Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:7514

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
03-12-2013
Datum publicatie
05-12-2013
Zaaknummer
18.930339-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank verder rekening gehouden met de omstandigheden en achtergronden van de verdachte zoals omschreven in het rapport van Verslavingszorg Noord Nederland van 2 oktober 2013. Daaruit blijkt dat hij thans open staat voor een behandeling door de verslavingszorg en is hij door de reclassering inmiddels aangemeld bij de Forensische Poli van VNN.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat het opleggen van de gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk en met de bijzondere voorwaarden zoals dat door de officier van justitie is gevorderd een passende bestraffing is voor deze verdachte.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht artikel 311, geldigheid: 2013-12-05
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.930339-13

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 3 december 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te Groningen op [geboortedatum],

wonende te[woonplaats],

thans verblijvende in P.I. Huis van Bewaring Ter Apel,

Ter Apelervenen 10 te Ter Apel.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 19 november 2013.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. M.C. van Linde, advocaat te Groningen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 augustus 2013, te [vestigingsplaats], althans in de gemeente[vestigingsplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit een [bedrijf], aan [adres], heeft weggenomen een hoeveelheid parfums van verschillende merken, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks de nacht van 19 op 20 augustus 2013 te [vestigingsplaats], gemeente [vestigingsplaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een hoeveelheid parfums van verschillende merken, heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die parfums wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

2.

hij in of omstreeks de nacht van 17 op 18 augustus 2013, te [vestigingsplaats], althans in de gemeente[vestigingsplaats], tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, vanaf [adres], heeft weggenomen een personenauto (merk: Opel Zafira,[kenteken] en/of (een) goed(eren) uit die auto (rijbewijs, paspoort, parkeerpas, toegangspas, TomTOm, spanbanden en/of een kruissleutel), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot genoemde personenauto heeft/hebben verschaft en/of de weg te nemen personenauto en/of goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of inklimming;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij in of omstreeks, de nacht van 19 op 20 augustus 2013, te [vestigingsplaats], gemeente [vestigingsplaats], in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een personenauto (Opel Zafira, [kenteken]) en/of (een) goed(eren) uit die auto (rijbewijs, paspoort, parkeerpas, toegangspas, TomTOm, spanbanden en/of een kruissleutel) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die personenauto en/of die goed(eren) wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of zijn medeverdachte(n)”. De term mededader impliceert immers dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. J.F. Severs, acht hetgeen aan de verdachte onder 2 zowel primair als subsidiair is tenlastegelegd niet bewezen en vordert dat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken

Hij acht hetgeen de verdachte onder 1 primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen.

De officier van justitie vordert dat de rechtbank verdachte voor deze feiten zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering hetgeen onder meer mede een ambulante behandeling bij de forensische verslavingszorg van de VNN of soortgelijke ambulante forensische zorg zal inhouden, alsmede een kortdurende klinische opname kan inhouden.

Verder vordert de officier van justitie dat de benadeelde partij [benadeelde 2] niet-ontvankelijk zal worden verklaard in haar vordering.

Vrijspraak

De verdachte dient van het hem onder 2 zowel primair als subsidiair tenlastegelegde te worden vrijgesproken omdat de rechtbank deze feiten, evenals de verdachte, diens raadsman en de officier van justitie, niet wettig en overtuigend bewezen acht.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte, hetgeen de rechtbank ten aanzien van het tenlastegelegde bewezen zal verklaren, niet heeft weersproken en nadien niet anders heeft verklaard zal de rechtbank ten aanzien van deze feiten volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De rechtbank hanteert voor het bewijs van feit 1 primair de navolgende bewijsmiddelen:

1.

de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 19 november

2013.

2.

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Politie Drenthe, District

Zuidoost, Basiseenheid Emmen, registratienummer PL032V 2013065384 d.d. 7 september 2013 met bijlagen, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Coevorden/Borger-Odoorn, proces-verbaalnummer PL032W 2013060293-1 d.d. 20 augustus 2013, houdende de aangifte van [aangever], namens [benadeelde 1] (pagina’s 10 en 11);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van Politie Drenthe, Dienst Bedrijfsvoering, Politieonderwijs, proces-verbaalnummer PL0300 2013060293-28 d.d. 22 augustus 2013, houdende de verklaring van [aangever] (pagina 16);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Drenthe, Dienst Bedrijfsvoering, Politieonderwijs, proces-verbaalnummer PL0300 2013060293-12 d.d. 20 augustus 2013, zover inhoudende de eigen waarneming, wetenschap en bevinding van de verbalisanten N. van Rooden en M. Nijland (pagina 18);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Drenthe, District Zuidoost, Basiseenheid Coevorden/Borger-Odoorn, proces-verbaalnummer PL032W 2013060293-6 d.d. 20 augustus 2013, zover inhoudende de eigen waarneming, wetenschap en bevinding van de verbalisanten R.B. Suurland en J. Huisman (pagina 20 t/m 22);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van Politie Drenthe, District Noord, Basiseenheid Assen, proces-verbaalnummer PL031V 2013060293-9 d.d. 20 augustus 2013, zover inhoudende de eigen waarneming, wetenschap en bevinding van de verbalisanten M.J. Twickler en M.J. Holthuis (pagina 24 en 25);

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij in de nacht van 19 op 20 augustus 2013, te[vestigingsplaats], tezamen en in vereniging met

een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een [bedrijf], aan de [adres], heeft weggenomen een hoeveelheid parfums van verschillende merken, toebehorende aan [benadeelde 1], waarbij verdachte en zijn medeverdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het onder primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen verklaarde levert op:

Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

strafbaar gesteld bij artikel 311 juncto artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsman van de verdachte, de oriëntatiepunten voor de straftoemeting en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 24 oktober 2013, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld.

De officier van justitie vordert dat de rechtbank verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan een gedeelte van 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde toezicht van de reclassering hetgeen onder meer mede een ambulante behandeling bij de forensische verslavingszorg van de VNN of soortgelijke ambulante forensische zorg zal inhouden, alsmede een kortdurende klinische opname kan inhouden.

De raadsman van verdachte heeft onder meer gesteld dat de eis die de officier van justitie heeft gesteld onder de gegeven omstandigheden alleszins redelijk is.

De rechtbank overweegt dat verdachte bij het plegen van de feiten louter en alleen uit eigen belang, te weten de behoefte aan geld, heeft gehandeld en daarbij op geen enkele wijze rekening heeft gehouden met de gevolgen die zijn handelingen voor de slachtoffers zouden hebben.

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank verder rekening gehouden met de omstandigheden en achtergronden van de verdachte zoals omschreven in het rapport van Verslavingszorg Noord Nederland van 2 oktober 2013. Daaruit blijkt dat hij thans open staat voor een behandeling door de verslavingszorg en is hij door de reclassering inmiddels aangemeld bij de Forensische Poli van VNN.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat het opleggen van de gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 2 maanden voorwaardelijk en met de bijzondere voorwaarden zoals dat door de officier van justitie is gevorderd een passende bestraffing is voor deze verdachte.

Benadeelde partij [benadeelde 2]

De benadeelde partij heeft met betrekking tot het tenlastegelegde feit 2 een vordering tot vergoeding van geleden (materiële) schade ingediend ten bedrage van € 3.500,00.

De rechtbank acht het aan de verdachte tenlastegelegde feit 2 waaruit de schade zou zijn ontstaan niet bewezen.

De benadeelde partij zal niet ontvankelijk worden verklaard in haar vordering en zij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d en 27 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2 zowel primair als subsidiair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1 primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden, waarvan een gedeelte groot 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde straf niet zal worden tenuitvoer-gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van voormelde proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt, of gedurende die proeftijd de hierna te vermelden bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd.

De rechtbank geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot toezicht op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden overeenkomstig artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden dat verdachte:

- zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de Identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid van het wetboek van strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

De rechtbank stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

  • -

    zich binnen drie werkdagen meldt bij Verslavingszorg Noord Nederland, te Emmen, en zich hierna blijft melden zo frequent en zolang de reclassering dit tijdens de proeftijd noodzakelijk acht;

  • -

    verplicht meewerkt aan een behandeling bij de Forensische Verslavingszorg van de VNN of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, ook als dit een opname in een woonvoorziening inhoudt;

  • -

    verplicht meewerkt aan een kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal zeven weken ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek, indien de reclassering dit nodig zal achten, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van18 december 2013 .

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [benadeelde 2] niet ontvankelijk is in haar vordering met betrekking tot feit 2 en dat zij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. J.J. Schoemaker en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 3 december 2013, zijnde mr. J.J. Schoemaker buiten staat dit vonnis binnen de daartoe door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.