Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:CA2192

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
05-06-2013
Datum publicatie
05-06-2013
Zaaknummer
C-17-122057 - HA ZA 12-287
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

non-confomiteit schip; klachtplicht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/122057 / HA ZA 12-287

Vonnis van 5 juni 2013

in de zaak van

[A],

wonende te [woonplaats] (Duitsland),

eiser,

advocaat: mr. F.J. Hommersom te Utrecht,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRIVATEER YACHTS B.V.,

gevestigd te Uitwellingerga,

gedaagde,

advocaat: mr. M. Dekker te Purmerend.

Partijen zullen hierna "[A]" en "Privateer" genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de conclusie van antwoord

- het proces-verbaal van comparitie van 17 januari 2013 en de ter gelegenheid van deze comparitie door partijen overgelegde nadere stukken;

- de brief van de advocaat van [A] van 28 januari 2013 en de brief van de advocaat van Privateer van 13 februari 2013, beiden houdende enkele opmerkingen naar aanleiding van voormeld proces-verbaal.

1.2. Partijen hebben nadien vonnis gevraagd.

2. De vaststaande feiten

In deze procedure wordt van de volgende vaststaande feiten uitgegaan.

2.1. Tussen partijen is omstreeks eind maart/begin april 2006 - door middel van het wederzijds ondertekenen van een daartoe strekkende opdrachtbevestiging - een overeenkomst gesloten, op grond waarvan Privateer zich heeft verbonden om een schip, Privateer Kotter 43 AK (hierna te noemen: het schip), voor [A] te bouwen voor een totale prijs van € 400.000,-. Het betreft een pleziervaartuig met een lengte van 13,5 meter. Partijen hebben aanvankelijk afgesproken dat de levering van het schip op 1 juli 2007 zou plaatsvinden.

2.2. Op de overeenkomst zijn de HISWA Algemene Leveringsvoorwaarden van toepassing. In deze algemene voorwaarden is - voor zover hier van belang - bepaald:

Artikel 5

1. De leverancier staat er voor in dat hij een pleziervaartuig of casco, inclusief de overeengekomen uitrustingsstukken en inventaris, levert dat beantwoordt aan de overeenkomst. De leverancier staat er bovendien voor in dat het geleverde de eigenschappen bezit die, alle omstandigheden in aanmerking genomen, voor een normaal gebruik nodig zijn, alsmede voor een bijzonder gebruik voor zover dat is overeengekomen.

2. De leverancier staat er voor in dat de door of namens hem verrichte werkzaamheden beantwoorden aan de overeenkomst en worden uitgevoerd met goed vakmanschap en met gebruikmaking van deugdelijk materiaal.

3. Met inachtneming van het vorenstaande garandeert de leverancier gedurende een termijn van twaalf maanden de afwezigheid van gebreken die zich openbaren of ontstaan na levering. (…)

4. Onverminderd de overige rechten die hem op grond van de wet toekomen heeft de afnemer recht op kosteloos herstel van gebreken en op vervanging van gebrekkige onderdelen op de werf van de leverancier binnen redelijke tijd.

De afnemer kan op kosten van de leverancier een noodzakelijk herstel door een derde laten uitvoeren, voor zover de kosten daarvan redelijk zijn. Voor de vaststelling van die redelijkheid wordt het prijsniveau van de leverancier in aanmerking genomen.

De derde die een noodzakelijk herstel kan uitvoeren wordt in overleg met de afnemer door een leverancier aangewezen. Herstel bij een derde is alleen mogelijk:

- indien de leverancier niet of niet tijdig in staat is het gebrek op zijn eigen werf te herstellen of

- indien sprake is van een wanverhouding tussen de noodzakelijke kosten van transport van het vaartuig naar de werf van de leverancier en de kosten van herstel op die werf of

- indien in verband met de omstandigheden van de afnemer niet kan worden verlangd dat hij het herstel op de werf van zijn leverancier laat uitvoeren.

5. De leverancier staat niet in voor gebreken in het ontwerp van het vaartuig indien dit ontwerp niet door hemzelf is geleverd. Evenmin staat de leverancier in voor de bruikbaarheid en deugdelijkheid van materialen of uitrustingsstukken waarvan de toepassing of aanwending door de afnemer is voorgeschreven of die door hem zijn geleverd.

6. Tenzij wegens specifieke eisen anders is overeengekomen zijn bij uitvoering van de overeenkomst de volgende afwijkingen mogelijk:

+/- 1% lengte over de stevens

+/- 1% breedte over alles

+/- 1% holte

+/- 5% diepgang

+/- 2% stahoogte onder de balken

+/- 1% maximale hoogte boven wateroppervlak

+/- 10% gewicht

+/- 5% motorvermogen

+/- 10% snelheid (bij standaarduitrusting)

7. De leverancier staat niet in voor (uiterlijke) onvolkomenheden die voortkomen uit de aard en de hoedanigheid van gebruikte materialen, doch die geen afbreuk doen aan de deugdelijkheid van het vaartuig.

8. De leverancier staat niet in voor gebreken die na de oplevering van de goederen zijn ontstaan als gevolg van normale slijtage, ondeskundig gebruik of gebrek aan zorgvuldigheid, of die het gevolg zijn van door de afnemer of door derden aangebrachte veranderingen aan het geleverde. Evenmin staat de afnemer in voor de eventueel ontstane schade als gevolg van vorenbedoelde gebreken.

(…)

Artikel 8 - De levering

1. De levering vindt plaats af bedrijf in Nederland. (…)

2. De leverancier zal de afnemer voor aflevering van het vaartuig of van andere te leveren zaken de gelegenheid bieden het vaartuig of bedoelde andere zaken te (laten) inspecteren.

(…)

Artikel 11 - De betalingsvoorwaarden

(…)

4. Indien één der partijen wordt genoodzaakt om rechtsbijstand in te roepen in verband met een geschil dat betrekking heeft op een tussen hen gesloten overeenkomst waarop deze voorwaarden van toepassing zijn, is de in gebreke zijnde partij dan wel de in het ongelijk gestelde partij (tevens) de aan de rechtsbijstand verbonden kosten verschuldigd. Deze buitengerechtelijke incassokosten bedragen 15% van het verschuldigde bedrag met een minimum van € 115,00, te vermeerderen met de werkelijk gemaakte verschotten, tenzij de wederpartij bewijst dat met een lager minimum had kunnen worden volstaan. Eén en ander onverminderd het bepaalde in artikel 16 lid 10 van deze voorwaarden.

2.3. Vanwege vertraging in de levering, alsmede een aantal door [A] gewenste aanpassingen aan het schip, is de leveringsdatum van het schip verschoven naar 29 februari 2008 te Uitwellingerga. Na verrekening van de oorspronkelijk overeengekomen aanneemsom van € 400.000,- met een aantal posten ter zake meer- en minderwerk is de totale aanneemsom vastgesteld op € 426.553,93. Privateer heeft een korting op deze aanneemsom gegeven van € 36.553,93, zodat de finale aanneemsom € 390.000,- bedroeg.

2.4. Het schip is geïnspecteerd en goedgekeurd door het European Certification Bureau, waarna op 28 maart 2008 een zgn. CE-B markering is afgegeven. Dit certificaat houdt in dat het schip voldoet aan de eisen die de Europese richtlijn voor pleziervaartuigen alsmede de Wet Pleziervaartuigen stelt aan de bouw en het ontwerp en heeft tot gevolg dat het schip in de handel mag worden gebracht en in gebruik mag worden genomen.

2.5. Het schip, door [A] inmiddels voorzien van de naam "[X]", is op 29 februari 2008 door Privateer formeel aan [A] geleverd. Beide partijen hebben toen het "Certificate of Ownership" getekend. Ten tijde van de levering is door [A] geen melding gemaakt van onvolkomenheden of gebreken aan het schip.

2.6. Na de formele levering heeft Privateer op verzoek van [A] een aantal aanpassingen aan het schip gedaan. Na verloop van tijd heeft [A] de kosten van dit meerwerk aan Privateer voldaan.

2.7. [A] heeft hierna het schip eind mei 2008 daadwerkelijk in gebruik genomen en daarmee het gehele vaarseizoen 2008 gevaren.

2.8. Eind november 2008 heeft [A] bij Privateer geklaagd over gebreken aan het schip. Ter onderbouwing van deze gebreken heeft [A] een rapport doen opstellen door de heer P.J. Brunsmann (hierna te noemen: Brunsmann), verbonden aan Brunsmann Jacht- en Scheepsexperts d.d. 27 oktober 2008, met kenmerk 3513.08.01.003D. In het rapport staat een 73-tal gebreken/onvolkomenheden aan het schip opgesomd. Onder het kopje 'Conclusie' is in het rapport vermeld:

"Zoals eerder beschreven is het doel van deze expertise het geven van een onafhankelijk oordeel over de bij de opdrachtgever bekende gebreken en het vaststellen en beoordelen van eventuele andere gebreken.

Zonder meer de belangrijkste gebreken zijn terug te vinden in de technische installaties en aan het dek. De gebreken aan dek zijn grotendeels te wijten aan slordigheid en slecht vakmanschap.

Voor wat betreft de technische installaties functioneert naast een aantal kleine gebreken, de boeg- en hekschroef niet naar behoren. Bij neutraal geschakelde hoofdmotor is onvoldoende vermogen van de boeg- en hekschroef beschikbaar. Ter beoordeling van dit probleem is een specialist van de firma Vetus gevraagd de motor en de hydraulische installatie te controleren en over de mogelijkheden te adviseren. Hierbij is gebleken dat met een kleine aanpassing een veel groter vermogen van de dwarsschroeven beschikbaar komt.

Een ander belangrijk punt is dat, ondanks de forse hoeveelheid losse ballast in het zwemplatform, het vaartuig met de voorzijde te diep in het water ligt. Een aantal grote gewichten, zoals de watertanks zullen zodanig naar achteren moeten worden verplaatst dat het vaartuig met volle tanks en met zo min mogelijk losse ballast recht in het water komt te liggen.

De overige in dit rapport genoemde gebreken zijn betrekkelijk eenvoudig te verhelpen. Dit geldt ook voor de geconstateerde verschillen tussen het uitgevoerde werk en de oorspronkelijke opdracht.

Ten slotte dient te worden geverifieerd of de constructie van de onder het vaartuig aangebrachte grote kimkielen voldoende sterk aan de romp is bevestigd. De belasting van de romp, als gevolg van het bijvoorbeeld (dwarsscheeps) tegen een strekdam stromen met deze kimkielen, zou kunnen leiden tot het opscheuren van de huidbeplating. Normaal gesproken dienen dit soort grote uitstekende delen door de romp te zijn gestoken en met grote knieën aan de spanten te zijn bevestigd, meestal is de scheepshuid daar ter plaatse dan ook nog versterkt. Een dergelijke constructie is niet aangetroffen.

(…)"

2.9. Bij e-mail van 27 februari 2009 heeft Privateer aan Brunsmann, in diens hoedanigheid van vertegenwoordiger van [A], puntsgewijs en aan de hand van het rapport van Brunsmann d.d. 27 oktober 2008 aangegeven ten aanzien van welke gebreken en/of onvolkomenheden er reeds actie was of nog zou worden ondernomen.

2.10. In een rapportage d.d. 10 maart 2009, met kenmerk 3153.09.01.013D heeft Brunsmann, in reactie op de e-mail van Privateer, een overzicht gegeven van geaccordeerde garantiepunten en de overeengekomen wijze van aanpassen. Privateer heeft vervolgens in de weken 14 t/m 16 van 2009 werkzaamheden aan het schip uitgevoerd. Privateer heeft aan [A] gevraagd om na afronding van voormelde werkzaamheden een verklaring te ondertekenen waarin hij zich akkoord verklaart met de afhandeling van de werkzaamheden. In deze akkoordverklaring is onder meer vermeld:

"Het merendeel van de garantiewerkzaamheden zoals aangegeven in het schrijven van Brunsmann Jacht-en Scheepsexperts met referentie 3513.09.01.013D, verwijzend naar het rapport met referentie 3513.09.01.003D en het schrijven met referentie 3513.09.01.016D (bijlagen) zijn zoals afgesproken en naar tevredenheid van Brunsmann Jacht- en Scheepsexperts uitgevoerd en voltooid.

(…)

Hiermee verklaart de opdrachtgever van Brunsmann Jacht- en Scheepsexperts, de heer [A], zich akkoord met de definitieve afhandeling van de overige in 3513.09.01.013D genoemde werkzaamheden."

Brunsmann heeft deze verklaring als gevolmachtigde van [A] op 8 mei 2009 ondertekend.

2.11. [A] heeft vervolgen gedurende het vaarseizoen 2009 gebruik gemaakt van het schip.

2.12. Bij brief van 13 november 2009 heeft de advocaat van [A] Privateer medegedeeld dat er nog steeds sprake is van een aanzienlijk aantal gebreken aan het schip, waaronder - aldus de advocaat van [A] - een aantal zeer essentiële gebreken zoals gewichtsverdeling, stabiliteit, hoogte en constructie. Bij deze brief is een nieuw rapport van Brunsmann gevoegd, gedateerd 28 mei 2009 en met kenmerk 3513.09.01.022.D. In dit rapport heeft Brunsmann alle nog te herstellen gebreken aan het schip weergegeven. In voormelde brief is Privateer in gebreke gesteld ten aanzien van de nog niet herstelde gebreken als vastgelegd in het rapport van Brunsmann met kenmerk 3513.08.01.003D en is Privateer gesommeerd om aan te geven hoe en op welke termijn zij de resterende gebreken aan het schip zal herstellen. Tevens is Privateer aansprakelijk gesteld voor de schade die [A] lijdt en nog zal lijden.

