Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:954

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
01-02-2013
Datum publicatie
25-07-2013
Zaaknummer
830286-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Veroordeling voor afpersing en diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 312
Wetboek van Strafrecht 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 19/830286-12

Vonnis van de meervoudige kamer d.d. 01 februari 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], thans verblijvende in P.I. [naam P.I.].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft inhoudelijk plaatsgehad op 18 januari 2013.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. V.P.J. Tuma, advocaat te Amersfoort.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 05 oktober 2012 te Assen met het oogmerk om zich en/of een

ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld

[slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk geval

van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkelbedrijf] of aan een

derde, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat

verdachte

- de winkel waarin die [slachtoffer 1] zich bevond, is binnengegaan en/of zich aan

die [slachtoffer 1] heeft vertoond terwijl zijn gezicht/hoofd (gedeeltelijk) was

bedekt met een pet, althans textiel, en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Geef me geld" en/of "Rustig

blijven, ik wil geld, stop het geld in het zakje" en/of "Ik wil je niks

doen, dus stop het geld in die puut", althans woorden van gelijke dreigende

aard en/of strekking, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 1] een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, in de hand heeft gehouden en/of dat mes/voorwerp op haar heeft

gericht en/of

- nadat die [slachtoffer 1] aan verdachte had gevraagd of hij briefgeld moest,

dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Ja, opschieten nu anders steek ik

je wel neer" en/of "Opschieten of ik maak je dood", althans woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 05 oktober 2012 te Assen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [winkelbedrijf], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan

en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 1], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte

- de winkel waarin die [slachtoffer 1] zich bevond, is binnengegaan en/of zich aan

die [slachtoffer 1] heeft vertoond terwijl zijn gezicht/hoofd (gedeeltelijk) was

bedekt met een pet, althans textiel, en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Geef me geld" en/of "Rustig

blijven, ik wil geld, stop het geld in het zakje" en/of "Ik wil je niks

doen, dus stop het geld in die puut", althans woorden van gelijke dreigende

aard en/of strekking, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 1] een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, in de hand heeft gehouden en/of dat mes/voorwerp op haar heeft

gericht en/of

- nadat die [slachtoffer 1] aan verdachte had gevraagd of hij briefgeld moest,

dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Ja, opschieten nu anders steek ik

je wel neer" en/of "Opschieten of ik maak je dood", althans woorden van

gelijke dreigende aard en/of strekking;

2.

hij op of omstreeks 24 september 2012 te Meppel met het oogmerk om zich en/of

een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt 1] of aan

een derde, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte

- de winkel/supermarkt waarin die [slachtoffer 2] zich bevond, is binnengegaan en/of

zich aan die [slachtoffer 2] heeft vertoond terwijl zijn gezicht/hoofd (gedeeltelijk)

was bedekt met een capuchon, althans textiel, en/of

- ( meermalen) dreigend tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Maak de kassa open",

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 2] een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, in de hand heeft gehouden en/of (daarbij) met de punt van dat

mes/voorwerp naar die [slachtoffer 2] heeft gewezen en/of

- nadat hij die [slachtoffer 2] een (plastic) tasje had gegeven/voorgehouden, dreigend

tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Doe het geld hierin", althans woorden

van gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 24 september 2012 te Meppel met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt 1], in elk geval

aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan

en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte

- de winkel/supermarkt waarin die [slachtoffer 2] zich bevond, is binnengegaan en/of

zich aan die [slachtoffer 2] heeft vertoond terwijl zijn gezicht/hoofd (gedeeltelijk)

was bedekt met een capuchon, althans textiel, en/of

- ( meermalen) dreigend tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Maak de kassa open",

althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 2] een mes, althans een scherp en/of puntig

voorwerp, in de hand heeft gehouden en/of (daarbij) met de punt van dat

mes/voorwerp naar die [slachtoffer 2] heeft gewezen en/of

- nadat hij die [slachtoffer 2] een (plastic) tasje had gegeven/voorgehouden, dreigend

tegen die [slachtoffer 2] heeft gezegd: "Doe het geld hierin", althans woorden

van gelijke dreigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 29 september 2012 te Assen met het oogmerk om zich en/of

een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met

geweld [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, in

elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt 2] of

aan een derde, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin

bestond(en) dat verdachte

- de winkel/supermarkt waarin die [slachtoffer 3] zich bevond, is binnengegaan

en/of zich aan die [slachtoffer 3] heeft vertoond terwijl zijn gezicht/hoofd

(gedeeltelijk) was bedekt met een pet, althans textiel, en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd: "Kassa open, geld in de tas",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 3] een voorwerp, waarvan zij de indruk had

dat het een (stroomstoot)wapen was/zou kunnen zijn, in de hand heeft

gehouden en/of

- toen die [slachtoffer 3] de omroepinstallatie van die winkel/supermarkt

wilde gaan gebruiken, dreigend tegen haar heeft gezegd: "Niet bellen",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen,

terzake dat

hij op of omstreeks 29 september 2012 te Assen met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, in elk geval

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [supermarkt 2], in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

[slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heter daad, aan zichzelf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en)

dat verdachte

- de winkel/supermarkt waarin die [slachtoffer 3] zich bevond, is binnengegaan

en/of zich aan die [slachtoffer 3] heeft vertoond terwijl zijn gezicht/hoofd

(gedeeltelijk) was bedekt met een pet, althans textiel, en/of

- dreigend tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd: "Kassa open, geld in de tas",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking, en/of

- zichtbaar voor die [slachtoffer 3] een voorwerp, waarvan zij de indruk had

dat het een (stroomstoot)wapen was/zou kunnen zijn, in de hand heeft

gehouden en/of

- toen die [slachtoffer 3] de omroepinstallatie van die winkel/supermarkt

wilde gaan gebruiken, dreigend tegen haar heeft gezegd: "Niet bellen",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. B. Looijestijn acht hetgeen onder 1 primair, 2 primair en 3 primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

  • -

    5 jaren gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest;

  • -

    teruggave van de in beslaggenomen kleding aan verdachte en de film aan [supermarkt 1/2];

  • -

    verbeurdverklaring van de in beslaggenomen mesen.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De verdachte dient van het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit -evenals de raadsman van verdachte- niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank overweegt hierbij dat de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] dat zij verdachte van de op de ter terechtzitting getoonde filmbeelden herkennen als zijnde de overvaller van de [supermarkt 1], onvoldoende steun vinden in de getoonde beelden. De rechtbank acht de beelden te onduidelijk. Door de gedragen capuchon worden geen gelaatstrekken van de dader getoond en een specifiek loopje zoals door de getuigen wordt omschreven is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende waarneembaar.

Daarnaast dient verdachte van het onder 3 primair tenlastegelegde (afpersing) te worden vrijgesproken, omdat de rechtbank dit -evenals de raadman van verdachte en anders dan de officier van justitie- niet wettig en overtuigend bewezen acht.

De rechtbank overweegt hierbij dat op grond van de hierna te melden bewijsmiddelen onder feit 3 subsidiair geen sprake is van dwingen tot afgifte van een geldbedrag (zijnde afpersing), maar van een wegnemingshandeling door verdachte onder bedreiging (zijnde diefstal door middel van bedreiging met geweld).

Bewijsmotivering

De rechtbank baseert -anders dan de door de raadsman bepleite vrijspraak- haar beslissing dat verdachte het onder 1 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die hierna in samenvattende vorm worden weergegeven en die voorkomen in de in de voetnoten weergegeven gebezigde bewijsmiddelen.

feit 1 subsidiair

Aangeefster [slachtoffer 1] verklaart1: Op 05 oktober 2012 was ik werkzaam in de winkel [winkelbedrijf]. Ik hoorde toen dat de overvaller zei: "Geef me geld". Ik zag dat hij zijn arm op de toonbank had. Toen moest ik de sleutel op de kassa doen om de lade open te maken. Toen ik dat deed zag ik dat hij een mes in zijn hand had. Het mes was op mij gericht. Toen zei hij tegen mij: "Opschieten of ik maak je dood". Ik vroeg toen of hij papiergeld wilde. Hij zei van: "Ja". Ik heb toen de geldlade omhoog gedaan een briefje van 50 euro gepakt en verder een paar van twintig. Ik heb dat toen in een tas gedaan. Toen ging hij weg. Bij het eerste contact zei hij: “Rustig blijven, ik wil geld, stop het geld in het zakje", hij zei ook nog: "Ik wil je niks doen, dus stop het geld in die puut". Ik zei toen: "Moet je briefgeld" en toen zei hij: “ja, opschieten nu anders steek ik je wel neer." Hij had rossig haar en had een pet op.

Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] verklaren2 dat zij verdachte herkennen als zijnde de manspersoon van de camerabeelden die opgenomen zijn ten tijde van de overval in de [winkelbedrijf].

De herkenning van verdachte door de politiemensen [verbalisant 3] en [verbalisant 4]3 van de opgenomen camerabeelden van de overval op de [winkelbedrijf].

Een bij het (onder 1 in de voetnoot genoemde) proces-verbaal gehechte DVD bevattende beelden van de overval op [winkelbedrijf], welke DVD ter terechtzitting is getoond.

Getuige [getuige 1] heeft ter terechtzitting verklaard:

Ik herken op de zojuist getoonde beelden mijn broer, de thans aanwezige verdachte, als de dader van de overval op [winkelbedrijf]. Ik ben daarvan overtuigd. Ik herken hem ook aan de kleding die hij droeg.

Getuige [getuige 2] heeft ter terechtzitting verklaard:

Ik ken verdachte. Ik heb 5 jaar met hem samengewoond. Ik herken hem van alle drie de zojuist getoonde overvallen. Ik herken hem van de overval op [winkelbedrijf] aan zijn houding, aan zijn gezicht en aan zijn haar dat onder zijn pet uitsteekt.

De rechtbank heeft op de ter terechtzitting getoonde DVD betreffende de overval op de [winkelbedrijf] zelf waargenomen dat de dader van de overval, gelet op zijn uiterlijk (postuur, gezicht en haar), sprekend lijkt op de thans ter zitting aanwezige verdachte.

feit 3 subsidiair

Aangever [naam aangever] verklaart4: Op 29 september 2012 was ik aan het werk in de winkel, de [supermarkt 2]. Toen ik bij de kassa’s kwam zag ik dat mijn collega [slachtoffer 3], erg overstuur was. Ik hoorde haar zeggen "er is geld uit mijn kassa gehaald.” De man die geld uit de kassalade heeft gepakt kan ik na het bekijken van de videobeelden als volgt omschrijven: Hij droeg een zwarte cap/petje. Ik zag dat hij een witte plastic zak in zijn linkerhand had en in zijn rechterhand had hij een rood kleurig voorwerp. Ik zag dat de man met zijn rechterhand het geld uit de kassalade pakte. De man heeft in totaal 420 euro uit de kassalade gepakt.

Getuige [slachtoffer 3] verklaart5: Ik ben werkzaam bij de [supermarkt 2]. Vandaag 29 september 2012 zat ik achter de kassa. Plotseling hoorde ik rechts naast mij de stem van een man. Ik hoorde de man tegen mij zeggen: "Kassa open, geld in de tas." Ik zag dat er een man in het donker gekleed naast mij stond en een voorwerp in zijn rechter hand had. Ik was bang dat het wellicht om een stroomstootwapen zou gaan. Ik zag dat de man in zijn linkerhand een plastic tas vast hield. Ik schrok van het apparaatje en het hele gebeuren. Ik wilde de hoorn van de omroepinstallatie pakken maar ik hoorde toen de man direct zeggen: "Niet bellen". Via een handeling op het scherm van de kassa maakte ik de kassalade open. Toen de la open ging, zag ik dat de man met zijn rechterhand een greep in de kassa deed. Ik zag dat de man een grote stapel geld pakte dat links in de kassalade zat. Ik zag dat hij het voorwerp nog steeds in zijn handen had toen hij het geld pakte. Ik zag dat de man het geld in de tas stopte en wegrende.

Een bij het (onder 1 in de voetnoot genoemde) proces-verbaal gehechte DVD bevattende beelden van de overval op [supermarkt 2]. Deze beelden zijn ter terechtzitting getoond.

Getuige [getuige 1] verklaart6:

Opmerking verbalisant: verbalisant laat op zijn privételefoon het persbericht van de overval op een [supermarkt 2] gepleegd op 29 september zien aan getuige.

Verdachte verklaart: Ik herken verdachte van de beelden die ik net heb gezien. Ik herken hem aan het loopje, zijn hele houding. Dat is een beetje gewaggel met de schouders heen en weer. En daar heeft hij weer zijn broek in zijn sokken.

Getuige [getuige 1] heeft ter terechtzitting verklaard:

Ik heb de beelden van de [supermarkt 2] op het politiebureau gezien. Ik herken mijn broer qua gezicht en aan zijn loopje. Ik herken hem ook van de hier getoonde beelden.

Getuige [getuige 3] verklaart 7:

Opmerking verbalisant: getuige worden foto's getoond van de overval op de [supermarkt 2] van 29 september 2012.

Getuige verklaart: Aan de houding en het petje zie ik dat het verdachte is. Ja, dat is verdachte, ik zie dat zo.

Getuige [getuige 2] heeft ter terechtzitting verklaard:

Ik ken verdachte. Ik heb 5 jaar met hem samengewoond. Ik herken hem van alle drie de zojuist getoonde overvallen.

De rechtbank acht, in tegenstelling tot hetgeen de raadsman van verdachte heeft betoogd, voornoemde verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2/3] overtuigend en betrouwbaar. Op de ter terechtzitting getoonde DVD van deze overval is het gelaat van de dader en zijn manier van lopen goed zichtbaar en derhalve herkenbaar voor de getuigen die verdachte zeer goed kennen.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde onder 1 primair en 3 subsidiair heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op 05 oktober 2012 te Assen met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag, toebehorende aan [winkelbedrijf], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

  • -

    de winkel waarin die [slachtoffer 1] zich bevond, is binnengegaan en

  • -

    dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Geef me geld" en "Rustig blijven, ik wil geld, stop het geld in het zakje" en "Ik wil je niks doen, dus stop het geld in die puut" en

  • -

    zichtbaar voor die [slachtoffer 1] een mes in de hand heeft gehouden en dat mes op haar heeft gericht en

- nadat die [slachtoffer 1] aan verdachte had gevraagd of hij briefgeld moest, dreigend tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: "Ja, opschieten nu anders steek ik je wel neer" en "Opschieten of ik maak je dood";

3.

hij op 29 september 2012 te Assen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag, toebehorende aan [supermarkt 2], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte

  • -

    de supermarkt waarin die [slachtoffer 3] zich bevond, is binnengegaan en

  • -

    dreigend tegen die [slachtoffer 3] heeft gezegd: "Kassa open, geld in de tas", en

  • -

    zichtbaar voor die [slachtoffer 3] een voorwerp, waarvan zij de indruk had dat het een stroomstootwapen was, in de hand heeft gehouden en

  • -

    toen die [slachtoffer 3] de omroepinstallatie van die supermarkt wilde gaan gebruiken, dreigend tegen haar heeft gezegd: "Niet bellen".

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.

De verdachte zal van het onder 1 primair en 3 subsidiair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen geachte levert op:

1.

primair: afpersing,

strafbaar gesteld bij artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht.

3.

subsidiair: diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken,

strafbaar gesteld bij artikel 312 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan en hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

De rechtbank houdt bij de strafoplegging voorts rekening met de oriëntatiepunten voor de straftoemeting en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 21 december 2012, waaruit blijkt dat de verdachte eerder ter zake van soortgelijke misdrijven tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf is veroordeeld.

Verdachte heeft bij een afpersing op de [winkelbedrijf] en bij een diefstal met bedreiging met geweld bij de [supermarkt 2] van de betrokken werkneemsters geldbedragen afhandig gemaakt. Dergelijke overvallen -gepleegd voor eigen financieel gewin- veroorzaken een groot gevoel van onveiligheid in de samenleving en hebben grote impact op de betrokken slachtoffers.

De rechtbank komt uit op een lagere straf dan gevorderd door de officier van justitie mede vanwege het feit dat de rechtbank twee in plaats van drie overvallen bewezen acht.

De rechtbank is op grond van de ernst van de feiten, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een langdurige gevangenisstraf -voor de duur van drie jaren- geboden is en recht doet aan het feit.

Motivering van de verbeurdverklaring

De rechtbank acht de hierna te vermelden in beslag genomen voorwerpen vatbaar voor verbeurdverklaring aangezien het voorwerpen zijn die aan verdachte toebehoren en met behulp waarvan de feiten zijn begaan.

Bewaring ten behoeve van de rechthebbende

Nu met betrekking tot het hierna te vermelden in beslag genomen voorwerp geen persoon als rechthebbende kan worden aangemerkt, zal de rechtbank de bewaring van dat voorwerp ten behoeve van de rechthebbende gelasten.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 27, 33, 33a en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 primair en subsidiair en 3 primair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair en 3 subsidiair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair en 3 subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

- een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank verklaart verbeurd de navolgende in beslag genomen voorwerpen:

- 2 messen

De rechtbank gelast de teruggave aan verdachte van de navolgende in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen:

- een bodywarmer, een simkaart en een pet.

De rechtbank gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het navolgende in beslag genomen voorwerp:

- een film.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, en mr. J.J. Schoemaker en mr. C.M.M. Oostdam, rechters, in tegenwoordigheid van J. Hoogeveen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 01 februari 2013, zijnde mr. Oostdam buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 op pagina 104ev van het proces-verbaal van politie Drenthe, dossiernummer: 2012081785 (het PV)

2 op pagina 27 van het PV

3 op pagina 82 van het PV

4 op pagina 233ev van het PV

5 op pagina 236ev van het PV

6 op pagina 214ev van het PV

7 op pagina 249 van het PV