Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:1714

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
02-04-2014
Datum publicatie
11-04-2014
Zaaknummer
C-17-129012- HA ZA 13-241
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Onrechtmatige openbare oproeping.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RBP 2014/66

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/129012 / HA ZA 13-241

Vonnis in verzet van 2 april 2014

in de zaak van

[eiseres] ,

wonende te Hemrik,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gedaagde in het verzet,

advocaat mr. S.A. Wensing, kantoorhoudende te Coevorden,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te Walbrzych (Polen),

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

eiser in het verzet,

advocaat mr. P.M. Wawrzyniak, kantoorhoudende te Tilburg.

Partijen zullen hierna [eiseres verkort] en [gedaagde verkort] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het door deze rechtbank op 29 mei 2013 tussen [eiseres verkort] en [gedaagde verkort] bij verstek gewezen vonnis onder zaaknummer / rolnummer C/17/126686 / HA ZA 13-124

  • -

    de verzetdagvaarding, tevens houdende reconventionele vordering

  • -

    de conclusie in oppositie, tevens antwoord in reconventie

  • -

    de conclusie van repliek in oppositie en reconventie

  • -

    de conclusie van dupliek in reconventie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

in conventie en in reconventie

2.1.

[eiseres verkort] is een dressuuramazone die op hobbymatige wijze de dressuursport beoefent.

2.2.

[gedaagde verkort] - een Pool, die de Nederlandse taal niet machtig is - is een internationele dressuurruiter die op het allerhoogste niveau (Grand Prix) rijdt. Hij is tevens Pools kampioen en heeft twee keer op de Olympische Spelen mogen rijden. In de dressuurwereld geniet hij bekendheid.

2.3.

Partijen zijn in of omstreeks het jaar 2008 met elkaar in contact gekomen in verband met de omstandigheid dat [eiseres verkort] een instructeur zocht. [eiseres verkort] is bij [gedaagde verkort], die werkzaam was in de trainingsstal van de heer [trainer] (hierna: [trainer]) te Hemrik, in training gegaan met haar paard "Remona". [trainer] is eveneens een bekende internationale dressuurruiter en destijds de levenspartner van [gedaagde verkort].

2.4.

[gedaagde verkort] is op enig moment in België gaan werken op een paardenbedrijf. In februari 2011 is hij weer teruggekeerd naar Nederland en is hij gaan werken op de stal "Arcadia" te Vledder. [gedaagde verkort] is toen gaan samenwonen met [trainer] te Hemrik.

2.5.

In de maand juni 2011 heeft [gedaagde verkort] [eiseres verkort] voorgesteld om haar paard "Remona" te verkopen aan/te laten verkopen door een relatie van hem in Italië, te weten [naam relatie]. Diezelfde maand heeft [eiseres verkort] haar paard "Remona" bij [naam relatie] afgeleverd.

2.6.

Nadat de relatie tussen [gedaagde verkort] en [trainer] op enig moment werd verbroken, is [gedaagde verkort] op een bungalowpark in Noordwolde gaan wonen.

2.7.

In een schriftelijke, in de Poolse taal opgesteld stuk van 1 februari 2012 tussen de levenspartner van [eiseres verkort] - te weten Van der Meulen - en [gedaagde verkort] ter zake van een personenwagen van het merk BMW met kenteken [nummer], is als woonplaats van [gedaagde verkort] vermeld: "ul. Piotr Czajkowskiego 9/9, Walbrzych Polen".

2.8.

Op 9 augustus 2011 heeft [naam1] - de (uiteindelijke) koper van het paard "Remona" - een bedrag van EUR 21.000,00 aan [gedaagde verkort] overgemaakt. Daarbij is vermeld: "Remona".

2.9.

Op 14 augustus 2011 heeft [gedaagde verkort] een bedrag van EUR 11.000,00 overgemaakt aan [eiseres verkort] ter zake van het paard "Remona".

2.10.

[gedaagde verkort] was voor een Italiaanse handelspartner op zoek naar een drietal dressuurpony's met het doel deze te exporteren naar Italië. [eiseres verkort] heeft in opdracht van [gedaagde verkort] een drietal pony's uitgezocht die aan de eisen van [gedaagde verkort] voldeed. [eiseres verkort] heeft deze drie pony's opgehaald bij de verkopers, te weten de pony's "El Elin" en "Odessa" bij [naam2] in Hoogezand en de pony "Flikka" bij K. van der Scheer. [gedaagde verkort] heeft deze drie pony's vervolgens laten exporteren naar Italië.

2.11.

Op 24 oktober 2011 heeft [eiseres verkort] per bank een bedrag van EUR 14.000,00 van [gedaagde verkort] ontvangen.

2.12.

[gedaagde verkort] heeft op enig moment een zadel aan [eiseres verkort] afgegeven.

2.13.

Op 17 juni 2012 heeft [eiseres verkort] [gedaagde verkort] in aanwezigheid van een deurwaarder bezocht in Duitsland. [eiseres verkort] heeft toen telefonisch contact gehad met een advocate van [gedaagde verkort] in Polen, te weten mevrouw Liberda, omtrent een vordering die [eiseres verkort] op [gedaagde verkort] stelde te hebben ter zake van de verkoop van het paard "Remona". Liberda heeft [eiseres verkort] verzocht om bewijsstukken terzake ter beschikking te stellen.

2.14.

Over de onderhavige kwestie is in of omstreeks de maand juli 2012 door [eiseres verkort] gecorrespondeerd en/of getelefoneerd met de Poolse Federatie.

2.15.

Nadat [eiseres verkort] [gedaagde verkort] een (in de Nederlandse taal opgestelde) sommatiebrief had gezonden per gewone post naar het adres van [gedaagde verkort] te Noordwolde, heeft [eiseres verkort] [gedaagde verkort] gedagvaard op de in artikel 54 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bedoelde wijze. Een uittreksel van het exploot aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie is gepubliceerd in het Parool van 9 januari 2013 en (ter zake een herstelexploit) op 16 januari 2013.

2.16.

Bij tussen partijen gewezen verstekvonnis van 29 mei 2013 in de zaak onder zaaknummer / rolnummer C/17/126686 / HA ZA 13-124 is het volgende beslist:

3 De beslissing

De rechtbank

3.1.

veroordeelt gedaagde om aan eiseres te betalen een bedrag van € 60.006,52 (zestig duizendzes euro en tweeënvijftig eurocent), vermeerderd met de interesten over het toegewezen bedrag vanaf 21 december 2012 tot de dag van de volledige betaling,

3.2.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.830,79,

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

[…]

2.17.

Op 17 juni 2013 is op de website EuroDressage.com het volgende bericht geplaatst:

What's Happening: June 2013 - Part 2

[…]

What's Happening in the Dressage World?

It never rains but it pours. After receivinig a yellow card at the 2013 CDI-W Zhaskhov for bleeding spur marks on his horse, Polish Michal [gedaagde verkort] has now been convicted in The netherlands on 29 May 2013 to pay 65,000 euro to [voornaam] [eiseres verkort]. [eiseres verkort] was the owner of the Dutch stables where [gedaagde verkort] was based for a while. Michal refused to pay his bills and also kept an large sum of the money on a horse he sold for [eiseres verkort] to Italy. Michal currently lives in poland.

2.18.

Op 18 juni 2013 is op de website www.paardenadvocaat.nl (de website van de advocaat van [eiseres verkort]) het volgende bericht geplaatst:

Nieuws >> Nieuws

De rechtbank te Leeuwarden heeft een Poolse Olympische ruiter veroordeeld tot betaling van een bedrag van 65.000,00 euro. De zaak was aangespannen door een cliënte van mr. Wensing die deze ruiter geruime tijd had onderhouden, allerhande werkzaamheden had verricht en waarvoor de ruiter een paard had verkocht aan een relatie in Italië zonder deugdelijk af te rekenen. Een groot aantal rekeningen bleven onbetaald zo ook van pony's die de cliënte voorschoot en waarvan de ruiter de verkoopopbrengsten opstreek zonder deze deugdelijk af te dragen aan de cliënte.

2.19.

In De Hoefslag van 18 juni 2013 is het volgende vermeld:

Nadat Michal [gedaagde verkort] tijdens het concours in Zhaskov een gele kaart had ontvangen omdat zijn paard Randon bloedde vanwege overvloedig sporengebruik, stelt hij zichzelf nu weer in een kwaad daglicht. Op 29 mei 2013 werd de Poolse ruiter veroordeeld door de rechtbank in Leeuwarden. Hij moet 65000 euro betalen aan de Nederlandse [voornaam] [eiseres verkort] uit Hemrik. Zij is de eigenaresse van de stallen waar [gedaagde verkort] een tijdlang zijn paarden gestald had. De Pool weigerde de rekening te betalen en hield ook een grote som geld achter op het bedrag van een paard dat hij verkocht had voor [eiseres verkort].

2.20.

Op de facebook pagina van de advocaat van [eiseres verkort] staat vermeld:

De Poolse dressuurruiter Michal [gedaagde verkort] moet aan stalhoudster [voornaam] [eiseres verkort] uit Hemrik bijna 65.000 euro betalen. Zo luidt het vonnis van de rechtbank in Leeuwarden in de zaak die [eiseres verkort] tegen de Pool heeft aangespannen. [gedaagde verkort] verbleef lange tijd met zijn paarden bij [eiseres verkort] en weigerde de rekeningen te betalen. Ook klopte de Pool geld uit de zak van [eiseres verkort] toen hij één van haar paarden naar Italië verkocht.

2.21.

In een facebook-bericht aan de heer [xxxxx], een internationaal dressuurjurylid, heeft [eiseres verkort] het volgende geschreven:

Dear mr. [xxxxx] I have a little good news after weeks asking for our money [xx] paid us now a little of the bills. I hope he will pay also the rest. We must still have a lot but this is a start.

Best regards [voornaam]

Dear mr. [xxxxx] om 28 of may I get the message from the civil court that I won the case against Michal J [gedaagde verkort]. It took a year to find everything out and after asking several times form y money we went on June 2012 to the police in Holland. Because it is a civil proces we take a lawyer and after months now we won. [xx] tells everybody that he didn't know about this but that is strange. They send letters and also it was standing in a newspaper, but [xx] didn't know?? I don't know if I ever get my money but I hope that I warning now a lot of people that you can't do business with mr. [gedaagde verkort]. Best regards [voornaam] Bo's

2.22.

In een schriftelijke verklaring van 28 juni 2013 heeft [naam relatie] het volgende verklaard:

I hereby declare that in summer 2011 Missis [xxxx] offered for sale and brought bij her self to my stable a 12 years old chestnut mare. The training level was between L and M dressage (the horse was not trained by professionals only by herself, did also not have show results). The agreed price was 15.000, considering the age, trening level and general condition of the horse. The asking price was known also by Michal [gedaagde verkort]. After about 2 month the mare was sold to the stable of Piero [www]. She did not pass the clinical vetting, as she was lame on the hard surfaca on the circle and on the flexion on the right front leg, which had also significant radiological changes on the navicular bond. The new buyer Made an offer of 15.000 and [xxxx] accepted the price of 11.000€ personally by herself to me. We have originally aksed 18.000 but due to health condition was impossible to have this price. I have transfered 12.300 € to Michal [gedaagde verkort], as we: Michal [gedaagde verkort], me and Piero [www] had 1300 € commission each which in part covered our Real costs like: stable, trening, transport, travelling etc.

Best regard,

[naam relatie]

3 De vordering in conventie

3.1.

De vordering van [eiseres verkort] strekt ertoe, dat de rechtbank, bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I. primair [gedaagde verkort] veroordeelt tot betaling, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [eiseres verkort] van een bedrag van EUR 60.006,52, te vermeerderen met de interesten vanaf 21 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, hoofdelijk des dat de ene betalende de ander zal hebben bevrijd;

II. subsidiair [gedaagde verkort] veroordeelt tot betaling, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, aan [eiseres verkort] van een bedrag van EUR 31.006,52, te vermeerderen met de interesten vanaf 21 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, hoofdelijk des dat de ene betalende de ander zal hebben bevrijd;

III. [gedaagde verkort] veroordeelt in de buitengerechtelijke incassokosten conform rapport Voorwerk;

IV. [gedaagde verkort] veroordeelt in de kosten van dit geding.

3.2.

[gedaagde verkort] voert verweer.

3.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna - voor zover van belang - nader worden ingegaan.

4 De vordering in reconventie

4.1.

De vordering van [gedaagde verkort] strekt ertoe, dat de rechtbank, bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

- voor recht verklaart dat [eiseres verkort] uit hoofde van onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW jegens [gedaagde verkort] aansprakelijk is, met veroordeling van [eiseres verkort] tot vergoeding van de dientengevolge door [gedaagde verkort] geleden en nog te lijden schade op te maken bij staat en te vereffenenen volgens de wet;

- [eiseres verkort] beveelt het bij randnummer 69 van de conclusie van eis in reconventie vermelde zadel aan [gedaagde verkort] terug te geven, althans de waarde daarvan zijnde EUR 5.000,00 aan [gedaagde verkort] te vergoeden binnen 7 dagen na betekening van het in deze te verkrijgen vonnis;

- [eiseres verkort] veroordeelt in de proceskosten, te vermeerderen met de nakosten ad EUR 205,00 zonder betekening, dan wel EUR 273,00 in het geval van betekening, één en ander te voldoen binnen veertien dagen na de datum van het vonnis, en - voor het geval voldoening van de (na)kosten niet binnen de gestelde termijn plaatsvindt - te vermeerderen met de wettelijke rente over de (na)kosten te rekenen vanaf bedoelde termijn voor voldoening.

4.2.

[eiseres verkort] voert verweer.

4.3.

Op de stellingen en verweren van partijen wordt hierna - voor zover van belang - nader ingegaan.

5 Het geschil en de beoordeling daarvan

in conventie

5.1.

Het verzet is tijdig en op de juiste wijze ingesteld, zodat [gedaagde verkort] in zoverre in zijn verzet kan worden ontvangen.

5.2.

Nietige dagvaarding?

5.2.1.

[gedaagde verkort] heeft allereerst aangevoerd dat de oorspronkelijk uitgebrachte dagvaarding nietig is. Volgens [gedaagde verkort] is hij onredelijk benadeeld als bedoeld in artikel 66 Rv doordat [eiseres verkort] [gedaagde verkort] ten onrechte heeft gedagvaard op de in artikel 54 lid 2 Rv bedoelde wijze. Volgens [gedaagde verkort] is de dagvaarding opzettelijk openbaar betekend, terwijl [eiseres verkort] bekend was met het adres van [gedaagde verkort] in Walbrzych (Polen), waar [gedaagde verkort] al sinds 1982 staat ingeschreven in de Poolse burgerlijke registers.

5.2.2.

[eiseres verkort] heeft gesteld dat de oorspronkelijke dagvaarding op rechtsgeldige wijze is betekend. Volgens [eiseres verkort] was het laatst bekende adres van [gedaagde verkort] een adres van een bungalowpark in Noordwolde, waarna [gedaagde verkort] met de Noorderzon is vertrokken. De deurwaarder, die een onderzoek heeft uitgevoerd naar het adres van [gedaagde verkort] bij de gemeente, is gebleken dat [gedaagde verkort] bij de gemeente geen nieuw adres heeft achtergelaten, aldus [eiseres verkort]. Volgens [eiseres verkort] was zij ook niet op andere wijze bekend met een adres van [gedaagde verkort] in Polen.

5.2.3.

De rechtbank stelt voorop dat onbekendheid als bedoeld in artikel 54 lid 2 Rv kan worden aangenomen indien degene op wiens verzoek een dergelijk exploot wordt gedaan, ondanks redelijke onderzoeksinspanningen de woonplaats van de geëxecuteerde niet heeft kunnen achterhalen. Zo nodig zal hij moeten aantonen deze onderzoeksinspanning te hebben verricht (HR 4 november 1926, NJ 1927, 403).

5.2.4.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde verkort] niet weersproken dat hij jarenlang in Nederland - maar ook in België - heeft verbleven, alwaar hij zijn paarden trainde. [gedaagde verkort] heeft voorts niet weersproken dat zijn laatst bekende adres in Nederland in Noordwolde was, te weten het adres waar [eiseres verkort] de in rechtsoverweging 2.15 bedoelde sommatiebrief naartoe heeft gezonden en dat hij bij de gemeente geen nieuw adres heeft achtergelaten. Door navraag te doen langs de gewone kanalen - in dit geval: de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens - heeft [eiseres verkort] naar het oordeel van de rechtbank aan de hiervoor bedoelde redelijke onderzoeksinspanningen ten aanzien van de woonplaats van [gedaagde verkort] voldaan. Onvoldoende gesteld is dat [eiseres verkort] op andere wijze daadwerkelijk op de hoogte was van het adres van [gedaagde verkort] in Polen. De enkele omstandigheid dat in het in rechtsoverweging 2.7 bedoelde schriftelijke stuk (in de Poolse taal) ter zake van de door [gedaagde verkort] gekochte auto, merk BMW, het adres van [gedaagde verkort] in Polen is vermeld, is daartoe onvoldoende. Partijen daarbij zijn de levenspartner van [eiseres verkort] (Van der Meulen) enerzijds - en dus niet [eiseres verkort] zelf - en [gedaagde verkort] anderzijds, terwijl dit stuk van bijna een jaar vóór het uitbrengen van de dagvaarding dateert. [gedaagde verkort] heeft er voorts nog op gewezen dat [eiseres verkort] op de hoogte was van een telefoonnummer en een e-mailadres van [gedaagde verkort], dat zij de Poolse advocaat van [gedaagde verkort] had kunnen benaderen en dat zij er op grond van de regelgeving van de Fédération Equestre Internationale (de "FEI") van op de hoogte moet zijn geweest dat iemand die voor een land op wedstrijden uitkomt, in dat land woonachtig dient te zijn (en [gedaagde verkort] dus in Polen) en dat zij ook contacten had met deze Poolse federatie. Gelet echter op de omstandigheid dat de rechtbank er op grond van het voorgaande van uitgaat dat [eiseres verkort] niet daadwerkelijk op de hoogte was van het adres van [gedaagde verkort] in Polen en zij dit adres ook niet heeft kunnen (laten) achterhalen door navraag te doen langs de gewone kanalen, heeft [eiseres verkort] [gedaagde verkort] - wat er van het voorgaande ook zij - naar het oordeel van de rechtbank op juiste wijze gedagvaard op de in artikel 54 lid 2 Rv bedoelde wijze. Het beroep op nietigheid van de oorspronkelijke dagvaarding zal dan ook worden verworpen.

5.3.

Het paard "Remona"

5.3.1.

[eiseres verkort] heeft gesteld dat [gedaagde verkort] haar in juni 2011 heeft voorgesteld om haar paard "Remona" te verkopen aan een relatie van hem in Italië, omdat hij een goede opbrengst zou kunnen genereren. Volgens [eiseres verkort] was het paard afgericht op het allerhoogste niveau, namelijk de klasse Grand Prix. [gedaagde verkort] heeft haar voorgehouden dat hij het paard voor haar zou kunnen verkopen voor een bedrag van EUR 50.000,00. Na het sluiten van de koopovereenkomst - waar [eiseres verkort] geen bemoeienis mee stelt te hebben gehad - heeft zij het paard afgeleverd bij Anna Paprocka- Campanella. In augustus 2011 heeft [gedaagde verkort] haar medegedeeld dat hij het paard voor een bedrag van (slechts) EUR 11.000,00 heeft verkocht. Ondanks haar bezwaren heeft [gedaagde verkort] op 14 augustus 2011 een bedrag van EUR 11.000,00 aan [eiseres verkort] overgemaakt. In september 2011 is [eiseres verkort] - die onder meer de bankzaken van [gedaagde verkort] regelde omdat hij de Nederlandse taal niet machtig is - er achter gekomen dat [gedaagde verkort] het paard had verkocht voor een bedrag van EUR 21.000,00. De vordering van [eiseres verkort] strekt primair tot vergoeding van haar schade, te weten een bedrag van (EUR 50.000,00 - EUR 11.000,00 =) EUR 39.000,00 en subsidiair een bedrag van (EUR 21.000,00 - EUR 11.000,00 =) EUR 10.000,00.

5.3.2.

[gedaagde verkort] heeft hiertegen - onder verwijzing naar de in rechtsoverweging 2.22 geciteerde verklaring van [naam relatie] - aangevoerd dat [eiseres verkort] tegenover [naam relatie] zelf uitdrukkelijk akkoord is gegaan met een prijs van EUR 11.000,00 voor het paard. Volgens [gedaagde verkort] heeft hij nimmer tegen [eiseres verkort] gezegd dat het paard verkocht zou kunnen worden voor een bedrag van EUR 50.000,00. Volgens [gedaagde verkort] ontbeert dit bedrag ook ieder gevoel voor realiteit: het paard, dat met gezondheidsproblemen kampte, was niet afgericht op Grand Prix niveau en was veeleer geschikt voor recreatie. Het paard heeft de klinische keuring ook niet doorstaan. Volgens [gedaagde verkort] heeft hij een bedrag van EUR 21.000,00 van Domenica Cortese (de koper van het paard) ontvangen. Domenica Cortese heeft dit bedrag namens [naam relatie] overgemaakt. Volgens [gedaagde verkort] blijkt uit een verklaring van [naam relatie] dat dit bedrag niet alleen het paard "Remona" betrof (een bedrag van EUR 12.300,00 inclusief courtage) maar ook de betaling van een door [gedaagde verkort] voor de dochter van [naam relatie] gekocht zadel (een bedrag van EUR 2.700,00) en training van haar drie paarden (een bedrag van EUR 6.000,00).

5.3.3.

De rechtbank stelt vast dat partijen van mening verschillen over de vraag wie heeft onderhandeld omtrent de koopprijs van het paard "Remona" en wie de beslissing heeft gemaakt ter zake van deze koopprijs. Volgens [gedaagde verkort] heeft [eiseres verkort] zelf onderhandeld met [naam relatie] en heeft zij vervolgens zelf ingestemd met een prijs van EUR 11.000,00 en volgens [eiseres verkort] staat zij hier volledig buiten en heeft zij het paard alleen afgeleverd bij [naam relatie] en heeft zij het overige aan [gedaagde verkort] overgelaten. Voor het geval de stelling van [eiseres verkort] in zoverre juist is, is de rechtbank van oordeel dat zij haar stelling dat [gedaagde verkort] aan haar te kennen zou hebben gegeven dat hij het paard "Remona" zou kunnen verkopen voor een bedrag van EUR 50.000,00 onvoldoende heeft onderbouwd. [gedaagde verkort] heeft aangevoerd dat dit bedrag ieder gevoel voor realiteit ontbeert - en dat hij dit derhalve niet heeft medegedeeld - waarbij hij heeft gewezen op de omstandigheid dat het paard niet was afgericht op Grand Prix niveau en dat het met gezondheidsklachten kampte en de klinische keuring niet heeft doorstaan. [eiseres verkort] heeft vervolgens haar stelling dat het paard daadwerkelijk een waarde had van EUR 50.000,00 niet nader onderbouwd. Zo heeft zij nagelaten om haar stelling dat het paard was afgericht op klasse Grand Prix niveau te onderbouwen en heeft zij voorts niet weersproken dat het paard met gezondheidsproblemen kampte en dat het paard niet door de klinische keuring is gekomen. Gesteld noch gebleken is voorts dat [eiseres verkort] aan [gedaagde verkort] een minimumprijs heeft bedongen ter zake van de verkoop van het paard. Bij gebreke van enig onrechtmatig handelen (dan wel toerekenbaar tekortschieten) zal de primaire vordering - die uitgaat van een koopprijs van EUR 50.000,00 - dus worden afgewezen.

5.3.4.

Vast staat dat door Domenica Cortese op 9 augustus 2011 een bedrag van EUR 21.000,00 aan [gedaagde verkort] is voldaan met als omschrijving: "Remona" en dat [gedaagde verkort] op 14 augustus 2011 een bedrag van EUR 11.000,00 ter zake van de verkoop van het paard "Remona" aan [eiseres verkort] heeft voldaan.

5.3.5.

[gedaagde verkort] heeft gesteld dat het bedrag van EUR 21.000,00 niet alleen betrekking had op het paard "Remona", maar ook betrekking had op een door [gedaagde verkort] voor de dochter van [naam relatie] gekocht zadel (een bedrag van EUR 2.700,00) en training van haar drie paarden (een bedrag van EUR 6.000,00). [gedaagde verkort] verwijst daarbij naar productie 7 bij verzetdagvaarding, te weten een verklaring van [naam relatie]. De rechtbank constateert echter dat in productie 7 is vermeld: "Productie 7 wordt later in bij akte in het geding gebracht". De rechtbank constateert voorts dat deze productie ook nadien niet in het geding is gebracht. Ook overigens heeft [gedaagde verkort] zijn stelling niet nader onderbouwd met bijvoorbeeld een factuur ter zake de koop van het beweerdelijk gekochte zadel, dan wel facturen ter zake van de beweerde trainingen. De rechtbank constateert voorts dat op het bankafschrift slechts is vermeld: "Remona" en dat geen melding wordt gemaakt van trainingen of een zadel. Bovendien heeft [eiseres verkort] er terecht op gewezen dat het bedrag van EUR 21.000,00 rechtstreeks door Domenica Cortese aan [gedaagde verkort] is overgemaakt, terwijl het zadel en de trainingen volgens de stellingen van [gedaagde verkort] betrekking hebben op [naam relatie]. Weliswaar heeft [gedaagde verkort] gesteld dat deze bedragen door Domenica Cortese namens [naam relatie] zijn voldaan, maar zonder nadere onderbouwing - die ontbreekt - acht de rechtbank deze stelling onbegrijpelijk. De rechtbank gaat er op grond van het voorgaande dan ook vanuit dat het bedrag van EUR 21.000,00 enkel de koopsom van het paard "Remona" betreft.

5.3.6.

De rechtbank constateert dat [eiseres verkort] niet heeft weersproken dat [gedaagde verkort] gerechtigd was een bedrag van EUR 1.300,00 in mindering op de koopprijs van het paard "Remona" te brengen gelet op de ook door Anna Parpocka-Campanella in haar in rechtsoverweging 2.22 geciteerde verklaring genoemde "commission […] which in part covered our Real costs like: stable, trening, transport, travelling etc". Toewijsbaar is dan ook een bedrag van

(EUR 21.000,00 - EUR 11.000,00 - EUR 1.300,00 =) EUR 8.700,00.

5.4.

De pony's "El Elin", "Odessa" en "Flikka"

5.4.1.

Ten aanzien van de drie pony's die [eiseres verkort] in opdracht van [gedaagde verkort] had uitgezocht voor een Italiaanse handelspartner van [gedaagde verkort] - te weten "El Elin", "Odessa" en "Flikka" - heeft [eiseres verkort] gesteld dat zij de koopsommen van deze drie pony's voor [gedaagde verkort] heeft voorgeschoten. [gedaagde verkort] heeft deze door [eiseres verkort] voorgeschoten bedragen - te weten een bedrag van EUR 7.500,00 ter zake van de pony "El Elin", een bedrag van EUR 7.500,00 ter zake van de pony "Odessa" en een bedrag van EUR 4.150,00 ter zake van de pony "Flikka" - tot op heden niet terugbetaald, aldus [eiseres verkort]. De vordering van [eiseres verkort] strekt tot betaling van deze bedragen, te weten in totaal een bedrag van EUR 19.150,00.

5.4.2.

De rechtbank constateert dat [gedaagde verkort] niet heeft weersproken dat [eiseres verkort] de door haar gestelde koopsommen ter zake van de drie pony's aan de desbetreffende verkopers van deze pony's heeft betaald en dat hij gehouden was deze bedragen aan haar terug te betalen.

5.4.3.

[gedaagde verkort] heeft aangevoerd dat de transacties ter zake van de drie pony's door hem reeds zijn afgerekend met [eiseres verkort], zodat zij niets meer van hem te vorderen heeft. Volgens [gedaagde verkort] betaalde hij [eiseres verkort] altijd terug via de bank en/of via contante opnames, welke hij op of omstreeks de datum waarop hij een betaling had ontvangen, verrichtte. In de verzetdagvaarding heeft [gedaagde verkort] aangevoerd dat [eiseres verkort] zijn bankafschriften onrechtmatig onder zich heeft en dat hij derhalve zelf niet meer de beschikking heeft over zijn eigen bankafschriften. Door [eiseres verkort] zijn op een door haar als productie 2 bij de oorspronkelijke dagvaarding in het geding gebracht bankafschrift van [gedaagde verkort], alle transacties ná ontvangst van de koopsom door [gedaagde verkort] inzake de pony's El Elin en Odessa opzettelijk onzichtbaar gemaakt, aldus nog steeds [gedaagde verkort].

5.4.4.

Bij conclusie in oppositie, tevens antwoord in reconventie heeft [eiseres verkort] als productie 5 het door [gedaagde verkort] bedoelde bankafschrift - overgelegd als productie 2 bij de oorspronkelijke dagvaarding - in het geding gebracht, zonder dat posten onzichtbaar zijn gemaakt. De rechtbank constateert dat op de boekdatum 24 oktober 2011 de ontvangst door [gedaagde verkort] van een betaling van EUR 15.000,00 is vermeld, te weten - zoals uit de stellingen van beide partijen volgt - de koopsom van de twee pony's "El Elin" en "Odessa" van de koper van deze pony's. Het bankafschrift vermeldt verder betalingen tot en met de boekdatum 29 oktober 2011. Behoudens enkele kleine bedragen is op boekdatum 24 oktober 2011 een betaling van EUR 14.000,00 aan Van der Meulen - de levenspartner van [eiseres verkort] - vermeld ter zake van "pony". De rechtbank constateert dat [eiseres verkort] onweersproken heeft gesteld dat deze betaling betrekking heeft op de pony "Wit Snake" en derhalve niet op de onderhavige drie pony's. Gelet op de omstandigheid dat [gedaagde verkort] zelf heeft gesteld dat de terugbetaling van de drie pony's zou moeten blijken uit zijn bankafschriften (door vermelding van een betaling, dan wel door vermelding van een contante opname) "op of omstreeks de datum waarop hij een betaling had ontvangen", de koopsom door hem ter zake van de drie pony's reeds op 24 oktober 2011 is ontvangen en uit het bankafschrift tot en met 29 oktober 2011 niet blijkt van een terugbetaling/contante opname ter zake van de drie pony's, gaat de rechtbank er vanuit dat [gedaagde verkort] de koopsommen ter zake van de drie pony's niet aan [eiseres verkort] heeft terugbetaald. Daarbij wordt opgemerkt dat [gedaagde verkort] na overlegging van het desbetreffende bankafschrift door [eiseres verkort] niet heeft gesteld, dat terugbetaling ná 29 oktober 2011 heeft plaatsgevonden. Bovendien heeft [gedaagde verkort] bij verzetdagvaarding aangegeven dat hij bij de ABN AMRO bank nieuwe bankafschriften heeft opgevraagd en dat de ABN AMRO bank heeft toegezegd deze aan [gedaagde verkort] ter beschikking te stellen. [gedaagde verkort] heeft aangegeven dat hij deze bij afzonderlijke akte in het geding zal brengen. Tot op heden heeft [gedaagde verkort] dit echter nagelaten. Gelet op het tijdsverloop van 9 augustus 2013 (datum betekening verzetdagvaarding) tot heden ligt het niet voor de hand dat [gedaagde verkort] deze afschriften nog niet heeft ontvangen.

5.4.5.

Op grond van het voorgaande zal de vordering van [eiseres verkort] strekkende tot (terug)betaling van een bedrag van in totaal EUR 19.150,00 worden toegewezen.

5.5.

Pensiongeld paarden "Summer", "Ectasy" en "Wakarina"

5.5.1.

[eiseres verkort] heeft gesteld dat [gedaagde verkort] in de periode van 24 juli tot 15 december 2011 een drietal paarden bij [eiseres verkort] heeft gestald, te weten de paarden "Summer", "Extasy" en "Wakarina" en dat het pensiongeld ter hoogte van EUR 2.371,10 door [gedaagde verkort] onbetaald is gelaten. In een als productie 4 bij de oorspronkelijke dagvaarding in het geding gebracht overzicht heeft [eiseres verkort] haar vordering als volgt nader onderbouwd:

Stal en pensiongeld voor de paarden:

Periode dagen kst per dag totaal

Summer 2 weken december 2011 14 9,05 126,70

Ectasy 24/7/2011-27/11/2011 137 9,05 1.239,85

Wakarina 09/08/2011-27/11/2011 111 9,05 1.004,55

2.371,10.

5.5.2.

De rechtbank constateert dat [gedaagde verkort] heeft volstaan met het verweer dat alle schulden uit hoofde van productie 4 door hem uitdrukkelijk worden betwist, dat de vorderingen "uit de lucht zijn gegrepen" en dat het overzicht een eenzijdig door [eiseres verkort] opgesteld overzicht betreft. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde verkort] het door [eiseres verkort] gevorderde pensiongeld hiermee echter onvoldoende gemotiveerd betwist. Het had op de weg van [gedaagde verkort] gelegen om aan te geven of hij daadwerkelijk eigenaar is van de drie genoemde paarden en waar deze paarden volgens hem in de in het overzicht van [eiseres verkort] specifiek vermelde periode verbleven. [gedaagde verkort] is voorts niet ingegaan op de stelling van [eiseres verkort] dat partijen een bedrag van EUR 9,05 per dag per paard zijn overeengekomen als stal- en pensiongeld. De rechtbank zal de vordering van [eiseres verkort] - bij gebreke van een voldoende gemotiveerde betwisting - toewijzen. Toewijsbaar is dan ook een bedrag van EUR 2.371,10.

De rechtbank merkt op dat de onderhavige vordering, anders dan de hierna te behandelen posten, geen betrekking heeft op (beweerde) schulden van [gedaagde verkort] aan derden, welke schulden (beweerdelijk) door [eiseres verkort] ten behoeve van [gedaagde verkort] zijn voldaan.

5.6.

Motorrijtuigenbelasting, autoverzekering en reparatienota's BMW, kenteken [nummer]

5.6.1.

[eiseres verkort] heeft voorts gesteld dat [gedaagde verkort] op of omstreeks 27 juli 2011 een personenwagen van het merk BMW met het kenteken [nummer] heeft gekocht van een autobedrijf in Haarlem. [gedaagde verkort] heeft deze auto volgens [eiseres verkort] op naam van [eiseres verkort]/Van der Meulen laten registreren omdat de auto een Nederlands kenteken had. Begin 2012 heeft [gedaagde verkort] Van der Meulen medegedeeld dat hij de auto op naam van zijn vader wilde laten zetten en de auto naar Polen wenste te exporteren. Hiertoe heeft Van der Meulen het in rechtsoverweging 2.7 bedoelde document ondertekend. Volgens [eiseres verkort] heeft zij in de periode van 27 juli 2011 tot 12 januari 2012 ten gunste van [gedaagde verkort] de motorrijtuigenbelasting, alsmede de autoverzekering en nog enige reparatienota's ter zake van de auto betaald. De vordering van [eiseres verkort] strekt tot terugbetaling van deze bedragen.

5.6.2.

[gedaagde verkort] heeft hiertegen aangevoerd dat hij blijkens het in rechtsoverweging 2.7 bedoelde document de onderhavige BWM van Van der Meulen heeft gekocht. [eiseres verkort] staat volgens [gedaagde verkort] buiten deze transactie. Van der Meulen en [gedaagde verkort] hebben elkaar volgens [gedaagde verkort] in bedoeld document finale kwijting verleend. Uit dit document blijkt dat de auto is verkocht en dat partijen elkaar finale kwijting hebben verleend en dat er behalve de koopprijs niets verschuldigd was, aldus nog steeds [gedaagde verkort]. [gedaagde verkort] heeft aangegeven dat hij alle schulden uit hoofde van productie 4 uitdrukkelijk betwist en dat deze vorderingen "uit de lucht zijn gegrepen", waarbij hij er op heeft gewezen dat dit overzicht eenzijdig door [eiseres verkort] is opgesteld.

5.6.3.

De rechtbank constateert dat [eiseres verkort] heeft nagelaten om - na het verweer van [gedaagde verkort] dat deze vorderingen "uit de lucht zijn gegrepen" - haar vorderingen op dit punt nader te onderbouwen. Het had naar het oordeel van de rechtbank op de weg van [eiseres verkort] gelegen om haar vordering nader te onderbouwen, door - aangezien het hier gaat om

(beweerde) schulden van [gedaagde verkort] aan derden, welke schulden (beweerdelijk) door [eiseres verkort] ten behoeve van [gedaagde verkort] zijn voldaan - onder meer nota's en betalingsbewijzen in het geding te brengen, hetgeen zij echter heeft nagelaten. De rechtbank zal de vordering dan ook bij gebreke van voldoende onderbouwing, afwijzen.

5.7.

Reparatienota's ter zake paardenvrachtwagen

5.7.1.

[eiseres verkort] heeft voorts gesteld dat zij op 27 augustus 2011 een bedrag van EUR 772,79 voor [gedaagde verkort] heeft betaald aan Profile Tyrecenter voor het vervangen van de voorbanden en remschijven en remblokken van de paardenwagen van [gedaagde verkort] van het merk Renault, kenteken [kentekennummer].

5.7.2.

De rechtbank constateert dat [gedaagde verkort] ook op dit punt heeft aangegeven dat alle schulden uit hoofde van productie 4 door hem uitdrukkelijk worden betwist, dat de vorderingen "uit de lucht zijn gegrepen" en dat het overzicht een eenzijdig door [eiseres verkort] opgesteld overzicht betreft. Ook in zoverre heeft [eiseres verkort] vervolgens nagelaten om haar vordering nader te onderbouwen. De desbetreffende nota en een betalingsbewijs zijn niet in het geding gebracht. De rechtbank merkt ook hier op dat het (anders dan ten aanzien van het pensiongeld) gaat om een (beweerde) schuld van [gedaagde verkort] aan derden, welke schuld (beweerdelijk) door [eiseres verkort] ten behoeve van [gedaagde verkort] is voldaan. Het gevorderde bedrag ter hoogte van EUR 772,79 zal derhalve worden afgewezen.

5.8.

Paardenartikelen

5.8.1.

[eiseres verkort] heeft voorts gesteld dat zij de kosten van diverse paardenartikelen voor [gedaagde verkort] heeft voorgeschoten. In het hiervoor reeds genoemde overzicht, dat door [eiseres verkort] als productie 4 van de oorspronkelijke dagvaarding in het geding is gebracht, heeft [eiseres verkort] haar vordering als volgt nader onderbouwd:

Kunststaart voor paard Rucjaw € 250,- elk 50% 125,00

Chaps Engeland 90,00

Ontwormen paard Ectasy 15,00

Reparatie rijlaarzen 17,50

Reparatie neusriem 15,00

Visitekaartjes 50,00

Reparatie rits rijlaarzen 25,00

Scheerapparaat bij Makro 77,35

Borduren 3 dekens 75,00

Ikea tassen voor verhuizing Arcadia naar Fair Play stables 15,96

Vodafone telefoonkaart 5,40

Totaal 511,21

Makro betaald door [xx] 335,13 -

176,08.

5.8.2.

[gedaagde verkort] heeft ook op dit punt aangegeven dat alle schulden uit hoofde van productie 4 door hem uitdrukkelijk worden betwist, dat de vorderingen "uit de lucht zijn gegrepen" en dat het overzicht een eenzijdig door [eiseres verkort] opgesteld overzicht betreft. Ook in zoverre heeft [eiseres verkort] haar vorderingen naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd. Weliswaar heeft zij ten aanzien van het scheerapparaat en de Ikea tassen nota's in het geding gebracht waarop handgeschreven is vermeld: "paid by Joop/[voornaam]" respectievelijk "[xx]", maar zoals [gedaagde verkort] terecht heeft gesteld, blijkt hieruit onvoldoende dat deze nota's daadwerkelijk door [eiseres verkort] ten behoeve van [gedaagde verkort] zijn voldaan. De vordering - die betrekking heeft op (beweerde) schulden van [gedaagde verkort] aan derden, welke schulden (beweerdelijk) door [eiseres verkort] ten behoeve van [gedaagde verkort] zijn voldaan - zal dan ook in zoverre als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

5.9.

Tussenconclusie

5.9.1.

Op grond van het voorgaande zal het verstekvonnis worden vernietigd. De volgende bedragen acht de rechtbank toewijsbaar:

- een bedrag van EUR 8.700,00 (rechtsoverweging 5.3);

- een bedrag van EUR 19.150,00 (rechtsoverweging 5.4);

- een bedrag van EUR 2.371,10 (rechtsoverweging 5.5);

Totaal EUR 30.221,10.

5.10.

Betaling EUR 3.000,00

5.10.1.

Op haar vordering strekt volgens [eiseres verkort] in mindering een bedrag van EUR 3.000,00, welk bedrag volgens [eiseres verkort] reeds door [gedaagde verkort] is voldaan. Hoewel [gedaagde verkort] - die de verschuldigdheid van enig bedrag aan [eiseres verkort] heeft weersproken - heeft betwist enig bedrag in mindering op de door [eiseres verkort] beweerde vorderingen te hebben voldaan, zal de rechtbank (conform de vordering van [eiseres verkort]) een bedrag van EUR 3.000,00 in mindering brengen op het toe te wijzen bedrag. Toewijsbaar is dan ook een bedrag van (EUR 30.221,10 -

EUR 3.000,00 =) EUR 27.221,10.

5.11.

Wettelijke rente

5.11.1.

De over het toe te wijzen bedrag gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de dagvaarding van het uitbrengen van de oorspronkelijke dagvaarding, te weten 7 januari 2013. Weliswaar vordert [eiseres verkort] betaling van de wettelijke rente vanaf 21 december 2012, maar vast staat dat de door [eiseres verkort] aan [gedaagde verkort] gezonden ingebrekestelling van die datum [gedaagde verkort] niet heeft bereikt omdat hij op dat moment - zoals [eiseres verkort] bekend was - niet langer op dat adres in Noordwolde verbleef. Gelet op artikel 3:37 lid 3, 1e volzin, is het verzuim derhalve niet per die datum ingetreden.

5.12.

Hoofdelijkheid

5.12.1

Van een hoofdelijke veroordeling kan - zoals [gedaagde verkort] terecht heeft aangevoerd en zoals door [eiseres verkort] kennelijk per vergissing is gevorderd - geen sprake zijn omdat slechts [gedaagde verkort] is gedagvaard.

5.13.

Buitengerechtelijke incassokosten

5.13.1.

[eiseres verkort] vordert voorts de buitengerechtelijke incassokosten ex artikel 6:96 Burgerlijk Wetboek en wel conform rapport Voorwerk. De vordering zal evenwel worden afgewezen, reeds vanwege de omstandigheid dat [eiseres verkort] niet heeft onderbouwd dat zij in de pre-processuele fase werkzaamheden heeft verricht waarvoor de proceskostenveroordeling niet een vergoeding pleegt in te sluiten. Uit het dossier blijkt slechts van een enkele aanmaning.

5.14.

Proceskosten

5.14.1.

In de omstandigheid dat een substantieel bedrag toewijsbaar is waarvan betaling in der minne kennelijk niet was te verkrijgen, ziet de rechtbank aanleiding om [gedaagde verkort] te veroordelen in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van [eiseres verkort] worden vastgesteld op:

- dagvaardingskosten EUR 94,79

- griffierecht EUR 842,00

- salaris voor de advocaat EUR 1.158,00 (2 punten x tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 2.094,79.

5.15.

Uitvoerbaar bij voorraad en zekerheidstelling

5.15.1.

[gedaagde verkort] heeft de rechtbank verzocht een eventueel veroordelend vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, dan wel daaraan de voorwaarde te stellen dat door [eiseres verkort] zekerheid wordt gesteld. De rechtbank zal het verzoek afwijzen. [gedaagde verkort] heeft weliswaar gesteld dat [eiseres verkort] geen belang heeft bij een bij voorraad uitvoerbaar verklaard vonnis, maar naar het oordeel van de rechtbank is een belang hierbij een gegeven. Bovendien heeft [gedaagde verkort] weliswaar gesteld dat er sprake is van een aanzienlijk restitutierisico, maar hij heeft nagelaten deze stelling op enige wijze te onderbouwen.

in reconventie

5.16.

Onrechtmatige daad

5.16.1.

[gedaagde verkort] stelt zich op het standpunt dat [eiseres verkort] onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld en zijn imago en reputatie enorme schade heeft toegebracht. Volgens [gedaagde verkort] is door [eiseres verkort] jegens hem een lastercampagne gevoerd in de media, waarbij de media door [eiseres verkort] is aangespoord om inhoudelijk onjuiste berichten te publiceren omtrent het gewezen verstekvonnis. Dit verstekvonnis is volgens [gedaagde verkort] gewezen doordat [eiseres verkort] vorderingen heeft gecreëerd en vervolgens de dagvaarding opzettelijk openbaar heeft laten betekenen om nu juist te bewerkstellingen dat dit exploot niet aan [gedaagde verkort] bekend zou worden.

De onjuiste berichtgeving betreft volgens [gedaagde verkort]:

- het artikel van 17 juni 2013 op de website EuroDressage.com (rechtsoverweging 2.17),

- het bericht omtrent deze procedure op de website van haar advocaat, te weten www.paardenadvocaat.nl (rechtsoverweging 2.18),

- het bericht in De Hoefslag van 18 juni 2013 (rechtsoverweging 2.19),

- het bericht op de facebook-pagina van de advocaat van [eiseres verkort] (rechtsoverweging 2.20) en

- het facebook-bericht aan de heer [xxxxx] (rechtsoverweging 2.21).

5.16.2.

[eiseres verkort] heeft betwist dat zij onrechtmatig jegens [gedaagde verkort] heeft gehandeld.

5.16.3.

Wat betreft de wijze waarop de oorspronkelijke dagvaarding is uitgebracht, verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor in conventie in rechtsoverweging 5.2. is overwogen. [eiseres verkort] heeft [gedaagde verkort] op goede gronden kunnen dagvaarden op de in artikel 54 lid 2 Rv bedoelde wijze. Voor zover [gedaagde verkort] al heeft willen betogen dat [eiseres verkort] onrechtmatig heeft gehandeld door publicatie van een uittreksel van een exploot dat een te voeren of aanhangige procedure betreft aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie, merkt de rechtbank op dat deze publicatie een bij de wet gegeven voorziening is teneinde te bewerkstelligen dat degene voor wie het exploot bestemd is en van wie de woonplaats niet bekend is, daarmee bekend wordt. De enkele publicatie van zulk een exploot is in beginsel niet onrechtmatig jegens die persoon. Het voorgaande kan naar het oordeel van de rechtbank anders zijn indien degene op wiens verzoek het exploot wordt uitgebracht, dit opzettelijk doet geschieden terwijl hij weet dat het in het exploot vermelde onjuist is, of indien de openbare bekendmaking van het exploot in onnodig grievende bewoordingen wordt gedaan. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake.

Gelet op hetgeen in conventie inhoudelijk is overwogen omtrent de ingestelde vorderingen, is van een opzettelijk creëren van vorderingen door [eiseres verkort] geen sprake. De enkele omstandigheid dat de vordering niet integraal voor toewijzing vatbaar is, brengt niet met zich dat de vordering in zoverre opzettelijk gecreëerd is om [gedaagde verkort] te schaden. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [gedaagde verkort] zijn stellingen op dit punt onvoldoende onderbouwd.

5.16.4.

Wat betreft de hiervoor in rechtsoverweging 5.16.1. genoemde berichtgeving in de media is de rechtbank voorts van oordeel dat evenmin voldoende gesteld is dat [eiseres verkort] opzettelijk heeft medegewerkt aan de totstandkoming van deze berichtgeving om [gedaagde verkort] te schaden. Voorts valt niet in te zien in hoeverre deze berichtgeving onjuist of onnodig grievend is. De berichtgeving betreft slechts een korte, zakelijke en juiste weergave van de toegewezen vorderingen van [eiseres verkort]. De enkele omstandigheid dat daarbij niet is vermeld dat het vonnis bij verstek is gewezen, brengt naar het oordeel van de rechtbank nog niet met zich dat sprake is van onrechtmatig handelen aan de zijde van [eiseres verkort].

5.16.5.

Op grond van het voorgaande zal de gevorderde verklaring voor recht dat [eiseres verkort] onrechtmatig jegens [gedaagde verkort] heeft gehandeld, alsmede de veroordeling tot het betalen van schadevergoeding op te maken bij staat - nog afgezien van de omstandigheid dat [gedaagde verkort] naar het oordeel van de rechtbank niet aannemelijk heeft gemaakt dat door hem enige schade is geleden - worden afgewezen.

5.17.

Afgifte zadel

5.17.1.

[gedaagde verkort] heeft gesteld dat [eiseres verkort] [gedaagde verkort] tijdens haar bezoek in Duitsland heeft gedwongen om een "tailor made" zadel ter waarde van EUR 5.000,00 aan haar af te geven als zekerheid van de nakoming van betalingsverplichtingen jegens [eiseres verkort] ter zake van de pony "Wit Snake". Ondanks de omstandigheid dat aan deze betalingsverplichtingen is voldaan, heeft [eiseres verkort] het zadel niet teruggegeven, aldus [gedaagde verkort]. De vordering van [gedaagde verkort] strekt tot afgifte van dit zadel.

5.17.2.

Hoewel [eiseres verkort] heeft aangegeven dat het zadel door [gedaagde verkort] is afgegeven voor al zijn schulden aan [eiseres verkort], constateert de rechtbank dat [eiseres verkort] bij conclusie van dupliek in reconventie heeft aangegeven dat het zadel - dat volgens haar oud is en nauwelijks enige waarde vertegenwoordigt - voor afgifte beschikbaar is. De rechtbank zal de vordering van [gedaagde verkort] dan ook in zoverre toewijzen.

5.18.

Proceskosten

5.18.1.

[gedaagde verkort] zal als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. De kosten aan de zijde van [eiseres verkort] worden vastgesteld op:

- salaris voor de advocaat EUR 904,00 (2 punten x tarief EUR 452,00).

6 De beslissing

De rechtbank

in conventie

6.1.

vernietigt het verstekvonnis waarvan verzet,

en opnieuw rechtdoende:

6.2.

veroordeelt [gedaagde verkort] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiseres verkort] te betalen een bedrag van EUR 27.221,10, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2013 tot aan de dag der algehele voldoening,

6.3.

veroordeelt [gedaagde verkort] in de kosten van het geding, aan de zijde van [eiseres verkort] tot op heden vastgesteld op EUR 2.094,79,

6.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

6.5.

wijst af het anders of meer gevorderde,

in reconventie

6.6.

veroordeelt [eiseres verkort] het door [gedaagde verkort] in onderpand gegeven zadel aan [gedaagde verkort] af te geven binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis,

6.7.

veroordeelt [gedaagde verkort] in de kosten van het geding, aan de zijde van [eiseres verkort] vastgesteld op EUR 904,00,

6.8.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

6.9.

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2014.1

1 82.