Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:6987

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
15-11-2013
Datum publicatie
15-11-2013
Zaaknummer
18/930177-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft de samenleving schade toegebracht. In het financieel verkeer moet een ieder erop kunnen vertrouwen dat men op een veilige manier kan deelnemen aan het pinverkeer. Dit vertrouwen wordt ernstig beschaamd als blijkt dat bij geldopnamen de vertrouwelijke gegevens van een betaalpas en de pincode door derden onrechtmatig worden verkregen en met die gegevens de bijbehorende rekeningen worden leeggehaald. De maatschappelijke kosten van dit misdrijf zijn dan ook hoog. Naast die financiële schade gaat dit voor de gebruiker en eigenaar van een pas gepaard met veel hinder, frustratie en overlast om die schade te herstellen en een nieuwe credit- dan wel pinpas te verkrijgen. Ook de schade die de gedupeerde banken daarvan ondervinden is aanzienlijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18/930177-13

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 15 november 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[naam verdachte],

geboren [geboortedatum] 1978,

thans verblijvende in PI Leeuwarden te Leeuwarden,

ook bekend als:

[alias verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1985 te Roemenië (Roemenië).

De onderzoeken ter terechtzitting hebben plaatsgehad op 9 juli 2013, 30 augustus 2013,

24 september 2013, 22 oktober 2013 en 1 november 2013.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. B.J.W. Tijkotte, advocaat te Koog aan de Zaan.

Het openbaar ministerie werd ter terechtzitting vertegenwoordigd door mr. G. Souër.

Tenlastelegging

De verdachte is ingevolge de ter terechtzitting gewijzigde tenlastelegging bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 1 augustus 2012tot en met 15 april 2013, in de gemeente(n)

Midden-Drenthe en/of Assen en/of Zuidhorn en/of Noordenveld en/of Stadskanaal,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

(telkens) een of meer voorwerp(en), te weten computerapparatuur, (andere)

Digitale apparatuur, (een) samenstel(len) van) elektronica,

computersoftware/-programmatuur, (een) kaartlezer(s), (een)

skimafdekpla(a)t(en), (een) skimvoorzetstuk(ken), een voorzetstuk voor een

pinautomaat en/of (een) (bank)pasje(s),

(telkens) heeft vervaardigd en/of ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of

heeft verkocht en/of overgedragen en/of voorhanden heeft gehad,

van welk(e) voorwerp(en) verdachte en/of die mededader(s) (telkens) wist(en)

dat zij bestemd was/waren tot het plegen van enig in artikel 232, eerste lid

van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf;

2.

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 1 augustus 2012 tot en met 15 april 2013. in de gemeente(n)

Midden-Drenthe en/of Assen en/of Zuidhorn en/of Noordenveld en/of Stadskanaal,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

(telkens) opzettelijk een of meer betaalpas(sen), waardekaart(en) en/of enige

andere voor het publiek beschikbare kaart(en) en/of voor het publiek

beschikbare drager(s) van identiteitsgegevens, bestemd voor het verrichten

en/of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs geautomatiseerde

weg, te weten een of meer (bank)pasje(s), (telkens) valselijk heeft opgemaakt

en/of heeft vervalst,

(telkens) met het oogmerk zichzelf en/of een of meer ander(en) te bevoordelen;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op verschillende tijdstippen, althans op enig tijdstip, in of omstreeks de

periode van 1 augustus 2012 tot en met 15 april 2013, in de gemeente(n)

Midden-Drenthe en/of Assen en/of Zuidhorn en/of Noordenveld en/of Stadskanaal,

althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen,

(telkens) opzettelijk een of meer valse of vervalste betaalpas(sen),

waardekaart(en) of enige andere voor het publiek beschikbare kaart, bestemd

voor het verrichten of verkrijgen van betalingen of andere prestaties langs

geautomatiseerde weg, als ware(n) deze pas(sen) en/of waardekaart(en) echt en

onvervalst, te weten een of meer (bank)pasje(s), voorhanden heeft gehad en/of

heeft ontvangen en/of zich heeft verschaft en/of heeft vervoerd en/of verkocht

en/of overgedragen,

terwijl verdachte en/of die mededader(s) (telkens) wist(en) of redelijkerwijs

moest(en) vermoeden dat die betaalpas(sen) en/of die waardekaart(en) bestemd

was/waren voor zodanig gebruik;

3.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2012 tot en met 15 april 2013, in de gemeente(n) Midden-Drenthe en/of Assen en of Zuidhorn en of Noordenveld en of Stadskanaal, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie die tot het oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van overtreding van (de) artikel(en) 232 en of 234 van het Wetboek van Strafrecht (het zogeheten skimmen en/of het voorhanden hebben van skimapparatuur).

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat “verdachte en/of zijn mededader(s)” lezen alsof daar staat “verdachte en/of zijn medeverdachte(n)”. De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

- vrijspraak van het onder 2. primair ten laste gelegde;

- veroordeling voor het onder 1., 2. subsidiair en 3. ten laste gelegde;

- oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaren met aftrek van voorarrest;

- onttrekking aan het verkeer van de volgende op de kamer van verdachte in beslag genomen voorwerpen: een rijbewijs, een C1000 tas met daarin een rode mobiele telefoon (merk: Nokia), een groen broodtrommetje met daarin skimafval, een metallic afdekplaat, een zware afdekplaat, een transparante tas met daarin USB-sticks, geprepareerde stekkertjes en een externe harde schijf, een metallic mobiele telefoon, een roze toilettas met daarin handgeschreven pincodes en tijden en een oranje toilettas met diverse pasjes, skim-

elektronica en twee pinpassen, een laptop (merk: Packard Bell), een tablet (merk: Samsung Galaxy Tab 2) in een doos, een laptop (HP) en een rode mobiele telefoon (Nokia);

- verbeurdverklaring van de volgende op de kamer van verdachte in beslag genomen voorwerpen: een Albert Heijn-tas met daarin een toetsenbord en schuurpapier en een zwarte tas met inhoud, waaronder een handgeschreven lijstje, een telefoonkaart, een SIM-kaart, een Cd-rom verpakt in een Cd-rom houder, een Cd-rom verpakt in toiletpapier en geld.

Geldigheid van de dagvaarding

De raadsman van verdachte heeft gemotiveerd bepleit dat de dagvaarding ten aanzien van het onder 1. en 2. primair en subsidiair ten laste gelegde nietig is. Hiertoe heeft hij onder meer aangevoerd dat het voor verdachte onvoldoende duidelijk is wat hem wordt verweten, nu het een omvangrijk dossier betreft en de tenlastelegging onvoldoende specifiek aangeeft op welke in het dossier genoemde voorwerpen en op welke data, tijdstippen en locaties wordt gedoeld.

De rechtbank verwerpt dit verweer, nu de dagvaarding naar het oordeel van de rechtbank voldoet aan de in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering gestelde eisen en de tenlastelegging voldoende concreet en begrijpelijk is. Hiertoe overweegt de rechtbank dat

- anders dan in de door de raadsman aangehaalde uitspraak van de rechtbank Rotterdam (LJN: BZ 6791) - de tenlastelegging, gelet op het in het dossier besproken vijftal zaken, niet zodanig ongespecificeerd is dat niet duidelijk is wat verdachte wordt verweten. Ter terechtzitting is aan de rechtbank evenmin gebleken dat dit voor verdachte daadwerkelijk niet duidelijk was.

Vrijspraak

De rechtbank is - met de officier van justitie en de raadsman - van oordeel dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het onder 2. primair ten laste gelegde, nu hiervoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs in het dossier aanwezig is.

Ten aanzien van het onder 2. subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsman eveneens vrijspraak bepleit. Hiertoe heeft hij onder meer aangevoerd dat onduidelijk is waar de bankpasjes met vermoedelijk geskimde gegevens waarover in het dossier wordt gerelateerd, zijn aangetroffen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Blijkens het proces-verbaal bevindingen magneetstrippassen blijkt dat bij "de huiszoekingen" meerdere magneetstrippassen werden aangetroffen en dat na onderzoek door Equens is gebleken dat op zeven magneetstrippassen gegevens op de magneetstrip stonden die niet overeenkwamen met de gegevens van de pas zelf. Op basis hiervan wordt de conclusie getrokken dat de zeven magneetstrippassen vermoedelijk geskimde gegevens bevatten. De rechtbank constateert echter dat uit voornoemde stukken, noch uit enig ander stuk in het dossier, blijkt bij welke huiszoeking en waar de betreffende zeven passen specifiek werden aangetroffen.

De rechtbank kan derhalve niet vaststellen of deze passen in beslag zijn genomen onder verdachte en/of zijn medeverdachten, op de tijdelijke verblijfplaats van verdachte in Westerbork of op enige andere aan verdachte en/of zijn medeverdachten te liëren locatie.

De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat verdachte voornoemde passen voorhanden heeft gehad en zal verdachte tevens vrijspreken van het onder 2. subsidiair ten laste gelegde.

Bewijsmotivering

Feit 1.

Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde is door de raadsman gemotiveerd vrijspraak bepleit. Hiertoe heeft de raadsman onder meer aangevoerd dat de door medeverdachte, verdachte 3, afgelegde belastende verklaringen niet tot het bewijs kunnen worden gebezigd, nu deze verklaringen niet na de betreffende verhoren aan hem zijn voorgehouden.

Ten aanzien van dit verweer overweegt de rechtbank als volgt.

De stelling dat de verklaringen van verdachte 3 niet aan hem zijn voorgehouden en dat verdachte 3 derhalve niet onmiddellijk heeft kunnen aangeven dat zijn verklaring onjuist is weergegeven, wordt weerlegd door het proces-verbaal van bevindingen d.d. 15 oktober 2013. Hierin wordt immers gerelateerd dat de verklaring van verdachte 3 afgelegd op 25 april 2013 alsnog op 26 april 2013 met behulp van een tolk in zijn geheel aan hem is voorgelezen.

Voorts is bepleit dat de verklaringen van verdachte 3 bij de politie niet als bewijs van betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten kunnen worden gebezigd, nu verdachte 3 op deze verklaringen is teruggekomen bij de rechter-commissaris.

Ten aanzien van dit verweer overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte 3 heeft blijkens bovenvermeld proces-verbaal aangegeven geen aanpassingen in zijn verklaring d.d. 25 april 2013 te wensen.

Voorts constateert de rechtbank dat verdachte 3 niet alleen tijdens zijn verhoor op 25 april 2013, maar ook in het verhoor op 26 april 2013 belastende verklaringen heeft afgelegd en tijdens dit verhoor, noch tijdens het hierop volgende verhoor, is teruggekomen op datgene wat hij op 25 april 2013 heeft verklaard.

Bij de politie heeft verdachte 3 in detail en heel concreet verklaard over zijn eigen rol en de rol van de medeverdachten. Bij de rechter-commissaris heeft verdachte 3 op 17 oktober 2013 verklaard dat hij in het algemeen bij zijn eerder afgelegde verklaringen blijft, maar terugkomt op zijn belastende verklaringen ten aanzien van verdachte en verdachte 2. De rechtbank acht, gelet op voornoemde overwegingen, deze verklaring ongeloofwaardig.

De rechtbank zal de verklaringen van verdachte 3 derhalve bezigen tot het bewijs.

De rechtbank stelt op grond van de in de voetnoten te noemen bewijsmiddelen die de daartoe redengevende feiten en omstandigheden bevatten, het volgende vast.

Verblijf van verdachten in woning met skimapparatuur

Verdachte 2 heeft vanaf 22 maart 2013 een woning op vakantiepark [naam vakantiepark] aan de [adres] te Westerbork gehuurd. Op het moment van aanhouding woonde verdachte samen met verdachte 2 en verdachte 3 in vakantiewoning nummer 96 (hierna: de woning).

Bij de doorzoeking op 15 april 2013 van de woning werd een grote hoeveelheid skimgerelateerde voorwerpen aangetroffen.

Skimapparatuur met DNA-profiel van verdachte

In de woning werden onder meer twee skimapparaten op de trap, twee skimapparaten en twee rollen tape op slaapkamer M (de slaapkamer van verdachte) en een spuitbus met zwarte verf op slaapkamer L gevonden. Op al deze voorwerpen werd DNA-materiaal matchend met het (onvolledige) DNA-profiel van verdachte aangetroffen.

Computers met trackdata op de kamer van verdachte

Op de slaapkamer van verdachte werd tevens een aantal computers aangetroffen. Op een SD-kaart, behorend bij de notebook (Packard Bell), bleken trackdata te zijn opgeslagen, onder meer bevattende op 17, 23 en 24 maart 2013 geskimde gegevens afkomstig van tankstation [naam tankstation 1] te Roden.

Op een laptop (HP Compaq) werden dezelfde trackdata gevonden, alsmede trackdata met betrekking tot op 13 maart 2013 geskimde gegevens afkomstig van tankstation [naam tankstation 2] te Noordhorn. Op deze laptop werden voorts besturingsprogramma's aangetroffen die het mogelijk maken om data uit skimapparatuur te downloaden. In de SD-kaart, aangetroffen in deze laptop, werd software, bestemd voor het lezen of schrijven van magneetstrips of het downloaden of (de)coderen van data van magneetstriplezers/paslezers, aangetroffen.

Op camerabeelden van tankstation [tankstation 1] te Roden is de Renault Espace met kenteken [kenteken], zijnde de auto waarvan verdachte gebruik maakt, en/of de Renault Laguna met kenteken [kenteken], zijnde de auto van verdachte 3, op onder meer 17, 23 als 24 maart 2013 gezien.

Opvallend is dat telkens verdachte en/of verdachte 2 en verdachte 3, of "sterk op hen gelijkende personen" - in wisselende samenstellingen - op de beelden worden gezien, waarbij telkens is te zien dat er niet wordt getankt, maar wel handelingen bij de betaalzuil worden verricht. Zo wordt op 17 maart 2013 een Renault Espace gezien, waar een persoon, sterk gelijkend op verdachte 3, vanuit de bestuurderskant uitstapt en handelingen aan de betaalautomaat verricht. Vervolgens stapt een persoon, sterk gelijkend op verdachte 2, uit de auto. Hij heeft een op een plamuurmes gelijkend voorwerp bij zich en verricht eveneens handelingen aan de betaalautomaat. Op 23 maart 2013 wordt door een persoon, sterk gelijkend op verdachte 2, rijdend in een Renault Laguna, iets verwijderd van de betaalautomaat. Op 24 maart 2013 wordt door een persoon, sterk gelijkend op verdachte 2, rijdend in een Renault Espace, kracht gezet op het beeldscherm van de betaalautomaat, gedaan alsof er wordt getankt en gewrikt aan de betaalautomaat.

Verdachte 3 heeft verklaard dat bij de [tankstation 1] in Roden daadwerkelijk skimapparatuur is geplaatst door verdachte, welke skimapparatuur 's avonds - in bijzijn van verdachte 3 - weer werd opgehaald.

Op camerabeelden van tankstation [tankstation 2] te Noordhorn, d.d. 16 maart 2013, is de Renault Espace met kenteken [kenteken] eveneens te zien.

De bijrijder, sterk gelijkend op verdachte, stapt uit met een voorwerp in zijn hand en bevestigt dit voorwerp aan de betaalzuil, waarna hij meerdere malen een (ander) voorwerp uit de auto haalt en handelingen aan de betaalzuil verricht.

Aangiften van skimming en aantreffen DNA verdachte

Er is door diverse tankstations aangifte van skimming gedaan. Dit betreft [tankstation 3] te Onstwedde, [tankstation 2] te Noordhorn, [tankstation 1] te Roden en [tankstation 4] te Beilen.

Op de betaalzuilen van deze tankstations werd op respectievelijk 9 februari 2013, 3 april 2013, 1 april 2013 en 13 april 2013 skimapparatuur aangetroffen met daarop DNA-materiaal en/of dacty, telkens matchend met het DNA-profielcluster en/of de vingerafdruk van verdachte.

Verdachte 3 heeft belastende verklaringen afgelegd over zichzelf en over beide medeverdachten.

De verklaring van verdachte 3 van 25 april 2013

Ik heb verdachte en verdachte 2 naar verschillende benzinestations gereden, met mijn Renault en 1 of 2 keer met de Renault Espace. Verdachte wist wat hij moest doen. Eerst dacht ik dat verdachte benzine aan het stelen was, later vertelde verdachte 2 dat hij zich bezighield met bankpasfraude. Verdachte deed alles. Hij maakte de apparatuur, plaatste het en haalde het er af. Ik weet dat ik in Roden ben geweest bij [tankstation 1] en [tankstation 2]. Daar is apparatuur geplaatst door verdachte, ’s morgens plaatste hij de apparatuur en hij haalde het ’s avonds weer op. Ik ben ook mee geweest.

De verklaring van verdachte 3 van 26 april 2013

Naar aanleiding van het tonen van beelden bij benzinestations: Dat is verdachte, ik ging wel mee, eerst dacht ik dat hij gewoon benzine aan het stelen was.

Op de vraag of verdachte 3 wist dat verdachte apparatuur ging plaatsen antwoordt verdachte 3: in het begin dus niet maar later wel. Verdachte 2 is ook 1 of 2 keer mee geweest.

Conclusie

Gelet op het bovenstaande, in onderling verband en samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat bewezen kan worden dat verdachte, verdachte 3 en verdachte 2 zich tezamen en in vereniging hebben schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van voor skimming bestemde voorwerpen op verschillende locaties en data. Verdachten maakten en plaatsten de apparatuur en haalden deze er ook weer vanaf. In de loop van de morgen werd de apparatuur geplaatst en deze werd er 's avonds weer afgehaald. Verdachte 3 bracht verdachte regelmatig van en naar tankstations, enkele keren in het bijzijn van verdachte 2. Verdachte 3 en verdachte 2 hebben zelf ook handelingen verricht aan betaalzuilen. Verdachte hield zich bezig met de computers.

Derhalve zal de rechtbank het onder 1. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen verklaren.

Feit 3.

Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde is door de raadsman gemotiveerd vrijspraak bepleit. Hiertoe heeft de raadsman aangevoerd dat niet bewezen kan worden verklaard dat tussen verdachte, verdachte 3 en verdachte 2 een duurzaam en structureel samenwerkingsverband bestond.

De rechtbank overweegt dat skimming naar zijn aard een planmatig karakter draagt. Na het plaatsen en ophalen van de skimapparatuur dienen de geskimde gegevens te worden opgeslagen en verwerkt om uiteindelijk geld mee op te kunnen nemen. De te verrichten handelingen dienen nauw op elkaar afgestemd te zijn en op verschillende momenten en plaatsen te geschieden.

Gelet op de onder 1. opgenomen bewijsmiddelen is de rechtbank van oordeel dat verdachte de handelingen in het kader van het onder 1. ten laste gelegde en bewezen verklaarde niet alleen heeft verricht, maar hiertoe nauw en bewust heeft samengewerkt met verdachte 3 en verdachte 2, met wie hij gedurende enkele weken in een vakantiewoning - vol met skimapparatuur - verbleef en in wiens auto's hij reed of werd gereden. De skimapparatuur werd telkens 's morgens geplaatst en 's avonds weer opgehaald. Dit gebeurde in wisselende samenstellingen. Op de kamer van verdachte werden laptops en gegevensdragers aangetroffen die de door verdachten geskimde data bleken te bevatten.

Met deze geskimde data bleek enkele weken na het verkrijgen van de data ook daadwerkelijk te zijn gecasht in Panama en in Amerika.

De rechtbank is gelet op het bovenstaande van oordeel dat sprake was van een organisatie tussen verdachte, verdachte 3 en verdachte 2, waarin sprake was van een onderlinge samenwerking gedurende een zekere periode in een gestructureerd verband. Verdachte, verdachte 2 en verdachte 3 vervulden allen een rol binnen dit gestructureerde verband en verrichtten gedragingen die strekten tot het verwezenlijken van het oogmerk van de organisatie, namelijk skimming.

De rechtbank acht het onder 3. ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1. en 3. tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1.

hij op verschillende tijdstippen in de periode van 1 januari 2013tot en met 15 april 2013in de gemeenten Midden-Drenthe en Zuidhorn en Noordenveld en Stadskanaal tezamen en in vereniging met anderen telkens een of meer voorwerp(en), te weten computerapparatuur, andere digitale apparatuur, samenstellen van elektronica, , kaartlezers, skimafdekplaten, skimvoorzetstukken, een voorzetstuk voor een pinautomaat en (bank)pasjes en computersoftware/-programmatuur telkens zich heeft verschaft en voorhanden heeft gehad, van welke voorwerpen en van welke computersoftware/-programmatuur verdachte en die medeverdachten telkens wisten dat zij bestemd waren tot het plegen van enig in artikel 232, eerste lid van het Wetboek van Strafrecht omschreven misdrijf;

3.

hij in de periode van 1 januari 2013 tot en met 15 april 2013, in de gemeenten Midden-Drenthe en Zuidhorn en Noordenveld en Stadskanaal heeft deelgenomen aan een organisatie die tot het oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het plegen van overtreding van de artikelen 232 en/of 234 van het Wetboek van Strafrecht, het zogeheten skimmen en/of het voorhanden hebben van skimapparatuur.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde levert op:

1.

Medeplegen van het voorhanden hebben van voorwerpen, wetende dat zij bestemd zijn tot het opzettelijk valselijk opmaken van een betaalpas bedoeld voor het verrichten van betalingen langs geautomatiseerde weg met het oogmerk om zichzelf of een ander te bevoordelen.

3.

Deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

Deze feiten zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, het hem betreffende uittreksel uit de justitiële documentatie, alsmede de vordering van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich op georganiseerde schaal beziggehouden met het skimmen van bank- en betaalpasgegevens en maakte deel uit van een criminele organisatie die zich skimmen tot doel stelde. Met hun handelwijze dupeerden verdachte en zijn medeverdachten nietsvermoedende burgers en hun banken.

De rechtbank komt tot bewezenverklaring van het voorhanden hebben van een aanzienlijke hoeveelheid skimapparatuur. De rechtbank houdt er voorts rekening mee dat, zoals hiervoor overwogen, deze of soortgelijke skimapparatuur ook daadwerkelijk is geplaatst en tot kasopnames in het buitenland heeft geleid. Verdachte heeft met zijn medeverdachten beredeneerd en planmatig gehandeld en heeft in verband met deze skimactiviteiten met zijn medeverdachten geruime tijd in Nederland verblijf gehouden. Het door verdachte en zijn medeverdachten gehuurde vakantiehuisje vormde niet alleen hun verblijfplaats maar was ook een plaats waar zij hun skimapparatuur verborgen.

Verdachte heeft de samenleving schade toegebracht. In het financieel verkeer moet een ieder erop kunnen vertrouwen dat men op een veilige manier kan deelnemen aan het pinverkeer. Dit vertrouwen wordt ernstig beschaamd als blijkt dat bij geldopnamen de vertrouwelijke gegevens van een betaalpas en de pincode door derden onrechtmatig worden verkregen en met die gegevens de bijbehorende rekeningen worden leeggehaald. De maatschappelijke kosten van dit misdrijf zijn dan ook hoog. Naast die financiële schade gaat dit voor de gebruiker en eigenaar van een pas gepaard met veel hinder, frustratie en overlast om die schade te herstellen en een nieuwe credit- dan wel pinpas te verkrijgen. Ook de schade die de gedupeerde banken daarvan ondervinden is aanzienlijk.

Voorts is gebleken dat verdachte zich eerder met skimming heeft beziggehouden en daarvoor in Roemenië is veroordeeld tot een forse gevangenisstraf.

De landelijk gehanteerde oriëntatiepunten voor straftoemeting ter zake van het plaatsen van skimapparatuur en het voorhanden hebben van skimapparatuur bedragen respectievelijk 1 jaar en 9 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Het plegen van deze misdrijven in georganiseerd verband behoort tot een aanzienlijke strafverhoging te leiden.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank de oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee jaar op zijn plaats.

In beslag genomen goederen

De rechtbank acht de op de kamer waar verdachte verbleef (kamer M) in beslag genomen voorwerpen, te weten een rijbewijs, een C1000 tas met daarin een rode mobiele telefoon (merk: Nokia), een groen broodtrommetje met daarin skimafval, een metallic afdekplaat, een zware afdekplaat, een transparante tas met daarin USB-sticks, geprepareerde stekkertjes en een externe harde schijf, een metallic mobiele telefoon, een roze toilettas met daarin handgeschreven pincodes en tijden en een oranje toilettas met diverse pasjes, skim-

elektronica en twee pinpassen, een laptop (merk: Packard Bell), een tablet (merk: Samsung Galaxy Tab 2) in een doos, een laptop (merk: HP) en een rode mobiele telefoon (Nokia)

vatbaar voor onttrekking aan het verkeer nu het onder 1. bewezen verklaarde feit met behulp van deze voorwerpen is begaan, dan wel deze voorwerpen bestemd zijn tot het begaan van het onder 1. bewezen verklaarde feit en zij van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan door verdachte in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De rechtbank acht de op de kamer waar verdachte verbleef in beslag genomen voorwerpen, te weten een Albert Heijn-tas met daarin een toetsenbord en schuurpapier en een zwart tas met inhoud, waaronder een handgeschreven lijstje, een telefoonkaart, een SIM-kaart, een Cd-rom verpakt in een Cd-rom houder en een Cd-rom verpakt in toiletpapier vatbaar voor verbeurdverklaring nu het onder 1. bewezen verklaarde feit met betrekking tot deze voorwerpen is begaan.

De rechtbank is - met de raadsman - van oordeel dat al het op de kamer waar verdachte verbleef inbeslaggenomen geld dient te worden teruggegeven aan verdachte, nu er geen direct verband met het bewezen verklaarde strafbare feit kan worden aangetoond.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 33a, 33b, 36c, 47, 57, 140, 232 en 234 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT:

Verklaart de dagvaarding geldig.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 2. primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Verklaart het onder 1. en 3. ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar zoals voormeld en verdachte daarvoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van twee jaren.

Beveelt dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Verklaart onttrokken aan het verkeer de volgende in beslag genomen voorwerpen:

een rijbewijs, een C1000 tas met daarin een rode mobiele telefoon (merk: Nokia), een groen broodtrommetje met daarin skimafval, een metallic afdekplaat, een zware afdekplaat, een transparante tas met daarin USB-sticks, geprepareerde stekkertjes en een externe harde schijf, een metallic mobiele telefoon, een roze toilettas met daarin handgeschreven pincodes en tijden en een oranje toilettas met diverse pasjes, skim-elektronica en twee pinpassen, een laptop (merk: Packard Bell), een tablet (merk: Samsung Galaxy Tab 2) in een doos, een laptop (HP) en een rode mobiele telefoon (Nokia).

Verklaart verbeurd de volgende in beslag genomen voorwerpen:

een Albert Heijn-tas met daarin een toetsenbord en schuurpapier en een zwart tas met inhoud, waaronder een handgeschreven lijstje, een telefoonkaart, een SIM-kaart, een Cd-rom verpakt in een Cd-rom houder en een Cd-rom verpakt in toiletpapier.

Gelast de teruggave aan verdachte van het in beslag genomen en nog niet teruggegeven geld, aangetroffen op de kamer waar verdachte verbleef.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezen verklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter, mr. E. Läkamp en mr. P.J. van Steen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.L. van der Woude, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 15 november 2013.

Mr. van Steen en de griffier zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.