Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:3135

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
03-06-2014
Datum publicatie
26-06-2014
Zaaknummer
2757125
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzetzaak, boedelverdeling na echtscheiding, koude uitsluiting, meewerkende echtgenoot, geen arbeidsovereenkomst of andere vergoeding

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: 2757125 \ CV EXPL 14-1209

vonnis van de kantonrechter d.d. 10 juni 2014

inzake

1 [eiseres volledig],

wonende te Rottevalle,

eiseres in conventie,

gedaagde in het verzet,

gedaagde in reconventie,

2. J. [eiseres],

wonende te Drachten,

eiser in conventie,

gedaagde in het verzet,

gemachtigde: mr. S.A. Roodhof,

tegen

F. [gedaagde], TEVENS H.O.D.N. [naam],

wonende te Drachten,

gedaagde in conventie,

eiser in het verzet,

eiser in reconventie,

gemachtigde: mr. J.G. Galama.

Partijen zullen hierna [eiseres] c.s. (en afzonderlijk: [eiseres volledig] en J. [eiseres]) en [gedaagde] genoemd worden.

Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het door de kantonrechter van deze rechtbank op 19 november 2013 tussen partijen bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer / rolnummer [xxxxxxxx]

- de verzetdagvaarding (aan te merken als de conclusie van antwoord), tevens conclusie van eis in reconventie

- het tussenvonnis van 11 februari 2014, waarbij een comparitie van partijen is gelast

- de conclusie van antwoord in reconventie/reactie/toelichting geopposeerden/tevens (akte) vermeerdering van eis van de zijde van [eiseres] c.s. van 13 mei 2014

- de akte vermeerdering van eis van de zijde van [gedaagde] van 13 mei 2014

- de antwoordakte van de zijde van [eiseres] c.s. van 13 mei 2014

- het proces-verbaal van comparitie van partijen van 13 mei 2014, alsmede de daarbij door mr. Roodhof in het geding gebrachte stukken

- een faxbericht van mr. Roodhof van 26 mei 2014, houdende opmerkingen naar aanleiding van het proces-verbaal van comparitie

- een faxbericht van 28 mei 2014 van mr. Galama, houdende een reactie op het faxbericht van mr. Roodhof van 26 mei 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

Motivering

2. De feiten

In deze procedure kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

2.1.

Na vanaf het jaar 2005 te hebben samengewoond, zijn [eiseres volledig] en [gedaagde] van [datum] tot september 2013 buiten gemeenschap van goederen gehuwd geweest.

J. [eiseres] is de vader van [eiseres volledig].

2.2.

Artikel 8 en 9 van de huwelijkse voorwaarden luiden als volgt:

8 Vaststellingsregels/vermoeden van toebehoren voor de helft

1. Kleding en lijfsieraden behoren toe aan de echtgenoot die ze in gebruik heeft of tot wiens gebruik ze zijn bestemd. Deze bepaling geldt niet voor sieraden die gedurende het huwelijk krachtens erfrecht of schenking, of reeds vóór het huwelijk door een van beide echtgenoten zijn verkregen.

2. Roerende zaken die naar hun aard of door het feitelijk gebruik dienstbaar zijn aan de uitoefening van het beroep op bedrijf van een van de echtgenoten, behoren toe aan die echtgenoot. Door het hierna onder vergoedingen bepaalde is het mogelijk dat de ene echtgenoot hiervoor aan de ander een vergoeding moet betalen.

3. In alle andere gevallen waarin een geschil bestaat over de vraag aan wie van de echtgenoten een goed toebehoort en niet kan worden vastgesteld of bewezen aan wie het toebehoort, wordt het geacht aan ieder van de echtgenoten voor de helft toe te behoren.

9. Vergoedingen

Voor zover niet anders wordt overeengekomen moeten de echtgenoten elkaar vergoeden datgene wat wordt onttrokken aan het vermogen van een echtgenoot ten behoeve van de ander. Hieronder is onder meer te begrijpen het geval dat de ene echtgenoot belastingen, premies, heffingen en dergelijke betaalt die betrekking hebben op het vermogen van de ander, voorzover die belastingen niet tot de kosten van de huishouding worden gerekend. Als deze vergoeding niet wordt betaald op het moment dat deze verschuldigd wordt, zullen partijen de vergoeding schriftelijk vastleggen. waardeveranderingen ontstaan door belegging van het onttrokken vermogen blijven buiten beschouwing, zodat de vergoeding uitsluitend ziet op het oorspronkelijke bedrag van de onttrekking. De echtgenoten sluiten hetgeen bepaald is in artikel 1:87 Ontwerp Burgerlijk Wetboek uit.

2.3.

[eiseres volledig] exploiteert vanaf eind december 2005 het restaurant "[xxxx]", alsmede het café "[ooooo]".

2.4.

In de maand april van het jaar 2008 heeft [gedaagde] de onderneming [naam] opgericht.

2.5.

Bij verstekvonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 19 november 2013 onder zaaknummer / rolnummer [xxxxxxxx] is het volgende beslist:

Beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij sub 1 te betalen € 6690,53, vermeerderd met de rente over € 6253,00 vanaf 12 oktober 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de gedaagde partij aan de eisende partij sub 2 te betalen € 10875,00, vermeerderd met de overeengekomen rente ad 4,000% over € 10000,00 vanaf 1 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt de gedaagde partij in de kosten, tot op heden aan de zijde van de eisende partij begroot op:

€ 448,00 aan griffierecht

€ 92,82 aan exploitkosten

€ 6,00 aan informatiekosten

€ 300,00 aan salaris gemachtigde;

veroordeelt gedaagde partij in de na dit vonnis ontstane kosten, vastgesteld op € 150,00 (half salarispunt) aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af - voor zover nodig - het meer of anders gevorderde.

2.6.

Op 25 februari 2014 heeft [eiseres] c.s. executoriaal beslag laten leggen op een aan [gedaagde] in eigendom toebehorende bedrijfsauto van het merk Toyota, type Hiace met kenteken [nummer]. De deurwaarder heeft vervolgens op 14 februari en op 20 februari 2014 een "exploot aanplakking verkoop" uitgebracht. Bij e-mailbericht van 27 maart 2014 heeft de deurwaarder vervolgens het volgende aan de advocaat van [eiseres] c.s. medegedeeld:

[gedaagde] heeft 26-02-2014 om 10.13 gebeld en letterlijk het volgende gezegd: "wil even doorgeven dat de auto niet aanwezig is en ik heb de auto bewust overgeschreven". Voorts hebben wij de consequenties vermeld en daarop antwoordde hij: "dat is mij bekend, omdat mijn advocaat dat tegen mij heeft verteld".

3. De vordering in conventie

3.1.

De vordering van [eiseres] c.s. strekt er - na vermeerdering van eis - toe, dat de kantonrechter, bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,

1. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiseres volledig] van een bedrag van EUR 6.253,00, althans tot betaling van een zodanig bedrag als in deze juist wordt geacht, te vermeerderen met rente over dit bedrag vanaf 12 oktober 2013, althans vanaf een zodanige datum als juist wordt geacht, tot de dag der algehele voldoening;

2. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiseres volledig] van een bedrag van EUR 437,53 vanwege kosten;

3. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan J. [eiseres] van een bedrag van EUR 10.000,00, althans tot betaling van een zodanig bedrag als in deze juist wordt geacht, te vermeerderen met (4%) rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2013, althans vanaf een zodanige datum en met een zodanig rentepercentage als juist wordt geacht, tot de dag der algehele voldoening;

4. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan J. [eiseres] van een bedrag van EUR 875,00 vanwege kosten;

5. [gedaagde] veroordeelt tot betaling aan [eiseres] c.s. van een bedrag van EUR 610,37;

