Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:7894

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13-12-2013
Datum publicatie
13-12-2013
Zaaknummer
18/730214-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft op 13 december 2013 een 27-jarige man wegens doodslag veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 jaren. De man wordt vrijgesproken van moord. De rechtbank acht bewezen dat de man het slachtoffer - een 28-jarige vriend van hem - met messteken om het leven heeft gebracht. Het slachtoffer verbleef op dat moment in de woning van verdachte. De rechtbank overwoog onder meer dat de lezing van verdachte omtrent de toedracht van de verwondingen van het slachtoffer in strijd met de aard van deze verwonindingen is. Een beroep op noodweer werd door de rechtbank verworpen.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 287, geldigheid: 2013-12-13
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730214-13

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 13 december 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in [naam PI].

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 21 juni 2013, 12 september 2013 en 29 november 2013.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. E.M. Bakx en mr. R.P. Snorn, advocaten te Heerenveen.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. M. Kappeyne van de Coppello.

Tenlastelegging

Aan verdachte is, na nadere omschrijving van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 8 maart 2013 te [plaatsnaam], in de gemeente Sudwest Fryslân, opzettelijk en met voorbedachten rade, in elk geval opzettelijk, [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, in elk geval met dat opzet, die [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst, althans in het (boven)lichaam, gestoken en/of gesneden, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 8 maart 2013 te [plaatsnaam], (althans) in de gemeente Sudwest Fryslân, aan een persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk en met voorbedachte rade, in elk geval opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten: een steekverwonding tot in de rechterhartkamer), heeft toegebracht, door deze met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, in elk geval met dat opzet, meermalen, althans eenmaal, met een mes, althans met een scherp en/of puntig voorwerp, in de borst, althans in het (boven)lichaam, te steken en/of te snijden, terwijl dat feit de dood van die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- vrijspraak van de impliciet primair ten laste gelegde moord;

- veroordeling voor de primair ten laste gelegde doodslag;

- oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van tien jaren;

- bewaring ten behoeve van onderzoek en daarna verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen mes (nummer 1491143);

- teruggave aan de nabestaanden van de inbeslaggenomen kleding van het slachtoffer;

- teruggave van de inbeslaggenomen schroevendraaier en het inbeslaggenomen mes (nummer 1491312) aan verdachte.

Beoordeling van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting bewezenverklaring van het primair ten laste gelegde (doodslag) gevorderd, met dien verstande dat verdachte [slachtoffer] opzettelijk van het leven heeft beroofd door hem meermalen met een mes in het bovenlichaam te steken, tengevolge waarvan [slachtoffer] is overleden. Hiertoe heeft de officier van justitie aangevoerd dat het niet anders kan dan dat de steekverwondingen aan de linkerkant van het bovenlichaam van [slachtoffer] door verdachte zijn veroorzaakt door driemaal een soortgelijke steekbeweging van boven naar beneden te maken. De verklaring van verdachte dat [slachtoffer] in het mes is gevallen tijdens een worsteling, past niet bij deze steekverwondingen. De officier van justitie leidt uit het letsel van [slachtoffer] en de beschadigingen in de bank af dat sprake was van opzet op de dood. De officier van justitie acht niet bewezen dat verdachte met voorbedachte raad heeft gehandeld.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ter terechtzitting vrijspraak van het primair en subsidiair ten laste gelegde bepleit. Hiertoe is aangevoerd dat verdachte geen tijd heeft gehad om zich te beraden op het verwonden van [slachtoffer] en dat er derhalve geen sprake was van voorbedachte rade. Voorts is aangevoerd dat het aannemelijk is dat [slachtoffer] tijdens een (door hem geïnitieerde) worsteling gewond is geraakt en dat niet precies duidelijk is geworden hoe zijn verwondingen zijn ontstaan. Gelet hierop kan niet wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte de aanmerkelijke kans op dodelijk dan wel zwaar lichamelijk letsel bewust heeft aanvaard.

Subsidiair is bepleit dat sprake is van noodweer. Hiertoe is aangevoerd dat [slachtoffer] verdachte heeft aangevallen en dat verdachte zich hiertegen heeft verdedigd. De grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn hierbij niet overschreden en verdachte dient derhalve te worden ontslagen van alle rechtsvervolging, aldus de verdediging.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt vast1 dat op 8 maart 2013 het levenloze lichaam van [slachtoffer] werd aangetroffen in de woning van verdachte. Hierop is verdachte aangehouden. Bij verdachte - 170 cm. lang2 - is geen letsel geconstateerd3.

De rechtbank constateert dat verdachte verschillende verklaringen ten aanzien van de gebeurtenissen in de nacht van 7 op 8 maart 2013 heeft afgelegd. Na confrontatie met de kennelijke onjuistheid van zijn eerste bij de politie afgelegde verklaringen, inhoudende dat [slachtoffer] reeds gewond was toen hij bij verdachte aankwam, heeft verdachte - naar eigen zeggen - het echte verhaal verteld. Verdachte heeft - kort gezegd - verklaard dat [slachtoffer] boos was en een mes bij zich had toen hij bij de woning van verdachte aankwam. [slachtoffer] schold verdachte uit en sloeg verdachte in het gezicht, waarna hij verdachte met het mes bedreigde.

[slachtoffer] bedreigde verdachte door te zeggen dat de tijd die verdachte nog te leven had, de tijd was die [slachtoffer] nodig had om zijn patat en shoarma op te eten. Toen [slachtoffer] zijn patat aan het eten was, pakte verdachte het mes van tafel. Hierop probeerde [slachtoffer] het mes van verdachte af te pakken en ontstond er een worsteling, waarbij verdachte en [slachtoffer] meermalen zijn gevallen. Toen [slachtoffer] aangaf dat hij gewond was, ging verdachte weg om hulp voor hem te halen, aldus de verklaring van verdachte.

De rechtbank constateert dat verdachte na het afleggen van deze verklaring nog diverse hiervan afwijkende verklaringen heeft afgelegd. Zo heeft verdachte na confrontatie met getuigenverklaringen en de resultaten van forensisch onderzoek bij de politie verklaard dat [slachtoffer] niet met een mes voor zijn deur stond, maar dat [slachtoffer] het mes zelf uit de keuken van verdachte heeft gepakt. Ook heeft verdachte, zowel bij de politie als ter terechtzitting, verschillende verklaringen afgelegd over de precieze gang van zaken omtrent de worsteling en de toedracht van het letsel van [slachtoffer].

Gelet op de steeds wisselende verklaringen van verdachte en de aantoonbare onjuistheden daarin zal de rechtbank bij de vaststelling van de feiten niet uitgaan van de verklaringen van verdachte over de toedracht van hetgeen in de woning is gebeurd, maar van de (objectieve) resultaten van forensisch onderzoek en de verklaringen van getuigen.

De rechtbank stelt op grond van de hierna te noemen bewijsmiddelen die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast.

Voorafgaand aan de aankomst van [slachtoffer] in de woning van verdachte

[slachtoffer] werd op donderdag 7 maart 2013 omstreeks 22:30 uur door [getuige 1] met de auto opgehaald bij de woning van verdachte aan de [straatnaam 1] te [plaatsnaam]. [slachtoffer] en [getuige 1] gingen samen uit in [plaatsnaam], waarna zij in De Mangerie in [plaatsnaam] eten haalden4. Om 02:57 uur verlieten [slachtoffer] en [getuige 1] De Mangerie met een witte plastic tas met daarin eten van De Mangerie5. Het gedrag van [slachtoffer] was op dat moment normaal, rustig6. Vanuit het centrum van [plaatsnaam] vertrokken [slachtoffer] en [getuige 1] met de auto van [getuige 1] in de richting van de woning aan de [straatnaam 1] in [plaatsnaam]. De stemming van [slachtoffer] was normaal toen [getuige 1] afscheid van [slachtoffer] nam7. [slachtoffer] werd door [getuige 1] afgezet op de splitsing van de [straatnaam 1] en de [straatnaam 2]8, op ongeveer 118 meter van de woning van verdachte9. [slachtoffer] nam zijn deel van het eten mee10. Om 03:04 uur heeft [slachtoffer] verdachte gebeld11 met de mededeling dat hij eraan kwam12.

In de woning van verdachte

Op de in de woning van verdachte aangetroffen laptop van [slachtoffer] zijn op vrijdag 8 maart 2013 van 03:10 uur tot 03:49 uur negen YouTube-pagina's met Somalische muziek opgevraagd13.

In de woning werden snackbakjes - overeenkomend met de snackbakjes afkomstig uit De Mangerie - en resten van patat, shoarma en saus verspreid over de vloer aangetroffen14.

In de driezitsbank van verdachte werd een tweetal recente beschadigingen aangetroffen15. Deze beschadigingen kunnen zijn veroorzaakt door een enkelzijdig scherprandig voorwerp, zoals een mes16.

Contact tussen verdachte, buurman [getuige 2] en de politie

De onderbuurman van verdachte, [getuige 2], was op 8 maart 2013 een filmpje op zijn laptop aan het kijken toen verdachte op zijn raam bonsde. Hierop klapte [getuige 2] zijn laptop dicht17. De laptop van [getuige 2] ging op 8 maart 2013 om 03:53 in de slaapstand, waarna om 03:59 uur de zoekopdracht "politie [plaatsnaam]" werd gegeven. Verdachte had een groot mes bij zich en vertelde [getuige 2] dat er problemen in zijn huis waren. [getuige 2] heeft om 04:10 uur naar de politie gebeld, waarbij verdachte ook met de centralist van de meldkamer heeft gesproken18.

Toen de politie ter plaatse kwam, vertelde verdachte een onsamenhangend verhaal over een ruzie in zijn woning. Door de dienstdoende agenten werd op de ramen geklopt en aangebeld bij de woning van verdachte. Hierop werd niet gereageerd. Er werd besloten om de deur niet te forceren, aangezien de agenten niet de indruk hadden gekregen dat er iemand in de woning aanwezig was. Later die nacht heeft verdachte zich gemeld bij het Antonius ziekenhuis te Sneek. Hij had een mes bij zich19. Dit was het mes dat verdachte in zijn hand had toen [slachtoffer] gewond raakte20.

Overlijden [slachtoffer]

Op vrijdag 8 maart 2013 om 12:18 uur ontving de meldkamer van politie een melding van een medewerker van woningbouwvereniging Accolade, inhoudende dat er een dode of onwel geworden man in de woning van verdachte lag. Om 12:30 uur werd door ambulancepersoneel geconstateerd dat [slachtoffer] was overleden21.

Het lichaam van [slachtoffer] - 198 cm. lang en 91 kg. zwaar22 - werd aangetroffen op de driezitsbank in de woning van verdachte.

Er werden in totaal zes letsels waargenomen welke het gevolg zijn geweest van bij leven opgelopen uitwendig inwerkend scherprandig perforerend en klievend geweld, waaronder een tweetal letsels met een voetwaarts steekkanaal van 6 cm. in de linkerschouder en de linkerbovenarm. Er was in relatie met een steekletsel linksvoor aan de borst een voetwaarts steekkanaal van 12 cm. tot in de rechterhartkamer, waarbij het borstbeen is doorboord.

Hierdoor was er veel bloed in het hartzakje verloren en was er harttamponade opgetreden hetgeen het overlijden zondermeer verklaart als gevolg van mechanische belemmering van de hartfunctie. De overige letsels aan beide handen en nabij de linkerelleboog zijn oppervlakkige snijletsels en kunnen passen bij afweerletsels23.

Conclusies van de rechtbank

De rechtbank concludeert op grond van voornoemde feiten en omstandigheden het volgende.

Toen [slachtoffer] in snackbar De Mangerie was en daarna door [getuige 1] vlakbij de woning van verdachte werd afgezet, was zijn gemoedstoestand normaal. [slachtoffer] heeft vervolgens gedurende enige tijd in de woning van verdachte verbleven, alwaar hij patat en shoarma heeft gegeten. Met enige regelmaat zijn nieuwe YouTube-pagina's met Somalische muziek opgevraagd op zijn laptop. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat [slachtoffer] - in tegenstelling tot de verklaring van verdachte - niet onmiddellijk bij aankomst bij de woning van verdachte boos was en dat de sfeer in de woning van verdachte nog enige tijd goed is geweest. Op enig moment heeft verdachte een mes ter hand genomen en is [slachtoffer] door dat mes geraakt. [slachtoffer] heeft daarbij letsels opgelopen welke als afweerletsels gekwalificeerd kunnen worden en een drietal steekverwondingen met een voetwaarts steekkanaal van respectievelijk 6, 6 en 12 cm. Tengevolge van de steekwond met een steekkanaal van 12 cm. reikend tot in de rechterhartkamer, is [slachtoffer] overleden.

De rechtbank overweegt dat [slachtoffer] aanzienlijk groter en zwaarder dan verdachte was en dat bij verdachte geen letsel is geconstateerd. De rechtbank is gelet hierop en gelet op de aard van de verwondingen van [slachtoffer] van oordeel dat het niet aannemelijk is dat deze verwondingen zijn ontstaan door de door verdachte geschetste toedracht(en), te weten het meermalen vallen in het mes en/of het bij een worsteling geraakt worden door het mes. [slachtoffer] is immers drie keer flink geraakt en de drie steekverwondingen bevinden zich aan de linkerzijde van het bovenlichaam van [slachtoffer], in de omgeving van het hart. De steekkanalen van deze steekverwondingen zijn allen in dezelfde richting, namelijk voetwaarts. Naar het oordeel van de rechtbank is het onaannemelijk dat iemand bij een worsteling - met een aanzienlijk kleiner persoon - dan wel bij meermalen vallen driemaal op dezelfde wijze en in de linkerzijde van het bovenlichaam wordt geraakt door een mes.

Gelet op de steekverwondingen kan het naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan dat deze zijn veroorzaakt door het opzettelijk steken met een mes. Bij het - driemaal - opzettelijk steken met een groot mes in (de linkerzijde van) het bovenlichaam bestaat naar het oordeel van de rechtbank de aanmerkelijke kans dat het slachtoffer komt te overlijden. Door aldus te handelen heeft verdachte op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans dat [slachtoffer] zou komen te overlijden aanvaard. Nu [slachtoffer] tengevolge van de door verdachte toegebrachte messteken is overleden, acht de rechtbank de primair ten laste gelegde doodslag bewezen.

De rechtbank is - met de officier van justitie en de raadslieden - van oordeel dat niet bewezen kan worden dat verdachte met voorbedachte rade heeft gehandeld en dat verdachte dient te worden vrijgesproken van dit onderdeel van het primair ten laste gelegde.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het primair ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 8 maart 2013 te [plaatsnaam], in de gemeente Sudwest Fryslân, opzettelijk [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet die [slachtoffer] meermalen met een mes in het bovenlichaam, gestoken ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

De verdediging heeft betoogd dat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Hiertoe is aangevoerd dat verdachte heeft gehandeld uit noodweer: [slachtoffer] uitte in eerste instantie dreigende taal en viel hem even later aan. Verdachte heeft zich verdedigd, waarbij de grenzen van de noodzakelijke verdediging niet zijn overschreden.

De rechtbank verwerpt dit verweer, nu deze lezing van verdachte - gelet op de door de rechtbank vastgestelde feiten - niet aannemelijk is geworden.

Het bewezen verklaarde levert op:

Primair Doodslag.

Dit feit is strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het Pro Justitia psychiatrisch onderzoek d.d. 21 oktober 2013, het Pro Justitia psychologisch onderzoek d.d. 4 oktober 2013, het reclasseringsrapport d.d. 1 mei 2013, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 20 juni 2013, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadslieden.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan doodslag, één van de zwaarste delicten die het Wetboek van Strafrecht kent. Verdachte heeft het slachtoffer meerdere malen gestoken in het bovenlichaam. Het slachtoffer is uiteindelijk door een steekwond in het hart overleden.

Met het plegen van dit feit heeft verdachte het meest fundamentele recht van het slachtoffer, namelijk het recht op leven, ontnomen.

Verdachte heeft door zijn handelen onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden, zoals ook ter zitting in woord en gebaar door de familie van het slachtoffer naar voren is gebracht.

Uit het Pro Justitia psychiatrisch onderzoek blijkt dat bij verdachte sprake is van een (geschatte) benedengemiddelde intelligentie, integratieproblemen, middelenafhankelijkheid en een weinig ontwikkelde persoonlijkheid met afhankelijke trekken. Volgens de psychiater is er ten tijde van het delict geen sprake geweest van stoornissen anders dan dat verdachte mogelijk onder invloed van verdovende middelen was. De psychiater acht verdachte toerekeningsvatbaar in geval bewezen kan worden dat hij het slachtoffer om het leven heeft gebracht.

Uit het Pro Justitia psychologisch onderzoek blijkt dat verdachte mogelijk functioneert op een benedengemiddeld tot zwakbegaafd intellectueel niveau en dat onduidelijk is op welk sociaal-emotioneel niveau hij functioneert. Het was niet mogelijk om verdachte te testen en de psycholoog kan geen uitspraken doen ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid van verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde feit.

De rechtbank is, gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, van oordeel dat verdachte als toerekeningsvatbaar dient te worden beschouwd.

De officier van justitie heeft een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van tien jaren gevorderd. De raadslieden hebben gemotiveerd bepleit dat het uitgangspunt voor straftoemeting bij doodslag een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van acht jaren is.

Op het feit zoals door verdachte gepleegd, kan niet anders worden gereageerd dan door oplegging van een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank rekent verdachte zwaar aan dat hij zijn vriend heeft gedood terwijl deze bij hem, zoals regelmatig gebeurde, verbleef. Ook het feit dat verdachte geen openheid van zaken heeft gegeven en geen verantwoordelijkheid voor zijn daden heeft genomen, neemt de rechtbank mee bij haar strafoplegging.

Alles afwegende zal de rechtbank verdachte veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren.

Inbeslaggenomen goederen

De rechtbank is van oordeel dat het inbeslaggenomen mes (nummer 1491143) vatbaar is voor verbeurdverklaring nu het bewezenverklaarde feit met behulp van dit mes is begaan.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen kleding van het slachtoffer, op de beslaglijst weergegeven onder de nummers 2 tot en met 10, moet worden teruggegeven aan de nabestaanden van het slachtoffer.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen schroevendraaier en het inbeslaggenomen mes (nummer 1491312) moeten worden teruggegeven aan verdachte, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33, 33a en 287 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van tien jaren.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart verbeurd het in beslag genomen mes (nummer 1491143).

Gelast de teruggave aan verdachte van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven

schroevendraaier en het in beslag genomen en nog niet teruggegeven mes (nummer 1491312).

Gelast de teruggave aan de nabestaanden van de in beslag genomen en nog niet teruggegeven kleding van het slachtoffer, op de beslaglijst weergegeven onder de nummers 2 tot en met 10.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. G.C. Koelman en mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door mr. C.L. van der Woude, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 13 december 2013.

Mr. Koelman is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

w.g.

Lootsma-Oude Nijeweme

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Sikkema

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland,

Woude

locatie Leeuwarden,

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 18/730214-13

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 29 november 2013

Tegenwoordig:

mr. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter,

mr. G.C. Koelman en mr. W.S. Sikkema, rechters, en

mr. C.L. van der Woude, griffier.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. M. Kappeyne van de Coppello.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

Het onderzoek vindt plaats met bijstand van A.H. Hassan, wonende te [plaats], tolk in de Somali taal, nu verdachte heeft aangegeven de Nederlandse taal onvoldoende te beheersen. De tolk verklaart onder nummer 3752 te zijn ingeschreven in het register van beëdigde tolken en vertalers en beëdigd te zijn.

Het ter terechtzitting gesprokene is vertolkt.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in [naam PI].

Als raadslieden van verdachte zijn ter terechtzitting aanwezig mr. E.M. Bakx en mr. R.P. Snorn, advocaten te Heerenveen.

Ter terechtzitting zijn tevens verschenen [nabestaande 1], [nabestaande 2] en [nabestaande 3], zijnde nabestaanden van [slachtoffer], met bijstand van M. Youssouf Mohamed, tolk in de Somali taal, ingeschreven op de uitwijklijst van het register van beëdigde tolken en vertalers onder nummer 2034.

……………..

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 13 december 2013 te 13:00 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.

1 De genoemde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm op ambtseed en door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren opgemaakt; de genoemde pagina's bevinden zich in het doorgenummerde einddossier met proces-verbaalnummer 2013025342, gesloten op 10 juni 2013.

2 Het relaas proces-verbaal d.d. 10 juni 2013, pagina 37.

3 Het proces-verbaal van Unit Forensisch-technische Expertise d.d. 10 maart 2013, pagina 2192.

4 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 8 maart 2013, pagina's 1443-1447 en het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 13 maart 2013, pagina's 1460-1461.

5 Het proces-verbaal van bevindingen Mangerie - CAM1 d.d. 18 maart 2013, pagina's 217-219.

6 Het proces-verbaal van verhoor van [naam] d.d. 11 maart 2013, pagina's 1529-1530.

7 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 12 maart 2013, pagina 1456.

8 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 8 maart 2013, pagina's 1443-1447.

9 Het relaas proces-verbaal d.d. 10 juni 2013, pagina 70.

10 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1] d.d. 13 maart 2013, pagina's 1461.

11 De gesprekkenlijst van de Samsung telefoon, eigendom van slachtoffer, pagina 1954.

12 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 23 april 2013, pagina's 2050-2051.

13 Het proces-verbaal van Team Digitale Expertise d.d. 9 maart 2013, pagina's 305-309.

14 Het proces-verbaal van Unit Forensisch-technische Expertise d.d. 16 maart 2013, pagina's 2246-2251.

15 Het proces-verbaal eerste aanvulling einddossier d.d. 9 september 2013, pagina 6.

16 Het vezel- en textielonderzoek naar aanleiding van het aantreffen van een stoffelijk overschot in [plaatsnaam] op 8 maart 2013, opgemaakt door het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 7 juni 2013, pagina's 33-34 van het proces-verbaal eerste aanvulling einddossier.

17 Het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2] d.d. 13 maart 2013, pagina's 1475-1482.

18 Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 maart 2013, pagina's 107-110 en het relaas proces-verbaal d.d. 10 juni 2013, pagina 9.

19 Het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 1] d.d. 8 maart 2013, pagina's 86-87 en het proces-verbaal van bevindingen van [verbalisant 2] d.d. 8 maart 2013, pagina's 95-98.

20 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 23 april 2013, pagina's 2043 en 2046.

21 Het relaas proces-verbaal d.d. 10 juni 2013, pagina 8.

22 Uit- en inwendige schouwing, opgemaakt door het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 5 april 2013, pagina 2376.

23 Pathologie onderzoek naar aanleiding van een mogelijke niet natuurlijke dood, opgemaakt door het Nederlands Forensisch Instituut d.d. 5 april 2013, pagina's 2372-2373.