Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:7194

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
26-11-2013
Datum publicatie
26-11-2013
Zaaknummer
920311-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte met medeverdachten heeft geprobeerd het slachtoffer te dwingen tot de afgifte van een fiets en de bijbehorende fietssleutel. Verdachte en zijn medeverdachte hebben het slachtoffer daarbij bedreigd en mishandeld.

Voorts heeft verdachte een tweetal personen bedreigd waaronder het slachtoffer van feit 2.

Een afpersing dan wel een poging daartoe heeft een grote impact op het betrokken slachtoffer en het versterkt het gevoel van onveiligheid in de maatschappij, te meer nu dit feit op klaarlichte dag in en nabij een supermarkt heeft plaatsgevonden.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 285, 317
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.920311-13; 19.072342-11 (tul)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 november 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te[plaats] op [geb datum] 1992,

wonende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 12 november 2013.

Tegen de niet verschenen verdachte is verstek verleend.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 15 juli 2013 te Assen, althans in de gemeente Assen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een rugtas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en of diens medeverdachte(n), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 1],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken n/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of diens medeverdachte(n) aan de rugzak heeft/hebben gerukt en/of getrokken en/of [slachtoffer 1] voornoemd, meermalen, althans éénmaal tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

heeft verdachte en/of diens medeverdachte(n) opzettelijk dreigend tegen voornoemde [slachtoffer 1] gezegd: "ik ga jou pakken, ik heb thuis machinegeweren en ik maak je dood en/of als je niet opflikkert, sla ik al je tanden eruit", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 15 juli 2013 te Assen, althans in de gemeente Assen, ter uitvoering van het door verdachte en/of de medeverdachte(n) voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen een fiets en/of een fietssleutel en/of een rugzak en/of een horloge, althans diverse goederen, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of diens medeverdachte(n) en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen voornoemde [slachtoffer 1], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan diens medeverdachte(n), hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, immers heeft hij verdachte en/of zijn diens medeverdachte(n)

- tegen voornoemde [slachtoffer 1] opzettelijk dreigend gezegd: "ik ga jou pakken, ik heb thuis machinegeweren en ik maak je dood en/of als je niet opflikkert, sla ik al je tanden eruit", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of;

- tegen voornoemde [slachtoffer 1] opzettelijk dreigend gezegd: "ik ga jou pakken, ik heb thuis machinegeweren en ik maak je dood en/of als je niet opflikkert, sla ik al je tanden eruit", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of;

- aan de rugzak van voornoemde [slachtoffer 1] gerukt en/of getrokken en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] bij de pols gepakt en/of (vervolgens) aan het horloge getrokken,

- aan [slachtoffer 1] voornoemd getrokken en/of geduwd en/of geslagen,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(eren) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van die fiets en/of fietssleutel en/of horloge en/of rugzak, althans goederen, geheel of ten dele toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte,

heeft hij, verdachte en/of diens medeverdachte(n)

- tegen voornoemde [slachtoffer 1] opzettelijk dreigend gezegd: "ik ga jou pakken, ik heb thuis machinegeweren en ik maak je dood en/of als je niet opflikkert, sla ik al je tanden eruit", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking en/of;

- aan de rugzak van voornoemde [slachtoffer 1] gerukt en/of getrokken en/of

- voornoemde [slachtoffer 1] bij de pols gepakt en/of (vervolgens) aan het horloge getrokken,

- aan [slachtoffer 1] voornoemd getrokken en/of geduwd en/of geslagen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

3.

hij op of omstreeks 15 juli 2013 te Assen , althans in de gemeente Assen, [slachtoffer 1], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"ik ga jou pakken, ik heb thuis machinegeweren en ik maak je dood en/of als je niet opflikkert, sla ik al je tanden eruit", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4. (

parketnummer 18.930380-13) hij op of omstreeks 30 april 2012 te Assen, althans in de gemeente Assen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de

afgifte van een telefoon (een Blackberry Bold 9900) en/of het verlenen van een dienst, hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat deze een geldbedrag van verdachte zou krijgen, indien die [slachtoffer 2] op eigen naam een telefoon abonnement zou afsluiten en de daarbij te verkrijgen telefoon aan verdachte zou afgeven, waardoor [slachtoffer 2], voornoemd werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij in of omstreeks de periode van 30 april 2012 te Assen tot en met 10 mei 2013 , althans in de gemeente Assen, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "als ik door de politie wordt opgehaald en weer vrij kom, maak ik je dood en/of als de politie mij pakt, maak ik je kapot", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Tengevolge van een kennelijke vergissing staat in de tenlastelegging onder feit 5 in de eerste zin "2012" in plaats van "2013". De rechtbank herstelt deze vergissing door het laatste te lezen in plaats van het eerste. Blijkens het onderzoek ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. A.M. de Vries acht hetgeen onder 2, 3 en 5 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

4 maanden gevangenisstraf met aftrek van voorarrest;

 een contactverbod met betrekking tot de slachtoffers [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voor de duur van 2 jaren en dat voor iedere overtreding 2 weken hechtenis zal worden opgelegd met een maximum van 6 maanden;

 oplegging van een schadevergoedingsmaatregel ten bedrage van 300 euro subsidiair 6 dagen hechtenis met betrekking tot het slachtoffer [slachtoffer 1];

 oplegging van een schadevergoedingsmaatregel ten bedrage van 500 euro subsidiair 10 dagen hechtenis met betrekking tot het slachtoffer [slachtoffer 2];

 niet ontvankelijkverklaring van de benadeelde partijen in hun vorderingen;

 tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van 2 weken.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat er in het dossier onvoldoende aanknopingspunten zijn om tot bewezenverklaring te komen van de onder 1 en 4 tenlaste-gelegde feiten. Voor feit 1 geldt dat de rugtas die in de tenlastelegging wordt vermeld noch andere goederen zijn weggenomen. Voor feit 4 geldt dat geen sprake is geweest van een samenweefsels van verdichtsels op grond waarvan het slachtoffer werd bewogen tot de afgifte van de in de tenlastelegging genoemde telefoon.

De verdachte dient van de onder 1 en 4 tenlastegelegde feiten te worden vrijgesproken.

Bewijsmotivering

De rechtbank is van oordeel dat verdachte met anderen op 15 juli 2013 heeft getracht door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen om een fiets en een fietssleutel aan verdachte en zijn medeverdachten af te geven.

Verder dat hij op 15 juli 2013 [slachtoffer 1] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en dat hij in de periode van 30 april 2013 tot en met 10 mei 2013 [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht.

De rechtbank gaat daarbij uit van de volgende bewijsmiddelen.

Feiten 2 en 3.

- een proces-verbaal van aangifte 1 d.d. 15 juli 2013, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [slachtoffer 1].

Op maandag 15 juli 2013 was ik, samen met mijn neef [getuige 1], omstreeks 18:45 uur bij de Poiesz aan de Maasstraat. We wilden daar even wat te drinken halen. Ik zag ter hoogte van het voetbalveldje al een groep jeugd van volgens mij Marokkaanse afkomst.

Ik zette mijn fiets neer en hoor meteen diezelfde jongens roepen "He, he, he, he, he, fiets, fiets, fiets" of woorden van gelijke strekking.

Er kwam een jongen naar mij toe en die zei tegen mij:"Die fiets is van mijn broertje, geef mij de sleutels" of woorden van gelijke strekking. Ik werd vervolgens mishandeld door twee personen, misschien wel meer mensen maar dat weet ik niet meer goed. Een persoon wijs ik u aan, deze heeft een wit T-shirt en een blauw wit gestreepte korte broek. Deze persoon heeft samen met nog een persoon mij mishandeld. Ik ben door de jongens op mijn armen geslagen en op meer plekken op mijn lichaam. De jongen met het witte shirt heeft mij op mijn hoofd geslagen. Ik ben ook door hem bij mijn keel gepakt.

Door de aanval heb ik last van mijn wang, armen, keel. Ik heb nog steeds veel pijn bij mijn ooglid ter hoogte van mijn wenkbrauw. Ik ben op mijn linkerwang geraakt, die is daardoor ook rood geworden. Ik heb hiervan een foto gemaakt en deze mag u toevoegen aan het proces verbaal.

Uiteindelijk ben ik los gekomen omdat mijn neef [getuige 1] mij heeft bevrijd. Ik wijs u iemand aan die mij heeft bedreigd. Deze man met blauw T-shirt heeft mij bedreigd met de dood. Hij heeft mij meermaals bedreigd, ook toen u erbij stond zei hij nog dat hij mij niet had geslagen maar alleen maar had bedreigd. De man met het blauwe shirt die ik u aanwees heeft het volgende tegen mij gezegd:"Ik ga jou pakken, ik heb thuis machinegeweren en ik maak je dood" of woorden van gelijke strekking.

- een drietal foto's 2 waarop aangever is te zien, met betrekking tot het door aangever aangeven letsel, welke foto's bij de aangifte zijn gevoegd.

- een proces-verbaal van verhoor benadeelde 3 d.d. 20 augustus 2013, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [slachtoffer 1].

Het is ons niet gelukt om drinken te kopen omdat de jongens achter ons aan kwamen. Er werd gezegd dat mijn fiets van een (1) van hun was. Ik zei dat de fiets van mij was en dat ik de sleutel niet wilde afgeven. Er werden diverse bedreigingen geuit en er werd gezegd dat de fiets zo zonder sleutel wel werd meegenomen.

Ik ben naar buiten gelopen om te kijken of ze mijn fiets weg wilden nemen. Ik zag dat mijn fiets werd weggenomen door de jongens.

Ik ben naar het voorportaal van de supermarkt gelopen. In eerste instantie bleven de jongens buiten maar na een woordenwisseling zijn ze weer naar binnen gelopen. Er ontstond een worsteling en ik ben mishandeld door de jongens. Ik had een vrij grote rugzak op mijn schouders. De rugzak was van mijn vriend [getuige 1]. Ik had beide bandjes om mijn schouders heen. De jongens trokken aan de rugzak en ik had het gevoel dat ze de rugzak weg wilden nemen.

Ik voelde aan mijn rechterpols, dat er aan getrokken werd. Mijn horloge zat aan mijn rechterpols. Ik zag rode striemen aan mijn rechterpols, vermoedelijk is dit van het horloge-bandje gekomen doordat hier aan getrokken is. Aan deze striemen zag ik dat de jongens bewust aan mijn horloge hebben getrokken. Het is niet gelukt om mijn horloge af te krijgen.

- een proces-verbaal van bevindingen 4 d.d. 17 juli 2013, inhoudende -zakelijk weerge-geven- de bevindingen van verbalisant [verbalisant 1].

Op woensdag 17 juli 2013 heb ik beelden veilig gesteld welke zijn gemaakt met een beveiligingscamera van de supermarkt Poiesz aan de Maasstraat 78 te Assen. De beveiligingscamera is gericht op de ingang van de winkel. Hierdoor is de ingang te zien, een soort tussenhalletje en een klein gedeelte buiten de winkel.

18:51:16

Er komt een jongen het beeld in fietsen en een andere jongen komt het beeld inlopen. De jongen die het beeld in komt lopen zet de fiets op slot voor de winkel. Deze jongen draagt een donkerkleurige rugzak.

18:52:09

Een jongen met een zwart T-shirt/polo, blauwe korte broek met Puma logo, kort zwart haar (de aangever) loopt de Poiesz binnen gevolgd door een donkere jongen met een wat gezet postuur, zonnebril, grijze trainingsjas met witte strepen op de mouwen, rode polo, grijs blauwe bermuda, rode slippers. De eerstgenoemde jongen (aangever) heeft een fietssleutel in zijn hand.

18:52:15

Buiten komt een aantal personen aanlopen (2), vanuit schuin linker zijde. Zij lopen richting de fiets van aangever die buiten voor de ingang van de Poiesz staat. Een (1) persoon met een roze shirt met witte print op de voorzijde en een grijsachtige/blauwachtige broek en een kleinere persoon ook met een roze shirt pakken de fiets van aangever op en zetten deze weer neer.

18:52:22

De mij ambtshalve bekende [mede verdachte 1] loopt de Poiesz binnen (wit hemd, blauwe korte broek, zonnebril, sportschoenen) gevolgd door de mij ambtshalve bekende [mede verdachte 2] (wit T-shirt met in grote zwarte letters BOSS op de voorzijde, zwarte trainingsbroek met groene strepen en Adidas logo, Adidas slippers en witte sokken) gevolgd door een kleine jongen (blauwe spijkerbroek roze polo met vermoedelijk Ralph Lauren logo, Adidas slippers en witte sokken) en een nog kleinere jongen met roze shirt met witte print, korte zwarte broek. De laatste twee zijn sterk gelijkend op de personen die even hiervoor de fiets van aangever hebben opgetild en weer neergezet.

18:53:17

[mede verdachte 2], [mede verdachte 1] en de andere twee jongens in roze shirt verlaten de Poiesz. [mede verdachte 2] en de jongen met roze Ralph Lauren polo tillen fiets van aangever op en nemen deze mee. Zij verdwijnen links uit beeld met de fiets van aangever.

18:53:42

Aangever loopt een stuk dezelfde richting uit als de jongens die zijn fiets meenamen en hij verdwijnt uit beeld.

18:54:30

Aangever komt vanuit links het beeld weer inlopen richting ingang van de Poiesz en [verdachte] komt hard lopend achter hem aan.

18:54:33

Op het moment dat aangever de Poiesz in wil lopen, pakt [verdachte] aangever vast bij de rechter bovenarm en trekt aangever bij de ingang van de winkel vandaan en duwt hem vervolgens naar links. Hierbij blijft [verdachte] de aangever vasthouden.

18:54:56

[mede verdachte 2] komt links in beeld.

Vervolgens is te zien dat aangever nog heen en weer wordt geduwd door [verdachte] en [mede verdachte 2].

Er wordt nog wat heen en weer geduwd door [verdachte] en [mede verdachte 2].

18:56:25

[mede verdachte 1] komt vanaf links het beeld inlopen richtingen aangever.

Vervolgens vlucht aangever de hal van de supermarkt in achtervolgd door [mede verdachte 1] en [mede verdachte 2]. [mede verdachte 2] pakt aangever vast met linker hand bij de linker arm en pakt hem ook met de rechter had aan de rechter arm vast en trekt en duwt aangever met kracht richting uitgang van de winkel.

[mede verdachte 1] staat in het halletje van de winkel en hij pakt aangever nog vast bij de linker schouder.

Te zien is dat aangever probeert los te komen. [mede verdachte 2] heeft de rugtas van aangever vast welke hij op zijn rug om heeft. Vervolgens komt de donkere jongen tussenbeide, welke samen met aangever bij de Poiesz was aangekomen. Deze wordt door [mede verdachte 1] achteruit getrokken en door [mede verdachte 2] met de rechter arm afgehouden. [verdachte] staat bij de ingang te kijken.

18:56:32 - [mede verdachte 2] geeft de donkere jongen, die tussenbeide kwam, nog een tik in het gezicht en komt nog uitdagen tegenover hem staan. [mede verdachte 1] en [mede verdachte 2] lopen vervolgens naar buiten.

- een proces-verbaal van bevindingen 5 d.d. 15 juli 2013, inhoudende -zakelijk weerge-geven- de bevindingen van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3].

Op maandag 15 juli 2013 omstreeks 18:54 uur kregen wij de navolgende melding:

"fiets van melder is gestolen door een aantal Marokkanen, wordt nu bedreigd door dezelfde Marokkanen. Melder probeert in de winkel te komen. Groep van 10 Marokkanen zijn nu ruzie aan het zoeken op de parkeerplaats van de Poiesz"

Wij verbalisanten zagen een grote groep Marokkanen voor de ingang van de winkel Poiesz supermarkt staan. Tevens zagen wij, naar later bekend, de aangever voor de ingang van de winkel staan.

De aangever maakte zich bekend en vertelde dat hij had gebeld. De aangever vertelde dat hij zojuist was aangevallen door verschillende Marokkanen. Hij vertelde dat hij klappen had gekregen en dat hij werd bedreigd.

Desgevraagd wees hij, ons ambtshalve bekende, [verdachte] aan als diegene die hem zou hebben bedreigd. Hij vertelde dat [verdachte] hem had gedreigd met een machine geweer dood te maken.

Tevens wees de aangever, de ons ambtshalve bekende, [mede verdachte 1] aan als zijnde diegene die hem had geslagen.

Tevens wees hij, de ons ambtshalve bekende, [mede verdachte 2] aan die hem eveneens had geslagen.

[verdachte] zei tegen mij dat hij had gedreigd met de woorden " ik sla je dood" of woorden van soortgelijke strekking.

- een proces-verbaal van verhoor getuige 6 d.d. 23 juli 2013, inhoudende -zakelijk weerge-geven- de verklaring van [getuige 1].

Toen ik de fiets neerzette voor de ingang, kwamen er twee Marokkanen die zeiden dat het hun fiets was. Toen we binnen waren, kwamen er twee of drie Marokkanen ook naar binnen. Ze wilden de sleutel van de fiets hebben. [slachtoffer 1] vroeg:"Hoezo?, dat is mijn fiets." Een van de Marokkanen zei toen: "Geef me de sleutel anders sla ik je." dat zei een jongen met een kort wit hemdje en een korte broek. Dat hemdje was helemaal wit. De andere wilde buiten praten.

Buiten wilden ze de sleutel weer hebben. [slachtoffer 1] wilde dat niet en toen pakten ze de fiets. [slachtoffer 1] heeft de politie gebeld. De Marokkanen werden boos en toen kwam er een hele dikke Marokkaan, met krulletjes, beetje baard, met paars shirt. [slachtoffer 1] had mijn tas om maar de Marokkaan wilde hem stelen. Hij zat er al aan. Ik werd boos en zei dat hij rustig moest doen. Hij zei tegen [slachtoffer 1]:"Ik ga je pakken, ik ga je vermoorden. Ik heb een machinegeweer thuis."

Toen kwamen er twee andere Marokkanen. [slachtoffer 1] ging toen de Poiesz in. De Marokkanen kwamen ook. Twee vielen hem aan in het begin stukje van de Poiesz. Dat was een met het witte hemdje en 1 met wit shirt met letters. De hele dikke Marokkaan zei dat het de fiets van zijn broertje was en dat broertje viel [slachtoffer 1] ook aan.

Volgens mij waren het allemaal broers. Beide broers pakten [slachtoffer 1] bij de keel. Ook wilden ze zijn horloge pakken. Ik ben er tussen gesprongen. Ik kreeg ook nog een tik van een Marokkaan. Eerder hadden ze [slachtoffer 1] buiten al vast gepakt waarna hij de Poiesz in vluchtte.

Dat waren die dikke en die met het witte hemdje. Ik heb gezien dat die jongen met het witte hemdje en korte broek hem sloeg in zijn ribben. Ik kwam er toen dus tussen. Dat was dus de jongen met het witte hemdje en korte broek.

Ik heb gezien dat [slachtoffer 1] twee keer is geslagen door die Marokkaan met het witte hemdje.

- een proces-verbaal van verhoor verdachte 7 d.d. 16 juli 2013, inhoudende -zakelijk weerge-geven- de verklaring van [verdachte].

Ik heb die jongen bedreigd, maar hem niet mishandeld.

Maar toen hij mishandeld werd stonden er twee jongens bij. Ik heb gezegd dat als hij niet opflikkerde ik zijn tanden eruit zou slaan.

feit 5

- een proces-verbaal van verhoor aangever d.d. 6 september 2012, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [slachtoffer 2].

Ik ken de reputatie van [verdachte].

Ik was bang. Ik weet waartoe ze in staat zijn. Op 30 april 2013 heb ik het eerste abonnement voor [verdachte] afgesloten.

Een week later kwam ik [verdachte] in Kloosterveen tegen. Hij was pislink. Hij zag mij en maakte een slabeweging op een afstand van een meter van mij.

Ik was daar met [getuige 3] en [getuige 2].

Voor de Supercoop zei hij letterlijk: "Als ik weer vrijkom, zoek ik je op en maak ik je dood".

- een proces-verbaal van verhoor getuige 8 d.d. 11 september 2012, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [getuige 2].

…. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat als hij door de politie uit zijn bed gehaald zou worden dat hij [slachtoffer 2] wist te vinden. Ik hoorde hem zeggen dat hij [slachtoffer 2] kapot zou maken.

Hij zei dat op een dreigende manier.

… Ik weet dat [slachtoffer 2] onder dwang een telefoonabonnement moest afsluiten.

- een proces-verbaal van verhoor getuige 9 d.d. 11 september 2012, inhoudende -zakelijk weergegeven- de verklaring van [getuige 3].

….. Ik zag [verdachte] aan komen lopen. Hij maakte een slagbeweging richting [slachtoffer 2]. …. Ik hoorde [verdachte] zeggen dat als de politie hem op zou pakken dat hij [slachtoffer 2] dood zou maken of dood zou schieten. Er zat ongeveer een meter tussen [slachtoffer 2] en [verdachte].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 2, 3 en 5 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

2.

hij op 15 juli 2013 te Assen, ter uitvoering van het door verdachte en de medeverdachten voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] te dwingen tot de afgifte van een fiets en fietssleutel toebehorende aan voornoemde [slachtoffer 1],

heeft hij, verdachte en/of diens medeverdachten

- tegen voornoemde [slachtoffer 1] opzettelijk dreigend gezegd: "ik ga jou pakken, ik heb thuis machinegeweren en ik maak je dood en/of als je niet opflikkert, sla ik al je tanden eruit", en

- aan de rugzak van voornoemde [slachtoffer 1] gerukt en getrokken en

- voornoemde [slachtoffer 1] bij de pols gepakt en vervolgens aan het horloge getrokken,

- aan [slachtoffer 1] voornoemd getrokken en die [slachtoffer 1] geduwd en geslagen,

zijnde de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet voltooid;

3.

hij op 15 juli 2013 te Assen, [slachtoffer 1], heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 1] dreigend de woorden toegevoegd :"ik ga jou pakken, ik heb thuis machinegeweren en ik maak je dood en als je niet opflikkert, sla ik al je tanden eruit";

5.

hij in de periode van 30 april 2013 tot en met 10 mei 2013, te Assen, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 2] dreigend de woorden toegevoegd: "als ik door de politie wordt opgehaald en weer vrij kom, maak ik je dood en als de politie mij pakt, maak ik je kapot";

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 2: poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen,

strafbaar gesteld bij artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3 en 5, telkens: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank heeft bewezen verklaard dat verdachte met medeverdachten heeft geprobeerd het slachtoffer te dwingen tot de afgifte van een fiets en de bijbehorende fietssleutel. Verdachte en zijn medeverdachte hebben het slachtoffer daarbij bedreigd en mishandeld.

Voorts heeft verdachte een tweetal personen bedreigd waaronder het slachtoffer van feit 2.

Een afpersing dan wel een poging daartoe heeft een grote impact op het betrokken slachtoffer en het versterkt het gevoel van onveiligheid in de maatschappij, te meer nu dit feit op klaarlichte dag in en nabij een supermarkt heeft plaatsgevonden. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke feiten daar nog gedurende een lange tijd de psychische gevolgen van ondervinden. Dit geldt ook voor de geuite bedreigingen.

De impact wordt bevestigd door wat de slachtoffers daar over hebben vermeld in de voegingsformulieren.

Verdachte heeft gehandeld zonder zich te bekommeren om de gevolgen voor de slachtoffers.

De rechtbank rekent verdachte het bewezen geachte in hoge mate aan.

De rechtbank houdt aangaande de op te leggen straf rekening met de aard en ernst van het bewezen verklaarde, met de omstandigheden waaronder dit is begaan zoals dat hiervoor is aangegeven en met hetgeen de rechtbank uit het onderzoek op de terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte.

De rechtbank heeft acht geslagen op de inhoud van het uittreksel uit het algemeen documen-tatieregister d.d. 16 oktober 2013 waaruit blijkt dat verdachte op 7 november 2012 is veroordeeld voor bedreiging.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden, van oordeel dat in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend en geboden is.

De rechtbank zal niet overgaan tot het opleggen van een contactverbod met betrekking tot de slachtoffers als door de officier van justitie is gevorderd. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende gebleken dat er een confrontatie valt te verwachten tussen verdachte en de slachtoffers.

Benadeelde partijen

[slachtoffer 1]

De door de benadeelde partij opgevoerde kosten zijn niet voorzien van enige schriftelijke onderbouwing.

De rechtbank is daarom van oordeel dat zij over onvoldoende informatie beschikt om de hoogte van de geleden schade te kunnen beoordelen. De rechtbank zal niet overgaan tot schorsing van het onderzoek om de hoogte van die schade alsnog te doen aantonen. Dit zal namelijk leiden tot een onevenredige belasting van het strafgeding. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in de vordering. De vordering kan slechts bij de burgerlijke rechter worden aangebracht.

[slachtoffer 2]

De rechtbank acht het feit waaruit de materiële schade zou zijn ontstaan niet bewezen. De benadeelde partij zal daarom niet ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering en hij kan zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Schadevergoedingsmaatregel

Op grond van hetgeen in de voegingsformulieren door de slachtoffers over de gevolgen van hetgeen hen is overkomen, is omschreven, is de officier van justitie van mening dat de slachtoffers een bedrag toekomt als vergoeding voor immateriële schade ondanks dat de slachtoffers een dergelijk bedrag niet hebben gevorderd.

De rechtbank zal niet overgaan tot het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel met betrekking tot immateriële schade zoals door de officier van justitie is gevorderd.

De slachtoffers hebben ieder voor zich de gevolgen van hetgeen hen is overkomen omschreven in het voegingsformulier doch hebben er niet voor gekozen om die gevolgen te waarderen op een geldbedrag. Gelet hierop zal de rechtbank de maatregel niet opleggen naar ook omdat voor ieder slachtoffer afzonderlijk niet valt in te schatten welk bedrag recht doet aan de omvang van geleden immateriële schade.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.072342-11

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke straf bij vonnis van de politierechter d.d. 08 juli 2011, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoer-gelegd.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 1 en 4 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 2, 3 en 5 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlaste-gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot:

 een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer 2] niet ontvankelijk is in zijn vordering en dat hij zijn vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen. De benadeelde partij en de verdachte dragen de eigen kosten.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.072342-11

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 08 juli 2011 door de politierechter te Assen gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter en mr. E. Läkamp en mr. M. van der Veen, rechters in tegenwoordigheid van D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 26 november 2013, zijnde mr. Van der Veen buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 pag. 43 van het dossier

2 pag. 46, 47 en 48 van het dossier

3 ongenummerd document

4 pag. 59 van het dossier

5 pag. 62 van het dossier

6 pag. 65 van het dossier

7 pag. 41 van het dossier met parketnummer 18.930380-13

8 pag. 43 van het dossier met parketnummer 18.930380-13

9 pag. 47 van het dossier met parketnummer 18.930380-13