Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:2056

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-04-2014
Datum publicatie
24-04-2014
Zaaknummer
C-17-129212 - HA ZA 13-254
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Executoriaal beslag op auto door de Ontvanger

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2014-1032

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/129212 / HA ZA 13-254

Vonnis van 16 april 2014

in de zaak van

[eiser],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,

eiser,

advocaat mr. H.L. Thiescheffer, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

1 DE ONTVANGER DER RIJKSBELASTINGEN,

gevestigd te Leeuwarden,

gedaagde sub 1,

advocaat mr. drs. J.C.G. Vestjens, kantoorhoudende te Amsterdam,

2. [gedaagde],

wonende te Ouwsterhaule,

gedaagde 2,

niet in rechte verschenen.

Partijen zullen hierna [eiser kort] enerzijds en de Ontvanger en [gedaagde kort] anderzijds genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de rolbeslissing van verwijzing van 19 juli 2013, waarbij de zaak die is aangebracht bij deze rechtbank, sector kanton onder zaak-/rolnummer 2141829 CV EXPL 13-4315 is verwezen naar de handelsrechter van deze rechtbank, afdeling privaatrecht in de stand waarin deze zich bevindt

  • -

    het exploot van betekening van de rolbeslissing van 19 juli 2013, waarbij de nieuwe roldatum aan de Ontvanger en [gedaagde kort] is aangezegd

  • -

    het tegen de Ontvanger en [gedaagde kort] verleende verstek

  • -

    de zuivering van het verstek aan de zijde van de Ontvanger

  • -

    de conclusie van antwoord van de zijde van de Ontvanger

  • -

    de conclusie van repliek

  • -

    de conclusie van dupliek van de zijde van de Ontvanger.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[eiser kort] is vanaf het jaar 2007 tot 25 maart 2013 vrijwel aaneensluitend gedetineerd geweest.

2.2.

[eiser kort] en [gedaagde kort] zijn op 4 januari 2009 in algehele gemeenschap van goederen gehuwd.

2.3.

Op 10 april 2013 is [eiser kort] staande gehouden tijdens een zogenaamde ANPR-actie (een handhavingsactie van de politie en de Belastingdienst), waarna executoriaal beslag is gelegd op de Ford Scorpio 2.9i Ghia 24 V met kenteken [kenteken] (hierna: de Ford Scorpio), waarin [eiser kort] op dat moment reed. De Ford Scorpio staat blijkens gegevens van de Rijksdienst Wegverkeer op naam van [gedaagde kort]. Het beslag is gelegd tot verhaal van hetgeen de Ontvanger uit hoofde van aanslagen inkomstenbelasting en motorrijtuigenbelasting - waaronder motorrijtuigenbelasting ten aanzien van de Ford Scorpio) - van [gedaagde kort] te vorderen heeft. De betreffende belastingschuld beloopt een bedrag van in totaal EUR 4.728,00.

2.4.

De auto is na de beslaglegging op 10 april 2013 diezelfde dag in bewaring gegeven. Als executiedatum is 16 mei 2013 vastgesteld.

2.5.

Nadat [eiser kort] - die zich op het standpunt stelt eigenaar te zijn van de Ford Scorpio - bij brieven van 16 april 2013 en 29 april 2013 bezwaar had gemaakt tegen de executoriale verkoop van de Ford Scorpio en de Ontvanger dit bezwaar bij brief van 13 mei 2013 had verworpen, heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank in een door [eiser kort] jegens de Ontvanger en [gedaagde kort] aanhangig gemaakt kort geding - waarbij de Ontvanger en [gedaagde kort] niet zijn verschenen - bij vonnis van 15 mei 2013, de op 16 mei 2013 geplande executie van de Ford Scorpio geschorst totdat in de verzetprocedure ex artikel 456 Rv onherroepelijk is beslist. De primair gevorderde veroordeling van de Ontvanger om de Ford Scorpio aan [eiser kort] ter beschikking te stellen, is afgewezen.

2.6.

Op 19 augustus 2013 heeft de Ontvanger ten laste van [eiser kort] executoriaal beslag gelegd op de Ford Scorpio voor aanslagen motorrijtuigenbelasting ter hoogte van in totaal EUR 1.575,00.

3 De vordering

3.1.

De vordering van [eiser kort] strekt ertoe, dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover de wet zulks toelaat:

1. voor recht verklaart dat [eiser kort] op goede gronden in verzet is gekomen tegen de voorgenomen executoriale verkoop van de onderhavige Ford Scorpio;

2. voornoemd beslag op de Ford Scorpio opheft;

3. de Ontvanger veroordeelt om binnen 2 weken na het ten deze te wijzen vonnis de onderhavige Ford Scorpio aan [eiser kort] afgeeft, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van EUR 500,00 voor iedere dag dat de Ontvanger hiermee in gebreke is gebleven;

4. [gedaagde kort] beveelt voormelde veroordelingen te gedogen;

5. de Ontvanger en [gedaagde kort] veroordeelt in de proceskosten, waaronder salaris gemachtigde.

3.2.

De Ontvanger voert verweer. [gedaagde kort] - tegen wie verstek is verleend - heeft geen verweer gevoerd.

3.3.

Op de stellingen en verweren van [eiser kort] en de Ontvanger wordt hierna - voor zover van belang - nader ingegaan.

4 Het geschil en de beoordeling daarvan

4.1.

[eiser kort] komt op grond van artikel 456 Rv in verzet tegen de door de Ontvanger voorgenomen executoriale verkoop van de Ford Scorpio. Volgens [eiser kort] is hij eigenaar van de Ford Scorpio. De Ford Scorpio is destijds op naam van [gedaagde kort] gezet gelet op de omstandigheid dat [eiser kort] gedetineerd raakte, aldus [eiser kort].

4.2.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser kort] zijn stelling dat de Ford Scorpio aan hem in eigendom toebehoort, onvoldoende onderbouwd. Ook het beroep door [eiser kort] op de omstandigheid dat hij bezitter was van de Ford Scorpio en om die reden wordt vermoed rechthebbende daarvan te zijn, zal worden verworpen. Blijkens gegevens van de Rijksdienst Wegverkeer staat de Ford Scorpio immers op naam van [gedaagde kort]. De enkele omstandigheid dat [eiser kort] ten tijde van de inbeslagname van de auto op 10 april 2013 bestuurder was van de Ford Scorpio brengt niet met zich dat [eiser kort] als bezitter van de Ford Scorpio kan worden aangemerkt. [eiser kort] heeft weliswaar gesteld dat de Ford Scorpio op naam is gesteld van [gedaagde kort] vanwege de detentie van [eiser kort], maar [eiser kort] heeft nagelaten om enige omstandigheid te stellen waarop kan worden gebaseerd dat de auto daadwerkelijk aan hem in eigendom toebehoort. Ook nadat de Ontvanger er bij conclusie van antwoord op had gewezen dat door [eiser kort] geen aankoopfactuur van de Ford Scorpio is overgelegd, heeft [eiser kort] - die ook nadien geen aankoopfactuur in het geding heeft gebracht - zelfs niet gesteld wanneer hij de Ford Scorpio heeft gekocht en van wie hij de Ford Scorpio heeft gekocht. [eiser kort] heeft slechts een aantal verklaringen in het geding gebracht van personen die er volgens [eiser kort] mee bekend zijn dat hij eigenaar is van de Ford Scorpio, welke personen echter - zo constateert de rechtbank - op dit punt enkel hebben verklaard dat zij er getuigen van zijn dat de Ford Scorpio toebehoort aan [eiser kort], zonder dat zij daarbij aangeven waarop zij dat baseren.

4.3.

Nog afgezien van het voorgaande heeft de Ontvanger naar het oordeel van de rechtbank op juiste gronden aangevoerd dat gelet op de omstandigheid dat [eiser kort] met [gedaagde kort] in algehele gemeenschap van goederen is gehuwd, de Ford Scorpio - zoals [eiser kort] bij conclusie van repliek heeft erkend - tot de huwelijksgemeenschap van [eiser kort] en [gedaagde kort] behoort. Op grond van artikel 1:96 BW kunnen voor een schuld van een echtgenoot ([gedaagde kort]), ongeacht of deze in de gemeenschap is gevallen, zowel de goederen der gemeenschap als zijn eigen goederen worden uitgewonnen. De ontvanger is dan ook gerechtigd om voor de onderhavige belastingschuld van [gedaagde kort] de Ford Scorpio uit te winnen. Daarbij wordt nog opgemerkt dat onderhavige belastingschuld van [gedaagde kort] eveneens tot de huwelijksgemeenschap van [eiser kort] en [gedaagde kort] behoort en dat - anders dan [eiser kort] heeft betoogd - van een verknochte schuld, zoals in artikel 1:94 lid 3 bedoeld, geen sprake is. Een dergelijke verknochtheid volgt niet uit de enkele omstandigheid dat het belastingschulden van [gedaagde kort] betreft.

4.4.

Gelet op het voorgaande is het verzet ongegrond. De vorderingen van [eiser kort] jegens de Ontvanger zullen dus worden afgewezen. Het betoog van de Ontvanger dat de vorderingen ook op andere gronden dienen te worden afgewezen - waarbij de Ontvanger heeft verwezen naar artikel 22a Invorderingswet, alsmede naar de omstandigheid dat op 19 augustus 2013 eveneens ten laste van [eiser kort] executoriaal beslag is gelegd op de Ford Scorpio voor aanslagen motorrijtuigenbelasting ter hoogte van in totaal EUR 1.575,00 - kan derhalve onbesproken worden gelaten.

4.5.

Gelet op het voorgaande zal ook de vordering van [eiser kort] jegens [gedaagde kort] - te weten een bevel om de jegens de Ontvanger gevorderde veroordeling tot afgifte van de Ford Scorpio te gedogen - worden afgewezen. De jegens de Ontvanger gevorderde veroordeling zal immers worden afgewezen.

4.6.

[eiser kort] zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding.

De kosten aan de zijde van [gedaagde kort] worden vastgesteld op nihil.

De kosten aan de zijde van de Ontvanger worden vastgesteld op:

- griffierecht EUR 589,00

- salaris voor de advocaat EUR 904,00 (2 punten x tarief EUR 452,00)

Totaal EUR 1.493,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

verklaart het verzet ongegrond,

5.2.

wijst hetgeen overigens is gevorderd af,

5.3.

veroordeelt [eiser kort] in de kosten van het geding, aan de zijde van [gedaagde kort] vastgesteld op nihil en aan de zijde van de Ontvanger vastgesteld op EUR 1.493,00,

5.4.

verklaart de veroordeling onder 5.3. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2014.1

1 82.