms vergaande en gedetailleerde) instructies gaf.

De rechtbank verwijst naar de verklaring van aangeefster waarin zij zegt dat Nick (=verdachte) steeds dingen zei als “topje omhoog”, doe jij dit bij haar en doe jij dat bij haar”49 en de verklaring van verdachte dat hij ze gevraagd heeft dat te doen.50

Feit 17

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 17 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 1851.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie52.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 mei 2014.

Feit 18

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 18 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 1953.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie54.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 mei 2014.

Feit 19

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 19 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 3355.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie56.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 mei 2014.

Feit 20

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren met betrekking tot feit 20 heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman met betrekking tot dit feit vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen:

 de aangifte van minderjarige zaak 4057.

 de verklaring van de verdachte ten overstaan van de politie58.

 de bekennende verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 22 mei 2014.

Feit 21

Ten aanzien van feit 21 overweegt de rechtbank het navolgende:

Bij verdachte werd in zijn woning een grote hoeveelheid gegevensdragers in beslag genomen. Deze gegevensdragers zijn overgedragen aan de Unit Observatie en Digitale Expertise59. Deze hebben de data op deze gegevens veiliggesteld en voor verder onderzoek beschikbaar gesteld aan het Team Bestrijding Kinderpornografie en Kindersekstoerisme. Verbalisanten van dit team hebben dit materiaal beoordeeld en vastgesteld dat circa 5.680 fotoafbeeldingen en 4.209 filmafbeeldingen als kinderpornografisch aan te merken zijn60.

De handelingen die op het beeldmateriaal zijn waargenomen, zijn in categorieën ingedeeld. Dit betreft het zogenoemde kruisjes-proces-verbaal, ofwel de collectiescan.

Een aanzienlijk deel van het kinderpornografische materiaal dat bij verdachte werd aangetroffen, betreft zelf vervaardigd materiaal.61

Op 26 februari 2014 werd in de auto van verdachte een filmcamera in beslag genomen. Het beeldmateriaal is door het Team Bestrijding Kinderpornografie onderzocht. De conclusie is dat er in totaal 17 afbeeldingen voorkwamen die kinderpornografisch zijn, 3 foto's en 14 filmpjes.

Verbalisant herkent minderjarige zaak 1 op het beeldmateriaal62.

De rechtbank is met de raadsman van verdachte van oordeel dat een beperkt aantal (ongeveer 583) afbeeldingen niet (direct) benaderbaar waren voor verdachte en dat derhalve niet bewezen kan worden dat hij die afbeeldingen heeft vervaardigd of in zijn bezit heeft gehad.

De verdachte heeft het bezit van het kinderpornografisch beeldmateriaal en het vervaardigen van voormeld kinderpornografisch beeldmateriaal ten overstaan van de politie en ter terechtzitting van 22 mei 2014 erkend.

Ook dit feit acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1, onder 2, onder 3, onder 4, onder 5, onder 6, onder 7, onder 8, onder 10, onder 11, onder 12 primair, onder 13, onder 14, onder 15, onder 16, onder 17, onder 18, onder 19, onder 20 en onder 21 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij in de periode van 17 mei 2013 tot en met 19 mei 2013 in Nederland, meermalen, minderjarige zaak 1 (geboren in 2000) aan het wettig over haar gesteld gezag heeft onttrokken, immers heeft verdachte haar in de buurt van haar woning opgehaald met zijn auto en meegenomen naar zijn woning en haar gedurende die periode onttrokken gehouden;

2.

hij in de periode van 1 maart 2013 tot en met 19 mei 2013 in Nederland met minderjarige zaak 1 (geboren in 2000), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 1, hebbende verdachte

- zijn penis in haar mond geduwd en

- zijn vingers in haar vagina en tussen haar schaamlippen geduwd en

- zijn tong in haar vagina en tussen de schaamlippen geduwd en

- zijn penis in haar vagina en tussen haar schaamlippen geduwd en

- haar vastgebonden en een vibrator in haar vagina en tussen haar schaamlippen geduwd;

3.

hij in de periode van 1 maart 2013 tot en met 19 mei 2013 in Nederland door geweld of andere feitelijkheden minderjarige zaak 1 (geboren in 2000) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 1, hebbende verdachte een vibrator en vingers en een kunstpenis in de mond en de vagina van die minderjarige zaak 1 geduwd en bestaande dat geweld of die andere feitelijkheden hierin dat verdachte

- de ogen van die minderjarige zaak 1 heeft afgeplakt met plakband/ducktape en tegen die minderjarige zaak 1 op dwingende wijze heeft gezegd "Doe open, nu, en anders gaat die kunstpenis en/of vibrator in je kontje" en "Kies maar, neem hem diep" en "Doe je mond open slet. Moet ik hem in je kont doen dan?" en "Doe je mond open, ver", zulks terwijl die minderjarige zaak 1 telkens aangeeft dat ze haar mond niet open wil doen en telkens nee schudt en waarbij een vibrator en kunstpenis en vingers telkens diep in de mond/keelholte van die minderjarige zaak 1 worden geduwd en

-wasknijpers aan weerszijden op de schaamlippen van die minderjarige zaak 1 heeft gezet en hieraan touwtjes heeft bevestigd welke touwtjes bevestigd waren aan de armen en benen van die minderjarige zaak 1 waardoor de vagina was opengesperd en op dwingende wijze tegen die minderjarige zaak 1 heeft gezegd: "Ontspan die kont" en "Ik druk een paardenpik in je kut" en "Ontspan die vuile kut van je" en "Voel je hem, grote negerpik in je" en waarbij die kunstpenis met kracht in de vagina van die minderjarige zaak 1 werd geduwd, zulks terwijl die minderjarige zaak 1 meermalen aangeeft dat het pijn doet en dat ze het niet wil en vraagt of de kunstpenis er uit mag en

door middel van zijn fysieke en geestelijk overwicht op die minderjarige zaak 1 een situatie heeft doen ontstaan waardoor zij zich niet aan bovengenoemde handelingen kon onttrekken en zich hiertegen kon verzetten, en aldus voor die minderjarige zaak 1 een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

4.

hij in de periode van 1 maart 2013 tot en met 19 mei 2013 in Nederland, met gebruikmaking van een communicatiedienst (te weten een telefoon en computer), minderjarige zaak 1 (geboren in 2000) van wie hij wist dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, ontmoetingen heeft voorgesteld met het oogmerk ontuchtige handelingen met die minderjarige zaak te plegen, terwijl hij handelingen heeft ondernomen gericht op het verwezenlijken van die ontmoetingen een en ander hierin bestaande dat verdachte,

-seksueel getinte whats app berichten naar die minderjarige zaak 1 heeft verzonden met onder meer als inhoud: "heb zin in je en wil je mooie kleine kutje likken” en (zakelijk weergegeven) dat hij hoopt haar deze week te neuken en "mag ik dan weer je ongeschoren kutje plukken" en "ik wil tegen je lekkere lijf aanliggen” en "binnenkort kan die weer in je lekkere kutje” en

-via whats app berichten heeft gevraagd (zakelijk weergegeven) of hij moet komen en dat ze binnenkort weer afspreken en dat ze de volgende keer gelijk in de auto kan stappen en dagen voorgesteld waarop ze elkaar kunnen ontmoeten en hij haar thuis kan ophalen en aangegeven wat ze moet dragen en dat hij bij de kerk wacht en dat hij over week weer bij haar is en dat ze mee naar hem kan komen en thuis moet zeggen dat ze bij een vriendin slaapt en

-die minderjarige zaak 1 heeft opgehaald en in zijn auto meegenomen naar een plaats in de omgeving en naar zijn woning, waar verdachte vervolgens seksuele handelingen met minderjarige zaak 1 heeft uitgevoerd;

5.

hij in de periode van 21 september 2009 tot 21 september 2011 in Nederland, meermalen, met minderjarige zaak 2 (geboren in 1995), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 2, hebbende verdachte

- haar aan zijn penis laten trekken en/of

- zijn penis in haar mond gebracht en/of

- zijn tong in haar vagina en tussen de schaamlippen gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht en/of

- in haar mond en/of over haar lichaam geplast en/of

- zijn penis in haar anus gebracht en/of

- zijn vingers in haar anus gebracht en/of

- poep uit haar anus gehaald en dit in zijn mond gestopt en/of

- haar vastgebonden en/of op haar kont geslagen ('spanken') en/of

- een vibrator in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen en/of anus geduwd en/of