2.13. Bij brief van 16 december 2009 heeft Privateer (uitvoerig) gereageerd op de brief van de advocaat van [A]. De inhoud van de brief van Privateer komt er - kort samengevat - op neer dat het schip geen essentiële gebreken vertoont en voldoet aan de CE-wetgeving, zodat er geen sprake is van toerekenbaar tekortschieten van Privateer in de nakoming van de overeenkomst.

2.14. Bij brief van de advocaat van [A] van 20 mei 2010 is Privateer wederom gesommeerd om herstelwerkzaamheden aan het schip uit te voeren. Hierna hebben partijen verder gecorrespondeerd om tot een oplossing omtrent het ontstane geschil over de gebreken aan het schip te komen. Uiteindelijk zijn partijen overeengekomen om twee experts aan te zoeken, één expert van de zijde van [A] (de heer D.J. Van der Zee) en één van de zijde van Privateer (de heer R.C. Schuijt), om vast te stellen of er (nog) sprake was van gebreken aan het schip.

2.15. Privateer heeft de advocaat van [A] bij brief van 17 juni 2010 onder meer medegedeeld:

"(…) Er wordt een bijeenkomst gepland op de boot van de heer [A], in aanwezigheid van de heer [A], een vertegenwoordiger van de werf, en een scheepsexpert die niet eerder betrokken is geweest bij dit onderwerp.

Deze bijeenkomst heeft ten doel de heer [A] zijn technische ongenoegens over zijn boot te laten uitleggen. Hij kan dan ook ter plekke aanwijzen wat hij bedoeld. De scheepsexpert kan dan in zijn rapport aangeven wat zijn oordeel is over het ongenoegen van de heer [A]. Daarbij zal hij aangeven of een technische oplossing mogelijk zou zijn en welke vorm die zou kunnen hebben. De oorsprong van het ongenoegen speelt bij die beoordeling geen rol.

Het rapport van de scheepsexpert is voor beide partijen leidend voor de afwikkeling van deze langslepende kwestie.

(…)

Wij hechten eraan het volgende te stellen. Privateer Yachts BV streeft naar tevreden klanten. Dit tracht zij te bereiken met alle haar ten dienste staande middelen. De werf wil graag ook de heer [A] als tevreden klant in haar boeken kunnen schrijven. Daarom is Privateer Yachts bereid technisch uitvoerbare oplossingen die uit het boven bedoelde rapport voortkomen te bespreken, zodat de heer [A] tevreden zijn schip kan gebruiken in de toekomst."

2.16. Op 19 en 20 november 2010 hebben de beide experts het schip onderzocht. Van der Zee heeft nadien (eenzijdig) een rapport van bevindingen d.d. 5 januari 2011 opgesteld. Dit rapport heeft hij aan collega-expert Schuijt toegezonden, die bij e-mail van 6 januari 2011 aan Van der Zee heeft bericht dat het rapport is opgesteld conform hun bevindingen en dat hij het rapport nog nader met Privateer zou bespreken. Hierna heeft Van der Zee een aangepast rapport van bevindingen d.d. 24 mei 2011 opgesteld. Schuijt en Privateer hebben vervolgens naar aanleiding van het aangepaste rapport op 6 september 2011 een gesprek gevoerd. Van dit gesprek is een verslag opgesteld, waarin puntsgewijs de opmerkingen van Privateer op voormeld rapport zijn weergegeven.

2.17. Partijen hebben vervolgens nog uitgebreid met elkaar gecorrespondeerd over de hen verdeeld houdende kwestie van de gebreken aan het schip, hetgeen niet tot een oplossing in der minne heeft geleid.

2.18. Deskundige Schuijt is in een 29 oktober 2012 gedateerde schriftelijke verklaring ingegaan op de gezamenlijke expertise die hij met Van der Zee heeft uitgevoerd met betrekking tot het schip. Hierin meldt Schuijt:

"(…) Er waren pertinent geen items waar geen consensus over bereikt zou kunnen worden en de werf heeft zich steeds bereid verklaard punten aan te pakken, ongeacht of zij daartoe verplicht zou zijn of niet. Er zijn gezien ons gezamenlijke rapport weinig items die terug te voeren zijn op een onjuiste levering van het motorjacht.

Ondanks herhaald verzoeken om een reactie van Van der Zee/Hommersom, zie ook mijn brief dd. 29 januari 2012, bevreemd het mij in hoge mate dat er pas na ca. 1 jaar een reactie komt in de vorm van een dagvaarding.

Er waren immers afspraken gemaakt, dat de beide experts (Van der Zee/Schuijt) tot een vergelijk zouden moeten komen. Dit laatste is ondergetekende niet geboden, hetgeen een hoogst merkwaardige handelwijze is.

Door het proces dermate te vertragen / te frustreren wordt de kwestie zeer bemoeilijkt, omdat oorspronkelijke zaken met onderhoudszaken door elkaar gaan lopen.

Indien het onderhavige jacht onveilig/niet deugdelijk zou zijn, is het onbegrijpelijk dat ondanks de klachten/vermeende klachten normaal gebruik van het motorjacht is gemaakt."

2.19. Deskundige Van der Zee heeft bij e-mail aan de advocaat van [A] van 3 januari 2013 onder meer opgemerkt:

"In reactie op het schrijven van de heer Schuijt d.d. 29-01-2012 het volgende:

De heer Schuijt merkt inderdaad correct op dat hij met ondergetekende op 27-09-2011 de lijst met punten heeft doorgenomen. Tijdens dit gesprek hebben wij een groot deel van de punten aangemerkt met een krul welke naar beider mening (Schuijt en ondergetekende) door Privateer zonder enige discussie opgelost zouden moeten worden.

De overige punten, welke door de heer Schuijt als niet relevant of discutabel werden gekwalificeerd, hebben wij aangemerkt met een vraagteken. Deze punten, waaronder een aantal CE-gerelateerde, hebben wij derhalve geparkeerd om nader te bespreken en/of uit te werken. Hierbij hebben wij opgemerkt dat de CE gerelateerde punten wellicht ter beoordeling voorgelegd zouden kunnen worden aan een CE deskundige (Notified Body).

We zijn geëindigd met de afspraak dat de voornoemde besproken zaken zouden worden voorgelegd aan de wederzijdse opdrachtgevers met de aanvullende opmerking dat, indien de heer [A] bereid zou zijn het vaartuig aan te leveren voor het herstellen van de punten, het uiteindelijke resultaat beoordeeld zou worden door beide experts en dat alle rechten tot die tijd worden voorbehouden.

Naar wij hebben begrepen heeft Privateer, ondanks uw herhaalde verzoeken, zich (nog) niet geconformeerd aan datgene wat de experts zijn overeengekomen.

Het is derhalve dan ook niet correct dat de heer Schuijt opmerkt dat hij geen enkele reactie heeft ontvangen. Wellicht is de heer Schuijt niet op de hoogte geweest van de later, door u gevoerde, correspondentie met Privateer en/of zijn advocaat.

Het bevreemd ons dan ook dat Privateer zich, om ons volslagen onbekende redenen, niet conformeert aan de bevindingen en conclusies van de door hen aangestelde en benoemde expert. (…)"

3. Het geschil

3.1. [A] vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad:

primair:

- de tussen partijen gesloten overeenkomst gedeeltelijk ontbindt, in dier voege dat de door [A] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat en vast te stellen volgens de wet en Privateer veroordeelt tot betaling van het daarmee gemoeide bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding;

subsidiair:

- de gevolgen van de overeenkomst wijzigt, in dier voege dat de door [A] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat en vast te stellen volgens de wet en Privateer veroordeelt tot betaling van het daarmee gemoeide bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding;

primair en subsidiair:

- een deskundige benoemt ter beoordeling van de gebreken aan het schip, de hieruit voortvloeiende reparatiekosten, de aan [A] op te komen schade ter zake niet reparabele gebreken en verschil tussen waarde van het schip in correcte staat en in de thans bestaande toestand/met de thans bestaande gebreken en al hetgeen te onderzoeken wat in dezen nog relevant kan zijn voor de beoordeling van het geschil;

- als deskundige te benoemen Dutch Marine Inspection B.V. te Scheemda (de aangewezen keuringsinstantie voor pleziervaartuigen volgens richtlijn 94/25 EG en 2003/44 EG onder nummer 2248) teneinde te beoordelen of en in hoeverre het schip voldoet aan de geldende CE-vereisten, de hieruit voortvloeiende reparatiekosten, de aan [A] op te komen schade ter zake niet reparabele gebreken en verschil tussen waarde van het schip in correcte staat en in de thans bestaande toestand/met de thans bestaande gebreken en al hetgeen te onderzoeken wat in dezen nog relevant kan zijn voor de beoordeling van het geschil;

- Privateer veroordeelt tot betaling van schadevergoeding ter zake van alle aan [A] opgekomen schade, op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding;

- Privateer veroordeelt tot betaling van schadevergoeding ad € 48.754,55 ex artikel 6:96 BW, althans een bedrag door de rechtbank in goede justitie vast te stellen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding;

- Privateer veroordeelt tot betaling van de kosten van het geding, die van een eventuele executie daaronder begrepen alsmede de nakosten.

3.2. Privateer concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [A], onder

veroordeling van [A] - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad - in de kosten van het geding.

4. Het standpunt van [A]

4.1. Privateer is toerekenbaar tekortgeschoten in de nakoming van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst, nu er sprake is van een groot aantal gebreken aan het schip. Tijdens het gebruik van het schip - dat [A] eerst vanaf eind mei 2008 kon gebruiken - constateerde [A] steeds meer gebreken. Deze gebreken zijn door deskundige Brunsmann gedocumenteerd. [A] heeft Privateer meerdere keren in de gelegenheid gesteld, alsook gesommeerd, om het schip af te leveren conform de staat die [A] bij het aangaan van de overeenkomst mocht verwachten. Privateer is daarmee echter in gebreke gebleven. Privateer is derhalve in verzuim geraakt. Het alsnog herstellen van de gebreken aan het schip door Privateer is naar de mening van [A] thans een gepasseerd station. Ter onderbouwing van de huidige stand van zaken met betrekking tot de gebreken aan het schip verwijst [A] naar een lijst van gebreken die hij ter gelegenheid van de comparitie bij brief van zijn raadsman van 28 december 2012 in het geding heeft gebracht (de rechtbank heeft deze lijst van gebreken als bijlage I aan dit vonnis gehecht). Het door Privateer gedane beroep op rechtsverwerking vanwege te laat klagen over de gebreken dient te worden verworpen, nu dit beroep in strijd is met de goede trouw en bovendien tardief is. Daartoe stelt [A] dat Privateer in haar brief van 17 juni 2010 expliciet heeft aangegeven mee te werken aan een gezamenlijk onderzoek naar de gebreken aan het schip. Indien [A] eerder had geweten dat Privateer zich op rechtsverwerking zou beroepen, had hij niet zoveel tijd genomen om de gebreken in kaart te brengen en had hij direct een verzoek tot het bevelen van een voorlopig deskundigenbericht bij de rechtbank ingediend.

4.2. Gelet op het voorgaande vordert [A] dat de overeenkomst gedeeltelijk wordt ontbonden vanwege wanprestatie, althans op grond van dwaling de gevolgen van de koopovereenkomst worden gewijzigd, (in beide gevallen) in die zin dat de door [A] verschuldigde koopprijs wordt verminderd met een bedrag nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet en dat Privateer wordt veroordeeld tot betaling van dit bedrag aan [A].

4.3. Voorts dient volgens [A] een deskundige te worden benoemd die de gebreken aan het schip beoordeelt, alsmede de noodzakelijke reparatiekosten en de door [A] geleden schade in verband met niet reparabele gebreken en het verschil tussen de waarde van het schip in correcte staat en in de thans bestaande toestand. Ook dient er een deskundige te worden benoemd, die dient te beoordelen of het schip al dan niet voldoet aan de geldende CE-vereisten. Volgens [A] bestaat er op grond van de aan het schip vastgestelde gebreken namelijk gerede twijfel of de CE-keuring destijds wel terecht is afgegeven. Het bureau dat de CE-verklaring heeft afgegeven (ECB), staat in een nauwe contractuele relatie met Privateer, op grond waarvan aan de onafhankelijkheid van deze instantie moet worden getwijfeld.

4.4. Ten slotte dient Privateer alle door [A] geleden schade te vergoeden, waaronder - op de voet van artikel 6:96 BW - de kosten ter vaststelling van de schade (expertkosten) en buitengerechtelijke incassokosten. Deze kosten worden door [A] begroot op een bedrag van € 48.754,55.

5. Het standpunt van Privateer

5.1. De levering van het schip heeft op 29 februari 2008 plaatsgevonden, waarna met het schip gedurende het hele vaarseizoen is gevaren. Pas na afloop van het vaarseizoen 2008, in november 2008 (9 maanden na de aflevering) heeft [A] aan de hand van het (eerste) rapport van Brunsmann bij Privateer geklaagd. Gezien de aard van en de hoeveelheid gebreken die [A] stelt, moet worden aangenomen dat [A] hiermee al veel eerder bekend was, althans redelijkerwijs had kunnen zijn. Van [A] had mogen worden verwacht dat hij Privateer zo spoedig mogelijk na de ontdekking van de gebreken aan het schip daarvan op de hoogte had gesteld. [A] heeft evenwel gewacht met klagen tot na afloop van het vaarseizoen 2008. Daarmee is er niet binnen bekwame tijd geklaagd, zoals bedoeld in de artikelen 6:89 en 7:23 lid 1 BW, op grond waarvan [A] zijn rechten terzake de gebreken heeft verwerkt, aldus Privateer. Een en ander geldt te meer voor de gebreken die niet in het eerste rapport van Brunsmann d.d. 27 oktober 2008 zijn genoemd, maar die eerst zijn vermeld in het rapport van Brunsmann d.d. 28 mei 2009. Over deze nieuwe, latere gebreken heeft [A] pas geklaagd bij brief van zijn advocaat d.d. 13 november 2009, waarbij Privateer eerst toen het tweede rapport van Brunsmann onder ogen kreeg. Deze "nieuwe" gebreken zijn dan ook te laat bij Privateer gemeld. Er was bovendien toen al anderhalf jaar verstreken na de levering van het schip en [A] had reeds twee seizoenen met het schip gevaren. Ten aanzien van door Privateer verrichte herstel- en aanvullende werkzaamheden heeft [A] ook zijn rechten verwerkt door niet binnen bekwame tijd op dit punt bij Privateer te klagen. Bedoelde werkzaamheden waren al op 8 mei 2009 afgerond, [A] heeft hierna een expertise door Brunsmann laten uitvoeren, waarna [A] Privateer vervolgens pas op 13 november 2009 van de nadere bevindingen van Brunsmann op de hoogte heeft gesteld.

