Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:211

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
10-01-2014
Datum publicatie
17-01-2014
Zaaknummer
C18/144919/KG ZA 13-343
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Intellectuele eigendom, geen inbreuk handelsnaam. Weduwe van Rutger Kopland tegen de stichting Het Kopland. Niet aannemelijk gemaakt dat de naam Het Kopland bij het relevante publiek tot verwarring of associatie met de naam van de dichter Rutger Kopland heeft geleid of zal leiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/144919 / KG ZA 13-343

Vonnis in kort geding van 10 januari 2014

in de zaak van

[A] ,

wonende te[woonplaats],

eiseres,

advocaat mr. M. Russchen te Amersfoort,

tegen

de stichting

STICHTING HET KOPLAND,

gevestigd te Groningen,

gedaagde,

advocaat mr. A.P. Groen te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de mondelinge behandeling

  • -

    de pleitnota van eiseres

  • -

    de pleitnota van gedaagde.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Eiseres is de weduwe en erfgename van [B], die op [datum] is overleden. [B] was hoogleraar psychiatrie aan de RUG en heeft diverse wetenschappelijke publicaties op zijn naam staan. [B] woonde en werkte in[woonplaats].

2.2.

Vanaf 1966 heeft [B] gedichten geschreven en gepubliceerd onder het pseudoniem Rutger Kopland en onder dat pseudoniem genoot hij landelijke bekendheid en ontving hij diverse onderscheidingen, waaronder de P.C. Hooft-prijs voor zijn gehele oeuvre.

2.3.

Gedaagde is een fusiestichting van de Stichting Huis en de Stichting Toevluchtsoord. Op 1 januari 2013 zijn voormelde stichtingen, die al vele jaren afzonderlijk bestonden, onder de naam stichting Huis en Toevluchtsoord (verder ook aan te duiden als: de stichting) samengegaan. Volgens de inschrijving bij de Kamer van Koophandel houdt de stichting zich bezig met “maatschappelijke opvang voor volwassenen met verblijfsaccommodatie en met jeugdzorg met verblijfsaccommodatie” en “het bieden van opvang en hulp bij het (opnieuw) leren wonen en leven en het aanpakken van (de effecten van) huiselijk geweld in afhankelijkheidsrelaties”. Het werkgebied van de stichting bestrijkt de provincies Groningen en Drenthe, en ongeveer 2/3 deel van de cliënten van de stichting is van niet-Nederlandse afkomst en vaak de Nederlandse taal niet (goed) machtig.

De stichting maakt deel uit van de landelijke federatie opvang en wordt gefinancierd via “gelabeld” geld vanuit de Rijksoverheid en via de AWBZ.

2.4.

Na voormelde fusie heeft de stichting het reclamebureau G2K ingeschakeld om te komen tot een nieuwe naam voor de stichting. Uit een opgestelde longlist is de keuze gevallen op de naam Kopland.

2.5.

Op 14 juni 2013 heeft de stichting het woordmerk “Kopland” bij het Benelux merkenbureau doen deponeren als merk in de klassen 41, 43, 44 en 45. Als inschrijvingsdatum geldt 10 september 2013.

Klasse 41 betreft: Opvoeding; opleiding; ontspanning; sportieve en culturele activiteiten; voornoemde diensten ten behoeve van hulpbehoevenden, thuislozen, daklozen, mensen die dakloos dreigen te worden, mensen die met (dreigend) geweld te maken hebben gehad en familieleden van genoemde personen.

Klasse 43 betreft: Tijdelijke huisvesting en restauratie ten behoeve van hulpbehoevenden, thuislozen, daklozen, daklozen, mensen die dakloos dreigen te worden, mensen die met (dreigend) geweld te maken hebben gehad en familieleden van genoemde personen; kinderdagverblijven; kindercrèches; kinderopvang.

Klasse 44 betreft: Diensten op het gebied van de (mentale) gezondheidszorg ten behoeve van hulpbehoevenden, thuislozen, daklozen, mensen die dakloos dreigen te worden, mensen die met (dreigend) geweld te maken hebben gehad en familieleden van genoemde personen.

Klasse 45 betreft: Persoonlijke en maatschappelijk diensten om aan individuele behoeften te voldoen; voornoemde diensten ten behoeve van hulpbehoevenden, thuislozen, daklozen, mensen die dakloos dreigen te worden, mensen die met (dreigend) geweld te maken hebben gehad en familieleden van genoemde personen.

2.6.

Op 19 september 2013 is de domeinnaam kopland.nl op naam van de stichting geregistreerd. Ook heeft de stichting voormelde naam doorgevoerd op haar website en andere uitingen naar buiten.

2.7.

Bij een door eiseres omstreeks 18 september 2013 ontvangen brief heeft de stichting eiseres ervan op de hoogte gesteld dat de stichting de naam Kopland zal gaan gebruiken.

In die brief is onder meer het volgende vermeld: “(…)Wij zij erg verheugd met en trots op deze keuze: de uiteindelijke beslissing om te kiezen voor deze naam zit hem voornamelijk in drie hoofdpunten:

1. Ons werkgebied bevindt zich in de kop van het land.

2. Het past bij onze werkwijze: zelf doen, eigen talenten ontdekken en ontwikkelen: “Kop d’r veur”.

3. De transformatie die onze cliënten doormaken is voornamelijk een mentaal proces, “in de kop” moet het gebeuren.

Uiteraard kwam bij deze keuze de associatie met wijlen uw echtgenoot naar boven. In onze ogen absoluut niet een vervelende associatie, maar ook niet een gezochte. (…)”.

2.8.

In verband met de bezwaren die eiseres had (en heeft) tegen het gebruik door de stichting van de naam Kopland heeft er tussen partijen enige correspondentie en een bespreking plaatsgevonden. In aansluiting daarop heeft de stichting op 10 oktober 2013 aan eiseres bericht dat besloten is de door haar gebruikte naam Kopland te wijzigen in “Het Kopland”. Op of omstreeks 22 oktober 2013 heeft de stichting haar statutaire naam gewijzigd in Het Kopland en heeft zij die wijziging ook laten registreren in het handelsregister. In al haar uitingen naar buiten toe (website, folders, belettering kantoorpand) heeft de stichting voormelde wijziging ook doorgevoerd

2.9.

Bij brief van 18 oktober 2013 heeft eiseres gedaagde gesommeerd om het gebruik van de handelsnaam en het merk Kopland en/of Het Kopland te staken en om het merk Kopland en de domeinnaam kopland.nl aan eiseres over te dragen. Gedaagde heeft aan deze sommatie geen gehoor gegeven.

3 Het geschil en de beoordeling daarvan

3.1.

Eiseres vordert in dit geding dat gedaagde wordt bevolen om het gebruik van de handelsnaam Kopland of Het Kopland en van het merk Kopland te staken en gestaakt te houden, zulks op straffe van een dwangsom van € 1000,00 per dag.

3.2.

Aan haar vorderingen heeft eiseres ten grondslag gelegd dat haar overleden echtgenoot grote bekendheid heeft verkregen onder het pseudoniem c.q. de naam Rutger Kopland en dat gedaagde jegens haar, als erfgename en rechtsopvolger onder algemene titel van haar echtgenoot, onrechtmatig handelt door de naam c.q. het woordmerk Kopland en/of Het Kopland te gebruiken als handelsnaam en als merk.

Door het gebruik van die bekende naam wordt volgens eiseres door gedaagde immers bij het publiek ten onrechte de suggestie of associatie gewekt dat er een band bestaat (of bestaan heeft) tussen Rutger Kopland en gedaagde en dat Rutger Kopland heeft ingestemd met de werkzaamheden van gedaagde of deze werkzaamheden ondersteund. Aldus wordt door gedaagde misbruik gemaakt van en aangehaakt bij de grote bekendheid en de goede reputatie van Rutger Kopland, hetgeen te meer misleidend is nu eiseresses echtgenoot bij leven een strikte scheiding wenste aan te houden tussen zijn werk als dichter (onder het pseudoniem Rutger Kopland) en zijn werk als psychiater (onder zijn eigen naam [B]).

Een en ander is volgens eiseres zowel in strijd met de wet (o.a. artikel 3 Handelsnaamwet, de artikelen 6: 193a e.v. Burgerlijk Wetboek, artikel 2.4 sub f Benelux-Verdrag inzake de Intellectuele Eigendom) als in strijd met de zorgvuldigheid die in het maatschappelijk verkeer betaamt en tevens als een ongerechtvaardigde inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en privacy van eiseres aan te merken.

De door gedaagde in oktober 2013 doorgevoerde wijziging van Kopland in Het Kopland neemt volgens eiseres het verwarringsgevaar niet weg en kan niet als een voldoende tegemoetkoming worden beschouwd.

3.3.

Gedaagde heeft tot haar verweer in de eerste plaats aangevoerd dat zij niet de intentie heeft gehad aan te haken bij de naam van de dichter Rutger Kopland. Bij de ontwikkeling van de nieuwe naam van de stichting is als richtsnoer aangegeven dat de naam, in aansluiting op de doelstelling, het werkgebied en de wijze van opereren van de stichting, een associatie moest bevatten met het Noorden van het land, eigenzinnig moest zijn, geen pseudo-latijn mocht bevatten en een naam moest zijn die niet te beschrijvend is. Op de longlist stonden namen als Het Noord, Brinker, Richter, Bolder, Keper, Kopland en Talud, welke namen zich kenmerken door stevige, heldere, “noordelijke” klanken waardoor zij daadkracht en een eerste dag van het nieuwe leven van de cliënt uitstralen. Bij de keuze voor de naam Kopland heeft volgens gedaagde niemand een associatie gemaakt met de dichter Rutger Kopland. De keuze voor die naam hing samen met het werkgebied (in de kop van het land), de uitdrukking “kop d’r veur” en de transformatie die zou moeten plaatsvinden in het hoofd (de kop) van de cliënten, en voorts met de omstandigheid dat “kopland” een oud Drents woord is. Na bezwaar van eiseres heeft gedaagde besloten Kopland te wijzigen in Het Kopland, waarmee volgens gedaagde de betekenis die de stichting heeft beoogd nog beter tot uitdrukking komt: het woord “het” zet de betekenis van het woordcomponent “land” aan, waardoor ook het woord “kop” een meer zelfstandige betekenis krijgt en door er nog meer de vorm van een zelfstandig naamwoord aan te geven wordt ook nog een duidelijke scheiding aangebracht met de persoonsnaamvorm van het pseudoniem Rutger Kopland.

3.4.

Voorts heeft gedaagde betwist dat er sprake is van verwarring.

Uit de wijze waarop de stichting Het Kopland haar naam gebruikt blijkt, aldus gedaagde, dat er geen enkele betrokkenheid of link is met Rutger Kopland; de naam is niet “Rutger Kopland Stichting” o.i.d., Rutger Kopland wordt nergens vermeld en er wordt nergens gesuggereerd dat Rutger Kopland betrokken zou zijn bij de stichting. Het publiek waar gedaagde zich op richt is (vermoedelijk) ook niet bekend met de dichter Rutger Kopland. Van misleiding of een depot te kwader trouw is volgens gedaagde evenmin sprake, nog daargelaten dat de naam Rutger Kopland door eiseres nimmer als merk is gedeponeerd in het Benelux merkenregister en eiseres zich dus ook niet op het gemene recht kan beroepen ter bescherming van meergenoemd pseudoniem.

3.5.

Het verweer van gedaagde treft doel. Daarbij gaat de voorzieningenrechter uit van de situatie dat gedaagde thans als naam voert Het Kopland en dat zij haar depot bij het Benelux merkenbureau in die zin ook wijzigt of al heeft gewijzigd. Verder gaat de voorzieningenrechter uit van de volledige naam Rutger Kopland, het pseudoniem waaronder de - ook door de voorzieningenrechter hoog gewaardeerde - dichter bekend was (en is).

Zo er al sprake was van mogelijke koppeling tussen de aanvankelijke door gedaagde gebruikte naam Kopland en het pseudoniem Rutger Kopland, heeft gedaagde die mogelijke koppeling naar het oordeel van de voorzieningenrechter op afdoende wijze doorbroken door toevoeging van het lidwoord “het”. Daarmee is, zoals gedaagde terecht heeft aangevoerd, het zelfstandig naamwoord Kopland in voldoende mate afgescheiden van de persoonsnaamvorm Kopland en hebben de woorden Het Kopland een voldoende eigen betekenis gekregen, passend bij de intenties die gedaagde naar eigen zeggen heeft gehad bij het ontwikkelen van een nieuwe naam: een stevige, heldere, “noordelijke” klank, met ook een basis in het Drentse dialect, en aldus passend bij de doelstelling, het werkgebied en de wijze van opereren van gedaagde. Naar gevoelen van de voorzieningenrechter was die eigen betekenis van de naam van gedaagde overigens nog beter tot uitdrukking gebracht wanneer zij ervoor had gekozen haar naam als “Het kopland” te schrijven in plaats van “Het Kopland” en de voorzieningenrechter kan zich voorstellen dat gedaagde die aanpassing (ook) nog laat plaatsvinden.

3.6.

Wat ervan die laatste suggestie ook zij, voorshands is de voorzieningenrechter er niet van overtuigd en eiseres heeft dat ook niet aannemelijk gemaakt, dat de naam Het Kopland bij het relevante publiek tot verwarring of associatie met de naam van de dichter Rutger Kopland heeft geleid of zal leiden. Daarvoor zijn voormelde woordcombinaties, zoals gezegd, te afwijkend te achten en verwijst het overeenstemmende woord “kopland”, dat een “noordelijke” of “aardse” betekenis heeft (in de zin van: met de grond verbonden), niet dwingend en alleen maar naar de naam Rutger Kopland.

3.7.

Dat gedaagde met de keuze voor de naam Het Kopland zou willen aanhaken bij de bekendheid, goede naam en reputatie van Rutger Kopland en dat in dat opzicht sprake zou zijn van misleiding of het ongerechtvaardigd voordeel trekken van de naam van de dichter, is evenmin aannemelijk gemaakt. Uit de wijze waarop gedaagde tot nu toe naar buiten is getreden (in folders, reclame-uitingen, website e.d.) blijkt niet dat zij op enigerlei wijze een koppeling of link legt of heeft gelegd naar de dichter Rutger Kopland of diens werk, dan wel naar het werk van [B] als psychiater. De naam van Rutger Kopland, dan wel van [B] wordt nergens vermeld en ook wordt op geen enkele wijze de indruk gewekt dat hij betrokken is (geweest) bij gedaagde of het werk van gedaagde ondersteunt (of ondersteund heeft). Dat één van de teksten van gedaagde als een “soort gedicht” is opgemaakt, acht de voorzieningenrechter in dat verband te ver gezocht.

3.8.

Gelet op het voorgaande kan voorshands niet gezegd worden dat gedaagde inbreuk op de handelsnaamwet maakt door het voeren van de naam Het Kopland en is evenmin waarschijnlijk te achten dat het depot van het woordmerk (Het) Kopland vernietigd zal worden. Ook anderszins kan niet gezegd worden dat het gebruik van de naam Het Kopland jegens eiseres onrechtmatig is te achten. Derhalve komen de verzochte bevelen c.q. verboden niet voor toewijzing in aanmerking.

3.9.

Eiseres zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van gedaagde worden begroot op:

- griffierecht €  589,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal €  1.405,00

4 De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1.

wijst de vorderingen af,

4.2.

veroordeelt eiseres in de proceskosten, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op € 1.405,00,

4.3.

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. de Vroome en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2014.1

1 type: coll: