Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ9425

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-01-2013
Datum publicatie
06-05-2013
Zaaknummer
18/630221-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor een gewoonte maken van: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben. De rechtbank legt op: een werkstraf van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, en een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden voorwaardelijk (onder voorwaarden).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

Parketnummer 18/630221-11 (promis)

Verstek

Vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d.

17 januari 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [adres].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van

3 januari 2013.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

hij in of omstreeks de periode van 15 februari 2009 tot 5 juli 2011 in de

gemeente Groningen, in elk geval in Nederland, één of meermalen (ongeveer)

24.000 en/of (aldus) een (groot) aantal, in elk geval een of meer

afbeelding(en) en/of films en/of een gegevensdrager, te weten een computer met

een harde schijf en/of twee, althans een of meer harde schijf/schijven,

bevattende (ongeveer) 24.000 en/of (aldus) een (groot) aantal, in elk geval

één of meer afbeeldingen en/of films, heeft verspreid en/of aangeboden en/of

openlijk tentoongesteld en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd

en/of uitgevoerd en/of verworven en/of in bezit heeft gehad en/of zich daartoe

door middel van een geautomatiseerd werk en/of met gebruikmaking van een

communicatiedienst de toegang heeft verschaft, terwijl op die afbeelding(en)

en/of films (een) seksuele gedraging(en) is/zijn, waarbij (telkens) een

persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was

betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het oraal en/of vaginaal en/of anaal penetreren met een voorwerp (vermoedelijk

een kaars) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18

jaar nog niet heeft bereik;

(volgnummers 02/10, pagina 79)

en/of

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij

deze perso(o)n(en) gekleed en/of opgemaakt is/zijn en/of in een omgeving

en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en)

poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en/of waarbij deze

perso(o)n(en) zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten

van haar/hun kleding ontdoet/ontdoen

en/of (waarna) door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de

wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de

afbeelding(en)/film(s) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld

gebracht worden (waarbij) de afbeelding (aldus) een onmiskenbaar seksuele

strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

(volgnummers 01/10 en 03/10 t/m 10/10, pagina's 79 t/m 82)

van welk(e) misdrijf/misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

Een proces-verbaal d.d. 20 november 2009, opgenomen op pagina 41 e.v. van dossier nummer DOS-6088 d.d. 21 december 2011, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 1];

Een proces-verbaal d.d. 20 november 2009, opgenomen op pagina 49 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisant [verbalisant 2];

Een proces-verbaal d.d. 8 december 2011, opgenomen op pagina 77 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende het relaas van verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 4];

Een proces-verbaal d.d. 13 december 2011, opgenomen op pagina 12 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte;

Een proces-verbaal d.d. 13 december 2011, opgenomen op pagina 19 e.v. van voornoemd dossier, inhoudende de bekennende verklaring van verdachte.

Gelet op de lange periode, de grote hoeveelheid gedownloade en opgeslagen afbeeldingen en de frequentie waarin verdachte middels zijn computer kinderpornografische afbeeldingen via internet downloadde – twee à drie keer in de week – is de rechtbank tot het oordeel gekomen, dat bewezen kan worden dat verdachte van het verwerven en in bezit hebben van kinderporno een gewoonte heeft gemaakt.

Bewezenverklaring

Gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de periode van 15 februari 2009 tot 5 juli 2011 in de gemeente Groningen, een gegevensdrager, te weten een computer met een harde schijf en twee harde schijven, bevattende ongeveer 24.000 afbeeldingen, heeft verworven en in bezit heeft gehad, terwijl op die afbeeldingen seksuele gedragingen staan, waarbij telkens een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken,

welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit:

het vaginaal penetreren met een voorwerp (vermoedelijk een kaars) van het lichaam van een persoon die kennelijk de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt;

en

het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij deze perso(o)n(en) gekleed en/of opgemaakt is/zijn en/of in een omgeving en/of met (een) voorwerp(en) en/of in (een)(erotisch getinte) houding(en) poseert/poseren die niet bij haar/hun leeftijd past/passen en door het camerastandpunt en/of de (onnatuurlijke) pose en/of de wijze van kleden van deze perso(o)n(en) en/of de uitsnede van de afbeelding(en) nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (waarbij) de afbeelding aldus een onmiskenbaar seksuele strekking heeft en/of strekt tot seksuele prikkeling,

van welk misdrijf hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt;

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Strafbaarheid van het feit

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert het volgende strafbare feit op:

Een gewoonte maken van: een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verwerven en in bezit hebben.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf van 240 uren subsidiair 120 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaar en als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich zal gedragen naar aanwijzingen van de reclassering.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting en het aangaande zijn persoon opgemaakte reclasseringsrapport d.d. 21 februari 2012, alsmede de vordering van de officier van justitie.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich gedurende een aantal jaren schuldig gemaakt aan het downloaden en in bezit hebben van een groot aantal kinderpornografische afbeeldingen. Daar is eerst een einde aan gekomen na een (internationale) politieactie. In zijn computers zijn bij forensisch onderzoek meer dan 24.000 van die afbeeldingen aangetroffen.

Het verwerven en in bezit hebben van kinderporno is een ernstig misdrijf. Immers, daarmee wordt bijgedragen aan het in stand houden van de vervaardiging van kinderporno, waarbij kinderen seksueel worden misbruikt en worden onderworpen aan / gedwongen tot seksuele handelingen, waar zij lichamelijk en geestelijk nog niet aan toe zijn. Het is een feit van algemene bekendheid dat kinderen die daaraan worden onderworpen / daartoe worden gedwongen gedurende lange tijd ernstige nadelige gevolgen hiervan ondervinden in zowel psychische als fysieke zin.

Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het dan ook noodzakelijk niet alleen degenen die kinderporno vervaardigen te bestraffen, maar ook degenen die kinderporno verwerven en in bezit hebben.

Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank rekening met het feit dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest. Mede gelet op het door Reclassering Nederland uitgebrachte voorlichtingsrapport over verdachte is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden van na te melden duur moeten worden opgelegd.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d en 240b van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

- verklaart het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

- verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

- veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een taakstraf bestaande uit een werkstraf van 240 uren, met bevel dat vervangende hechtenis voor de duur van 120 dagen zal worden toegepast als veroordeelde deze straf niet naar behoren verricht.

De werkstraf moet zijn voltooid binnen een jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis. De veroordeelde zal zich met betrekking tot de werkstraf gedragen naar de aanwijzingen te geven door of namens de Reclassering Nederland.

een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden.

Bepaalt dat deze straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast omdat:

- veroordeelde zich voor het einde van de op twee jaren gestelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;

- veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit geen medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

Bepaalt dat de tenuitvoerlegging ook kan worden gelast indien de veroordeelde gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden niet naleeft.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

- veroordeelde zal zich gedurende de proeftijd gedragen naar voorschriften en aanwijzingen te geven door of namens Reclassering Nederland, zolang deze instelling dat gedurende de proeftijd nodig oordeelt;

- veroordeelde zal zich binnen 14 dagen volgend op het vonnis tussen 09.00 en 10.30 uur melden bij Reclassering Nederland op het adres [adres] te Groningen;

- veroordeelde zal meewerken aan de intake en (geïndiceerde) behandeling bij de Ambulante Forensische Psychiatrie Noord Nederland te Groningen of een vergelijkbare instelling in het forensisch circuit;

- draagt de reclassering op om de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarden.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. G. Eelsing, voorzitter, R.B.M. Keurentjes en P.H.M. Smeets, in tegenwoordigheid van D. van der Ploeg, griffier en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2013.

De Wet Herziening Gerechtelijke Kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van die datum tezamen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland.