Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:2018

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-04-2014
Datum publicatie
22-04-2014
Zaaknummer
18/830130-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling wegens overtreding van artikel 139d Sr. Door een SIM-kaart in een heimelijk geplaatst track&trace-systeem te bevestigen is dit systeem zodanig ingericht dat door middel van een geautomatiseerd werk (een computer) via de meegeleverde software kan worden ingelogd en vervolgens kan worden beschikt over de gegevens die via gsm-masten worden overgedragen en is er sprake van aftappen als bedoeld in art. 139d Sr.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 139d, geldigheid: 2012-09-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer 18/830130-13

Op tegenspraak

Raadsvrouw: mr. E. Benhaim

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

18 april 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op[geboortedatum],

wonende te [woonplaats].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

7 april 2014.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2012 t/m 8 oktober 2012 in de

gemeente(n) Groningen en/of Assen, althans in het arrondissement

Noord-Nederland, in elk geval in Nederland,

met het oogmerk dat daardoor telecommunicatie en/of andere gegevensoverdracht

en/of andere gegevensverwerking door een geautomatiseerd werk wederrechtelijk

wordt afgeluisterd en/of afgetapt en/of opgenomen,

een of meer technisch(e) hulpmiddel(en) op een bepaalde plaats aanwezig heeft

doen zijn,

immers heeft verdachte toen daar met dat oogmerk

een (draadloos) track and trace systeem (merk Haicom HI-602X), althans een

plaatsbepalingsapparaat/systeem of technisch(e) hulpmiddel(en),

heimelijk, althans verborgen en/of zonder toestemming, onder een auto van een

ander aangebracht of doen/laten aanbrengen en/of aanwezig doen/laten zijn,

te weten onder een Mercedes Benz met het kenteken [kenteken] en/of op naam van

[getuige],

waarbij door middel van dat/die technisch(e) hulpmiddel(en) de plaatsbepaling

van die auto werd bepaald en/of kon worden bepaald en/of deze telecommunicatie

en/of andere gegevens werd(en) of kon(den) worden afgeluisterd en/of afgetapt

en/of opgenomen;

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden op grond van de verklaring van verdachte ter terechtzitting en bij de politie, alsmede het technisch proces-verbaal van de politie en de handleiding van het apparaat, die in vertaling in het strafdossier is gevoegd.

In dit geval is geen sprake van een situatie als bedoeld in art. 139d Sr indien wordt vastgehouden aan de traditionele uitleg van dit artikel. Echter dit artikel dient breder te worden uitgelegd.

Met het apparaat kunnen, mits daarin een SIM-kaart is geplaatst, locatiegegevens worden geregistreerd die door middel van inloggen op de GPRS-webtrackingplatform of trackingsoftware zijn te raadplegen. Hierdoor is het apparaat niet alleen een technisch hulpmiddel, maar tevens een geautomatiseerd werk als bedoeld in art. 80sexies Sr.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair geconcludeerd tot vrijspraak en subsidiair tot ontslag van rechtsvervolging.

Zij heeft daartoe, zakelijk weergegeven, primair aangevoerd dat verdachte niet het oogmerk heeft gehad tot het wederrechtelijk afluisteren, aftappen of opnemen. Zijn doel was slechts te trachten te achterhalen of de auto waaronder het apparaat was geplaatst, met behulp van de plaatsbepalingsapparatuur kon leiden naar een plaats waar zich de gestolen boot van verdachte bevond. Een apparaat als het onderhavige is niet geschikt voor het afluisteren van gesprekken. Tevens is er geen sprake van aftappen of opnemen, omdat het daarbij gaat om telecommunicatienetwerken of diensten, wat hier niet het geval is.

Subsidiair heeft de raadsvrouw gesteld dat het bestanddeel 'telecommunicatie, of andere gegevensoverdracht of andere gegevensverwerking door een geautomatiseerd werk' niet bewezen kan worden. Omdat een GPS- of GPRS-signaal niet kan worden opgevat als communicatie middels ICT-kanalen is er geen sprake van telecommunicatie.

De Hi-com hi-602X GPRS-tracker vraagt niets aan de satelliet maar krijgt in informatie van de satelliet. GPRS bepaalt de locatie middels signalen die het apparaat ontvangt van de GSM- masten. Satellieten en zendmasten verzamelen niet gericht gegevens, slaan die niet op en dragen die ook niet over. Derhalve is er geen sprake van een geautomatiseerd werk. Het plaatsen van het onderhavige apparaat valt daarom niet onder artikel 139d Wetboek van strafrecht.

Meer subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat het door verdachte geplaatste apparaat geen technisch hulpmiddel is in de zit van de wet, omdat het apparaat geen technisch hulpmiddel is dat hoofdzakelijk geschikt gemaakt of ontworpen is tot het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 139c Sr. Verdachte dient daarom te worden ontslagen van rechtsvervolging (ovar).

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Een proces-verbaal d.d. 8 oktober 2012, opgenomen op pagina 107 e.v. van een dossier nummer PL01KN 2012101814 d.d. 15 november 2012, inhoudende de verklaring van getuige[getuige], zakelijk weergegeven:

Ik heb hedenmorgen, maandag 8 oktober 2012, omstreeks 09.30 uur melding gemaakt van een voorwerp onder mijn auto.

Ik heb toen onder de auto gekeken en zag onder het portier aan de bestuurders kant een kastje zitten. Ik zag ook een rood lampje flikkeren.

Een proces-verbaal d.d. 10 oktober 2013, opgenomen op pagina 109 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van[getuige], zakelijk weergegeven:

(p. 112)

V: Hoe lang heeft u deze auto met kenteken NV-TV-29 al?

A: In december heb ik hem twee jaar. Het is mijn auto en hij staat op mijn naam.

Een proces-verbaal d.d. 12 oktober 2013, opgenomen op pagina 114 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

V: Hoe komt u aan de track and trace?

A: Gekocht, dat had ik al.

V: Wanneer heeft u het systeem gekocht?

A: Een paar maanden hiervoor.

(...)

V: Hoe werkt het systeem precies?

A: Je hebt een GSM kaart, die stop je in het kastje. Dat SIM kaartje wat je er in stopt geeft de locatie door. Je logt in op de computer en dan kun je zien waar het systeem zich bevindt.

V: Waarom heeft u dit track and trace systeem geplaatst?

A: Omdat ik wou weten of deze persoon een schuur had. Ik had zeer sterk het vermoeden dat de man of de zoon een schuur had.

(...)

V: Door wie is het SIM kaartje van dit nummer in de track&trace geplaatst?

A: Dat heb ik gedaan.

V: Waarom?

A: Dat was eentje die het deed. Ik zag het kwaad er ook niet van in. Nu denk ik daar heel anders over.

V: Wat was uw bedoeling van het plaatsen van dit systeem? Wat wilde u er mee bereiken?

A: Ik wilde kijken of ze een schuur hadden waar dan mogelijk mijn spullen konden staan.

V: Hoeveel gegevens heeft u verzameld en gedurende welke periode?

A: Ik heb helemaal geen gegevens kunnen verzamelen. Ik heb het nummer wel een paar keer gebeld maar ik kon niet inloggen. Het is mij gewoon niet gelukt. Ik kreeg wel verbinding maar om de data te krijgen denk ik niet. Maandag kreeg ik al geen verbinding en toen dacht ik hij kan er wel eens onder weg zijn.

Een aanvullend proces-verbaal d.d. 13 december 2013, los opgenomen bij voormeld dossier, inhoudende het relaas van verbalisant M.P. Nagelhout, zakelijk weergegeven:

Naar aanleiding van het verzoek van de Officier van Justitie om een nadere uitleg te geven over de werking van een HI-COM, HI-602X GPRS Tracker, het volgende:

Wat doet dit apparaat nou eigenlijk?

De HI-COM HI-602X GPRS Tracker is een plaatsbepalingsapparaat die middels gsp (de rechtbank leest: gps) / gprs aangeeft waar het zich bevindt.

- GPS ( global position system ) bepaalt de locatie middels signalen die het apparaat ontvangt van satellieten. Heel simpel gezegd vraagt het apparaat niets aan de satelliet maar

krijgt de informatie van de satelliet. (beschouw het als een radio met antenne. De radio ontvangt het signaal maar zendt niet uit dat hij aan staat en een signaal wil ontvangen). Hiervoor is geen simkaart nodig.

In het apparaat is een simkaart geplaatst die voor de overige communicatie zorgt.

-GPRS (General Packet Radio Service) bepaalt de locatie middels signalen die het

apparaat ontvangt van de gsm masten. Het apparaat meldt zich aan bij meerdere gsm masten en op basis van die communicatie wordt bepaald waar het apparaat zich op dat moment bevindt (kruispeiling van de masten die gebruikt worden).

Een gebruiker kan het apparaat zelf instellen zoals hij / zij wil.

Men kan er voor kiezen dat de locatiegegevens (gps / gprs) in het apparaat worden

opgeslagen, de gegevens die het apparaat ontvangt van gsp (de rechtbank leest: gps) of gprs worden dan in het apparaat opgeslagen.

Communicatie met dit apparaat door een gebruiker wordt gedaan via de internetpagina van de fabrikant.

Na inloggen kan een gebruiker het apparaat benaderen en configureren naar eigen behoefte dan wel opgeslagen data zoals een gereden route of een locatie waar het zich bevindt uitlezen.

De verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd, zakelijk weergegeven:

Ik blijf bij mijn verklaring bij de politie. Zo is het gebeurd. Ik heb zelf het kastje met het track&trace-systeem onder de auto geplaatst, zodat ik kon nagaan waar de auto zich bevond en waar mogelijk een schuur was met wellicht mijn boot.

Mijn bedoeling was om aan de eigenaar van de auto te vragen de boot terug te geven als die in een schuur verborgen was. Het baken had ik de zaterdag ervoor eronder geplaatst. Ik heb geprobeerd het systeem te benaderen, meerdere keren, maar dat lukte niet.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of verdachte een technisch hulpmiddel op een bepaalde plaats, te weten onder een personenauto, aanwezig heeft doen zijn met het oogmerk dat daardoor telecommunicatie en/of ander gegevensoverdracht en/of andere gegevensverwerking door een geautomatiseerd werk wederrechtelijk wordt afgeluisterd en/of afgetapt en/of opgenomen.

Vaststaat dat verdachte het apparaat wederrechtelijk heeft geplaatst. Hij had immers geen toestemming van de eigenaar van de auto om het apparaat aan de onderzijde van het voertuig te bevestigen.

Vervolgens moet de rechtbank vaststellen of het door verdachte geplaatste apparaat een technisch hulpmiddel is als bedoeld in artikel 139d Sr. Gelet op de aard en eigenschappen van het apparaat, zoals hiervoor onder de bewijsmiddelen is omschreven, is de rechtbank van oordeel dat het apparaat een technisch hulpmiddel is als bedoeld in de wet.

Door een SIM-kaart in het track&trace-systeem te plaatsen heeft verdachte dit systeem zodanig ingericht dat hij door middel van een geautomatiseerd werk, te weten een computer, via de door de leverancier meegeleverde software kon inloggen en vervolgens kon beschikken over de gegevens die via gsm-masten werden overgedragen.

De rechtbank is van oordeel dat in het onderhavige geval het door middel van een geautomatiseerd werk (computer) oproepen van alle door het technisch hulpmiddel (track&trace-systeem) opgevangen signalen uit de ether (interceptie) dient te worden aangemerkt als aftappen.

Verdachte heeft met het oogmerk om locatiegegevens op te vangen het track&trace-systeem geplaatst. Dat het verdachte naar zijn zeggen niet is gelukt vervolgens zodanig contact met het systeem te verkrijgen dat hij deze locatiegegevens kon opvragen doet daar niet aan af.

Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat de wetgever niet alleen degene die feitelijk afluistert of aftapt strafbaar acht, maar ook degene die 'voorbereidingshandelingen' verricht, zoals omschreven in art. 139d Sr.

De rechtbank verwijst in dit verband naar de bijlage bij Kamerstuk 26643 nr. 220 waarin onder meer het volgende is overwogen.

"Indien iemand opzettelijk en wederrechtelijk met een technisch hulpmiddel gegevens aftapt of opneemt die niet voor hem bestemd zijn en die worden verwerkt of overgedragen door middel van telecommunicatie of door middel van een geautomatiseerd werk, is hij strafbaar op grond van artikel 139c Sr. Dit overigens behoudens de uitzonderingen in lid 2 van die bepaling. Men kan bij aftappen denken aan de persoon die door middel van een technisch hulpmiddel meeluistert met telefoongesprekken of meeleest met e-mailconversaties die niet voor hem bestemd zijn.

