Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:1748

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-04-2014
Datum publicatie
04-04-2014
Zaaknummer
2538562 / CV EXPL 13-5300
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 6:230, 6:232 en 6:234 BW, algemene voorwaarden

De kantonrechter wijst de vordering af omdat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn. Zo ze al van toepassing zijn, dan geldt dat het beding uit de algemene voorwaarden waarop eiser zich beroept vanwege schending van de informatieplicht voor vernietiging in aanmerking komt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 2538562 \ CV EXPL 13-5300

Vonnis van de kantonrechter van 1 april 2014

in de zaak van

De besloten vennootschap NL Onderneemt B.V.,

hierna te noemen: NL Onderneemt,

gevestigd te Hoogeveen,

eisende partij in conventie, gedaagde partij in reconventie,

gemachtigde: Inventa Incasso & Advies,

tegen

[gedaagde], mede h.o.d.n [bedrijf],

hierna te noemen: [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

procederende in persoon.

1 Het verloop van de procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 12 november 2013;

- de conclusie van antwoord, tevens conclusie van eis in reconventie ter rolle van 26 november 2013 in conventie;

- de conclusie van repliek, tevens conclusie van antwoord in reconventie ter rolle van 7 januari 2014;

- de conclusie van dupliek, tevens conclusie van repliek in reconventie, ter rolle van 4 februari 2014;

- de akte uitlating productie van NL Onderneemt ter rolle van 18 februari 2014.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1.

De kantonrechter gaat bij de beoordeling van het geschil uit van de volgende feiten die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of omdat die feiten blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.2.

NL Onderneemt verzorgt de vermelding van bedrijfsnamen op de website [X]. [gedaagde] exploiteert in [plaats] een horecabedrijf met de naam [bedrijf].

2.3.

Op 30 oktober 2009 zijn [gedaagde] en NL Onderneemt, door tussenkomst van de heer[Y], mondeling overeengekomen dat het bedrijf van [gedaagde] op de website van NL Onderneemt vermeld zal worden. [gedaagde] heeft daarna via e-mail een bevestiging van de overeenkomst ontvangen. In die bevestigingsmail zijn zowel een exemplaar van de algemene voorwaarden als een opdrachtbevestiging als bijlagen bijgevoegd. In de opdrachtbevestiging is, voor zover hier van belang, opgenomen dat het bedrijf van [gedaagde] in de rubriek restaurant vermeld zal worden en dat het abonnement € 155,40 per jaar bedraagt, exclusief BTW. [gedaagde] heeft de factuur over de periode van oktober 2009 tot oktober 2010 betaald.

2.4.

Op 4 oktober 2010 heeft NL Onderneemt de kosten voor vermelding op de site over de periode 30 oktober 2010 tot en met 29 november 2011 aan [gedaagde] gefactureerd. [gedaagde] heeft deze factuur onbetaald gelaten.

3 De vorderingen en de verweren

3.1.

NL Onderneemt vordert, verkort weergegeven, veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 265,72, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 184,93 en veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. NL Onderneemt legt daaraan ten grondslag, samengevat weergegeven, dat zij met [gedaagde] een doorlopende overeenkomst heeft gesloten op grond waarvan NL Onderneemt advertentieruimte op haar website heeft gereserveerd en ingericht met promotiemateriaal van [gedaagde] tegen een vooraf afgesproken tarief. [gedaagde] heeft de door NL Onderneemt gezonden factuur van 4 oktober 2010 echter niet betaald en heeft evenmin conform de algemene voorwaarden de overeenkomst 30 dagen voor het verstrijken van de contractperiode opgezegd.

3.2.

[gedaagde] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering. [gedaagde] voert daartoe aan, samengevat weergegeven, dat hij wel een contract heeft gesloten met NL Onderneemt, maar dat hem is verzekerd dat dit voor de periode van één jaar, oktober 2009 tot oktober 2010, was. [gedaagde] stelt dat hij met de heer[Y] van NL Onderneemt uitdrukkelijk had afgesproken dat hij voor maximaal een jaar zou adverteren op de site van NL Onderneemt en deze afspraak op de factuur was vermeld. [gedaagde] stelt verder de algemene voorwaarden nooit te hebben ontvangen. Bovendien stelt [gedaagde] dat het wettelijk gezien niet mogelijk is om zomaar een meerjarencontract aan te gaan, zeker wanneer dat niet duidelijk is bij het aangaan van het contract. Omdat [gedaagde] stelt veel tijd en energie te hebben moeten steken in deze kwestie, vordert hij in reconventie, samengevat weergegeven, betaling van een bedrag van
€ 750,20.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak, samengevat weergegeven met het oog op een doelmatige bespreking, om het volgende. [gedaagde] en NL Onderneemt zijn op 30 oktober 2009 overeengekomen dat de onderneming van [gedaagde] tegen betaling van een bepaald bedrag op door NL Onderneemt beheerde website zal worden vermeld. NL Onderneemt stelt dat deze overeenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan en baseert haar vordering op een beding uit de algemene voorwaarden. [gedaagde] daarentegen voert aan dat de overeenkomst voor een periode van een jaar is aangegaan en dat hij geen algemene voorwaarden heeft ontvangen.

4.2.

Het komt in deze zaak dus aan op de vraag of de algemene voorwaarden van toepassing zijn dan wel op de vraag of het betreffende beding uit de algemene voorwaarden vernietigbaar is omdat de gebruiker de wederpartij niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen.

4.3.

De overeenkomst is, volgens de bewoordingen van NL Onderneemt in haar conclusie van repliek, mondeling tot stand gekomen doordat NL Onderneemt tijdens een verkoopgesprek nadere uitleg heeft gegeven over het door haar aangeboden product en de daaraan verbonden kosten en doordat [gedaagde] daarop zijn interesse toonde en het aanbod heeft aanvaard. Dat daarbij gesproken is over de algemene voorwaarden is niet gesteld of gebleken. Evenmin is een originele en getekende overeenkomst overgelegd waaruit kan worden afgeleid dat [gedaagde] de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van NL Onderneemt heeft aanvaard als bedoeld in artikel 6:232 BW. Uit de conclusie van repliek van 7 januari 2014 blijkt daarentegen dat NL Onderneemt zich op het standpunt stelt dat de mondeling gemaakte afspraken in een opdrachtbevestiging zijn uitgeschreven en aangevuld met de algemene voorwaarden. Dit wijst er niet op dat [gedaagde] de algemene voorwaarden van NL Onderneemt voor of tijdens het sluiten van de overeenkomst heeft aanvaard. De algemene voorwaarden zijn daarom niet van toepassing.

4.4.

Bovendien is de kantonrechter van oordeel dat, ook indien de algemene voorwaarden wel van toepassing zouden zijn, het beding waarover het in deze procedure gaat vernietigbaar is omdat NL Onderneemt [gedaagde] immers niet een redelijke mogelijkheid heeft geboden om van de algemene voorwaarden kennis te nemen. NL Onderneemt heeft immers niet voor of bij het sluiten van de overeenkomst de algemene voorwaarden ter hand gesteld of op een andere in artikel 6:234 BW voorgeschreven manier bekend gemaakt zodat ook om die reden het beding uit de algemene voorwaarden waarop NL Onderneemt haar vordering baseert, tussen partijen niet geldt.

4.5.

NL Onderneemt beroept zich er daarnaast op dat uit de opdrachtbevestiging is op te maken dat het om een jaarlijkse doorlopende overeenkomst gaat omdat daarin is omschreven wat de kosten per jaar zijn. De opdrachtbevestiging is echter na het sluiten van de mondelinge overeenkomst verzonden en zegt dus niets over de vraag wat er tijdens of voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst is besproken. NL Onderneemt stelt weliswaar dat er aan de overeenkomst een inleidend verkoopgesprek ten grondslag ligt waarvan een bandopname is gemaakt, maar zij heeft deze bandopname niet ingebracht en bovendien is deze gang van zaken gemotiveerd weersproken door [gedaagde] die aanvoert dat de overeenkomst is gesloten nadat de heer[Y] een bezoek bracht aan zijn bedrijf waarbij de overeenkomst expliciet voor één jaar is aangegaan. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat niet is gebleken dat [gedaagde] bij het sluiten van de overeenkomst akkoord is gegaan met een overeenkomst voor onbepaalde tijd.

4.6.

Gelet op het voorgaande moet de vordering van NL Onderneemt worden afgewezen.

4.7.

Ten aanzien van de vordering in reconventie, bestaande uit de tijd en kosten die [gedaagde] heeft gemaakt voor deze procedure, overweegt de kantonrechter dat er voor deze vordering geen grondslag is. Van rauwelijks dagvaarden is geen sprake omdat uit de stukken blijkt dat partijen voorafgaand aan deze procedure over de vordering hebben gecorrespondeerd. Uit de brief van 10 februari 2011 van Deurwaarderkantoor Brouwer valt, anders dan [gedaagde] meent, niet op te maken dat het geschil zou zijn geëindigd. Verder is er voor een vergoeding van de door [gedaagde] gemaakte kosten geen grondslag te vinden in de overeenkomst of in onrechtmatig handelen aan de kant van NL Onderneemt. De vordering in reconventie moet dan ook worden afgewezen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om ten aanzien van de vordering in reconventie een aparte kostenveroordeling uit te spreken.

4.8.

NL Onderneemt zal als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de op de gebruikelijke wijze te begroten kosten van deze procedure.

De beslissing

De kantonrechter:

in conventie

wijst de vordering af,

veroordeelt NL Onderneemt in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] begroot op nihil,

in reconventie

wijst de vordering af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2014.

typ/conc: 5720/cd

coll: