Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7971

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
19-03-2013
Datum publicatie
19-04-2013
Zaaknummer
357562 / CV EXPL 12-5462
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Substantiëringsplicht; nodeloze kosten; ten onrechte dagvaarden

Waar eiseres niet bekend was met het verweer van gedaagde tegen de nevenvorderingen, heeft zij aan haar substantiëringsplicht voldaan. Eiseres heeft weliswaar pas bij repliek stukken overgelegd, maar gedaagde heeft daarop kunnen reageren en het heeft niet geleid tot een extra ronde in de procedure. Om die reden kan niet gesproken worden van nodeloos verooorzaakte kosten. Gedaagde heeft niet adequaat gereageerd op een brief van de gemachtigde van eiseres, zodat het eiseres vrij stond tot dagvaarden over te gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2013/181
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Assen

zaak-/rolnummer: 357562 \ CV EXPL 12-5462

Vonnis van de kantonrechter van 19 maart 2013

in de zaak van

de rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging [eiser],

hierna te noemen: VvE,

gevestigd te [adres],

eisende partij,

gemachtigde: AGIN Pranger,

tegen

[gedaagde],

hierna te noemen: [gedaagde],

wonende te [adres],

gedaagde partij,

toegevoegd gemachtigde: mr. P. Huistra.

1. De procedure

1.1 De Wet Herziening Gerechtelijke Kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van die datum tezamen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen.

1.2 Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 oktober 2012;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de nadere toelichtingen van partijen.

1.3 Tot slot is de datum voor het vonnis nader vastgesteld op vandaag.

2. De vaststaande feiten

2.1 De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten, die vaststaan omdat ze niet of niet voldoende zijn betwist en/of blijken uit de in zoverre onweersproken gelaten inhoud van de overgelegde producties.

2.2 [gedaagde] is krachtens erfopvolging eigenaar van het appartementsrecht aan de [adres]. Aan deze eigendom is verbonden de verplichting een maandelijkse bijdrage te voldoen aan de VvE.

2.3 Bij brief van 17 juli 2012 is [gedaagde] door de incassogemachtigde van VvE gesommeerd tot betaling van de achterstand in voornoemde bijdrage van € 1.963,71, vermeerderd met rente en incassokosten. In zijn reactie per e-mail van 23 juli 2012 heeft [gedaagde] verzocht om een gedetailleerd overzicht van de achterstand. Tussen partijen is vervolgens gecorrespondeerd over het toezenden van stukken en het treffen van een betalingsregeling.

2.4 Bij brief van 18 september 2012 bericht de gemachtigde van VvE aan [gedaagde]: "(…) Bij mail van 1 augustus jl. liet u mij weten zorg te dragen voor een spoedige toezending van de gevraagde stukken. Tot op heden heb ik deze stukken echter niet van u ontvangen, terwijl mij ook geen concreet voorstel uwerzijds ter aflossing van de schuld heeft bereikt. Ik verzoek u uiterlijk 25 september a.s. opnieuw de stukken aan mij te doen toekomen en er in ieder geval uiterlijk op die datum voor te zorgen dat er een afbetalingsvoorstel wordt gedaan, zulks voorzien van een eerste aflossing. (…)".

2.5 Op 17 oktober 2012 is [gedaagde] gedagvaard door VvE. Bij mail van 25 oktober 2012 krijgt [gedaagde] desgevraagd een inkomstenuitgavenformulier waarna [gedaagde] op 25 oktober 2012 een ingevuld formulier retour stuurt en voorstelt € 200,00 per maand te betalen.

3. De vordering en het verweer, samengevat en zakelijk weergegeven

3.1 VvE vordert de veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.329,77 inclusief rente en kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.777,58 als hoofdsom, en tevens [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de VVE-bijdrage ad € 271,29, eventueel verhoogd met indexering, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen, te rekenen vanaf november 2012, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding. VvE beroept zich voor haar vordering op de vaststaande feiten en stelt daartoe nog het volgende. De hoofdsom wordt niet bestwist en ligt voor toewijzing gereed. Door toedoen van [gedaagde] is er geen betalingsregeling tot stand is gekomen. Dat volgt uit de brief van 18 september 2012. Dit komt voor rekening en risico van [gedaagde]. [gedaagde] is dan ook de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten verschuldigd.

3.2 [gedaagde] heeft verweer gevoerd met als conclusie VvE niet ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, dan wel de vorderingen van VvE af te wijzen, met veroordeling van VvE in de kosten van de procedure. Daartoe voert [gedaagde] het navolgende aan. Pas na dagvaarding heeft [gedaagde] een overzicht van de hoofdsom gekregen. De hoofdsom wordt door [gedaagde] niet betwist. [gedaagde] heeft van meet af aan aangeboden een betalingsregeling te treffen en daarvoor stukken toegestuurd. VvE heeft [gedaagde] dan ook onnodig in rechte betrokken. De (buitengerechtelijke) kosten worden dan ook betwist. Deze moeten voor rekening van VvE blijven. VvE heeft niet aan haar substantiëringsplicht voldaan. Dit brengt niet-ontvankelijkheid mee van VvE. Door pas laat in de procedure stukken over te leggen, heeft de wijze van procederen door VvE kostenverhogend gewerkt. Dit behoort niet voor rekening van [gedaagde] te komen. Omdat er geen verzuim is, is [gedaagde] geen rente verschuldigd.

De beoordeling

4. Met betrekking tot de niet-ontvankelijkheid overweegt de kantonrechter het volgende. [gedaagde] heeft geen verweer gevoerd tegen de hoofdsom. De VvE was op het moment van dagvaarden nog niet bekend met het verweer van [gedaagde] tegen de nevenvorderingen. Gelet hierop, is de kantonrechter van oordeel dat VvE aan haar substantiëringsplicht voldaan, daargelaten de vraag of niet voldoening daaraan in de gegeven omstandigheden tot niet-ontvankelijkheid zou moeten leiden.

5. [gedaagde] heeft de gevorderde hoofdsom niet weersproken. De kantonrechter zal deze vordering toewijzen.

6. Uit de e-mail van [gedaagde] van 23 juli 2012 blijkt dat hij de sommatie namens VvE van

17 juli 2012 heeft ontvangen. Gelet hierop was [gedaagde] in ieder geval na de genoemde termijn van vijf dagen in verzuim. Dat [gedaagde] het door hem gevraagde overzicht toen nog niet had ontvangen, doet hieraan niet af.

7. Met betrekking tot het niet tot stand komen van een betalingsregeling overweegt de kantonrechter het volgende. Tussen partijen is een welhaast kafkaëske brief- en mailwisseling tot stand gekomen waarbij over en weer gesteld wordt dat verstuurde stukken of bijlagen niet zijn ontvangen. Geen van partijen heeft te bewijzen aangeboden dat de ander het betreffende stuk wel heeft ontvangen. Een algemeen bewijsaanbod vindt de kantonrechter niet voldoende. De kantonrechter gaat hieraan dan ook voorbij.

Aan [gedaagde] kan worden toegegeven dat hij de moeite heeft genomen een betalingsregeling te treffen door stukken toe te sturen. [gedaagde] ontkent evenwel niet dat hij de onder punt 2.4 aangehaalde brief van 18 september 2012 heeft ontvangen. Daarin wordt aan hem een termijn gesteld om opnieuw nadere stukken toe te sturen en met een voorstel tot een betalingsregeling te komen. Deze termijn heeft [gedaagde] ongebruikt voorbij laten gaan. Dat [gedaagde] al eerder die stukken had toegestuurd (zo moge thans blijken uit de interne aantekeningen van de gemachtigde), doet hieraan niet af. Uit de brief van 18 september 2012 had [gedaagde] duidelijk moeten zijn dat de gemachtigde stelt die stukken niet te hebben ontvangen en was het aan [gedaagde] om daarop adequaat te reageren. Hier voegt de kantonrechter aan toe, dat het op de weg van [gedaagde] lag om als in verzuim verkerende schuldenaar ervoor te zorgen dat de betalingsregeling tot stand zou komen. Nu [gedaagde] na 18 september 2012 niets meer van zich heeft laten horen, en gelet op deze feiten en omstandigheden, is de kantonrechter van oordeel dat VvE tot dagvaarding mocht overgaan.

8. Uit het dossier blijkt de kantonrechter dat de gemachtigde van VvE meer buitengerechtelijke incassowerkzaamheden heeft gedaan dan het versturen van een enkele, eventueel herhaalde incassobrief. In ieder geval zijn pogingen ondernomen om een betalingsregeling te treffen. De gevorderde kosten acht de kantonrechter toewijsbaar.

9. Waar [gedaagde] in verzuim was, is de gevorderde wettelijke rente toewijsbaar, zijnde op de wet gegrond.

10. [gedaagde] wordt in het ongelijk gesteld zodat de kantonrechter hem in de kosten van de procedure zal veroordelen, zoals hierna in de beslissing is vermeld. Met betrekking tot de nodeloze kostenverhoging overweegt de kantonrechter dat VvE weliswaar pas bij repliek stukken heeft overgelegd, maar dat dit niet tot een extra ronde heeft geleid in de procedure. Van een nodeloze kostenverhoging is dan ook geen sprake.

De beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan VvE te betalen € 3.329,77, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.777,58 vanaf 17 oktober 2012 tot aan de dag van volledige betaling;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de VVE-bijdrage ad € 271,29, eventueel verhoogd met indexering, maandelijks bij vooruitbetaling te voldoen, te rekenen vanaf november 2012;

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, tot deze uitspraak aan de zijde van VvE begroot op € 99,28 aan dagvaardingskosten, € 437,00 aan vast recht en € 350,00 aan salaris gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst - voor zoveel nodig - het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. G.J.J. Smits en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2013.

typ/conc: 220 / GJJS

coll: