Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:233

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-01-2014
Datum publicatie
06-02-2014
Zaaknummer
2409278 - CV EXPL 13-12901
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Eigenbijdrage AWBZ Formele Rechtskracht. Buitengerechtelijke kosten afgewezen: besluit vergoeding voor buitengerechtelijke kosten niet van toepassing.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 2409278 \ CV EXPL 13-12901

Vonnis d.d. 15 januari 2014

inzake

de publiekrechtelijke rechtspersoon [eiseres],

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres, hierna [eiseres] te noemen,

gemachtigde Bazuin en Partners gerechtsdeurwaarders,

tegen

[gedaagde],

wonende te [plaats]

gedaagde, hierna[gedaagde] te noemen,

[gemachtigde]

PROCESGANG

[eiseres] heeft bij dagvaarding, op de daarin vermelde gronden, gevorderd bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad[gedaagde] te veroordelen tot betaling van een bedrag aan hoofdsom van

€ 2.601,02 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag, tot dagvaarding een bedrag van € 385,33, en een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten ad € 458,27 inclusief BTW, met veroordeling van[gedaagde] in de kosten van de procedure.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd.

Partijen hebben vervolgens over en weer hun standpunten nader toegelicht waarna vonnis is bepaald op heden.

1 Het standpunt van [eiseres]

1.1

[gedaagde] is bijdrageplichtig door verblijf in een instelling als bedoeld in de artikelen 9, 13 en 14 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ. Dit op grond van artikel 6 lid 4 AWBZ, juncto artikel 2 Bijdragebesluit zorg. [eiseres] is belast met de vaststelling en de inning van de eigen bijdrage als bedoeld in artikel 6 lid 4 AWBZ juncto artikel 5 Administratiebesluit Bijzondere Ziektekostenverzekering.

1.2

[eiseres] heeft aan de hand van de inkomensgegevens van[gedaagde] jaarlijks de eigen bijdrage per maand vastgesteld. Die vaststelling is een beschikking in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).[gedaagde] heeft tegen die beslissingen niet binnen de daartoe geldende termijn van zes weken bezwaar of beroep ingesteld. Daarmee staat de vastgestelde eigen bijdrage tussen partijen vast.

1.3

De betalingsverplichtingen voor[gedaagde] vloeien voort uit de wet. [eiseres] vordert betaling van de facturen van 2 februari en 24 mei 2009, respectievelijk bedragen van € 454,53 en

€ 2.152,04, minus de creditfactuur van 18 januari 2013, een bedrag van € 5,55-.

1.4

Het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet van toepassing op de betaling van de vordering van [eiseres]. Er is sprake geweest van in redelijkheid gemaakte redelijke kosten. [eiseres] vordert overeenkomstig het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten een vergoeding voor die kosten van € 458,27 inclusief BTW.

1.5

[eiseres] heeft bij repliek aangegeven dat zij[gedaagde] op correcte wijze in rechte heeft betrokken nu de dagvaarding aan het GBA-adres dient te worden betekend hetgeen gebeurd is.

1.6

Onder verwijzing naar de overgelegde correspondentie en stukken stelt [eiseres] dat (de gemachtigde van)[gedaagde] uitvoerig op de hoogte is gesteld van de vordering en dat tevens een uitgebreide toelichting op die vordering is gegeven.

[eiseres] heeft daarbij de betreffende facturen, de beschikking over 2009 en een printscreen van de eigen bijdragen over 2008 in het geding gebracht.

2 Het standpunt van[gedaagde]

2.1

is opgenomen in de psychiatrische inrichting van [kliniek] te Zuidlaren. Met [eiseres] is afgesproken dat de correspondentie zal worden gevoerd met de ouders van gemachtigde. De deurwaarder heeft zich bij het wisselen van de correspondentie en het uitbrengen van de dagvaarding niet aan die afspraak gehouden. De dagvaarding is bezorgd op het adres waar[gedaagde] wordt verpleegd met gevolgen voor de psychische toestand van[gedaagde].[gedaagde]

2.2

[gedaagde] ontvangt een WAO-uitkering. [eiseres] bepaalt aan de hand van opgave van de belastingdienst welk gedeelte rechtstreeks wordt ingehouden als vergoeding voor verzorging en verpleging van[gedaagde]. [eiseres] bepaalt daarbij zowel de hoogte van het maandelijks bedrag als de inhouding. Anders dan eerder het geval was, horen de verantwoordelijke ouders/verzorgers thans vooraf niet meer hoe hoog de bijdrage voor komend jaar is. Er is verzuimd inzicht te geven over de maandelijkse invorderingen van [eiseres]. Voor[gedaagde] resteert een te laag bedrag voor zakgeld. Verzocht wordt de vorderingen af te wijzen.

2.3

Bij dupliek heeft[gedaagde] erkend dat [eiseres] herhaaldelijk (de gemachtigde van)[gedaagde] van de vorderingen in kennis heeft gesteld. Over de hoogte van die vordering die verschuldigd is, wordt echter geen overleg gepleegd doch [eiseres] bepaalt dat eenzijdig. Namens[gedaagde] is weliswaar om een toelichting gevraagd omtrent de hoogte van de eigen bijdrage doch [eiseres] heeft daarop geen nadere toelichting verstrekt.

2.4

Bij [eiseres] was het overeengekomen correspondentieadres bekend. [eiseres] wist ook dat[gedaagde] een geestelijk zieke patiënt is. De dagvaarding is niet overeenkomstig artikel 348 wetboek van strafvordering uitgereikt.

3 Beoordeling

3.1

De kantonrechter merkt ter zake van de wijze van dagvaarding het volgende op.

