Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:6889

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-10-2013
Datum publicatie
13-11-2013
Zaaknummer
18.930283-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. Uit het strafdossier blijkt dat het slachtoffer aangifte heeft gedaan van de door verdachte jegens haar gepleegde handelingen zoals omschreven in de dagvaarding. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat genoegzaam is gebleken dat het slachtoffer de vervolging van de verdachte wenste.

Het slachtoffer c.q. aangeefster voelde zich misbruikt door verdachte, die zich tegenover de politie in denigrerende zin over het slachtoffer heeft uitgelaten en bovendien heeft toegestaan, zonder dat aangeefster het wist, dat een ander de seksuele handelingen heeft kunnen aanschouwen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende invulling gegeven aan het aan het slachtoffer toekomende recht en haar belangen die artikel 167a van het Wetboek van Strafvordering beoogt te beschermen.

De officier van justitie is dan ook ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.930283-13

vonnis van de Meervoudige kamer d.d. 29 oktober 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te Emmen op [geboortedatum] 1994,

wonende te Groningen,

thans uit anderen hoofde gedetineerd in het Huis van Bewaring Zwolle,

Huub van Doornestraat 15 te Zwolle.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 15 oktober 2013.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. R.W. van Faassen, advocaat te Zwolle.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

hij op of omstreeks 29 september 2012 te Coevorden, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die[slachtoffer], hierin bestaande, dat verdachte

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of

- de borsten van die [slachtoffer] heeft betast en/of

- de vagina van die [slachtoffer] heeft betast en/of

- de buik van die [slachtoffer] heeft betast en/of

- die [slachtoffer] heeft getongzoend;

althans, indien terzake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat

hij op of omstreeks 29 september 2012 te Coevorden, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, hierin bestaande, dat verdachte

- zijn penis tegen de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht en/of

- de borsten van die [slachtoffer] heeft betast en/of

- de vagina van die [slachtoffer] heeft betast en/of

- de buik van die [slachtoffer] heeft betast en/of

- die [slachtoffer] heeft getongzoend;

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. R. de Graaf acht hetgeen aan de verdachte primair is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank verdachte voor dit feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maand voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

Verder vorderde de officier van justitie de teruggave aan de verdachte van twee onder hem inbeslaggenomen simkaarten.

Ontvankelijkheid van de officier van justitie

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat de officier van justitie niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vervolging van de verdachte omdat het openbaar ministerie het slachtoffer niet expliciet in de gelegenheid heeft gesteld om haar mening kenbaar te maken, zoals vereist is ingevolge het gestelde in artikel 167a van het Wetboek van Strafvordering.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman. Uit het strafdossier blijkt dat het slachtoffer aangifte heeft gedaan van de door verdachte jegens haar gepleegde handelingen zoals omschreven in de dagvaarding. Hieruit blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat genoegzaam is gebleken dat het slachtoffer de vervolging van de verdachte wenste.

Het slachtoffer c.q. aangeefster voelde zich misbruikt door verdachte, die zich tegenover de politie in denigrerende zin over het slachtoffer heeft uitgelaten en bovendien heeft toegestaan, zonder dat aangeefster het wist, dat een ander de seksuele handelingen heeft kunnen aanschouwen.

Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende invulling gegeven aan het aan het slachtoffer toekomende recht en haar belangen die artikel 167a van het Wetboek van Strafvordering beoogt te beschermen.

De officier van justitie is dan ook ontvankelijk in de vervolging van de verdachte.

Bewijsverweer

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het hem tenlastegelegde omdat de in de dagvaarding omschreven handelingen in het onderhavige geval niet kunnen worden aangemerkt als ontuchtig omdat sprake was van vrijwillig seksueel contact tussen aangeefster en verdachte, die niet wist dat aangeefster 15 jaar oud was maar in de veronderstelling was dat zij 16 à 17 jaar oud was. Ten tijde van de verweten gedragingen was verdachte net 18 jaar oud geworden, zodat sprake is van gelijkwaardigheid van personen.

De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn betoog. Uit het strafdossier leidt de rechtbank af dat geenszins sprake is geweest van gelijkwaardigheid van personen. Naar het oordeel van de rechtbank was er geen sprake van een wederzijdse affectieve relatie. De rechtbank overweegt hierbij dat verdachte, die zich ten overstaan van de politie in denigrerend zin heeft uitgelaten over aangeefster en bovendien heeft toegestaan dat een vriend van hem de seksuele handelingen heeft aanschouwd, misbruik heeft gemaakt van de bereidheid van aangeefster. De aan verdachte verweten handelingen zijn derhalve aan te merken als ontuchtige handelingen. De rechtbank verwerpt dan ook dit verweer van de raadsman.

Bewijsmiddelen

Nu verdachte, hetgeen de rechtbank ten aanzien van het primair tenlastegelegde bewezen zal verklaren, niet heeft weersproken en nadien niet anders heeft verklaard zal de rechtbank ten aanzien van dit feit volstaan met een opgave van bewijsmiddelen.

De rechtbank hanteert voor het bewijs van het feit de navolgende bewijsmiddelen:

1.

de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 oktober 2013.

2.

het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van Politie Noord-Nederland, District Drenthe, Unit Recherche, proces-verbaalnummer 2012069425 d.d. 16 mei 2013 2012 met bijlagen, opgemaakt door [verbalisant], inspecteur van Politie Noord-Nederland, District Drenthe, onder meer inhoudende:

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van Politie Drenthe, District Zuidwest, Basiseenheid Hoogeveen/Midden-Drenthe, proces-verbaalnummer PL033V 2012069425-1 d.d. 30 september 2012, houdende de aangifte van [aangever], wonende te Coevorden (pagina’s 34 t/m 39);

- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van verhoor van Politie Drenthe, District Zuidwest, Basiseenheid Hoogeveen/Midden-Drenthe, proces-verbaalnummer PL033V 2012069425-16 d.d. 30 september 2012, houdende de verklaring van [slachtoffer], geboren op 24 maart 1997, wonende te Coevorden (pagina’s 40 t/m 48);

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat

hij op 29 september 2012 te Coevorden, met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum] 1997, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], hierin bestaande, dat verdachte

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht en

- een of meer van zijn vingers in de vagina van die [slachtoffer] heeft gebracht en

- de borsten van die [slachtoffer] heeft betast en

- de vagina van die [slachtoffer] heeft betast en

- de buik van die [slachtoffer] heeft betast en

- die [slachtoffer] heeft getongzoend;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor de bewezenverklaring.

De verdachte zal van het primair meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het primair bewezen geachte levert op:

Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft

bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen, die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnen dringen van het lichaam,

strafbaar gesteld bij artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden straf in aanmerking: de aard en de ernst van de gepleegde feiten; de omstandigheden waaronder deze feiten zijn begaan; hetgeen de rechtbank uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken omtrent de persoon van de verdachte; de eis van de officier van justitie; de inhoud van het de verdachte betreffende uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 17 mei 2013.

De officier van justitie heeft voor de tenlastegelegde feiten een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren gevorderd.

De rechtbank overweegt het volgende.

Het door de verdachte gepleegde feit is een ernstig delict. Het bewezene levert in de regel een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf op.

Verdachte heeft door zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer, waarbij de geldende sociaal-ethische normen, voortvloeiende uit het bepaalde in artikel 245 van het Wetboek van Strafrecht, ruimschoots zijn overschreden. De rechtbank rekent dat de verdachte aan.

Omdat de verdachte uit anderen hoofde reeds een langdurige gevangenisstraf ondergaat ziet de rechtbank, rekening houdende met het bepaalde in artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht, er van af in dit geval een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.

De rechtbank is op grond van de ernst van het bewezen geachte, in samenhang met de hiervoor weergegeven overwegingen, feiten en omstandigheden van oordeel dat in dit geval het opleggen van de voorwaardelijke gevangenisstraf, als door de officier van justitie is gevorderd, een passende bestraffing is voor deze verdachte.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c en 63 van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het primair tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte primair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.

De rechtbank gelast de teruggave aan de verdachte van de inbeslaggenomen simkaart, kleur wit/paars en een simkaart, kleur wit/groen.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Schoemaker, voorzitter, mr. E. Läkamp en mr. S. Zwerwer, rechters, in tegenwoordigheid van J. Bos, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 29 oktober 2013, zijnde mr. S. Zwerwer buiten staat dit vonnis binnen de daartoe door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.