Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:6718

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
13-11-2013
Datum publicatie
15-11-2013
Zaaknummer
C-19-95305 - HA ZA 12-267
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Inleenovereenkomst. Is de inlener gehouden aan het uitzendbureau alle kosten te vergoeden die zijn gemaakt om tot beëindinging van het dienstverband met de ingeleende werknemer te komen, ook als de inlener bij de onderhandelingen tussen het uitzendbureau en die werknemer niet is betrokken en geen invloed heeft gehad op de hoogte van de overeengekomen ontbindingsvergoeding?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2014/33
AR-Updates.nl 2013-0921
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Assen

zaaknummer / rolnummer: C/19/95305 / HA ZA 12-267

Vonnis van 13 november 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

UITZENDBUREAU MUTUA FIDES B.V. tevens h.o.d.n. MF HORECA,

die statutair gevestigd is in Hoogezand,

die kantoor houdt in Groningen,

eiseres,

advocaat mr. S.N.M. van Paassen-Pasch, die kantoor houdt in Leusden,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] B.V.,

voorheen gevestigd en kantoorhoudende te Roden,

gedaagde,

advocaat mr. A.T. Slofstra, die kantoor houdt in Roden.

Partijen worden hierna MF en [X] genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 24 september 2012;

  • -

    de conclusie van antwoord van 16 januari 2013;

  • -

    de conclusie van repliek van 13 maart 2013;

  • -

    de conclusie van dupliek van 17 juli 2013;

  • -

    de bij de stukken gevoegde producties;

  • -

    het pleidooi en de ter gelegenheid daarvan overgelegde pleitnota's van 7 oktober 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

1.3.

Op 1 januari 2013 is de Wet Herziening Gerechtelijke kaart in werking getreden. De rechtbanken Assen, Groningen en Leeuwarden vormen met ingang van die datum samen de nieuwe rechtbank Noord-Nederland. Het rechtsgebied van deze rechtbank beslaat de provincies Drenthe, Friesland en Groningen. De rechtbank Noord-Nederland wijst daarom dit vonnis.

2 De feiten

2.1.

De rechtbank gaat bij de beoordeling van het geschil uit van de volgende feiten die vaststaan, omdat die feiten enerzijds zijn gesteld en anderzijds niet of niet voldoende zijn weersproken, of omdat die feiten blijken uit de in zoverre onweersproken gebleven inhoud van de overgelegde producties.

2.2.

MF betreft een uitzendbureau. [X] exploiteerde een cafébar en discotheek in Roden.

2.3.

Op 21 november 2007 zijn partijen overeengekomen dat een werknemer van MF aan [X] ter beschikking wordt gesteld om vanaf 5 november 2007 gemiddeld 38 uur per week bij [X] werkzaam te zijn. In de akte waarin partijen hun overeenkomst hebben neergelegd en waarin MF met haar handelsnaam MF Horeca wordt geduid, is opgenomen, voor zover van belang:

Beëindiging van deze opdracht is slechts mogelijk indien de uitzendovereenkomst tussen MF Horeca en [volgt naam werknemer: rb.] eindigt. Indien MF Horeca gehouden is de uitzendovereenkomst via een ontslagprocedure te eindigen, zullen de kosten van de ontslagprocedure eveneens voor uw rekening komen. U realiseert zich dat, indien de arbeidsovereenkomst ontbonden dient te worden via de Rechtbank, sector kanton, dit minimaal één maandsalaris per gewerkt jaar zal bedragen waarbij de hele periode dat de heer [naam werknemer: rb.] bij u heeft gewerkt, ook de perioden voordat de heer [naam werknemer: rb.] werkzaam was bij u via MF Horeca, meegeteld wordt.

Indien de uitzendovereenkomst tussen MF Horeca en de heer [volgt naam werknemer: rb.] beëindigd moet worden heeft u de keuze dit via een door u ingeschakelde advocaat te laten doen. De kosten van de advocaat komen voor uw rekening. Indien MF Horeca deze procedure zal moeten doen worden de kosten begroot op ongeveer € 1.000,-- ex BTW. Deze kosten komen voor uw rekening.

2.4.

MF heeft haar dienstverband met de aan [X] ter beschikking gestelde werknemer in overleg met die werknemer beëindigd. De tussen deze partijen tot stand gekomen regeling is neergelegd in een door deze partijen op 20 juli 2011 opgemaakte vaststellingsovereenkomst. Daarin is opgenomen, voor zover van belang en samengevat weergegeven, dat de werknemer vanaf 1 augustus 2011 tot 1 april 2012 is vrijgesteld van werk, maar zijn salaris wordt doorbetaald. Ook is in de vaststellingsovereenkomst opgenomen dat aan de werknemer een vergoeding wordt toegekend voor opgebouwde maar niet genoten vakantiedagen, voor scholingskosten en voor kosten rechtsbijstand.

2.5.

MF heeft een incassobureau opdracht gegeven een door [X] onbetaald gelaten factuur op [X] te incasseren. [X] heeft die factuur betaald, maar niet door MF aan haar berekende incassokosten.

3 Het geschil

3.1.

MF vordert, verkort weergegeven, veroordeling van [X] tot betaling van

€ 53.206,33 vermeerderd met rente en kosten. Daartoe stelt MF, samengevat weergegeven, dat de op 21 november 2007 gesloten overeenkomst [X] verplicht aan haar alle kosten te vergoeden zoals zij die volgens de door haar met haar werknemer gesloten vaststellingsovereenkomst, heeft gemaakt.

MF stelt verder dat [X] gehouden is haar incassokosten te vergoeden, op de grond dat zij een incassobureau heeft moeten inschakelen omdat [X] niet tijdig een factuur aan haar heeft betaald.

3.2.

[X] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van MF, althans tot afwijzing van de vorderingen, althans tot toewijzing van de vorderingen zonder dat de veroordeling van [X] uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, althans met bepaling dat als de veroordeling wel uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard, MF zekerheid dient te stellen zolang het vonnis geen kracht van gewijsde heeft gekregen, een en ander met veroordeling van MF in de kosten van deze procedure, vermeerderd met de wettelijke rente daarover als betaling niet volgt binnen veertien dagen. Daartoe voert [X] aan, samengevat weergegeven, de werknemer die MF aan haar ter beschikking heeft gesteld op een gegeven moment werd verdacht van seksueel misbruik of seksuele intimidatie van een minderjarige. [X] stelt dat zij aan MF heeft doorgegeven dat deze werknemer op staande voet moet worden ontslagen. De werknemer is echter niet ontslagen en heeft zich ziek gemeld. Volgens [X] heeft MF uiteindelijk een regeling getroffen met haar werknemer, zonder dat zij bij de totstandkoming daarvan is betrokken en is (daardoor) een regeling tot stand gekomen waarmee tal van vergoedingen aan de werknemer zijn toegekend waar hij geen recht op had en waarmee [X] niet zou hebben ingestemd. [X] stelt dat zij onder deze omstandigheden niets aan MF hoeft te vergoeden. [X] voert tot haar verweer verder aan dat zij niet gehouden is incassokosten aan MF te vergoeden, omdat zij niet uit onwil de factuur niet tijdig heeft betaald, maar op grond van voor MF kenbare, betalingsonmacht. [X] stelt verder dat de incassokosten onredelijk hoog zijn en in ieder geval dienen te worden gematigd tot hooguit € 500,00.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak, met het oog op een doelmatige bespreking samengevat weergegeven, om het volgende. MF heeft op bepaalde daartoe met [X] overeengekomen voorwaarden een werknemer aan [X] ter beschikking gesteld. Op een bepaald moment wordt deze werknemer van strafbare feiten verdacht en de tewerkstelling bij [X] eindigt daardoor. MF treft na enige tijd met haar werknemer een regeling tot beëindiging van het dienstverband. Die regeling brengt kosten met zich mee en MF houdt [X] voor die kosten aansprakelijk. [X] wijst die aansprakelijkheid af. Tussen partijen is verder in geschil of [X] gehouden is incassokosten aan MF te vergoeden in verband met een door [X] niet tijdig betaalde factuur. Ten aanzien van tegen deze achtergrond tussen partijen opgekomen geschilpunten overweegt de rechtbank als volgt.

4.2.

Is [X] op grond van de op 21 november 2007 met MF gesloten overeenkomst gehouden aan MF alle kosten te vergoeden, gemaakt ter beëindiging van het dienstverband met de werknemer?

4.3.

De overeenkomst van partijen strekt ertoe dat een werknemer van MF feitelijk zal werken voor [X], die daarvoor aan MF een bepaalde vergoeding betaalt. Uit wat partijen over en weer stellen blijkt dat MF bij deze constructie niet het risico wilde lopen dat zij loon aan haar werknemer zou moeten blijven betalen, als die werknemer niet meer door [X] werd ingeleend. MF heeft daarom bedongen dat [X] als inlener de overeenkomst niet kan beëindigen zolang de werknemer nog in dienst is bij MF.

De overeenkomst regelt in dit verband ook wie van partijen de kosten draagt die kunnen ontstaan wanneer MF het dienstverband met de ingeleende werknemer beëindigt. Uit de overeenkomst volgt dat MF in dit verband rekening moet houden met de bij de beëindiging betrokken belangen van [X]. De hiervoor onder rov. 2.3. opgenomen bepaling brengt immers met zich dat [X] de mogelijkheid moet krijgen ervoor te kiezen dat haar eigen advocaat de beëindiging van het dienstverband regelt of een advocaat van MF.

4.4.

Het voorgaande betekent dat partijen met het voorgaande hun rechtsverhouding zo hebben geregeld dat [X] niet hoe dan ook de kosten van MF, gemaakt om tot beëindiging van het dienstverband van de werknemer te komen, voor haar rekening moet nemen.

4.5.

Het gaat in deze procedure om kosten waarvan de hoogte is bepaald door de uitkomst van onderhandelingen die MF heeft gevoerd met haar werknemer. MF heeft [X] niet bij die onderhandelingen betrokken en [X] heeft op het onderhandelingsresultaat geen invloed gehad. MF heeft niet de mogelijkheid gekregen om zelf door tussenkomst van een eigen advocaat de beëindiging van het dienstverband te regelen. Eén en ander verhoudt zich niet met de rechten en verplichtingen die partijen met hun overeenkomst in het leven hebben geroepen, in het bijzonder niet met de keuzemogelijkheid die aan [X] toekomt om door tussenkomst van een eigen advocaat dan wel door tussenkomst van een advocaat van MF, de beëindiging van het dienstverband van de ingeleende werknemer te regelen.

4.6.

[X] wijst op die verplichting en [X] stelt dat MF daarmee tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen. [X] verbindt hieraan het gevolg dat zij niet (meer) gehouden is de door MF gemaakte kosten te vergoeden. Daarin kan de rechtbank [X] niet volgen. Met [X] oordeelt de rechtbank dat MF (toerekenbaar) tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen, maar dat op zichzelf genomen kan [X] niet baten. De wet verbindt aan een toerekenbare tekortkoming niet het rechtsgevolg dat [X] inroept en dat erop neer zou komen dat [X] niet langer gehouden is haar eigen verplichtingen na te komen. Een toerekenbare tekortkoming kan, in het algemeen, recht geven op nakoming, schadevergoeding of de schuldeiser bevoegd maken de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden. Geen van deze rechtsgevolgen is door [X] ingeroepen en dat maakt dat haar verweer voor zover gebaseerd op een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst faalt. Om dezelfde reden vertaalt al wat [X] aanvoert ten aanzien van de gehoudenheid van MF om haar werknemer al dan niet op staande voet te ontslaan, zich niet in een relevant verweer.

4.7.

Het voorgaande brengt echter niet met zich mee dat [X] gehouden is om alle door MF gemaakte kosten te vergoeden. Redelijk zou zijn, als [X] die kosten aan MF moet vergoeden die redelijkerwijs ook zouden zijn ontstaan als [X] wel was betrokken bij de onderhandelingen met de werknemer.

4.8.

[X] heeft in dit verband aangevoerd, samengevat weergegeven, dat wanneer zij bij die onderhandelingen zou zijn betrokken zij nooit met de toegekende vergoedingen zou hebben ingestemd, omdat bij toekenning van die vergoedingen geen rekening is gehouden met de onderbreking in het dienstverband van de werknemer, de overeengekomen ontbindingsvergoeding niet in verhouding staat met de duur van het dienstverband en de redenen die aan de beëindiging ten grondslag liggen, een te lange opzegtermijn in acht is genomen,

ten onrechte vrijstelling is verleend van de verplichting tot het verrichten van werkzaamheden, en dat ten onrechte een vergoeding is overeengekomen voor scholing en kosten van rechtsbijstand.

4.9.

MF heeft hierop niet (toereikend) concreet gereageerd en MF heeft daardoor geen zicht gegeven op wat redengevend is geweest voor toekenning van de vergoedingen die zij met haar werknemer is overeengekomen. Dat klemt te meer omdat daardoor ook geen zicht wordt gegeven op feiten en omstandigheden aan de hand waarvan kan worden begroot wat in de gegeven omstandigheden, gelet op de door [X] geplaatste kanttekeningen, een redelijke vergoeding zou kunnen zijn geweest. In zoverre schiet MF tekort in haar nadere stelplicht en heeft zij haar vordering onvoldoende onderbouwd. Dit brengt met zich dat de rechtbank de vordering van MF voor zover die strekt te komen tot verhaal van kosten die voorvloeien of samenhangen met de beëindiging van het dienstverband zal afwijzen.

4.10.

Rest de vraag of [X] gehouden is de gevorderde incassokosten aan MF te vergoeden. Voor zover [X] zich in dit verband beroept op betalingsonmacht, voert zij geen verweer dat aan toewijzing van de gevorderde vergoeding in de weg kan staan. Het komt voor rekening en risico van [X] dat zij niet in staat was om de factuur van MF tijdig te betalen. Voor zover [X] zich beroept op de onredelijke hoogte van de gevorderde vergoeding, treft haar verweer echter (deels) doel. MF heeft volstaan met een in algemene termen vervatte verwijzing naar gevoerde correspondentie en dat volstaat niet. Van haar had gelet op het gevoerde verweer, mogen worden gevergd dat zij had toegelicht welke concrete handelingen zijn verricht en de tijd en kosten die met die handelingen gemoeid zijn geweest. Dat heeft zij niet gedaan en daardoor is de vordering tot vergoeding van incassokosten niet toereikend onderbouwd. [X] voert aan dat zij een vergoeding wil betalen ter grootte van

€ 500,00. De rechtbank zal daarom de vordering toewijzen tot dat bedrag.

4.11.

De rechtbank zal MF als de grotendeels in het ongelijk te stellen partij veroordelen kosten van deze procedure, vermeerderd met de gevorderde en niet bestreden vergoeding van wettelijke rente daarover. De kosten aan de zijde van [X] worden begroot op:

- griffierecht € 1.789,00

- salaris advocaat 3.576,00 (4,0 punten × tarief € 894,00)

Totaal €  5.365,00.

BESLISSING

De rechtbank

1. veroordeelt [X] om aan MF te betalen een bedrag van € 500,00 (vijfhonderd euro),

2. veroordeelt MF in de proceskosten, aan de zijde van [X] tot op heden begroot op € 5.365,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. B.R. Tromp, mr. S. Dijkstra en mr. W. Huizing en in het openbaar uitgesproken op 13 november 2013.1

1 type: L.B. coll: Zaaktypering: 2e niveau: 7 3e niveau: 1