[eiseres] heeft[gedaagde] gedagvaard op zijn in het GBA vermelde adres. [eiseres] heeft daarmee gehandeld conform de uitgangspunten van het wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Ook overigens valt, voor zover (de gemachtigde van)[gedaagde] mocht hebben beoogd dat aan te voeren, niet in te zien dat de dagvaarding nietig is.[gedaagde] is bij gemachtigde in rechte verschenen en is in de gelegenheid geweest en heeft die gelegenheid ook gebruikt, om zijn verweer naar voren te brengen. Hoewel de gestelde psychische belasting bij[gedaagde] bij het uitbrengen van de dagvaarding op zich voorstelbaar is, dient dat verweer dan ook te worden gepasseerd.

3.2

Voorts wordt het volgende overwogen.

Op grond van het bepaalde in artikel 6 AWBZ hebben verzekerden aanspraak op zorg ter voorkoming van ziekten en ter voorziening in geneeskundige behandeling, verpleging en verzorging. In het vierde lid van dat artikel is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat de aanspraak op zorg slechts tot gelding kan worden gebracht indien de verzekerde bijdraagt in de kosten daarvan.

3.3

In het Bijdragebesluit zorg is bepaald dat de verzekerde van 18 jaren of ouder bijdraagt in de kosten van de zorg, verleend door een instelling. In artikel 3 van die algemene maatregel van bestuur is bepaald dat de verzekerde de bijdrage 2 verschuldigd is aan [eiseres]. In artikel 4 van het Bijdragebesluit is een regeling gegeven voor de vaststelling van de hoogte van de bijdrage.

3.4

[gedaagde] is opgenomen in een instelling en ontvangt psychiatrische hulp. Op grond van voormelde artikelen is hij dan ook een bijdrage aan [eiseres] verschuldigd die rechtstreeks uit voormelde wettelijke regeling voortvloeit.

3.5

Uit de door [eiseres] bij repliek overgelegde stukken blijkt dat [eiseres] meermalen overleg heeft gehad met de vader van[gedaagde] omtrent de vaststelling van de hoogte van de verschuldigde eigen bijdrage.

Verder blijkt uit die stukken dat bij beschikking van 22 juni 2009, toegestuurd aan het adres van de vader/gemachtigde van[gedaagde], met ingang van 1 januari 2009 een eigen bijdrage is opgelegd van € 697,07 per maand. In de bijlage bij die beschikking is een berekening gegeven van de berekende inkomensafhankelijke eigen bijdrage. In de beschikking is tevens vermeld dat indien[gedaagde] het niet eens is met die beschikking binnen zes weken een bezwaarschrift kan worden gestuurd.

De gemachtigde van[gedaagde] heeft erkend dat die beslissing ontvangen is.

3.6

Vaststaat dat tegen die beschikking geen rechtsmiddelen als bezwaar en beroep zijn aangewend. Voor de beoordeling van de onderhavige zaak dient er dan ook door de kantonrechter als civiele rechter, nu tegen die beschikking een met voldoende rechtswaarborgen omklede rechtsgang heeft opengestaan, in beginsel van te worden uitgegaan dat die beslissing juist is.

3.7

In de bijlage bij die beschikking wordt, naar de kantonrechter heeft vastgesteld, bij de berekening van de hoogte van de bijdrage de methodiek van artikel 4 van het Bijdragebesluit gevolgd.

Hoewel op zich voor te stellen is dat (de gemachtigde van)[gedaagde] van mening is dat het dan resterende bedrag voor[gedaagde] wellicht (te) krap is, valt dan ook niet in te zien dat [eiseres] bij het vaststellen van de eigen bijdrage onjuist heeft gehandeld.

Ook overigens wordt mede gelet op hetgeen[gedaagde] heeft aangevoerd, geen aanleiding gezien om tot de conclusie te kunnen komen dat [eiseres] niet in rechte de eerder opgelegde bijdrage kan vorderen.

3.8

op grond van vorenstaande overwegingen wordt de vordering ad € 2.601,02 toegewezen.

[gedaagde] heeft niet (apart) de vordering wettelijke rente over dat bedrag betwist. Aan wettelijke rente wordt berekend tot de datum van dagvaarding tevens toegewezen een bedrag van € 385,33 en de wettelijke rente over € 2.601,02 vanaf de dag der dagvaarding.

3.9

Omtrent de vordering buitengerechtelijke kosten wordt het volgende overwogen. De vordering van [eiseres] vloeit, zoals [eiseres] terecht heeft gesteld, niet voort uit een tussen [eiseres] en[gedaagde] bestaande overeenkomst doch uit de wet. In dat geval is het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten niet van toepassing. De kantonrechter is van oordeel dat de verzonden brieven met name het karakter hebben van herhaalde aanmaningen. Die werkzaamheden komen niet voor aparte vergoeding in aanmerking. Die vordering wordt dan ook afgewezen.

4 Proceskosten

[gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld.

BESLISSING

De kantonrechter:

-veroordeelt[gedaagde] om tegen bewijs van betaling aan [eiseres] te voldoen een bedrag van

€ 2.986,35 te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 2.601,02 vanaf de dag der dagvaarding;

-veroordeelt[gedaagde] tevens in de kosten van het geding, aan de zijde van [eiseres] tot aan deze uitspraak vastgesteld op een bedrag van € 94,79 aan explootkosten, € 448,00 aan griffierecht en € 350,00 aan salaris gemachtigde;

-ontzegt hetgeen meer of anders is gevorderd;

-verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. B. van den Bosch, kantonrechter, en op 15 januari 2014 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: BvdB

coll: