Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ9148

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-04-2013
Datum publicatie
01-05-2013
Zaaknummer
AWB LEE 13/1160
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Mondelinge uitspraak
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoek om een voorlopige voorziening betreffende de weigering handhavend op te treden. Teatertun te Rijs. Al dan niet horeca-activiteiten. De voorzieningenrechter doet wat het bestuursorgaan had moeten doen, namelijk het opleggen van een last onder dwangsom.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling bestuursrecht

Locatie Leeuwarden

procedurenummer: LEE AWB 13/1160

proces-verbaal mondelinge uitspraak van 19 april 2013 op grond van artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

inzake het geding tussen

[naam] en [naam],

wonende te [woonplaats],

verzoekers,

gemachtigde: mr. J.S. Leenstra, juridisch adviseur te Koudum,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gaasterlân-Sleat (hierna: het college),

verweerder,

gemachtigde: B. Hoogland, werkzaam bij verweerders gemeente.

Onderwerp van geschil

1. Het besluit van 3 april 2013 waarbij het college weigert om op verzoek van verzoekers handhavend op te treden tegen vier op de website van het openluchttheater "De Teatertún" (hierna: De Teatertún) Enkerhuizerlaan 8 te Rijs (hierna: het perceel) aangekondigde Vegetarische Eetfestijnen op 31 januari, 1 maart, 28 maart en 25 april 2013.

Zitting

2 Het verzoek is behandeld ter zitting van 19 april 2013. Verzoekers zijn in persoon verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde en vergezeld van hun echtgenoten. Het college heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. De exploitant van De Teatertún, [naam] (hierna: [X]), is - met bericht- niet verschenen. Ter zitting heeft de voorzieningenrechter kopieën van een brief van 17 april 2013 (met bijlagen) van De Teatertún aan verzoekers en het college uitgereikt.

Beslissing

3.1 De voorzieningenrechter wijst het verzoek als volgt toe.

3.2 De voorzieningenrechter doet wat het college had moeten doen en legt de exploitant van de Teatertún de last onder dwangsom op, inhoudende dat zij er voor zorg draagt dat het Vegetarisch Eetfestijn op 25 april dan wel 28 april 2013, zoals die op de website van De Teatertún en in het besluit van 3 april 2013 is omschreven, niet op het perceel plaatsvindt. Indien de exploitant van De Teatertún niet aan deze last voldoet, verbeurt zij een dwangsom van € 500, -, aan het college te betalen.

3.3 Verder gelast de voorzieningenrechter dat de exploitant van De Teatertún ervoor zorg draagt dat op de website van De Teatertún onverwijld vermeld wordt dat het Vegetarisch eetfestijn op 25 april of 28 april 2013 zoals in rechtsoverweging 3.2 is omschreven niet doorgaat.

3.4 Voorts bepaalt de voorzieningenrechter dat het college het griffierecht van € 160,- aan verzoekers vergoedt. Daarnaast veroordeelt de voorzieningenrechter het college in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 944,-.

Overwegingen

Feiten

4.1 Bij brief van 19 januari 2013 hebben verzoekers het college meegedeeld dat De Teatertún volgens haar website op 31 januari, 1 maart, 28 maart en 25 april 2013 Vegetarische Eetfestijnen organiseert. Verzoekers verzoeken het college tegen deze activiteiten handhavend op te treden. Naar de mening van verzoekers staat het bestemmingsplan deze activiteiten namelijk niet toe. Bij het besluit van 3 april 2013 heeft het college het verzoek afgewezen.

4.2 De voorzieningenrechter stelt vast dat op de homepage van de website van De Teatertún vermeldt staat dat op de datum 28 april 2013 een Vegetarische Eetfestijn wordt organiseert, terwijl bij "het doorklikken" vervolgens de datum 25 april 2013 wordt vermeld. Om die reden worden beiden data vermeld.

Ontvankelijkheid van het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen

4.3 Indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel voorafgaande aan een mogelijk beroep bezwaar is gemaakt, kan ingevolge artikel 8:81 van de Awb de voorzieningenrechter die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De voorzieningenrechter stelt vast dat het verzoek enkel betrekking heeft op de voor 25 april 2013 dan wel 28 april 2013 aangekondigde activiteit. Om die reden is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoekers een spoedeisend belang hebben bij de gevraagde voorlopige voorziening.

Toetsingskader

4.4 Voor zover de beoordeling van het verzoek met zich brengt dat het geschil in de hoofdzaak wordt beoordeeld, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter daaromtrent een voorlopig karakter. In dit verband merkt de voorzieningenrechter op dat voor beantwoording van de vraag of de gevraagde voorziening, gelet op de betrokken belangen toewijsbaar is, bepalend is of de afwijzing van het handhavingsverzoek in bezwaar stand zal kunnen houden.

Bestemming maatschappelijke doeleinden en Vegetarisch Eetfestijn

4.5 De voorzieningenrechter stelt vast dat De Teatertún gevestigd is op gronden die op grond van het bestemmingsplan "Herziening Bestemmingsplan Buitengebied (Teatertún)" (hierna: het bestemmingsplan) gedeeltelijk bestemd zijn voor "Maatschappelijke Doeleinden". Dat deel van die gronden is bestemd voor gebouwen en terreinen ten behoeve van- voor zover hier van belang-

" (…) het uitvoeren van kleinschalige muziek- en theatervoorstellingen, exposities, activiteiten gericht op educatie, sociaal-maatschappelijke activiteiten en naar de aard daarmee gelijk te stellen activiteiten, met de daarbij behorende ondersteunende en ondergeschikte horecadoeleinden ten behoeve van de voorstellingen, concerten, exposities, etcetera, indien de gronden op de kaart zijn voorzien van de aanduiding "I" (…)"

4.6 De voorzieningenrechter is van oordeel dat het Vegetarisch Eetfestijn, zoals omschreven is op de website van De Teatertún, aangemerkt moet worden als een zuivere horeca- activiteit. Uit die omschrijving volgt dat die activiteit enkel ziet op het aanbieden van gerechten en dranken. Het bericht luidt - voor zover van hier van belang- :

" (…) Vegetarisch Eetfestijn

(…)

25 april - menu frisse lente

Aanvang 17:30-18:00

Entree € 30,-

Ontvangst met een amuse + drankje (van het huis), voorgerecht, hoofdgerecht, nagerecht en koffie en thee. Laat je verrassen. Er wordt gekookt door Ike Onderstal. Je kunt je aanmelden op teatertun@nl of ike@lassa.nl. Dit kan tot 3 dagen voor de tijd. Tot dan!

groeten, Wies en Ike. (…)"

4.7 In het besluit van 3 april 2013 stelt het college dat naast het aanbieden van gerechten en dranken ook de volgende diensten verricht worden:

De kok leidt de gasten door de tuin van De Teatertún;

De kok geeft daarbij een uitleg over het vegetarisme als voedingswijze;

De kok geeft daarbij informatie welke planten, fruit en groente uit die tuin geschikt zijn voor een vegetarische maaltijd;

De kok geeft daarbij informatie over welke van die gewassen worden verwerkt in het aangeboden menu frisse lente en hij neemt die gewassen mee voor de bereiding van het menu;

De kok geeft daarbij uitleg over de wijze waarop die gewassen bereid kunnen worden;

De kok geeft daarbij aan waar de gewassen goed voor zijn.

4.7.1 De voorzieningenrechter stelt vast dat deze diensten niet vermeld staan op de website van De Teatertún. Het college heeft op de zitting toegelicht dat het deze informatie uit een gesprek met de echtgenoot van [X] heeft gekregen. Ook al zal het Vegetarisch Eetfestijn in deze vorm plaatsvinden, dan acht de voorzieningenrechter deze activiteit in strijd met het bestemmingsplan. Hoewel een zekere educatief, sociaal-maatschappelijk karakter dan wel een daarmee gelijk te stellen aard deze diensten niet kan worden ontzegd, blijft ook met het aanbieden van deze diensten de horecafunctie van het Vegetarisch Eetfestijn voorop staan. Gezien de aard en de omvang van de diensten acht de voorzieningenrechter het nuttigen van een maaltijd de kernactiviteit van de gasten. Bij dit oordeel heeft de voorzieningenrechter tevens betrokken dat tijdens de maaltijd ook geen muziek- en theatervoorstellingen plaatsvinden. Gelet op het spraakgebruik en de aard en de omvang van de diensten kan verder ook niet gesproken worden van een workshop met een ondergeschikte horecafunctie. De voorzieningenrechter komt dan ook tot de conclusie dat het Vegetarisch Eetfestijn niet ondergeschikte horeca betreft.

4.7.2 Het college stelt dat de exploitant van De Teatertún op het perceel ruimte ter beschikking stelt voor het houden van het Vegetarisch Eetfestijn en dat zij tijdens die activiteit slechts een drankje aanbiedt. Dat betekent nog niet dat het bestemmingsplan die activiteit, gelet de rol van de exploitant daarin, toestaat. Bij de beantwoording van de vraag of het bestemmingsplan een activiteit toestaat is namelijk alleen de aard van die activiteit van belang.

4.7.3 Ook is voor beantwoording van die vraag niet van belang of verzoekers overlast van het Vegetarisch Eetfestijn ondervinden. Evenmin speelt een rol of veel mensen bij die activiteit aanwezig zullen zijn. Ook is de frequentie van die activiteiten niet van belang.

4.8 De voorzieningenrechter komt dan ook tot de conclusie dat het bestemmingsplan het Vegetarisch Eetfestijn op het perceel niet toestaat.

Handhaven

4.9 Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder dwangsom of onder bestuursdwang op te leggen in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts onder bijzondere omstandigheden mag het bestuursorgaan weigeren, dit te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisering bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien.

4.10 De voorzieningenrechter is van oordeel dat nu en ook ten tijde van het besluit van 3 april 2012 met een grote mate van waarschijnlijkheid vaststond dat het Vegetarisch Eetfestijn op 25 april 2013 dan wel 28 april 2013 zal plaatsvinden. Daarbij acht de voorzieningenrechter van belang dat die activiteit in het openbaar is aangekondigd en dat van de andere drie aangekondigde Vegetarische Eetfestijnen er twee zijn doorgegaan. Dit betekent dat overtreding van het bestemmingsplan op het perceel klaarblijkelijk dreigt. Het college was en is daarom bevoegd om handhavend tegen die activiteit op te treden. Van bijzondere omstandigheden op grond waarvan in dit geval niet in redelijkheid tegen deze dreigende illegale activiteit opgetreden kan worden, is niet gebleken. Daarom is in redelijkheid niet te verwachten dat het besluit van 3 april 2013, voor zover dat ziet op het Vegetarisch Eetfestijn op 25 april 2013 of 28 april 2013, in bezwaar stand zal houden. Om die reden ziet de voorzieningenrechter aanleiding om te doen wat het college had moeten doen en treft hij daarom de voorlopige voorziening, zoals onder rechtsoverweging 3 is omschreven.

4.11 Ter informatie aan partijen overweegt de voorzieningenrechter dat deze last onverlet laat dat op 25 april 2013 dan wel 28 april 2013 op het perceel wel activiteiten plaats kunnen vinden die het bestemmingsplan toestaat en waar andere regelgeving zich ook niet tegen verzet.

De zitting wordt gesloten.

Waarvan proces-verbaal.

w.g. B.M. van der Doef , griffier

w.g. P.G. Wijtsma, voorzieningenrechter

Tegen deze uitspraak kan geen rechtsmiddel worden aangewend.