Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:2121

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
25-04-2014
Datum publicatie
25-04-2014
Zaaknummer
18.930325-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank acht uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, evenals de officier van justitie, onvoldoende aanknopingspunten aanwezig om aan te nemen dat tussen verdachte en zijn medeverdachte sprake is geweest van een zodanige significante samenwerking dat gesproken kan worden van het plegen van openlijk geweld gepleegd tegen het slachtoffer De Vente.

De rechtbank is verder van oordeel dat het aan het slachtoffer toegebrachte letsel aan onderrug en/of bil niet valt aan te merken als zwaar lichamelijk letsel. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het de rechtbank gebleken dat de wond is genezen, dat er weliswaar sprake is van een litteken, maar dat het slachtoffer niet of nauwelijks meer wordt beperkt c.q. belemmerd in zijn dagelijkse bezigheden. De rechtbank leidt uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting verder af dat door verdachtes handelen geen vitale lichaamsdelen en organen van het slachtoffer zijn beschadigd.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 302 juncto 45, geldigheid: 2014-04-25
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.930325-13

Parketnummer: 18/07.651131-12 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 25 april 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te[woonplaats],[adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 11 april 2014.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. H.J. Pellinkhof, advocaat te Assen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 11 augustus 2013 te Meppel met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten discotheek Lord Nelson, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer], welk geweld bestond uit het met een gebroken (drink)glas, althans een scherp en/of puntig voorwerp, steken en/of snijden in een hand en/of in de (onder)rug/een bil, althans in het lichaam, van die[slachtoffer], waarbij hij, verdachte, die[slachtoffer] met dat glas/voorwerp in diens hand en/of in diens rug/bil/lichaam heeft gestoken en/of gesneden, welk door hem gepleegd geweld zwaar lichamelijk letsel voor die[slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 11 augustus 2013 te Meppel aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht, door deze opzettelijk met een gebroken (drink)glas, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in een hand en/of in de (onder)rug/een bil, althans in het lichaam, te steken en/of te snijden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 11 augustus 2013 te Meppel met een ander of anderen, op een voor het publiek toegankelijke plaats of in een voor het publiek toegankelijke ruimte, te weten discotheek Lord Nelson, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen[slachtoffer], welk geweld bestond uit het met een gebroken (drink)glas, althans een scherp en/of puntig voorwerp, steken en/of snijden in een hand en/of in de (onder)rug/een bil, althans in het lichaam, van die [slachtoffer], waarbij hij, verdachte, die [slachtoffer] met dat glas/voorwerp in diens hand en/of in diens rug/bil/lichaam heeft gestoken en/of gesneden, welk door hem gepleegd geweld enig lichamelijk letsel voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 11 augustus 2013 te Meppel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] met een gebroken (drink)glas, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in een hand en/of in de (onder)rug/een bil, althans in het lichaam, heeft gestoken en/of gesneden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. J. Houwink acht hetgeen aan de verdachte primair is tenlastegelegd niet bewezen en vordert dat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.

Hij acht hetgeen de verdachte subsidiair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank de verdachte voor dit feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan een gedeelte groot 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering hetgeen mede zal inhouden een meldplicht, een verplichting mee te werken aan diagnostiek en indien geïndiceerd een behandeling bij FPC Oldenkotte - de Tender of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, een contactverbod met het slachtoffer, een alcohol- en drugsverbod, en een lokaal verbod voor Lord Nelson te Meppel.

Verder vordert de officier van justitie de toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] te [woonplaats] tot een bedrag van €. 4.056,91 met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Tenslotte vordert de officier van justitie de toewijzing van zijn vordering tot tenuitvoerlegging van de opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad van 17 augustus 2012.

Vrijspraak

De verdachte dient van het hem primair, subsidiair en meer subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank acht uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting, evenals de officier van justitie, onvoldoende aanknopingspunten aanwezig om aan te nemen dat tussen verdachte en zijn medeverdachte sprake is geweest van een zodanige significante samenwerking dat gesproken kan worden van het plegen van openlijk geweld gepleegd tegen het [slachtoffer].

De rechtbank is verder van oordeel dat het aan het slachtoffer toegebrachte letsel aan onderrug en/of bil niet valt aan te merken als zwaar lichamelijk letsel. Uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting is het de rechtbank gebleken dat de wond is genezen, dat er weliswaar sprake is van een litteken, maar dat het slachtoffer niet of nauwelijks meer wordt beperkt c.q. belemmerd in zijn dagelijkse bezigheden. De rechtbank leidt uit de stukken en het verhandelde ter terechtzitting verder af dat door verdachtes handelen geen vitale lichaamsdelen en organen van het slachtoffer zijn beschadigd.

Wel acht de rechtbank het meest subsidiair tenlastegelegde, de poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, bewezen.

Bewijsmotivering

Namens verdachte is aangevoerd dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat hij aangever met een gebroken drinkglas heeft gestoken, nu hij dit ten stelligste ontkent en er vraagtekens zijn te plaatsen bij de mate en betrouwbaarheid van eigen waarneming en beleving, zowel bij aangever als bij de gehoorde getuigen.

De rechtbank volgt dit betoog van de verdediging niet en overweegt dienaangaande het volgende.

De rechtbank baseert zich voor het bewijs van het meest subsidiair tenlastegelegde feit op de verklaringen van de verdachte ter terechtzitting van 11 april 2014 en op de verklaringen van aangever[slachtoffer], [medeverdachte], de [getuige 1],[getuige 2], [getuige 3],[getuige 4], [getuige 5], en de waarneming en bevindingen van de [verbalisant], zoals opgenomen in het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van politie Drenthe, district Zuidwest, basiseenheid Meppel/Westerveld/De Wolden, registratienummer PL033W 2013057919 d.d. 26 augustus 2013 met bijlagen.

Verdachte verklaart ter terechtzitting van 11 april 2014 onder meer dat hij in de nacht van 11 augustus 2013 met vrienden in Lord Nelson te Meppel was, dat hij onder meer een rood t-shirt droeg, dat hij bij zijn weten de enige was die een rood t-shirt droeg, dat hij in het rokershok woorden kreeg met een jongen, dat er andere jongens bijkwamen en dat hij samen met die jongen op de grond is gevallen en dat alleen hij en zijn kameraad, [medeverdachte], bij het duw- en trekwerk met de andere groep betrokken waren..

[medeverdachte] verklaart ten overstaan van de politie (pagina’s 56 t/m 60) kort samengevat dat hij op 10 augustus 2013 zijn verjaardag vierde, dat hij met vrienden rond 00:30 à 00:45 uur naar discotheek Lord Nelson is gegaan, dat hij met [getuige 6] en [verdachte] naar de rokersruimte is gegaan, dat [verdachte]hier met een meisje, [getuige 7], aan het praten was, dat hij op een gegeven moment[verdachte] zag opstaan en tegen een jongen die bij hem en [getuige 7] was komen zitten hoorde zeggen: ‘Dit pik ik niet’, dat hij zag dat [verdachte] opstoof en heel erg boos was, dat hij zag dat [verdachte] deze jongen vastpakte en toen zag dat [verdachte] ruzie had en dat hij [slachtoffer] bij zijn shirt heeft gepakt en weggetrokken, dat hij pas later hoorde dat deze jongen [slachtoffer] heet.

Aangever [slachtoffer]verklaart in zijn aangifte (proces-verbaal aangifte, pagina’s 63 t/m 65) kort samengevat dat [getuige 4] hem vertelde dat hij een aantal weken terug ruzie had gehad met een groep jongens, dat [getuige 4] in de rokersruimte een jongen met een rood T-shirt aanwees als een van deze jongens, dat aangever hierop naar de jongen met het rode T-shirt is gegaan en hem heeft gevraagd of deze een probleem had met [getuige 4], dat deze jongen eerst zei dat hij [getuige 4] niet kende, maar nadat aangever [getuige 4] had aangewezen hij vroeg of ook aangever een probleem met hem had, dat de jongen hem daarop bij zijn hals heeft vastgepakt en duwende en knijpende bewegingen heeft gemaakt, dat er een meisje tussen aangever en de jongen in zat, dat aangever de jongen heeft weggeduwd, dat de jongen hierop een bierglas tegen de tafel kapot sloeg, dat aangever dacht dat hij het glas in zijn rechterhand hield, dat er vervolgens een groepje andere jongens bij de jongen in het rode T-shirt kwam staan, dat aangever vervolgens naar de grond werd geduwd, dat hij niet weet wie hem duwde, dat hij op zijn rug terecht kwam en dat een jongen bovenop hem ging zitten en hem een vuistslag in het gezicht gaf.

[getuige 1] verklaart ten overstaan van de politie (pagina 73), zakelijk weergegeven, dat hij van een jongen die naast hem zat hoorde dat hij en een aantal vrienden ruzie hadden met een groep uit Zwartsluis en dat ze vanavond weer ruzie gingen maken, dat aangever en hij vervolgens naar deze groep toe zijn gegaan om te vragen wat er aan de hand was, dat getuige met [medeverdachte] ging praten en dat hij van hem hoorde dat er ruzie was over iets wat twee weken geleden was voorgevallen tijdens Donderdag Meppeldag, dat hierover een aantal jongens nog boos was en de confrontatie wilden aangaan, dat [getuige 1] vervolgens zag dat aangever met een jongen in een rood T-shirt praatte, dat zij ruzie kregen en dat de jongen in het rode T-shirt een glas kapot sloeg en daarmee aangever op zijn hand raakt, dat de jongen meermalen uithaalde in de richting aangever, dat getuige later zag dat aangever [slachtoffer]op zijn rug was geraakt.

[getuige 1] verklaart in een nader verhoor ten overstaan van de politie (pagina’s 75 t/m 78) dat aangever [slachtoffer] en hij met een jongen in een rood T-shirt en [medeverdachte] gingen praten, dat [medeverdachte] hem vertelde dat de jongen die zijn groep wilde gaan slaan een klootzak was die klappen moest hebben, dat getuige even later zag dat de jongen in het rode T-shirt, die met aangever stond te praten, een glas kapot sloeg en opstond, dat het meisje dat naast hem zat hem probeerde tegen te houden, dat de jongen zijn hand met het glas naar voren stak en dat aangever hem probeerde af te weren waardoor hij aan zijn hand gewond raakte, dat aangever [slachtoffer]vervolgens probeerde weg te duiken, [getuige 1] zag dat de jongen nog steeds een stuk glas in zijn rechterhand hield en uithaalde in de richting van de onderrug van [slachtoffer].

[getuige 2] verklaart ten overstaan van de politie (pagina’s 80 t/m 83), zakelijk weergegeven, dat er twee weken geleden bij de Meppeldag ruzie is geweest tussen [getuige 4] en [getuige 9], dat in de nacht van 10 augustus op 11 augustus [getuige 8] en [medeverdachte] in discotheek Lord Nelson waren en dat hun groep de groep van [getuige 2] uitdaagde, dat ze naar [getuige 4] wezen en boos naar hem keken, dat twee jongens uit de groep van [getuige 2], aangever [slachtoffer] en [getuige 1], vervolgens verhaal gingen halen bij de andere groep (de groep van[getuige 9] en [medeverdachte]), dat[getuige 2] hoorde dat een glas kapot geslagen werd en zag dat een jongen met een rood T-shirt steekbewegingen maakte, dat een steekbeweging naar het hoofd van [slachtoffer] was, dat aangever [slachtoffer] deze beweging afweerde en wegdraaide, dat[getuige 2] vervolgens zag hoe de jongen in het rode T-shirt aangever[slachtoffer] midden in zijn onderrug raakte, dat [getuige 2] op ongeveer 1 à 2 meter afstand stond toen dit gebeurde, dat hij zeker weet dat de jongen het glas in zijn rechterhand hield en in totaal twee steekbewegingen heeft gemaakt.

Getuige [getuige 3] verklaart ten overstaan van de politie (pagina 87), zakelijk weergegeven, dat hij met de groep van [slachtoffer] in Lord Nelson was, dat hij zag dat[slachtoffer] en [getuige 1] naar de hoek van het rokershok liepen, dat hij zag dat een jongen met een rood shirt een glas van de grond pakte, kapot maakte en op[slachtoffer] afliep, dat hij zag dat de jongen [slachtoffer] wegduwde, dat hij daarna [slachtoffer] op de grond zag vallen en dat hij niet meer kon opstaan.

[getuige 4] verklaart ten overstaan van de politie (pagina 89), zakelijk weergegeven, dat getuige zag dat aangever[slachtoffer] naar jongens toe liep met wie hij enkele weken geleden ruzie had gehad, dat deze jongens in de rookruimte steeds naar hem wezen en dat getuige zag dat [slachtoffer] een klap van een jongen in een rood T-shirt kreeg en dat hij vervolgens glasgerinkel hoorde.

[getuige 5]verklaart ten overstaan van de politie (pagina 91), zakelijk weergegeven, dat [getuige 5] zag dat een jongen in een rood T-shirt een glas kapot sloeg en met het kapotte glas uithaalde naar het hoofd van [slachtoffer], dat hij zag dat deze op zijn hand geraakt werd, dat vervolgens de jongen over een tafel heen sprong en [slachtoffer] nog meer klappen gaf.

[verbalisant] zag dat de wond aan de onderkant van de rug van aangever [slachtoffer] ongeveer 2 cm breed en 15 à 20 cm lang was, dat de wond aan de onderkant in het midden van de rug zat en dat de wond gekarteld was (proces-verbaal bevindingen, pagina 95).

Op grond van vorenstaande bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en vertuigend bewezen dat verdachte de aangever tijdens een ruzie met een kapot drinkglas in zijn onderrug/bil heeft geraakt en dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan het meest subsidiair tenlastegelegde feit, te weten de poging tot zware mishandeling.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het meest subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 11 augustus 2013 te Meppel ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet die [slachtoffer] met een gebroken drinkglas in de onderrug/een bil heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen verklaarde levert op:

Poging tot zware mishandeling,

strafbaar gesteld bij artikel 302, juncto artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van het gepleegde feit; de omstandigheden waaronder het feit is begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie; de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 11 maart 2014, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld.

De officier van justitie heeft voor het subsidiair tenlastegelegd een gevangenisstraf gevorderd voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan een gedeelte groot 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering hetgeen mede zal inhouden een meldplicht, een verplichting mee te werken aan diagnostiek en indien geïndiceerd een behandeling bij FPC Oldenkotte - de Tender of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, een contactverbod met het slachtoffer, een alcohol- en drugsverbod, en een lokaal verbod voor Lord Nelson te Meppel.

De raadsman heeft primair vrijspraak bepleit. Subsidiair verzocht de raadsman, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring zou komen, aan de verdachte een werkstraf van de maximale duur en een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met de voorwaarden als door de officier van justitie gevorderd.

Het bewezen verklaarde rekent de rechtbank verdachte zwaar aan. De rechtbank is van oordeel dat het hier een ernstig feit betreft waarbij verdachte door zijn handelen een forse inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer.

De rechtbank overweegt verder dat de verdachte, blijkens het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatiedienst eerder terzake van een soortgelijk feit is veroordeeld.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank verder rekening gehouden met de omstandigheden en achtergronden van de verdachte zoals omschreven in het voorlichtingsrapport van de Verslavingszorg Noord Nederland d.d. 15 november 2013.

Gelet op de ernst van het feit is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals door de raadsman is bepleit.

Ook houdt de rechtbank in dit verband rekening met de landelijk geldende oriëntatiepunten.

De straf die de rechtbank zal opleggen, is lager dan de officier van justitie heeft geëist. Een wezenlijke factor in dit verband is het feit dat de officier van justitie blijkens zijn requisitoir is uitgegaan van de bewezenverklaring van zware mishandeling.

De rechtbank komt echter tot een bewezenverklaring van een poging daartoe.

Gelet op een en ander zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 5 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, en waarvan een gedeelte groot 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden toezicht van de reclassering hetgeen mede zal inhouden een meldplicht, een verplichting mee te werken aan diagnostiek en indien geïndiceerd een behandeling bij FPC Oldenkotte - de Tender of soortgelijke ambulante forensische zorg, een contactverbod met het slachtoffer en een alcohol- en drugsverbod.

Benadeelde partij [slachtoffer] te [woonplaats]

De benadeelde partij heeft een vordering tot vergoeding van geleden schade ingediend ten bedrage van € 4.056,91, waarvan een bedrag van € 1.056,91 aan materiele schade en een bedrag van € 3.000,00 aan immateriële schade, en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2013.

De rechtbank acht het causaal verband tussen het verklaarde feit en de materiele schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen.

De rechtbank vindt echter aanleiding het in rekening gebrachte bedrag aan immateriële schade te matigen. Voor de toekenning van het volledige gevorderde bedrag aan immateriële is deze post naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank acht de vordering aan immateriële schade tot een bedrag van € 1.500,00 voldoende aannemelijk gemaakt en niet onredelijk.

De civiele vordering is dan ook gegrond en tot een bedrag van € 2.556,91 voor toewijzing vatbaar.

De rechtbank zal het meer of anders gevorderde afwijzen.

Schadevergoedingsmaatregel[slachtoffer] te [woonplaats]

Met betrekking tot de in het bewezen verklaarde acht de rechtbank de verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht tot een bedrag van € 2.556,91 aansprakelijk voor de schade, die door dat strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd dat bedrag aan de Staat te betalen ten behoeve van het slachtoffer.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18/07.651131-12

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad d.d. 17 augustus 2012, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde gevangenisstraf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14f, 14g, 14h, 27, 36f en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte zowel primair, als subsidiair als meer subsidiair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het meest subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meest subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van

5

maanden, waarvan een gedeelte groot 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt het voorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

De rechtbank geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot toezicht op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden overeenkomstig artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het wetboek van strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zich binnen 5 werkdagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis meldt bij Tactus Verslavingsreclassering, Dr. Stolteweg 58, 8035 AX Zwolle, en zich hierna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit tijdens de proeftijd noodzakelijk acht;

  • -

    op geen enkele wijze contact zal hebben met het slachtoffer;

  • -

    zich onthoudt van het gebruik van drugs en alcohol en daartoe meewerkt aan urine- en bloedcontroles, gericht op middelengebruik, zolang de reclassering dit nodig acht;

  • -

    verplicht zal meewerken aan diagnostiek en indien geïndiceerd deelnemen aan een behandeling bij FPC Oldenkotte - De Tender of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelbaar zullen worden gegeven.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij[slachtoffer] te[woonplaats], van de som van € 2.556,91, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2013 tot het tijdstip van de algehele voldoening van het bedrag en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank wijst af het meer of anders gevorderde.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve

van het slachtoffer [slachtoffer] te[woonplaats], een bedrag van € 2.556,91 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 augustus 2013 tot het tijdstip van de algehele voldoening van het bedrag bij gebreke van betaling te vervangen door 35 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

De rechtbank verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voor-meld bedrag ten behoeve van het slachtoffer de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partij doet vervallen, alsmede dat betaling van voormeld bedrag aan de benadeelde partij de verplichting tot betaling aan de Staat van dit bedrag doet vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/07.651131-12

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 17 augustus 2012 door de politierechter in de rechtbank Zwolle-Lelystad gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 1 maand.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.H.A. Fransen, voorzitter, mr. B.I. Klaassens en mr. C. Brouwer, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 25 april 2014, zijnde mr. C. Brouwer buiten staat dit vonnis binnen de daartoe door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.