Een persoon hoeft niet daadwerkelijk over te gaan tot het aftappen van gegevens voordat zijn

handelen strafbaar is. Reeds het plaatsen van aftapapparatuur met het oogmerk gegevens af te tappen is strafbaar gesteld in artikel 139d lid 1 Sr."

Zoals hiervoor reeds overwogen is de rechtbank, anders dan de raadsvrouw, van oordeel dat onder de gegeven omstandigheden de geplaatste HI-COM, HI-602X GPRS Tracker een technisch hulpmiddel in de zin van artikel 139d Sr. is. De rechtbank verwerpt dan ook het beroep op ontslag van alle rechtsvervolging.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 1 september 2012 t/m 8 oktober 2012 in het arrondissement Noord-Nederland,

met het oogmerk dat daardoor gegevensoverdracht en gegevensverwerking door een geautomatiseerd werk wederrechtelijk wordt afgetapt, een technisch hulpmiddel op een bepaalde plaats aanwezig heeft doen zijn,

immers heeft verdachte toen daar met dat oogmerk een (draadloos) track and trace systeem (merk Haicom HI-602X), heimelijk en zonder toestemming, onder een auto van een ander aangebracht en aanwezig doen zijn, te weten onder een Mercedes Benz met het kenteken [kenteken] op naam van [getuige],

waarbij door middel van dat technisch hulpmiddel de plaatsbepaling van die auto werd bepaald of kon worden bepaald, gegevens werden of konden worden afgetapt;

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op:

Met het oogmerk dat daardoor gegevensoverdracht of gegevensverwerking door een geautomatiseerd werk wederrechtelijk wordt afgetapt, een technisch hulpmiddel op een bepaalde plaats aanwezig doen zijn.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een geldboete van € 2.000,- subsidiair 40 dagen hechtenis.

Daartoe heeft zij aangevoerd dat verdachte een inbreuk heeft gemaakt op de privacy van de betrokken eigenares van de auto. Bovendien is er veel commotie ontstaan bij het aantreffen van het track&trace-systeem, omdat aanvankelijk gedacht werd dat het mogelijk een bom zou betreffen en ook omdat diverse bedrijven daardoor een aantal uren hun deuren moesten sluiten.

Daar komt bij dat klanten van aangeefster haar voorlopig niet meer wilden ontvangen, omdat zij mogelijk criminele contacten had. Anderzijds is er al langere tijd verlopen, hoewel er geen sprake is van een onredelijke termijn.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, voor het geval de rechtbank het feit bewezen mocht achten, gepleit voor ontslag van alle rechtsvervolging, omdat het bewezen verklaarde geen strafbaar feit oplevert. Het plaatsbepalingsapparaat kan niet worden gekwalificeerd als technisch hulpmiddel in de zin van de wet.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsvrouw.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft, met de bedoeling (het oogmerk) om de auto van aangeefster en daarmee, naar zijn verwachting een schuur met daarin zijn gestolen boot, te kunnen traceren een track&trace-systeem onder de auto van aangeefster geplaatst. Verdachte heeft dit zonder medeweten en derhalve zonder toestemming van aangeefster gedaan en daardoor een forse inbreuk gemaakt op haar persoonlijke levenssfeer.

De rechtbank is van oordeel dat dergelijk gedrag terecht strafbaar is gesteld omdat zulk gedrag een bedreiging kan vormen voor het privéleven van personen.

Gelet op aard en ernst van dit specifieke geval en omstandigheden waaronder het is begaan zal de rechtbank volstaan met een geheel voorwaardelijke geldboete.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c en 139d van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

Betaling van een geldboete ten bedrage van € 1.000,- (zegge: duizend euro), bij gebreke van betaling en van verhaal te vervangen door 20 dagen hechtenis.

Bepaalt, dat deze geldboete niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. G. Eelsing, voorzitter, E. Läkamp en J.J. Schoemaker, rechters, in tegenwoordigheid van D. van der Ploeg, griffier en in het openbaar uitgesproken op 18 april 2014.