- zijn vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht en/of

- een komkommer in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen geduwd;

6.

hij in de periode van 29 augustus 2008 tot 29 augustus 2010 te Cuijk, meermalen, met minderjarige zaak 3 (geboren in 1995), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 3, hebbende verdachte

- haar gekust/gezoend en/of

- zijn tong in haar mond gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht en/of

- zijn penis in haar anus gebracht en/of

- over haar heen geplast en/of

- zijn penis in haar mond gebracht en/of

- haar aan zijn penis laten trekken en/of

- aan haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gelikt en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen gebracht en/of

- een vibrator in haar vagina geduwd;

7.

hij in of omstreeks de periode van 17 februari 2004 tot en met 17 februari 2006 in Nederland, meermalen, met minderjarige zaak 4 (geboren in 1991) die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 4, hebbende verdachte

- zijn vingers in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gebracht en/of

- zijn vingers in haar anus gebracht en/of

- aan haar vagina en/of tussen haar schaamlippen gelikt en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen gebracht en/of

- haar borsten betast/bevoeld en/of

- haar borsten gelikt/gekust en/of

- haar aan zijn penis laten trekken en/of

- een vibrator in haar vagina geduwd;

8.

hij in de periode van 1 september 2007 tot en met 1 december 2007 te (pleegplaats) meermalen,

- door giften of beloften van geld of goed, te weten het geven van chips en/of cola en/of andere levensmiddelen en/of geld voor een treinkaartje en/of geld en

- door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 5, (geboren in 1990), en via chatgesprekken creëren van een vertrouwensband met die minderjarige zaak 5, en zulks terwijl die minderjarige zaak 5, verkeerde in een kwetsbare positie,

een persoon, minderjarige zaak 5, (geboren in 1990), waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten

- aftrekken van verdachte en/of

- het duwen van de penis in de mond en/of de vagina en/of tussen de schaamlippen en/of anus van die minderjarige zaak 5, en/of

- het brengen van de tong van verdachte in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die minderjarige zaak 5,

te plegen of zodanige handelingen van verdachte te dulden;

10.

hij op 12 juni 2008 te (pleegplaats) met minderjarige zaak 9 (geboren in 1992), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 9, hebbende verdachte,

- zijn tong in haar mond gebracht en

- zijn vingers in haar vagina en tussen haar schaamlippen geduwd;

11.

hij in de periode van 1 augustus 2004 tot en met 30 december 2006 te (pleegplaats) met minderjarige zaak 11 (geboren in 1991), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 11, hebbende verdachte

- zijn vingers in haar vagina en tussen haar schaamlippen geduwd en

- zijn penis in haar mond gebracht en

- zijn tong in haar vagina en tussen de schaamlippen gebracht en

- haar aan zijn penis laten trekken;

12.

hij in de periode van 1 januari 2011 tot 12 mei 2012 te (pleegplaats), gemeente (pleegplaats), met minderjarige zaak 25 (geboren in 1996), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een ontuchtige handeling heeft gepleegd, die bestond uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die minderjarige zaak 25, hebbende verdachte

- een vinger in haar vagina en tussen haar schaamlippen geduwd;

13.

hij in de periode van 1 september 2008 tot en met 13 januari 2009 in Nederland met minderjarige zaak 12 (geboren in 1996), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij door aanwijzingen en instructies te geven tijdens een seksueel getint chatgesprek terwijl die minderjarige zaak 12 door middel van een webcam voor verdachte geheel of gedeeltelijk zichtbaar was, de volgende ontuchtige handelingen laten verrichten:

- het geheel of gedeeltelijk uitkleden en het laten aannemen van een positie/houding om haar blote borsten en blote vagina voor verdachte in beeld te brengen en

- het strelen van haar vagina;

14.

hij in de periode van 8 november 2006 tot 8 november 2007 in Nederland meermalen door,

- misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 13 (geboren in 1991) en het (via chatgesprekken) creëren van een vertrouwensband met die minderjarige zaak 13 en het tonen van bezorgdheid en zulks terwijl die minderjarige zaak 13 verkeerde in een kwetsbare positie en

- door misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 13 voordoen als veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en het sturen van een foto van een jongere persoon en het (via chatgesprekken) tegen die minderjarige zaak 13 zeggen dat hij 20 jaar was,

een persoon, minderjarige zaak 13 (geboren in 1991) waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten,

- het liggen met gespreide benen voor de webcam en zich vingeren en het brengen van een vibrator in de vagina,

te plegen;

15.

hij in de periode van 5 juli 2005 tot en met 31 december 2007 in Nederland, meermalen door,

- misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 14 (geboren in 1992) en het (via chatgesprekken) creëren van een vertrouwensband met die minderjarige zaak 14 en het geven van aandacht en zulks terwijl die minderjarige zaak 14 verkeerde in een kwetsbare positie en

- door misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 14 voordoen als een veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en het via de chatsite en mail gebruiken van de naam Tom en het sturen van een foto van een jongen van 18 jaar met bruin haar en blauwe ogen waarmee verdachte suggereerde dat hij er zo uitzag,

een persoon, minderjarige zaak 14 (geboren in 1992) waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten

-zich vingeren voor de webcam en

-het tonen van haar ontblote vagina en borsten via de webcam aan verdachte,

te plegen;

16.

hij in de periode van 1 september 2009 tot en met 1 april 2010 in Nederland met minderjarige zaak 15 (geboren in 1996), die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft hij door aanwijzingen en instructies te geven tijdens seksueel getinte chatgesprekken, terwijl die minderjarige zaak 15 door middel van een webcam voor verdachte geheel of gedeeltelijk zichtbaar was, de volgende ontuchtige handelingen laten verrichten en dulden,

- zich aan haar borsten laten betasten door getuige minderjarige zaak 24 en

- zich laten vingeren en zoenen door getuige minderjarige zaak 24 en

- het laten zien van haar borsten;

17.

hij in de periode van 9 april 2005 tot 9 april 2010 in Nederland door,

- misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 18 (geboren in 1992) en het (via chatgesprekken) creëren van een vertrouwensband en

- door misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 18 voordoen als veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en het via de chatsite en MSN gebruiken van de naam Tom en het sturen van een foto van een jongere persoon en het tegen die minderjarige zaak 18 zeggen dat hij nog thuis woonde,

een persoon, minderjarige zaak 18 (geboren in 1992) waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten,

- het tonen van haar ontblote vagina en borsten voor de webcam,

te plegen;

18.

hij in de periode van 30 april 2007 tot en met 30 april 2008 in Nederland meermalen door,

- misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 19 (geboren in 1992) en

- door misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 19 voordoen als veel jongere man dan hij in werkelijkheid was

een persoon, minderjarige zaak 19 (geboren in 1992) waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten,

- zich vingeren voor de webcam en

- het tonen van haar ontblote vagina en borsten via de webcam aan verdachte,

te plegen;

19.

hij in de periode van 21 maart 2005 tot en met 21 maart 2007 in Nederland meermalen door,

- misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 33 voordoen als een veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en het via de chatsite gebruiken van de naam Tom en door een profielfoto te gebruiken van een jongen van ongeveer 20 jaar met bruin haar en bruine ogen en een slank lichaam met brede schouders waarmee verdachte suggereerde dat hij er zo uitzag,

een persoon minderjarige zaak 33 (geboren in 1991) waarvan verdachte wist dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen te weten

- het strelen van haar blote vagina

te plegen;

20.

hij in de periode van 1 januari 2005 tot 12 januari 2009 in Nederland meermalen door,

- misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht, te weten het aanzienlijke leeftijdsverschil tussen verdachte (geboren in 1965) en minderjarige zaak 40 (geboren in 1992) en het (via chatgesprekken) creëren van een vertrouwensband met die minderjarige zaak 40 en zulks terwijl die minderjarige zaak 40 verkeerde in een kwetsbare positie en

- door misleiding, te weten het zich jegens minderjarige zaak 40 voordoen als veel jongere man dan hij in werkelijkheid was en het sturen van een foto van een jonge man waarbij verdachte suggereerde dat hij er zo uitzag en zeggen dat hij ongeveer 20 jaar was,

een persoon, minderjarige zaak 40 (geboren in 1992) waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet had bereikt, opzettelijk heeft bewogen ontuchtige handelingen, te weten,

