Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:7154

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-11-2013
Datum publicatie
21-11-2013
Zaaknummer
19/810408-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank rekent de verdachte deze feiten aan. Hij heeft immers zijn schuldeisers financieel benadeeld en het vertrouwen beschaamd dat deelnemers aan het handelsverkeer in elkaar behoren te kunnen stellen.

Anderzijds betrekt de rechtbank in haar overwegingen dat het aanvankelijk goedlopende bedrijf van verdachte door terugloop in werkzaamheden in de rode cijfers is gekomen, waarna verdachte, onder de dreiging van een faillissement, zijn bedrijfsvoorraad heeft willen veilig stellen. Daarenboven heeft verdachte door zijn ziekte onvoldoende oog gehad voor de administratieve kant van de bedrijfsvoering. Blijkens het uittreksel uit zijn justitiële documentatie is verdachte niet eerder terzake van soortgelijke feiten is veroordeeld. Sinds mei 2013 ontvangt verdachte AOW. Zijn gezondheid is als gevolg van diabetes slecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Noord-Nederland

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 19/810408-12

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 november 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

wonende te [adres]

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 27 augustus 2013 en 1 november 2013.

Verdachte is verschenen ter terechtzitting van 1 november 2013 en werd bijgestaan door mr. J.B. Pieters, advocaat te Hoogeveen.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

de besloten vennootschap[verdachte].op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot 7 maart 2013 te Hoogeveen en/of Assen en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, terwijl die[verdachte]bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Assen van 26 april 2011, in staat van faillissement was verklaard, ter bedriegelijke verkorting van de rechten van haar schuldeiser(s),

A)

de navolgende goederen, te weten (telkens) een hoeveelheid vangnetten en/of randbeveili-ging, in elk geval een hoeveelheid bedrijfsvoorraad, aan de boedel heeft onttrokken,

EN/OF

B)

niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, immers heeft die besloten vennootschap [verdachte]

- niet de verkoopfacturen 2010 (periode januari tot 24 november 2010) en/of afschriften ING Bank (periode april en mei 2011) en/of inkoopnota's van het jaar 2011, in de administatie bewaard en/of te voorschijn gebracht en/of aan de curator overgelegd, en/of

- ( aldus) niet een (volledige en/of samenhangende) administratie, als boven bedoeld, bijgehouden en/of aan de curator overgelegd, zulks terwijl hij, verdachte, al dan niet in vereniging met een of meer ander(en) perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), tot bovenomschreven strafba(a)r(e) feit(en) opdracht heeft gegeven, dan wel feitelijk leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedraging(en);

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

verdachte, als bestuurder of commissaris van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [verdachte] op verschillende tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2010 tot 7 maart 2013 te Hoogeveen en/of Assen en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens) tezamen en in vereniging met een of meer rechtsperso(o)n(en) en/of natuurlijke perso(o)n(en), althans alleen, terwijl die besloten vennootschap [verdachte] bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Assen van 26 april 2011, in staat van faillissement was verklaard, ter bedriegelijke verkorting van de rechten van zijn schuldeiser(s),

A)

de navolgende goederen, te weten (telkens) een hoeveelheid vangnetten en/of randbeveili-ging, in elk geval een hoeveelheid bedrijfsvoorraad, aan de boedel heeft onttrokken,

EN/OF

B)

niet heeft voldaan aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en/of het bewaren en/of te voorschijn brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, immers heeft verdachte

- niet de verkoopfacturen 2010 (periode januari tot 24 november 2010) en/of afschriften ING Bank (periode april en mei 2011) en/of inkoopnota's van het jaar 2011, in de administatie bewaard en/of te voorschijn gebracht en/of aan de curator overgelegd, en/of

- ( aldus) niet een (volledige en/of samenhangende) administratie, als boven bedoeld, bijgehouden en/of aan de curator overgelegd;

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

de besloten vennootschap [verdachte]. in of omstreeks de periode van 26 april 2011 tot 7 maart 2013 te Hoogeveen en/of Assen en/of (elders) in Nederland, terwijl die besloten vennootschap bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Assen van 26 april 2011 in staat van faillissement was verklaard, de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers waarmee die besloten vennootschap ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek een administratie gevoerd heeft, en/of de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers welke die besloten vennootschap ingevolge dat artikel bewaard heeft, niet in ongeschonden staat te voorschijn heeft gebracht, terwijl verdachte tot vorenomschreven feit(en) opdracht heeft gegeven, althans feitelijke leiding heeft gegeven aan vorenomschreven verboden gedraging(en);

althans, indien ook terzake van het laatstvermelde geen veroordeling mocht volgen, terzake dat

het aan verdachte, als bestuurder of commissaris van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [verdachte], in of omstreeks de periode van 26 april 2011 tot 7 maart 2013 te Hoogeveen en/of Assen en/of (elders) in Nederland, terwijl die besloten vennootschap bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Assen van 26 april 2011 in staat van faillissement was verklaard, te wijten is geweest,

dat aan de in artikel 10, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en/of artikel 15i, eerste lid, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek omschreven verplichtingen niet was voldaan, en/of dat de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers, waarmee volgens die artikelen administratie gevoerd was, en de boeken, bescheiden en andere gegevens-dragers die ingevolge die artikelen waren bewaard, niet in ongeschonden staat werden tevoorschijn gebracht;

2.

hij in of omstreeks de periode van 26 april 2011 tot 7 maart 2013 te Hoogeveen en/of Assen en/of (elders) in Nederland, als bestuurder of commissaris van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap [verdachte], welke rechtspersoon door de arrondissementsrechtbank te Assen bij vonnis van 26 april 2011 in staat van faillissement was verklaard, en wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen aan de curator opzettelijk weg is gebleven en/of heeft geweigerd om de vereiste inlichtingen te geven en/of opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven, te weten met betrekking tot

- de verblijfplaats van een of meer voertuigen en/of een oplegger/aanhangwagen (kenteken 65-VGR-8 en/of 21-VTR-2 en/of OK-91-TH) van het (lease)bedrijf Transned Lease Finance en/of Iveco Lease, althans de verblijfplaats van (een deel van) het wagenpark van die rechtspersoon.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. H.J. Schuth, acht hetgeen onder 1. primair en onder 2. is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: een taakstraf, bestaande uit 120 uren werkstraf subsidiair zestig dagen hechtenis, waarvan zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmiddelen

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2013, zakelijk onder meer inhoudende:

ik heb het eenmansbedrijf in vangnetten en randbeveiliging van mijn zoon Marcel overgenomen. Per 31 juli 2009 heb ik het omgezet in [verdachte] Het klopt dat er een constructie was met holdingmaatschappij [verdachte]en een trustmaatschappij. Ik was directeur en enig aandeelhouder van [verdachte] Ik was bestuurder en feitelijk leidinggevende van die BV. Ik was als enige bevoegd om namens die BV op te treden en te handelen. Ik was ook de bestuurder van de andere maatschappijen binnen deze constructie. Voor al deze bedrijven was ik als enige bevoegd. De BV is op 26 april 2011 failliet verklaard.

De verklaring van de curator:

Op 13 december 20121 deed R.P. van Boven, domicilie kiezend te 9401 HN Assen, Torenlaan 5, aangifte van bedrieglijke bankbreuk tegen verdachte en het bedrijf [verdachte] gevestigd te [adres]

Van Boven is curator en door de rechter-commissaris aangesteld in het faillissement van [verdachte]

Van Boven verklaarde, zakelijk weergegeven:

op 26 april 2011 ben ik als curator aangewezen in het faillissement van [verdachte].

Die dag ben ik bij het pand van verdachte in Hoogeveen geweest. Hier hebben we toen met

verdachte gesproken. Wij hebben verdachte toen om de administratie gevraagd. We zijn toen doorverwezen naar de heer [betrokkene 1] die echter onbereikbaar was.

In mijn eerste aangifte geef ik aan dat een belangrijk deel van de bedrijfsvoorraad was verdwenen. Het gaat hier dan onder andere om vangnetten en om randbeveiliging. Verdachte had hier een verhaal voor. Hij gaf aan dat het grootste gedeelte van deze voorraad was verdwenen door onder andere diefstallen en stormschade. Ook was er op een aantal netten conservatoir beslag gelegd en op een aantal netten zou het recht van retentie zijn toegepast door een bedrijf dat de netten gerepareerd had. Tijdens mijn onderzoek kreeg ik echter de beschikking over een kolommenbalans 2011 waar een post was opgenomen voorraad vangnetten en een post voorraad materiaal randbeveiliging van € 277.698,38. Uiteindelijk bleek er slechts € 4.000 aan waarde over te zijn. Er is dus voor circa

€ 270.000,00 "verdwenen".

Verder heb ik verdachte in kennis gesteld van het feit dat Transned Lease Finance (Iveco) een aantal voertuigen dat door verdachte geleased werd wilde komen ophalen. Ik had de afspraak gemaakt dat Transned de voertuigen op 4 juli 2011 zou komen halen in Hoogeveen bij het bedrijfspand van verdachte. Verdachte gaf toen aan dat hij niet wist waar de voertuigen zich zouden bevinden. U geeft aan dat deze voertuigen al in juni en juli 2010 door verdachte waren verkocht. Op het moment dat ik verdachte in kennis stelde van het feit dat Transned de voertuigen op wilde halen wist verdachte dus dat hij geen beschikking meer had over deze voertuigen. Transned had het pandrecht over deze voertuigen en verdachte heeft deze voertuigen onttrokken aan het pandrecht.

Uit analyse van de gevorderde bankafschriften bleek onder andere het volgende:

rekening nummer 99.61.25.930 betreft een zogenaamde G rekening. Deze rekening werd gebruikt voor de sociale lasten en belastingen. Op deze rekening waren behoudens betalingen aan de belastingdienst geen andere betalingen of ontvangsten te zien. In de periode 1 mei 2011 tot en met 2 mei 2012 waren er maar twee mutaties op deze rekening.

Verder had verdachte [verdachte] de beschikking over bankrekening nummer 65.80.37.358. Deze werd onder andere gebruikt voor het crediteren van de nota's door de opdrachtgevers.

het betalen van de werknemers, ontvangst van de 18.195,82 euro voor de verkoop van de voertuigen aan [belanghebbende] en bijschrijving van de verzekeringsgelden door Nationale Nederlanden naar aanleiding van de verbrande bedrijfsauto.

In de periode 4 mei 2010 tot en met 15 maart 3011 werd een bedrag van € 33.400,-- contant opgenomen bij diverse geldautomaten; in de periode 4 mei 2010 tot en met 10 januari 2011 werd een bedrag van € 10.100,-- overgemaakt naar een rekening ten name van J. Hilberink met de omschrijving Loon en op 28 februari 2011 werd een bedrag van € 12.000,-- overgemaakt naar een rekening ten name van [de vrouw] met de omschrijving lonen.

[de vrouw] is de echtgenote van verdachte. In de periode 26 mei 2010 tot en met 3 februari 2011 werd een bedrag van 8000 euro overgemaakt naar een rekening ten name van [derde belanghebbende] met de omschrijving loon. [derde belanghebbende] is de dochter van verdachte.

Het beginsaldo op 30 april 2010 was 29.897,59 euro negatief. De eindstand op 6 april 2011 was 78.326,64 euro negatief.

Voor deze rekening was alleen verdachte bevoegd.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2013, zakelijk onder meer inhoudende:

het kan kloppen dat toen de BV failliet ging, de bedrijfsvoorraad aan vangnetten en materiaal randbeveiliging grotendeels was verdwenen. Er is heel veel gestolen. Ik heb daar geen aangifte van gedaan. Veel netten raken beschadigd en zijn weggegooid. Het klopt dat het materiaal randbeveiliging bestaat uit buizen die aan elkaar gekoppeld worden.

Uit de kolommenbalans2 in het tussentijds financieel verslag3 blijkt uit de post "Tussenrekeningen" dat de voorraad vangnetten € 233.441,24 bedroeg en de voorraad materiaal randbeveiliging € 44.257,14.

De verklaring van de getuige Hennipman

Op 9 januari 2013 werd als getuige [getuige 1], geboren te Westbroek op[geboortedatum]

4. [getuige 1] is bedrijfsleider bij [derde belanghebbende]. Verdachte was klant bij [derde belanghebbende]. Nadat verdachte zijn rekeningen niet betaalde werd er door Veldhuizen beslag gelegd op voorraden vangnetten van verdachte welke elders lagen opgeslagen.

In een rechtszaak die op 13 april 2011 in Assen diende werd door verdachte verklaard dat hij ongeveer 100.000 m2 aan vangnetten bezat.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2013, zakelijk onder meer inhoudende:

ik heb waarschijnlijk niet alle bescheiden aan de curator geleverd. Nu u mij daarnaar vraagt vind ik dat je alle administratie aan de curator moet leveren. Ik heb dat waarschijnlijk niet gedaan.

Uit correspondentie tussen de curator en verdachte blijkt dat uiteindelijk de volgende documenten in de administratie ontbreken:

  • -

    verkoopfacturen 2010 (januari tot 24 november 2010);

  • -

    map inkoopnota’s van het jaar 20115.

De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 1 november 2013, zakelijk onder meer inhoudende:

de bedrijfsauto’s waren geleased. Het voertuig met kenteken 65-VGR-8 heb ik ingeruild voor een Renault. Het klopt dat het verzekeringsgeld van die Renault later op mijn bankrekening is gestort. Er was nog een voertuig met kenteken 21-VTR-2. Daar hoorde een oplegger bij, met kenteken OK-91-TH. Die combinatie is verkocht. Dat geld is op mijn bankrekening gestort. Ik heb niets met de leasemaatschappij verrekend.

Brief/Aangifte van de curator

Uit de brief van de curator van 19 juli 2011 aan Politie Drenthe blijkt dat de gefailleerde vennootschap heeft gecontracteerd met Transnet Lease inzake de voertuigen Iveco/35C15V met kenteken 65-VGR-8, Iveco/40C18T met kenteken 21-VTR-2 en [derde belanghebbende] oplegger/P33 met kenteken OK-91-TH, dat deze voertuigen op basis van de gesloten leaseovereenkomsten dienen te worden teruggegeven aan de leasemaatschappijen maar dat de directie van de gefailleerde vennootschap weigert en niet bereid is gebleken om aan de curator mede te delen waar de voertuigen zich bevinden6.

Verklaring getuige Holtrop

Op dinsdag 27 november 2012, werd als getuige [getuige 2], geboren te Doniawerstal op [geboortedatum]gehoord7. [getuige 2] verklaarde eigenaar/directeur te zijn van [derde belanghebbende]

Verder verklaarde [getuige 2] dat hij rond mei/juni 2010 samen met verdachte en [betrokkene 2], een uitvoerder bij [derde belanghebbende], een bedrijf, genaamd [betrokkene 3], was gestart in Joure. Enkele maanden later was verdachte bij hem gekomen met het verhaal dat hij grote problemen had met de belastingdienst. Getuige heeft toen met verdachte de afspraak gemaakt dat hij verdachtes aandelen in[betrokkene 3] zou kopen. Verder zou hij een truck, merk Iveco, met kenteken 21-VTR-2 en oplegger met kenteken OK-91-TH van hem kopen. Er is een marktconforme prijs voor deze voertuigen betaald. Na verrekening van de schulden over en weer bleef er voor verdachte een bedrag van € 18.195,82 over8. Dit geld is overgemaakt naar rekening 65.80.37.3589.

Na controle bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer te Veendam bleek de bedrijfsauto,

merk Iveco, voorzien van het kenteken 65-VGR-8 op 9 juni 2010 te zijn overgeschreven op naam van [betrokkene 4]

Uit de administratie bleek dat verdachte op 19 februari 2010 voornoemde bedrijfsauto had ingeruild. Hiervoor in de plaats was een bedrijfsauto, merk Renault, voorzien van het kenteken 5-VGP-43 gekocht. Verdachte moest een bedrag van € 14.824,55 bijbetalen. Hiervoor had verdachte een leasecontract afgesloten bij RCI Financial Services BV.

Uit een mailwisseling met[betrokkene 5], creditmanager bij RCI Financial Services blijkt dat het voertuig met kenteken 5-VGP-43 in brand is gegaan10.

De verzekering, Nationale Nederlanden, heeft een bedrag van ongeveer € 19.000 uitgekeerd aan verdachte11. Deze had verzuimd te vertellen dat het om een gefinancierde auto ging. Tevens had verdachte later tegen RCI Financial Services gezegd dat dit geld op de rekening van de curator zou staan. Verdachte had RCI hier niet van in kennis gesteld en had ook het bedrag van € 19.000,-- niet doorgestort naar RCI.

Bijzondere bewijsoverweging

Verdachte heeft ter terechtzitting van 1 november 2013 onder meer verklaard dat er voor enkele tonnen aan vangnetten en randbeveiliging is gestolen.

De rechtbank acht dit op grond van de verklaring van de curator Van Boven dat op de kolommenbalans 2011 een post voorraad vangnetten en een post voorraad materiaal randbeveiliging van € 277.698,38 was opgenomen en de verklaring van de getuige Hennipman op 9 januari 2013 dat verdachte in een rechtszaak die op 13 april 2011 voor de rechtbank in Assen diende heeft verklaard dat hij ongeveer 100.000 m2 aan vangnetten bezat, niet aannemelijk geworden.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1. primair en onder 2. tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

de besloten vennootschap [verdachte]op verschillende tijdstippen in de periode van 1 mei 2010 tot 7 maart 2013 in Nederland meermalen, terwijl die besloten vennootschap [verdachte] bij vonnis van de Arrondissementsrechtbank te Assen van 26 april 2011 in staat van faillissement was verklaard, ter bedriegelijke verkorting van de rechten van haar schuldeisers,

A)

de navolgende goederen, te weten een hoeveelheid vangnetten en randbeveiliging aan de boedel heeft onttrokken,

en

B)

niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen ten opzichte van het voeren van een administratie ingevolge artikel 15i van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, het te voorschijn brengen van de boeken, bescheiden en/of andere gegevensdragers in dat artikel bedoeld, immers heeft die besloten vennootschap Beekelaar Vangnetten & Randbeveiliging B.V.

- niet de verkoopfacturen 2010 (periode januari tot 24 november 2010) en inkoopnota's van het jaar 2011 te voorschijn gebracht en aan de curator overgelegd, en

- aldus niet een volledige en samenhangende administratie, als boven bedoeld, bijgehouden en aan de curator overgelegd,

zulks terwijl hij, verdachte, feitelijk leiding heeft gegeven aan boven omschreven verboden gedragingen;

2.

hij in de periode van 26 april 2011 tot 7 maart 2013 in Nederland als bestuurder van een rechtspersoon, te weten de besloten vennootschap[verdachte], welke rechtspersoon door de arrondissementsrechtbank te Assen bij vonnis van 26 april 2011 in staat van faillissement was verklaard, en wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen aan de curator opzettelijk verkeerde inlichtingen heeft gegeven, te weten met betrekking tot

- de verblijfplaats van voertuigen en een oplegger (kenteken 65-VGR-8 en 21-VTR-2 en OK-91-TH) van het leasebedrijf Transned Lease Finance en/of Iveco Lease.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het onder 1. primair en 2. meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1. primair:

bedrieglijke bankbreuk, hebbende verdachte feitelijke leiding gegeven aan de verboden gedraging,

strafbaar gesteld bij artikel 341 in verbinding met artikel 51 van het Wetboek van Strafrecht, meermalen gepleegd;

onder 2.:

als bestuurder van een rechtspersoon, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen, opzettelijk verkeerde inlichtingen geven,

strafbaar gesteld bij artikel 194 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte, de eis van de officier van justitie, het pleidooi van de raadsvrouw van de verdachte en de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 10 oktober 2013, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder ter zake van soortgelijke feiten als de onderhavige is veroordeeld.

De besloten vennootschap [verdachte]is op 26 april 2011 in staat van faillissement verklaard. Verdachte heeft, als feitelijk leidinggevende, in de periode van 1 mei 2010 tot en met 7 maart 2013 met de bedoeling zijn schuldeisers te benadelen, een hoeveelheid vangnetten en randbeveiliging aan de boedel onttrokken en geen volledige en samenhangende administratie bijgehouden, waardoor hij de verkoopfacturen over vrijwel het gehele jaar 2010 en de inkoopnota's over het jaar 2011 niet aan de curator kon overleggen.

Voorts heeft verdachte als bestuurder van genoemde besloten vennootschap nadat deze in staat van faillissement was verklaard, opzettelijk verkeerde informatie aan de curator verschaft met betrekking tot de verblijfplaats van voertuigen en een oplegger van de leasebedrijven Transned Lease Finance en/of Iveco Lease.

De rechtbank rekent de verdachte deze feiten aan. Hij heeft immers zijn schuldeisers financieel benadeeld en het vertrouwen beschaamd dat deelnemers aan het handelsverkeer in elkaar behoren te kunnen stellen.

Anderzijds betrekt de rechtbank in haar overwegingen dat het aanvankelijk goedlopende bedrijf van verdachte door terugloop in werkzaamheden in de rode cijfers is gekomen, waarna verdachte, onder de dreiging van een faillissement, zijn bedrijfsvoorraad heeft willen veilig stellen. Daarenboven heeft verdachte door zijn ziekte onvoldoende oog gehad voor de administratieve kant van de bedrijfsvoering. Blijkens het uittreksel uit zijn justitiële documentatie is verdachte niet eerder terzake van soortgelijke feiten is veroordeeld. Sinds mei 2013 ontvangt verdachte AOW. Zijn gezondheid is als gevolg van diabetes slecht.

Het vorenstaande brengt de rechtbank ertoe aan verdachte een deels voorwaardelijke taakstraf op te leggen van na te melden aantal uren.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het onder 1. primair en onder 2. tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1. primair en onder 2. meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit 120 uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren zal verrichten, vervangende hechtenis voor de duur van zestig dagen zal worden toegepast, waarvan zestig uren werkstraf of dertig dagen hechtenis bij niet behoorlijke verrichting, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.

De rechtbank beveelt, dat het voorwaardelijk opgelegde gedeelte van deze straf niet zal worden tenuitvoergelegd als de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.M. Oostdam, voorzitter, en mr. E. Läkamp en mr. M.A.A. van Capelle, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 15 november 2013.

1 dossierpagina 18 en volgende van het onderzoeksdossier

2 dossierpagina 429 van de documentenmap

3 dossierpagina 428 van de documentenmap

4 dossierpagina 26 en volgende van het onderzoeksdossier

5 dossierpagina 346 van de documentenmap

6 dossierpagina 16 van het onderzoeksdossier

7 dossierpagina 22 en volgende van het onderzoeksdossier

8 dossierpagina 304 van de documentenmap

9 dossierpagina 134 van de documentenmap

10 dossierpagina 309 van de documentenmap

11 dossierpagina 262 van de documentenmap