Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:656

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
29-01-2013
Datum publicatie
19-08-2013
Zaaknummer
S 880308-12 PROM
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank veroordeelt verdachte voor twee bedrijfsinbraken tot een gevangenisstraf voor de duur van 210 dagen, waarvan 66 dagen voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden. Tevens acht de rechtbank mishandeling bewezen, docht ontslaat zij de verdachte van alle rechtsvervolging (OVAR) wegens een geslaagd beroep op noodweer.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 310
Wetboek van Strafrecht 311
Wetboek van Strafrecht 300
Wetboek van Strafrecht 43a
Wetboek van Strafrecht 41
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/880308-12

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 17/880334-12

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 29 januari 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in [naam P.I.].

De rechtbank heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 15 januari 2013.

De verdachte is verschenen, bijgestaan door mr. K.E. Wielenga, advocaat te Leeuwarden.

Tenlastelegging

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 17/880308-12, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:

hij (op één of meer tijdstip(pen) gelegen) in of omstreeks de periode van 2

september tot en met 6 september 2012, althans in of omstreeks de maand

september 2012 (tot en met 6 september 2012), te of bij Jelsum, (althans) in

de gemeente Leeuwarderadeel, meermalen, althans éénmaal,

(telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans (telkens)

alleen, (telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit één

of meer (Texaco) tankstation(s) (gelegen aldaar aan de linker en/of rechter

zijde van de [straatnaam]) heeft weggenomen een (grote) hoeveelheid rookwa(a)r(en)

en/of (een) muts(en) en/of een hoeveelheid (motor)olie, in elk geval (telkens)

enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval

(telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des

misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder

zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak, verbreking en/of

inklimming en/of (een) valse sleutel(s), te weten een sleutel geschikt voor een

toegangsdeur van een of meerdere van voornoemde tankstation(s),

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de

verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in

kracht van gewijsde is gegaan;

Aan verdachte is in de zaak met parketnummer 17/880334-12 ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 21 juli 2012, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden,

ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe

te brengen, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, met een stok, althans

een hard voorwerp, tegen de mond, althans het hoofd, te slaan en/of te

prikken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

Subsidiair zo het vorenstaande niet mocht leiden tot schuldigverklaring van en

strafoplegging aan verdachte

hij op of omstreeks 21 juli 2012, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden,

opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]),

meermalen, althans eenmaal, met een stok, althans een hard voorwerp, tegen de

mond, althans het hoofd, heeft geslagen en/of geprikt, waardoor deze letsel

heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

In de tenlastelegging voorkomende schrijffouten of kennelijke misslagen worden verbeterd gelezen. De verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

Vordering officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd:

  • -

    vrijspraak van het in de zaak met parketnummer 17/880334-12 primair ten laste gelegde;

  • -

    veroordeling voor het in de zaak met parketnummer 17-880308-12 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 17/880334-12 subsidiair ten laste gelegde;

  • -

    oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;

  • -

    oplegging van de bijzondere voorwaarde van een meldingsgebod;

  • -

    oplegging van de bijzondere voorwaarde inhoudende dat verdachte zich houdt aan de aanwijzingen en afspraken die de bewindvoerder hem geeft.

Beoordeling van het bewijs

De rechtbank is met de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat de in de zaak met parketnummer 17/880308-12 ten laste gelegde diefstallen wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.

Ten aanzien van de in de zaak met parketnummer 17/880334-12 primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling overweegt de rechtbank als volgt.

Verdachte erkent dat hij op 12 juli 2012 met een stok door het ingeslagen raam van de voordeur heeft gestoken teneinde [slachtoffer 2] op afstand te houden. [slachtoffer 2] werd hierbij op zijn mond geraakt waardoor zijn voortanden zijn afgebroken. De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen het opzet van verdachte om bij [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen niet blijkt, ook niet in voorwaardelijke zin. Verdachte wordt derhalve van het primair ten laste gelegde feit vrijgesproken. De subsidiair ten laste gelegde mishandeling kan wel wettig en overtuigend bewezen worden.

De rechtbank past met betrekking tot het in de zaak met parketnummer 17/880308-12 ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1.

de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 januari 2013;

2.

het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. PL02IA 2012096313-1, d.d. 7 september 2012, inhoudende de verklaring van aangeefster [slachtoffer 1].

3.

het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. PL02HH 2012096313-42, d.d. 10 september 2012, inhoudende de verklaring van [getuige].

De rechtbank past met betrekking tot het in de zaak met parketnummer 17/880334-12 subsidiair ten laste gelegde feit de volgende bewijsmiddelen toe, met inachtneming van het bepaalde in artikel 359, derde lid, tweede volzin van het Wetboek van Strafvordering:

1.

de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 januari 2013;

2.

het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal nr. PL02R1 2012077000-1, d.d. 22 juli 2012, inhoudende de verklaring van aangever [slachtoffer 2].