- het betasten en kussen van haar ontblote borsten voor de webcam en

- zich vingeren voor de webcam

te plegen;

21.

hij in de periode 1 januari 2003 tot en met mei 2013 in Nederland, gegevensdragers te weten externe harde schijven en geheugenkaarten en USB-sticks bevattende (webcam)afbeeldingen te weten een groot aantal (webcam)foto’s en een groot aantal (webcam)films, in bezit heeft gehad en/of heeft vervaardigd en/of vanaf 1 januari 2010 zich door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een communicatiedienst de toegang daartoe heeft verschaft, terwijl op die afbeeldingen telkens seksuele gedragingen zichtbaar waren, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele gedragingen telkens bestonden uit onder meer:

-het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met de penis en/of een vinger/hand en/of een tong en/of een voorwerp van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt en/of

-het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren van het lichaam van een (andere) persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt met de tong en/of vinger/hand en/of een voorwerp en/of

-het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen en/of billen en/of borsten van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met de penis en/of een vinger/hand en/of met een voorwerp en/of met de mond/tong en/of

-het betasten en/of aanraken van de geslachtsdelen van een andere persoon door een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt met een vinger/hand en/of met een voorwerp en/of met de mond/tong en/of

-het (door een volwassen man) masturberen boven en/of ejaculeren op het lichaam en/of gezicht van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of

-het houden van een penis tegen of (dicht) bij het gezicht en/of het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt en/of

-het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van die persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of de ontblote borsten en/of billen in beeld gebracht worden en/of

-het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft bereikt, waarbij deze persoon in een omgeving en/of met voorwerpen en/of in (erotisch getinte) houdingen poseert die niet bij zijn/haar leeftijd past/passen en/of waarbij deze persoon zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van zijn/haar kleding ontdoet en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze persoon nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen en/of de ontblote borsten en/of billen in beeld

gebracht worden,

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1, onder 2, onder 3, onder 4, onder 5, onder 6, onder 7, onder 8, onder 10, onder 11, onder 12 primair, onder 13, onder 14, onder 15, onder 16, onder 17, onder 18, onder 19, onder 20 en onder 21 meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op:

1.

Onttrekking van een minderjarige aan het wettig gezag,

strafbaar gesteld bij artikel 279, lid van het Wetboek van Strafrecht;

2.

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht;

3.

Verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht;

4.

Door middel van gebruikmaking van een communicatiedienst een ontmoeting voorstellen aan iemand van wie hij weet, dan wel redelijkerwijs had moeten vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt met het oogmerk ontuchtige handelingen te plegen met die persoon, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht;

5.

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht;

6.

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft

bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het

seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht;

7.

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht;

8.

Door giften en beloften en door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen of zodanige handelingen van hem te dulden, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht;

10.

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht;

11.

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht;

12

primair

Met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam,

strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht;

13.

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen,

strafbaar gesteld bij artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht;

14.

Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht;

15.

Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht;

16.

Met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen,

strafbaar gesteld bij artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht;

17.

Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen,

strafbaar gesteld bij artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht;

18.

Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht;

19.

Door misleiding een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht;

20.

Door misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en door misleiding een persoon, waarvan de dader weet dat deze de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd,

strafbaar gesteld bij artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht;

21.

Een gewoonte maken van het in bezit hebben en vervaardigen van afbeeldingen en van films van seksuele gedragingen, waarbij telkens iemand, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken,

strafbaar gesteld bij artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht;

Strafbaarheid

Door psychiater G.J.R. Mensink onder supervisie van psychiater T.S. van der Veer is op 9 augustus 2013 een psychiatrisch rapport uitgebracht. Psychiater B.A. Blansjaar bracht op 2 januari 2014 een psychiatrisch rapport uit en op 24 maart 2014 een aanvullend psychiatrisch rapport. De gezondheidspsycholoog R.W. Blaauw bracht op 22 juli 2013 een psychologisch rapport uit en op 13 maart 2014 een aanvullend psychologisch rapport. Voornoemde gedragsdeskundigen hebben de verdachte onderzocht en hebben afzonderlijk met reden omklede, gedagtekende en ondertekende adviezen uitgebracht.

Psycholoog Blaauw is ter terechtzitting van 23 mei 2014 als deskundige gehoord.

De rechtbank heeft kennisgenomen van voormelde gedragsdeskundige rapportage en hetgeen de psycholoog Blaauw ter terechtzitting heeft verklaard.

De rechtbank betrekt in de oordeelsvorming in het bijzonder de conclusies in de laatste rapporten van psychiater Blansjaar en psycholoog Blaauw, nu deze conclusies zijn gebaseerd op onderzoeken van de beide gedragsdeskundigen op het moment dat het opsporingsonderzoek zich in een vergevorderd stadium bevond.

Psychiater Blansjaar stelt, zakelijk weergegeven, in zijn rapport van 24 maart 2014:

“Verdachte lijdt blijkens de bevindingen van het psychiatrisch onderzoek aan een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Op grond van de bevindingen van het onderzoek kunnen diagnosen van verslaving worden gesteld, naast diagnosen van een depressieve stoornis, pedofilie, parafilie en waarschijnlijk een ontwikkelingsstoornis.

Bij verdachte is naast een alcoholverslaving in langdurig gedeeltelijke remissie sprake van een internet- en een daaruit ontstane seksverslaving. Internet- en seksverslaving worden niet als stoornissen geclassificeerd in de DSM-IV. In de DSM-V wordt gameaddiction als vorm van internetverslaving wel genoemd in een appendix. De International Classification of Diseases van de WHO vermeldt excessief seksueel gedrag wel als stoornis en in wetenschappelijke literatuur zijn door meerdere auteurs diagnostische criteria voorgesteld, waaraan in het geval van verdachte wordt voldaan.

De eventuele ziekelijke stoornis van geestvermogens beïnvloedde verdachtes gedragskeuzes c.q. zijn gedragingen ten tijde van het tenlastegelegde zodanig dat het tenlastegelegde daaruit mede verklaard kan worden.

Verdachte heeft blijkens de bevindingen van het onderzoek waarschijnlijk door een pervasieve ontwikkelingsstoornis altijd lichte communicatieve en sociale beperkingen gehad. Daarnaast is hij blijkens de bevindingen van dit en eerder psychiatrisch en psychologisch onderzoek door cluster B en cluster C persoonlijkheidstrekken geneigd tot vermijdend en ontwijkend gedrag en heeft hij een egocentrische beleving met beperkte empathische vermogens. Op circa 40-jarige leeftijd maakte hij na toenemend habitueel alcoholmisbruik een depressieve episode door met afhankelijkheid van alcohol. Van die depressie en alcoholafhankelijkheid is hij na klinische en ambulante behandeling

grotendeels, maar niet geheel hersteld. Ten gevolge van zijn duurzame beperkingen en zijn resterende ziekteverschijnselen trok hij zich terug, ging hij steeds meer tijd besteden aan internet en raakte hij steeds sterker afhankelijk van pornografie en chatwebsites. Door het zoeken naar spanning bij toenemende tolerantie en gewenning zocht hij steeds extremere seksuele stimuli en maakte hij zich schuldig aan ontucht met minderjarige meisjes. Door zijn sociale en communicatieve beperkingen was hij daarbij minder goed in staat grenzen te trekken, wat ook tot uitdrukking is gekomen in zijn verliefdheden op meisjes van ca. 13 jaar, die hij als min of meer gelijkwaardige partners zag. Zijn dominante rol in extreme en deels gewelddadige seksuele activiteiten met minderjarige partners laat zich ook verklaren vanuit narcistische compensatie van een depressieve beleving en onverwerkte frustratie.

Door zijn toenemende afhankelijkheid van steeds sterkere seksuele prikkels en zijn communicatieve- en sociale beperkingen was verdachte minder goed in staat tot een vrije gedragskeuze.

Blijkens de bevindingen van het onderzoek was hij zich wel bewust van de strafbaarheid van de hem ten laste gelegde feiten, maar door zijn bovenomschreven beperkingen niet of veel minder van de laakbaarheid ervan en de schadelijkheid voor de slachtoffers.

