Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:6878

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
24-09-2013
Datum publicatie
13-11-2013
Zaaknummer
18/930210-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft, samen met een vriend van hem, een boot gestolen. Zij hebben de kabels waarmee de boot aan ringen in de wal was bevestigd doorgeknipt en de boot van zijn plaats getrokken. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan, temeer omdat hij dit strafbare feit heeft gepleegd binnen de proeftijden zoals hierna vermeld in de vorderingen tenuitvoerlegging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Noord-Nederland

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummers: 18/930210-13

19/193491-12 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

19/700078-11 (vordering na voorwaardelijke veroordeling)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 september 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1994,

wonende te [adres].

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 10 september 2013.

De verdachte is niet verschenen. Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting verschenen mr. M.G. Doornbos, advocaat te Assen. Verdachte had hem voorafgaand aan de terechtzitting uitdrukkelijk gemachtigd om namens hem de verdediging te voeren.

Verdachte is alsnog verschenen na het requisitoir van de officier van justitie.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat hij in of omstreeks de periode van 11 tot en met 12 mei te Assen, althans in de gemeente Assen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening, heeft weggenomen een motorboot, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [benadeelde], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader, waarbij verdachte en/of zijn mededader het weg te nemen goed onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking.

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De rechtbank zal, waar in de tenlastelegging staat "verdachte en/of zijn mededader" lezen alsof daar staat "verdachte en/of zijn medeverdachte". De term mededader namelijk impliceert dat verdachte ook als dader moet worden aangemerkt, hetgeen in strijd is met de presumptie van onschuld: een verdachte dient tot aan het moment van onherroepelijke bewezenverklaring van het hem tenlastegelegde voor onschuldig te worden gehouden.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie, mr. A.M. de Vries, acht hetgeen is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen: dat aan verdachte zal worden opgelegd een taakstraf bestaande uit een werkstraf van tachtig uren subsidiair veertig dagen hechtenis, de tenuitvoerlegging van één maand voorwaardelijke gevangenisstraf, opgelegd bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 19 november 2012 en omzetting daarvan in een taakstraf bestaande uit een werkstraf van zestig uren subsidiair dertig dagen hechtenis, alsmede de tenuitvoerlegging van een gedeelte, groot drie maanden, van de voorwaardelijke jeugddetentie van vijf maanden, opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer van rechtbank Assen van 22 november 2011, en verlenging van de proeftijd van één jaar met betrekking tot de resterende twee maanden voorwaardelijke jeugddetentie en wijziging van de bijzondere voorwaarden in die zin dat toezicht door de jeugdreclassering niet meer van toepassing is, maar dat het toezicht aan de volwassenenreclassering wordt opgedragen.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Bewijsmiddelen

[benadeelde] doet aangifte van de diefstal van zijn boot op 12 mei 2013 te Assen. Hij is de eigenaar van een motorboot. Deze is voorzien van een buitenboordmotor en lag voor zijn woning aan de [adres] te Assen. De boot was met twee staalkabels met hangsloten vastgelegd aan ringen die in het beton zitten aan de kade. De buitenboordmotor is vastgezet op de boot met buitenboordmotorslot. Op zondag 12 mei 2013 omstreeks 00.15 uur ontdekte hij dat zijn boot met buitenboordmotor niet meer op zijn ligplaats voor zijn woning lag. Hij is direct met twee oude buurmannen, de broers [namen broers] met wie hij net op stap was geweest, gaan zoeken naar zijn boot. Omstreeks 00.30 uur trof hij zijn boot aan op de wal van de Vaart Noordzijde ter hoogte van kruising met de Aar. Er kwamen twee jongens aanlopen die hij verder niet kent. Een blonde jongen en een donkere jongen. De donkere jongen had handschoenen aan. De donkere jongen vroeg wat zij daar bij de boot moesten. Aangever antwoordde dat het zijn boot was en vroeg hun naar hun namen. Die wilden ze niet geven. Een van zijn vrienden wilde een foto van ze maken met zijn mobiele telefoon waarop de donkere jongen weg rende.

De blonde jongen bleef eerst staan en toen van hem een foto werd gemaakt sloeg hij de

mobiele telefoon uit de hand van aangevers kameraad. Hierop hebben zij de blonde jongen vastgepakt. Vanaf het moment dat zij met de jongens aan het praten waren had aangever contact met de meldkamer van de politie. Hij heeft doorgegeven dat ze één van de jongens hadden aangehouden.

De staalkabels waarmee de boot aan de ringen was vastgelegd zijn doorgeknipt.

De gebroeders [namen broers] zijn als getuigen gehoord. Beiden bevestigen de lezing van aangever.

De verbalisanten [verbalisanten] hebben een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. Op zondag 12 mei 2013 omstreeks 00.36 uur kregen zij het verzoek om te gaan naar de Vaart Noordzijde te Assen. Hier zou een boot worden gestolen en de verdachten zouden nog aanwezig zijn. Daarop zijn zij naar de Vaart Noordzijde gegaan.

Ter hoogte van de kruising met de Aar zagen zij dat een jongen werd vastgehouden

door drie mannen. Verbalisanten hoorden dat de jongen had geprobeerd hun boot

te stelen en dat er nog een andere jongen zou zijn weggelopen in de richting van de

Aar.

Daarop hebben verbalisanten de verdachte [naam medeverdachte] aangehouden ter zake diefstal van een boot. Verbalisant [naam verbalisant] vroeg met wie hij bij de boot was geweest. [verbalisant] hoorde hem zeggen dat hij samen met [verdachte] was geweest.

Verbalisant [naam tweede verbalisant] hoorde getuige [naam getuige] zeggen dat de andere een getinte jongen lang zwart haar met een matje in zijn nek had.

Kort nadat de verbalisanten [naam medeverdachte] in de auto hadden gezet hoorden zij van de meldkamer, dat de broer van [verdachte] had gebeld naar de politie. Hij vertelde dat zijn broertje [verdachte] een boot had gestolen aan de Vaart Noordzijde en dat hun vader aan de [adres vader] woont.

Verbalisanten stelden een onderzoek aan de boot in. Zij zagen dat er een grijze consoleboot met buitenboord motor half op de kant, half in het water lag ter hoogte van de Aar. Verbalisanten zagen dat er een rode betonschaar onder de boot lag. Verbalisanten

zagen dat er een ijzeren kabel aan de voorzijde van de boot zat welke was afgeknipt.

Verbalisant [naam verbalisant] zag dat [naam medeverdachte] een blauw schoudertasje onder zijn jas vandaan haalde. [verbalisant] zag dat hij deze over zijn schouder droeg. [verbalisant] heeft de tas onderzocht en zag dat hier een kniptang, twee ringsleutels, een ringsteeksleutel, een mobiele telefoon en een sleutel in zaten.

[medeverdachte] verklaart dat hij samen met [verdachte] de boot wilde stelen. Ze hadden de boot al een paar dagen zien liggen. Op een feestje van de zus van verdachte zeiden ze tegen elkaar dat ze de boot gingen stelen. Ze zijn er samen naar toe gegaan. [medeverdachte] had een tangetje bij zich waarmee hij probeerde de kabels los te knippen. Dat lukte niet. Ze zijn teruggegaan naar het huis van de vader van [verdachte] om zwaarder gereedschap op te halen. Met een rode betonschaar hebben ze vervolgens de kabels doorgeknipt. Ze trokken de boot langs de vaart richting de blauwe brug. Ze stopten ter hoogte van de Aar en trokken de boot half op de kant. Het was hen te doen om de buitenboordmotor.

Hetgeen de rechtbank bewezen acht

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij in de periode van 11 tot en met 12 mei te Assen, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van weder-rechtelijke toeëigening heeft weggenomen een motorboot, toebehorende aan [benadeelde], waarbij verdachte en zijn medeverdachte het weg te nemen goed onder hun bereik hebben gebracht door middel van verbreking.

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificatie

Het bewezen geachte levert op:

diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking,

strafbaar gesteld bij artikel 311 in verbinding met artikel 310 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

De hierna te melden strafoplegging is in overeenstemming met de aard en de ernst van het bewezengeachte feit en de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon van verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft, samen met een vriend van hem, een boot gestolen. Zij hebben de kabels waarmee de boot aan ringen in de wal was bevestigd doorgeknipt en de boot van zijn plaats getrokken. De rechtbank rekent dit de verdachte zwaar aan, temeer omdat hij dit strafbare feit heeft gepleegd binnen de proeftijden zoals hierna vermeld in de vorderingen tenuitvoerlegging.

De rechtbank acht de door de officier van justitie gevorderde werkstraf van tachtig uren subsidiair veertig dagen hechtenis een passende en noodzakelijke bestraffing.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/193491-12

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de veroordeelde, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke straf bij vonnis van de politierechter in de rechtbank te Assen van 19 november 2012, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

De rechtbank is, anders dan de officier van justitie, van oordeel dat omzetting naar een taakstraf niet aan de orde is, nu verdachte in meerdere proeftijden liep.

De rechtbank zal dan ook gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.700078-11

De rechtbank acht ook deze vordering in beginsel integraal toewijsbaar nu de veroordeelde, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke straf bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank te Assen van 22 november 2011, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

De rechtbank zal echter gelasten dat een gedeelte van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te weten één maand jeugddetentie, alsnog zal worden tenuitvoergelegd en zal ten aanzien van de resterende vier maanden jeugddetentie de proeftijd met één jaar verlengen en de bij dat vonnis gestelde bijzondere voorwaarde, dat veroordeelde zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de jeugdreclassering, in die zin wijzigen, dat veroordeelde zich tijdens de - verlengde - proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens Reclassering Nederland zullen worden gegeven.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14g, 14h, 14i, 14j, 22c, 22d, 27 en 77dd van het Wetboek van Strafrecht.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart bewezen dat het tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert het strafbare feit zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een taakstraf bestaande uit tachtig uren werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid met bevel dat, voor het geval de verdachte deze werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis voor de duur van veertig dagen zal worden toegepast.

De rechtbank beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde taakstraf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van twee uren arbeid per dag voor de in verzekering doorgebrachte dagen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19/193491-12

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 19 november 2012 door de politierechter in de rechtbank te Assen gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 19.700078-11

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van een gedeelte, groot één maand, van de bij vonnis d.d. 22 november 2011 door de meervoudige kamer van de rechtbank te Assen gewezen voorwaardelijke jeugddetentie van vijf maanden.

De rechtbank verlengt met betrekking tot de resterende vier maanden voorwaardelijke jeugddetentie de proeftijd met één jaar en wijzigt de bij voormeld vonnis gestelde bijzondere voorwaarde dat veroordeelde zich zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen hem te geven door of namens de jeugdreclassering, in die zin dat veroordeelde zich tijdens de - verlengde - proeftijd zal gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die hem door of namens Reclassering Nederland zullen worden gegeven, met opdracht aan die instelling ingevolge artikel 14d van het Wetboek van Strafrecht.

Dit vonnis is gewezen door mr. O.J. Bosker, voorzitter, en E. Läkamp en mr. P.J. van Steen, rechters, in tegenwoordigheid van R.C. Sprong, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 24 september 2013.

Mr. Van Steen is buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.