5.2. [A] kan zich evenmin op eventuele tekortkomingen aan de zijde van Privateer beroepen, gelet op de door Brunsmann namens [A] op 8 mei 2009 ondertekende akkoordverklaring. Met deze akkoordverklaring is het tussen partijen ontstane geschil over de tekortkomingen met wederzijds goedvinden beëindigd. Privateer mocht er gerechtvaardigd op vertrouwen dat met deze akkoordverklaring het geschil was afgedaan. Daarbij wijst Privateer er nog op, dat de akkoordverklaring - blijkens de bewoordingen daarvan - niet alleen ziet op de in het rapport van 10 maart 2009 opgesomde werkzaamheden, maar óók op de in het daaraan voorafgaande rapport van 27 oktober 2008 genoemde gebreken. Indien de akkoordverklaring alleen zou zien op de in het rapport van 10 maart 2009 opgesomde werkzaamheden, dan wijst Privateer erop dat dit rapport ook aldus moet worden begrepen dat Brunsmann zich namens [A] ermee akkoord heeft verklaard dat 57 van de 73 gebreken uit het rapport van 27 oktober 2008 naar tevredenheid zijn verholpen. Dan zouden alleen de in dat rapport genoemde gebreken 1, 2, 6, 7, 15, 16, 23, 34, 47, 52, 53, 56 en 57 - waarover partijen het niet eens zijn geworden - zijn uitgezonderd van de akkoordverklaring.

5.3. Privateer heeft een schip geleverd dat de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn. Naar de mening van Privateer heeft [A] niet aan zijn stelplicht terzake van de vermeende gebreken voldaan. [A] heeft in de dagvaarding volstaan met de enkele, algemene stelling dat er sprake is van gebreken onder verwijzing naar de producties bij de dagvaarding. Evenwel heeft [A] nagelaten om concreet en onderbouwd aan te geven om welke gebreken het (thans nog) gaat. Ook is niet ten aanzien van alle gebreken duidelijk hoe deze (kunnen) zijn ontstaan, aldus Privateer. Het valt kennelijk ook nogal mee met de gebreken aan het schip, nu [A] reeds vanaf 2008 met het schip vaart. Veel van de gestelde gebreken aan het schip zien uitsluitend op kleine (uiterlijke) onvolkomenheden, die niet afdoen aan de deugdelijkheid van het schip. In dezen verwijst Privateer uitdrukkelijk naar artikel 5 lid 7 van de algemene voorwaarden, waaruit volgt dat deze onvolkomenheden geen tekortkoming in de zin van artikel 6:265 lid 1 BW opleveren.

5.4. Het voorgaande brengt volgens Privateer met zich dat er geen grond is voor gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst zoals door [A] is gevorderd. Evenmin kan [A] - nu van enige tekortkoming zijdens Privateer geen sprake is - zich beroepen op dwaling, nog daargelaten dat niet is onderbouwd waaruit de dwaling zou bestaan.

5.5. Benoeming van een (nieuwe) deskundige ter vaststelling van de gebreken aan het schip, zoals [A] wenst, ligt niet in de rede nu er al diverse deskundigenrapporten zijn uitgebracht waardoor er voldoende informatie beschikbaar is aangaande de vermeende gebreken. Voor benoeming van een deskundige om te beoordelen of het schip aan de geldende CE-vereisten voldoet, bestaat evenmin reden. Met de afgifte van het CE-certificaat staat vast dat er een deugdelijk schip is geleverd dat aan de wettelijke eisen voldoet. Dat er reden zou zijn om aan de afgegeven CE-certificering te twijfelen, is door [A] niet onderbouwd.

5.6. Ten slotte stelt Privateer dat [A] zijn schade niet heeft onderbouwd. Minst genomen had van [A] mogen worden verwacht dat hij inzicht had gegeven in de diverse schadeposten. [A] kan niet simpelweg in algemene termen vorderen dat Privateer dient te worden veroordeeld tot vergoeding van alle opgekomen schade. Bovendien bestaat er bij de gewenste gedeeltelijke ontbinding c.q. wijziging van de overeenkomst geen ruimte voor vergoeding van alle schade, zoals [A] wenst. Indien [A] herstelkosten vergoed wenst te zien, dan is dat een vordering tot betaling van vervangende schadevergoeding om het schip in de staat te brengen waarin deze had moeten worden geleverd. Een en ander strookt niet met het tevens vorderen van aanpassing van de aanneemsom, door deze te verminderen met de geleden schade. Ook betwist Privateer de op basis van artikel 6:96 BW door [A] gevorderde vergoeding van kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid en buitengerechtelijke incassokosten.

6. De beoordeling van het geschil

6.1. De rechtbank constateert dat beide partijen naar aanleiding van het proces-verbaal van comparitie bij brief een aantal opmerkingen hebben gemaakt omtrent de inhoud van het proces-verbaal. Deze brieven zijn aan het proces-verbaal gehecht en maken daarvan thans deel uit. Voor zover nodig, zal de rechtbank hierna nader ingaan op de door partijen gemaakte opmerkingen.

6.2. De rechtbank overweegt dat het hier een geschil met een internationaal karakter betreft, nu eiser [A] in Duitsland woont. Derhalve dient eerst te worden beoordeeld of de Nederlandse rechter bevoegd is om kennis te nemen van de vorderingen van [A] en zo ja, welk recht van toepassing is op het geschil.

6.2.1. De rechtbank acht zich op grond van artikel 2 lid 1 EEX-Verordening bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van [A].

6.2.2. Het op de overeenkomst van partijen toepasselijke recht dient te worden bepaald aan de hand van het Europees Verdrag inzake verbintenissen uit overeenkomst (hierna te noemen: EVO), nu de overeenkomst dateert van vóór de inwerkingtreding van de Rome I Verordening per 17 december 2009. Partijen hebben geen rechtskeuze gedaan als bedoeld in artikel 3 van het EVO. In dit geval wordt de overeenkomst van partijen daarom, krachtens artikel 4 lid 1 EVO, beheerst door het recht van het land waarmee zij het nauwst verbonden is. De overeenkomst wordt vermoed het nauwst verbonden te zijn met het land waar de partij die de kenmerkende prestatie moet verrichten, ten tijde van het sluiten van de overeenkomst zijn gewone woonplaats heeft. Dat is in dit geval Nederland, omdat de kenmerkende prestatie - het bouwen van de boot - in Nederland heeft plaatsgevonden. Derhalve is Nederlands recht van toepassing op de overeenkomst van partijen.

6.3. De overeenkomst van partijen dient naar het oordeel van de rechtbank als een gemengde overeenkomst te worden beschouwd, die zowel kenmerken van een koopovereenkomst als van een aannemingsovereenkomst in zich heeft. In het vervolg van dit vonnis zal dan ook worden uitgegaan van een koop-/aannemingsovereenkomst, met dien verstande dat deze overeenkomst voor wat betreft het koopgedeelte meer specifiek als een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 lid 1 en lid 4 BW moet worden beschouwd.

6.4. Kernpunt van het geschil tussen partijen zijn de door [A] gestelde gebreken aan het schip. In de dagvaarding zijn deze gebreken door [A] niet duidelijk voor het voetlicht gebracht, door te verwijzen naar achterliggende rapportages die als producties in het geding zijn gebracht, zonder voldoende concrete toelichting op deze rapportages in de dagvaarding zelve. Privateer heeft hier bij conclusie van antwoord terecht op gewezen. [A] heeft vervolgens bij brief van zijn raadsman van 28 december 2012 alsnog een gespecificeerd overzicht in het geding gebracht van gebreken aan het schip. De rechtbank zal bij de verdere beoordeling van het geschil deze gebrekenlijst (bijlage I bij dit vonnis) als uitgangspunt nemen.

6.5. Alvorens de rechtbank tot een inhoudelijke beoordeling van de gestelde gebreken kan komen, dient te worden ingegaan op de vraag of [A] tijdig bij Privateer heeft geklaagd over deze gebreken, als bedoeld in artikel 6:89 en 7:23 lid 1 BW. Strekking van deze wetsartikelen is dat de consument-koper er geen beroep op kan doen dat hetgeen is geleverd niet aan de koopovereenkomst beantwoordt, indien hij de verkoper daarvan niet binnen bekwame tijd nadat hij dit heeft ontdekt kennis heeft gegeven. De klachttermijn vangt aan zodra de koper ontdekt dat de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt (zie HR 13 juli 2007, NJ 2007, 408). Of er tijdig is geklaagd, dient te worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval, waaronder het nadeel voor de verkoper door de lengte van de in acht genomen klachttermijn. Een uitgangspunt voor een vaste termijn kan daarbij niet worden gehanteerd (zie HR 29 juni 2007, NJ 2008, 606). Artikel 7:23 lid 1 BW bestrijkt mede het geval dat de verkoper een zaak opnieuw aan de koper aflevert, nadat hij daaraan herstelwerkzaamheden heeft verricht op verzoek of na sommatie van de koper (zie HR 29 juni 2007, NJ 2008, 605). De koper die niet op tijd klaagt, verliest alle rechten ter zake van de tekortkoming wegens non-conformiteit. Volgens de parlementaire geschiedenis valt hieronder ook dikwijls het recht zich op een wilsgebrek te beroepen, aangezien een beroep op dwaling of bedrog vaak samenhangt met het feit dat de afgeleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt. Een koper mag nader onderzoek instellen naar de afgeleverde zaak; dit onderzoek moet door koper worden ingesteld en uitgevoerd met de voortvarendheid die gelet op de omstandigheden van het geval van hem mag worden gevergd (zie HR 29 juni 2008, NJ 2008, 606). Indien de resultaten van een onderzoek naar de afgeleverde zaak bekend zijn, dient de koper die resultaten vervolgens met bekwame spoed ter kennis van de verkoper te brengen (zie MvA I, Parl. Gesch. InvW 7, p. 157/8).

6.6. De rechtbank stelt vast dat het schip in mei 2008 daadwerkelijk aan [A] is afgeleverd. [A] heeft het schip vervolgens gedurende het vaarseizoen 2008 gebruikt, waarna hij eind november 2008, aan de hand van het eerste rapport van Brunsmann, bij Privateer heeft geklaagd over gebreken aan het schip. Daarmee heeft [A] naar het oordeel van de rechtbank, in de gegeven omstandigheden, binnen bekwame tijd geklaagd. Niet gesteld of gebleken is dat er bij de aflevering een formele oplevering van het schip heeft plaatsgevonden, waarbij [A] in de gelegenheid is gesteld om (de deugdelijkheid van) het schip te inspecteren. [A] moest dus als het ware al varende het gebruik van het schip ervaren. Dat hij van gebreken aan het schip pas na het vaarseizoen 2008 melding heeft gemaakt, acht de rechtbank dan ook niet onbegrijpelijk. Daarbij komt nog, dat er ook nog enige tijd is verstreken als gevolg van het in opdracht van [A] door Brunsmann ingestelde onderzoek naar gebreken aan het schip.

6.7. Hierna zijn er, in of omstreeks de weken 14 tot en met 16 van 2009, herstelwerkzaamheden door Privateer uitgevoerd aan het schip. Gelet daarop, lag het naar het oordeel van de rechtbank op de weg van [A] om na het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden binnen bekwame tijd melding te maken bij Privateer van eventuele gebreken aan het schip. Daarvan is in de gegeven omstandigheden echter geen sprake geweest. Daartoe is het volgende redengevend. Allereerst heeft Brunsmann zich na het uitvoeren van de herstelwerkzaamheden namens [A] bij verklaring van 8 mei 2009 uitdrukkelijk akkoord heeft verklaard met door Privateer uitgevoerde (herstel- en andere) werkzaamheden aan het schip. Vervolgens is er een nieuw onderzoek naar de gebreken aan het schip door Brunsmann uitgevoerd, hetgeen heeft geresulteerd in diens rapportage van 28 mei 2009. Na het gereedkomen van deze rapportage had [A] deze rapportage onverwijld ter kennis van Privateer moeten brengen, hetgeen echter niet is gebeurd. Integendeel, [A] heeft gedurende het gehele vaarseizoen 2009 gebruik gemaakt van het schip en heeft pas bij brief van zijn advocaat van 13 november 2009 wederom bij Privateer geklaagd over gebreken aan het schip. Daarmee is er naar het oordeel van de rechtbank door [A] niet binnen bekwame tijd geklaagd over de gebreken en de uitgevoerde werkzaamheden aan het schip. In beginsel zou [A] dientengevolge zijn rechten uit hoofde van tekortschieten wegens non-conformiteit hebben verspeeld.

6.8. De rechtbank dient bij haar oordeel echter tevens te betrekken in hoeverre de belangen van Privateer al dan niet zijn geschaad als gevolg van het late klagen door [A] in 2009 (zie HR 25 maart 2011, Rvdw 2011, 419). Het niet voldoen aan de klachtplicht van artikel 6:89 en 7:23 lid 1 BW leidt tot een vorm van rechtsverwerking en is daarmee een uitwerking van de redelijkheid en de billijkheid. Indien niet binnen bekwame tijd is geklaagd en de verkoper daardoor in zijn belangen is geschaad, dient de daarmee verstoorde balans tussen partijen te worden hersteld door aan de koper zijn vorderingsrechten te ontzeggen (zie gerechtshof Leeuwarden 17 april 2012, NJF 2012, 258). Ook acht de rechtbank van belang in dezen de ernst van de tekortkoming en de houding van partijen na het bekend worden van de gestelde gebreken.

6.9. In dat verband stelt de rechtbank allereerst vast, dat Privateer zich eind 2009 er niet op heeft beroepen dat [A] te laat zou hebben geklaagd over de gebreken en de uitgevoerde (herstel- en andere) werkzaamheden. Na enige correspondentie over en weer heeft Privateer bovendien haar medewerking verleend aan het uitvoeren van een onderzoek naar de gebreken aan het schip door een tweetal deskundigen. Hiermee heeft Privateer laten blijken te willen meewerken aan het in kaart brengen van de gebreken. Ook staat vast dat Privateer - zie bijvoorbeeld haar brief van 17 juni 2010 - zich bereid heeft verklaard om nadere werkzaamheden aan het schip uit te voeren. Tegen deze achtergrond acht de rechtbank het eerst in rechte door Privateer gedane beroep op schending van de klachtplicht naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.

6.10. De conclusie is derhalve dat het door Privateer gedane beroep op schending van de op [A] rustende klachtplicht moet worden verworpen. Datzelfde geldt

- mutatis mutandis - op basis van vorenstaande overwegingen voor het beroep dat Privateer heeft gedaan op de akkoordverklaring die Brunsmann op 8 mei 2009 namens [A] heeft ondertekend naar aanleiding van de uitgevoerde (herstel- en andere) werkzaamheden aan het schip.

6.11. Gelet op het vorenstaande komt de rechtbank toe aan een inhoudelijk oordeel omtrent de door [A] gestelde - en door Privateer betwiste - gebreken aan het schip.

6.12. De rechtbank hanteert daarbij als vertrekpunt het door de beide deskundigen Van der Zee en Schuijt uitgevoerde onderzoek naar gebreken aan het schip. Deze deskundigen hebben zich in de gebreken verdiept, er is een rapportage opgesteld, maar het is - door welke reden dan ook - niet tot een afronding, in de zin van het tot stand komen van een eindrapportage voorzien van de handtekening van de beide deskundigen gekomen. De rechtbank acht het wenselijk dat deze beide deskundigen - die inmiddels bekend zijn met het schip - de draad weer oppakken en aan de hand van de door [A] opgestelde gebrekenlijst (bijlage I bij dit vonnis) de rechtbank van advies dienen over de stand van zaken ten aanzien van (eventuele) gebreken aan het schip. Het alternatief is dat de rechtbank één of meerdere andere deskundigen benoemt. Zodanige deskundigen beschikken niet over de voorkennis van Van der Zee en Schuijt aangaande het schip, zodat denkbaar is dat in het geval er één of meerdere andere deskundigen worden benoemd, de kosten van een deskundigenonderzoek hoger zullen zijn dan wanneer Van der Zee en Schuijt aan de slag gaan als (door de rechtbank benoemde) deskundigen.

6.13. De rechtbank verzoekt partijen om zich bij akte na tussenvonnis uit te laten omtrent hetgeen in r.o. 6.12. is overwogen. Indien partijen zich in het gedane voorstel zouden kunnen vinden, dan worden zij verzocht om na te gaan of Van der Zee en Schuijt bereid zijn om als deskundigen te fungeren en dat bij vorenbedoelde akte te melden. Mochten Van der Zee en Schuijt deze bereidheid hebben, dan wordt partijen tevens verzocht zich uit te laten over de aan de deskundigen te stellen vragen en het voorschot dat door Van der Zee en Schuijt wordt gevraagd voor hun onderzoek.

6.14. Indien de voorgestelde route van de benoeming door de rechtbank van Van der Zee en Schuijt als deskundigen niet haalbaar blijkt te zijn, dan dienen partijen, conform het door deze rechtbank gehanteerde beleid voor benoeming van deskundigen zelf de naam van één of meer deskundigen aan te dragen. De rechtbank gaat ervan uit dat partijen alsdan in onderling overleg overeenstemming bereiken omtrent de persoon van de deskundige. Partijen dienen die deskundige op voorhand gezamenlijk te benaderen voor het verkrijgen van inlichtingen omtrent aard en duur van het onderzoek, termijn van mogelijke rapportage en de kosten die met het uitvoeren van het onderzoek gemoeid zijn. Voor zover partijen geen overeenstemming kunnen bereiken over de persoon van de deskundige en mitsdien iedere partij een deskundige voorstelt, dienen partijen gemotiveerd aan te geven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige, en waarom door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking zou moeten komen. De rechtbank zal dan in beginsel, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door één der partijen aangedragen deskundige benoemen. De rechtbank wijst partijen er op dat hun ook in dit geval zal worden opgedragen de te benoemen deskundige te benaderen voor het verkrijgen van inlichtingen omtrent aard en duur van het onderzoek, termijn van mogelijke rapportage en de kosten die met het uitvoeren van het onderzoek gemoeid zijn.

6.15. Het debat tussen partijen of het schip aan de vigerende CE-normen voldoet, komt later in dit geding aan de orde. Eerst zal moeten worden bezien of er sprake is van gebreken aan het schip en zo ja, welke dat zijn.

6.16. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

7. De beslissing

De rechtbank:

7.1. verwijst de zaak naar de rolzitting van 17 juli 2013 voor akte uitlating aan de zijde van beide partijen inzake hetgeen hiervoor in r.o. 6.13. e.v. is bepaald;

7.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R. Giltay en in het openbaar uitgesproken door de rolrechter op 5 juni 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.

fn 343 ?

Bijlage I bij het vonnis.

Nr. Gebrek

5 Het vaartuig ruikt regelmatig naar fecaliën

6 De gemeten doorvaarthoogte bedraagt 3,45 meter, hetgeen niet conform de overeenkomst was. [A] heeft de doorvaarthoogte aangepast naar 3,35 meter, met welke kosten van

€ 3.285,23 incl BTW gemoeid zijn geweest en waarvoor hij Privateer aansprakelijk acht.

7 Het voertuig ligt aan de voorzijde te diep in het water. Daarvoor schip lag, ten opzichte van het achterschip, circa 85 mm dieper in het water, ondanks het plaatsen van een hoeveelheid ballast in het achterschip.

8 Op het zwemplatform bevindt zich vocht tussen de kitnaden van het dak en de roestvrijstalen boulders. Dit is ook het geval bij de bevestiging van de zwemtrap.

10 Voor de doorgang in de railing naar het zwemplatform is het teakhouten dek asymmetrisch gelegd en niet gecentreerd tussen beide hekstoel delen.

13 Bij de bakboordbevestiging van de trap aan de spiegel is een reparatie van het verfsysteem slordig uitgevoerd.

15 In de reling rondom het achterdek is geen tussendraad c.q. tussenbuis aangebracht. In de reling rondom het achterdek is de onderste buis te hoog boven het dek aangebracht. Niet conform CE voorwaarden.

16 De kabelaring wordt vooral in het voorschip bij stevig raken terug gedrukt. Het terughalen in positie ervan is lastig en soms haast niet mogelijk.

18 Bij de dekkisten achter op het achterdek is roest in de naden aan de binnenzijde van de luikhoofden zichtbaar.

19 Water dat zich op luiken van het dek bevindt, loopt bij het openen van de luiken de dekkisten in.

23 Het onderwaterschip is in afwijking van de overige vaartuigen van hetzelfde type voorzien van twee relatief diep stekende kimkielen. De kimkielen strekken zich uit vanaf de voorzijde van het roestvrijstalen berghout tegen de romp tot aan de achterzijde van de cabriolet kap en steken 1 meter diep. Deze constructie is niet deugdelijk en niet conform CE.

26 Beide hekstoelen staan niet in lijn met elkaar.

26 Het fluxgate kompas is scheef op de mast gemonteerd.

31 Bij de koelwaterpomp voor het externe koelwatercircuit is olielekkage zichtbaar tevens midden onder de motor.

34 Niet elk compartiment beschikt over de mogelijkheid om te lenzen. Er is geen handlenspomp of tweede elektrische pomp aanwezig.

35 De buitendouche heeft een geringe wateropbrengst.

37 Uitlaat van de motor lekt ter plaatse van de aansluitingen met de demper.

41 Bij de warmtewisselaar van de hoofdmotor lekken de slangaansluitingen.

44 Van de koelcompressie unit hangt de bedrading los.

46 Het bovenste roerlager is met te korte bouten op de hennegatskoker gemonteerd. De moeren zijn niet geborgd en passen niet volledig op de bouten.

48 Uit de gootsteenafvoer ontsnapt, vooral bij gebruik van de gootsteen, onaangenaam geurende lucht. Dit geldt ook voor de spoelbak in de natte cel achter.

52 Bij neutraal geschakelde hoofdmotor is onvoldoende vermogen van de boeg- en hekschroef beschikbaar.

53 Enkele drinkwaterleidingen zijn niet af te tappen.

54 De hekschroef motor en de aansluitingen daarop zijn onbereikbaar.

55 De tankinhoudsmeter van de vuilwatertank functioneert niet.

57 Rond het luik in het achterste machinekamerschot zijn kieren zichtbaar.

61 De koelkasten zijn met houtschroeven vastgezet. Deze schroeven zijn dwars door binnen en buitenwanden vastgeschroefd en zijn van het verkeerde materiaal en qua vorm ongeschikt. Enkele schroeven zijn precies op de rand van de plaat in het hout gedraaid. Een storende kier is zichtbaar tussen de koelkasten en de nissen waarin deze zijn geplaatst.

62 De kastdeurtjes in het dekhuis, aan stuurboord naast de doorgang van de achterhut, hangen niet recht onder elkaar. Daarbij is het hout van deze deurtjes niet uitgevoerd met een passende vlam ten opzichte van het schot waarin zij zich bevinden. Het onderste deurtje is van een beduidend lichtere houtsoort gemaakt dan de andere.

63 De houten luikhoofden van de vluchtluiken in de voorhut en de achterhut zijn van onvoldoende lak voorzien en daardoor aan de randen al licht aangetast.

65 Verschillende kastdeurtjes, maar in het bijzonder in de achterhut, zijn niet recht afgehangen.

66 De vergrendeling van de stuurhuis frontramen vertoont vooral in ontgrendelde toestand veel ruimte op de asjes.

69 Op diverse plaatsen is bij het gefineerde houtwerk door het fineer heen geschuurd of is het fineer door een andere oorzaak beschadigd. Het meest storende voorbeeld is de fineerbeschadiging en -reparatie onder de dekhuis frontramen tussen het bakboord- en middelste raam.

70 De aluminium ramen vormen op de aluminium lijsten, ondanks het aanwezig zijn van koudebrug, te veel condens. De deelnaden van de aluminium lijsten verspringen bij enkele ramen storend. De kunststof pezen over de raambevestigingen zijn plaatselijk minder fraai geplaatst, te kort en scheef afgesneden, waardoor als gevolg van krimp openingen ontstaan.

72 In het zwemplatform is aan bakboord losse ballast in de vorm van loden broodjes opgestapeld.

74 Als gevolg van lekkage via de luchthapper aan het dek was het plafond en de voorste natte cel rondom de luchthapper licht ingewaterd.

75 De patrijspoorten aan weerszijden in het voorschip waren op verschillende wijze ingebouwd waardoor deze scheef ten opzichte van elkaar stonden.

76 De thermostaatkranen op diverse radiatoren kunnen enkel worden bediend na het demonteren (losschroeven) van de houten roosters.

77 De patrijspoorten in de achterhut waren voorzien van verschillende kleuren glas, aan bakboordzijde was een patrijspoort uitgevoerd met getint glas en het tweede met helder glas. Aan stuurboordzijde waren beide patrijspoorten voorzien van helder glas.

78 In de toegangsdeur naar de stuurhut zijn houtdelen gebruikt van verschillende kleur.

79 De digitenne unit was niet vast gemonteerd maar lag los in de achterwand van de stuurhut.

80 Het huis van de schijnwerper rammelde en viel bijna uit elkaar.

81 De geleverde tv antenne bleek niet geschikt voor vaartuigen. De antenne corrigeert namelijk niet het normale bewegen van het vaartuig wanneer het vaartuig ligt afgemeerd.

82 Tijdens het brandstof tanken ondervindt [A] veel problemen door lucht in de vulleiding waardoor het vermoeden bestaat dat de ontluchting van de dieseltank niet voldoende is.

85 Het achterste deel van de hekstoel mist het tussenhuis.

86 In de ankerketting zat een slechte schalm. Op het merendeel was de schalm aanzienlijk dunner dan de overigen.

87 Vanwege de constructie is het niet mogelijk panelen van het windscherm afzonderlijk te klappen aangezien de aluminium hoeklijn aan het zijpaneel is geschroefd.

88 De pythtondrive vertoont speling (circa 2 mm).

89 In het teakdek onder de stuurstand hebben wij meerdere vlekken en verkleuringen geconstateerd. Deze vlekken zijn het gevolg van gelekte hydraulische olie tijdens de montage van de stuurpomp tijdens de nieuwbouw.

90 Vlak boven de Victron laders liep een waterslang. Tevens was het geurfilter vlak naast deze laders gemonteerd.