Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:6816

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
05-11-2013
Datum publicatie
11-11-2013
Zaaknummer
18.930346-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich toen hij werd aangehouden na een melding huiselijk geweld bedreigend en op zeer grove wijze uitgelaten ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde politieambtenaren en is in de politieauto op uitermate agressieve wijze tekeer gegaan.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Assen

Parketnummer: 18.930346-13

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 november 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen:

[verdachte],

geboren te Roden op 19 februari 1971,

wonende Leek,

thans verblijvende in PI HvB Leeuwarden te Leeuwarden.

Het onderzoek ter terechtzitting heeft plaatsgehad op 22 oktober 2013.

De verdachte is verschenen en werd bijgestaan door mr. G.A. Pots, advocaat te Leeuwarden.

Tenlastelegging

De verdachte is bij dagvaarding tenlastegelegd, dat

1.

hij op of omstreeks 24 augustus 2013, te of bij Roden, (althans) in gemeente Noordenveld, in elk geval in de Provincie Drenthe, (hoofdagente van politie) [slachtoffer 1] en/of (hoofdagent van politie) [slachtoffer 2],

meermalen, althans éénmaal, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met verkrachting en/of met feitelijke aanranding van de eerbaarheid, immers heeft verdachte (telkens) opzettelijk voornoemde perso(o)n(en) dreigend de woorden toegevoegd: "Ik trap je zo hard in je kut dat je nooit meer kinderen kunt krijgen" en/of "Als ik er achter kom dat je uit Zevenhuizen komt, dan maak ik je af" en/of "Ik ga je kinderen verkrachten en voor dood achterlaten" en/of "Ik ga je vrouw meermalen verkrachten voor je ogen" en/of "Ik ga jou en je hele familie doodmaken" en/of "Ik ga ervoor zorgen dat je dood gemaakt wordt" en/of "Ik sla je eerst in je gezicht en bijt dan je oren er af", althans (telkens) woorden van gelijke (dreigende) aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 24 augustus 2013 te Assen opzettelijk beledigend (een) ambtena(a)r(en), te weten [slachtoffer 3], hoofdagent van politie en/of [slachtoffer 4], brigadier van politie, gedurende en/of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun/zijn bediening, te weten, op dat moment werkzaam in het cellencomplex aan de Balkengracht in diens/dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Je bent een kankerlijer en een kutmongool" en/of "Lik de ballen van je homovriendje maar" en/of "Teringlijders", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;

3.

hij op of omstreeks 24 augustus 2013 te Roden, gemeente Noordenveld, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit en of een portier van een politievoertuig, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de Regiopolitie Drenthe, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

4.

hij op of omstreeks 24 augustus 2013 te Roden, gemeente Noordenveld, als bestuurder van een voertuig, (snorfiets), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van verdachtes bloed bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b van de Wegenverkeerswet 1994, 1,57 milligram, in elk geval hoger dan 0,5 milligram, alcohol per milliliter bloed bleek te zijn;

Kennelijke taal- en/of schrijffouten in de tenlastelegging worden geacht te zijn verbeterd. De verdachte is daardoor, blijkens het onderzoek ter terechtzitting, niet geschaad in de verdediging.

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. E. Hoekstra acht hetgeen onder 1 tot en met 4 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen en vordert dat de rechtbank als volgt zal beslissen:

 oplegging maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren;

 toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

De voorvragen

De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zijzelf bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in de vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging.

Vrijspraak

Anders dan de officier van justitie en de verdediging acht de rechtbank het onder 4 tenlastegelegde niet wettig bewezen nu uit het dossier niet is gebleken dat er een onderzoek heeft plaatsgevonden als bedoeld in artikel 8 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994. Het dossier bevat geen stukken waaruit kan blijken dat voldaan is aan de bepalingen genoemd in het Besluit Alcoholonderzoeken en de daar aan gelieerde regelingen.

Bewijsmotivering

Nu verdachte hetgeen de rechtbank bewezen zal verklaren heeft bekend en nadien niet anders heeft verklaard en hij noch zijn raadsman vrijspraak heeft bepleit zal de rechtbank volstaan met een opgave van bewijsmiddelen, te weten:

- een proces-verbaal van aangifte 1 d.d. 25 augustus 2013, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1];

- een proces-verbaal van aangifte 2 d.d. 25 augustus 2013, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2];

- een proces-verbaal van bevindingen 3 d.d. 24 augustus 2013, inhoudende het relaas van verbalisanten [slachtoffer 3] en [slachtoffer 4];

- een proces-verbaal van aangifte 4 d.d. 25 augustus 2013, inhoudende de verklaring van S. Schnoing, namens de Regiopolitie Drenthe;

- de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd op de openbare terechtzitting van 22 oktober 2013.

Bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig bewezen en zij heeft de overtuiging verkregen dat de verdachte het onder 1 tot en met 3 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat:

1. hij op 24 augustus 2013, in de gemeente Noordenveld, hoofdagente van politie [slachtoffer 1] en/of hoofdagent van politie [slachtoffer 2],

meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, met zware mishandeling en/of met verkrachting,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde personen dreigend de woorden toegevoegd: "Ik trap je zo hard in je kut dat je nooit meer kinderen kunt krijgen" en "Als ik er achter kom dat je uit Zevenhuizen komt, dan maak ik je af" en "Ik ga je kinderen verkrachten en voor dood achterlaten" en "Ik ga je vrouw meermalen verkrachten voor je ogen" en "Ik ga jou en je hele familie doodmaken" en "Ik ga ervoor zorgen dat je dood gemaakt wordt" en "Ik sla je eerst in je gezicht en bijt dan je oren er af";

2.

hij op 24 augustus 2013 te Assen opzettelijk beledigend ambtenaren, te weten [slachtoffer 3], hoofdagent van politie en [slachtoffer 4], brigadier van politie, gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, te weten, op dat moment werkzaam in het cellencomplex aan de Balkengracht in dier tegenwoordigheid mondeling heeft toegevoegd de woorden "Je bent een kankerlijer en een kutmongool" en "Lik de ballen van je homovriendje maar" en "Teringlijders";

3.

hij op 24 augustus 2013 te Roden, gemeente Noordenveld, opzettelijk en wederrechtelijk een ruit en een portier van een politievoertuig, toebehorende aan de Regiopolitie Drenthe heeft vernield en/of beschadigd;

De in de bewijsmiddelen genoemde feiten en omstandigheden zijn redengevend voor hetgeen de rechtbank bewezen acht. Elk bewijsmiddel is slechts gebruikt voor het bewijs van het feit, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.

De verdachte zal van het meer of anders tenlastegelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Kwalificaties

Het bewezen geachte levert respectievelijk op:

onder 1: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en bedreiging met zware mishandeling en bedreiging met verkrachting,

strafbaar gesteld bij artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 2: eenvoudige belediging, aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd,

telkens strafbaar gesteld bij artikel 266 in verbinding met artikel 267 van het Wetboek van Strafrecht;

onder 3: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort vernielen, beschadigen,

strafbaar gesteld bij artikel 350 van het Wetboek van Strafrecht.

Strafbaarheid

De rechtbank acht de verdachte strafbaar, omdat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig worden geacht.

Strafmotivering

Verdachte heeft zich toen hij werd aangehouden na een melding huiselijk geweld bedreigend en op zeer grove wijze uitgelaten ten aanzien van de in de tenlastelegging genoemde politieambtenaren en is in de politieauto op uitermate agressieve wijze tekeer gegaan. Hij heeft daarbij niet alleen gedreigd de verbalisanten zelf iets aan te doen, maar ook gedreigd met seksuele delicten jegens hun familieleden. Vervolgens heeft hij andere politieambtenaren grof beledigd en een raam van het dienstvoertuig vernield. De door verdachte gebezigde bedreigingen en bewoordingen zijn dermate grof dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is van drie maanden.

Door de reclassering is geadviseerd om tevens aan verdachte een onvoorwaardelijke ISD-maatregel op te leggen.

De rechtbank zal hiertoe niet overgaan. Het opleggen van een onvoorwaardelijke ISD-maatregel ziet de rechtbank thans, ondanks het aanzienlijke strafblad van verdachte, mede gelet op de aard van de strafbare feiten, nog niet op zijn plaats. Wel is de rechtbank van oordeel dat aan verdachte een voorwaardelijke ISD-maatregel dient te worden opgelegd, zodat verdachte nog een laatste kans krijgt om te tonen dat hij ook zonder een dergelijke maatregel zich kan onthouden van strafbare feiten. Wel is noodzakelijk dat verdachte zich laat behandelen voor de bij hem aanwezige problematiek. De rechtbank zal daarom bepalen dat verdachte zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de aanwijzingen van de reclassering en mee moet werken aan nader diagnostisch onderzoek ter vaststelling van zijn problematiek en noodzakelijke behandeling, ook indien hiertoe klinisch onderzoek noodzakelijk wordt geacht, voor een maximale periode van zes maanden. Verdachte heeft zich ter terechtzitting bereid verklaard mee te werken aan een dergelijke klinische opname in verband met nadere diagnostiek. Vervolgens zal verdachte mee dienen te werken aan noodzakelijk geachte ambulante behandeling.

Benadeelde partijen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

De rechtbank acht het causaal verband tussen het bewezen verklaarde feit en de schade alsmede de aansprakelijkheid van de verdachte voor die schade bewezen.

Verdachte heeft de vorderingen erkend en de vorderingen zijn daarmee voor toewijzing vatbaar.

Schadevergoedingsmaatregel

Met betrekking tot het onder 1 bewezen verklaarde feit acht de rechtbank de verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht tot na te noemen bedragen aansprakelijk voor de schade, die door het strafbare feit is toegebracht.

Aan de verdachte zal de verplichting worden opgelegd die bedragen aan de Staat te betalen ten behoeve van de slachtoffers.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft mede gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 27, 36f, 38m, 38n, 38p en 57 van het Wetboek van Strafrecht.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18.17.166986-11

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke straf bij vonnis van de politierechter te Leeuwarden d.d. 12 december 2011, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Vordering tenuitvoerlegging na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18.19.133711-11

De rechtbank acht de vordering van de officier van justitie toewijsbaar nu de verdachte, eerder veroordeeld tot een voorwaardelijke straf bij vonnis van de politierechter te Assen d.d. 16 januari 2012, zich tijdens de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan strafbare feiten.

De rechtbank zal gelasten dat de niet tenuitvoergelegde straf alsnog zal worden tenuitvoergelegd.

Beslissing van de rechtbank

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte onder 4 is tenlastegelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank verklaart bewezen dat het 1 tot en met 3 tenlastegelegde, zoals hierboven is omschreven, door de verdachte is begaan, stelt vast dat het aldus bewezen verklaarde oplevert de strafbare feiten zoals hierboven is vermeld en verklaart de verdachte deswege strafbaar.

De rechtbank verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte onder 1 tot en met 3 meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot

 een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden.

De rechtbank beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstaf geheel in mindering zal worden gebracht.

De rechtbank heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang 22 november 2013.

 De rechtbank gelast voorts dat verdachte wordt geplaatst in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaren, maar geheel voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren.

De rechtbank beveelt, dat de voorwaardelijk opgelegde maatregel niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond van niet naleving binnen de proeftijd van na te melden algemene voorwaarden of de ter bescherming van de veiligheid van personen of goederen gestelde voorwaarden betreffende het gedrag van verdachte.

De rechtbank stelt als algemene voorwaarden, dat de verdachte

- zich voor het einde van de gestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt.

De rechtbank bepaalt voorts dat verdachte:

- zich binnen achtenveertig uur na ommekomst van zijn detentie dient te melden bij de Verslavingszorg Noord Nederland, afdeling reclassering Drenthe. Hierna dient hij zich te blijven melden zo frequent en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

- zal mee werken aan een diagnostisch onderzoek ter (nadere) vaststelling van zijn problematiek. In geval dit onderzoek klinisch zal moeten plaatsvinden, zal de opname maximaal zes maanden mogen bedragen of zoveel korter als de onderzoekers in overleg met de reclassering wenselijk achten. Verdachte zal zich houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die opname door of namens de (geneesheer-) directeur zullen worden gegeven.

- zal meewerken aan een ambulante behandeling op grond van het diagnostisch onderzoek, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die ambulante behandeling door of namens de behandelaar van die instelling of de reclassering zullen worden gegeven.

De rechtbank geeft Verslavingszorg Noord Nederland opdracht verdachte bij de naleving van de voorwaarden hulp en steun te verlenen.

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van de som van € 276,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1], een bedrag van € 276,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft;

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van de som van € 276,-- en veroordeelt de verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak alsnog te maken, tot op heden begroot op nihil.

De rechtbank legt aan de verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], een bedrag van € 276,-- te betalen, bij gebreke van betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat de toepassing van de vervangende hechtenis de hiervoor opgelegde verplichting niet opheft en verstaat dat voldoening aan de verplichting tot betaling aan de Staat van voormelde bedragen ten behoeve van de slachtoffers de veroordeling tot betaling aan de benadeelde partijen doet vervallen, alsmede dat betaling van voormelde bedragen aan de benadeelde partijen de verplichting tot betaling aan de Staat van deze bedragen doet vervallen.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18.17.166986-11

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 12 december 2011 van de Politierechter te Leeuwarden gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 weken.

Beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling onder parketnummer 18.19.133711-11

De rechtbank gelast de tenuitvoerlegging van de bij vonnis d.d. 16 januari 2012 van de Politierechter te Assen gewezen voorwaardelijke gevangenisstraf van 2 weken.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.I. Klaassens, voorzitter en mr. E. Läkamp en mr. P.J. van Steen, rechters in tegenwoordigheid van D.C. Witvoet, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de rechtbank op 05 november 2013, zijnde mrs. Läkamp en Van Steen buiten staat dit vonnis binnen de door de wet gestelde termijn mede te ondertekenen.

1 pag. 47 ev van het dossier

2 pag. 55 ev van het dossier

3 pag. 32 ev van het dossier

4 pag. 47 ev van het dossier