Bewezenverklaring

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 17/880308-12 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op één tijdstip gelegen in de periode van 2 september tot en met 6 september 2012, te Jelsum, in de gemeente Leeuwarderadeel éénmaal, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit één Texaco tankstation gelegen aldaar aan de linker zijde van de [straatnaam] heeft weggenomen een grote hoeveelheid rookwaren toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft door middel van braak,

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan,

en

hij op één of meer tijdstip gelegen in de periode van 2 september tot en met 6 september 2012, te Jelsum, in de gemeente Leeuwarderadeel, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit één Texaco tankstation gelegen aldaar aan de rechter zijde van de [straatnaam] heeft weggenomen een grote hoeveelheid rookwaren en mutsen en een hoeveelheid motorolie, toebehorende aan [slachtoffer 1], waarbij verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats des misdrijfs hebben verschaft met een valse sleutel, te weten een sleutel geschikt voor een toegangsdeur van voornoemd tankstation,

terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf wegens een daaraan soortgelijk misdrijf in kracht van gewijsde is gegaan.

De rechtbank acht het in de zaak met parketnummer 17/880334-12 ten laste gelegde bewezen, met dien verstande dat:

hij op 21 juli 2012, te Leeuwarden, in de gemeente Leeuwarden, opzettelijk mishandelend een persoon te weten [slachtoffer 2], met een stok, tegen de mond, heeft geprikt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.

De verdachte zal van het meer of anders ten laste gelegde worden vrijgesproken, aangezien de rechtbank dat niet bewezen acht.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

in de zaak met parketnummer 17/880308-12:

Diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak,

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan,

en

diefstal, door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van valse sleutels,

terwijl tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert een vroegere veroordeling van de schuldige tot gevangenisstraf, wegens een daaraan soortgelijk misdrijf, in kracht van gewijsde is gegaan.

in de zaak met parketnummer 17/880334-12:

Subsidiair Mishandeling.

In de zaak met parketnummer 17/880334-12 heeft de raadsman betoogd dat verdachte [slachtoffer 2] wel heeft mishandeld, maar dat hij handelde uit noodweer. Verdachte moet volgens de raadsman daarom worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank overweegt dat van noodweer sprake is indien de mishandeling was geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of andermans lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.

Uit het dossier blijkt dat [slachtoffer 2], nadat hem meerdere keren is verzocht te vertrekken, met een kettingslot bij de voordeur van de woning van de moeder van verdachte staat. Met dat slot slaat hij het raam van die deur in. Verdachte krijgt een splinter van het raam in zijn hoofd, waardoor hij hevig bloedt. [slachtoffer 2] blijft weigeren om te vertrekken. Terwijl hij dreigt verdachte te vermoorden blijft hij naar de voordeur komen. De rechtbank oordeelt dat er derhalve sprake is van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding het raam van de voordeur van de woning van de moeder van verdachte en dat voorts sprake was van een onmiddellijk dreigend gevaar voor verdachtes lijf. Om [slachtoffer 2] bij de deur weg te houden pakt verdachte een lange stok van een huishoudelijk hulpmiddel en steekt deze door het in het raam ontstane gat.

Verdachte heeft verklaard dat hij bij de eerste slag van het slot tegen het raam de keuken in is gevlucht. Om zich te verdedigen pakt hij een keukenmes. Bij nadere overweging besluit hij deze weer neer te leggen en in te ruilen voor een lange stok. De rechtbank is van oordeel dat een lange stok een gepaste manier is om [slachtoffer 2], die in het bezit is van een lang kettingslot, op afstand te houden. Van een disproportioneel verdedigingsmiddel is derhalve geen sprake.

De officier van justitie heeft aangevoerd dat verdachte de woning in kon vluchten en dat derhalve niet is voldaan aan het subsidiariteitsvereiste. Uit de verklaringen in het dossier blijkt dat [slachtoffer 2] de vernielingen pleegde teneinde de woning binnen te dringen. De politie was op dat moment al gebeld. Er was naast de vernielingen dus ook nog de angst en het onmiddellijk dreigende gevaar van het wederrechtelijk binnendringen van de woning waarbij mogelijk de bewoners in gevaar zouden kunnen komen. De politie was onderweg, maar deze was nog niet gearriveerd en [slachtoffer 2] had een gat in het raam gemaakt waardoor hij zijn hand kon steken om de voordeur te openen. De rechtbank is van oordeel dat het steken van een stok door het ontstane gat om [slachtoffer 2] op afstand te houden derhalve noodzakelijk was. Ook aan het subsidiariteitsvereiste is daarom voldaan.

