Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ8182

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
17-04-2013
Datum publicatie
22-04-2013
Zaaknummer
C/17/119033 / HA ZA
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schending exclusiviteitsrecht

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/119033 / HA ZA 12-96

Vonnis van 17 april 2013

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van de plaats van haar vestiging

SODEIC SPRL (SOCIETE DE DISTRIBUTION D'EXPORTATION ET D'IMPORTATION AU CONGO SPRL),

gevestigd te Kinshasa, Democratische Republiek Congo,

eiseres,

advocaat mr. R.W.J.M. te Pas, kantoorhoudende te Rotterdam,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ROMI SMILFOOD B.V.,

gevestigd te Heerenveen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SMILDE FOODS B.V.,

gevestigd te Heerenveen,

gedaagden,

advocaat mr. E.J.A. van Leuveren, kantoorhoudende te Groningen.

Partijen zullen hierna Sodeic en Romi Smilfood c.s. (en afzonderlijk: Romi Smilfood en Smilde Foods) genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis in incident van 20 februari 2013

- de conclusie van dupliek.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Sodeic, gevestigd in de Democratische Republiek Congo (DRC), heeft van het jaar 2003 tot en met mei 2010 producten van Romi Smilfood c.s. geïmporteerd. Het betrof voornamelijk margarine van het merk Topper (hierna: Topper).

2.2. De overeengekomen leveringscondities zijn aldus, dat Sodeic een Letter of Credit opent onder door partijen overeen te komen voorwaarden, waarna Romi Smilfood c.s. deze goederen "Costs Insurance Freight" aflevert op de kade in Matadi (DRC). Indien geen Letter of Credit wordt geopend of op een andere manier wordt betaald, vindt geen aflevering plaats.

2.3. Op 5 mei 2010 heeft Sodeic een bestelling Topper bij Romi Smilfood c.s. geplaatst, te weten 17.600 emmers met een netto vulgewicht van 10 kg per emmer margarine. Het verschuldigde bedrag van $ 246.400,00 (tegen de toenmalige omrekenkoers een bedrag van EUR 190.785,00) is door Sodeic voldaan. Deze goederen, die op 14 juli 2010 aan boord zijn geladen van een vrachtschip, zijn door Romi Smilfood c.s. afgeleverd op de kade in Matadi (DRC). De uiteindelijke bestemming van deze partij was Brazzaville, te weten de hoofdplaats van het buurland Congo.

2.4. Op 1 november 2010 heeft Sodeic een bestelling Topper bij Romi Smilfood c.s. geplaatst, te weten 1.438 bakjes en 10.560 emmers van 10 kilogram margarine. Deze goederen, die op de door Romi Smilfood c.s. opgestelde pro forma factuur een waarde van EUR 167.950,00 vertegenwoordigden, zijn nimmer door Sodeic aan Romi Smilfood c.s. betaald en (mitsdien) ook niet door Romi Smilfood c.s. aan Sodeic geleverd.

2.5. Romi Smilfood c.s. heeft op 17 of 18 november 2010 een exclusiviteitscontract gesloten met Société DD Services SARL met betrekking tot het merk Topper.

3. De vordering

3.1. De vordering van Sodeic strekt er - na aanpassing van eis bij conclusie van repliek, tevens akte houdende aanpassing van eis - dat de rechtbank, bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

1. voor recht verklaart dat Romi Smilfood en/of Smilde Foods voor de beslaglegging door Société DD Services SARL van de partij van 17.600 emmers Topper ter waarde van 246.400 USD jegens Sodeic aansprakelijk zijn/is, uit contract danwel onrechtmatige daad,

2. Romi Smilfood c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende de ander tot het betaalde gedeelte zal zijn gekweten, veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Sodeic te betalen een bedrag van EUR 190.785,00 ter zake factuurwaarde van de bestelde en inbeslaggenomen 17.600 emmers Topper, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 5 mei 2010, althans vanaf de dag der dagvaarding tot het moment der algehele voldoening,

3. Romi Smilfood c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende de ander tot het betaalde gedeelte zal zijn gekweten, veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Sodeic te betalen een bedrag van EUR 4.198,75 ter zake kosten van het openstellen van documentair krediet, vermeerderd met wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 10 november 2010, althans van moment van dagvaarden tot en met moment der algehele voldoening,

4. Romi Smilfood c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende de ander tot het betaalde gedeelte zal zijn gekweten, veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Sodeic te betalen een bedrag van EUR 664,71 ter zake kosten van het annuleren van documentair krediet, vermeerderd met wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 28 januari 2011, althans vanaf het moment van dagvaarden tot en met het moment der algehele voldoening,

