Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:199

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
21-01-2014
Datum publicatie
28-02-2014
Zaaknummer
2219080 - CV EXPL 13-3247
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 681 lid 2 sub 2 BW; kennelijk onredelijk ontslag; gevolgencriterium

Ontslag bij reorganisatie op grond van bedrijfseconomische redenen. Reisbranche. Mede aan de hand van de zgn. gezichtspuntencatalogus acht de kantonrechter de gevolgen voor de werknemer niet te ernstig afgezet tegen het belang dat de werkgever heeft bij het ontslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2014-0198
AR 2014/28
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 2219080 \ CV EXPL 13-3247

vonnis van de kantonrechter van 21 januari 2014

in de zaak van

[Werkneemster],

hierna te noemen: [werkneemster],

wonende te [adres],

eisende partij,

gemachtigde: DAS Ned. Rechtsbijstand Verz.mij NV,

tegen

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid VakantieXperts B.V.,

hierna te noemen: VakantieXperts,

gevestigd te 8261 CK Kampen, Oudestraat 139,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. L.G. Hirdes.

De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 09 juli 2013 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- het tussenvonnis van 24 september 2013.

1.2 Ter uitvoering van het tussenvonnis is op 30 oktober 2013 een comparitie na antwoord gehouden. Daarvan is een proces-verbaal opgemaakt dat bij de stukken zit.

1.3 Vervolgens is de zaak aangehouden in verband met schikkingsonderhandelingen. Partijen hebben bij brief/fax (met bijlage) van 25 november 2013 bericht dat geen schikking is bereikt en vonnis gevraagd.

1.4 De datum voor het vonnis is nader bepaald op vandaag.

De vaststaande feiten

2.1 De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.2 [werkneemster] is met ingang van 1 januari 1995 in dienst getreden bij (de rechtsvoorganger van) VakantieXperts. Haar laatste functie was secretaresse voor 30 uur per week tegen een laatstelijk genoten salaris van € 1.645,64 bruto per maand exclusief emolumenten.

2.3 Op 3 mei 2012 heeft VakantieXperts met betrekking tot [werkneemster] bij het UWV Werkbedrijf een ontslagvergunning aangevraagd op grond van bedrijfseconomische redenen. [werkneemster] heeft verweer gevoerd. Bij beschikking van 18 juli 2012 heeft het UWV Werkbedrijf aan VakantieXperts de gevraagde toestemming verleend. Bij brief van 24 juli 2012 heeft VakantieXperts het dienstverband met [werkneemster] opgezegd tegen 1 september 2012.

2.4 [werkneemster] had aanspraak op een afvloeiingsregeling, te weten een aanvulling van haar uitkering de eerste vier maanden tot 100% en de resterende acht maanden tot 80 % van haar laatst genoten (netto) loon. In totaal bedroeg de compensatie € 3.126,72. Tevens had [werkneemster] aanspraak op één dag sollicitatietraining. Daarvan heeft zij geen gebruik gemaakt.

2.5 Bij brief van 16 januari 2013 heeft [werkneemster] zich jegens VakantieXperts op het standpunt gesteld dat de gevolgen van de opzegging te ernstig zijn vergeleken met het belang dat VakantieXperts had bij het ontslag. Tussen (de gemachtigden van) partijen is hierover gecorrespondeerd, wat evenwel niet tot een oplossing heeft geleid.

De vordering en het verweer, samengevat en zakelijk weergegeven

3.1 [werkneemster] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, een verklaring voor recht dat het gegeven ontslag kennelijk onredelijk is, de veroordeling van VakantieXperts tot betaling aan [werkneemster] van € 31.706,49 bruto, met veroordeling van VakantieXperts in de kosten van de procedure. [werkneemster] beroept zich voor haar vordering op de vaststaande feiten en stelt daartoe nog het volgende. [werkneemster] heeft 17,5 jaar tot volle tevredenheid van VakantieXperts gewerkt. Zij is nu 53 jaar oud en zal vanwege haar leeftijd en eenzijdige werkervaring niet snel een dienstbetrekking elders vinden. Zij is aangewezen op een sociale uitkering en een kleine aanvulling van VakantieXperts daarop. Haar inkomsten zijn ontoereikend om in haar levensonderhoud te voorzien. Haar dochter, met wie zij samen haar woning heeft gekocht, moet bijspringen. VakantieXperts heeft niet gekeken naar ander passend werk voor [werkneemster] en heeft ook geen outplacementtraject aangeboden. Gedurende de 38 maanden WW-uitkering zal de schade voor [werkneemster], gelet op het verschil tussen inkomen en uitkering, € 16.706,49 bedragen. Overigens heeft [werkneemster] slechts een

WW-uitkering tot 1 mei 2014. Daarnaast lijdt [werkneemster] ernstige pensioenschade.

3.2 VakantieXperts heeft verweer gevoerd met als conclusie afwijzing van de vorderingen. Zij voert daartoe aan, dat bij haar sprake is van een zeer slechte financiële situatie. In zowel het boekjaar 2009/2010 als 2010/2011 heeft VakantieXperts een verlies geleden, te weten

€ 1.256.000,00 respectievelijk € 1.235.000,00. Ook in het boekjaar 2011/2012 is geen herstel ingetreden. Dit is het gevolg van de aanhoudende economische crisis, het lage consumentenvertrouwen en het toenemende online boekingsgedrag van consumenten in de reisbranche. Begin 2012 bleek dat het doorvoeren van een reorganisatie strikt noodzakelijk was. Dit heeft geleid tot het opheffen van een zestal functies op het hoofdkantoor, waaronder de functie van [werkneemster]. De functie van franchisemanager is komen te vervallen en daardoor ook de functie van [werkneemster], die daaraan verbonden was. Het betrof een unieke functie binnen VakantieXperts. Een en ander is in nauw overleg met, en met instemming van de Ondernemingsraad gegaan, die heeft toegezien op de regeling die in dit kader tot stand is gekomen. Hogere vergoedingen waren, gelet op de situatie bij VakantieXperts, niet mogelijk. Gelet op de nijpende financiële situatie van VakantieXperts kan niet worden gesteld, dat de gevolgen voor [werkneemster] te ernstig zijn gelet op het belang dat VakantieXperts heeft bij de opzegging.

De beoordeling

4.

Reden voor het ontslag is de gestelde bedrijfseconomische noodzaak. De kantonrechter dient zich hierover een zelfstandig oordeel te vormen. Uit de toelichting van VakantieXperts in de procedure bij het UWV, welke stukken in deze procedure zijn overgelegd, blijkt dat meerdere jaren verlies is geleden en dat, naast het afstoten van medewerkers door natuurlijk verloop, ook de nodige andere maatregelen zijn getroffen om op de kosten te besparen. Gelet op de aanhoudende economische crisis zijn deze maatregelen niet voldoende gebleken. Dit valt op te maken uit de toelichting van de accountant bij brief van 28 juni 2012. Daarin wordt gesproken van een negatieve kasstroom, geslonken kredietruimte en verslechterde "current ratio". De liquiditeits- en solvabiliteitspositie zijn onvoldoende. De diverse ratio's voldoen niet aan de door de huisbankier gestelde eisen, wat gevolgen heeft voor de kredietruimte. De financiële situatie is daardoor precair geworden. Dit heeft, aldus VakantieXperts, genoodzaakt tot verdere maatregelen zoals een wijziging van de management- en organisatiestructuur, met gedwongen ontslagen tot gevolg. De kantonrechter stelt vast, dat [werkneemster] de bedrijfseconomische oorzaak niet (langer) weerspreekt. Met het voorgaande acht de kantonrechter de bedrijfseconomische noodzaak in voldoende mate aangetoond.

5.1

[werkneemster] stelt dat, op de voet van art. 7:681 lid 1 sub b BW, de gevolgen van het ontslag te ernstig zijn in vergelijking met het belang dat VakantieXperts heeft bij de opzegging. De kantonrechter verwijst naar de hiervoor in de punten 3.1 en 3.2 weergegeven standpunten van partijen.

5.2

Bij de beoordeling van de vraag of de gevolgen van de opzegging voor de werknemer te ernstig zijn in vergelijking met het belang van de werkgever bij de opzegging, dient de kantonrechter alle omstandigheden van het geval ten tijde van het ontslag in onderlinge samenhang in aanmerking te nemen. Hierbij kunnen onder meer de hierna genoemde omstandigheden een rol spelen (zie o.a. Hof Arnhem, 1 juni 2010, LJN: BM6191), waarbij de kantonrechter het volgende overweegt:

Algemeen:

- dienstverband en ontslaggrond: risicosfeer werkgever/werknemer

De ontslaggrond ligt in de risicosfeer van de werkgever. Niet is gebleken dat [werkneemster] enig verwijt treft.

- de noodzaak voor de werkgever het dienstverband te beëindigen

De bedrijfseconomische noodzaak is voldoende gebleken, zoals hierboven is overwogen in punt 4. Daaraan voegt de kantonrechter toe dat, zoals ter comparitie is besproken, [werkneemster] niet heeft weersproken dat zij een unieke functie had binnen VakantieXperts, dat deze functie in het kader van de reorganisatie is komen te vervallen, dat andere passende functies gelet op de achtergrond en kennis van [werkneemster] niet beschikbaar waren en dat er evenmin vacatures waren.

- de duur van het dienstverband

Dit is lang, 17,5 jaar. (VakantieXperts noemt in haar conclusie van antwoord meerdere malen 12 jaar, maar de kantonrechter houdt dit voor een rekenfout, nu VakantieXperts erkent dat [werkneemster] op 1 januari 1995 in dienst is getreden.)

- de leeftijd van de werknemer bij einde dienstverband

[werkneemster] is 53 jaar. Dat is een leeftijd op grond waarvan mag worden aangenomen dat [werkneemster] op termijn werk zal kunnen vinden.

- de wijze van functioneren van de werknemer

Aangenomen kan worden dat [werkneemster] goed heeft gefunctioneerd.

- de door de werkgever bij de werknemer gewekte verwachting

Niet is gebleken dat VakantieXperts bij [werkneemster] verwachtingen heeft gewekt dat zij elders in de organisatie zou kunnen blijven werken of dat [werkneemster] een hogere vergoeding zou krijgen dan nu is aangeboden.

- en de financiële positie van de werkgever

Die is mager tot slecht te noemen na meerdere jaren verlies te hebben geleden. Weliswaar is de prognose voor 2012/2013 positief, maar daarin is rekening gehouden met de bezuinigingen voortvloeiende uit de reorganisatie. Ter comparitie is door VakantieXperts aangevoerd dat een hogere vergoeding voor [werkneemster] niet tot een faillissement van VakantieXperts zou leiden, maar dat de regeling tot stand is gekomen in goed overleg met de Ondernemingsraad en dat toen niet bekend was of de reorganisatie beperkt zou kunnen blijven tot de toen gegeven ontslagen. Ten tijde van de reorganisatie zou het betalen van hogere ontslagvergoedingen aan de betrokken medewerkers, aldus VakantieXperts, het voortbestaan in gevaar hebben gebracht. De financiële positie van VakantieXperts is nog steeds heel nijpend, aldus VakantieXperts ter comparitie.

Ander (passend) werk

- de inspanningen van de werkgever en de werknemer om binnen de onderneming van de werkgever ander (passend) werk te vinden (bijvoorbeeld door om- of bijscholing)

Van inspanningen van VakantieXperts tot om- of bijscholing van [werkneemster] is de kantonrechter niet gebleken. [werkneemster] heeft ter comparitie aangegeven dat zij meerdere opleidingen volgt of heeft gevolgd om haar kansen te vergroten. VakantieXperts heeft aangevoerd dat er geen andere passende functies voor [werkneemster] zijn (geweest). Hoewel [werkneemster] ter comparitie heeft gesteld dat er door overnames vacatures zijn geweest, heeft VakantieXperts naar het oordeel van de kantonrechter voldoende aannemelijk gemaakt dat er geen vacatures voor [werkneemster] zijn geweest.

- flexibiliteit van de werkgever/werknemer

[werkneemster] heeft aan VakantieXperts te kennen gegeven voor meerdere functie beschikbaar te zijn. VakantieXperts is daarop niet ingegaan nu volgens VakantieXperts [werkneemster] niet aan de functievoorwaarden voldeed. Partijen hebben in deze procedure deze stellingen niet met stukken onderbouwd.

- de kansen van de werknemer op het vinden van ander (passend) werk (waarbij opleiding, arbeidsverleden, leeftijd, arbeidsongeschiktheid en medische beperkingen een rol kunnen spelen)

Gelet op de leeftijd en de ervaring van [werkneemster] kan worden aangenomen dat, wanneer de economie weer 'aantrekt', [werkneemster] werk zal kunnen vinden. Gegevens van de website hoelangwerkloos.nl over de verwachte duur van de werkloosheid zijn door VakantieXperts in het geding gebracht (productie 2 bij conclusie van antwoord). Daaruit volgt een verwachte duur van de werkloosheid van 1 jaar en 2,5 maanden.

- de inspanningen van de werknemer om elders (passend) werk te vinden (bijvoorbeeld outplacement)

Uit productie 12 bij de dagvaarding, niet weersproken door VakantieXperts, blijkt dat [werkneemster] veel heeft gesolliciteerd op allerlei functies. Tevens is [werkneemster] opleidingen gaan volgen om haar kansen op de arbeidsmarkt te vergroten. Een en ander heeft tot op heden niet tot resultaat geleid, aldus [werkneemster].

Financiële gevolgen van het ontslag

- de financiële positie waarin de werknemer is komen te verkeren, waarbij van belang kunnen zijn eventuele inkomsten op grond van sociale wetgeving en eventuele pensioenschade.

[werkneemster] is, naar zij stelt, van netto (afgerond) € 1.326,00 per maand teruggevallen naar een uitkering van netto € 800,00 per maand. Gegevens waaruit de uitkering blijkt, zijn evenwel niet overgelegd. [werkneemster] heeft naar haar zeggen geen recht op een aanvullende uitkering. Ook dit is niet onderbouwd. De kantonrechter neemt aan dat dit het gevolg is van het feit dat [werkneemster] samen met haar dochter een eigen woning heeft. [werkneemster] heeft onder meer ter comparitie gesteld dat zij vanaf 2007 geen pensioen heeft opgebouwd en grote pensioenschade lijdt. Dit blijkt niet juist. Uit de door VakantieXperts overgelegde brief van 15 november 2007 blijkt dat [werkneemster] via VakantieXperts per 1 januari 2008 pensioen heeft opgebouwd bij Fortis ASR. Uit de overgelegde salarisspecificaties blijkt ook dat VakantieXperts pensioenpremie heeft ingehouden (en afgedragen). Daarnaast heeft [werkneemster] via VakantieXperts tot 1 januari 2007 pensioen opgebouwd bij Aegon, dat per die datum premievrij is gereserveerd. [werkneemster] heeft in haar brief van 25 november 2013 gesteld dat haar pensioenschade oploopt tot ruim € 2.700,00 bruto per jaar doordat haar dienstverband is geëindigd, maar de kantonrechter is met VakantieXperts van oordeel dat deze schade niet is onderbouwd. Onderbouwing had echter wel op de weg van [werkneemster] gelegen.

- getroffen voorzieningen en financiële compensatie

In punt 11 van haar conclusie van antwoord voert VakantieXperts aan dat zij aan [werkneemster] een onderzoek tot mogelijkheden tot herplaatsing buiten de organisatie heeft aangeboden met loopbaanbegeleiding. Uit wat ter comparitie hierover is gezegd, blijkt dat het gaat om één dag sollicitatietraining, wat toch wel wat anders - en aanzienlijk magerder - is. Dat er meer mogelijkheden zouden zijn geweest, zoals VakantieXperts bij antwoord heeft aangevoerd, is niet gebleken. [werkneemster] heeft daarvan geen gebruik heeft gemaakt omdat zij had gehoord dat deze niets inhield. Verder is [werkneemster] een aanvulling op haar uitkering aangeboden, de eerste vier maanden tot 100% en de resterende acht maanden tot 80 % van haar laatst genoten (netto) loon. In totaal bedroeg de compensatie € 3.126,72.

- reeds aangeboden/betaalde vergoeding

Naast de hiervoor vermelde vergoeding is geen separate ontslagvergoeding betaald.

5.3

De bovengemelde omstandigheden in onderling verband bezien brengen de kantonrechter tot de volgende overwegingen. Het belang van VakantieXperts is met de financiële noodzaak tot de reorganisatie en het daaruit voortvloeiende ontslag van [werkneemster] voldoende gebleken. Ten tijde van het ontslag was de financiële situatie van VakantieXperts precair. Mogelijkheden om [werkneemster] bij andere onderdelen van VakantieXperts te plaatsen, zijn niet aannemelijk geworden, enerzijds door de 'unieke' functie van [werkneemster], anderzijds doordat er geen functies waren waarvoor [werkneemster], gelet op haar kennis en werkervaring, in aanmerking kwam. Gelet op de leeftijd en de werkervaring van [werkneemster] kan worden aangenomen dat zij op termijn weer werk zal kunnen vinden. Gegevens van de website hoelangwerkloos.nl ondersteunen dit uitgangspunt (ook al biedt dit natuurlijk geen garantie). In dit verband merkt de kantonrechter nog op, dat gesteld noch gebleken is dat [werkneemster] arbeidsongeschikt is (geweest) of beperkingen heeft en om die reden moeilijker werk zou kunnen vinden. Weliswaar lijdt [werkneemster] financieel nadeel door het ontslag, maar in principe heeft zij recht op 38 maanden WW-uitkering, zoals zij zelf stelt in de dagvaarding. Dat zij slechts recht zou hebben op een uitkering tot 1 mei 2014, zoals door [werkneemster] ter comparitie is gesteld, is door haar niet aangetoond. Dat [werkneemster] geen recht heeft op een aanvullende uitkering berust op een omstandigheid die VakantieXperts niet valt toe te rekenen. Dat [werkneemster]' pensioenopbouw via VakantieXperts lager wordt, is inherent aan het ontslag, maar aangenomen moet worden dat [werkneemster] gedurende haar dienstbetrekking en tot aan de datum van het ontslag via VakantieXperts pensioen heeft opgebouwd. Daarbij komt dat in de aanvulling van de WW-uitkering gedurende één jaar een deel van het werkgeversdeel van het pensioen is verdisconteerd. Waar aangenomen kan worden dat [werkneemster] op termijn weer werk zal vinden, is het niet aannemelijk dat zij tot haar pensioengerechtigde leeftijd geen verder pensioen meer zal opbouwen. De ontslagregeling van VakantieXperts is in overleg met de Ondernemingsraad tot stand gekomen en leidt tot een aanvulling op de uitkering van [werkneemster] van de eerste vier maanden tot 100% en de resterende acht maanden tot 80 % van haar laatst genoten (netto) loon. In totaal bedraagt de compensatie € 3.126,72. Een lang dienstverband, waarbij [werkneemster] bovendien goed heeft gefunctioneerd, maakt een ontslag met deze - in absolute zin - bescheiden vergoeding, niet kennelijk onredelijk. Waar het bij deze reorganisatie ging om het ontslag van zes medewerkers en de financiële situatie van VakantieXperts nijpend was, moet worden aangenomen dat de financiële mogelijkheden van VakantieXperts niet groot waren, ook al zou een hogere vergoeding niet (meteen) tot het faillissement van VakantieXperts leiden. Hoewel een eendaagse sollicitatietraining geen ruime inspanning kan worden genoemd van VakantieXperts tot om- of bijscholing van [werkneemster], staat als onweersproken vast dat dit in overleg met de Ondernemingsraad tot stand is gekomen. Dat [werkneemster] daarvan geen gebruik heeft gemaakt, om redenen "van horen zeggen", dient in haar nadeel te worden uitgelegd.

5.4

Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat de gevolgen van het ontslag voor [werkneemster] weliswaar aanzienlijk zijn, maar dat deze niet te ernstig zijn afgezet tegen het belang dat VakantieXperts heeft gehad bij het ontslag. De slotsom is dat de kantonrechter de vorderingen van [werkneemster] zal afwijzen.

6.

[werkneemster] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure, zoals hierna in de beslissing is vermeld. De kantonrechter rekent € 400,00 per punt.

De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen van [werkneemster] af;

veroordeelt [werkneemster] tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van VakantieExpert begroot op € 800,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2014.

typ/conc: 220 / GJJS

coll: