Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2014:1005

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-02-2014
Datum publicatie
28-02-2014
Zaaknummer
18/830399-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. Verdachte veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 273f, geldigheid: 2014-02-28
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer 18/830399-12 en 18/670511-12 (ter terechtzitting gevoegd)

Op tegenspraak

Raadsvrouw: mr. M.J. van Essen

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

17 februari 2014 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte]

geboren te[geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in P.I. Vught.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van

20 december 2012, 18 maart 2013, 13 juni 2013, 5 september 2013, 2 december 2013 en 3 februari 2014.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Parketnummer 18/830399-12:

1.

hij in of omstreeks de periode van 15 februari 2012 tot en met 3 maart 2012,

in de gemeente Groningen en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

A

een ander, te weten [aangeefster 1], door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft/hebben

(aan)geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [aangeefster 1] (sub 1°);

en/of

B

een ander, te weten [aangeefster 1], door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft/hebben

gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten dan wel onder voornoemde omstandigheden enige handelingen heeft/hebben ondernomen waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat die [aangeefster 1] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van arbeid en/of diensten (sub 4°);

en/of

C

opzettelijk voordeel heeft/hebben getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten [aangeefster 1] (sub 6°);

en/of

D

een ander, te weten [aangeefster 1], door dwang, geweld of een andere feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft/hebben

gedwongen dan wel heeft/hebben bewogen verdachte en/of zijn mededader(s) te bevoordelen uit de opbrengst(en) van haar seksuele handelingen met of voor een derde (sub 9°);

bestaande die dwang, dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die dreiging met geweld of andere feitelijkhe(i)d(en), misleiding dan wel dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of misbruik van een kwetsbare positie en/of dat getrokken voordeel en/of de overige hierboven omschreven handelingen (onder meer) hieruit dat verdachte en/of zijn mededader(s):

- die [aangeefster 1] heeft/hebben medegedeeld dat hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) een goede baan voor haar had(den), en/of

- die [aangeefster 1] in een woning heeft/hebben ondergebracht/gehuisvest, en/of

- een advertentie met de tekst “[werknaam aangeefster 1], geile slet zoekt betaalde seksdates” althans tekst van gelijke aard en/of strekking en/of een of meer foto’s van die [aangeefster 1] op Speurders.nl heeft/hebben geplaatst, en/of

- die [aangeefster 1] werkinstructies heeft/hebben gegeven en/of afspraken voor die [aangeefster 1] heeft/hebben geregeld, en/of

- voor die [aangeefster 1] prijsafspraken heeft/hebben gemaakt, en/of

- die [aangeefster 1] kleding heeft/hebben gegeven die zij moest dragen, en/of

- die [aangeefster 1] een SIM-kaart en/of een werktelefoon heeft/hebben gegeven, en/of

- een bankpas en/of de ID-kaart van die [aangeefster 1] onder zich/hun heeft/hebben genomen en/of gehouden, en/of

- geld van de rekening van die [aangeefster 1] heeft/hebben afgehaald/opgenomen, en/of

- die [aangeefster 1] naar en/of van klanten heeft/hebben gebracht, en/of

- die [aangeefster 1] (een groot deel van) de verdiensten uit de prostitutie aan verdachte en/of zijn mededader(s) heeft/hebben laten afdragen, en/of

- die [aangeefster 1] heeft/hebben gestompt/geslagen en/of getrapt/geschopt, en/of

- die [aangeefster 1] (onder meer telefonisch) onder controle heeft/hebben gehouden en/of laten houden en/of opdracht aan die [aangeefster 1] heeft/hebben gegeven dat zij aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) moest melden dat ze een klant had en/of moest melden wanneer die klant wegging, en/of

- die [aangeefster 1] dreigend de woorden heeft/hebben toegevoegd: "Je hebt mijn naam op jouw lichaam, dus je bent van mij" en/of “Wat denk je wel vieze kankerhoer, je gaat gewoon voor mij werken”, althans woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

- zijn vinger(s) in de vagina van die [aangeefster 1] geduwd/gebracht, en/of

- die [aangeefster 1] enige tijd wederrechtelijk van haar vrijheid heeft/hebben beroofd;

art. 273f lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in of omstreeks de periode van 13 april 2012 tot en met 15 april 2012, in de gemeente Groningen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [aangeefster 2] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een)

handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [aangeefster 2], hebbende verdachte meermalen, althans eenmaal, (telkens)

een of meer van zijn vingers en/of zijn tong en/of zijn penis in de vagina en/of de mond van die [aangeefster 2] geduwd en/of gebracht en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte meermalen, althans eenmaal, (telkens):

-de onderbroek, althans kleding, van die [aangeefster 2] naar beneden heeft getrokken en/of (daarbij) die [aangeefster 2] de woorden heeft toegevoegd: “je moet je Burka uittrekken”, en/of

-die [aangeefster 2] heeft geslagen/gestompt, en/of

-die [aangeefster 2] tegen een muur heeft geduwd en/of stevig bij de keel heeft gepakt en/of de keel heeft dichtgeknepen en/of bij/aan de haren heeft gepakt/getrokken, en/of

-die [aangeefster 2] de woorden heeft toegevoegd “Van wie is dit kutje, van wie is dit kutje” en/of "Dit kutje is van mij en niemand anders" en/of “Iedere vrouw moet seks met haar man hebben als hij er zin aan heeft”, althans (telkens) woorden van gelijke aard en/of strekking, en/of

-die [aangeefster 2] enige tijd van haar vrijheid heeft beroofd en/of (aldus) voor die [aangeefster 2] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan,

art. 242 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 15 februari 2012, in de gemeente Groningen,

opzettelijk en wederrechtelijk een (balkon)deur van een woning, gelegen aan de Adriaan Pauwstraat 37, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster 3] en/of woningbouwvereniging Huismeesters, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art. 350 Wetboek van Strafrecht

Parketnummer 18/670511-12:

1.

(betreft overgedragen zaak arrondissent Almelo 08-710511-12)

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2012

tot en met 25 augustus 2012, in de gemeente(n) Groningen en/of Enschede,

althans in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

een ander, te weten [aangeefster 4], door dwang, geweld of een andere

feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door

misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft

(aan)geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest en/of opgenomen, met het

oogmerk van uitbuiting van die [aangeefster 4] (in de prostitutie) (sub 1°);

en/of

een ander, te weten [aangeefster 4], door dwang, geweld of een andere

feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door

misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft

gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van

arbeid en/of diensten dan wel onder voornoemde omstandigheden enige

handelingen heeft ondernomen waarvan verdachte wist of redelijkerwijs moest

vermoeden dat die [aangeefster 4] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten

van arbeid en/of diensten (sub 4°);

en/of

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten

[aangeefster 4] (sub 6°);

en/of

een ander, te weten [aangeefster 4], door dwang, geweld of een andere

feitelijkheid of door dreiging met geweld of een andere feitelijkheid, door

misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden

voortvloeiend overwicht, door misbruik van een kwetsbare positie, heeft

gedwongen dan wel heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengst(en)

van de seksuele handelingen van die [aangeefster 4] met of voor een derde (sub 9°);

bestaande die dwang, dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die

dreiging met geweld of andere feitelijkhe(i)d(en), misleiding dan wel dat

misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of

misbruik van een kwetsbare positie en/of dat getrokken voordeel en/of de

overige hierboven omschreven handelingen (onder meer) hieruit dat verdachte:

- een relatie is aangegaan met die [aangeefster 4], en/of

- die [aangeefster 4] heeft voorgesteld en/of op het idee heeft gebracht om in de

prostitutie te gaan werken, en/of

- die [aangeefster 4] heeft verteld dat hij haar zou helpen om geld te sparen voor haar

dochter en/of een appartement, en/of

- die [aangeefster 4] heeft verteld dat zij de keus had of voor hem, verdachte, te

werken of voor een ander, genaamd [betrokkene 2], en/of dat als zij voor die [betrokkene 2] zou

kiezen zij naar buitenland gestuurd zou worden en met een koffer vol drugs

terug zou komen, en/of

- die [aangeefster 4] als prostituee heeft laten werken in Groningen en/of Enschede,

en/of

- de werktijden van die [aangeefster 4] heeft bepaald, en/of

- die [aangeefster 4] meerdere malen, althans eenmaal, heeft gedreigd te slaan, en/of

- die [aangeefster 4] naar (een) woning(en) en/of locaties heeft (over)gebracht waar

die [aangeefster 4] in de prostitutie moest gaan werken, en/of

- die [aangeefster 4] papieren heeft gegeven waarop regels stonden vermeld waaraan die

[aangeefster 4] zich moest houden, en/of

- die [aangeefster 4] een (werk)telefoon heeft gegeven, en/of

- een advertentie op het internet (Speurders.nl) heeft geplaatst en/of laten

plaatsen waarin seksuele diensten van die [aangeefster 4] werden aangeboden, en/of

- die [aangeefster 4] heeft voorzien van (sexy) kleding, en/of

- die [aangeefster 4] (voortdurend) onder toezicht en/of controle heeft gehouden en/of

- die [aangeefster 4] werkinstructies heeft gegeven, bijvoorbeeld het bijhouden van een

administratie, en/of

- die [aangeefster 4] heeft verteld dat alles wat hij met haar besprak tussen hen moest

blijven, en/of

- die [aangeefster 4] heeft verteld dat zij geen contact met andere jongens mocht

hebben en/of dat zij niet mocht afspreken met klanten, en/of

- die [aangeefster 4] instructies heeft gegeven over hoeveel geld zij moest vragen per

klant en/of per sexuele handeling, en/of

- die [aangeefster 4] heeft gedwongen, althans bewogen, om (een groot deel van) de

opbrengst uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, af te staan

en/of af te dragen;

art 273f lid 1 ahf/sub 1° Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 25 augustus 2012, in de gemeente Enschede, een spuitbusje

gevuld met traangas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen

met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of

traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft

gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder parketnummer 18/830399-12 onder 1, 2 en 3 en het onder parketnummer 18/670511-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden, zulks op grond van onder meer de aangiftes van [aangeefster 1], [aangeefster 2], [aangeefster 3] en [aangeefster 4] en voorts op grond van de verklaringen van onder meer de getuigen[getuige 1], [getuige 2], [getuige 3], [getuige 4], [getuige 5], [getuige 6], [getuige 7] en [getuige 8]. Ten slotte op basis van diverse processen-verbaal van bevindingen.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft met betrekking tot het onder parketnummer 18/830399-12 ten laste gelegde primair aangevoerd dat ten aanzien van feit 1 bij het initiële contact met aangeefster [aangeefster 1] een aantal vormvoorschriften onherstelbaar is verzuimd, doordat verbalisanten geen proces-verbaal hebben opgemaakt omtrent de contacten tussen aangeefster en politie, voorafgaand aan de aangifte en met name betreffende de plaatsing van aangeefster in het toevluchtsoord. Tot het maken van dergelijke processen-verbaal is de politie krachtens artikel 152 Wetboek van strafvordering (Sv.) verplicht.

Ook in het verdere onderzoek is door de politie en het Openbaar Ministerie met grove onachtzaamheid gehandeld, doordat de politie aangeefster [aangeefster 1] nog voordat haar aangifte was opgenomen in een toevluchtsoord heeft geplaatst, waar ook [aangeefster 3] en [getuige 4] zich bevonden, respectievelijk de ex-vriendin en een kennis van verdachte. Hierdoor konden aangeefster en de twee anderen hun verklaringen op elkaar afstemmen. Hierdoor kunnen de verklaringen van deze personen niet meer als betrouwbaar worden aangemerkt.

De politie heeft verder nagelaten om, conform de 'aanwijzing mensenhandel' onverwijld na de aangifte te bekijken of er voldoende relevante aanknopingspunten voor opsporing waren. Die waren er, maar door de politie zijn pas na zes, respectievelijk acht maanden [getuige 1] en [getuige 2] als getuigen gehoord. Aangeefster is door de politie niet kritisch bevraagd met betrekking tot de door haar geuite beschuldigingen en zij is niet geconfronteerd met de verklaringen van [getuige 1].

Als gevolg van deze verzuimen dient de aangifte van aangeefster [aangeefster 1] te worden uitgesloten van bewijs. Verdachte betwist de verdenkingen.

De verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] bij de politie en de rechter commissaris afgelegd zijn dermate vaag en inconsistent dat deze onbetrouwbaar zijn en niet kunnen meewerken tot bewijs.

Verdachte dient derhalve bij gebreke aan wettig en overtuigend bewijs van het onder parketnummer 18/830399-12 onder 1 ten laste gelegde te worden vrijgesproken.

Subsidiair heeft de raadsvrouw betoogd dat op basis van de stukken in het dossier niet is komen vast te staan dat aangeefster [aangeefster 1] door verdachte zou zijn gedwongen tot prostitutie of dat er sprake is geweest van dwang en controle, terwijl evenmin uit het dossier blijkt dat verdachte voordeel heeft genoten uit uitbuiting. Ook op grond van het subsidiaire verweer moet verdachte worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/830399-12 onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw aangevoerd dat hier geen sprake is van wettig en overtuigend bewijs, nu er slechts sprake is van een aangifte en dus niet aan het wettelijk bewijsminimum is voldaan. De gehoorde getuigen verklaren op basis van hetgeen zij van aangeefster [aangeefster 2] hebben gehoord, waardoor deze verklaringen de auditu zijn. Nu verdachte ontkent de verkrachting te hebben gepleegd en er verder geen ondersteunend bewijs is dient verdachte van dit feit te worden vrijgesproken.

Het onder 3 ten laste gelegde, vernieling van de balkondeur van de woning van aangeefster [aangeefster 3], kan ook niet worden bewezen, omdat verdachte daar weliswaar aanwezig is geweest en ook wel achter de deur heeft gestaan, maar noch aangeefster noch de getuige heeft gezien dat verdachte het glas van de deur heeft vernield. Verdachte dient van dit feit te worden vrijgesproken.

Met betrekking tot het ten laste gelegde onder parketnummer 18/670511-12 heeft de raadsvrouw het volgende aangevoerd.

Aangeefster [aangeefster 4] is meerdere malen gehoord en zij legt daarbij verklaringen af die op essentiële punten lijnrecht tegenover elkaar staan, waardoor zij onbetrouwbaar zijn. Gelet op de omstandigheid dat verdachte de feiten ontkent is er geen wettig en overtuigend bewijs ter zake het onder 1 ten laste gelegde en dient verdachte daarvan te worden vrijgesproken.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Beoordeling

Vrijspraak

Ten aanzien van het onder parketnummer 18/830399-12 onder 2 ten laste gelegde overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank is van oordeel dat er bewijs in de vorm van een aangifte van mevrouw [aangeefster 2] aanwezig is. Tevens bevinden zich in het dossier verklaringen van onder meer een collega van aangeefster en van vriendinnen. Echter blijkt dat deze verklaringen alle zijn terug te voeren op één bron, namelijk aangeefster die hen heeft verteld wat haar zou zijn overkomen. Uit de aangifte blijkt dat verdachte en aangeefster een seksuele relatie hadden. Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij met aangeefster een seksuele verhouding heeft gehad, maar dat er sprake zou zijn geweest van onvrijwillige sex is door hem bestreden. Uit onderzoek door het Nederlands Forensisch Instituut blijkt dat DNA-sporen van verdachte zijn aangetroffen in een slipje van aangeefster. Uit het onderzoek blijkt niet hoe oud deze sporen zijn. Nu verdachte heeft verklaard dat hij meermalen gemeenschap met aangeefster heeft gehad, in de weken voorafgaand aan de dag waarop aangeefster stelt door verdachte te zijn verkracht voegt dit DNA-spoor weinig toe aan het bewijs. Verdachte ontkent op die dag überhaupt bij aangeefster te zijn geweest.

Uit de ondersteunende verklaringen komen de handelingen waardoor aangeefster in haar vrijheid werd beknot meer expliciet aan de orde en de handelingen ten aanzien van de door aangeefster genoemde verkrachting minder.

Bij het medisch onderzoek bij aangeefster zijn geen sporen van sperma in het lichaam van aangeefster aangetroffen. Hoewel een zeer lichte verwonding of irritatie wordt gezien in de schaamstreek worden overigens geen sporen op haar lichaam aangetroffen die de verklaring van aangeefster over de sexuele handelingen ondersteunen. Geen van de gehoorde getuigen heeft naast de informatie die aangeefster zelf heeft verteld, feiten of omstandigheden aangeduid, zoals bijvoorbeeld dat aangeefster bijzonder geëmotioneerd was toen zij hun over de verkrachting vertelde, waardoor de verklaring van aangeefster wordt ondersteund .

Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat er naast de aangifte onvoldoende ondersteunend bewijs voorhanden is om tot de conclusie te kunnen komen dat voor de verkrachting van aangeefster voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is.

De rechtbank zal verdachte hier dan ook van vrijspreken.

Bewezenverklaring

De rechtbank heeft bij de beoordeling van het onder parketnummer 18/830399-12 onder 1 en 3 en het onder parketnummer 18/670511-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Parketnummer 18/830399-12

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

Een proces-verbaal d.d. 20 maart 2012, opgenomen op pagina 213 e.v. van dossier "Bermuda" d.d. 4 februari 2013, inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 1], zakelijk weergegeven:

V= Een paar jaar geleden heb je ook aangifte gedaan tegen [verdachte]. Je hebt toen aangifte gedaan in Antwerpen van gedwongen prostitutie in Antwerpen.

V= Wanneer was dit.

A= Twee jaar terug.

V= Wanneer ben je weer in contact gekomen met [verdachte].

A= Het was de dag na Valentijn. 15 februari 2012 dus. Ik kwam in contact met [verdachte] via de site Tagged. Ik vertelde hem dat het niet goed met mij ging.

V= Weet [verdachte] je naam.

A= Ik weet niet hoe hij mij heeft gevonden. [verdachte] vraagt naar je achtergrond; je levenssituatie en of je ouders achter je staan. Als je een goed betaalde baan hebt en goed contact met je ouders dan laat [verdachte] je met rust.

Als je in een slechte situatie zit dan maakt hij contact. Dan komt hij naar jou toe. Je wordt verliefd op [verdachte].

V= Hoe ging het nu.

A= [verdachte] maakte via Tagged contact en vroeg aan mij hoe het met mij ging en hij zei dat ik er goed uitzag. Toen stuurde hij mij weer een bericht en zei dat het hem speet en dat hij was veranderd. Hij zei dat hij die dingen niet meer deed en dat hij met een goede kennis een callcentrum en een avondwinkel had geopend.

V= Hoe ging het verder.

A= Ik zat op dat moment ik een klotesituatie thuis. Ik had [verdachte] voor de telefoon en [verdachte] zei toen tegen mij: "Ga toch bij ze weg, ik heb wel werk voor je". Tijdens dit gesprek zei hij ook dat ik maar kleding moest meenemen. Hij zei ook tegen mij dat ik tegen de baas van het callcentrum moest zeggen dat ik wel eerder had gewerkt in een callcentrum.

In de late avond is [verdachte] mij toen op komen halen. Hij was toen samen met de baas van het callcentrum en nog een kennis van deze baas.

Volgens mij heeft hij mij laat in de avond van zondag 19 februari 2012 opgehaald samen met Hassan en de kennis.

V= Wat is de volledige naam van [verdachte].

A= Iets met [verdachte]. Op Tagged gebruikt hij de naam "[verdachte]".

(218) V= Wat gebeurde er toen. Jullie zaten in de auto en hij bood jou een baan aan.

A= [verdachte] zei dat hij een goede baan had. We spraken af dat we eerst zouden kijken hoe het liep. We kwamen aan in Groningen en die nacht sliep ik in het callcentrum.

V= Hoe was de sfeer.

A= [verdachte] was heel aardig voor mij. Hij vroeg hoe het met mijn kind was. Hoe erg hij het vond dat hij mij mishandeld had. Hij vertelde dat hij net vrij was. [verdachte] begon dus te praten en begon te flirten. [verdachte] zei tegen mij dat we ander werk moesten zoeken als het callcentrum niks zou zijn. Ik zei tegen hem dat ik niet weer als prostituee wilde werken voor hem.

(219) V= Hoeveel heb je verdiend in het callcentrum.

A= Niks, ik heb nooit iets gezien.

[verdachte] zei dat we niet in het callcentrum zouden slapen maar bij een vriendin van hem. Zij heet [getuige 1] en woont aan de[adres] in [woonplaats]. Hij bracht mij naar [getuige 1].

Ik heb daar toen geslapen en ben toen voor de derde dag gaan werken in het callcentrum.

Ik ben de derde dag eerder gestopt want het ging niet. Het was toen ongeveer rond 15.30 uur.

We gingen toen naar [getuige 1]. [verdachte] zei toen tegen mij: "We gaan gewoon oppakken waar je vroeger goed in was. Dat is de manier om geld te verdienen. We gaan zo maar even wat foto's maken voor Speurders.nl". Op deze site kun je namelijk ook escortservice aanbieden.

V= Wat dacht je.

A= Ik begon te huilen. Ik zag toen weer de echte [verdachte]. Hij zei: "Je bent zelf weer in mijn val gelopen. Je hebt mijn naam op je lichaam staan, dus je bent van mij. Dacht je echt dat ik zo snel veranderd ben. Ik ben nog steeds dezelfde [verdachte]".

Hij liet mij toen foto's zien van meisjes in zijn telefoon. [verdachte] zei dat dit meisjes waren die voor hem werkten.

Ik begon te huilen en [verdachte] zei: "Je moet ophouden met janken. Je moet je opfrissen en klaar maken. Zodra de foto's op internet zouden staan dan geef ik je een SIM-kaart. Deze moet je in je telefoon doen. Dit is je werknummer."

V= Wat voor foto's waren dit.

A= Sommigen stonden er op met alleen een string; sommigen met de benen wijd.

[verdachte] zei tegen mij dat ik nog niet van hem af was. Ik moest niet denken dat er leuke dingen gingen gebeuren omdat we daar nu waren. We zouden toch op zoek naar een andere ruimte. Ik moest niet denken dat [getuige 1] een vriendin van mij was. [getuige 1] wist, volgens [verdachte], dat ik daar was om te werken in de prostitutie.

(220) V=Wat gebeurde er met je.

A=Ik raakte helemaal in paniek. Ik begon hem uit te schelden. Ik kreeg toen echt klappen van hem. [verdachte] heeft een ring van een leeuw aan zijn hand. Hij ramt echt op mij in. Ik kom uit een situatie van geweld en daarom kroop ik helemaal in elkaar en zei dat ik wel voor hem ging werken maar dat ik dan wel geld wilde overhouden.

Hij bleef mij slaan en schoppen en riep steeds: "Wat denk je wel vieze kankerhoer, je gaat gewoon voor mij werken". Hij zei: "Go hard or go home". Hij heeft dit ook op zijn MSN profiel staan en op Tagged.

V=Waar sloeg hij jou.

A=Op mijn rug en op mijn benen. Ik voelde veel pijn. Ik had krassen op mijn hand en een blauwe plek op de achterzijde van mijn been. Ik had ook een rode plek op mijn wang maar dit kon ik wegwerken met make-up.

V=Waarom loop je het huis niet uit.

A=Dat kon niet. [verdachte] had de onderdeur afgesloten en ik kon er niet uit. Hij had ook tegen mij gezegd dat ik niet kon vluchten. Ik was bang en wist niet wat er zou gebeuren als ik wel zou vluchten en [verdachte] mij te pakken kreeg.

Ik schreeuwde het uit van de pijn toen ik de klappen kreeg.

(221) V=Dan geeft [verdachte] je een string.

A=Ja, dat was mijn string. Die moest ik aandoen. Ik moest op een deken gaan zitten. Ik zat op mijn knieën. Ik deed mijn kont omhoog. [verdachte] nam toen van bovenaf een aantal foto's van mij in mijn string.

Hij heeft foto's gemaakt van mij op mijn knieën en daarna maakte hij foto's van de voorkant van mijn lichaam. [verdachte] vertelde mij precies hoe ik mijn borsten moest vasthouden en hoe ik mijn hoofd moest draaien. Op deze manier zag je dan niet de bloemtatoeage aan de linkerzijde van mijn nek.

[verdachte] zei toen tegen mij dat hij de foto's op speurders.n1 zou plaatsen. [verdachte] had op Speurders.n1 een advertentie gezet met de tekst:

[werknaam aangeefster 1], geile slet zoekt betaalde seksdates. Het leek op deze tekst. Ik heb deze advertentie zelf even snel gelezen.

Hij had een e-mail aangemaakt. Dat moet geil-sletje@hotmail.com. Ik weet het wachtwoord niet meer.

(222) V=Hoe lang duurde het voordat het eerste telefoontje kwam.

A=Nog geen uur.

V=Op welk nummer belden ze.

A=Op het nummer van de SIM-kaart, die ik van [verdachte] had gekregen.

V=Wat gebeurt er als je gebeld wordt.

A=Ik nam dan op met [werknaam aangeefster 1]. [verdachte] had alles opgeschreven in een boekje. Hoe ik de klanten moest ontvangen. Ik moest dan aan de klanten doorgeven dat mijn adres in de buurt was van de Bedumerweg en dat ze me weer moesten bellen als ze bij de Indische buurt waren. Zo'n man belde dan; dan vertelde ik dat ze naar de [adres] moesten gaan.

Ik moest van [verdachte] mijn haar ook op een bepaalde manier doen. Volgens [verdachte] zouden mannen dit mooi vinden omdat ze dan meer van mijn gezicht zagen. Ik had mijn haar dan in een scheiding in het midden.

V=Zijn er die avond nog meer klanten geweest.

A=Ja, de tweede belde en het ging hetzelfde als de eerste klant. Hij belde en ik vertelde hem waar hij moest zijn.

Ik liep toen naar de woonkamer en noteerde in een boekje het tijdstip. Dit was een boekje van [verdachte] en ik moest van hem in dit boekje de naam, het telefoonnummer van de klant noteren en de tijd dat hij kwam en hoe lang hij op de kamer wilde blijven. Ik legde het geld in een schoenendoos, die op de tafel stond. `

V=Wat voor afspraken waren er over de prijzen.

A=Half uur was 60 euro; een uur 120 euro; anale seks was 50 euro extra; beffen was 25 euro; pijpen zonder condoom was 25 euro; neuken zonder condoom was 50 euro extra.

(224) V=Wat gebeurde er de tweede dag bij [getuige 1].

A=[verdachte] zei dat we die dag iets nieuws zouden gaan doen. Hij had het over escort en thuisontvangst. Gewoon allebei. [verdachte] zei dat hij mij zou brengen en zou wachten. Ik hoefde maar een keer te bellen en dan zou hij komen.

V=Heb je ook escort gedaan die dag.

A=Ja, ik ging voor een klant naar Assen.

V=Hoe ging de betaling.

A=Hij betaalde me 250 euro.

V=Wat deed je met het geld.

A=Ik stopte het in mijn tas. Ik liep naar beneden. Toen ging ik met [verdachte] naar huis en ik moest hem direct het geld geven.

(226) Ik zei tegen [verdachte] dat ik wilde douchen. Hij trok mijn broek omlaag en ging met zijn vingers bij mij naar binnen. Op die manier wilde hij controleren of ik ook geld had verstopt.

Er belde ook een Turkse man. Ik ben bij hem geweest op vrijdag 24 februari 2012.

V=Hoeveel heeft die man je betaald.

A=300 euro.

V=Wat heb je met het geld gedaan.

A=In mijn tas gestopt. Na de seks ging ik naar buiten en stapte bij [verdachte] in de auto. Toen ik in de auto stapte vroeg [verdachte] direct het geld.

(227) V=Wat deed je 26 februari 2012.

A=Volgens mij kwam er om 15.00 uur een klant voor een half uur. Hij betaalde 110 euro. Volgens mij heb ik die zondag 3 of 4 klanten gehad.

V=Wat heb je ongeveer verdiend die zondag.

A=Ik denk drie tot vierhonderd euro.

V=Dan komt [verdachte] maandag 27 februari terug. En dan.

A=Hij feliciteerde mij eerst. Daarna liep hij gelijk naar het boekje en ging kijken naar hoeveel klanten er waren geweest en hoeveel ik verdiend had. [verdachte] wist dat het geld in de schoenendoos lag. Zodra ik mij had omgekeerd pakte hij het geld uit de schoenendoos.

V=Wat doe jij als [verdachte] weggaat.

A=Rond 15.00 uur belde er een klant en om 16.00 uur was die klant bij mij. .

V=Hoeveel heb je verdiend.

A=Ik denk 155 euro.

V=Dan gaat de klant weg. En dan.

A=Toen belde [verdachte] en hij kon mij vertellen dat ik een klant had gehad. Hij zei namelijk tegen mij dat hij onder in de kapsalon zat. Ik keek toen uit het raam en zag hem zitten.

V=We zijn dan aangekomen op dinsdag 28 februari 2012. Wat kun je ons over deze dag vertellen.

A=[verdachte] is een tijd in de stad geweest en ik had intussen twee klanten gehad.

V=Hoeveel heb je verdiend met deze twee klanten.

A=120 euro. Ik heb verder die dag nog klanten gehad. Dat was een praatjesmaker. Hij betaalde 250 euro. Toen belde weer een man op. Hij wilde graag een escort hebben. Toen kreeg ik in de auto nog een telefoontje voor een escort. De man betaalde 250 euro.

Deze woensdag was de dag dat ik mijn menstruatie kreeg. Dat vertelde ik [verdachte]. Hij wilde mij niet geloven. Ik vroeg aan hem of hij voor mij sponsjes wilde halen. Ik wist wel dat ik van hem moest doorwerken.

(231) Donderdag 1 maart heb ik 5 klanten gehad: € 460,-.

Op 2 maart heb ik 2 klanten gehad: € 320,-.

's Avonds ben ik gaan stappen. Rond een uur of 2 gingen we naar "Rumba". Daar was [verdachte] ook. Toen [verdachte] me in de Rumba zag heeft hij me aan mijn haren getrokken. Toen ging ik naar buiten samen met [getuige 1] en [getuige 2] en [verdachte]. Toen heeft [verdachte] me nog in de straat voor Rumba geschopt en een paar klappen gegeven.

(232) Op zaterdag 3 maart kwam [verdachte] om 09.00/09.30 uur thuis. Hij was [getuige 1] aan het bedreigen. Ze moest het niet als een lolletje zien dat ik daar was dat was zakelijk. Hij zei: "Ik heb haar niet hier gebracht voor de lol, om vriendinnen te worden. Het is puur zakelijk".

Voor 's middags 14.00 uur is [verdachte] vertrokken. Toen heb ik samen met [getuige 1] mijn spullen bij elkaar gezocht. Toen was ik mijn ID-kaart en mijn bankpas aan het zoeken. [getuige 1] zei dat [verdachte] deze twee kaarten van mij had.

[verdachte] had tegen haar gezegd: "Ik heb haar ID-kaart en haar bankpas, nu is ze echt van mij".

Ik wilde weg omdat [verdachte] zo agressief was. Ik ben toen naar buiten gelopen. [getuige 1] heeft het nummer van het toevluchtsoord nog gebeld en ze zei tegen mij dat ik aangifte moest doen.

Toen ik buiten liep heb ik een oude man aangehouden en hij heeft mij ergens in de buurt van het politiebureau afgezet.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 28 maart 2013, opgenomen op pagina 246 e.v. van voormeld dossier, inhoudende het relaas van verbalisanten A. Klok en R. Westra, zakelijk weergegeven:

Op maandag 26 maart 2012 heeft aangeefster [aangeefster 1] haar verklaring doorgelezen en ondertekend.

Na haar ondertekening vertelde aangeefster [aangeefster 1] dat zij via de website "TAGGED" werd lastig gevallen door [verdachte]. Hij stuurde haar allerlei vervelende berichten.

Daarna liet aangeefster [aangeefster 1] ons, verbalisanten, zien dat [verdachte] twee verschillende profielen heeft op TAGGED.

Een profiel genaamd:[verdachte profiel 1]

Een profiel genaamd: [verdachte profiel 2]

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 januari 2013, opgenomen op pagina 291 e.v. van voormeld dossier, inhoudende het relaas van verbalisant A. Klok, zakelijk weergegeven:

In het onderzoek Bermuda verklaren aangeefsters [aangeefster 1] en [aangeefster 4] beide dat er een advertentie van hen stond op "speurders.nl". Speurders.nl is een internetsite van "De Telegraaf" te Amsterdam.

Op 15 november 2012 werd aan de Telegraaf, afd. Speurders.nl , door de Officier van Justitie te Groningen, de volgende gegevens gevorderd:

Wie heeft de onderstaande advertentie geplaatst en welk(e) IP-adres(sen) hoort of horen daarbij:

-"Tekst: [werknaam aangeefster 1], geile slet zoekt betaalde seksdates, deze advertentie is rond 22 februari 2012 op speurders.n1 geplaatst

Op 23 november 2012 ontvingen wij de gevraagde gegevens van speurders.nl. Uit deze gegevens bleek het volgende:

In de periode 19 april 2012 t/m 2 mei 2012 werd het telefoonnummer 06-25379245 gebruikt bij de advertenties van "Angelly" en "[werknaam aangeefster 1]".

-9731AP GRONINGEN, deze postcode hoort bij de Koningsweg in Groningen. Het GBA-adres van verdachte M [verdachte] is Koningsweg 27 te Groningen. Bij dit adres horen advertenties van "Angelly"; "[werknaam aangeefster 1]" en "[werknaam aangeefster 4]";

Door speurders.nl werd medegedeeld dat bovengenoemde plaatsnamen en postcodes door de accounthouder zelf zijn opgegeven.

Een proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 9 september 2013, opgemaakt door de rechter-commissaris in strafzaken van de rechtbank Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [aangeefster 1], zakelijk weergegeven:

U vraagt mij of ik weet of ik de waarheid heb verteld bij de politie. Ja, dat weet ik zeker. Alles wat ik daar heb verklaard, is de waarheid.

We gingen naar de Shadrak en Rumba. Toen was er een man met mij aan het dansen. Ik wist niet dat [verdachte] in die disco was. Toen trok [verdachte] mij aan mijn haren naar buiten.

De volgende dag zei [verdachte] tegen mij dat ik mijn spullen moest pakken en dat we naar Leeuwarden zouden gaan. Ik wist toen wel hoe laat het was. Ik dacht aan mijn kindje en dat ik dit niet had verdiend. Ik ben daarom naar de politie gegaan. Ik ben teruggegaan naar de woning omdat [verdachte] mijn ID-kaart en bankpas had.

Ik denk dat ik twee weken voor [verdachte] gewerkt heb, voordat ik kon vluchten. Ik heb twee weekenden daar in dat huis van [getuige 1] meegemaakt.

U vraagt mij hoeveel klanten ik in die twee weken heb gehad. In totaal waren er denk ik tussen de 5 en de 10 mannen ongeveer. Volgens mij was een halfuurtje 50 euro. Pijpen zonder condoom was 25 euro extra. U vraagt mij of ik weet wat ik gemiddeld heb verdiend in die twee weken. Ik heb ongeveer 900 à 1000 euro verdiend, want ik kreeg ook wel extra’s van die klanten.

[verdachte] haalde babydoekjes, condooms, haarverf en make-up voor mij.

In [getuige 1]’s huis heb ik gezegd tegen [verdachte] dat ik het niet meer kon om voor hem te werken en toen heeft hij mij een klap gegeven en sloeg hij om. U vraagt mij of [verdachte] mij in de rest van de week geslagen heeft. Nee, hij heeft mij af en toe wel stevig vast gepakt, maar dat noem ik geen mishandeling.

Als [verdachte] weg was kon ik niet weggaan want achter [getuige 1]’s huis woonden jongens die voor [verdachte] werkten en mij in de gaten hielden.

[verdachte] hield mij elke dag in de gaten. Ik zag hem zitten in de kapsalon. Als ik uit het raam keek en ik kreeg een klant, dan zag ik [verdachte] in de kapsalon zitten.
Ik ben twee keer mishandeld door [verdachte] in de periode dat ik bij [getuige 1] verbleef. Ik ben in de keuken in m’n gezicht geslagen met een platte hand. Ik ben in de Rumba wel met die ring geslagen in mijn rug.

Toen ik bij de politie zat, was ik in paniek. Mijn eerste en tweede verklaring kunnen dan een beetje verschillen en anders overkomen.

Een proces-verbaal d.d. 24 september 2012, opgenomen op pagina 176 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1], zakelijk weergegeven:

(181) V:Ken je een [verdachte]?

A: Ja ik ken alleen een [verdachte]. Dit is mijn oude buurman. Hij woonde op Javalaan 89a te Groningen.

(182) V: Wat kun je ons vertellen over zijn inkomsten?

A: lk weet niet wat hij verder doet, maar hij is constant bezig met vrouwen.

V: Wat bedoel je met bezig zijn met vrouwen?

A: Hij kijkt altijd naar vrouwen, en is er altijd mee bezig. Ze moeten dan wel borderline hebben. Niet een type zoals ik met een grote mond. Hij pikt ze er wel uit.

V: Wat bedoel je met hij is constant bezig met vrouwen?

A: Via internet komt hij in contact met vrouwen, via Tagged. [aangeefster 1] kende hij van vroeger. Dan trekt hij ze van Tagged af.

De dag dat ik [aangeefster 1] naar het politiebureau bracht kwam hij daarna bij mij en begon te schreeuwen. Zo van: 'ik haal ze allemaal van Tagged af' en 'ze moeten allemaal borderline hebben'.

(183/184) [verdachte] kwam bij mij aan de deur met [aangeefster 1] als zijn nieuwe vriendin. Hij vroeg of zij ([aangeefster 1]) een aantal dagen bij mij kon verblijven totdat ze een huis zouden krijgen. [verdachte] was bezig met het regelen van een huis voor hem en [aangeefster 1].

V: Hoe lang verbleef ze bij jou?

A: Volgens mij vier of vijf dagen. Op een vrijdag zijn we uitgegaan en die zaterdag zou ik uit eten en bowlen met een aantal vriendinnen. Voordat ik naar het etentje ging heb ik [aangeefster 1] naar het politiebureau gebracht.

V: Waarom bracht je haar naar het politiebureau?

A: Omdat ze niet meer wilde werken voor [verdachte].

V: Wat voor werk deed ze?

A: Prostitutie werk. Seks met mannen.

V: Hoe ging dat dan?

A: Zij werd gebeld door een klant, die zou dan komen en dan kwam de klant en na vijf minuten was deze klant dan weg.

V: Hoe weet je dat?

A: [aangeefster 1] vertelde dat ze klanten ontving.

Een proces-verbaal d.d. 25 september 2012, opgenomen op pagina 187 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1], zakelijk weergegeven:

(189) [verdachte] vroeg aan mij of [aangeefster 1] bij mij een paar dagen kon verblijven.

V: Over welke periode heb je het dan?

A: Volgens mij vijf (5) dagen, want op een zaterdag is ze volgens mij weggegaan. Volgens mij is het ergens in februari of maart geweest. Het was in de vakantieperiode van mijn kinderen.

In het begin dacht ik dat [verdachte] en [aangeefster 1] vriend en vriendin waren, maar achteraf blijkt dat hij haar pooier was. [aangeefster 1] vertelde aan mij dat [verdachte] haar geld afpakte.

(191) V: Nog even over dat geld. Hoe ging dat dan met het geld dat ze kreeg?

A: Of ze legde dat in de doos in de la van de tv-kast of ze legde het in een schoenendoos op de grote tafel in de woonkamer.

V: Om hoeveel geld ging het dan?

A: lk heb een keer 50 of 60 euro gezien en ik heb een keer 150 euro gezien.

V: Wat gebeurde er met het geld?

A: Dat zal ze wel aan [verdachte] hebben gegeven.

V: Waarom denk je dat ze dat aan [verdachte] zou hebben gegeven?

A: Omdat ze samenwerkten. Achteraf toen ze in het blijf van mijn lijf huis zat vertelde ze dat ze helemaal niks zelf kreeg van dat geld,

V: Wat gebeurde er met het geld dat [aangeefster 1] ontving van de klanten?

A: Het geld gaf ze naderhand in een envelop aan [verdachte].

(195) V:Hoe hield [verdachte] bij/in de gaten hoeveel klanten [aangeefster 1] had?

A: Hij had een boekje. Een notitie boekje. Dit boekje heb ik weleens in huis gezien.

V: Hoe weet je dat het dat boekje was waarin ze alles bij hielden?

A: Dat zei [aangeefster 1].

V: [aangeefster 1] verklaarde dat [verdachte] haar in de gaten hield via de kapsalon. Wat weet je hiervan?

A: [verdachte] zat daar wel heel vaak. Een keer mocht hij wel zijn spullen in de kapsalon zetten, nadat hij weer was opgepakt in verband met geweld tegen Naomi.

V: Hoe vaak heb je [verdachte] daar in de periode dat [aangeefster 1] bij jou verbleef zien zitten?

A: Hij zat daar toen elke dag wel.

Een proces-verbaal d.d. 26 september 2012, opgenomen op pagina 197 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1], zakelijk weergegeven:

(202) V=[aangeefster 1] vraagt dus of het goed is dat ze bij je slaapt. Vond je het goed.

A=Ja, toen wel.

V=Wanneer was dit ongeveer.

A=Gisteren hebben ze me verteld dat het februari/maart van dit jaar was. Maar dat wist ik zelf niet meer.

V=Hoe ging het toen verder.

A=[aangeefster 1] is toen bij mij gekomen. Ze had haar bankpas en haar mobiele telefoon bij zich.

(203) V=Eerste twee dagen doe je leuke dingen met [aangeefster 1]. En dan.

A=Toen kwam [verdachte] op een gegeven moment. Die neemt mij mee naar mijn keuken en die zegt: Ik moet je wat vertellen.

[verdachte] wilde weer geld verdienen en met [aangeefster 1] had hij vroeger veel geld verdiend. Ze hadden elkaar via Tagged weer ontmoet. Ze wilden gaan samenwonen en waren daar geld voor nodig. Als ze weer haar geld en haar huis op een rijtje had dan kreeg ze haar kinderen weer terug.

[verdachte] liet me toen een papier zien waarop volgens hem stond dat [aangeefster 1] het vrijwillig deed en dat hij haar hielp. Dit papier was volgens [verdachte] het contract van hem en [aangeefster 1]. Het was een A-4 papier. (pag. 334)

V=Had je meteen door wat voor werk er bedoeld werd.

A=Ja, ik heb het er dan met [aangeefster 1] over. Toen ging ik er mee akkoord als ik er geen problemen mee zou krijgen. [verdachte] stond in de woonkamer tegen haar te schreeuwen. [verdachte] vond dat [aangeefster 1] niet goed genoeg werkte.

(204) V=Dan is er ruzie en dan. Wanneer komt de tweede klant.

A= Ik weet dat er toen een klant kwam. Later deed [aangeefster 1] het geld in een schoenendoos op tafel. Naderhand liet [aangeefster 1] zien dat het geld erin lag. Ik heb een keer gezien dat er 50 of 60 euro in lag en een keer 150 of 160 euro. Van de 160 euro had ze 100 euro voor zichzelf gepakt.

V=Als er ruzie is bij de eerste klant, bij die Chinees. Vroeg [aangeefster 1] aan jou of ze er goed uitzag. Hoe was ze gekleed.

A=Ze had een rood jurkje aan en volgens mij haar haar in een middenscheiding. [verdachte] vond dit mooi. Ze droeg ook veel make-up. [aangeefster 1] vertelde mij dat ze van [verdachte] heel veel make-up op moest doen en haar haar in een middenscheiding.

V=Droeg ze iets van lingerie.

A=Het was iets van een strandjurkje en ze droeg pumps.

V: Wie betaalde voor de babylotiondoekjes en de rest van de spullen?

A: Dat deed [verdachte].

[verdachte] zat altijd sneaky vanuit de kapperszaak naar mijn huis te kijken. Hij had haar bankpas en identiteitsbewijs.

[aangeefster 1] mocht niet uit in de stad van [verdachte]. Ze mocht wel uit, maar niet naar de Rumba.

[verdachte] ziet [aangeefster 1] met die Antilliaan dansen. [verdachte] ging met [aangeefster 1] de rokersruimte binnen. Wij lopen naar buiten en zien geen [verdachte] maar we zien [aangeefster 1] op een stoepje zitten te huilen.

Wij vroegen aan [aangeefster 1] wat er aan de hand was. [verdachte] had [aangeefster 1] aan de haren getrokken en bij de keel gegrepen.

(205/206) V=Toen [aangeefster 1] op het stoepje zat te huilen. Heb je toen ook iets aan haar gezien.

A=Ze moest heel erg huilen en ze was erg overstuur. Haar haar zat ook helemaal in de war. [verdachte] gaf ook toe dat hij [aangeefster 1] aan haar haren had getrokken.

(207) Ik ben nog iets vergeten te vertellen. Toen [aangeefster 1] in het blijf van mijn lijf zat belde [verdachte] mij op. Hij vertelde dat hij de bankpas van [aangeefster 1] en haar identiteitsbewijs had verstopt in zijn tas. Ze zaten in zijn broekzak. [verdachte] zei tegen mij dat ik die spullen moest pakken en weg moest gooien.

V=We willen het nog even met je hebben over internet. Hoe kwam [aangeefster 1] aan haar klanten.

A=[verdachte] had een pagina voor haar gemaakt op Speurders.

V=Hoe weet je dat.

A=Omdat [aangeefster 1] de hele dag de mail moest checken. [aangeefster 1] heeft mij een foto gewezen op de telefoon van [verdachte].

V=Hoe zag de foto er uit.

A=Ze zat op de knieën met een hand voor haar borsten en een hand op de grond. Ze droeg een string. Ik heb een foto van haar kont gezien op mijn computer.

V: Waar wilde ze aangifte van doen?

A: Dat [verdachte] haar bedreigde en dat ze voor hem moest werken. Eerst was het vriendschappelijk maar later waren ze niet meer zo leuk met elkaar; hij schreeuwde naar haar en had haar aan de haren getrokken. Ze wilde niet voor hem werken omdat hij al haar geld afpakte.

Een proces-verbaal d.d. 22 november 2012, opgenomen op pagina 357 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 2], zakelijk weergegeven:

(361) [aangeefster 1] had een telefoon en de werknaam van [aangeefster 1] was [werknaam aangeefster 1].

V: Vertel eens hoe dat ging, wat voor werk deed [aangeefster 1]?

A: Ze zat in de prostitutie.

V: Deed ze prostitutiewerk in de woning van [getuige 1], vertel ons daarover.

A: Er is wel eens prostitutiewerk geweest in de woning van [getuige 1]. lk ben daar wel eens bij aanwezig geweest.

V: Okay laten we bij het begin beginnen.

A: [aangeefster 1] kreeg telefoon, dan werd ze teruggebeld als de klant er bijna was. Dan belden ze dat ze er bijna waren en dan kregen ze het nummer van het huis en daarna werd er aangebeld aan de deur en dan ging [aangeefster 1] naar beneden.

(362) [aangeefster 1] ging dan naar een slaapkamer met de klant. [aangeefster 1] kwam dan naar de woonkamer en gaf dan geld aan [verdachte] en daarna ging ze terug naar de klant. Ik heb gezien dat [aangeefster 1] aan [verdachte] geld gaf.

V: Wat deed [verdachte] met dat geld?

A: Die hield hij voor zichzelf. [aangeefster 1] kreeg geen rooie cent daarvan.

V: Hoe vaak was jij in de woning erbij aanwezig dat [aangeefster 1] klanten ontving?

A: Geregeld.

V: Als je het allemaal gaat tellen waar denk je dan waar je op uit komt?

A: Veel.

V: Was [verdachte] daarbij altijd aanwezig.

A: Zelden was hij er niet. Meestal was hij wel aanwezig als [aangeefster 1] klanten ontving.

V: Je hebt de naam [werknaam aangeefster 1] genoemd, leg eens uit als je wilt.

A: [aangeefster 1] haar werknaam was [werknaam aangeefster 1]

(363) V: Sprak je wel met [aangeefster 1] erover dat ze prostituee was?

A: Jawel. Ze zei dat ze het niet prettig vond. Dat het niet leuk was. Ze zei zo iets van: "Ja dat moet maar." Ze heeft mij wel eens verteld dat [verdachte] haar anders ging slaan of dit doen of dat doen. Dat ze zei dat hij haar anders ging slaan.

(364) V: Heb je wel eens gezien dat [verdachte] [aangeefster 1] wat deed?

A: lk heb wel eens gezien dat [verdachte] [aangeefster 1] bij de keel pakte.

V: Hoe weet je dan dat [verdachte] haar mishandelde?

A: Dat vertelde [aangeefster 1] mij. Ze vertelde dat [verdachte] haar sloeg en bij haar nek greep.

V: Waarom had ze die tattoo?

A: Dat moest ze zetten. Dat heeft [verdachte] zelf tegen mij gezegd; Hij zei toen tegen mij: dat meisje moest die zetten want ze werkt voor mij.

V: Even weer terugkomen op de bankpas.

A: [aangeefster 1] was al weg naar het blijf van mijn lijf. Hij had die bankpas. Die had [aangeefster 1] niet zelf, want anders kon ze namelijk weggaan.

Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde

Een proces-verbaal d.d. 23 maart 2012, opgenomen op pagina 371 e.v. van het hiervoor vermelde dossier, inhoudende de verklaring van [aangeefster 3], zakelijk weergegeven:

Op 15 februari 2012 's morgens had ik [verdachte] aan de telefoon. Hij zei tegen mij dat hij zijn spullen wilde en dat hij onderweg naar de woning was. Hij zei tegen mij dat hij al in de achtertuin stond en ik hoorde hem buiten al schreeuwen.

Ik stond in de woonkamer en ik hoorde luid gebonk. Kort daarna hoorde ik glasrinkel. Ik ben toen naar het geluid toegelopen. In mijn keuken zit een buitendeur waardoor je op het balkon kunt komen. Deze balkondeur heeft aan de bovenzijde dubbel glas en aan de onderzijde is deze dicht. Ik zag dat er een groot gat in het glas zat. Ik zag dat [verdachte] op mijn balkon stond voor het ingeslagen raam van de balkondeur.

Een proces-verbaal d.d. 7 mei 2012, opgenomen op pagina 374 e.v. van het hiervoor vermelde dossier, inhoudende de verklaring van[getuige 12], zakelijk weergegeven:

Op woensdag 15 februari 2012 omstreeks 10.15 uur ging ik naar deze woning in verband met een storing. Terwijl ik in de woning was hoorde ik aan de achterzijde van de woning iemand op het balkon staan. Ik bevond mij dus in de keuken en op het balkon stond de man. Ik hoorde dat deze man op het raam bonsde.

Plotseling hoorde ik dat er iets tegen het raam van de keukendeur werd gegooid. Ik hoorde ook dat dit voorwerp op de grond van het balkon viel. Direct hierop werd er weer wat tegen het raam van de balkondeur gegooid en ik zag en hoorde dat de ruit werd vernield.

De verklaring door verdachte ter terechtzitting afgelegd, zakelijk weergegeven:

Ik stond daar op het balkon.

PARKETNUMMER 18/670511-12

Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde:

Een proces-verbaal d.d. 20 maart 2012, opgenomen op pagina 42 e.v. van dossier nr. PLO5KP d.d. 20 september 2012, inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 4], zakelijk weergegeven:

(44) Ik verbleef in een tienermoederhuis in Winschoten. Ik kon daar niet meer verblijven en kwam toen weer in contact met [betrokkene 1].

Ik ben bij [betrokkene 1] ingetrokken. Ik had geen geld en geen uitkering en hij ook niet. Hij zei toen dat ik maar in de prostitutie moest gaan werken omdat we geld moesten hebben. Als ik het niet deed zou ik klappen krijgen. Ik zei toen dat ik het wel zou doen. Ik heb toen inderdaad drie weken gewerkt als prostituee voor hem.

Na deze drie weken kwam ik bij [betrokkene 2] terecht.

(45) Een dag later ontmoette ik [verdachte] bij [betrokkene 2]. Zijn adres is Ripperdalaan 9A in Groningen.

(46) [betrokkene 2] had [verdachte] gebeld en had verteld dat ik bij haar verbleef en dat ik in de prostitutie werkte. [verdachte] kwam toen naar de woning van [betrokkene 2] omdat hij met mij wilde kennismaken en zaken met mij wilde doen.

Hij wist dat ik werkte in de prostitutie. Hij vroeg of ik in de prostitutie wilde werken. Hij zou mij dan helpen om het geld, dat ik met die prostitutie zou verdienen, te sparen voor mijn dochter en een appartementje.

Ik stemde dus in om voor [verdachte] te gaan werken. Ik was door [betrokkene 1] al in elkaar geslagen en als je dat een keer hebt meegemaakt, wil je dat echt niet meer. Ik was bang dat hij ook zo was. Ik deed dus maar wat hij zei.

[verdachte] had verschillende briefjes bij zich. Hierop stonden de regels waar ik mij aan moest houden. Daarop stond onder andere dat ik alles op moest schrijven: welke klant en hoeveel ik had verdiend, de prijzen die ik moest vragen voor alle handelingen. Ik mocht niet met andere jongens praten of afspreken, alleen met klanten.

Het geld zou fifty-fifty worden gedeeld. Ik zou de klanten ontvangen thuis bij vrienden van hem. We zouden steeds op verschillende locaties verblijven.

(46) Ik ben met [verdachte] meegegaan naar de [adres] in [woonplaats].

Ik stond nog steeds met een advertentie op het internet. Dit was een advertentie die [betrokkene 1] er toen op had gezet. De advertentie stond op de site www.speurders.nl en www.sexjobs.nl.

Hierop stond mijn eigen telefoonnummer vermeld. Dit telefoonnummer was 06-27233989. [verdachte] heeft toen het telefoonnummer in deze advertentie veranderd. Ik kreeg toen een werktelefoon van [verdachte].

Ik moest de telefoon opnemen van hem. Ik sprak met de klant af dat hij belde als hij voor de deur stond. Ik moest de deur dan open doen in lingerie. Als ik dat niet wilde werd [verdachte] kwaad en begon hij tegen mij te schreeuwen en dreigde dat hij mij zou slaan. Dit had ik al eens eerder meegemaakt met [betrokkene 1] en wilde dit niet nog eens meemaken dus kleedde ik mij om en deed wat hij zei.

De klant betaalde vooraf aan mij. Ik moest het dan direct aan [verdachte] geven.

Ik had wel eens een klant die sm wilde. Dat wilde ik eigenlijk niet. Ik moest het toch doen van [verdachte]. Hij zei dat ik me niet moest aanstellen, dat ik dit werk voor geld deed en dan begon hij over mijn dochtertje. Hij zei dan dat ik het toch deed voor mijn dochtertje. Dan deed ik het toch maar.

(47) Ik had ongeveer tussen de 10 en 15 klanten per dag. Dit kun je zien op de briefjes die ik moest bijhouden. Ik moest daarop bijhouden hoe de klant heette, hoe laat hij kwam en hoelang hij bleef en dan het bedrag dat hij had betaald. Ik moest dan aangeven met een V als de klant was geweest en een X als de klant niet was geweest. Dit moest ik doen als hij weg was. Als [verdachte] er zelf bij was deed hij dat zelf.

[verdachte] liet mij echter bijna niet alleen. Als ik even een boodschap wilde doen dan ging hij met mij mee.

De afspraak was dat ik elke keer aan het einde van de week de helft van het geld dat ik had verdiend zou krijgen.

Dit heb ik echter nooit gehad. Ik durfde er ook niet naar te vragen. Ik was erg bang voor [verdachte]. Hij heeft mij vaak gedreigd te slaan.

[verdachte] zei tegen mij dat het geld dat ik verdiende, onder drie personen werd verdeeld. Ik vroeg hem wat hij daarmee bedoelde. Hij zei dat ik 30% kreeg, [betrokkene 2] 20% en [verdachte] 50%. [betrokkene 2] kreeg 20% omdat zij mij bij [verdachte] heeft gebracht.

Ik heb ongeveer een week gewerkt in Groningen in het appartement van [verdachte]. Ik heb elke dag gewerkt.

(47) Na die week ben ik samen met [verdachte] naar Enschede gegaan. Ik zou in Enschede gaan werken. [verdachte] zei dat we naar een meisje gingen genaamd [betrokkene 3]. Zij woonde aan de [adres] in [woonplaats]. Zij stelde ze zich voor als [betrokkene 3].

Ik moest direct de werktelefoon aanzetten omdat [verdachte] mij al weer online had gezet. Hiermee bedoel ik dat [verdachte] de plaatsnaam in de seksadvertenties had veranderd in Enschede en dat hij er weer voor had gezorgd dat ik bovenaan kwam te staan op de sites www.speurders.nl en www.sexjobs.nl.

[verdachte] had tegen mij gezegd dat hij [betrokkene 3] ook aan het werk wilde hebben en vroeg mij om mee te spelen met hem dat ik alleen maar een vriendin was van [verdachte] die voor zichzelf werkte. Toen ik een keer ruzie had gehad met [verdachte] heb ik [betrokkene 3] gewaarschuwd dat [verdachte] haar ook voor zich aan het werk wilde hebben.

(48) Ik ben aan de [adres] geweest van maandag t/m zaterdag. Ik heb elke dag gewerkt. Ik moest alles bijhouden op briefjes en hij controleerde ook mijn telefoon. Hij wist dat ik genoeg klanten had en als ik geen klanten had, werd hij boos.

Die zaterdag ben ik samen met [verdachte] vertrokken naar Groningen.

(49) Afgelopen vrijdag gingen [verdachte] en ik weer van Groningen naar Enschede. [verdachte] had tegen mij gezegd dat ik weer in Enschede ging werken. We kwamen vrijdagavond in Enschede aan.

In Enschede gingen we naar [betrokkene 5].

Ik doe aangifte tegen de jongens die mij en andere meiden dit hebben aangedaan. Ik vind dat die jongens gestraft moeten worden. Ik vind dat ik ben uitgebuit. Ik heb in totaal 4 weken elke dag voor [verdachte] gewerkt en heb elke dag ongeveer 5 a 6 klanten gehad. [verdachte] had mij beloofd dat ik de helft van het geld zou krijgen maar ik heb nooit geld van hem gekregen.

Een proces-verbaal d.d. 29 augustus 2012, opgenomen op pagina 56 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 4], zakelijk weergegeven:

(58) U laat mij een papiertje zien waar met rode letters "Overheenkomst" op staat.

Dit briefje heeft [verdachte] geschreven. Ik herken het als [verdachte]' handschrift.

Als een nieuw meisje voor [verdachte] kwam werken kreeg ze dat zodat ze wist wat ze moest doen en hoe ze alles moest doen.

Het andere papier waar boven staat "afspraken boek u of h".

Dit papiertje heb ik geschreven in opdracht van [verdachte]. Hij vertelde mij letterlijk wat ik op moet schrijven. Hij kon namelijk niet goed Nederlands. Het briefje dat ik heb geschreven zijn de regels waar de meisjes, en dus ik ook, zich aan moesten houden.

Een proces-verbaal d.d. 11 december 2012, opgenomen op pagina 697 e.v. van dossier BERMUDA (map 2), inhoudende de verklaring van aangeefster [aangeefster 4], zakelijk weergegeven:

Opmerking verbalisanten: Wij tonen [aangeefster 4] kopieën van handgeschreven administratie.

V: Kun je uitleggen wat het briefje op pagina 99 van het dossier (dossier Enschede) inhoudt?

A: Het briefje dat jullie mij tonen, is een overeenkomst die ik elke keer opnieuw moest schrijven als ik op een nieuw adres verbleef om te werken. Het is mijn handschrift. De overeenkomst heeft [verdachte] opgesteld en ik heb hem in goed Nederlands verwoord. U laat mij blz. 104 van het dossier zien, de "Overheenkomst" zoals [verdachte] die had geschreven. Dat is inderdaad de overeenkomst die [verdachte] heeft opgesteld en die ik moest verwoorden in goed Nederlands.

Ik heb het briefje geschreven in opdracht van [verdachte]. Het is mijn handschrift.

V: Kun je vertellen wat de kopieën van briefjes op dossierpagina 100, 101 en 102 betekenen?

A: Het vierde briefje op pagina 100 gaat over welke klanten er gebeld hebben. Een cijfer met een m, bijvoorbeeld 45m betekent het aantal minuten dat de klant er is geweest.

Ik heb alle klanten die ik heb gehad genoteerd in dit boekje. De rest van de briefjes gaan over hetzelfde.

Het laatste briefje op pagina 101 is een berekening van de klanten die ik heb gehad op vrijdag 17-08-2012 t/m zaterdag 18-08-2012 1:30 uur. Dit is dus ongeveer het bedrag dat ik op één dag heb verdiend.

V: Wat betekenen de letters "H","V","X" en "U" op deze pagina's?

A: De "H" betekend dat een klant een half uur geboekt stond, de "V" betekent dat de klant geweest is, de "X" betekent dat de klant niet is geweest en de "U" betekent dat de klant voor een uur geboekt stond.

Een proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 11 oktober 2013, opgemaakt door de rechter-commissaris in strafzaken van de rechtbank Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [aangeefster 4], zakelijk weergegeven:

U houdt mij voor dat ik op 24 en 29 augustus 2012 in deze zaak aangifte bij de politie heb gedaan en u vraagt mij of ik toen naar waarheid heb verklaard. Ja.

Ik kan me die periode met [verdachte] van 1 juli tot 25 augustus 2012 nog wel herinneren.

U houdt mij voor dat uit mijn verklaring blijkt dat ik via een ex-vriend bij [betrokkene 2] kwam en toen in contact kwam met [verdachte], en dat ik vervolgens voor [verdachte] in de prostitutie ging werken.

[verdachte] heeft me toen dingen beloofd, dat ik een huisje zou krijgen, en de helft van het geld. Ik zou gaan sparen voor mijn dochter, maar ik heb het geld nooit gekregen. U vraagt wie voorstelde dat ik in de prostitutie voor [verdachte] zou werken. [betrokkene 2] en [betrokkene 4] stelden voor dat ik door zou blijven werken.

[betrokkene 2] en [betrokkene 4] zeiden, je zit er toch al in dus je kunt beter voor [verdachte] doorwerken.

[verdachte] en ik hebben toen ook iets ondertekend. U vraagt hoe dat gesprek met [verdachte] over werken in de prostitutie ging. [verdachte] zei dat ik een besluit moest nemen, en ik zei dat ik het eigenlijk niet wilde, maar ik had geen uitkering en toen kwam [betrokkene 1] weer in beeld, toen werd het chaotisch in mijn hoofd en ben ik direct met [verdachte] meegegaan. [verdachte] stelde voor dat ik voor hem zou gaan werken, dat hij dan mijn baas was, dat ik de helft van het geld zou krijgen en dat hij mij op internet zou zetten voor mannen. Dat heeft hij ook gedaan.

U vraagt of [verdachte] wist van mijn situatie. Ja, [betrokkene 2] had hem al voorgelicht. Toen kwam [verdachte] in beeld en ze wilden dat ik bij [verdachte] ging werken.

Toen ik aan het werk was voor [verdachte] had ik niet het idee dat ik er mee kon stoppen. Ik mocht van [verdachte] niet meer met vrienden bellen, ik mocht niet met mijn moeder praten, hij ging zelfs mee met de bezoeken aan mijn dochtertje en hij zette me op heel veel sites. Ik kon er niet meer uit. Ik durfde niet tegen [verdachte] te zeggen dat ik wilde stoppen.

U vraagt naar de verdiensten en hoeveel klanten ik heb gehad in de periode van 1 juli tot 25 augustus 2012. Ik heb die briefjes allemaal bij de politie afgegeven. Dat is ook de waarheid.

U vraagt naar de periode in Enschede. Ik was daar ongeveer een week en ik was elke dag aan het werk en had elke dag klanten.

Ik had op 1 dag 600 euro en dat geld heb ik aan [verdachte] gegeven.

[verdachte] zei toen tegen mij: Goed gedaan meisje.

Ik heb in Enschede gewerkt, in Amersfoort bij [betrokkene 8], en in Groningen boven de kroeg. Dat was in de periode 1 juli tot 25 aug. 2012. In Glanerbrug heb ik maar 1 dag gewerkt bij [betrokkene 5].

Zodra ik geld kreeg van een klant, moest ik het geld direct aan [verdachte] geven en daarna ging ik weer terug naar de klant. Als [verdachte] weg was dan moest ik het geld in een portemonnee doen en opschrijven hoeveel ik had verdiend. [betrokkene 6], [betrokkene 7], en [betrokkene 3] hebben dat wel gezien.

[verdachte] heeft gevraagd of ik het wilde of niet. Ik was bang om nee te zeggen. Ik dacht dat [verdachte] net zo was als [betrokkene 1]. De lichaamsbouw van [verdachte] is al voldoende, en ik zat toen nog onder de blauwe plekken van [betrokkene 1] en was getraumatiseerd.

De advertenties van mij stonden op de volgende sites: Bordeel.nl, speurders.nl en nog een andere site. De advertentie op Speurders heeft [betrokkene 1] geplaatst, de rest van de advertenties heeft [verdachte] geplaatst. Het klopt dat ik eerst in Groningen heb gewerkt, toen in Amersfoort, dat was maar 2 tot 4 nachtjes bij [betrokkene 8]. [verdachte] en [betrokkene 8] kregen ruzie. Toen ging ik met [verdachte] weer naar Groningen, toen naar Enschede, daarna naar Groningen en toen naar Glanerbrug, naar [betrokkene 5].

U zegt dat ik bij de politie niet heb verklaard (pag. 699) dat ik ook in Amersfoort geweest ben. Ik wist wel dat ik bij [betrokkene 8] was geweest maar ik wist niet meer precies waar dat was. Ik heb laatst een briefje met het adres bij mijn spullen gevonden en daarom weet ik nu dat het Amersfoort is.

U vraagt naar de periode in Enschede dat [betrokkene 6] daar ook was. [verdachte] was in die week niet elke dag bij me. Hij was er eventjes en moest weer weg vanwege zaken. Het kan kloppen dat hij 2 keer in die week is geweest. Als hij kwam, dan haalde hij het geld op en keek hij hoe het met me ging. De andere periodes was hij er altijd bij, behalve in Glanerbrug, dat was maar een paar uurtjes.

Ik moest elke keer als er een klant kwam het geld direct aan hem geven. Hij zei dat al zijn hoertjes dat op die manier deden. Ik durfde echt niet om mijn helft te vragen.

Stel dat ik het hem vroeg en hij zou me toch slaan, wat dan? Ik wilde hem niet onnodig kwaad hebben.

Een proces-verbaal d.d. 25 augustus 2012, opgenomen op pagina 61 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van getuige [getuige 9], zakelijk weergegeven:

(62) [verdachte] zei tegen mij dat ik een goede businessvrouw was. Daarna heeft hij gevraagd of hij mijn telefoonnummer mocht hebben. Dit heb ik hem gegeven.

[verdachte] vertelde dat hij vrouwen voor zich had werken in Rotterdam, Den Haag en Groningen. Met werken bedoelde hij dat hij vrouwen voor zich in de prostitutie had werken.

Hij zei verder dat hij alles netjes op papier had staan en dat alles goed was geregeld met contracten. Hij zou 4 a 5 meisjes voor zich hebben werken.

(63) [verdachte] heeft mij vrijdag 24 augustus 2012, gebeld. [verdachte] zei toen dat hij die avond langs zou komen met een meisje. Hij zei tegen mij dat ik de slaapkamer vrij moest houden.

Toen is hij bij mij in huis gekomen. Dit is aan de [adres] te Enschede. [verdachte] is bij mij thuis gekomen samen met [aangeefster 4]. Ik keek toen naar het meisje. Het meisje kwam angstig op me over.

Ze kwam op me over als een angstig en bang meisje. Ik ben zelf namelijk vroeger ook de prostitutie in gedwongen door een loverboy.

Ik heb toen gevraagd wat haar werktijden waren. Ze zei dat ze 's ochtends om 11:00 uur begon en dat ze tot 's nachts 01:00 uur werkte. [aangeefster 4] zei dat zij het geld van een klant kreeg en dat zij dit geld vervolgens aan [verdachte] geeft.

Een proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 2 september 2013, opgemaakt door de rechter-commissaris in strafzaken van de rechtbank Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van[getuige 9], zakelijk weergegeven:

Ik vroeg [verdachte] wat hij deed met veel vrouwen. Hij zei dat hij niet alleen een business had met drugs, maar dat hij meisjes had die voor hem werkten.

[verdachte] zei tegen mij dat [aangeefster 4] niet naar buiten mocht gaan en dat ze thuis moest blijven. Er mocht niemand voor haar komen, alleen klanten. [verdachte] zei dat hij haar op internet had gezet. Hij zei dat ze de klanten moest ontvangen.

U vraagt mij of ze gezegd heeft dat ze bang is voor [verdachte]. Ja, dat heeft ze wel gezegd.

Ze was bang voor [verdachte]. Hij checkte alles van haar en hij wist alles van haar.

[verdachte] zei dat hij meisjes aan het werk had voor hem. Dat betekent dat hij een pooier is en dat hij de baas is.

U vraagt mij hoe ik weet dat hij haar op het internet heeft gezet. Hij heeft me dat zelf verteld en hij heeft verteld dat er mogelijk klanten zouden kunnen bellen.

Een proces-verbaal van getuigenverhoor d.d. 7 augustus 2013, opgemaakt door de rechter-commissaris in strafzaken van de rechtbank Noord-Nederland, inhoudende de verklaring van [getuige 10], zakelijk weergegeven:

Ik zal u nu de waarheid verklaren. [aangeefster 4] had wel een pooier. Ik heb het gezien. Ik heb gezien dat zij seks moest hebben van diegene en dat zij geld aan hem moest geven.

U vraagt mij wie die pooier van [aangeefster 4] was. Die pooier was [verdachte].

Ik heb niet gezien dat zij geld afgaf aan [verdachte], maar zij heeft mij wel verteld dat zij geld af moest geven aan [verdachte]. Dat heeft ze mij verteld toen ze nog als prostituee werkte in Enschede. Ik denk dat zij in die week in totaal 3 klanten heeft gehad, voor zover ik weet.

De werknaam van [aangeefster 4] was [werknaam aangeefster 4].

Een proces-verbaal d.d. 30 augustus 2012, opgenomen op pagina 68 e.v. van voormeld dossier, inhoudende de verklaring van getuige [getuige 11], zakelijk weergegeven:

Nu u de naam [aangeefster 4] zegt herken ik haar naam. Het was inderdaad [aangeefster 4]. Om te controleren of er daadwerkelijk een meisje bij Aurelia was heb ik gevraagd of ik [aangeefster 4] aan de telefoon mocht hebben. Ik vroeg toen hoe ze heette. Ze antwoordde heel zachtjes. Ik vroeg of ze een andere verblijfplaats had. Ze zei dat ze die niet had en dat ze aangifte wilde doen bij de politie.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 23 januari 2013, opgenomen op pagina 291 e.v. van voormeld dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

In het onderzoek Bermuda verklaren aangeefsters [aangeefster 1] en [aangeefster 4] beide dat er een advertentie van hen stond op "speurders.nl". Speurders.nl is een internetsite van "De Telegraaf" te Amsterdam.

Op 15 november 2012 werd aan de Telegraaf, afd. Speurders.nl , door de Officier van Justitie te Groningen, de volgende gegevens gevorderd:

Wie heeft de onderstaande advertentie geplaatst en welk(e) IP-adres(sen) hoort of horen daarbij:

1. Tekst: "jonge geile blonde meid opzoek naar passie"

Plaatsing: 24-08-2012 Adverteerder: [werknaam aangeefster 4]

Prijs: euro 65,-- Plaats: Enschede Overijssel

Advertentie.nr: 114004492 Telefoon: [telefoonnummer]

-"[werknaam aangeefster 4]", 20 jaar

De volgende postcodes met plaatsen komen voor in de gegevens:

-9731AP GRONINGEN, deze postcode hoort bij de Koningsweg in Groningen. Het GBA-adres van verdachte M [verdachte] is [adres verdachte]. Bij dit adres horen advertenties van "Angelly"; "[werknaam aangeefster 1]" en "[werknaam aangeefster 4]";

-3818SE AMERSFOORT, deze postcode hoort bij de Curaçaolaan in Amersfoort. Geen bijzonderheden. Bij dit adres hoort een advertentie van "[werknaam aangeefster 4]";

-8265EE KAMPEN, deze postcode hoort bij het Penningkruid in Kampen. Geen bijzonderheden. Bij dit adres hoort de advertentie van "[werknaam aangeefster 4]";

-7514CL ENSCHEDE, deze postcode hoort bij de Benthemstraat te Enschede. Geen bijzonderheden. Bij dit adres hoort een advertentie van "[werknaam aangeefster 4]";

-8361XC IJSSELHAM, bij deze postcode was geen adres te vinden. Geen bijzonderheden.

Bij deze postcode hoort een advertentie van "[werknaam aangeefster 4]".

Door speurders.nl werd medegedeeld dat bovengenoemde plaatsnamen en postcodes door de accounthouder zelf zijn opgegeven.

Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde:

Een proces-verbaal van aanhouding d.d. 25 augustus 2012, opgenomen op pagina 28 e.v. van voormeld dossier, inhoudende het relaas van verbalisanten, zakelijk weergegeven:

In de ophoudcel in Borne heb ik, verbalisant Verdam, de verdachte gevraagd of hij zijn zakken en zijn schoudertas wilde leegmaken. Uit zijn schoudertas kwam een busje traangas. Dit hebben wij in beslag genomen.

Een proces-verbaal van technisch onderzoek d.d. 6 september 2012, opgenomen op pagina 116 e.v. van voormeld dossier, inhoudende het relaas van verbalisant, zakelijk weergegeven:

Op donderdag 6 september 2012 ontving ik van R. Brand, werkzaam bij de regiopolitie Twente, team Zeden, een op een spuitbus gelijkend voorwerp, aangetroffen en in beslag genomen onder de verdachte [verdachte];

Bedoeld voorwerp is een spuitbusje dat geheel dan wel gedeeltelijk gevuld met CS gas. Dit busje was voorzien van onder andere het volgende opschrift:

Euro-Paralisant, Original CS-gas, Bodyguard 40 ml.

lk hoorde en voelde en zag dat dit busje gevuld was met vloeistof. Tijdens het testen bleek dat het flesje daadwerkelijk met CS gas gevuld was.

Volgens opschrift bestond de inhoud gedeeltelijk uit chloorbenzylidenmalonsauredinitril Dit is een werkzame stof in traangas.

Op grond van het vorenstaande kan worden gesteld, dat voorwerp bestemd is voor het treffen van personen met CS gas, zijnde een giftige verstikkende en weerloosmakende of traan verwekkende of soortgelijke stof.

Het voorwerp is niet een medisch hulpmiddel.

Derhalve is dit voorwerp een wapen in de zin van artikel 2, lid 1, categorie II, onder 6e van de WWM.

Nadere bewijsoverwegingen

De verdediging heeft verweren opgeworpen, die betrekking hebben op de betrouwbaarheid van bepaalde verklaringen. De rechtbank overweegt hieromtrent het volgende.

