Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:1442

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-03-2014
Datum publicatie
21-03-2014
Zaaknummer
18/830673-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor man die in een korte periode tot vier maal toe op straat van een voorbijganger een telefoon te leen vroeg, deze in zijn zak stak en zich uit de voeten maakte. Ook is bewezen dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan heling.

De rechtbank neemt in haar vonnis geen voorwaardelijk strafdeel op met daaraan gekoppeld de voorwaarde dat de man zich in een psychiatrische kliniek laat behandelen, omdat de man naar het oordeel van de man hiervoor onvoldoende gemotiveerd is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830673-13

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 20 maart 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum]te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats].

thans verblijvende in Huis van Bewaring Zwolle, Huub van Doornestraat 15 te Zwolle.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

6 maart 2014. De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. U. van Ophoven, advocaat te Leek. Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. J.F. Severs.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 26 november 2013 te Groningen, op de openbare weg, te

weten op de hoek Merelstraat/ Koekoeksplein, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk Apple

IPhone 4, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke

diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [aangever 1] en/of[getuige 1].[getuige 1]gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij verdachte

- die [aangever 1] en/of[getuige 1]een mes, heeft voorgehouden/getoond en/of

- die [aangever 1] een mes voor de keel heeft gehouden en/of

- die [aangever 1] dreigend heeft toegevoegd: " als ik je telefoon wil hebben

dan neem ik hem", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 26 november 2013 te Groningen opzettelijk een mobiele

telefoon (merk Apple I-phone 4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [aangever 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welk(e) telefoon verdachte anders dan door misdrijf, te weten als

gebruiker/lener, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

en/of

hij op of omstreeks 26 november 2013 te Groningen [aangever 1] en/of [aangever 2]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware

mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- een mes zichtbaar voor die [aangever 1] en/of[getuige 1]voorgehouden/getoond en/of

- een mes voor de keel van die [aangever 1] gehouden en/of

(daarbij) deze dreigend de woorden toegevoegd : "Als ik je telefoon wil hebben

dan neem ik hem", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 26 november 2013 te Groningen opzettelijk een mobiele

telefoon (van het merk Sony Xperia-S), toebehorende aan [aangever 3], in elk

geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk(e) telefoon verdachte

anders dan door misdrijf, te weten als gebruiker/lener, onder zich had,

wederrechtelijk zich heeft toege-eigend;

3.

hij op of omstreeks 25 november 2013 te Groningen opzettelijk een mobiele

telefoon (merk Samsung type Galaxy, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [aangever 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welk(e) telefoon verdachte anders dan door misdrijf, te weten

gebruiker/lener onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

hij op of omstreeks 24 november 2013 te Groningen, op de openbare weg, te

weten de Paramaribostraat, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

heeft weggenomen een mobiele telefoon (van het merk Aplle I-phone 5),

toebehorende aan[aangever 4], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welke diefstal werd gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld

tegen [aangever 5], gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat hij verdachte

- die [aangever 5] (eerst) een verhaal vertelde over dat hij in Joegoslavië vast had

gezeten voor moord en/of

- ( vervolgens) die [aangever 5] een mes heeft voorgehouden/getoond, althans zichtbaar

heeft vastgehouden voor die [aangever 5];

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 24 november 2013 te Groningen opzettelijk een mobiele

telefoon (van het merk Apple I-phone 5), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [aangever 4] in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welk(e) telefoon verdachte anders dan door misdrijf, te weten

gebruiker/lener, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

en/of

hij op of omstreeks 24 november 2013 te Groningen [aangever 5] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers

heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes zichtbaar voor die [aangever 5]

vastgehouden/getoond;

5.

hij op of omstreeks 03 november 2013 te Groningen met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een mobiele telefoon (merk

Galaxi S3), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 6]

, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 04 november 2013 te Groningen, in elk geval in Nederland,

een mobiele telefoon (merk Samsung Galaxi s3) heeft verworven, voorhanden

heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven

of het voorhanden krijgen van die telefoon wist, althans rederlijkerwijs

moest vermoeden dat het (een) door misdrijf verkregen telefoon betrof.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat op grond van de stukken in het dossier het onder 1 primair, 2, 3, 4 primair en 5 subsidiair ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangevoerd, zakelijk weergegeven, dat verdachte de feiten heeft ontkend. Bij het ontstaan van de verdenking tegen verdachte is het al misgegaan. Er zijn door de verschillende aangevers en getuigen zeer uiteenlopende signalementen van de dader gegeven. Ook kloppen de verschillende tijdstippen die de aangevers en getuigen in hun verklaringen noemen niet bij de verschillende waarnemingen. Uit het dossier blijkt dat [verdachte2], die in de woning verbleef op het moment dat verdachte is aangehouden, twee dagen na de diefstallen de telefoons van aangever [aangever 1] (feit 1) en [aangever 3](feit 2) heeft aangeboden bij de [winkel]. Hieraan kan echter geen enkele zekerheid worden ontleend. Het is niet ondenkbaar dat[verdachte2] zelf de dief is geweest of dat hij de telefoons van iemand anders dan verdachte heeft gekregen. Voorts heeft de raadsman twijfels over de betrouwbaarheid van fotoherkenningen, dan wel over de zekerheid waarmee verdachte herkend zou zijn. Ook heeft verdachte aangegeven meerdere aangevers te kennen, terwijl de aangevers tijdens de fotoconfrontaties allen hebben verklaard dat er in de fotoselectie geen personen voorkwamen die zij kenden van een andere situatie.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde heeft de raadsman daarnaast opgemerkt dat aangever[getuige 1]niet heeft benoemd dat het mes tegen de keel of richting de keel is gehouden.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde is de raadsman van mening dat verdachte weliswaar een telefoon heeft ingeleverd bij [winkel], maar dat verdachte deze telefoon voor een ander heeft ingeleverd. Verdachte wist niet en heeft ook niet kunnen weten dat deze telefoon van diefstal afkomstig was. De raadsman is dan ook van mening dat verdachte dient te worden vrijgesproken van al hetgeen aan hem is ten laste gelegd.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen, telkens zakelijk weergegeven.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 26 november 2013, opgenomen op pagina 23 e.v. van dossier nr. PL01KN-2013133550 d.d. 7 januari 2014, inhoudende de verklaring van[aangever 1] zakelijk weergegeven:

Toen we op 26 november 2013 op de fiets reden werden we benaderd door een man. Ik hoorde de man toen in het Engels tegen mij zeggen: "Het is een spoedgeval. Ik wil mijn vriend bellen, mag ik jouw telefoon gebruiken?". Ik pakte mijn telefoon, een Apple iPhone 4, uit mijn broekzak. Ik opende de telefoon door het password te ontgrendelen en gaf de telefoon aan de man. Ik zag dat de man mijn telefoon vast bleef houden. Ik zei tegen hem dat ik mijn telefoon terug wilde hebben. Ik zag de man de telefoon vervolgens in zijn broekzak stoppen. Ik zag dat de man vervolgens een mes uit zijn rechter zak pakte. Ik zag dat hij deze op mijn keel richtte. Het mes was ongeveer 20 à 30 centimeter van mij af. Ik zag dat de man vervolgens op zijn fiets sprong en wegfietste naar de straat waar de politie later kwam. De man kan ik als volgt omschrijven: ongeveer 25 jaar oud, 1,75 meter, smal postuur, bruin kort haar, geen bril geen baard geen snor een blauwe of bruine jas zonder capuchon, een donkere of grijze jogging broek en hij droeg zijn sokken over zijn joggingbroek.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 26 november 2013, opgenomen op pagina 37 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de getuigenverklaring van [getuige 1], zakelijk weergegeven:

Ik zag een man staan en zag dat hij een fiets bij zich had. Hij vroeg ons: "Kan ik je telefoon gebruiken?". [aangever 1] gaf zijn telefoon, een iPhone, kleur zwart, aan de man. [aangever 1]ontgrendelde het toetsenbord en gaf de telefoon aan de man.

Hij probeerde te bellen. Ik zag dat hij de telefoon in zijn linker broekzak liet zakken en dat hij uit zijn rechter broekzak een mes pakte. Ik zag dat de man het mes open klapte. De man hield het mes langs zijn lichaam. Ik voelde mij hierdoor bedreigd. Ik was bang dat hij het mes tegen mij of [aangever 1] zou gebruiken. Hij zei: "Ik ben terug in twee minuten." De man liep hierna weg. Ik kan het volgende signalement van de man geven: hij droeg een joggingbroek, licht grijs. Hij had de broekspijpen bij zijn sokken in. Hij droeg een dun donker jack. Hij droeg sneakers. De man was ongeveer 1.80 meter lang. Hij was ongeveer mijn lengte. Zeker niet langer dan 1.85 meter. Hij was blank. Hij droeg een muts, donker van kleur. De muts bedekte zijn haar. Hij had geen lang haar. Normaal postuur, normaal gezicht. Leeftijd ongeveer 25 jaar.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 27 november 2013, opgenomen op pagina 27 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 26 november 2013 omstreeks 22.30 uur waren wij belast met algemene surveillance in de stad Groningen. Omstreeks genoemd tijdstip hoorden wij van collega's dat er de afgelopen avond twee berovingen /diefstallen hadden plaats gevonden in de stad Groningen, waarbij telefoons waren buit gemaakt. Er is toen een burgernetmelding uitgegaan. Via de burgernetmelding kwam binnen dat de persoon die aan het opgegeven signalement voldeed zou verblijven op het adres [adres]55 te Groningen. Wij begaven ons vervolgens naar het adres, [adres]55 te Groningen. Wij troffen de ons ambtshalve bekende [verdachte], aan. Wij zagen dat [verdachte] op een matras in de kamer zat. Wij zagen dat[verdachte] een grijskleurige joggingbroek droeg. Wij zagen dat de onderzijde van de pijpen van die broek strak om zijn enkels zaten. Wij zagen dat Wiltjer ook verder qua signalement overeenkwam met het opgegeven signalement.

Een proces-verbaal van voorbereiding van fotobewijsconfrontatie d.d. 29 november 2013, opgenomen op pagina 35 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 28 november 2013, heb ik, Marcus Bollema, Senior Intelligence van Politie Groningen, aangewezen als terzake deskundig confrontatieleider van fotobewijsconfrontaties, naar aanleiding van een op 26 november 2013 gepleegde straatroof te Groningen, in Buro Schweitzerlaan 1 te Groningen, een simultane fotobewijsconfrontatie samengesteld met de bedoeling de aangever:

[aangever 1] te confronteren met 9 foto's van personen, waaronder een foto van de verdachte [verdachte], De foto van de verdachte en de foto's van de figuranten plaatste ik in willekeurige volgorde op de plaatsen met de nummers 1 t/m 9 in een document.

De foto van de verdachte kwam op plaats nummer 2 (twee).

Een proces-verbaal van fotobewijsconfrontatie d.d. 2 december 2013, opgenomen op pagina 33 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Aan aangever[aangever 1] werden een 9-tal foto's getoond.

lk liet de fotoselectie ongeveer 3 seconden aan de aangever zien. lk zag dat de aangever met enige opwinding overtuigend foto 2 aanwees.

Een proces-verbaal van voorbereiding van fotobewijsconfrontatie d.d. 29 november 2013, opgenomen op pagina 41 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 28 november 2013, heb ik, Marcus Bollema, Senior Intelligence van Politie Groningen, aangewezen als terzake deskundig confrontatieleider van fotobewijsconfrontaties, naar aanleiding van een op 26 november 2013 gepleegde straatroof te Groningen, in Buro Schweitzerlaan 1 te Groningen, een simultane fotobewijsconfrontatie samengesteld met de bedoeling de getuige:

[getuige 1] te confronteren met 9 foto's van personen, waaronder een foto van de verdachte [verdachte], De foto van de verdachte en de foto's van de figuranten plaatste ik in willekeurige volgorde op de plaatsen met de nummers 1 t/m 9 in een document.

De foto van de verdachte kwam op plaats nummer 7 (zeven).

Een proces-verbaal van fotobewijsconfrontatie d.d. 2 december 2013, opgenomen op pagina 39 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Aan getuige [getuige 1]werden een 9-tal foto's getoond.

lk liet de fotoselectie ongeveer 20 seconden aan de getuige zien.

Ik zag dat de getuige[getuige 1]eerst foto 9 aanwees. Ik hoorde dat getuige zei dat hij zich vergiste en direct daarop foto 7 aanwees. Hij zei dat dit de man was, die de telefoon had gestolen.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 12 december 2013, opgenomen op pagina 30 van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 12 december 2013 te 11:00 uur controleerde ik, verbalisant, het doorlopend register van de telefoonwinkel genaamd [winkel], gevestigd in perceel [adres winkel]. Ik, verbalisant, zag dat verdachte[verdachte2] op 28 november 2013 3 mobiele telefoontoestellen aan de eigenaar van de winkel [winkel] had verkocht. Tijdens de controle van de imeinummers van deze telefoons in de politiesystemen zag ik, verbalisant, dat het telefoontoestel merk Apple, type iPhone 4 en voorzien imeinummer 013183002151198 van diefstal afkomstig was. Ik, verbalisant, zag in de politiesystemen dat aangever [aangever 1] op 26 november 2013 aangifte van diefstal had gedaan van vermelde telefoon. De verdachte had zich tijdens de verkoop gelegitimeerd met een geldig op zijn naam staande identiteitskaart. Van deze identiteitskaart was door de eigenaar van de winkel een kopie gemaakt.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 12 december 2013, opgenomen op pagina 61 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van verdachte[verdachte2], zakelijk weergegeven:

Vraag:[verdachte2], de politie heeft onderzoek gedaan in het doorlopend register van "[winkel]" aan de Nieuweweg te Groningen. Uit dit register bleek dat jij op donderdag 28 november 2013 een drietal telefoons bij deze winkel hebt verkocht. Twee telefoons waren van het merk Apple iPhone 45 en één telefoon was van het merk Sony Ericsson. Uit de gegevens blijkt dat je voor deze telefoons een bedrag van 400 euro hebt ontvangen van de eigenaar van de winkel. Je hebt je gelegitimeerd met een identiteitskaart. Hiervan werd door de eigenaar van de winkel een kopie gemaakt. Wat heb je hierop te zeggen?

A:Klopt, ik ben daar geweest. Ik ben echter niet degene geweest die de daar iets verkocht heeft. Dat was een Tunesische jongen aan wie ik mijn identiteitsbewijs heb geleend.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 12 december 2013, opgenomen op pagina 66 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van getuige[verdachte2].[verdachte2], zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 26 november 2013 bevond ik mij in de woning aan de [adres]55 te Groningen. Ik weet me nog te herinneren dat die dag de mij bekende [verdachte] aan de deur kwam. [verdachte] werd binnengelaten. Het was al donker buiten. Ik heb hem dan ook toegelaten op mijn kamer. Op een gegeven moment kwam de politie binnen en werd [verdachte] aangehouden.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 27 november 2013, opgenomen op pagina 66 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [aangever 3], zakelijk weergegeven:

Ik zag dat aan de overkant van de Korreweg een man stond. Ik zag dat de man de weg overstak en naar mij toe kwam. De man had een fiets aan de hand. De man zag er als volgt uit:

-Ongeveer 30 jaar,

-Blanke man, hij leek op een Pool, maar ik schat hem ook wel een

beetje Indonesisch,

-Bruine ogen, beetje bolle ogen,

-Plooien in het gezicht, vooral op zijn wangen,

-Legergroene jas met capuchon,

-Grijze trainingsbroek, merkloos,

-Witte schoenen, merk Nike Airmax, afgesleten,

-Donker kleurige muts,

-Blauwe tekst "BREAKERS" op de voorzijde muts,

-Man reed op blauwe stadsfiets.

De man vroeg aan mij of hij mocht bellen. Omdat ik goed van vertrouwen was en ik ook wel een beetje werd overrompeld door de man, gaf ik mijn mobiele telefoon aan de man. De mobiele telefoon, die ik bij me had, was van het merk Sony Xperia-S, kleur zwart. Vervolgens stapte de man op zijn fiets en reed weg in de richting van de Hamburgerstraat. De man ging er niet vandoor. Ik volgde de man op korte afstand met mijn scooter. Aan het eind van de Star Numanstraat zei de man dat ik daar even moest wachten. Ik zag dat de man op dat moment met mijn mobiele telefoon aan het bellen was, althans hij had het toestel aan zijn oor. Ik denk dat ik ongeveer 20 seconden heb gewacht en zag dat de man aan wie ik mijn telefoon had gegeven nergens meer was te bekennen

Een proces-verbaal van voorbereiding van fotobewijsconfrontatie d.d. 29 november 2013, opgenomen op pagina 72 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 28 november 2013, heb ik, Marcus Bollema, Senior Intelligence van Politie Groningen, aangewezen als terzake deskundig confrontatieleider van fotobewijsconfrontaties, naar aanleiding van een op 26 november 2013 gepleegde straatroof te Groningen, in Buro Schweitzerlaan 1 te Groningen, een simultane fotobewijsconfrontatie samengesteld met de bedoeling de aangever:

[aangever 3], te confronteren met 9 foto's van personen, waaronder een foto van de verdachte [verdachte], De foto van de verdachte en de foto's van de figuranten plaatste ik in willekeurige volgorde op de plaatsen met de nummers 1 t/m 9 in een document.

De foto van de verdachte kwam op plaats nummer 5 (vijf).

Een proces-verbaal van fotobewijsconfrontatie d.d. 28 november 2013, opgenomen op pagina 70 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Aan aangever [aangever 3] werden een 9-tal foto's getoond.

"lk liet de fotoselectie ongeveer 10 seconden aan aangever zien.

lk hoorde dat aangever [aangever 3] zei:" Deze komt mij wel heel bekend voor. Volgens mij is dat hem. Ik zag dat aangever daarbij foto 5 aanwees."

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 12 december 2013, opgenomen op pagina 61 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van verdachte [verdachte2], zakelijk weergegeven:

Vraag:[verdachte2], de politie heeft onderzoek gedaan in het doorlopend register van "[winkel]" aan de Nieuweweg te Groningen. Uit dit register bleek dat jij op donderdag 28 november 2013 een drietal telefoons bij deze winkel hebt verkocht. Twee telefoons waren van het merk Apple iPhone 45 en één telefoon was van het merk Sony Ericsson. Uit de gegevens blijkt dat je voor deze telefoons een bedrag van 400 euro hebt ontvangen van de eigenaar van de winkel. Je hebt je gelegitimeerd met een identiteitskaart. Hiervan werd door de eigenaar van de winkel een kopie gemaakt. Wat heb je hierop te zeggen?

A:Klopt, ik ben daar geweest. Ik ben echter niet degene geweest die de daar iets verkocht heeft. Dat was een Tunesische jongen aan wie ik mijn identiteitsbewijs heb geleend.

Een proces-verbaal van verhoor d.d. 12 december 2013, opgenomen op pagina 66 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van getuige [verdachte2] zakelijk weergegeven:

Op dinsdag 26 november 2013 bevond ik mij in de woning aan de [adres]55 te Groningen. Ik weet me nog te herinneren dat die dag de mij bekende [verdachte] aan de deur kwam. [verdachte] werd binnengelaten. Het was al donker buiten. Ik heb hem dan ook toegelaten op mijn kamer. Op een gegeven moment kwam de politie binnen en werd [verdachte] aangehouden.

Een proces-verbaal van bevinden d.d. 18 december 2013, opgenomen op pagina 74 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 12 december 2013 omstreeks 14:00 uur controleerde ik, verbalisant, het doorlopend register van de telefoonwinkel [winkel], gevestigd in perceel [adres winkel]. Ik, verbalisant, zag dat verdachte[verdachte2] op 28 november 2013 3 telefoontoestellen aan de eigenaar van de winkel verkocht. Tijdens de controle van de imeinummers van deze toestellen in de politiesystemen zag ik, verbalisant, dat het telefoontoestel merk Sony Ericsson voorzien van het imeinummer 351710051318730 mogelijk van diefstal afkomstig was. Ik, verbalisant, zag namelijk dat aangever [aangever 3]op woensdag 27 november 2013 aangifte had gedaan van diefstal zijn mobiele telefoon merk Sony Ericsson welke volgens de aangever was voorzien van het imeinummer 351710057318730. Ik, verbalisant, zag dat dit imeinummer op een (1) nummer verschilde van het door verdachte[verdachte2] verkochte toestel. Hierop heb ik, verbalisant, telefonisch contact opgenomen met de moeder van aangever[aangever 3]. Deze verklaarde dat zij het imeinummer via de provider had achterhaald en opgeschreven. De moeder van aangever verklaarde dat het imeinummer moest zijn: 351710051318730 dit betrof dus het weggenomen toestel.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 25 november 2013, opgenomen op pagina 77 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [aangever 4], zakelijk weergegeven:

Vandaag, maandag 25 november 2013 omstreeks 08.25 uur stond ik ter hoogte van het Wielewaalplein te Groningen. Op een gegeven moment kwam er een man aan op de fiets. Hij zei: "Heb je een vuurtje voor mij en mag ik je telefoon even lenen?".

Ik heb toen mijn telefoon overhandigd. Ik heb het nummer ingetoetst voor de man. De man hield mijn telefoon nog geen twee seconden tegen zijn oor aan en zei vervolgens dat de telefoon het niet deed. De man zei dat ik even met hem mee moest fietsen. Ik ben met hem meegefietst richting de Heymanslaan.

De man is richting Deliplein gefietst en ik bleef achter. Ik heb nog op hem gewacht, maar hij is niet meer terug gekomen, iets wat ik al wel had verwacht.

De man zag er als volgt uit;

-blanke man

-ongeveer 1.75m lang

-tenger postuur

-hij vertelde dat hij 42 jaar was, zelf schatte ik hem op 40 jaar

-ingevallen gezicht

-pokdalig en vlekkerige huid

-hij had geen baard, snor, piercings of tatoeages die opvielen

-hij droeg een muts, kleur weet ik niet meer

-hij droeg een jas, volgens mij donker maar dat weet ik niet meer zeker

-hij droeg volgens mij een trainingsbroek

-schoeisel is mij onbekend

Mijn mobiele telefoon is van het merk Samsung, type Galaxy 53. De telefoon is blauw van kleur.

Een proces-verbaal van voorbereiding van fotobewijsconfrontatie d.d. 3 december 2013, opgenomen op pagina 83 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 28 november 2013, heb ik, Marcus Bollema, Senior Intelligence van Politie Groningen, aangewezen als terzake deskundig confrontatieleider van fotobewijsconfrontaties, naar aanleiding van een op 26 november 2013 gepleegde straatroof te Groningen, in Buro Schweitzerlaan 1 te Groningen, een simultane fotobewijsconfrontatie samengesteld met de bedoeling de aangever:

[aangever 4], te confronteren met 9 foto's van personen, waaronder een foto van de verdachte [verdachte], De foto van de verdachte en de foto's van de figuranten plaatste ik in willekeurige volgorde op de plaatsen met de nummers 1 t/m 9 in een document.

De foto van de verdachte kwam op plaats nummer 2 (twee).

Een proces-verbaal van fotobewijsconfrontatie d.d. 3 december 2013, opgenomen op pagina 81 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Aan aangever [aangever 4] werden een 9-tal foto's getoond.

"Ik liet de fotoselectie ongeveer 10 seconden aan aangever zien.

Ik zag dat aangever foto 2 aanwees, en zei: hij lijkt veel op de persoon die mij heeft beroofd."

Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 24 november 2013, opgenomen op pagina 86 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [aangever 5] zakelijk weergegeven:

Ik bevond mij op zondag 24 november 2013 omstreeks 22:30 uur op de Paramaribostraat te Groningen. Ik zag een man hard aan komen fietsen.

Toen de man bij mij kwam vroeg hij mij of ik een mobiele telefoon bij me had en of hij die mocht gebruiken in verband met een spoedgeval. De man gaf mij een telefoonnummer wat ik voor hem begon in te toetsen op mijn mobiel.

Terwijl ik het nummer voor hem intoetste pakte de man mijn mobiele telefoon uit mijn hand.

Ik zag dat de man die met mijn telefoon belde een blanke man was, hij had kort gedekt haar, een bovenop een beetje kalend haar. De man had bruine ogen. Ik hoorde dat de man niet echt met een accent sprak, maar wel sprak hij met straattaal. De man sprak wel heel snel en was moeilijk te verstaan.

Ik schat de man op ongeveer 30 jaar oud. De man had een normaal postuur. Ik schat de man op 1.75 meter tot 1.80 lang. Ondertussen zag ik dat de man probeerde weg te lopen, in de richting van de West-Indischekade, richting het kanaal. Ik liep een eindje met hem mee, maar wilde niet verder gaan en wilde mijn mobiel terug. Ik zag dat de man deze mobiel in zijn jaszak stopte. Ik hoorde dat de man tegen mij zei dat ik met hem mee kon gaan. Ik weigerde.

Ik wilde mijn telefoon terug. De man zei dat ik wel met hem mee kon lopen, maar dat wilde ik niet. Ik probeerde mijn telefoon terug te pakken. Ik kreeg de telefoon niet te pakken. Ik heb zelf nog geprobeerd om de rits van de jaszak te openen. Ik zag dat hij uit dezelfde jaszak een klein mes pakte en dit liet hij ter hoogte van zijn heup vast en liet het zo aan mij zien.

Hierop is de man op zijn fiets gestapt en weggefietst in de richting van de West-Indischekade. De weggenomen telefoon betreft een Apple iPhone 5, zwart van kleur. Het toestel had een zwarte hoes.

Een proces-verbaal van voorbereiding van fotobewijsconfrontatie d.d. 3 december 2013, opgenomen op pagina 92 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 28 november 2013, heb ik, Marcus Bollema, Senior Intelligence van Politie Groningen, aangewezen als terzake deskundig confrontatieleider van fotobewijsconfrontaties, naar aanleiding van een op 26 november 2013 gepleegde straatroof te Groningen, in Buro Schweitzerlaan 1 te Groningen, een simultane fotobewijsconfrontatie samengesteld met de bedoeling de aangever:

[aangever 5] te confronteren met 9 foto's van personen, waaronder een foto van de verdachte [verdachte], De foto van de verdachte en de foto's van de figuranten plaatste ik in willekeurige volgorde op de plaatsen met de nummers 1 t/m 9 in een document.

De foto van de verdachte kwam op plaats nummer 5 (vijf).

Een proces-verbaal van fotobewijsconfrontatie d.d. 9 december 2013, opgenomen op pagina 90 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Aan aangever [aangever 5] werden een 9-tal foto's getoond.

"Ik liet de fotoselectie ongeveer 5 seconden aan aangever zien.

Ik zag dat aangever foto 5 aanwees, en zei: dat hij daar geen moment over hoefde te twijfelen.

Ten aanzien van het onder 5 ten laste gelegde

De verklaring van verdachte, afgelegd op de terechtzitting van 6 maart 2014, inhoudende zakelijk weergegeven:

Ik ben wel in de [winkel] geweest. Ik heb daar een Samsung S3 mini ingeleverd. Ik kreeg deze telefoon van iemand met het verzoek aan mij om deze telefoon daar in te leveren. Ik heb hier 20 euro voor gekregen. Ik weet niet hoe de persoon heet van wie ik die telefoon kreeg.

Een proces-verbaal verbaal verhoor d.d. 18 december 2013, opgenomen op pagina 59 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van verdachte, zakelijk weergegeven:

Ik heb deze telefoon voor iemand anders ingeleverd. Iemand die dealt, vroeg mij om de telefoon in te leveren. In ruil heb ik geld of drugs gekregen.

Een proces-verbaal van aangifte d.d. 7 november 2013, opgenomen op pagina 104 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van[aangever 6], zakelijk weergegeven:

Op zondag 03 november 2013 omstreeks 14.45 fietste mijn zoon, [naam zoon] van 17 december 2000 te Groningen, met 3 vrienden door de Poelestraat te Groningen. Ter hoogte van de Poelestraat werd mijn zoon aangesproken door een man. De man was blank, ongeveer 185 cm lang, witte Nikeschoenen, zwarte Juventus trainingsbroek, en een zwart petje op. De man had een Oost-Europees accent. Hij vroeg mijn zoon of hij even mocht bellen. Mijn zoon twijfelde maar had al wel de telefoon in zijn hand. Dit betrof mijn telefoon die ik aan hem had gegeven. Op dat moment pakte de man de telefoon uit zijn hand en vluchtte er op de fiets vandoor richting de Poelebrug.

Details van Telefoon-communicatieap, Samsung, Galaxi S3 mini, donkerblauw.

Een proces-verbaal van bevinden d.d. 29 november 2013, opgenomen op pagina 107 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de relatering van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op vrijdag 29 november 2013 te 11:00 uur controleerde ik, verbalisant, het doorlopend register van de telefoonwinkel [winkel], gevestigd in perceel [adres winkel]. Ik, verbalisant, zag ik het register dat verdachte[verdachte] op 4 november 2013 een telefoon merk Samsung S3 mini, met blauw hoesje en voorzien van het imeinummer 356937059030349 aan de eigenaar van de telefoonwinkel had verkocht. Tijdens de controle van het imeinummer van vermelde telefoon in de politiesystemen zag ik, verbalisant, dat dit toestel van diefstal afkomstig was.

Ik, verbalisant, zag dat aangever[aangever 6] op 7 november 2013 aangifte van diefstal van vermelde telefoon had gedaan had gedaan. Volgens aangever [aangever 6] was de telefoon op 3 november weggenomen. Door de eigenaar van vermelde telefoonwinkel wordt een doorlopend register bijgehouden. De eigenaar houdt hierin bij van wie hij telefoons koopt en controleert aan de hand van het identiteitsbewijs van de verkopende partij of dit degene is van wie hij de telefoon koopt. Verder maakt de eigenaar een kopie van het identiteitsbewijs van de verkopende partij. Bij dit Proces-verbaal wordt een kopie van het doorlopend register van de telefoonwinkel Mobiel Unlimited gevoegd. Het identiteitsbewijs van de verkopende partij van een Samsung S3 is van verdachte [verdachte] (man), geboren op [geboortedatum]te Amsterdam. 1

Vrijspraak van het onder 1 primair, 4 primair en 5 primair ten laste gelegde

De rechtbank is ten aanzien van het onder 1 primair en 4 primair ten laste gelegde van oordeel dat op grond van bovenstaande bewijsmiddelen niet kan worden bewezen dat verdachte de telefoons heeft weggenomen met het oogmerk tot wederrechtelijke toe-eigening. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het onder 1 primair en 4 primair ten laste gelegde.

De rechtbank is voorts van oordeel dat op grond van de stukken in het dossier niet kan worden bewezen dat verdachte de telefoon van [aangever 6] heeft gestolen. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van de diefstal van de telefoon.

Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Ten aanzien van het onder 1 subsidiair, 2, 3 en 4 subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde kan worden bewezen dat verdachte de telefoon anders dan door misdrijf onder zich heeft gehad, te weten als gebruiker/ lener en dat verdachte zich deze telefoon vervolgens wederrechtelijk heeft toegeëigend. Verdachte heeft aangever [aangever 1] gevraagd of hij in verband met een spoedgeval zijn telefoon even mocht gebruiken. Op het moment dat verdachte werd aangehouden constateerde de politie dat het signalement van verdachte op belangrijke punten overeenkwam met het opgegeven signalement van de dader.

Voorts hebben aangever en getuige[getuige 1]verdachte herkend bij een fotoconfrontatie, waarbij de herkenning door [aangever 1] als zeer overtuigend kan worden aangemerkt.

Daarnaast blijkt uit de bewijsmiddelen dat R.[verdachte2], die in de woning aan de [adres]55 te Groningen verbleef waar verdachte werd aangehouden, de telefoon van aangever [aangever 1] heeft ingeleverd bij [winkel].

De rechtbank is dan ook van oordeel dat het verdachte is geweest die de telefoon van [aangever 1] heeft verduisterd en acht het onder 1 subsidiair ten laste dan ook bewezen.

De rechtbank is van oordeel dat het onder 2, 3 en 4 subsidiair ten laste gelegde grote overeenkomsten vertoont met het onder 1 subsidiair ten laste gelegde. Er is sprake van een herkenbare, specifieke modus operandi van verdachte. Uit de aangiftes van het onder 2, 3, en 4 subsidiair ten laste gelegde blijkt dat de werkwijze van de dader bij deze afzonderlijke feiten telkens sterk overeenkomt met het onder 1 subsidiair ten laste gelegde. De aangevers werden allen aangesproken door een man, die al dan niet in verband met een spoedgeval de telefoon van de aangevers wilde lenen. De aangevers werden verbaal dan wel met een mes bedreigd of werd de aangevers gevraagd om even mee te komen. Kort nadat de aangevers de telefoon aan de dader hadden gegeven, fietste de dader zonder de telefoon weer terug te geven, weg.

Het signalement dat de aangevers van de onder 2, 3 en 4 subsidiair ten laste gelegde feiten hebben gegeven van de dader, lijkt voorts op onderdelen op het signalement dat aangever [aangever 1] en getuige[getuige 1]hebben gegeven.

Bovendien acht de rechtbank het van belang dat de ten laste gelegde feiten in een tijdsbestek van 3 dagen zijn gepleegd en alle zijn gepleegd aan de Oostkant van de stad Groningen. Ook is in aanmerking genomen dat uit het dossier niet blijkt dat na de aanhouding en inverzekeringstelling van verdachte nog aangiftes van verduisteringen met een soortgelijke modus operandi bij de politie zijn binnengekomen.

Daarnaast blijkt uit de bewijsmiddelen dat [verdachte2], de persoon die in dezelfde woning verbleef op het moment dat verdachte werd aangehouden, ook de telefoon van aangever

[aangever 3] heeft ingeleverd bij [winkel].

Gelet op het herkenbare en gelijksoortige (gedrags)patroon gebruikt de rechtbank de bewijsmiddelen die ten grondslag liggen aan de bewezenverklaring van het onder 1subsidiair ten laste gelegde, ook voor het onder 2, 3 en 4 subsidiair ten laste gelegde.

De rechtbank is derhalve van oordeel dat, gelet op alle bewijsmiddelen in onderling verband en samenhang beschouwd, verdachte ook het onder 2, 3 en 4 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan.

Ten aanzien van het onder 5 subsidiair ten laste gelegde

De rechtbank acht op grond van voornoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte de telefoon voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen terwijl hij, gelet op het gebeuren, redelijkerwijs kon vermoeden dat deze telefoon van diefstal afkomstig was. Verdachte heeft zelf verklaard dat hij de telefoon op verzoek van een dealer heeft ingeleverd in ruil voor geld of drugs en dat hij daar 20 euro voor heeft gekregen. Het is een feit van algemene bekendheid dat dealers door hun klanten wel met gestolen goederen worden betaald. Verdachte had derhalve op zijn minst moeten nagaan of deze telefoon gestolen was.

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 subsidiair en 5 subsidiair ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij op 26 november 2013 te Groningen opzettelijk een mobiele

telefoon (merk Apple iPhone 4), toebehorende aan[aangever 1] welke telefoon verdachte anders dan door misdrijf, te weten als gebruiker/lener, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

en

hij op 26 november 2013 te Groningen [aangever 1] en [getuige 1]

heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend

- een mes zichtbaar voor die [aangever 1] en[getuige 1]voorgehouden/getoond en

- een mes voor de keel van die [aangever 1] gehouden.

2.

hij op 26 november 2013 te Groningen opzettelijk een mobiele

telefoon (van het merk Sony Xperia-S), toebehorende aan [aangever 3],

welke telefoon verdachte anders dan door misdrijf, te weten als gebruiker/lener, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

3.

hij op 25 november 2013 te Groningen opzettelijk een mobiele

telefoon (merk Samsung type Galaxy), toebehorende aan [aangever 4], welke telefoon verdachte anders dan door misdrijf, te weten gebruiker/lener onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

4.

hij op 24 november 2013 te Groningen opzettelijk een mobiele

telefoon (van het merk Apple iPhone 5), toebehorende aan [aangever 5], welke telefoon verdachte anders dan door misdrijf, te weten gebruiker/lener, onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

en/of

hij op 24 november 2013 te Groningen [aangever 5] heeft bedreigd met

enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een mes zichtbaar voor die [aangever 5] vastgehouden/getoond;

5.

hij op 4 november 2013 te Groningen, een mobiele telefoon (merk Samsung Galaxi s3) voorhanden heeft gehad en heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen van die telefoon redelijkerwijs moest vermoeden dat het een door misdrijf verkregen telefoon betrof.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 en 5 subsidiair meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen hersteld. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1 Verduistering

en

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

2 Verduistering;

3 Verduistering;

4 Verduistering

en

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

5 Schuldheling.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft primair gevorderd om, in afwachting van de resultaten van een intakegesprek op 7 april 2014 bij FPK te Assen, de zaak aan te houden.

Subsidiair heeft de officier van justitie gevorderd om aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden op te leggen (met aftrek).

Standpunt verdediging

De raadsman heeft zich verzet tegen aanhouding van de zaak. Mocht de rechtbank tot een veroordeling komen dan is de raadsman van mening dat ervan uit kan worden gegaan dat het intakegesprek van bij FPK in Assen positief zal verlopen. De raadsman acht een deels voorwaardelijk gevangenisstraf, met daaraan gekoppeld de bijzondere voorwaarden als genoemd in het reclasseringsrapport d.d. 9 januari 2014, passend.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de

ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de over hem opgemaakte rapportage, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt een aanzienlijk aantal verduisteringen van telefoons, twee bedreigingen met enig misdrijf tegen het leven gericht en schuldheling.

Ten aanzien van de verduisteringen van de telefoons en de daarmee gepaard gaande bedreigingen merkt de rechtbank op dat deze qua ernst en impact kunnen worden gelijk gesteld aan een straatroof. Verdachte hanteerde steeds grotendeels dezelfde modus operandi en vroeg de aangevers of hij hun telefoon mocht lenen. In twee gevallen heeft verdachte de aangevers, die trachtten hun telefoon van hem terug te krijgen, met een mes bedreigd. De rechtbank rekent verdachte deze feiten zwaar aan, te meer nu verdachte zich in het verleden ook heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank ziet geen reden om de zaak aan te houden in afwachting van de resultaten van het intakegesprek bij de FPK te Assen. De rechtbank is van oordeel dat uit het reclasseringsrapport d.d. 9 januari 2014 naar voren komt dat verdachte niet intrinsiek gemotiveerd is voor een behandeling. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarde een behandeling.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.

Benadeelde partij

[aangever 1] (feit 1) en[aangever 4] (feit 3) hebben zich voor de aanvang van de terechtzitting als benadeelde partij in het strafproces gevoegd door middel van indiening van het voorgeschreven formulier bevattende de opgave van een vordering tot vergoeding van door hen geleden schade, alsmede de gronden waarop deze berusten.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie is van mening dat ten aanzien van de vordering van [aangever 1] in totaal een bedrag van € 300,- dient te worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Hierbij heeft de officier van justitie rekening gehouden met de afschrijving van de telefoon, nu uit de bijgevoegde bon blijkt dat de telefoon op

5 januari 2013 is gekocht.

De benadeelde [aangever 4] dient niet ontvankelijk te worden verklaard in zijn vordering nu deze vordering onvoldoende is onderbouwd.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft aangeven bij een bewezenverklaring te kunnen vinden in het voorstel van de officier van justitie.

Beoordeling

De rechtbank is, overeenkomstig hetgeen door de officier van justitie is aangevoerd, van oordeel dat ten aanzien van de vordering van[aangever 4]in totaal een bedrag van € 300,- dient te worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Hierbij heeft de rechtbank rekening gehouden met de afschrijving van de telefoon, nu uit de bijgevoegde bon blijkt dat de telefoon op 5 januari 2013 is gekocht. De rechtbank verklaart de benadeelde partij voor het overige deel van de vordering niet ontvankelijk.

De rechtbank zal de vordering van benadeelde [aangever 4] niet ontvankelijk verklaring, nu deze vordering onvoldoende is onderbouwd.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 57, 285, 321 en 417bis van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 4, primair en 5 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 2, 3, 4 subsidiair en 5 subsidiair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht, tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde

Wijst de vordering van de benadeelde partij [aangever 1] toe tot na te melden bedrag en veroordeelt verdachte tot betaling aan deze benadeelde partij van een bedrag van € 300,- (zegge: driehonderd euro).

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij voor het overige niet ontvankelijk is en dat dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Veroordeelt verdachte in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot heden begroot op nihil.

Legt aan verdachte de verplichting op aan de staat, ten behoeve van het slachtoffer

[aangever 1], te betalen een bedrag van € 300,- (zegge: driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 6 dagen, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft.

Bepaalt daarbij dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de staat ten behoeve van het slachtoffer [aangever 1]daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij dit bedrag te betalen komt te vervallen en omgekeerd, dat, indien verdachte aan de benadeelde partij het opgelegde bedrag heeft betaald, daarmee de verplichting tot betaling aan de staat van dit bedrag komt te vervallen.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [aangever 4] niet ontvankelijk is en dat deze slechts bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht.

Bepaalt dat deze benadeelde partij en verdachte de eigen kosten dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. L.M.E Kiezebrink, voorzitter, mr. P.H.M. Smeets en

mr. J.V. Nolta, rechters, bijgestaan door mr. E.A.B de Jong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 20 maart 2014.

1 Zie pagina 108 van voornoemd proces-dossier