Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:7158

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
20-11-2013
Datum publicatie
28-11-2013
Zaaknummer
577778 CV EXPL 13-1899
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

EU-verordening 26/1/204: in casu geen aanspraak op compensatie na annulering vlucht. Sneeuwval levert een buitengewone omstandigheid op in de zin van art. 5 lid 3 van deze verordering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2014, afl. 1, p. 36
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie: Groningen

Zaak\rolnummer: 577778/13-1899

Vonnis d.d. 20 november 2013

inzake

1 [eiser 5]

2.[eiser 5]

[adres]

eisers, hierna [eiser 3] en [eiser 4] te noemen,

gemachtigde: mr. R.E. de Bruijn, werkzaam bij DAS Nederlandse Rechtsbijstand Verzekeringmaatschappij N.V., gevestigd te Amsterdam,

tegen

[gedaagde 1]

[adres]

gedaagde, hierna[gedaagde 2] te noemen,

gemachtigde: mr. Pierre Frühling, advocaat te Brussel (België).

PROCESGANG

De procesgang blijkt uit het volgende:

  • -

    dagvaarding,

  • -

    conclusie van antwoord,

  • -

    conclusie van repliek,

  • -

    conclusie van dupliek.

Partijen hebben producties in het geding gebracht.

Vonnis is (nader) bepaald op heden.



OVERWEGINGEN

1 De vaststaande feiten

1.1

[eiser 3] en [eiser 4] hebben bij[gedaagde 2] een vlucht[nummer] geboekt van[adres] naar Cancun via Parijs op 3 februari 2012 met een vertrektijd 10:45 uur. De geplande aankomsttijd in Cancun was op 3 februari 2012 om 17:25 uur.

1.2

Voormelde vlucht is geannuleerd waardoor [eiser 3] en [eiser 4] pas om 17:30 uur vertrokken vanaf [adres] en op 4 februari 2012 om 19:53 uur op de eindbestemming zijn gearriveerd. Zij zijn uiteindelijk gevlogen met andere vluchten ([nummer] en [nummer]) via Panama naar Cancun.

1.3

[eiser 3] en [eiser 4] hebben bij brief van 27 september 2012 bij [naam 3] aanspraak gemaakt op compensatie ingevolge de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening).

1.4

Betaling van enige compensatie door[gedaagde 2] aan [eiser 3] en [eiser 4] is uitgebleven.

2 De vordering

2.1

[eiser 3] en [eiser 4] vorderen dat[gedaagde 2] bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van:

  1. € 1.200,00 wegens hoofdsom, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2012;

  2. € 180,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 13 februari 2012;

  3. de proceskosten van het geding.

3 Het standpunt van [eiser 3] en [eiser 4]

3.1

[eiser 3] en [eiser 5] hebben aan hun vordering ten grondslag gelegd dat[gedaagde 2] vanwege de annulering van de vlucht gehouden is hen te compenseren tot een bedrag van € 1200,00. Dit hebben zij met name gebaseerd op 5 lid 1 sub c jo artikel 7 van de Verordening en het Sturgeon-arrest.

3.2

[eiser 3] en [eiser 4] hebben op 27 september 2012 een klacht ingediend bij [naam 3] (hierna [naam 3]). Conform de vermelding op de website van[gedaagde 2] verzorgt deze afdeling de klachtenafhandeling voor zowel [naam 3] als[gedaagde 2]. [naam 3] heeft bij e-mail van 10 oktober 2012 aangegeven dat de vlucht[nummer] van 3 februari 2012 was geannuleerd vanwege technische problemen met het toestel op de inkomende vlucht. Door de koude weersomstandigheden was het watersysteem aan boord van het toestel bevroren.

[eiser 3] en [eiser 4] mochten ervan uitgaan dat [naam 3] namens[gedaagde 2] heeft opgetreden aangezien in de e-mails van [naam 3] op geen enkel moment is aangegeven dat [eiser 3] en [eiser 4] zich dienden te melden bij[gedaagde 2]. In de onderschriften van de e-mail van [naam 3] wordt ook gesproken over [gedaagde 1].

3.3

[eiser 3] en [eiser 4] hebben zich op het standpunt gesteld dat nu de oorzaak van de annulering een technisch mankement is, er geen sprake is van een buitengewone omstandigheid als bedoel in artikel 5 lid 3 van de Verordening. [eiser 3] en [eiser 6] hebben hierbij onder meer gewezen op het arrest van het HvJ EU in de zaak Wallentin v Alitalia

(C--549/07).

4 Het standpunt van[gedaagde 2]

4.1

heeft primair aangevoerd dat de dagvaarding niet aan het juiste adres is betekend.[gedaagde 2] is niet gevestigd en houdt geen kantoor aan [adres]. [naam 3] N.V. is daar namelijk gevestigd. De vordering van [eiser 3] en [eiser 4] dient derhalve niet-ontvankelijk te worden verklaard.[gedaagde 2]

4.2

heeft betwist dat de vlucht is geannuleerd wegens een technisch mankement. De vlucht is geannuleerd wegens slechte weersomstandigheden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft[gedaagde 2] de officiële documenten van de vlucht overgelegd. Nu de vertraging het gevolg is geweest van een van buitengewone omstandigheid die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet kon worden voorkomen, bestaat er op grond van artikel 5 lid 3 van de Verordening voor haar geen verplichting de vertraging te compenseren.

4.3

[gedaagde 1] heeft zich gedistantieerd van hetgeen [naam 3] heeft gesteld in de e-mail van 10 oktober 2012. [naam 3] kan zich niet uitlaten over vluchten van[gedaagde 2]. [naam 3] beschikt ook niet over de officiële documenten om na te gaan wat er precies is gebeurd. Hierbij heeft[gedaagde 2] aangevoerd dat [naam 3] en[gedaagde 2] twee aparte rechtspersonen zijn en in die zin als verschillende hoedanigheid deelnemen aan het juridisch verkeer, hetgeen impliceert dat [naam 3] zich niet kan uitspreken over de vlucht die niet zij maar[gedaagde 2] heeft uitgevoerd.

5 De beoordeling

5.1

[gedaagde 1] heeft allereerst aangevoerd dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat het adres van[gedaagde 2] dat in de dagvaarding is genoemd niet juist is.

De kantonrechter overweegt dat een onjuist adres van een gedaagde partij een gebrek is dat ingevolge art. 120 lid 1 in verband met art. 111 lid 2 jo artikel 45 lid 3 onder d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv.) nietigheid van de dagvaarding met zich mee kan brengen. Gelet op het bepaalde in artikel 122 Rv. kan echter een beroep op die nietigheid worden verworpen indien de gedaagde door het aan de dagvaarding klevende gebrek niet onredelijk in zijn belangen is geschaad. Gesteld noch gebleken is dat[gedaagde 2] door het gebrek is bemoeilijkt in het voeren van verweer nu zij wel tijdig in het bezit is gekomen van de dagvaarding. De kantonrechter zal derhalve dit verweer van[gedaagde 2] passeren.

5.2

Aan de orde is voorts de vraag of [eiser 3] en [eiser 4] aanspraak kunnen maken op betaling van een compensatie vanwege de geannuleerde vlucht. De kantonrechter overweegt ter zake als volgt.

5.3

Artikel 5 van de Verordening vermeldt in lid 1 en onder c dat de betrokken passagiers in geval van annulering van een vlucht recht hebben op de in artikel 7 bedoelde compensatie door de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.

5.4

Ingevolge artikel 7 van de Verordening krijgen de passagiers, wanneer naar dat artikel wordt verwezen, compensatie ten belope van:

  1. 250 EUR voor alle vluchten tot en met 1500 km;

  2. 400 EUR voor alle intracommunautaire vluchten van meer dan 1500 km, en voor alle andere vluchten tussen 1500 en 3500 km;

  3. 600 EUR voor alle niet onder a) of b) vallende vluchten.

5.5

In artikel 5 lid 3 van de Verordening is bepaald dat een luchtvaartmaatschappij die een vlucht uitvoert, niet verplicht is compensatie te betalen als bedoeld in artikel 7 indien zij kan aantonen dat de annulering het gevolg is van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.

5.6

In paragraaf 14 van de Verordening is vermeld dat buitengewone omstandigheden zich met name voordoen in gevallen van politieke onstabiliteit, weersomstandigheden die uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, beveiligingsproblemen, onverwachte vliegveiligheidsproblemen en stakingen die gevolgen hebben voor de vluchtuitvoering van de luchtvaartmaatschappij die de vlucht uitvoert.

5.7

Het ligt op de weg van de vervoerder om feiten en omstandigheden te stellen en zo nodig te bewijzen die haar beroep op deze buitengewone omstandigheden ondersteunen. De kantonrechter overweegt hieromtrent het volgende.[gedaagde 2] heeft haar stellingen met betrekking tot de slechte weersomstandigheden onder meer onderbouwd met een rapport van het Centrum voor Controle van de Operaties van 3 februari 2012. Hieruit blijkt dat er slechte weersomstandigheden waren rond [adres] ("Mauvaises conditions métérorologiques sur [adres]") en dat ten gevolge van deze weersomstandigheden[gedaagde 2] te kampen had met verschillende annuleringen van vluchten vanuit[adres] ("[adres]: Mauvaises conditions météo à AMS (neige), un certain nombre de vols ont été annulés").

Vervolgens heeft[gedaagde 2] verwezen naar de vluchtfiche van de vlucht[nummer].[gedaagde 2] voert hiertoe onweersproken aan dat op grond van de code CSE WEAT de vlucht is geannuleerd hetgeen de afkorting is van Cause Weather wat oorzaak weersomstandigheden betekent. Daarnaast blijkt naar het oordeel van de kantonrechter uit productie 5 bij conclusie van antwoord dat het op 3 februari 2012 vanaf 9 uur in [adres] heeft gesneeuwd. Ook uit productie 1 die [eiser 3] en [eiser 4] bij hun conclusie van repliek hebben overgelegd blijkt dat het om 10:25 uur sneeuwde.

5.8

De kantonrechter is van oordeel dat[gedaagde 2] met deze objectieve gegevens voldoende heeft onderbouwd dat op 3 februari 2012 om 10:45 op het vliegveld te [adres] sprake was van slechte weersomstandigheden en dat er derhalve sprake was van een uitzonderlijke situatie, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen had kunnen worden. De omstandigheid dat [naam 3] aan [eiser 3] en [eiser 4] andere informatie heeft gegeven over de annulering van de vlucht, leidt niet tot een ander oordeel. Temeer niet nu deze informatie van [naam 3] niet is onderbouwd met officiële vluchtgegevens.

5.9

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het beroep van[gedaagde 2] op buitengewone omstandigheden slaagt, zodat [eiser 3] en [eiser 4] geen compensatie in verband met de annulering van vlucht toekomen. De vordering wordt derhalve afgewezen.

5.10

De kantonrechter ziet in de omstandigheid dat [naam 3] een andere verklaring van de annulering van de vlucht heeft gegeven wel aanleiding om de proceskosten te compenseren. Onweersproken is gebleven de stelling van [eiser 3] en [eiser 4] dat op de website van[gedaagde 2] staat vermeld dat[naam 3]de klachtenafhandeling voor[gedaagde 2] verzorgt. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser 3] en [eiser 4] door [naam 3] op het verkeerde been zijn gezet omtrent de reden van de annulering. De kantonrechter acht termen aanwezig om deze onjuiste informatie toe te rekenen aan[gedaagde 2]. Pas tijdens de procedure is er door[gedaagde 2] duidelijkheid verschaft over de juiste reden van de annulering. Niet uit te sluiten valt dat [eiser 3] en [eiser 4] indien zij eerder over de juiste informatie hadden beschikt geen procedure hadden opgestart. De kantonrechter ziet in deze omstandigheid aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

wijst de vorderingen af;

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.A.B. Faber-Siermann, kantonrechter, en op 20 november 2013 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: TvdB