Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ9216

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-05-2013
Datum publicatie
02-05-2013
Zaaknummer
C-17-113900 - HA ZA 11-553
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding, ongedaanmaking, vergoeding ex 6:272 BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/113900 / HA ZA 11-553

Vonnis van 1 mei 2013

in de zaak van

[A],

wonende te [plaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat: mr. H.A. de Boer te Sneek,

tegen

1. vennootschap onder firma

[B],

gevestigd te [plaats],

2. [C],

wonende te [plaats],

3. [D],

wonende te plaats,

gedaagden in conventie,

gedaagde sub 1. tevens eiseres in reconventie,

advocaat: mr. A.H. Lanting te Leeuwarden.

Partijen zullen hierna respectievelijk [A], de [B], [C] en [D] genoemd worden en gedaagden tezamen de [B] c.s.

1. De verdere procedure

1.1. Het verdere verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 27 juni 2012;

- het deskundigenbericht, ter griffie van de rechtbank binnengekomen op 19 december 2012;

- de akte na deskundigenbericht van de zijde van [A], tevens akte tot verandering/ wijziging/vermeerdering van eis;

- de akte na deskundigenbericht van de zijde van de [B] c.s.

1.2. Ten slotte is wederom vonnis bepaald.

1.3. De Wet herziening gerechtelijke kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van deze datum tezamen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland.

2. Aanvullende feiten

2.1. In aanvulling op de feiten die in het tussenvonnis van 15 februari 2012 zijn vastgesteld - welke feiten als hier herhaald en ingelast dienen te worden beschouwd - staat tussen partijen tevens het volgende vast.

2.2. De algemene voorwaarden (hierna: de Algemene Voorwaarden) van de [B] bepalen, voor zover hier van belang:

"Artikel 15 Aansprakelijkheid

15.1 De [B] is niet aansprakelijk voor de kosten, schaden en interesten die mochten ontstaan als direct of indirect gevolg van:

(…)

d. Beschadigingen aan de geleverde zaken ten gevolge van mechanische en chemische dan wel biologische invloeden van buitenaf, houtaantastende schimmels, houtaantastend ongedierte en dergelijke;

(…)

f. Buitengewone luchtvochtigheidcondities in de ruimte waarin de geleverde zaken zijn aangebracht en 1 of geleverd;

g. Verkleuring van de geleverde zaken ten gevolge van de inwerking van licht

(…)

Artikel 19 Garantie

19.1 Gedurende een nader overeengekomen periode na levering verleend De [B] aan de opdrachtgever garantie voor materiaal- en fabricagefouten, welke bij normaal gebruik ontstaan. De [B]'s garantie geldt niet, indien de fouten het gevolg zijn van onoordeelkundig gebruik of van andere oorzaken dan van materiaal- en fabricagefouten, indien hij na overleg met de opdrachtgever gebruikt materiaal of gebruikte goederen levert."

2.3. De eindnota van de [B] van 25 november 2010 ad EUR 52.186,65 bestaat voor 70% uit materiaalkosten (EUR 37.768,44 inclusief 19% BTW) en voor 30% uit manuren (EUR 14.418,21 inclusief 6% BTW). In de eindnota is een bedrag van EUR 4.616,72 (inclusief 19% BTW) opgenomen. Dit betreft 40% van de kosten van een woonkamerkast.

3. De verdere beoordeling

3.1. De rechtbank neemt hier over en volhardt bij hetgeen zij in haar tussenvonnissen van 15 februari 2010 en 27 juni 2012 heeft overwogen en beslist.

in conventie

3.2. De deskundige heeft in zijn rapport de door de rechtbank bij tussenvonnis van 27 juni 2012 gestelde vragen niet afzonderlijk beantwoord, maar in plaats daarvan een beschrijving gegeven van zijn bevindingen, gevolgd door een conclusie en een opsomming van de te nemen maatregelen met een begroting van de daaraan verbonden kosten. Voor zover hier relevant vermeldt het rapport:

"Beschrijving van bevindingen op basis van het onderzoek ter plaatse gepleegd op 28 november 2012.

Keuken

Vastgesteld is dat er voor de fronten eikenhout is toegepast. De ladefronten en deuren zijn samengesteld uit 20mm dikke aan elkaar gelijmde masssieve delen.

Desgevraagd antwoordt de heer [D] van De [B] vof dat de panelen door zijn bedrijf zijn samengesteld, zijn afgewerkt met olie en dat er geen andere omschrijving van het eiken is dat die in de offerte en opdrachtbevestiging genoemde.

In nagenoeg alle fronten is spinthout verwerkt (…)

Op foto (…) is te zien dat een uitgesprongen noest is opgevuld met een vulmiddel.

Bij het front van de vaatwasser (…) is duidelijk te zien dat de panelen krom getrokken zijn.

(…)

De deur van de vriezer is verwijderd. Reden daarvoor is dat deur zo krom trok dat de deur van de eigen vriezer niet meer goed sloot (…)

Typerend is het ontbreken van een front voor de "Engelse lade" (…) Niet zoals een keuken van dit niveau afgewerkt dient te worden.

(…)

Verschillende knoppen zitten niet meer op de fronten. Dit is het gevolg van het toepassen van te korte boutjes voor de knoppen. (…)

Inloopkast

Vastgesteld is dat er voor de fronten eikenhout is toegepast. Anders dan in de keuken zijn de ladefronten en deuren hier uitgevoerd met stijlen en regels waartussen zogenaamde bossing panelen.

Desgevraagd antwoordt de heer [D] van De [B] vof dat de ladefronten, stijl en regelwerk en bossing panelen door zijn bedrijf zijn samengesteld, zijn afgewerkt met olie en dat er geen andere omschrijving van het eiken is dat die in de offerte en opdrachtbevestiging genoemde.

In veel fronten is spinthout verwerkt (…)

Op foto (…) is te zien dat een uitgesprongen noest is opgevuld met een vulmiddel.

Vastgesteld is dat alle deuren in de breedte en in een aantal gevallen ook in de hoogte rond getrokken zijn.

Over de breedte zijn de deuren boven de laden aan de binnenzijde bol en aan de buitenzijde hol.

(…)

Deze deuren zijn voorzien van drie zelfsluitende scharnieren hetgeen in een uitvoering van plaatmateriaal voldoende zou zijn, maar in deze situatie zouden vier scharnieren wenselijk zijn geweest.

Doordat de deuren inwendig rond staan dienen de scharnieren meer dan normaal naar buiten gesteld te worden om de deuren in het midden tegen de rompen van de kasten te laten aansluiten.

Dat gegeven heeft tot gevolg dat er een niet vlak, maar "geknikt" front ontstaat.

(…)

De scharnieren aan deze deur blijken niet voldoende de deur op een passende wijze te sluiten en dicht te houden. Om dit op te lossen zijn magneetsnappers gemonteerd.

Garderobekast

Vastgesteld is dat er voor de fronten eikenhout is toegepast.

Desgevraagd antwoordt de heer [D] van De [B] vof dat de panelen, net als in de keuken, door zijn bedrijf zijn samengesteld, zijn afgewerkt met olie en dat er geen andere omschrijving van het eiken is dat die in de offerte en opdrachtbevestiging genoemde.

Verschillende deuren zijn krom getrokken, de buitenzijde staat rond.

De zijden onder de kasten tegen de muren aan beide zijden zijn afgewerkt met een koplat. (…) Echter is de rand van de koplat ter plaatse van de aansluiting met het paneel is scherp en daardoor kan letsel ontstaan.

Conclusies

(…)

Het verwerken van spinthout in blank eikenhouten panelen, massief of gefineerd materiaal, is in de [B]ij zeer ongebruikelijk vanwege het kleurverschil. (…)

Tenzij het gebruik van delen spinthout vooraf duidelijk is afgesproken en vastgelegd is het verwerken van spinthout niet aanvaardbaar.

Een opdrachtgever moet er, op basis van het voorgaande, vanuit kunnen gaan dat er geen spint zit aan de verwerkte delen en dat bij het samenstellen van de panelen gelijk kleurige delen bij elkaar gevoegd worden.

Ook op basis van de prijs die voor het geheel gerekend is mag men verwachten dat er met, zowel mechanische als esthetische, topkwaliteit qua materialen gewerkt zou worden.

Het werken van het hout van de frontpanelen is het gevolg van temperatuurverschillen, het daarbij behorende vochtpercentage en de gekozen afwerking.