Met betrekking tot het onder parketnummer 18/830399-12 onder 1 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat weliswaar niet blijkt dat door de politie is gehandeld overeenkomstig de wettelijke bepaling van artikel 152 Wetboek van strafvordering, maar dat dit niet meebrengt dat de aangifte van bewijs moet worden uitgesloten. De verdediging veronderstelt dat na de plaatsing in het toevluchtsoord verklaringen op elkaar zijn afgestemd, omdat aangeefster [aangeefster 1] in een toevluchtsoord terecht kwam waar ook [aangeefster 3] en [betrokkene 9] zich bevonden. Dat aangeefster ten tijde van het eerste contact aangifte wilde doen tegen verdachte blijkt voldoende uit het dossier, ook al is van dit eerste contact in strijd met de verbaliseringsplicht geen proces-verbaal opgemaakt. Uit het dossier blijkt niet dat de hiervoor weergegeven verklaringen op elkaar zijn afgestemd, noch is daar elders een indicatie voor te vinden. Aangeefster [aangeefster 1] heeft bovendien bij gelegenheid van haar verhoor bij de rechter-commissaris volhard bij haar aangifte. Ook zijn andere getuigen door de rechter-commissaris opnieuw gehoord, waarmee ook de verdediging in de gelegenheid is geweest hen nader te bevragen. Op grond daarvan ziet de rechtbank geen aanleiding te veronderstellen dat de eerste melding bij de politie wezenlijk afwijkt van hetgeen aangeefster in een later stadium bij de politie heeft verklaard. De rechtbank is derhalve van oordeel dat verdachte niet door voormeld vormverzuim in zijn belangen is geschaad.

De stelling dat de politie had moeten weten dat in het toevluchtsoord andere vrouwen waren opgenomen die een rol speelden in het onderzoek tegen verdachte is onvoldoende onderbouwd, nu niet is aangegeven op basis van welke feiten en/of omstandigheden de politie dit wist/had kunnen weten.

In aansluiting op de kritiek op het tijdsverloop tussen de aangifte en de daadwerkelijk start van het opsporingsonderzoek merkt de rechtbank op dat het onderzoek weliswaar niet voortvarend is opgepakt, maar dat er geen sprake van een zodanig tijdsverloop dat dit gevolgen moet hebben voor de onderhavige strafzaak.

De raadsvrouw heeft daarnaast betoogd dat de relevante verklaringen niet voor het bewijs kunnen worden gebruikt, omdat getuigen niet consistent hebben verklaard en hun verklaringen geheel of gedeeltelijk hebben aangepast toen ze door de rechter-commissaris zijn gehoord.

De rechtbank acht de verklaringen die hiervoor zijn weergegeven geloofwaardig en bruikbaar voor het bewijs omdat de beschrijving van de wijze waarop aangeefsters in contact zijn gekomen met verdachte en de wijze waarop zij vervolgens door verdachte in de prostitutie tewerk zijn gesteld op wezenlijke onderdelen overeenkomsten vertonen. Ook ter zake de omstandigheden die hierbij een rol hebben gespeeld, zoals de advertenties, de werkover(h)eenkomst, de wijze waarop de afspraken werden gemaakt en vastgelegd is er in deze verklaringen sprake van eensluidendheid. Bovendien heeft verdachte verklaard dat hij dames voor zich heeft werken en contacten heeft met veel vrouwen die in de prostitutie werkzaam zijn, al ontkent hij van hen geld te hebben ontvangen.

Gelet op voormelde bewijsmiddelen en hetgeen de rechtbank voorts heeft overwogen is de rechtbank van oordeel dat het onder parketnummer 18/830399-12 onder 1 en 3 en het onder parketnummer 18/670511-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Bewezenverklaring

Bewezen verklaard wordt dat verdachte het onder parketnummer 18/830399-12 onder 1 en 3 en het onder parketnummer 18/670511-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

Parketnummer 18/830399-12:

1.

hij in de periode van 15 februari 2012 tot en met 3 maart 2012,

in de gemeente Groningen en elders in Nederland telkens

A

een ander, te weten [aangeefster 1], door geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft

(aan)geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van die [aangeefster 1] (sub 1°);

en

B

een ander, te weten [aangeefster 1], door geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft

bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten (sub 4°);

en

C

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten [aangeefster 1] (sub 6°);

en

D

een ander, te weten [aangeefster 1], door geweld of een andere feitelijkheid, door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengsten van haar seksuele handelingen met een derde (sub 9°);

bestaande dat geweld of die andere feitelijkheid, misleiding dan wel dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie en dat getrokken voordeel en de overige hierboven omschreven handelingen (onder meer) hieruit dat verdachte:

- die [aangeefster 1] heeft medegedeeld dat hij, verdachte, een goede baan voor haar had en

- die [aangeefster 1] in een woning heeft ondergebracht/gehuisvest, en

- een advertentie met de tekst “[werknaam aangeefster 1], geile slet zoekt betaalde seksdates” en een of meer foto’s van die [aangeefster 1] op Speurders.nl heeft geplaatst, en

- die [aangeefster 1] werkinstructies heeft gegeven en

- die [aangeefster 1] kleding heeft aangegeven die zij moest dragen en

- die [aangeefster 1] een SIM-kaart en een werktelefoon heeft gegeven en

- een bankpas en de ID-kaart van die [aangeefster 1] onder zich heeft gehouden en

- die [aangeefster 1] naar en/of van klanten heeft gebracht en

- die [aangeefster 1] een groot deel van de verdiensten uit de prostitutie aan verdachte heeft laten afdragen en

- die [aangeefster 1] heeft geslagen en

- die [aangeefster 1] (onder meer telefonisch) onder controle heeft gehouden en opdracht aan die [aangeefster 1] heeft gegeven dat zij aan hem, verdachte, moest melden dat ze een klant had en moest melden wanneer die klant wegging en

- die [aangeefster 1] dreigend de woorden heeft toegevoegd: "Je hebt mijn naam op jouw lichaam, dus je bent van mij" en “Wat denk je wel vieze kankerhoer, je gaat gewoon voor mij werken” en

- zijn vinger(s) in de vagina van die [aangeefster 1] heeft geduwd/gebracht en

- die [aangeefster 1] enige tijd van haar vrijheid heeft beroofd;

3.

hij op 15 februari 2012, in de gemeente Groningen,

opzettelijk en wederrechtelijk een balkondeur van een woning, gelegen aan de Adriaan Pauwstraat 37, toebehorende aan woningbouwvereniging Huismeesters, heeft beschadigd;

Parketnummer 18/670511-12:

1.

hij in de periode van 1 juli 2012 tot en met 25 augustus 2012 in Nederland telkens

een ander, te weten [aangeefster 4], door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft

geworven, vervoerd, overgebracht en gehuisvest, met het oogmerk van uitbuiting van die [aangeefster 4] (in de prostitutie) (sub 1°);

en

een ander, te weten [aangeefster 4], door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft

bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van diensten (sub 4°);

en

opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van een ander, te weten

[aangeefster 4] (sub 6°);

en

een ander, te weten [aangeefster 4], door misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik van een kwetsbare positie, heeft

heeft bewogen verdachte te bevoordelen uit de opbrengsten van de seksuele handelingen van die [aangeefster 4] met een derde (sub 9°);

bestaande die misleiding dan wel dat misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en misbruik van een kwetsbare positie en dat getrokken voordeel en de overige hierboven omschreven handelingen (onder meer) hieruit dat verdachte:

- die [aangeefster 4] heeft voorgesteld om in de prostitutie te gaan werken en

- die [aangeefster 4] heeft verteld dat hij haar zou helpen om geld te sparen voor haar dochter en/of een appartement en

- die [aangeefster 4] als prostituee heeft laten werken in Groningen en Enschede en

- die [aangeefster 4] naar locaties heeft overgebracht waar die [aangeefster 4] in de prostitutie moest gaan werken en

- die [aangeefster 4] papieren heeft gegeven waarop regels stonden vermeld waaraan die [aangeefster 4] zich moest houden en

- die [aangeefster 4] een werktelefoon heeft gegeven en

- een advertentie op het internet (Speurders.nl) heeft geplaatst waarin seksuele diensten van die [aangeefster 4] werden aangeboden en

- die [aangeefster 4] werkinstructies heeft gegeven, bijvoorbeeld het bijhouden van een administratie en

- die [aangeefster 4] instructies heeft gegeven over hoeveel geld zij moest vragen per klant en per sexuele handeling en

- die [aangeefster 4] heeft bewogen, om een groot deel van de opbrengsten uit de prostitutiewerkzaamheden aan hem, verdachte, af te staan;

2.

hij op 25 augustus 2012, in de gemeente Enschede, een spuitbusje

gevuld met traangas, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen

met (een) giftige en/of verstikkende en/of weerloosmakende en/of

traan verwekkende stof(fen) van de categorie II, onder 6°, voorhanden heeft

gehad;

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder parketnummer 18/830399-12 onder 1 en 3 en het onder parketnummer 18/670511-12 onder 1 en 2 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van de feiten

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

Parketnummer 18/830399-12:

1 Mensenhandel

3. Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen.

Parketnummer 18/670511-12:

1 Mensenhandel

2 Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder parketnummer 18/830399-12 onder 1, 2 en 3 en het onder parketnummer 18/670-511-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.

Standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft, voor het geval de rechtbank het feit bewezen mocht achten, gepleit voor een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf gelijk aan het voorarrest, dan wel oplegging van een van een vrijheidsstraf waarvan een fors deel in voorwaardelijke vorm.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mensenhandel. Verdachte heeft twee jonge vrouwen bewogen tot prostitutie en hen gedwongen verdiensten af te staan en te handelen zoals hij dat voorschreef. Beide vrouwen bevonden zich in een kwetsbare positie of waren, zoals verdachte wist zelf kwetsbaar door hun voorgeschiedenis. Verdachte heeft daarvan misbruik gemaakt en niet geschroomd bij een van hen haar kind als pressiemiddel te gebruiken.

Verdachte heeft bij het begaan van de feiten geen enkel respect getoond voor de slachtoffers en uit eigen winstbejag gehandeld. Verdachte heeft daarmee geen enkel belang gehecht aan de lichamelijke integriteit of het zelfbeschikkingsrecht van de slachtoffers.

Dit zijn ernstige feiten waarvoor een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op zijn plaats is.

De rechtbank neemt daarbij ten nadele van verdachte in aanmerking dat verdachte eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en in 2008 voor onder andere mensenhandel is veroordeeld. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan beschadiging en bezit van een verboden wapen, al wegen deze feiten minder zwaar voor de op te leggen straf

De rechtbank houdt er ten voordele van verdachte voorts rekening mee dat het gaat om betrekkelijk korte periodes. Verder houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte van het onder parketnummer 18/830399-12 onder 2 ten laste gelegde wordt vrijgesproken.

Gelet op al het hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat de hierna te melden vrijheidsstraf passend en geboden is.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 57, 350 en 273f van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het onder parketnummer 18/830399-12 onder 2 ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- verklaart het onder parketnummer 18/830399-12 onder 1 en 3 en het onder parketnummer 18/670511-12 onder 1 en 2 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart het onder parketnummer 18/830399-12 onder 1 en 3 en het onder parketnummer 18/670511-12 onder 1 en 2 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van zesendertig maanden.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. F.J. Agema, voorzitter, M.C. Fuhler en M.J. Oostveen, in tegenwoordigheid van D. van der Ploeg, griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2014.