6. [gedaagde] veroordeelt in de kosten van deze procedure, waaronder salaris gemachtigde, als ook in de nakosten ten bedrage van respectievelijk EUR 131,00 zonder betekening en EUR 199,00 in geval van betekening, althans (op grond van de aanbeveling van het LOVCK van 26 september 2012) tot respectievelijke bedragen van EUR 100,00 en EUR 168,00 indien en voor zover [gedaagde] niet binnen de wettelijke vereiste termijn van twee dagen, althans binnen een door de kantonrechter redelijk geachte termijn, na betekening van dit vonnis, heeft voldaan.

3.2.

[gedaagde] voert ten aanzien van de vordering van [eiseres volledig] verweer en refereert zich wat betreft de vordering van J. [eiseres] aan het oordeel van de kantonrechter.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna - voor zover van belang - nader ingegaan.

4. De vordering in reconventie

4.1.

De vordering van [gedaagde] strekt er - na vermeerdering van eis - toe, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

1. [eiseres volledig] veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [gedaagde] te betalen, een nader op te maken bij staat, verschuldigd loon of vergoeding over de periode 2005 tot en met 2013;

2. [eiseres volledig] veroordeelt om aan [gedaagde] of aan J. [eiseres] te betalen, waarbij betaling aan de één haar jegens de ander bevrijdt, tot een vergoeding voor gebruikskosten of andersoortige vergoeding van de Toyota Hiace, op te maken bij staat;

3. [eiseres volledig] veroordeelt tot afgifte van de volgende zaken:

* uitzetdakraam;

* driedeurs glazen flessenkoeling;

* 2 paar schaatsen;

* 1 paar skischoenen;

* skihelm en skibril;

* wijnrek;

* bladblazer (Stihl);

* grasmaaier;

* hangkastje met porselein (erfstuk);

* Philips matchline beeldscherm;

* waterstofzuiger (Ghlibi);

4. [eiseres volledig] veroordeelt om aan [gedaagde] af te geven een bierkar, door deze in handen van [gedaagde] te stellen, met afgifte van alle sleutels, toebehoren en kentekenpapieren, zulks binnen twee dagen na betekening van dit vonnis;

kosten rechtens.

4.2.

[eiseres volledig] voert verweer.

4.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna - voor zover van belang - nader ingegaan.

5. Het geschil en de beoordeling daarvan

In conventie en in reconventie

5.1.

Verzoek aanpassing proces-verbaal van comparitie

5.1.1.

Bij faxbericht van 26 mei 2014 heeft (mr. Roodhof namens) [eiseres] c.s. aangegeven dat in het proces-verbaal van comparitie van partijen een aantal - door hem in dat faxbericht genoemde - onjuistheden zijn vermeld. [eiseres] c.s. heeft de kantonrechter verzocht het proces-verbaal op die punten te wijzigen.

5.1.2. (

Mr. Galama namens) [gedaagde] heeft bij faxbericht van 28 mei 2014 desgevraagd medegedeeld dat hetgeen door partijen is verklaard, correct is opgenomen in het proces-verbaal en dat de door [eiseres] c.s. verzochte wijzigingen derhalve niet opgenomen dienen te worden.

5.1.3.

Het verzoek om wijziging zal worden afgewezen, nu niet gebleken is dat het zou gaan om een kennelijke verschrijving of vergissing en de kantonrechter ook overigens, aan de hand van de aantekeningen van de griffier, niet is gebleken dat het proces-verbaal ter zake niet juist is. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat, zelfs als de voorgestelde wijziging zou zijn overgenomen, zulks niet tot een ander dan onderstaand oordeel zou hebben geleid.

Voorts in conventie

5.2.

Het verzet kan geacht worden tijdig en op de juiste wijze te zijn ingesteld, nu het tegendeel gesteld noch gebleken is, zodat [gedaagde] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen.

5.3.

Vermeerdering van eis

5.3.1.

Bij conclusie van antwoord in reconventie/reactie/toelichting geopposeerden/ tevens (akte) vermeerdering van eis heeft [eiseres] c.s. haar vordering vermeerderd met de kosten die volgens haar veroorzaakt zijn door onrechtmatige onttrekking aan het beslag van de Toyota Hiace door [gedaagde].

5.3.2.

Gelet op de omstandigheid dat [gedaagde] geen bezwaar heeft gemaakt tegen de vermeerdering van eis en de kantonrechter ook overigens geen aanleiding ziet om deze vermeerdering van eis buiten beschouwing te laten wegens de eisen van een goede procesorde, zal recht worden gedaan op de vermeerderde eis.

De (oorspronkelijke) vordering van [eiseres volledig]

5.4.

Lening ter hoogte van EUR 6.253,00

5.4.1.

De vordering van [eiseres volledig] strekt tot betaling van een bedrag van EUR 6.253,00, te vermeerderen met 4% rente over dit bedrag vanaf 12 oktober 2013, alsmede te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van EUR 437,53. Het bedrag van EUR 6.253,00 betreft volgens [eiseres volledig] een door haar aan [gedaagde] geleend bedrag van EUR 4.795,00, waarmee [gedaagde] diverse activa ten behoeve van [naam] heeft aangeschaft, alsmede een door haar ten behoeve van en met medeweten en instemming van [gedaagde] betaalde belastingaanslag ter hoogte van EUR 1.458,00.

5.4.2.

De kantonrechter constateert dat in de door mr. Roodhof ter gelegenheid van de comparitie van partijen in het geding gebrachte volledige jaarrekening 2011 van [naam] onder meer als schuld is vermeld: "lening (T. [eiseres]) € 4.795". In het licht hiervan acht de kantonrechter de enkele betwisting hiervan door [gedaagde] - die slechts heeft aangevoerd dat door T. [eiseres] is gesteld dat [gedaagde] geld heeft geleend, maar dat [gedaagde] dat bij gebrek aan wetenschap ontkent - onvoldoende. Het verweer zal dus in zoverre worden gepasseerd.

5.4.3.

T. [eiseres] heeft voorts een rekeningafschrift van 15 februari 2013 in het geding gebracht waarop is vermeld: "belastingdienst betalingskenm. 3106503171201300 1.458,00". [gedaagde] heeft op dit punt aangevoerd dat hij ook de betaling van de belasting in 2013 bij gebrek aan wetenschap ontkent. De kantonrechter acht deze betwisting echter - gelet op het door T. [eiseres] in het geding gebrachte rekeningafschrift - onvoldoende gemotiveerd, zodat ook dit verweer zal worden verworpen.

5.4.4.

De gevorderde rente en buitengerechtelijke incassokosten - waartegen door [gedaagde] geen zelfstandig verweer is gevoerd - acht de kantonrechter toewijsbaar.

5.4.5.

Gelet op het voorgaande is het verzet tegen het verstekvonnis van 19 november 2013 voor wat betreft de vordering van [eiseres volledig] ongegrond.

De (oorspronkelijke) vordering van J. [eiseres]

5.5.

Lening

5.5.1.

De (oorspronkelijke) vordering van J. [eiseres] strekt tot betaling van een bedrag van EUR 10.000,00, te vermeerderen met (4%) rente over dit bedrag vanaf 1 januari 2013, alsmede te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van EUR 875,00.

5.5.2.

Gelet op de omstandigheid dat [gedaagde] in zoverre geen verweer heeft gevoerd, zal ook het verzet tegen het verstekvonnis van 19 november 2013 voor wat betreft de vordering van J. [eiseres] ongegrond worden verklaard.

De (vermeerderde) vordering van [eiseres] c.s.

5.6.

Kosten onrechtmatige onttrekking Toyota Hiace aan beslag

5.6.1.

