Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ7262

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
04-04-2013
Datum publicatie
16-04-2013
Zaaknummer
97639
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Faillissement. Beroep tegen beschikking rc. Mocht de r-c een machtiging verlenen tot het opzeggen van de dienstverbanden van de werknemers? Beleidsvrijheid curator, maatstaf en toetsing.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Faillissementswet 67
Faillissementswet 72
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2013/86 met annotatie van J. van der Pijl
JOR 2013/222 met annotatie van mr. E. Loesberg
JAR 2013/136 met annotatie van mr. J. van der Pijl
AR-Updates.nl 2013-0316
JAR 2013/136 met annotatie van mr. J. van der Pijl

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Assen

zaaknummer / rekestnummer: 97639 / HA RK 13-10

Beschikking van 4 april 2013

in de zaak van

[A]

wonende in (woonplaats),

[B]

wonende in (woonplaats),

[C]

wonende in (woonplaats)

[D]

wonende in (woonplaats),

verzoekers

gemachtigde: mr. P.J. van Sambeek.

Verzoekers worden hierna (in enkelvoud) [verzoeker] genoemd.

1. De procedure

1.1. Op 5 februari 2013 is het faillissement van Printforce B.V. uitgesproken met benoeming van mr. J.H.W.R. Orri├źns-Schipper als rechter-commissaris en mr. J.J. Reiziger als curator.

1.2. Bij beschikking van 8 februari 2013 heeft de rechter-commissaris de curator gemachtigd de dienstverbanden van de werknemers van Printforce B.V. op te zeggen. Bij brief van 12 februari 2013 heeft de curator het dienstverband van de werknemers opgezegd.

1.3. Bij verzoekschrift van 17 februari 2013, en daarom tijdig, heeft [verzoeker] beroep ingesteld tegen de beschikking van de rechter-commissaris.

1.4. Op 19 maart 2013 is ter griffie van de rechtbank een aanvullend verzoekschrift van [verzoeker] ingekomen.

1.5. De zaak is ter zitting behandeld op 22 maart 2013. Ter zitting zijn verschenen [verzoeker], bijgestaan door mr. P.J. van Sambeek, en namens de curator, mr. H.T. Meijer en mr. C. Glas. De curator is na bericht van verhinderding, niet verschenen.

2. Het geschil

2.1. De curator heeft met machtiging van de rechter-commissaris het dienstverband van alle werknemers van de failliet opgezegd.

2.2. Het beroep strekt tot vernietiging van de door de rechter-commissaris verleende machtiging. Daartoe voert [verzoeker] aan, samengevat weergegeven, dat de verleende machtiging leidt tot een kennelijk onredelijk ontslag, omdat het faillissement is gebruikt om een gezond bedrijf op een goedkope en snelle manier te bevrijden van oudere en relatief dure werknemers. [verzoeker] stelt dat de curator gelet op de betrokken belangen van de werknemers, had moeten kiezen voor een alternatief dat had geleid tot behoud van de werkgelegenheid.

3. De beoordeling

3.1. Het gaat in deze zaak, samengevat weergegeven met het oog op een doelmatige bespreking, om het volgende. De curator heeft in dit faillissement gekozen voor een ontslag van alle werknemers. Hij heeft daartoe aan de rechter-commissaris een machtiging gevraagd en verkregen om het dienstverband van alle werknemers op te zeggen. Na het ontslag van alle werknemers heeft een doorstart van de onderneming van de failliet plaatsgevonden. Daarbij zijn in de nieuwe onderneming veel werknemers "teruggekeerd". [verzoeker] heeft geen nieuw dienstverband aangeboden gekregen. Tegen deze achtergrond keert [verzoeker] zich tegen de machtiging van de rechter-commissaris. De rechtbank overweegt als volgt.

3.2. De rechtbank neemt als uitgangspunt dat uit de rechtspraak volgt dat de curator een grote beleidsvrijheid heeft bij het maken van keuzes ten aanzien van het beheer en de vereffening van de boedel. Die beleidsvrijheid is echter niet onbegrensd. De keuze die een curator maakt voor een bepaald alternatief mag niet onrechtmatig zijn en de curator zal bij zijn beleidsafweging rekening moeten houden met belangen van maatschappelijke aard, zoals de continuïteit van de onderneming en de werkgelegenheid voor de werknemers die in het bedrijf van de gefailleerde werkzaam waren (zie HR 24 februari 1995, NJ 1996, 472, rov. 3.5).

3.3. Te beoordelen staat of wat aan het beroep ten grondslag is gelegd, tot het oordeel kan leiden dat de rechter-commissaris de verzochte machtiging niet had mogen verlenen, omdat de curator gelet op alternatieve oplossingen niet had mogen kiezen voor het opzeggen van het diensverband van de werknemers.

3.4. [verzoeker] voert in dit verband aan dat die alternatieve oplossing bestaat uit verdere procedures ter zake van bestuurdersaansprakelijkheid, faillissementsfraude (tweede alinea, tweede bladzijde van het beroepschrift van 19 maart 2013).

3.5. De curator voert daartegen gemotiveerd aan dat het voorzetten van de onderneming van de failliet niet mogelijk was en het belang van de crediteuren zich ertegen verzette dat boedelschulden zouden ontstaan door de loonvorderingen van de werknemers.

3.6. Gelet op wat de curator - onweersproken - heeft aangevoerd, kan de rechtbank zonder nadere toelichting die [verzoeker] niet heeft gegeven, niet inzien waarom de curator bij zijn keuze om de dienstverbanden van de werknemers op te zeggen onrechtmatig heeft gehandeld of overigens niet binnen de grenzen van zijn hiervoor bedoelde beleidsvrijheid is gebleven.

3.7. Het voorgaande in onderling verband en samenhang beschouwd, leidt tot de slotsom dat de beroepen beschikking van de rechter-commissaris moet worden bekrachtigd.

4. De beslissing

De rechtbank

bekrachtigt de beschikking van de rechter-commissaris van 8 februari 2013.

Deze beschikking is gewezen door mr. B.R. Tromp, mr. E.C.M. Wolfert en mr. W. Huizing en in het openbaar uitgesproken op 4 april 2013.