De olie waarmee de fronten zijn afgewerkt trekt naarmate de tijd verstrijkt verder in het hout waardoor de verzadigingsgraad met olie van het oppervlak afneemt. Door dat afnemen (…)wordt het materiaal gevoeliger voor invloeden van buitenaf.

Risico verhogende factor met betrekking tot het kromtrekken is ook de gekozen zaagwijze van het eikenhout. Er is overwegend dosse gezaagd eikenhout gebruikt.

(…)

Het gebruik van kwartiers gezaagd hout zou de kans op werken, lees krom trekken, aanzienlijk verkleind hebben.

Zowel in de keuken als in de inloopkast zijn uitgesprongen noesten uit de deuren en fronten met een vulmiddel opgevuld.

Nog afgezien van de sterk afwijkende kleur is het een gebrek in het hout dat niet verwerkt mag worden, zeker niet in een situatie en op een niveau als deze.

Het deel waar de vulling in zit had er afgezaagd moeten worden.

(…)

De magneetsnappers die gemonteerd zijn (…) zijn niet in overeenstemming met het van het te verwachten niveau van het geleverde.

Te nemen maatregelen

Algemeen

Daar er geen gegevens bekend zijn met betrekking tot het vochtpercentage in het gebouw tijdens de montage van de interieuronderdelen, dat dat te hoog zou zijn en hoeveel dat dan wel zou zijn, laat ik een beschouwing daarover na.

Om een resultaat te realiseren dat uit offerte, opdrachtbevestiging en website van "De [B] vof" mag worden verwacht en wat in het algemeen mag worden verwacht van een [B]ij, dienen alle fronten en tussenstijlen waaraan spint zit vervangen dienen te worden.

Ook moeten alle deuren en panelen die krom getrokken zijn vervangen worden.

Een afwerking van de panelen met een matte afsluitende lak (natuurhouteffect) of met een matte hardwas zal de panelen beter beschermen tegen invloeden van buiten af.

De uitstraling daarvan verschilt niet of nauwelijks van de met olie afgewerkte uitvoering.

Keuken

Om er voor te zorgen dat de nieuw aan te brengen onderdelen van de keuken eenzelfde uitstraling hebben en het geen allegaartje wordt zullen alle fronten vervangen moeten worden.

(…)

Het spreekt voor zich dat er geen spintdelen verwerkt worden.

De panelen dienen rondom afgewerkt te worden met een afsluitende laag.

Een alternatief voor het samenstellen uit massieve delen is de panelen te vervaardigen van in de handel verkrijgbare eiken panelen die uit drie lagen bestaan. (…) Vanwege de opbouw van het materiaal zal kromtrekken niet optreden.

In deze panelen wordt geen spinthout verwerkt.

(…)

De boutje voor de knoppen dienen voldoende ver in de knoppen gedraaid kunnen worden.

Inloopkast

Voor stijl- en regelwerk dient kwartiers gezaagd eikenhout toegepast te worden om krom trekken op voorhand zo veel mogelijk uit te sluiten.

Voor de uitvoering van de panelen is het zeer aanbevelingswaardig eiken gefineerd MDF (…) of multiplekx (…) toe te passen.

De laatste materialen mogen dan geen massief eikenhout zijn, maar zorgen voor een stabiele kern die niet "werkt" en die qua aanzicht niet verschilt van massief eiken panelen.

(…)

Garderobekast

Omdat de kromme deuren vervangen moeten worden geld hier hetzelfde als wat geld voor de panelen in de keuken. Dat houdt in dat alle deuren vervangen moeten worden. De panelen dienen rondom afgewerkt te worden met een afsluitende laag.

Van de koplatten moeten de scherpe kanten (…) geschuurd en weer afgewerkt worden.

Begroting aanpassingen

Uitvoering in samengestelde massieve delen

keuken € 9.725,00

inloopkast € 8.084,00

garderobe € 1.347,00

Totaal excl. BTW € 19.244,00

Uitvoering in "multipanel" en MDF

keuken € 9.914,00

inloopkast € 7.958,00

garderobe € 1.372,00

Totaal excl. BTW € 19.244,00

Uit bovenstaande blijkt dat de prijs van herstel geen criterium is voor de keuze van de toe te passen materialen."

3.3. [A] heeft zijn eis bij akte na deskundigenbericht, tevens akte vermeerdering eis, vermeerderd, in die zin dat hij subsidiair een vordering tot schadevergoeding ad EUR 26.535,24 instelt. Dit bedrag bestaat uit de kosten van herstel ad EUR 19.244,00 vermeerderd met 21% BTW, EUR 1.000,00 aan buitengerechtelijke incassokosten en EUR 3.250,00 aan volgens [A] teveel betaald voorschot. Omdat de [B] c.s. geen bezwaar heeft gemaakt tegen deze vermeerdering van eis en de rechtbank ook ambtshalve geen aanleiding ziet om deze vermeerdering van eis buiten beschouwing te laten, zal de rechtbank recht doen op deze vermeerderde eis.

3.4. [A] heeft de inhoud van het deskundigenrapport niet bestreden. Volgens [A] volgt uit het rapport dat er door de [B] waardeloos werk is geleverd dat eigenlijk in zijn geheel dient te worden vervangen alsmede dat de [B] de vakkundigheid ontbeert om het benodigde herstel te verrichten. De vorderingen van [A] liggen daarmee voor toewijzing gereed, aldus [A]. De [B] c.s. heeft het rapport van de deskundige evenmin inhoudelijk bestreden, maar in reactie op het rapport wel - samengevat - het volgende aangevoerd. De deskundige heeft slechts esthetische bezwaren geuit. De [B] c.s. heeft daarbij verwezen naar artikel 3.3. van de Algemene Voorwaarden dat bepaalt dat gegevens betreffende het aangebodene (zoals eigenschappen, kleur, maten enz.) voor de [B] niet bindend zijn en te goeder trouw worden gegeven. Hieruit volgt volgens de [B] c.s. dat de [B] contractueel de vrijheid van uitvoering heeft, zodat het resultaat slechts marginaal kan worden beoordeeld. De deskundige is volgens de [B] c.s. niet tot de conclusie gekomen dat de [B] de grens van het goed vakmanschap zou hebben overschreden of dat de geleverde keuken niet voldoet aan de daaraan te stellen verwachtingen. Een eventueel tekortschieten van de [B] is volgens de [B] c.s. dan ook niet dermate ernstig dat dit de volledige ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt.

3.5. Nu het rapport van de deskundige door partijen niet inhoudelijk is bestreden en het rapport de rechtbank als zorgvuldig door een ter zake kundige opgesteld voorkomt, zal de rechtbank de conclusies van de deskundige overnemen en tot de hare maken. De deskundige geeft in zijn rapport (samengevat) aan:

- dat het verwerken van spinthout - behoudens daartoe specifiek met de opdrachtgever gemaakte afspraken, waarvan de deskundige niet is gebleken - niet aanvaardbaar is;

- dat is gekozen voor een afwerking van de fronten (olie) en een wijze van zagen (dosse gezaagd) die het risico op krom trekken heeft verhoogd en dat dit risico zich ook bij een groot deel van de fronten van de keuken, inloopkast en garderobekast heeft geopenbaard, zonder dat de deskundige is gebleken dat over deze wijze van afwerking specifieke afspraken zijn gemaakt met de opdrachtgever;

- dat de wijze van opvullen van de noesten bij een werk als het onderhavige niet had mogen geschieden;

- dat bij de inloopkast een type sluiting is gebruikt dat niet overeenkomt met het niveau dat verwacht mag worden van het geleverde.

Uit dit geheel van bemerkingen van deskundige volgt naar het oordeel van de rechtbank dat het door de [B] geleverde in zodanige mate niet voldeed aan de verwachtingen die [A], op basis van hetgeen met de [B] overeen was gekomen, mocht hebben, dat de [B] tekort is geschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de overeenkomst. Het beroep van de [B] op artikel 15 van haar Algemene Voorwaarden, dat aansprakelijkheid voor schade tengevolge van buitengewone luchtvochtigheidscondities, houtaantastend ongedierte of schimmels en/of kleurverschillen uitsluit, wordt verworpen. De deskundige heeft - wegens het ontbreken van informatie over de luchtvochtigheid ten tijde van het plaatsen - niet vastgesteld dat het kromtrekken het gevolg is van de in het betreffende artikel omschreven omstandigheden, terwijl uit het rapport van de deskundige wel volgt dat er zodanige verwijten aan de [B] zijn te maken op het gebied van de keus van materiaal (spinthout), de wijze van verwerking daarvan (dosse gezaagd) en de wijze van afwerking (olie), dat het geleverde werk hoe dan ook niet het niveau heeft dat [A] had mogen verwachten.

3.6. Het aanbod van de [B], onder verwijzing naar artikel 19 van de Algemene Voorwaarden, om eventuele gebreken - voor zover deze zouden komen vast te staan - zelf te herstellen, zal worden gepasseerd. De [B] is reeds in een eerder stadium (begin 2011) in de gelegenheid gesteld om de gebreken te herstellen, waarin zij - zoals op basis van het deskundigenrapport thans kan worden geconcludeerd - niet is geslaagd. Van [A] kan onder die omstandigheden niet worden verlangd dat hij de [B] nogmaals een dergelijke gelegenheid biedt.

3.7. Volgens de deskundige kan het vereiste niveau van het werk alleen bereikt worden door alle fronten van de kasten te vervangen en daarbij te kiezen voor een ander materiaal dan massief eikenhout, danwel het eikenhout anders te zagen (kwartiers) en om voor een afsluitende deklaag in plaats van olie te kiezen. Deze veranderingen zijn zodanig veel omvattend dat naar het oordeel van de rechtbank sprake is van een tekortkoming die de ontbinding van de overeenkomst rechtvaardigt. [A] heeft de overeenkomst twee maal buitengerechtelijk ontbonden, de tweede maal bij schrijven van 10 maart 2011, nadat de [B] begin 2011 nieuwe fronten heeft geplaatst en deuren en lades opnieuw heeft gesteld. In het tussenvonnis van 15 februari 2012 (rechtoverweging 4.4.) heeft de rechtbank overwogen dat aldus aan het vereiste van art. 6:265 lid 2 BW is voldaan, zodat de [B] in verzuim verkeert. De tweede ontbinding sorteert daarmee effect. De - in het tussenvonnis van 15 februari 2012 (rechtsoverweging 4.3.) ge(her)formuleerde - primaire vordering van [A] tot een verklaring voor recht dat de overeenkomst buitengerechtelijk is ontbonden ligt daarmee voor toewijzing gereed, met dien verstande dat deze veroordeling naar haar aard niet vatbaar is voor een uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

3.8. Nu vast staat dat de overeenkomst rechtsgeldig is ontbonden, zijn partijen bevrijd van de verbintenissen die daaruit voortvloeien. Voor zover deze verbintenissen reeds zijn nagekomen, blijft de rechtsgrond voor deze nakoming in stand, maar ontstaat voor partijen een verbintenis tot ongedaanmaking van de reeds door hen ontvangen prestaties (art. 6:271 BW). Uit de in het tussenvonnis van 15 februari 2012 (rechtsoverwegingen 2.5. en 2.7.) vastgestelde feiten volgt dat beide partijen prestaties hebben geleverd, zodat ten aanzien daarvan een ongedaanmaking over en weer dient te geschieden. De betaling door [A] aan de [B] dient in beginsel ongedaan te worden gemaakt door terugbetaling daarvan, terwijl voor de prestatie van de [B] een vergoeding in de plaats treedt ten belope van haar waarde op het tijdstip van ontvangst (art. 6:272 lid 1 BW). De rechtbank is namelijk van oordeel dat de aard van die prestatie - het maken en plaatsen van op maat gemaakte kasten, die niet zonder beschadiging aan kasten en/of woning verwijderd zullen kunnen worden - uitsluit dat deze ongedaan gemaakt wordt.

3.9. [A] heeft aangevoerd dat de geleverde prestatie waardeloos is omdat volgens de deskundige feitelijk alles vervangen dient te worden, waaruit de rechtbank begrijpt dat de door de [B] geleverde prestatie volgens [A] van nul en generlei waarde is. De rechtbank overweegt dat uit het rapport van de deskundige weliswaar volgt dat - mede om geen onderscheid tussen oude en nieuwe fronten te zien - alle fronten van keuken, inloopkast en garderobekast dienen te worden vervangen, maar dat geen enkele bemerking wordt gemaakt over de kwaliteit van de geleverde rompen van de kasten en (inbouw)lades en evenmin over de kwaliteit van door de [B] gebruikt bijkomend materiaal als ladegeleiders of scharnieren. Ook deze zaken maken onderdeel uit van de overeenkomst. Uit het rapport van de deskundige volgt dat het mogelijk is om door middel van vervanging van de fronten van de kasten en lades, met toepassing van ander materiaal en een andere afwerklaag - zonder dat dit qua uitstraling wezenlijk anders is dan geolied massief eiken - een resultaat te verkrijgen dat recht doet aan hetgeen [A] op basis van de overeenkomst had mogen verwachten. Volgens de deskundige zijn daarbij twee opties mogelijk, tegen gelijke kosten (EUR 23.285,24 inclusief BTW).

3.10. De rechtbank overweegt dat door partijen niets is aangevoerd dat aanleiding kan zijn om te twijfelen aan de deugdelijkheid van de door de deskundige genoemde opties voor herstel, noch aan de daarmee gemoeide kosten. Uit het rapport van de deskundige volgt voorts dat, na doorvoering van de door de deskundige geadviseerde wijzigingen, de keuken, inloopkast en garderobekast, een uitstraling zullen hebben die in overeenstemming is met hetgeen [A], op basis van de offerte van de [B], van meet af aan had mogen verwachten. Dit brengt de rechtbank ertoe om de in art. 6:272 BW bedoelde vergoeding vast te stellen op het door [A] volgens de eindnota van 15 november 2010 in totaal te betalen bedrag voor de drie onderdelen waar het hier om handelt (keuken, inloopkast en garderobekast), te weten EUR 47.569,93 inclusief BTW (EUR 52.186,65 minus EUR 4.616,72 voorschot woonkamerkast) verminderd met de herstelkosten van EUR 23.285,24 inclusief BTW. De vergoeding wordt aldus vastgesteld op EUR 24.284,69 waarmee [A] per saldo aanspraak kan maken op (terug)betaling van een bedrag van EUR 23.715,31 inclusief BTW (EUR 48.000,00 minus EUR 24.284,69). Dit bedrag zal worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente over dit bedrag is op grond van art. 6:119 BW toewijsbaar vanaf het moment dat verzuim is ingetreden, te weten vanaf 17 maart 2011, zijnde de dag waarop de in de brief van 10 maart 2011 gestelde termijn tot terugbetaling van het voorschot verstreek.

3.11. De door [A] gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen nu [A] heeft nagelaten om deze kosten (in voldoende mate) te specificeren en niet is gesteld of anderszins gebleken dat kosten zijn gemaakt die op meer betrekking hebben dan op verrichtingen waarvoor de proceskostenveroordeling wordt geacht reeds een vergoeding in te sluiten.

3.12. Nu de primaire vordering van [A] (deels) wordt toegewezen, wordt aan behandeling van de subsidiaire vordering niet toegekomen.

3.13. De [B] c.s. zal, als de grotendeels in conventie in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van de - door [A] betaalde - deskundige, alsmede in de proceskosten van [A]. De kosten van de deskundige bedragen EUR 2.429,08 inclusief BTW. De kosten aan de zijde van [A] worden, op basis van het toegewezen bedrag, vastgesteld op:

- explootkosten EUR 90,81

- vast recht EUR 800,00

- salaris advocaat EUR 1.447,50 (2,5 punt x tarief III)

totaal EUR 2.338,31.

in reconventie

3.14. De [B] vordert in reconventie betaling van EUR 7.731,15 welk bedrag is opgebouwd uit twee facturen gedateerd 22 september 2010 ad respectievelijk EUR 2.295,00 en EUR 1.249,50 (betreffende een in een later stadium bestelde en geleverde kast in de badkamer en een lage kast in de keuken) alsmede het openstaande saldo van zijn eindnota van 15 november 2010 ad EUR 4.186,65.

3.15. [A] heeft tot zijn verweer aangevoerd dat de drie facturen onjuist zijn omdat het voordeel van het lagere BTW tarief op manuren niet aan [A] is doorberekend. Voorts bevat de eindnota volgens [A] ten onrechte een bedrag voor een woonkamerkast, is geen opdracht gegeven voor een op de eindnota in rekening gebrachte aanpassing aan de inloopkast en is een schoenenrooster niet geplaatst in de garderobekast en evenmin gecrediteerd. De eindnota zou met deze wijzigingen op EUR 44.750,00 uitkomen, terwijl [A] al EUR 48.000,00 aan voorschot heeft betaald, zodat hij per saldo niets meer aan de [B] verschuldigd is.

3.16. Ten aanzien van het BTW tarief overweegt de rechtbank dat de [B] ter comparitie uiteen heeft gezet dat hij op zijn facturen een onderscheid heeft gemaakt in het toegepaste BTW tarief, waarbij hij 70% van het totaal bedrag van de factuur aan materiaal en 30% aan manuren heeft gealloceerd, waarop hij het (tijdelijk) lagere BTW tarief van 6% heeft toegepast. Dit is volgens de [B] een reële allocatie, omdat materiaal verhoudingsgewijs kostbaar is. Nu [A], in reactie op deze toelichting van de [B], heeft volstaan met het slechts in algemene zin bestrijden van de juistheid van deze verdeling, wordt dit verweer als niet nader onderbouwd verworpen. Daarmee staat tussen partijen vast dat de op de facturen vermelde BTW gebaseerd is op de juiste tarieven.

3.17. Voor wat betreft de facturen d.d. 22 september 2010 (tezamen EUR 3.544,50) heeft de rechtbank in het tussenvonnis van 15 februari 2012 overwogen dat [A] ter comparitie heeft verklaard dat de meubels waarop deze facturen betrekking hebben naar tevredenheid zijn uitgevoerd. Nu [A], behoudens het zojuist verworpen verweer ter zake van het gehanteerde BTW tarief, tegen de verschuldigdheid van deze facturen geen verweer heeft gevoerd, ligt dit deel van de vordering voor toewijzing gereed.

3.18. Voor wat betreft de op de factuur van 15 november 2010 in rekening gebrachte woonkamerkast heeft [A] aangevoerd dat de woonkamerkast aanvankelijk wel door hem is besteld, maar later (mondeling) weer is afbesteld toen bleek dat deze door eisen van Monumentenzorg niet geplaatst zou kunnen worden. De [B] heeft ter comparitie erkend dat de kast (nog) niet is geleverd, maar van een annulering van de opdracht is volgens de [B] geen sprake geweest, zodat de kast formeel nog steeds in bestelling staat. Bij wege van voorschot heeft de [B] daarom 40% van de kosten van de kast op de eindnota van 15 november 2010 in rekening gebracht (EUR 4.616,72 inclusief BTW). De rechtbank overweegt dat de [B] ter comparitie heeft erkend dat [A] hem op enig moment heeft medegedeeld dat de kast er niet kon komen omdat Monumentenzorg verlangde dat een bepaalde deur gangbaar zou blijven. Dat de [B] daar bezwaar tegen heeft gemaakt is door de [B] niet aangevoerd en blijkt evenmin uit overige feiten of omstandigheden. De [B] heeft daarmee de stelling van [A] dat de opdracht voor het leveren van een woonkamerkast mondeling, met instemming van de [B] is afbesteld - welke stelling door de rechtbank wordt begrepen als een beroep op ontbinding van de overeenkomst tot koop en levering van de betreffende kast met wederzijds goedvinden - onvoldoende weersproken, zodat daar thans van uit wordt gegaan. Daarmee heeft de [B] ten onrechte het voorschot van EUR 4.616,72 in zijn eindnota opgenomen.

3.19. Voor wat betreft de aanpassingen aan de inloopkast heeft de [B] ter comparitie toegelicht dat deze nodig waren omdat er opeens een standleiding bleek te lopen die niet op de bouwtekening stond. Daardoor was het niet mogelijk om de kast te plaatsen zoals aanvankelijk overeengekomen. Hetzelfde gold volgens de [B] voor de garderobekast. Door een gebint dat, na een wijziging van de indeling, in de garderobe stond, kon de geplande achterwand met schoenenrek niet geplaatst worden en zijn in plaats daarvan kasten rechts en links van het gebint geplaatst. De kosten voor de aanpassingen in de garderobekast zouden tegen elkaar weg vallen, zodat daar niets voor in rekening is gebracht. De wijzigingen in de inloopkast hebben wel tot extra kosten geleid, die in rekening zijn gebracht. Wel heeft de [B] toegezegd om zonder extra kosten een (op maat gesneden) spiegel te leveren voor de inloopkast. Daar is de [B] nog steeds toe bereid, zo heeft zij ter zitting verklaard. Dat die nog niet is geleverd komt doordat [A] de [B] niet meer wilde zien of spreken. [A] heeft ter comparitie erkend dat de aanpassingen aan de inloop- en garderobekast met hem zijn besproken en nodig waren in verband met wijzigingen in de bouw ten opzichte van de tekeningen. Ook heeft hij erkend dat de wijzigingen in de garderobekast zonder meer- of minderkosten zouden worden verrekend. Zijn verweer dat een schoenenrooster ten onrechte niet is gecrediteerd op de eindnota wordt hij geacht daarmee te hebben ingetrokken. Voor wat betreft de inloopkast heeft [A] aangegeven dat hij de meerkosten voor de inloopkast zelf heeft weggestreept tegen de spiegel die hij op enig moment zou krijgen en (nog) niet heeft gekregen. De rechtbank is van oordeel dat [A] daarmee de stelling van de [B] dat de aanpassingen aan de inloopkast zijn overeengekomen en verschuldigd zijn onvoldoende gemotiveerd heeft betwist. Deze post staat dan ook terecht vermeld op de eindnota.

3.20. Het vorenstaande leidt tot de slotsom dat slechts de woonkamerkast ten onrechte op de eindnota staat vermeld en dat de nota's wat betreft het overige correct zijn opgesteld. In plaats van een debetsaldo van EUR 4.186,05 ten laste van [A] is voor wat betreft de eindnota sprake van een creditsaldo van EUR 278,77 ten gunste van [A]. Daarnaast kan de [B] aanspraak maken op betaling van de twee facturen van 22 september 2010 (tezamen EUR 3.544,50). Per saldo komt het totaal door [A] nog verschuldigde bedrag daarmee uit op EUR 3.265,73. Dit bedrag zal worden toegewezen.

3.21. De door de [B] - onder verwijzing naar artikel 25.3 en 25.5 van de Algemene Voorwaarden - gevorderde rente van 1,25% per maand vanaf 1 december 2010 zal worden toegewezen nu door [A] tegen de hoogte noch de ingangsdatum (inhoudelijk) verweer is gevoerd. De gevorderde 15% incassokosten zullen worden afgewezen. Ook terzake van contractueel bedongen buitengerechtelijke incassokosten geldt dat degene die daarop aanspraak maakt dient te stellen, en zonodig te bewijzen, dat er meeromvattende, als buitengerechtelijk aan te merken, werkzaamheden zijn verricht. Wil hiervan sprake zijn dan zal het moeten gaan om verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een - niet aanvaard - schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze doen samenstellen van een dossier. Dat van dergelijke werkzaamheden sprake is geweest is door de [B] onvoldoende gesteld.

3.22. [A] zal, als de grotendeels in reconventie in het ongelijk te stellen partij, in de proceskosten worden veroordeeld. Het te hanteren aantal punten voor de berekening van de proceskosten van de [B] wordt - gezien de verwevenheid van de vordering in reconventie met die in conventie - gehalveerd. Het salaris advocaat wordt vastgesteld op EUR 384,00 (2 punten x 0,5 x tarief I).

4. De beslissing

De rechtbank

in conventie

4.1. verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen partijen rechtsgeldig is ontbonden;

4.2. veroordeelt de [B] c.s. tot betaling aan [A] van een bedrag groot EUR 23.715,31 inclusief BTW, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 17 maart 2011 tot aan de dag der algehele voldoening;

4.3. veroordeelt de [B] c.s. om aan [A] te betalen een bedrag van EUR 2.429,08 inclusief BTW ter zake van de kosten van de deskundige;

4.4. veroordeelt de [B] c.s. in de kosten van deze procedure, aan de zijde van [A] tot op heden vastgesteld op een bedrag van in totaal EUR 2.338,31;

4.5. verklaart dit vonnis voor wat betreft het onder 4.2., 4.3. en 4.4. bepaalde uitvoerbaar bij voorraad;

4.6. wijst het meer of anders gevorderde af;

in reconventie

4.7. veroordeelt [A] tot betaling aan [B] van een bedrag groot EUR 3.265,73 te vermeerderen met 1,25% rente per maand vanaf 1 december 2010 tot de dag der algehele betaling;

4.8. veroordeelt [A] in de kosten van deze procedure, aan de zijde van de [B] tot op heden vastgesteld op een bedrag van in totaal EUR 384,00;

4.9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

4.10. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.Th.M. Zwart-Sneek en in het openbaar uitgesproken door mr. C.M. Telman op 1 mei 2013.?