De vermeerderde vordering van [eiseres] c.s. strekt tot betaling van een bedrag van EUR 610,37, te weten de extra kosten die zij aan de deurwaarder heeft moeten betalen als gevolg van de onrechtmatige onttrekking van de Toyota Hiace door [gedaagde] aan het door [eiseres] c.s. gelegde executoriale beslag.

5.6.2.

De kantonrechter constateert dat (de advocaat van) [gedaagde] ter gelegenheid van de comparitie van partijen heeft medegedeeld dat de Toyota Hiace definitief aan het beslag is onttrokken en dat daar niets onrechtmatigs aan is. De kantonrechter zal dit verweer - dat onbegrijpelijk is - verwerpen. Vast staat immers dat [gedaagde] de Toyota Hiace na de beslaglegging aan het beslag heeft onttrokken, hetgeen naar het oordeel van de kantonrechter als onrechtmatig dient te worden aangemerkt. [gedaagde] heeft immers willens en wetens de bedrijfsauto aan het beslag onttrokken en daarmee de verhaalsmogelijkheden van [eiseres] c.s. gefrustreerd. Hij dient daarom de door [eiseres] c.s. geleden schade te vergoeden. Omdat [gedaagde] de hoogte van de kosten als gevolg van deze onrechtmatige onttrekking aan het beslag - ten aanzien waarvan [eiseres] c.s. een factuur van de deurwaarder van 16 april 2014 in het geding heeft gebracht - niet heeft weersproken, zal het gevorderde bedrag van EUR 610,37 worden toegewezen.

5.7.

Conclusie

5.7.1.

Gelet op het voorgaande zal het verzet tegen het verstekvonnis van 19 november 2013 ongegrond worden verklaard en zal het verstekvonnis van 19 november 2013 mitsdien worden bekrachtigd. Tevens zal [gedaagde] worden veroordeeld om naar aanleiding van de vermeerderde vordering van [eiseres] c.s. aan laatstgenoemde een bedrag van EUR 610,37 te voldoen.

5.8.

Proceskosten

5.8.1.

[gedaagde] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van de verzetprocedure. De kosten aan de zijde van [eiseres] c.s. worden vastgesteld op:

- salaris gemachtigde EUR 750,00 (2,5 punt x tarief EUR 300,00).

Voorts in reconventie

5.9.

Vermeerdering van eis

5.9.1.

[gedaagde] heeft bij akte zijn eis vermeerderd, in die zin dat hij thans tevens afgifte vordert van een bierkar.

5.9.2.

Gelet op de omstandigheid dat [eiseres volledig] geen bezwaar heeft gemaakt tegen de vermeerdering van eis en de kantonrechter ook overigens geen aanleiding ziet om deze vermeerdering van eis buiten beschouwing te laten wegens de eisen van een goede procesorde, zal recht worden gedaan op de vermeerderde eis.

5.10.

Loon/vergoeding

5.10.1.

[gedaagde] heeft gesteld dat hij vanaf het jaar 2005 fulltime werkzaamheden heeft verricht in het restaurant "[xxxx]" en het café "[ooooo]" van [eiseres volledig] zonder dat aan hem een marktconform salaris is toegekend. Vanaf het jaar 2009 is hem enkel een vergoeding voor meewerkende partner van EUR 500,00 per maand bruto toegekend, aldus [gedaagde]. De werkzaamheden bestonden volgens [gedaagde] onder meer uit het verrichten van onderhoud, schilderwerkzaamheden en diverse verbouwingen en werkzaamheden in de bediening, als assistent in de keuken, als barkeeper en het ophalen van voorraden bij groothandels, winkels en supermarkten. Op grond van het dienstverband in de hiervoor bedoelde jaren, dan wel in verband met alle werkzaamheden die hij ten behoeve van [eiseres volledig] heeft verricht, stelt [gedaagde] een aanzienlijke vordering op haar te hebben, welke hoogte [gedaagde] schat op een bedrag van EUR 125.000,00. De vordering bestaat volgens [gedaagde] uit loon conform de CAO Horeca, dan wel een redelijk loon zoals bedoeld in artikel 7:618 BW, een en ander op te maken bij staat. Subsidiair stelt [gedaagde] op grond van het voorgaande een vordering op [eiseres volledig] te hebben op grond van onverschuldigde betaling en/of op grond van artikel 8 en 9 van de huwelijkse voorwaarden, dan wel op grond van ongerechtvaardigde betaling.

5.10.2.

[eiseres volledig] heeft - kort samengevat - betwist dat [gedaagde] een vordering op haar heeft ter zake van de door [gedaagde] verrichte werkzaamheden. Juist is dat [gedaagde] enkele werkzaamheden heeft verricht. [eiseres volledig] heeft dit echter ook gedaan, waarmee inkomen is verkregen ten behoeve van de huishouding van partijen. Van een arbeidsovereenkomst is volgens [eiseres] geen sprake, evenmin als van een vordering op grond van onverschuldigde betaling, op grond van de huwelijkse voorwaarden, dan wel op grond van ongerechtvaardigde verrijking. [eiseres volledig] heeft er daarbij op gewezen dat partijen jarenlang voornamelijk van haar inkomen hebben geleefd. Binnen het bestek van een huwelijk valt één en ander terug te brengen op de op hen rustende zorgverplichting zoals volgt uit de wet en uit de door hen overeengekomen huwelijkse voorwaarden. [gedaagde] heeft bovendien een partnervergoeding ontvangen. Voor het overige hebben partijen nimmer gesproken over een aan [gedaagde] te betalen vergoeding voor de door hem, binnen de relatie verrichte werkzaamheden, aldus nog steeds [eiseres volledig].

5.10.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter is van een arbeidsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:610 BW geen sprake. [gedaagde] heeft ter gelegenheid van de comparitie van partijen verklaard dat partijen nimmer over een vergoeding voor de werkzaamheden hebben gesproken toen [gedaagde] in het café ging werken. Volgens [gedaagde] is hij steeds meer gaan werken in het café omdat een compagnon van [eiseres volledig] ziek werd. Voorts heeft hij erkend dat hij bij [eiseres volledig] in huis woonde en dat zij alle kosten ten aanzien van de huishouding betaalde. [eiseres volledig] heeft ter gelegenheid van de comparitie van partijen onweersproken gesteld dat zij [gedaagde] geld betaalde omdat hij veel schulden had en dat de hoogte van deze betalingen wisselend waren, te weten afhankelijk van haar inkomsten. Nog afgezien van de omstandigheid dat gesteld noch gebleken is dat er sprake was van een gezagsverhouding tussen partijen, in die zin dat [eiseres volledig] [gedaagde] aanwijzingen en instructies over de werkinhoud kon geven, die opgevolgd dienden te worden, is de kantonrechter op grond van het voorgaande van oordeel dat de werkzaamheden door [gedaagde] zijn verricht in het kader van de relatie tussen partijen en de op grond daarvan op hen rustende verzorgingsplicht. De aan [gedaagde] betaalde meewerkvergoeding dient eveneens in die zin te worden gezien en is dus naar het oordeel van de kantonrechter niet aan te merken als loon.

5.10.4.

Van onverschuldigde betaling is naar het oordeel van de kantonrechter gelet op de hiervoor bedoelde verzorgingsplicht geen sprake. Om diezelfde reden is van een ongerechtvaardigde verrijking geen sprake. Wat betreft de verwijzing naar de huwelijkse voorwaarden is de kantonrechter van oordeel dat de verwijzing naar artikel 8 (Vaststellingsregels/vermoeden van toebehoren voor de helft) - zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt - onbegrijpelijk is. Wat betreft de in artikel 9 van de huwelijkse voorwaarden bedoelde vergoedingen is de kantonrechter van oordeel dat de door [gedaagde] verrichte werkzaamheden niet dienen te worden beschouwd als datgene dat aan het vermogen van [gedaagde] is onttrokken ten behoeve van [eiseres volledig], zoals in artikel 9 bedoeld, maar veeleer als de bijdrage van [gedaagde] in de kosten van de huishouding.

5.10.5.

Op grond van het voorgaande zal de vordering van [gedaagde] in zoverre worden afgewezen.

5.11. (

(Gebruiks)vergoeding Toyota Hiace

5.11.1.

[gedaagde] heeft voorts een vergoeding gevorderd voor gebruikskosten of andersoortige vergoeding van de Toyota Hiace, op te maken bij staat. [gedaagde] heeft hiertoe gesteld dat de door hem aangeschafte - en met de in conventie bedoelde lening van J. [eiseres] betaalde - Toyota Hiace voornamelijk door hem is gebruikt voor transport van levensmiddelen en afval in het kader van de horecaonderneming van [eiseres volledig]. Een door [eiseres volledig] te betalen gebruiksvergoeding is dan ook redelijk, aldus [gedaagde]. Dit geldt volgens [gedaagde] des te meer nu [gedaagde] aanvankelijk meende dat de echtscheiding met gesloten beurs zou geschieden en [gedaagde] er vanuit was gegaan dat de in conventie bedoelde schuld aan J. [eiseres] zou worden kwijtgescholden.

5.11.2.

[eiseres volledig] heeft betwist dat aan [gedaagde] enige gebruiksvergoeding toekomt ter zake van de Toyota Hiace.

5.11.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter is hetgeen [gedaagde] heeft gesteld onvoldoende voor toewijzing van een gebruiksvergoeding ter zake van de Toyota Hiace. De enkele omstandigheid dat [gedaagde] deze auto mede heeft gebruikt ten behoeve van de onderneming van [eiseres volledig] is daartoe onvoldoende. De kantonrechter verwijst in dit verband tevens naar hetgeen in rechtsoverweging 5.10.3. is overwogen. Ook het gebruik van de Toyota Hiace dient te worden bezien in het licht van de relatie van partijen en de op grond daarvan over en weer bestaande behoefte tot verzorging. Ook de omstandigheid dat [gedaagde] er aanvankelijk van uitging dat de echtscheiding tussen partijen "met gesloten beurs" zou geschieden - wat daar ook van zij - is daartoe onvoldoende. Dit brengt immers niet met zich dat [gedaagde] daarmee van zijn onderhavige eigen (niet-gemeenschaps)schuld aan een derde (J. [eiseres]) zou worden bevrijd.

5.11.4.

Op grond van het voorgaande zal de vordering strekkende tot betaling van een gebruiksvergoeding ter zake van de Toyota Hiace worden afgewezen.

5.12.

Afgifte zaken

5.12.1.

[gedaagde] vordert voorts afgifte van de hiervoor in 4.1 onder 3 opgesomde zaken. Deze zaken behoren volgens [gedaagde] aan hem in eigendom toe.

5.12.2.

[eiseres volledig] heeft betwist dat de hiervoor genoemde zaken aan [gedaagde] in eigendom toebehoren. Volgens [eiseres volledig] heeft zij deze zaken - behoudens het hangkastje met porselein - aangeschaft. Alleen wat betreft het hangkastje met porselein - dat volgens haar toebehoort aan de ex van [gedaagde] - heeft zij aangegeven dat zij bereid is tot afgifte over te gaan.

5.12.3.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] zijn stelling dat de door hem genoemde zaken aan hem in eigendom toebehoren, na de gemotiveerde betwisting hiervan door [eiseres volledig], onvoldoende onderbouwd. De vordering zal dan ook worden afgewezen, behoudens de gevorderde afgifte van het hangkastje met porselein, waarvan [eiseres volledig] heeft aangegeven dat zij bereid is tot afgifte over te gaan.

5.13.

Afgifte bierkar

5.13.1.

[gedaagde] vordert voorts afgifte van een bierkar. Volgens [gedaagde] heeft hij deze bierkar op of omstreeks 1 mei 2008 gekocht van Pegasus aanhanger Ltd en wel ten behoeve van feesten en evenementen rondom het wereldkampioenschap voetbal in 2008 en daarna. Tussen de evenementen door stond de bierkar opgeslagen op het terrein van [eiseres volledig]. De bierkar stond destijds op naam van [gedaagde] maar is volgens [gedaagde] op 25 juni 2013 zonder zijn medeweten overgeschreven op naam van [eiseres volledig].

5.13.2.

[eiseres volledig] heeft hiertegen aangevoerd dat de bierkar aan haar in eigendom toebehoort. Zij heeft deze bierkar in het jaar 2010 aangeschaft in verband met haar restaurant "[xxxx]". Het kenteken van de bierkar is slechts op naam van [gedaagde] gesteld in verband met de omstandigheid dat [eiseres volledig] niet met een dergelijke kar kon rijden.

5.13.2.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [gedaagde] zijn stelling dat de bierkar aan hem in eigendom toebehoort in het licht van de gemotiveerde betwisting hiervan door [eiseres volledig], onvoldoende onderbouwd. [eiseres volledig] heeft een foto in het geding gebracht van de bierkar waarop met grote letters "Restaurant [xxxx]" is vermeld, te weten een door haar geëxploiteerde onderneming. Voorts heeft zij een door haar opgestelde factuur van 3 mei 2012 in het geding gebracht aan een derde (Bloemhoff) ter zake van de verhuur van de bierkar. Ook heeft zij een factuur van 27 mei 2013 in het geding gebracht ter zake van een reparatie aan de bierkar. Deze factuur is aan een door [eiseres volledig] geëxploiteerde onderneming (Café [ooooo]) gericht. Behoudens de tenaamstelling van de bierkar heeft [gedaagde] zijn stelling dat deze aan hem in eigendom toebehoort niet (voldoende) onderbouwd. De enkele tenaamstelling acht de kantonrechter echter niet doorslaggevend. Tevens heeft [gedaagde] geen verklaring gegeven voor de hiervoor bedoelde foto en facturen.

De vordering strekkende tot afgifte van de bierkar zal dan ook worden afgewezen.

5.14.

Proceskosten

5.14.1.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van [eiseres volledig] worden vastgesteld op:

- salaris voor de advocaat EUR 1.125,00 (2,5 punt x tarief EUR 450,00).

6 Beslissing

De kantonrechter:

in conventie

6.1.

verklaart het verzet van [gedaagde] ongegrond,

6.2.

bekrachtigt het tussen partijen uitgesproken verstekvonnis van de kantonrechter van deze rechtbank van 19 november 2013 onder zaaknummer / rolnummer [xxxxxxxx],

en na vermeerdering van eis aanvullend rechtdoende:

6.3.

veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] c.s. te betalen een bedrag van EUR 610,37,

6.4.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van de verzetprocedure, aan de zijde van [eiseres] c.s. vastgesteld op EUR 750,00,

6.5.

verklaart de veroordelingen onder 6.3. en 6.4. uitvoerbaar bij voorraad,

in reconventie

6.6.

veroordeelt [eiseres volledig] om aan [gedaagde] af te geven het hangkastje met porselein,

6.7.

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van het geding, aan de zijde van [eiseres volledig] vastgesteld op EUR 1.125,00,

6.8.

verklaart de veroordelingen onder 6.6. en 6.7. uitvoerbaar bij voorraad,

6.9.

wijst af het anders of meer gevorderde.

Aldus gewezen door mr. M. Sanna, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juni 2014 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 502