Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:3186

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
02-07-2014
Datum publicatie
14-07-2014
Zaaknummer
C-17-123938 - FA RK 12-1940
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

1:377a lid 3; ontzeggen omgang wegens zwaarwegende belangen minderjarige; omgangsregeling wordt in strijd geacht met de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de minderjarige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rekestnummer: C/17/123938 / FA RK 12-1940

beschikking van de enkelvoudige kamer d.d. 2 juli 2014

inzake

[de vrouw],

wonende te Oosterstreek,

hierna ook te noemen de vrouw,

advocaat mr. B. Bentem, kantoorhoudende te Enschede,

tegen

[de man],

wonende te Steenwijk,

hierna ook te noemen de man,

advocaat mr. M.C. Dorresteijn, kantoorhoudende te Zwolle,

Procesverloop

Voor het verloop van de procedure tot 7 mei 2014 verwijst de rechtbank naar de beschikking van die datum, die hierbij als herhaald en ingelast wordt beschouwd.

Op 27 mei 2014 heeft mr. Bentem een brief ingediend.

Op 2 juni 2014 heeft mr. M.C. Dorresteijn een brief ingediend.

Motivering

De rechtbank heeft in voornoemde beschikking partijen verzocht schriftelijk te reageren naar aanleiding van de beschikking van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 april 2014. In deze beschikking heeft het Gerechtshof de beschikking van deze rechtbank van 9 augustus 2013, waarin het verzoek tot ondertoezichtstelling van de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], is toegewezen, vernietigd.

De man heeft aangegeven dat hij verrast is door de uitspraak van het Gerechtshof. Hoewel de man enerzijds geen genoegen wil nemen met het feit dat hij [de minderjarige] niet meer kan en mag zien, realiseert de man zich anderzijds dat zowel de juridische procedures in de afgelopen jaren als de inzet van vele hulpverleners geen positief effect hebben gehad. De man realiseert zich dat hij zich op een bepaald moment neer heeft te leggen bij de feiten zoals die voor hem liggen. De man heeft zich voor wat betreft het verzoek van de vrouw gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De vrouw heeft aangegeven dat zij zich kan vinden in de uitspraak van het Gerechtshof. Zij acht het in het belang van [de minderjarige] noodzakelijk om hem rust en ruimte te gunnen. De omgang met de man levert dusdanig veel spanning op, dat dit tegen het ontwikkelingsbelang van [de minderjarige] ingaat. Dit maakt dat er sprake is van een situatie in de zin van artikel 1:3771 lid 3 sub a, althans sub d Burgerlijk Wetboek (BW).

De rechtbank overweegt als volgt.

Nu de man geen gezag heeft over [de minderjarige] vindt de beslissing omtrent omgang met [de minderjarige] haar grondslag in artikel 1:377a BW.

Hoewel [de minderjarige] en de man een fundamenteel recht hebben op omgang met elkaar kunnen er echter gronden zijn - opgesomd in artikel 1:377a lid 3 BW - die een dergelijke omgang kunnen verhinderen. Wel moet er dan sprake zijn van zwaarwegende belangen van het kind of ernstige bezwaren van het kind tegen die omgang. De rechtbank is van oordeel dat omgang tussen de man en [de minderjarige] ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van [de minderjarige]. Hiertoe overweegt de rechtbank het volgende.

Hoewel de jarenlang slepende strijd tussen de man en de vrouw en het verbreken van contact tussen [de minderjarige] en de man niet in het belang van [de minderjarige] is, is het evenmin in het belang van [de minderjarige] dat hij nog langer speelbal blijft in de strijd tussen de man en de vrouw en dat de onrust in zijn thuissituatie voortduurt. Ondanks de inzet van vrijwillige en gedwongen hulpverlening is hier de afgelopen jaren geen verandering in gekomen. De rechtbank acht de kans dat de huidige situatie op afzienbare termijn verandert zeer gering, juist nu er geen gezinsvoogd meer bij betrokken is. De rechtbank is dan ook -met het hof- van oordeel dat het de hoogste tijd is dat [de minderjarige] toekomt aan zijn eigen ontwikkeling. Rust en veiligheid zijn daarbij de voorwaarden.

Gelet op het bovenstaande moet een omgangsregeling tussen de man en [de minderjarige] onder de huidige omstandigheden in strijd worden geacht met de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van [de minderjarige]. Dit houdt in dat het verzoek van de vrouw zal worden toegewezen in die zin dat de man het recht op omgang met de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], zal worden ontzegd.

Beslissing

De rechtbank:

ontzegt de man het recht op omgang met de minderjarige [de minderjarige], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats].

Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. M.J. Dijkstra, lid van de kamer, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 2 juli 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

(fn: 631)