Aangezien verdachte zich bewust was van de strafbaarheid van het hem ten laste gelegde en er blijk van heeft gegeven ten tijde van het ten laste gelegde op maatschappelijk gebied zelfstandig en vrij adequaat te kunnen functioneren, wordt geadviseerd hem voor het door hem bekende tenlastegelegde te beschouwen als enigszins verminderd toerekeningsvatbaar.”

Psycholoog Blaauw stelt, zakelijk weergegeven, in zijn rapport van 13 maart 2014:

“Verdachte is lijdende aan meerdere ziekelijke stoornissen van zijn geestvermogens, die in diagnostische zin zijn te omschrijven als pedofilie, parafilie niet anderszins omschreven (NAO), pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven (PDD-NOS) en recidiverende depressieve stoornis. De parafilieën zijn daarbij tevens op te vatten als een seksverslaving.

De genoemde ziekelijke stoornissen van de geestvermogens in de vorm van pedofilie, parafilie NAO en PDD-NOS waren aanwezig op de momenten dat het tenlastegelegde plaatsvond. De genoemde ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van de recidiverende depressieve stoornis was niet aanwezig toen het ten laste gelegde plaatsvond.

De ziekelijke stoornissen van de geestvermogens in de vorm van pedofilie, parafilie NAO en PDD-NOS hebben verdachtes gedragskeuzes en gedragingen ten tijde van het ten laste gelegde beïnvloed.

Na een langdurige relatie is verdachte zelfstandig gaan wonen en heeft hij zijn eigen bedrijf

gestart in 2001. In de daaropvolgende jaren bemerkte verdachte dat hij plezier beleefde aan

chatcontacten via het internet en dat hij seksuele opwinding ervoer via video chatsites en porno websites via het internet. Vanuit de beperkte interessegebieden vanuit zijn PDD-NOS wierp hij zich in bijna al zijn vrije uren op het internet en begon hij ook met het sparen van plaatjes en filmpjes. Gaandeweg namen daarbij de seksuele voorkeuren extremere vormen aan en bemerkte verdachte dat hij opgewonden raakte door plasseks en sadomasochisme en dat hij tevens seksueel plezier beleefde aan het kijken naar extremere vormen van seks. Na intieme contacten via een video chatwebsite Solomio bemerkte verdachte dat hij intense seksuele opwindende fantasieën en opwinding kreeg met betrekking tot seks met prepuberale meisjes en dat hij verliefd raakte op minderjarige meisjes. De seksuele drang en de gevoelens van verliefdheid waren daarbij sterker voor verdachte dan de wetenschap dat het niet goed was en strafbaar om seksuele handelingen te verrichten bij minderjarig meisjes. Waarschijnlijk was verdachte vanuit zijn PDD-NOS hierbij niet voldoende in staat om zich in te leven in de gevoelswereld van de meisjes en kon hij onvoldoende bevroeden wat het voor hen zou kunnen betekenen om seks te hebben met een oudere man. Vanuit de seksuele drang maakte hij afspraken met de meisjes en handelde hij vanuit zijn seksuele fantasieën - en handelde hij dus vanuit zijn pedofilie -, ook al weerhielden de gedachten aan het moreel en strafrechtelijk onaanvaardbare karakter van de seksuele gedragingen hem gedurende enige tijd van het maken van een afspraak met hen. Bij de seksuele handelingen bij de meisjes bracht verdachte zijn seksuele fantasieën meer en meer in praktijk en liet hij zich minder lang weerhouden door gedachten aan het moreel onaanvaardbare karakter

of het strafbare karakter van deze seksuele handelingen. De pedofilie en de parafilie niet anderszins omschreven veroorzaakten derhalve een seksuele drang die is te beschouwen als een seksverslaving en droegen ertoe bij dat verdachte hieraan onvoldoende weerstand kon bieden.

Verdachte was in staat om enigszins weerstand te bieden aan zijn seksuele drang en er was bij hem geen sprake van significant lijden of beperkingen in het functioneren op belangrijke terreinen. De parafilieën waren derhalve niet overweldigend voor verdachte. Evenmin leidde de PDD-NOS ertoe dat verdachte geen kennis had van het strafbare karakter van zijn handelingen en dat hij geen gedragsalternatieven herkende.

Naar mening van de psycholoog bestaat vanuit de aard en ernst van de parafilieën en de PDD-NOS een behoorlijk sterk verband tussen enerzijds de parafilieën en de PDD-NOS en anderzijds de tenlastegelegde delicten, en is sprake van een verminderde toerekeningsvatbaarheid.”

Ter terechtzitting heeft de psycholoog Blaauw zijn conclusies onderbouwd en bevestigd.

De rechtbank verenigt zich, mede gelet op de toedracht van de feiten en de persoon van de verdachte, met voormelde conclusies van de psychiater Blansjaar en de psycholoog Blaauw in hun laatste rapporten en maakt die tot de hare.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat het hiervoor bewezen verklaarde aan de verdachte kan worden toegerekend, zij het in verminderde mate.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten; de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie; het pleidooi van de raadsman van de verdachte; de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 17 februari 2014. Tevens houdt de rechtbank bij de straftoemeting rekening met de vier ad informandum op de dagvaarding vermelde en door verdachte bekende strafbare feiten, alle betreffende artikel 248a Sr.

De officier van justitie heeft een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 10 jaren met aftrek ex artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege.

De raadsman van verdachte heeft primair het opleggen van een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden bepleit in combinatie met een terbeschikkingstelling met voorwaarden met behandeling in de FPK te Assen of in een FPC of een daarmee gelijk te stellen inrichting. Subsidiair heeft de raadsman bepleit het opleggen van een gevangenisstraf in combinatie met een terbeschikkingstelling met verpleging met een advies van de rechtbank overeenkomstig artikel 37b, lid 2 Sr.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aanzienlijk aantal ernstige feiten. Hij heeft seksueel misbruik gemaakt van jonge meisjes met wie hij via internet in contact kwam.

Seksueel misbruik heeft doorgaans een grote impact op de slachtoffers. Dat geldt te meer als het gaat om meisjes van jonge leeftijd. Nog vele jaren lang kunnen zij deze nadelige gevolgen ondervinden. Dat dat ook bij de slachtoffers van verdachte het geval is, blijkt uit de verklaringen die zij bij de politie hebben afgelegd en uit de slachtofferverklaringen die enkelen van hen ter terechtzitting van de rechtbank hebben afgelegd.

In het merendeel van de gevallen ging het om meisjes van onder de 16 jaar, soms in de leeftijd van 14 tot 15 jaar, maar in een aantal gevallen ook 12 en 13 jaar. Er was sprake van vergaande seksuele handelingen voor de webcam door deze meisjes, daartoe aangezet door verdachte. Verdachte gaf zich daarbij meestal uit voor een knappe jongeman van omstreeks 18 tot 20 jaar, in een aantal gevallen door het sturen van een foto. Verdachte bouwde via de chatgesprekken een vertrouwensband met de meisjes op. In een aantal gevallen verkeerden de meisjes in een kwetsbare positie door diverse problemen in hun privé situatie. Zowel het zich voordoen als een jongeman als het opbouwen van deze vertrouwensband speelden een rol bij de mate waarin de meisjes tegemoet kwamen aan zijn, soms zeer vergaande, voorstellen tot het verrichten van seksuele handelingen. Gebleken is dat verdachte regelmatig aandrong bij de meisjes om dat te doen wat hij wilde, "doorzeuren" zoals verdachte en ook een aantal van de aangeefsters het noemen. Daarbij manipuleerde verdachte de meisjes door boos te worden als zij niet deden wat hij wilde. Hij schold ze dan uit, en in een enkel geval was er sprake van dreigementen.

In ongeveer de helft van de tenlastegelegde feiten kwam het tot daadwerkelijk seksueel contact met meisjes. Het initiatief daarvan lag bij verdachte. Ook bij die contacten was er in bijna alle gevallen sprake van vergaande seksuele handelingen van een aard en omvang die bepaald niet passend is bij de leeftijd van de betreffende meisjes. Ook hier ging het deels om zeer jonge meisjes, soms nog maar 12 of 13 jaar oud. In een aantal gevallen bood verdachte de meisjes geld om seks met hem te hebben.

In één van de gevallen is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat verdachte zich zodanig dwingend jegens het meisje heeft gedragen dat geconcludeerd moet worden dat bepaalde seksuele handelingen onder dwang hebben plaatsgevonden en dat er sprake is geweest van verkrachting. Dat de seksuele handelingen niet tegen de wil van het betrokken meisje begonnen, maakt het feit niet minder strafbaar. Wel kan dit in enige mate een rol spelen bij de strafmaat.

Met een aantal meisjes heeft verdachte contact gehad gedurende een langere periode, soms meerdere jaren. Bijna dagelijks was er sprake van chatgesprekken en telefoongesprekken en vaak speelde de seksuele component een belangrijke rol in deze gesprekken. De betreffende meisjes werden hierdoor in hun normale seksuele ontwikkeling belemmerd.

Voorts sloeg verdachte de beelden van de webcamseks op zonder medeweten van de betrokken meisjes. Hiermee maakte verdachte zich niet alleen schuldig aan het vervaardigen van kinderporno, maar maakte hij eens te meer inbreuk op de lichamelijke integriteit van de betrokken meisjes. Ook van de daadwerkelijke seksuele contacten maakte verdachte filmopnames en dus kinderporno. Overigens is niet gebleken dat verdachte de filmbeelden heeft verspreid.

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat bij de straftoemeting slechts die feiten kunnen worden betrokken die zijn bewezenverklaard en de ad informandum gevoegde, door verdachte erkende, feiten. Dat er sprake is geweest van een veel groter aantal strafbare gedragingen kan bij de straftoemeting geen rol spelen, nu verdachte weliswaar in algemene zin heeft erkend meer soortgelijke feiten te hebben gepleegd, maar niet specifiek over die feiten is gehoord.

In afwijking van het pleidooi van de raadsman is de publiciteit rond deze zaak niet van zodanige aard geweest dat hiermee bij de strafmaat rekening moet worden gehouden in voor verdachte gunstige zin. Hoewel wel vast staat dat er de nodige publiciteit is geweest, doet deze publiciteit recht aan het openbare karakter van een strafprocedure en staat deze niet in een wanverhouding tot de aard, ernst en omvang van de verdenkingen. Onder die omstandigheden kan niet worden gezegd dat verdachte onevenredig zwaar in zijn privacy is getroffen door de publiciteit die zich rond deze strafzaak heeft gemanifesteerd.

In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte openheid van zaken heeft gegeven, in redelijke mate heeft meegewerkt met het politieonderzoek, inmiddels verantwoordelijkheid lijkt te nemen voor zijn daden en bereid is aan zijn problemen te werken door onder meer klinische behandeling te ondergaan. Voorts houdt de rechtbank rekening met de omstandigheid dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor zedendelicten.

De rechtbank onderkent dat het in het belang van verdachte is dat zo spoedig mogelijk met behandeling wordt gestart. Gelet evenwel op het voren overwogene ziet de rechtbank hierin geen aanleiding daartoe een lagere gevangenisstraf op te leggen.

De rechtbank komt alles afwegende tot het oordeel dat een gevangenisstraf van aanzienlijke duur op zijn plaats is, doch is van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde duur niet in verhouding is met de bewezen geachte feiten, ook gelet op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte. De rechtbank is van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren passend en geboden is.

Voorts is de rechtbank, op grond van de hierna te geven overwegingen, van oordeel dat aan verdachte de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege moet worden opgelegd.

Motivering maatregel van terbeschikkingstelling.

Door de gedragsdeskundigen G.J.R. Mensink, psychiater, onder supervisie van T.S. van der Veer, psychiater, dr. B.A. Blansjaar, psychiater, en dr. R.W. Blaauw, gezondheidszorgpsycholoog, die de verdachte hebben onderzocht, zijn afzonderlijk met reden omklede, gedagtekende en ondertekende adviezen uitgebracht.

De conclusies van de gedragsdeskundigen zijn hiervoor reeds weergegeven.

Op grond van die conclusies en de adviezen en rapporten die over de persoonlijkheid van de verdachte zijn uitgebracht, is de rechtbank van oordeel dat bij de verdachte tijdens het begaan van het bewezen verklaarde sprake is van verschillende stoornissen.

Psychiater dr. B.A. Blansjaar stelt in zijn rapport van 2 januari 2014 dat verdachte blijkens de bevindingen van het psychiatrisch onderzoek lijdt aan een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van zijn geestvermogens. Op grond van de bevindingen van het onderzoek kunnen volgens de psychiater diagnosen van verslaving worden gesteld, naast diagnosen van een depressieve stoornis, pedofilie, parafilie en waarschijnlijk een ontwikkelingsstoornis.

Bij verdachte is naast een alcoholverslaving in langdurig gedeeltelijke remissie sprake van een internet- en een daaruit ontstane seksverslaving.

Psychiater Blansjaar adviseert in zijn rapport van 24 maart 2014 om de kans op herhaling van soortgelijke strafbare feiten in de toekomst te beperken tot een klinische en ambulante psychiatrische behandeling en resocialisatie in een verplicht kader. De mogelijkheden voor behandeling en de recidiefprognose zijn relatief gunstig gezien het late ontstaan van de pedofilie van verdachte, vanuit een internet- en seksverslaving. Gezien zijn duurzame communicatieve- en sociale beperkingen en zijn neiging tot verslaving is zorgvuldige resocialisatie en relatief langdurige begeleiding en controle raadzaam. Geadviseerd wordt verdachte door de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden te verplichten mee te werken aan klinische psychiatrische en psychotherapeutische behandeling en resocialisatie met ambulante nazorg.

Indien de strafmaat een voorwaardelijke maatregel onmogelijk maakt wordt geadviseerd de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen.

Psycholoog dr. R.W. Blaauw stelt in zijn rapport van 13 maart 2014 dat verdachte lijdende is aan meerdere ziekelijke stoornissen van zijn geestvermogens, die in diagnostische zin zijn te omschrijven als pedofilie, parafilie niet anderszins omschreven (NAO), pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven (PDD-NOS) en recidiverende depressieve stoornis.

Psycholoog Blaauw stelt verder dat verdachte in de afgelopen jaren, wel realiseerde dat wat hij deed niet goed was en hij door meerdere personen hierop werd aangesproken, zonder dat dit leidde tot het stoppen van verdachte. Onbehandeld moet het recidiverisico vanuit de risicofactoren en de diversiteit, ernst, duur en verstrekkendheid van de seksuele delicten daarom als hoog-gemiddeld tot hoog worden beschouwd, ondanks het toegenomen besef van verdachte van de consequenties van zijn daden voor de slachtoffers en het strafbare karakter van zijn daden.

Het is van belang, aldus de psycholoog, dat verdachte meer en/of betere mogelijkheden krijgt aangereikt om weerstand te bieden aan zijn parafilieën dan wel zijn seksverslaving. Daarbij is het van belang dat hij leert om te gaan met zijn beperkte interessepatroon en zijn sterke behoefte aan de uitleving van zijn afwijkende seksuele voorkeuren. Tevens is het van belang dat verdachte meer inzicht krijgt in de effecten die dergelijke seksuele gedragingen op slachtoffers kunnen hebben en dat hij meer inzicht krijgt in zijn moeilijkheden om zich in te leven in anderen vanuit zijn pervasieve ontwikkelingsstoornis. Ook is het van belang dat verdachte ondersteuning krijgt in het herstellen en opbouwen van sociale contacten en bij het beter invullen van zijn vrije tijd. Ten slotte is het van belang dat verdachte meer controle krijgt over zijn alcoholgebruik, ook al was dit alcoholgebruik op zichzelf niet gerelateerd aan de ten laste gelegde delicten. De voorgenoemde behandeling van de parafilieën c.q. seksverslaving en de autistische stoornis, alsmede de resocialisatie en de behandeling van het overmatig alcoholgebruik kunnen naar mening van de psycholoog

het best worden gedaan door middel van een psychotherapeutische behandeling in een forensisch psychiatrische kliniek.

Vanuit het hoog-gemiddelde recidiverisico met een zedendelict in de situatie dat verdachte nog onbehandeld is, is het naar mening van de psycholoog wenselijk om de maatschappij tegen verdachte te beschermen door hem de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op te leggen en hem vanuit deze maatregel te plaatsen in een forensisch psychiatrische kliniek met een hoge mate van beveiliging. Van belang daarbij is niet alleen dat verdachte intensief kan worden behandeld maar tevens dat hij niet in staat wordt gesteld om zijn afwijkende seksuele voorkeuren in de praktijk te brengen, wat onder meer inhoudt dat hij geen toegang kan hebben tot het internet. Naar de mening van de psycholoog is oplegging van de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging tevens wenselijk vanuit de gedachte dat alleen deze maatregel de mogelijkheid biedt om verdachte gedurende meerdere jaren te behandelen vanuit een forensisch kader.

Psycholoog Blaauw heeft ter terechtzitting zijn oordeel herhaald en nader toegelicht.

Op grond van het bovenstaande en mede gelet op de ernst van de begane feiten, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist.

Wat er ook zij van de mogelijkheden die de maatregel van terbeschikkingstelling met voorwaarden in deze zaak zou kunnen bieden, de op te leggen gevangenisstraf van zes jaren staat aan een dergelijke vorm van terbeschikkingstelling in de weg.

De rechtbank zal daarom gelasten dat de verdachte ter beschikking wordt gesteld met verpleging van overheidswege.

De rechtbank bepaalt dat de maatregel wordt opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, op grond waarvan deze maatregel een periode van vier jaar te boven kan gaan.

Enerzijds gelet op de aard, ernst en de omvang van de bewezenverklaarde feiten en anderzijds op de omstandigheid dat de rechtbank op dit moment onvoldoende is gebleken van een urgente noodzaak dat de behandeling binnen de termijn van de te ondergane detentie wordt opgestart, ziet de rechtbank geen aanleiding om op grond van artikel 37b, lid 2 van het Wetboek van Strafrecht een advies te geven omtrent het tijdstip waarop de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege dient in te gaan, zoals door de raadsman is bepleit.

Benadeelde partijen

Algemene overweging ten aanzien van de gevorderde immateriële schade

De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot de vorderingen van de benadeelde partijen het in het kader van deze strafzaak is aangewezen te komen tot de toewijzing van forfaitaire bedragen voor zover het betreft de immateriële schade. Gelet op de toelichtingen op de vorderingen, mede gelet op de ter zitting achter gesloten deuren afgelegde slachtofferverklaringen, staat onomstotelijk vast dat de door verdachte begane feiten grote impact hebben en hebben gehad op de aangeefsters. Veel aangeefsters hebben te kampen met problemen op een of meerdere leefgebieden: psychisch, fysiek, sociaal of maatschappelijk functioneren. Deze problemen zijn deels terug te voeren op de door de verdachte gepleegde feiten. Uit de meegeleverde stukken ter onderbouwing blijkt echter dat in een aantal gevallen ook sprake is van problemen ten gevolge van andere omstandigheden, bijvoorbeeld een moeizame relatie met ouders, moeilijkheden op school, slechte aansluiting met leeftijdgenoten, affectieve en pedagogische verwaarlozing. Naar het oordeel van de rechtbank gaat het te ver om in het kader van deze strafrechtelijke procedure vast te stellen voor welk aandeel van de problemen van aangeefsters in hun dagelijks functioneren verdachte verantwoordelijk en aansprakelijk gehouden moet worden.

De rechtbank heeft er daarom voor gekozen om, al naar gelang de aard en omvang van de seksuele en ontuchtige handelingen die verdachte met de verschillende aangeefsters heeft gepleegd, forfaitaire bedragen als smartengeld toe te wijzen. De rechtbank acht de, door middel van de toe te wijzen forfaitaire bedragen, geleden immateriële schade in ieder geval het gevolg is geweest van verdachtes strafbare handelen Daarbij is onderscheid gemaakt tussen de zogeheten ‘hands on’ slachtoffers en de webcamslachtoffers, en is gedifferentieerd naar duur, omvang en ernst van het misbruik. De rechtbank hanteert in dit verband

€ 10.000,00, € 4.000,00, € 2.500,00 en € 1.000,00 als forfaitaire bedragen.

Overweging vervangende hechtenis bij de schadevergoedingsmaatregelen

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat het opleggen van de schadevergoedingsmaatregelen slechts zal leiden tot het tenuitvoerleggen van de vervangende hechtenis. De raadsman verzoekt daarom dat de rechtbank bij het opleggen van de maatregel telkens de vervangende hechtenis zal bepalen op 1 dag.

De rechtbank zal niet ingaan op het verzoek van de raadsman nu niet aannemelijk is gemaakt dat verdachte wegens gebrek aan draagkracht en in verband met zijn detentie niet in staat zal zijn op enigerlei wijze aan de maatregelen te kunnen voldoen.

De regeling van de schadevergoedingsmaatregel, neergelegd in artikel 36f Wetboek van Strafrecht, behelst dat vervangende hechtenis wordt bepaald voor het geval geen of onvolledige betaling of verhaal plaatsvindt.

In art. 36f, zesde lid, Sr is art. 24c Sr van overeenkomstige toepassing verklaard. Dat betekent dat de rechter - met inachtneming van de in het derde lid van dat artikel omschreven begrenzing en de daar gegeven berekeningsmaatstaf - dient te bepalen hoeveel dagen hechtenis bij gebreke van volledige betaling of verhaal van het vastgestelde bedrag zal worden toegepast.
Zoals uit de wetsgeschiedenis blijkt is de ratio van de vervangende hechtenis dat "de dreiging met dit dwangmiddel de veroordeelde er in veel gevallen toe zal brengen aan zijn verplichting te voldoen"63.

Het opleggen van slechts 1 dag vervangende hechtenis zou ertoe kunnen leiden dat de veroordeelde niet aan de betalingsverplichtingen zal voldoen, omdat hieruit onvoldoende dreiging uitgaat.

Uit de wetsgeschiedenis kan niet anders worden afgeleid dan dat onder ogen is gezien en is aanvaard dat uiteindelijk hechtenis kan worden toegepast indien - ook na een eventuele toepassing van art. 24a Sr door de rechter of van het derde lid van art. 561 Sv door het openbaar ministerie - betaling of verhaal uitblijft64.

Benadeelde partij minderjarige zaak 2

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 31.469,60, bestaande uit een bedrag van € 16.469,60 aan materiële schade en een bedrag van € 15.000,00 aan immateriële schade.

De raadsvrouw van de benadeelde partij heeft ter zitting de vordering voor wat betreft de immateriële schade verhoogd tot een bedrag van € 20.000,00 indien de rechtbank ontucht bewezen zal achten en tot € 25.000,00 indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van verkrachting mocht komen.

De officier van justitie heeft de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 10.469,60 gevorderd, met niet ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering.

De immateriële schade acht zij toewijsbaar tot een bedrag van € 10.000,00, de vordering voor wat betreft de studiedegradatie, studievertraging en de vertraging op de arbeidsmarkt acht zij niet voor toewijzing vatbaar.

De raadsman van verdachte heeft onder meer aangevoerd dat de opgevoerde telefoon- en reiskosten niet in verband kunnen worden gebracht met het strafbare feit, evenals het opgevoerde bedrag aan gederfde inkomsten in verband met de vertraging op de arbeidsmarkt wegens wisseling van school.

De raadsman van verdachte stelde verder dat het gevorderde bedrag aan immateriële schade ontoereikend is onderbouwd. Hij verzocht de rechtbank de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 2.000,00 aan immateriële schade, althans op een ander zodanig door de rechtbank passend geacht bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 10.069,60 een rechtstreeks gevolg is van het onder 5 bewezen verklaarde feit, bestaande uit € 69,60 (reiskosten naar rechtbank) terzake van materiële schade en € 10.000,00 (forfaitair bedrag) terzake van immateriële schade.

De rechtbank acht verdachte aansprakelijk voor die schade.
Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.
Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De rechtbank is van oordeel dat een verder onderzoek in het kader van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel minderjarige zaak 2

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit 5 acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 10.069,60 aansprakelijk voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij minderjarige zaak 3

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 15.269,60, bestaande uit een bedrag van € 269,60 aan materiële schade en een bedrag van € 15.000,00 aan immateriële schade.

De raadsvrouw van de benadeelde partij heeft ter zitting de vordering voor wat betreft de immateriële schade verhoogd tot een bedrag van € 20.000,00 indien de rechtbank ontucht

bewezen zal achten en tot € 25.000,00 indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van verkrachting mocht komen.

De officier van justitie heeft de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 10.269,60 gevorderd, met niet ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in het overige deel van de vordering.

De raadsman van verdachte heeft onder meer aangevoerd dat de opgevoerde telefoon- en reiskosten niet in verband kunnen worden gebracht met het strafbare feit.

De raadsman van verdachte stelde verder dat het gevorderde bedrag aan immateriële schade ontoereikend is onderbouwd. Hij verzocht de rechtbank de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 2.000,00 aan immateriële schade, althans op een ander zodanig door de rechtbank passend geacht forfaitair bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 10.069,60 een rechtstreeks gevolg is van het onder 6 bewezen verklaarde feit, bestaande uit € 69,60 (reiskosten naar rechtbank) terzake van materiële schade en € 10.000,00 (forfaitair bedrag) terzake van immateriële schade.

De rechtbank acht verdachte aansprakelijk voor die schade.
Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.
Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De rechtbank is van oordeel dat een verder onderzoek in het kader van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel minderjarige zaak 3

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit 6 acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 10.069,60 aansprakelijk voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij minderjarige zaak 4

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 5.648,82, bestaande uit een bedrag van € 648,82 aan materiële schade en een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2006.

De officier van justitie heeft de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot het gevorderde bedrag van € 5.648,82 gevorderd.

De raadsman van verdachte stelde dat het gevorderde bedrag aan immateriële schade ontoereikend is onderbouwd. Hij verzocht de rechtbank de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 2.000,00 aan immateriële schade, althans op een ander zodanig door de rechtbank passend geacht bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 4.000,00 (forfaitair bedrag) een rechtstreeks gevolg is van het onder 7 bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.
Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2006.

Voor het overige immateriële deel acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. Voor wat betreft het materiële deel van de vordering is de rechtbank van oordeel dat onvoldoende vaststaat dat deze het rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit.

De rechtbank is van oordeel dat een verder onderzoek in het kader van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel minderjarige zaak 4

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit 7 acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 4.000,00 aansprakelijk voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij minderjarige zaak 5

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 11.394,00, bestaande uit een bedrag van € 944,00 aan materiële schade en een bedrag van € 10.450,00 aan immateriële schade.

De officier van justitie heeft de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot het gevorderde bedrag van € 11.394,00 gevorderd.

De raadsman van verdachte stelde dat het gevorderde bedrag aan immateriële schade ontoereikend is onderbouwd. Hij verzocht de rechtbank de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 2.000,00 aan immateriële schade, althans op een ander zodanig door de rechtbank passend geacht bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 4.319,00 een rechtstreeks gevolg is van het onder 8 bewezen verklaarde feit, waarvan € 319,00 (reiskosten naar advocaat, officier van justitie en rechtbank) terzake van materiële schade en € 4.000,00 (forfaitair bedrag) terzake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.
Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.
Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De rechtbank is van oordeel dat een verder onderzoek in het kader van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel minderjarige zaak 5

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit 8 acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 4.319,00 aansprakelijk voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij minderjarige zaak 6

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 5.301,16, bestaande uit een bedrag van € 301,16 aan materiële schade en een bedrag van € 5.000,00 aan immateriële schade.

De raadsman van de benadeelde partij heeft ter zitting de vordering voor wat betreft de immateriële schade verhoogd tot een bedrag van € 20.000,00 indien de rechtbank ontucht bewezen zal achten en tot € 25.000,00 indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van verkrachting mocht komen.

Zowel door de officier van justitie als de raadsman van verdachte kwamen tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in haar vordering.

De rechtbank overweegt als volgt:

Met betrekking tot de vordering van deze benadeelde partij is de rechtbank tot het oordeel gekomen dat het onder feit 9 tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard. De rechtbank komt echter wel tot een bewezenverklaring ten aanzien van de door de verdachte vervaardigde kinderporno (feit 21). Daaronder is mede begrepen een film van de benadeelde partij die in het dossier volledig is uitgeschreven65, waarin verdachte vergaande seksuele handelingen met haar verricht. Deze seksuele handelingen heeft de rechtbank kunnen waarnemen tijdens de besloten terechtzitting van 22 april 2014, waarop de film is getoond. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat jegens de benadeelde partij strafbare feiten zijn gepleegd ten gevolge waarvan ook zij schade heeft ondervonden, op grond waarvan de vordering benadeelde partij in deze procedure voor toewijzing in aanmerking kan komen.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 4.301,16 een rechtstreeks gevolg is van het onder 21 bewezen verklaarde feit, waarvan € 301,16 (reiskosten bezoek advocaat, officier van justitie en rechtbank en telefoonkosten) terzake van materiële schade en € 4.000,00 (forfaitair bedrag) terzake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.
Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.
Voor het overige acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering. De rechtbank is van oordeel dat een verder onderzoek in het kader van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel minderjarige zaak 6

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit 21 acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 4.301,16 aansprakelijk voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij minderjarige zaak 9

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 1.000,00 bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2008.

De officier van justitie heeft de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot het gevorderde bedrag van € 1.000,00 gevorderd.

De raadsman van verdachte refereerde zich aan het oordeel van de rechtbank.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit 10 en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen. De vordering acht zij tot genoemd bedrag van € 1.000,00 (gevorderd bedrag) voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk. De civiele vordering is dan ook gegrond en tot dit bedrag voor toewijzing vatbaar, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2008.

Schadevergoedingsmaatregel minderjarige zaak 9

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit 10 acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot het door het slachtoffer gevorderde bedrag van

€ 1.000,00 aansprakelijk voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij minderjarige zaak 11

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 5.000,00 bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2005.

De officier van justitie heeft de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot het gevorderde bedrag van € 5.000,00 gevorderd.

De raadsman van verdachte stelde dat het gevorderde bedrag aan immateriële schade ontoereikend is onderbouwd. Hij verzocht de rechtbank de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 2.000,00, althans op een ander zodanig door de rechtbank passend geacht bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 2.500,00 (forfaitair bedrag) een rechtstreeks gevolg is van het onder 11 bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.
Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 september 2005.
Voor het overige immateriële deel acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.

De rechtbank is van oordeel dat een verder onderzoek in het kader van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel minderjarige zaak 11

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit 11 acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 2.500,00 aansprakelijk voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij minderjarige zaak 18

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 4.000,00 bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2010.

De officier van justitie heeft de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot het gevorderde bedrag van € 4.000,00 gevorderd.

De raadsman van verdachte stelde dat het gevorderde bedrag aan immateriële schade ontoereikend is onderbouwd. Hij verzocht de rechtbank de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 1.000,00, althans op een ander zodanig door de rechtbank passend geacht bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.000,00 (forfaitair bedrag) een rechtstreeks gevolg is van het onder 17 bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.
Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 april 2010.

Voor het overige immateriële deel acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.

De rechtbank is van oordeel dat een verder onderzoek in het kader van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel minderjarige zaak 18

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit 17 acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van 1.000,00 aansprakelijk voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij minderjarige zaak 33

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 2.696,00 bestaande uit een bedrag van € 196,00 aan materiële schade (eigen bijdrage advocaatkosten) en een bedrag van € 2.500,00 aan immateriële schade.

De officier van justitie vorderde tot niet ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in haar vordering omdat de vordering onvoldoende is onderbouwd.

De raadsman van verdachte verzocht eveneens de benadeelde partij om dezelfde reden niet ontvankelijk te verklaren.

De rechtbank is van oordeel dat de immateriële schade tot een bedrag van € 1.000,00 (forfaitair bedrag) een rechtstreeks gevolg is van het onder 19 bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.
Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.
Voor het materiële gedeelte en het overige immateriële deel acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering, nu dat onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank is van oordeel dat een verder onderzoek in het kader van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert.

Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel minderjarige zaak 33

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit 19 acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 1.000,00 aansprakelijk voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Benadeelde partij minderjarige zaak 40

De benadeelde partij heeft ter terechtzitting een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 4.000,00 bestaande uit immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2009.

De officier van justitie heeft de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot het gevorderde bedrag van € 4.000,00 gevorderd.

De raadsman van verdachte stelde dat het gevorderde bedrag aan immateriële schade ontoereikend is onderbouwd. Hij verzocht de rechtbank de vordering toe te wijzen tot een bedrag van € 1.000,00, althans op een ander zodanig door de rechtbank passend geacht bedrag.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 1.000,00 (forfaitair bedrag) een rechtstreeks gevolg is van het onder 20 bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.
Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en de rechtbank zal de vordering tot dat bedrag toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2009.

Voor het overige immateriële deel acht de rechtbank de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering.

De rechtbank is van oordeel dat een verder onderzoek in het kader van dit deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel minderjarige zaak 40

Met betrekking tot het bewezen verklaarde feit 20 acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 1.000,00 aansprakelijk voor de schade die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 36f, 37a, 37b en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 9 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1, onder 2, onder 3, onder 4, onder 5, onder 6, onder 7, onder 8, onder 10, onder 11, onder 12 primair, onder 13, onder 14, onder 15, onder 16, onder 17, onder 18, onder 19, onder 20 en onder 21 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1, onder 2, onder 3, onder 4, onder 5, onder 6, onder 7, onder 8, onder 10, onder 11, onder 12 primair, onder 13, onder 14, onder 15, onder 16, onder 17, onder 18, onder 19, onder 20 en onder 21 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan telkens vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van zes jaren.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank beveelt dat de verdachte ter beschikking zal worden gesteld en van overheidswege zal worden verpleegd.

De rechtbank stelt vast dat de totale duur van de maatregel van terbeschikkingstelling een periode van vier jaar te boven mag gaan.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij minderjarige zaak 2, van de som van € 10.069,60 ter zake van materiële en immateriële schade en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen voor dat deel van de vordering de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, minderjarige zaak 2, een bedrag van € 10.069,60 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 85 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, minderjarige zaak 3, van de som van € 10.069,60 ter zake van materiële en immateriële schade en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen voor dat deel van de vordering de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, minderjarige zaak 3, een bedrag van € 10.069,60 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 85 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, minderjarige zaak 4, van de som van € 4.000,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2006 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen voor dat deel van de vordering de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, minderjarige zaak 4, een bedrag van € 4.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 17 februari 2006, bij gebreke van betaling te vervangen door 50 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, minderjarige zaak 5, van de som van € 4.319,00 ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen voor dat deel van de vordering de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, minderjarige zaak 5, een bedrag van € 4.319,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 53 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, minderjarige zaak 6, van de som van € 4.301,16 ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen voor dat deel van de vordering de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, minderjarige zaak 6, een bedrag van € 4.301,16 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 53 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, minderjarige zaak 9, van de som van € 1.000,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2008 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, minderjarige zaak 9, een bedrag van € 1.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2008, bij gebreke van betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, minderjarige zaak 11, van de som van € 2.500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2005 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen voor dat deel van de vordering de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, minderjarige zaak 11, een bedrag van € 2.500,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 september 2005, bij gebreke van betaling te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, minderjarige zaak 18, van de som van € 1.000,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 april 2010 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen voor dat deel van de vordering de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, minderjarige zaak 18, een bedrag van € 1.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 9 april 2010, bij gebreke van betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, minderjarige zaak 33, van de som van € 1.000,00 ter zake van immateriële schade en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen voor dat deel van de vordering de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, minderjarige zaak 33, een bedrag van € 1.000,00 te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij, minderjarige zaak 40, van de som van € 1.000,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2009 en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij voor het overig deel niet-ontvankelijk is in haar vordering. De benadeelde partij kan dat deel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen voor dat deel van de vordering de eigen kosten.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer, minderjarige zaak 40, een bedrag van € 1.000,00 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2009, bij gebreke van betaling te vervangen door 20 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, en mr. B.I. Klaassens en mr. C.M.M. Oostdam, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 3 juli 2014.

1 Wanneer hierna een proces-verbaal wordt aangehaald, betreft dit een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal dat deel uitmaakt van het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie Noord Nederland, Districtsrecherche Groningen, OPS-dossiernummer 2013049517, met bijlagen, d.d. 2 april 2014.

2 ECLI:NL:HR:2011:BS1739.

3 Hof Arnhem-Leeuwarden 2 april 2014, parketnr. 21-008731-13

4 Proces-verbaal van bevindingen, letterlijke weergave van beeldmateriaal, pag. 1618 t/m 1626.

5 Proces-verbaal van bevindingen , pag. 1459 t/m 1463.

6 Proces-verbaal van verhoor verdachte, pag. 741.

7 Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, parketnr. 19/910261-12.

8 Proces-verbaal whats app-gesprekken, pag. 1108.

9 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 102.

10 Proces-verbaal verhoor minderjarige zaak 1, pag. 884.

11 Proces-verbaal aangifte, pag. 820 t/m 832.

12 Proces-verbaal verhoor minderjarige zaak 1, pag. 878 t/m 900.

13 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 97 t/m 105.

14 Proces-verbaal van bevindingen 4-3-2014, pag. 3814 t/m 3844.

15 Proces-verbaal van bevindingen, pag. 3841.

16 Proces-verbaal aangifte, pag. 820 t/m 832.

17 Proces-verbaal verhoor minderjarige zaak 1, pag. 878 t/m 900.

18 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 97 t/m 105.

19 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 2, pag. 1109 t/m 1133.

20 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 106 t/m 111, en pag. 174 t/m 177.

21 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 3, pag. 1350 t/m 1371.

22 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 208 t/m 241.

23 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 4, pag. 1471 t/m 1483.

24 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 245 t/m 267.

25 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 5, pag. 1556 t/m 1581.

26 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 321 t/m 368.

27 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 374.

28 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 379.

29 Nagekomen proces-verbaal nr. PL01VG-2013049517-91.

30 Proces-verbaal aangifte, pag. 1597.

31 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 373.

32 Proces-verbaal aangifte, pag. 1599.

33 Proces-verbaal aangifte, pag. 1602.

34 Verklaring verdachte ter terechtzitting van 21 mei 2014.

35 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 400.

36 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 9, pag. 1695 t/m 1708.

37 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 9, pag. 1702.

38 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 431 t/m 448.

39 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 11, pag. 1718 t/m 1726 en pag. 1727 t/m 1735.

40 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 617 t/m 632.

41 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 25, pag. 1777 t/m 1783.

42 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 745 t/m 758.

43 Proces-verbaal verhoor minderjarige zaak 12 pag. 1803 t/m 1804.

44 Proces-verbaal verhoor verdachte pag. 289.

45 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 13, pag. 1814 t/m 1823.

46 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 454 t/m 468.

47 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 14, pag. 1847 t/m 1859.

48 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 480 t/m 490.

49 Proces-verbaal verhoor aangeefster pag. 1881.

50 Proces-verbaal verhoor verdachte pag. 666.

51 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 18, pag. 2065 t/m 2075.

52 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 491 t/m 512.

53 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 19, pag. 1847 t/m 1859.

54 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 699 t/m 701.

55 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 33, pag. 2259 t/m 2263.

56 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 758 t/m 761.

57 Proces-verbaal aangifte minderjarige zaak 40, pag. 2321 t/m 2329.

58 Proces-verbaal verhoor verdachte, pag. 632 t/m 639.

59 Proces-verbaal Unit Observatie en Digitale Expertise, pag. 3734.

60 Proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek, pag. 3727 en pag. 4137.

61 Processen-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek, pag. 1328, pag. 1442, pag. 1466, pag. 1488, pag. 1607, pag. 1680, pag. 1715, pag. 1740, pag. 1813, pag. 1840, pag. 1875, pag. 1894, pag. 1917, pag. 2078, pag. 2126, pag. 2135, pag. 2152, pag. 2157, pag. 2167, pag. 2177, pag. 2203, pag. 2208, pag. 2233, pag. 2246, pag. 2259, pag. 2268, pag. 2275, pag. 2398, pag. 2409, pag. 2467, pag. 2476, pag. 2482, pag. 2486, pag. 2660, pag. 2664, pag. 2678, pag. 2738, pag. 2752, pag. 2802, pag. 2831, pag. 2866, pag. 2872, pag. 2875, pag. 2898, pag. 2934, pag. 2940, pag. 2944, pag. 2987, pag.3005, pag. 3011, pag. 3046, pag. 3064, pag. 3080 en pag. 3128.

62 Proces-verbaal van bevindingen kinderporno-onderzoek, pag. 995 A en pag. 3788 ev.

63 Kamerstukken II, 1991-1992, 21 345, nr. 9, blz. 5.

64 Arrest Hoge Raad van 20 juni 2000, NJ 2000, 634.

65 Proces-verbaal van bevindingen, letterlijke weergave van beeldmateriaal, pag. 1618 t/m 1626.