Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:7417

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
02-12-2013
Zaaknummer
250966 - EZ VERZ 08-45 (
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek partiële vereffening. 4:204 lid 1 sub c BW. Wettelijke taak vereffenaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Privaatrecht

Locatie Leeuwarden

zaak-/rolnummer: C/17/2268222 / EZ VERZ 13-140

beschikking d.d. 20 november 2013 van de meervoudige kamer

verzoek ex. artikel 4:204 BW

ingediend door:

ABN AMRO BANK N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

hierna ook te noemen verzoekster,

advocaat: mr. L.A.L. Westerwoudt te Amsterdam,

in de nalatenschap van:

[A] , geboren te[geboorteplaats] op [geboorteplaats] en overleden in de gemeente[naam] op[datum], laatst gewoond hebbende te [adres], hierna ook te noemen erflater.

Procedure

Bij verzoekschrift van 9 augustus 2013, ter griffie ontvangen op 14 augustus 2013, heeft mr. L.A.L. Westerwoudt namens verzoekster de rechtbank verzocht om hem te benoemen tot vereffenaar van de onbeheerde nalatenschap van erflater, zij het alleen voor zover het betreft de daartoe behorende woning aan [adres].

Ter zitting van 29 oktober 2013 is de zaak inhoudelijk behandeld. De in artikel 4: 206 lid 1 BW genoemde personen zijn opgeroepen. Mr. Westerwoudt is namens verzoekster ter zitting verschenen.

Mr. Westerwoudt heeft het verzoek bij fax van 4 november 2013 aangevuld met een subsidiair verzoek, inhoudende hem te benoemen tot vereffenaar over de algehele nalatenschap.



De enkelvoudige kamer heeft de zaak ex. artikel 15 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering op 13 november 2013 doorverwezen naar de meervoudige kamer van de rechtbank.

Beoordeling

Gelet op de inhoud van het dossier overweegt de rechtbank het volgende.


De rechtbank stelt vast dat er sprake is van een onbeheerde nalatenschap. Artikel 4: 204 BW bepaalt dat de rechtbank onder meer op verzoek van een schuldeiser een vereffenaar kan benoemen indien het gevaar bestaat dat de schuldeiser niet volledig of niet binnen redelijke tijd zal worden voldaan.


Verzoekster en de erflater hebben op 15 maart 1999 en 11 maart 2003 hypothecaire geldleningovereenkomsten gesloten waarbij op de woning aan [adres] een recht van hypotheek is gevestigd. Na het overlijden van erflater zijn er achterstanden ontstaan in de betaling van de hypotheekrente. Verzoekster is schuldeiser van erflater en in zoverre bevoegd om ex. artikel 4: 204 BW te verzoeken om benoeming van een vereffenaar.

Het primaire verzoek strekt ertoe een vereffenaar te benoemen die slechts een deel van de nalatenschap zal moeten vereffenen. Verzoekster geeft er de uitdrukkelijke voorkeur aan om over te gaan tot onderhandse verkoop van de verhypothekeerde woning.

De vereffening van nalatenschappen is wettelijk geregeld. De vereffenaar heeft tot wettelijke taak de gehele nalatenschap te vereffenen. Het als een goed vereffenaar beheren en vereffenen van de nalatenschap is te beschouwen als de hoofdtaak van de vereffenaar waarbij de belangen van alle schuldeisers in acht dienen te worden genomen. Ter zitting is namens verzoekster verklaard dat het niet bekend is of er meerdere schuldeisers zijn, maar dat het wel reëel is om aan te nemen dat dit zo is. Daarom valt niet uit te sluiten dat bij de vereffening van de nalatenschap ook met de positie van andere schuldeisers rekening gehouden dient te worden.

De rechtbank is van oordeel dat de verzochte "partiële" vereffening niet past in het systeem van de wet en strijdig is, althans kan zijn, met de belangen van andere schuldeisers van erflater. Dit betekent dat het primaire verzoek zal worden afgewezen. Het subsidiaire verzoek zal worden toegewezen. Daarbij overweegt de rechtbank ten overvloede dat indien verzoekster er voor kiest om de woning onderhands te verkopen, en zij derhalve de dwingend voorgeschreven procedure van artikel 3: 268 BW niet volgt, de uit voornoemde regeling voorkomende rangorde niet meer onverkort van toepassing is, maar eerder de rangorde regeling als bepaald in artikel 4:7 BW.

Beslissing

De rechtbank:

benoemt mr. L.A.L. Westerwoudt, advocaat te Amsterdam, tot vereffenaar van de nalatenschap van:

[A] , geboren te[geboorteplaats] op [geboorteplaats] en overleden in de gemeente[naam] op[datum], laatst gewoond hebbende te [adres];

bepaalt dat de vereffenaar zijn benoeming onverwijld bekend dient te maken in de Staatscourant en De Telegraaf;

verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven te Leeuwarden door mr. F. Kleefmann, voorzitter, en mrs. J.C.G. Leijten en J.E. Biesma, beiden lid van de kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 20 november 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

c 254.