5. Romi Smilfood c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende de ander tot het betaalde gedeelte zal zijn gekweten, veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Sodeic te betalen een bedrag van EUR 184.008,00 ter zake Trans-Agency facturen, vermeerderd met wettelijke handelsrente over dit bedrag vanaf 16 december 2010, althans vanaf de dag der dagvaarding tot het moment der algehele voldoening,

6. Romi Smilfood c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende de ander tot het betaalde gedeelte zal zijn gekweten, veroordeelt om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Sodeic te betalen een bedrag van USD 462.271,35, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, althans een door staat op te maken en volgens wet te vereffenen bedrag, ter zake door Sodeic voor Romi Smilfood c.s. opgebouwde goodwill in Congo/DRC,

7. Romi Smilfood c.s. hoofdelijk, des dat de één betalende de ander tot het betaalde gedeelte zal zijn gekweten, veroordeelt in de kosten van het conservatoir, in Nederland door Sodeic gelegde beslag, te weten een bedrag van EUR 880,98,

8. Romi Smilfood c.s. veroordeelt in de buitengerechtelijke kosten ad EUR 5.160,00,

9. Romi Smilfood c.s. veroordeelt in de kosten van deze procedure,

10. de veroordeling van Romi Smilfood en/of Smilde Foods in ieder geval te beperken tot een bedrag van (omgerekend) 1 miljoen euro (inclusief rente en kosten).

3.2. Romi Smilfood c.s. voert verweer.

3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna - voor zover van belang - nader ingegaan.

4. Het geschil en de beoordeling daarvan

4.1. De wijziging van eis

4.1.1. Sodeic heeft bij conclusie van repliek, tevens akte houdende aanpassing eis haar eis gewijzigd, zoals hiervoor in rechtsoverweging 3.1. is weergegeven. Kort samengevat komt de wijziging er op neer, dat de vordering wordt verminderd met het bij dagvaarding gevorderde bedrag van EUR 167.950,00, te weten de factuurwaarde van de op 1 november 2010 door Sodeic bestelde goederen. De vordering wordt voorts vermeerderd met bedragen van EUR 4.198,75 en EUR 664,71 ter zake van (beweerdelijk gemaakte) kosten voor het opstellen van een Letter of Credit met betrekking tot de bestelling van 1 november 2010, respectievelijk de kosten van de annulering daarvan. Tevens wordt de oorspronkelijke vordering vermeerderd met een bedrag van EUR 184.008,00 ter zake van de (beweerdelijk gemaakte) kosten voor de doorvoer en de (douane)afhandeling (Trans-Agency facturen) van de goederen die op 5 mei 2010 door Sodeic bij Romi Smilfood c.s. zijn besteld.

4.1.2. Romi Smilfood c.s. heeft bezwaar gemaakt tegen de wijziging van eis, voor zover het de hiervoor bedoelde vermeerderingen van eis betreft. Volgens Romi Smilfood c.s. zijn deze (beweerdelijk gemaakte) kosten (beweerdelijk) reeds vóór de datum van dagvaarding gemaakt en was Sodeic dus ook ten tijde van het opstellen van de dagvaarding in staat om ter zake een vordering in te stellen.

4.1.3. De rechtbank acht de onderhavige eiswijziging niet in strijd met de eisen van een goede procesorde. Op grond van artikel 130 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is eiser bevoegd zijn eis te wijzigen zolang de rechter nog geen eindvonnis heeft gewezen. De enkele omstandigheid dat de gewijzigde eis ook reeds bij dagvaarding had kunnen worden ingesteld, is onvoldoende om deze wijziging in strijd te achten met de eisen van een goede procesorde. Ook overigens ziet de rechtbank geen aanleiding om de eiswijziging in strijd te achten met de eisen van een goede procesorde.

4.2. De vordering van Sodeic heeft betrekking op drie onderdelen, te weten de bestelling van 5 mei 2010, de bestelling van 1 november 2010, alsmede goodwill. Romi Smilfood c.s. betwist enig bedrag aan Sodeic terzake verschuldigd te zijn.

