Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:2580

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-05-2014
Datum publicatie
03-06-2016
Zaaknummer
14-1730
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Maatschap; niet tijdige betaling facturen; rente en kosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1556
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 2765398 \ CV EXPL 14-1730

vonnis van de kantonrechter van 28 mei 2014

in de zaak van

de besloten vennootschap WPA-Robertus Zeker & Vast B.V.,

hierna te noemen: WPA-Robertus,

gevestigd te Westerbork,

eisende partij,

gemachtigde: W.H.G. Legebeke,

tegen

1) [gedaagde 1] ,

2) [gedaagde 2] ,

hierna tezamen te noemen: maatschap [gedaagden] ,

wonende te [woonplaats gedaagden] ,

gedaagde partij,

procederende in persoon.

1 De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 maart 2014;

- het proces-verbaal van comparitie van 25 april 2014.

1.2

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.2

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] exploiteren samen een landbouwbedrijf in de vorm van een maatschap. WPA-Robertus is een toeleverancier van producten voor onder meer akkerbouw en veehouderij.

2.3

WPA-Robertus heeft in 2012 aan de maatschap [gedaagden] goederen verkocht en geleverd en hiervoor facturen gestuurd, gedateerd 3 april, 1 mei, 5 juni en 12 juni 2012. In de daaropvolgende periode heeft WPA-Robertus meerdere betalingsherinneringen gestuurd, waarbij zij vanaf 2 november 2012 tevens wettelijke rente is gaan vorderen. In juli 2013 heeft zij de vordering uit handen gegeven aan een deurwaarder en heeft zij aanspraak gemaakt op buitengerechtelijke incassokosten.

2.4

In september 2013 heeft WPA-Robertus het faillissement aangevraagd van de maatschap [gedaagden] en de maten [gedaagde 1] en [gedaagde 2] . Nadat op 27 oktober 2013 een betaling is binnengekomen van de maatschap [gedaagden] heeft zij de faillissementsaanvraag ingetrokken.

2.5

De maatschap [gedaagden] heeft de hoofdsom voldaan maar heeft de gevorderde rente en kosten onbetaald gelaten.

2 De vordering en het verweer

2.1

WPA-Robertus vordert dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, hoofdelijk, des dat de een betalende, de ander zal zijn bevrijd, worden veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan WPA-Robertus te voldoen een bedrag groot

€ 1.322,39 en kosten rechtens.

2.2

Hiertoe voert zij het volgende aan. De facturen zijn niet binnen de in de van toepassing zijnde algemene voorwaarden gestelde betalingstermijn van dertig dagen na de factuurdatum betaald. Onder druk van de faillissementsaanvraag heeft de maatschap [gedaagden] de hoofdsom pas in oktober 2013 voldaan. WPA-Robertus heeft nog recht op de wettelijke rente en vergoeding van de gemaakte kosten voor de incasso van haar vordering.

2.3

De maatschap [gedaagden] betwist dat zij de gevorderde kosten verschuldigd is en stelt dat de facturen reeds in 2012 zijn betaald. Ten tijde van de faillissementsaanvraag zijn deze betalingen door WPA-Robertus echter op de rekening van [gedaagden] teruggestort, waarna [gedaagden] de factuurbedragen in november 2013 nogmaals aan WPA-Robertus heeft overgemaakt. Volgens [gedaagden] heeft WPA-Robertus door deze handelwijze de kosten zelf veroorzaakt.

3 De beoordeling

3.1

De kantonrechter stelt vast dat de maatschap [gedaagden] haar stelling dat de facturen in 2012 zijn betaald niet heeft onderbouwd. Zij heeft niet voldaan aan het verzoek van de kantonrechter in het tussenvonnis van 5 maart 2014 om betalingsbewijzen van de facturen in het geding te brengen. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn ook niet ter comparitie verschenen om hun stelling toe te lichten en van een nadere onderbouwing te voorzien. De kantonrechter houdt het er daarom voor dat de facturen niet eerder dan op 27 oktober 2013 zijn voldaan.

3.2

De kantonrechter stelt vervolgens vast dat de maatschap [gedaagden] op zichzelf niet heeft bestreden dat de algemene voorwaarden van WPA-Robertus van toepassing zijn. In artikel 5 lid 2 van deze voorwaarden is een betalingstermijn van dertig dagen na factuurdatum gesteld, bij overschrijding waarvan de koper van rechtswege in verzuim is en wettelijke rente verschuldigd is. Alle facturen zijn op 27 oktober 2013, derhalve buiten de gestelde termijnen, voldaan, zodat [gedaagden] wettelijke rente verschuldigd is over de periode van verzuim. [gedaagden] heeft geen verweer gevoerd tegen de hoogte van het berekende bedrag zodat de kantonrechter de wettelijke rente zal toewijzen zoals gevorderd.

3.3

In artikel 5 lid 4 van de algemene voorwaarden is verder bepaald dat de koper alle buitengerechtelijke en gerechtelijke kosten die WPA-Robertus daadwerkelijk maakt voor de incasso van haar vordering verschuldigd is. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft WPA-Robertus voldoende gesteld en onderbouwd dat (buitengerechtelijke) incassowerkzaamheden zijn verricht. De maatschap [gedaagden] kan niet worden gevolgd in haar betoog dat tijdig is betaald en dat WPA-Robertus om die reden ten onrechte incassokosten bij haar in rekening brengt. Nu [gedaagden] verder geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de verschuldigdheid, dan wel de hoogte van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten en de kosten van de faillissementsaanvraag zal de kantonrechter de vordering van WPA-Robertus in zoverre geheel toewijzen.

3.4

Gelet op artikel 7A:1680 BW zijn de maten ieder voor gelijke delen aansprakelijk. De kantonrechter zal [gedaagde 1] en [gedaagde 2] dan ook niet hoofdelijk, zoals gevorderd, maar ieder voor gelijke delen veroordelen.

3.5

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van WPA-Robertus worden begroot op € 91,78 (kosten dagvaarding).

De beslissing

De kantonrechter:

1) veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , beiden voor gelijke delen, om aan WPA-Robertus te betalen € 1.322,39;

2) veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] , beiden voor gelijke delen, in de kosten van deze procedure, aan de zijde van WPA-Robertus begroot op € 91,78;

3) verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

4) wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.B.W. Venema en in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2014.

typ/conc: [init]

coll: