Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:7035

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
14-11-2013
Datum publicatie
19-11-2013
Zaaknummer
2241601 CV EXPL 13-9552
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

vordering na grondslagwijziging toegewezen; wel reden voor proceskostencompensatie

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Groningen

Zaak\rolnummer: 2241601 CV EXPL 13-9552

Vonnis d.d. 14 november 2013

inzake

de naamloze vennootschap Menzis Zorgverzekeraar N.V., door splitsing rechtsopvolger onder algemene titel van de onderlinge waarborgmaatschappij Menzis Zorgverzekeraar U.A.,

gevestigd en kantoorhoudende te Wageningen,

eiseres, hierna Menzis te noemen,

gemachtigde LAVG gerechtsdeurwaarders te Groningen,

tegen

[naam],

wonende te [plaatsnaam],

gedaagde, hierna [gedaagde] te noemen,

in persoon procederende.

PROCESGANG

in conventie en reconventie

Bij dagvaarding van 19 juli 2013 heeft Menzis een vordering ingesteld als daarin nader omschreven.

[gedaagde] heeft bij conclusie van antwoord verweer gevoerd.

Menzis heeft gerepliceerd en tevens haar eis gewijzigd.

[gedaagde] heeft gedupliceerd.

Vonnis is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

in conventie en reconventie

De feiten

De kantonrechter gaat uit van de navolgende feiten.

1.1 [gedaagde] is tot en met 31 december 2012 bij Menzis verzekerd geweest voor ziektekosten.

1.2 Menzis heeft in januari 2012 een bedrag van € 217,55 betaald aan [gedaagde].

1.3 Op 14 april 2012 heeft Menzis [gedaagde] een rekening doen toekomen van € 217,55 met als bijschrift: “ Correctie, foutieve uitbetaling in januari 2012 ”.

1.4 Door Menzis is (ten onrechte) premie in rekening gebracht voor de maand januari 2013 van € 179,55. [gedaagde] heeft het bedrag aan Menzis betaald via automatische incasso, doch de betaling op enig moment gestorneerd.

De vordering

2.1 Menzis vordert (samengevat), dat de kantonrechter [gedaagde] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, veroordeelt tot betaling van € 230,78 vermeerderd met de wettelijke rente over € 179,55 vanaf 12 juli 2013 en de proceskosten.

De standpunten van partijen

3.1 Menzis legt, naast de vaststaande feiten, het navolgende aan haar vordering ten grondslag. Per abuis is in de dagvaarding vermeld dat zij betaling vordert van premie over januari 2013. Bij repliek heeft zij de grondslag haar eis gewijzigd, de hoofdsom is gelijk gebleven. De betaling in januari 2012 van € 217,55 betreft een onverschuldigde betaling. Op enig moment heeft Menzis de hieruit voortvloeiende vordering op [gedaagde] ten onrechte verminderd met € 179,55. Zij had de vordering in eerste instantie deels verrekend met de betaling van [gedaagde], omdat die betaling is gestorneerd moet het bedrag van € 179,55 alsnog betaald worden. Menzis heeft haar vordering en de gang van zaken toegelicht aan [gedaagde]. Wegens het betalingsverzuim van [gedaagde] maakt Menzis aanspraak op rente, voor de periode tot 12 juli 2013 een bedrag van € 2,83 en buitengerechtelijke incassokosten van € 48,40 inclusief BTW.

3.2 [gedaagde] voert aan dat er een en ander in de administratie van Menzis is misgegaan nadat was verzocht de verschuldigde premie van haar ex-partner en haar en de kinderen te splitsen. Er zijn in een paar maanden tijd veel bedragen van haar rekening afgeschreven waarvoor een toelichting ontbreekt. Menzis is [gedaagde], ondanks haar reclamaties daarover, blijven aanschrijven voor de vermeende verschuldigde premie over januari 2013. [gedaagde] vraagt zich af of het is toegestaan dat tijdens de procedure de eis veranderd wordt. [gedaagde] stelt dat zij teveel premie aan Menzis heeft betaald en wil een bedrag van € 176,30 terugontvangen. Daarnaast maakt [gedaagde] bezwaar tegen de extra kosten.

De beoordeling

4.1 De kantonrechter overweegt dat zolang nog geen eindvonnis is gewezen, de eiser ingevolge artikel 130 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevoegd is zijn eis of de gronden daarvan te veranderen. De gedaagde mag tegen de eiswijziging bezwaar maken op grond dat de wijziging in strijd is met de eisen van een goede procesorde. Nu [gedaagde] inhoudelijk op de gewijzigde eis heeft kunnen reageren en zij verder inhoudelijk geen argumenten heeft aangevoerd waarom de eiswijziging in strijd zou zijn met een goede procesorde, zal de kantonrechter de eiswijziging toestaan. Wel zal hiermee rekening worden gehouden bij de beslissing over de proceskosten.

4.2 De kantonrechter overweegt dat [gedaagde] niet gemotiveerd heeft weersproken dat Menzis in januari 2012 zonder daartoe gehouden te zijn een bedrag van € 217,55 aan haar heeft betaald en dat zij gehouden is tot terugbetaling van dat bedrag. Ook betwist zij niet dat de poging van Menzis om deze vordering te verrekenen met de zonder rechtsgrond verrichte betaling van [gedaagde] van € 179,55 niet is geslaagd omdat de betaling van [gedaagde] is gestorneerd. Menzis vordert thans betaling van het bedrag van € 179,55. Omdat [gedaagde] dat deel niet aan Menzis heeft terugbetaald en [gedaagde] op dit punt geen verweren heeft aangevoerd, zal het bedrag worden toegewezen.

4.3 Nu [gedaagde] het bedrag van € 179,55 ten onrechte onder zich heeft gehouden, dient zij ook de wettelijke rente aan Menzis over dat bedrag te voldoen over de periode dat zij heeft verzuimd tot terugbetaling over te gaan. De gevorderde rente zal dan ook worden toegewezen.

4.4 Ter zake van de buitengerechtelijke incassokosten oordeelt de kantonrechter als volgt. Menzis vordert een bedrag dat is gebaseerd op het bepaalde in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De onderhavige vordering heeft echter geen betrekking op één van de situaties waarop genoemd besluit van toepassing is. De kantonrechter zal de vraag of buitengerechtelijke kosten verschuldigd zijn daarom toetsen aan de eisen zoals deze zijn geformuleerd in het rapport Voorwerk II. Uitgangspunt is dat de buitengerechtelijke werkzaamheden meer moeten omvatten dan (eventueel herhaalde) standaardaanmaningen. Nu hiervan niet is gebleken, dienen deze werkzaamheden te worden aangemerkt als zijnde ter voorbereiding van de processtukken en instructie van de zaak. De vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten zal alleen al om die reden worden afgewezen.

4.5 [gedaagde] heeft bij conclusie van dupliek een eis een tegenvordering ingesteld. De kantonrechter overweegt dat een tegenvordering / eis in reconventie op grond van artikel 137 Rv dadelijk bij antwoord moet worden ingesteld. De kantonrechter zal [gedaagde] dan ook niet ontvankelijk verklaren in haar eis in reconventie.

4.6 Met betrekking tot de proceskosten oordeelt de kantonrechter als volgt. Menzis stelt dat zij [gedaagde] er meermaals op heeft gewezen dat zij de hoofdsom dient terug te betalen en verwijst daarvoor naar de brief van 14 april 2012 en naar telefoongesprekken waarin een en ander zou zijn toegelicht. De kantonrechter stelt vast dat uit de overgelegde producties geenzins blijkt van een deugdelijke toelichting van de vordering door Menzis of haar gemachtigde richting [gedaagde]. Menzis is [gedaagde] blijven aanmanen voor het betalen van premie over januari 2013 en is ook deze procedure met die vordering gestart. Tijdens de procedure is de vordering pas van een deugdelijke, zij het enigszins summiere, onderbouwing voorzien. Indien Menzis haar vordering van meet af aan inzichtelijk had gemaakt en met bescheiden had onderbouwd, was een gerechtelijke procedure misschien niet nodig geweest. Het gebrekkige procederen van Menzis rechtvaardigt een compensatie van kosten waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

BESLISSING

De kantonrechter:

in conventie:

veroordeelt [gedaagde] om tegen kwijting aan Menzis te betalen € 182,38 vermeerderd met de wettelijke rente over € 179,55 vanaf 12 juli 2013 tot de dag der algehele voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

ontzegt het meer of anders gevorderde.

in reconventie:

verklaart [gedaagde] niet-ontvankelijk in haar vordering;

in conventie en reconventie:

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

Dit vonnis is gewezen door mr. R.Tj. Terpstra, kantonrechter, en op 14 november 2013 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.

typ: jc