Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:BY8998

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
16-01-2013
Datum publicatie
25-01-2013
Zaaknummer
C/17/122056 / HA ZA 12-286
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

vonnis incident

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Leeuwarden

zaaknummer / rolnummer: C/17/122056 / HA ZA 12-286

Vonnis in incident van 16 januari 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GLASGROOTHANDEL EN GLASINDUSTRIE VAN NOORDENNE BV,

gevestigd te Hardinxveld-Giessendam,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. R.S. van der Spek, kantoorhoudende te Leeuwarden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KLOOSTERMAN GEVELTECHNIEK B.V.,

gevestigd te Heerenveen,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. S. Veenstra, kantoorhoudende te Drachten.

Partijen zullen hierna Van Noordenne en Kloosterman genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de incidentele conclusie tot niet-ontvankelijkheid

- de incidentele conclusie van antwoord.

1.2. De Wet Herziening Gerechtelijke Kaart is op 1 januari 2013 in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van die datum tezamen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Fryslân en Groningen. De zaak wordt daarom verder behandeld en beslist door de rechtbank Noord-Nederland.

1.3. Kloosterman is op 8 januari 2013 door de rechtbank failliet verklaard.

1.4. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. Kloosterman vordert in het incident dat de rechtbank de dagvaarding nietig verklaard en Van Noordenne niet ontvankelijk verklaard in haar vorderingen in de hoofdzaak, met veroordeling van Van Noordenne in de kosten van de incidentele procedure.

2.2. Aan haar incidentele vordering legt Kloosterman - kort gezegd - het volgende ten grondslag. Van Noordenne heeft de dagvaarding niet juist heeft betekend zodat de dagvaarding op grond van artikel 120 lid 1 Rv nietig is. De deurwaarder kon op 10 augustus 2012 de dagvaarding niet uitreiken omdat er niemand aanwezig was vanwege de bouwvak en er geen brievenbus bij Kloosterman hangt. Kloosterman stelt dat hij de dagvaarding niet per post heeft ontvangen en er bij toeval achter kwam dat hij zou zijn gedagvaard doordat zijn toenmalige advocaat een e-mail had ontvangen met de dagvaarding zonder producties. Kloosterman is onredelijk geschaad in zijn belangen nu hij geen rechtsgeldig betekende dagvaarding heeft ontvangen voorzien van producties waartegen hij zich zou kunnen verweren.

2.3. Van Noordenne voert verweer tegen de incidentele vordering van Kloosterman. Daartoe voert zij - kort gezegd - het volgende aan. De dagvaarding is niet nietig omdat aan alle voorschriften omtrent de betekening is voldaan. Dat Kloosterman heeft gekozen om geen brievenbus te hebben komt voor risico van Kloosterman. De dagvaarding is ook niet nietig omdat de schending van een voorschrift geen onredelijke benadeling aan de zijde van Kloosterman mee brengt. Bovendien is de nietigheid van de dagvaarding gedekt doordat Kloosterman in het geding is verschenen.

2.4. De rechtbank overweegt als volgt. Hoewel het in Nederland geldende stelsel van incidentele vorderingen een open stelsel betreft, betekent dit niet dat iedere vordering bij wijze van incidentele vordering kan worden ingesteld, vanwege het bijzondere karakter van deze procedure. De grens van de mogelijkheid tot het instellen van een incidentele vordering is daar gelegen waar de vordering niet meer een procedurele kwestie betreft, maar een kwestie van materiële aard die – bij toewijzing – leidt tot een eindbeslissing op inhoudelijke gronden op de vorderingen in de hoofdzaak. Uitgangspunt is dat toewijzing van een vordering tot niet-ontvankelijkheid wegens nietigheid van de dagvaarding definitief een einde maakt aan de hoofdzaak en dat deze vordering zich naar het oordeel van de rechtbank niet met het karakter van een incidentele vordering verhoudt. Desondanks zal de rechtbank in deze zaak, gelet op het belang van de curator bij het al dan niet overnemen van de procedure en het feit dat partijen niet gediend zijn meteen latere beoordeling over de ontvankelijkheid, een beslissing nemen omtrent de vordering tot niet-ontvankelijkheid.

2.5. De rechtbank is van oordeel dat van nietigheid van de dagvaarding niet is gebleken. Van Noordenne heeft de dagvaarding conform de wettelijke voorschriften betekend door een afschrift van de dagvaarding per post aan Kloosterman te verzenden nu zij op het adres van Kloosterman niemand aantrof en de dagvaarding aldaar niet (in de brievenbus) kon achterlaten. Dat de dagvaarding Kloosterman niet per post heeft bereikt komt, gelet op haar keuze om geen brievenbus op haar vestigingsadres te hebben, voor rekening van Kloosterman.

2.6. Nu de rechtbank van oordeel is dat er geen sprake is van een nietige dagvaarding betekent dit dat de gevorderde niet-ontvankelijkheid moet worden afgewezen.

2.7. Kloosterman zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

2.8. Nu Kloosterman failliet is verklaard wordt de onderhavige procedure geschorst. De zaak zal daarom op de parkeerrol van 2 oktober 2013 komen.

3. De beslissing

De rechtbank

in het incident

3.1. wijst het gevorderde af,

3.2. veroordeelt Kloosterman in de kosten van het incident, aan de zijde van Van Noordenne tot op heden begroot op € 452,00,

3.3. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

3.4. bepaalt dat de zaak weer op de parkeerrol zal komen van 2 oktober 2013.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.E. Biesma en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2013.?