4.3. De bestelling van 5 mei 2010

4.3.1. Sodeic heeft gesteld dat Société DD Services SARL de goederen, die door Romi Smilfood c.s. zijn geleverd naar aanleiding van de bestelling door Sodeic van 5 mei 2010, in beslag heeft laten nemen na aankomst van deze goederen op de (bij Romi Smilfood c.s. bekende) eindbestemming, te weten Brazzaville. De handelssector van de rechtbank te Brazza (Congo) heeft daartoe een "ordonnance" (order) inhoudende een verbod, alsmede inbeslagname bevolen van producten Topper en wel op grond van het door Société DD Services SARL met Romi Smilfood op 17 of 18 november 2010 overeengekomen exclusiviteitsbeding. Volgens Sodeic is Romi Smilfood c.s. voor de negatieve financiële gevolgen van deze beslaglegging aansprakelijk omdat zij kort na de verkoop van Topper aan Sodeic exclusiviteit met Société DD Services SARL is overeengekomen en daarbij de belangen van Sodeic ernstig heeft verwaarloosd. Sodeic heeft er daarbij op gewezen dat de lading vanuit Amsterdam naar Brazzaville lang onderweg is en dat het voorts geruime tijd duurt alvorens Sodeic de partij Topper zou kunnen verkopen. Romi Smilfood c.s. heeft derhalve voor Sodeic het gevaar in het leven geroepen dat Société DD Services SARL haar exclusiviteitsrecht jegens Sodeic zou inroepen, hetgeen ook daadwerkelijk is geschied. Volgens Sodeic heeft Romi Smilfood c.s. daarmee jegens Sodeic wanprestatie gepleegd, dan wel een onrechtmatige daad. Bij conclusie van repliek heeft Sodeic aan het voorgaande toegevoegd dat wanneer zij aan Romi Smilfood c.s. kenbaar maakt dat de goederen Brazzaville als eindbestemming hebben en Romi Smilfood c.s. daar geen bezwaren tegen heeft, Sodeic mag verwachten dat de goederen daar ongestoord ingevoerd kunnen worden (vanuit DRC) en in de handel mogen worden gebracht. Als integraal onderdeel van de koop van de goederen die op 5 mei 2010 zijn besteld, maakt volgens Sodeic een zorgplicht uit van Romi Smilfood c.s. om Sodeic ongestoord de goederen te laten invoeren in Brazzaville, deze op te slaan en voorts ongestoord te kunnen verhandelen. Romi Smilfood c.s. heeft deze zorgplicht niet betracht. Romi Smilfood c.s. heeft Sodeic er niet van op de hoogte gebracht dat zij met een derde partij exclusiviteit is overeengekomen en evenmin heeft zij van Société DD Services SARL bedongen dat deze de bestaande distributie van Topper met rust moest laten, zodat Sodeic daar geen nadelige gevolgen van zou ondervinden, aldus nog steeds Sodeic.

4.3.2. De rechtbank constateert dat de onderhavige goederen door Sodeic bij Romi Smilfood c.s. zijn besteld op 5 mei 2010. Volgens de eigen stellingen van Sodeic heeft Romi Smilfood c.s. eerst ongeveer een half jaar na de bestelling van de onderhavige goederen, te weten op 17 of 18 november 2010, een exclusiviteitsrecht gegeven aan Société DD Services SARL. Romi Smilfood c.s. heeft voorts bij conclusie van antwoord onweersproken gesteld dat de relatie tussen partijen aldus kan worden gekenmerkt, dat Romi Smilfood c.s. goederen aan Sodeic levert na betaling door Sodeic van de daartoe opgestelde pro forma factuur. Van verleende exclusiviteitsrechten aan Sodeic, dan wel afnameverplichtingen van Sodeic is geen sprake. Voorts heeft Romi Smilfood c.s. onweersproken gesteld dat de onderhavige goederen door Romi Smilfood c.s. (zoals overeengekomen) zijn afgeleverd op de kade in Matadi (DRC) en dat Sodeic er dan ook zelf voor heeft gekozen om de goederen vervolgens door te voeren naar de hoofdplaats van het buurland Congo (Brazzaville).

Omdat het aan Société DD Services SARL verleende exclusiviteitsrecht pas ná de bestelling van de onderhavige goederen heeft plaatsgevonden, heeft Romi Smilfood c.s. Sodeic daarvan destijds ook niet op de hoogte kunnen brengen, nog afgezien van de vraag of zij daartoe gehouden zou zijn geweest. De rechtbank tekent daarbij aan dat Sodeic haar vordering niet baseert op het volgens Romi Smilfood c.s. reeds bestaande exclusiviteitsrecht van Piersch Export, dat op 5 mei 2010 reeds bestond. Volgens Romi Smilfood c.s. borduurde de met Société DD Services SARL overeengekomen exclusiviteit slechts hierop voort en was er dan ook geen sprake van een relevante verandering van omstandigheden.

4.3.3. Op grond van het voorgaande zal de vordering worden afgewezen voor zover deze betrekking heeft op de bestelling van 5 mei 2010.

4.4. De bestelling van 1 november 2010

4.4.1. Voor wat betreft de bestelling van 1 november 2010 vordert Sodeic de kosten die zij heeft moeten maken ten aanzien van het opstellen van een Letter of Credit en de annulering daarvan. Sodeic heeft ten aanzien van de grondslag van de vordering enkel gesteld dat Romi Smilfood c.s. op 1 november 2010, derhalve 17 dagen voor het overeenkomen van exclusiviteit met Société DD Services SARL, nog een partij Topper aan Sodeic heeft proberen te verkopen. De rechtbank constateert dat ook deze bestelling - die uiteindelijk niet tot een levering van goederen heeft geleid - heeft plaatsgevonden vóór het verlenen van een exclusiviteitsrecht door Romi Smilfood c.s. aan Société DD Services SARL. Voorts heeft Romi Smilfood c.s. ten aanzien van deze levering onweersproken gesteld dat het voor haar op dat moment (waarop de goederen nog niet zijn betaald en nog niet dienden te worden verscheept) niet duidelijk kon zijn welke eindbestemming deze goederen zouden hebben. De rechtbank constateert dat Sodeic ook niet heeft gesteld dat zij voornemens was deze goederen te vervoeren naar Congo, te weten het land waarin Société DD Services SARL (blijkens de eigen stellingen van Sodeic) nadien een exclusiviteitsrecht van Romi Smilfood c.s. heeft verworven.

4.4.2. Op grond van het voorgaande zal de vordering ook in zoverre worden afgewezen.

4.5. Winst- en imagoschade

4.5.1. Sodeic heeft gesteld dat zij een vergoeding wenst te krijgen voor de door haar ten behoeve van Romi Smilfood c.s. in Congo/DRC opgebouwde goodwill. Volgens Sodeic heeft zij Topper in Congo/DRC geïntroduceerd, waardoor een bepaalde goodwill is opgebouwd. Sodeic stelt ter zake opgebouwde goodwill recht te hebben op een percentage van 30%, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen percentage, althans een bij staat op te maken en volgens de wet te vereffenen percentage van de factuurwaarde van alle tot heden bestelde producten.

4.5.2. Naar het oordeel van de rechtbank valt zonder nadere onderbouwing - die ontbreekt - niet in te zien dat Sodeic op grond van de enkele omstandigheid dat zij gedurende een aantal jaren producten van het merk Topper bij Romi Smilfood c.s. heeft besteld en in Congo/DRC heeft afgezet recht zou hebben op enige vorm van goodwill. De vordering zal dan ook in zoverre als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen.

4.6. Conclusie

4.6.1. Op grond van het voorgaande zal de vordering - die op alle punten onvoldoende is onderbouwd - integraal worden afgewezen. De overige verweren van Romi Smilfood c.s. behoeven dan ook geen behandeling.

4.7. Proceskosten

4.7.1. Sodeic zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Romi Smilfood c.s. worden vastgesteld op:

- griffierecht EUR 3.621,00

- salaris advocaat EUR 4.000,00 (2 punten × tarief EUR 2.000,00)

Totaal EUR 7.621,00.

4.7.2. Romi Smilfood c.s. heeft verzocht Sodeic in de kosten van het geding te veroordelen, waaronder de kosten van het conservatoir beslag. Gesteld noch gebleken is echter dat Romi Smilfood c.s. ten laste van Sodeic conservatoir beslag heeft gelegd, hetgeen bij gebreke van een reconventionele vordering ook niet in de rede ligt. Voor zover Romi Smilfood c.s. doelt op de kosten van het door Sodeic ten laste van Romi Smilfood c.s. gelegde beslag, merkt de rechtbank op dat deze kosten voor rekening van Sodeic zullen blijven.

4.7.3. Sodeic zal voorts als de in het ongelijk te stellen partij worden veroordeeld in de kosten van het incident dat heeft geleid tot het incidenteel vonnis van 30 mei 2012, welke kosten zullen worden vastgesteld op een bedrag van EUR 452,00 (1 punt x tarief EUR 452,00).

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Sodeic in de proceskosten, aan de zijde van Romi Smilfood c.s. tot op heden vastgesteld op EUR 7.621,00, alsmede op een bedrag van EUR 452,00 ter zake van het incident dat heeft geleid tot het incidenteel vonnis van 30 mei 2012,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling ter zake van het incident dat heeft geleid tot het incidenteel vonnis van 30 mei 2012 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M. Telman en in het openbaar uitgesproken op 17 april 2013.?