Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ9524

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-04-2013
Datum publicatie
06-05-2013
Zaaknummer
RC-nummer : 11/573
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 14fa Sr. Afwijzing vordering voorlopige tenuitvoerlegging. Na ommekomst van de door de rechter vastgestelde termijn van klinische opname, heeft de Reclassering bij wijze van aanwijzing de veroordeelde aangegeven dat hij na die termijn ter verdere behandeling nog opgenomen diende te blijven. Naar het oordeel van de rechter-commissaris kan in een aanwijzing van de reclassering geen klinische opname besloten liggen. Aangezien veroordeelde na afloop van de door de rechter bij wijze van bijzondere voorwaarde gestelde termijn de kliniek heeft verlaten, kan niet gezegd worden dat er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat die voorwaarde niet is nageleefd. De vordering wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Locatie Assen

Afdeling strafrecht

Parketnummer : 19/830325-11

RC-nummer : 11/573

BEVEL VOORLOPIGE TENUITVOERLEGGING

De rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank;

Overweegt:

Gezien de vordering van de officier van justitie in dit arrondissement van 25 april 2013, strekkende tot het verlenen van een bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging van een door de politierechter van de Rechtbank Assen d.d. 18 januari 2012 opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden jegens:

Naam : veroordeelde

Voornamen :

geboren op :

adres :

Gehoord de veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. Kwakman, alsmede gehoord G.E. Hajema namens Reclassering Nederland (Leger des Heils),

Bij onherroepelijk vonnis van 18 januari 2012 is veroordeelde door de politierechter van de rechtbank Assen veroordeeld tot onder meer 3 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf. Naast de algemene voorwaarde, heeft de rechtbank een aantal bijzondere voorwaarden opgelegd. Deze zijn, dat de veroordeelde zich gedurende de gestelde proeftijd moet gedragen naar de aanwijzingen van de Stichting Reclassering Nederland, die inhouden een meldingsgebod bij Reclassering, vestiging Assen, een ambulante behandelverplichting bij de AFPN of bij een soortgelijke instelling, de verplichting om deel te nemen aan gedraginterventies (CoVa) en aan een leefstijltraining. Ook dient de veroordeelde zich te onthouden van drugs- en alcoholgebruik en dient hij mee te werken aan controle op de naleving van dit verbod. Op 30 juli 2012 heeft de politierechter van de rechtbank Assen de voorwaarden in die zin gewijzigd dat veroordeelde zich klinisch dient te laten opnemen in de Intensieve Zorg Zuidlaren (IZZ), FPA de Cederborg, voor observatie en diagnostiek gedurende maximaal vier maanden. Veroordeelde dient mee te werken aan datgene wat ten behoeve van veroordeelde ter behandeling wordt geadviseerd. Ook dient veroordeelde zich te houden aan de regels die gelden in de Cederborg. Daarbij heeft de politierechter overwogen dat de voorwaardelijke straf dient te worden geschorst of opgeschort met ingang van het tijdstip waarop veroordeelde kan worden opgenomen in de Cederborg.

Op grond van het rapport van het Leger des Heils, Jeugdzorg en Reclassering d.d. 24 april 2013 is het OM van oordeel dat er ernstige redenen bestaan voor het vermoeden dat enige gestelde voorwaarde niet wordt nageleefd. Hoewel in het dossier een bevel aanhouding ter voorgeleiding ex art. 14fa lid 1 Sr ontbreekt, moet het er, op grond van de inhoud van het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal van aanhouding voor worden gehouden dat veroordeelde op bevel van de officier van justitie is aangehouden. De aanhouding vond blijkens het proces-verbaal van aanhouding d.d. 24 april 2013 plaats op 24 april 2013, om 16.09 uur. Omdat het OM de aanhouding van de veroordeelde noodzakelijk blijft vinden, heeft het onverwijld, te weten op 25 april 2013, een vordering ingediend bij de rechter-commissaris. Deze vordering is ingediend één dag na de aanhouding van veroordeelde; omdat veroordeelde op 24 april 2013 min of meer aan het einde van de middag is aangehouden, is de rechter-commissaris van oordeel dat niet gesproken kan worden van een niet onverwijld ingediende vordering.

Met betrekking tot de vordering van de officier van justitie overweegt de rechter-commissaris het volgende.

Uit het dossier, in het bijzonder uit het daaraan gevoegde rapport van Leger des Heils, volgt dat veroordeelde op 18 april is weggelopen uit de Cederborg te Zuidlaren. Voorts zou op 23 april 2013 veroordeelde 'ernstige vernielingen' hebben aangericht in de Cederborg; daarvan zou door de instelling aangifte zijn gedaan. De rechter-commissaris merkt op dat deze aangifte vooralsnog geen deel uitmaakt van het dossier. Voorts moet worden opgemerkt dat uit de tekst van de vordering van het OM niet valt af te leiden dat het tevens ernstige redenen heeft om te vermoeden dat veroordeelde de algemene voorwaarden heeft overtreden. Nu van de vermeend begane vernieling zich geen aangifte in het dossier bevindt, neemt de rechter-commissaris niet aan dat er ernstige redenen zijn om te vermoeden dat de algemene voorwaarde is overtreden.

De rechter-commissaris overweegt voorts dat de politierechter van de rechtbank Assen op 30 juli 2012, ter gelegenheid van de wijziging bijzondere voorwaarden, de bijzondere voorwaarde van opname in de Cederborg heeft opgelegd. Deze is door hem beperkt tot vier maanden. Tevens heeft de politierechter ook opgelegd de bijzondere voorwaarde van het volgen van de aanwijzingen die voortvloeien uit een door de instelling geadviseerd vervolgtraject op de klinische behandeling. Bij wijze van aanwijzing heeft het Leger des Heils/Reclassering de veroordeelde opgedragen de klinische behandeling in de Cederborg voort te zetten. De rechter-commissaris is evenwel van oordeel dat in de aanwijzingen als bedoeld, niet een klinische opname van onbepaalde duur besloten kan liggen. Een dergelijke, min of meer vrijheidsbenemende, voorwaarde kan als zodanig slechts door de rechter worden opgelegd. Het moet er dan ook voor worden gehouden dat na 28 februari 2013 veroordeelde niet meer onder het regime van de bijzondere voorwaarde kon verbleven, doch daar slechts kon verblijven in het kader van een ambulante behandeling. Niet is gebleken dat het Leger des Heils/Reclassering die voorwaarde heeft willen formuleren; evenmin is gebleken dat het OM de bijzondere voorwaarden met die strekking heeft willen wijzigen. Om die reden wijst de rechter-commissaris de vordering af. Overwogen wordt daarbij dat de eerder gestelde bijzondere voorwaarden van drank- en drugsverbod onverminderd van kracht blijft, zoals ook de controle door het Leger des Heils/Reclassering daarop als voorwaarde niets van zijn kracht heeft verloren.

De rechter-commissaris beslist als volgt:

Wijst af de vordering van de officier van justitie tot de voorlopige tenuitvoerlegging.

Assen, 26 april 2013

De rechter-commissaris,

(mr. A.L.J.M.A. Janssens)

Parketnummer : 19/830325-11

RC-nummer : 11/573

3

beschikking