Dit betekent dat het beroep op noodweer slaagt, zodat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging voor het in de zaak met parketnummer 17/880334-12 subsidiair ten laste gelegde.

De feiten in de zaak met parketnummer 17/880308-12 zijn strafbaar nu geen omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar voor hetgeen in de zaak met parketnummer 17/880308-12 ten laste is gelegd nu niet van enige strafuitsluitingsgrond is gebleken.

Strafmotivering

De rechtbank neemt bij de bepaling van de hierna te vermelden strafsoort en strafmaat in aanmerking:

  • -

    de aard en de ernst van het gepleegde feit;

  • -

    de omstandigheden waaronder dit is begaan;

  • -

    de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken en deze naar voren komt uit het uittreksel uit de justitiële documentatie en het reclasseringsadvies;

  • -

    de vordering van de officier van justitie;

  • -

    het pleidooi van de raadsman.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een dubbele bedrijfsinbraak in vereniging. Hij heeft op dezelfde avond, samen met een ander, ingebroken in de kiosken van aan weerszijde van dezelfde weg gelegen tankstations. Hierbij is onder meer een grote hoeveelheid sigaretten en motorolie buitgemaakt.

Verdachte is in het verleden al vaak voor vergelijkbare feiten met justitie in aanraking geweest. Geldnood in verband met drugsgerelateerde schulden was zowel in het verleden als ook in deze zaak de drijfveer. Naar verwachting zal verdachte binnenkort onder bewindvoering komen te staan. Volgens de reclassering is desondanks het risico van herhaling groot. Zij adviseert verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met reclasseringstoezicht en de verplichting zich aan de aanwijzingen van bewindvoering te houden.

De rechtbank neemt de adviezen van de reclassering over. Zij zal verdachte veroordelen tot de hierna te melden, deels voorwaardelijke, gevangenisstraf met reclasseringstoezicht en de hiervoor genoemde verplichting. De op te leggen straf valt lager uit dan de straf die de officier van justitie heeft gevorderd omdat de rechtbank verdachte ontslaat van alle rechtsvervolging ter zake van het geweldsfeit.

Toepassing van wetsartikelen

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 43a, 57 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

DE UITSPRAAK VAN DE RECHTBANK LUIDT, RECHTDOENDE:

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 17/880334-12 primair is ten laste gelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 17/880334-12 subsidiair ten laste gelegde bewezen en verklaart het bewezenverklaarde niet strafbaar en ontslaat verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging.

Verklaart het in de zaak met parketnummer 17/880308-12 ten laste gelegde bewezen, te kwalificeren en strafbaar in voege als voormeld en verdachte deswege strafbaar.

Veroordeelt verdachte te dier zake tot:

Een gevangenisstraf voor de duur van 210 dagen.

Bepaalt, dat van deze gevangenisstraf een gedeelte, groot 66 dagen niet zal worden tenuitvoergelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, op grond, dat de veroordeelde voor het einde van de proeftijd, welke hierbij wordt vastgesteld op twee jaren, de hierna te noemen algemene of bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd.

Stelt als algemene voorwaarden:

1.

dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

2.

dat de veroordeelde ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

3.

dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht als bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen.

Stelt als bijzondere voorwaarden:

1.

dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd van twee jaren zal melden bij Stichting Verslavingsreclassering GGZ, zo frequent en zolang de Stichting Verslavingsreclassering GGZ dit noodzakelijk acht.

2.

dat veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal houden aan de aanwijzingen en afspraken die de bewindvoerder van HaFiBe hem geeft, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht.

Draagt de reclassering op toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.

Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan het bewezenverklaarde en spreekt verdachte daarvan vrij.

Beveelt, dat de tijd door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en/of voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht.

Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden, te weten 29 januari 2013.

Beveelt de onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. M. Brinksma, voorzitter, mr. M. van den Bosch en mr. W.S. Sikkema, rechters, bijgestaan door mr. M. Heerschop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 januari 2013.

w.g.

Brinksma

VOOR EENSLUIDEND AFSCHRIFT

Van den Bosch

de griffier van de rechtbank Noord-Nederland

Sikkema

Locatie Leeuwarden,

Heerschop

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht

Locatie Leeuwarden

parketnummer 17/880308-12

ter terechtzitting gevoegd parketnummer 17/880334-12

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 15 januari 2013

Tegenwoordig:

mr. M. Brinksma, voorzitter,

mr. M. van den Bosch en mr. W.S. Sikkema, rechters,

mr. S.E. Eijzenga, officier van justitie en

mr. M. Heerschop, griffier.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats],

thans gedetineerd in [naam P.I.].

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. K.E. Wielenga, advocaat te Leeuwarden.

……

De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 29 januari 2013 te 13:30 uur.

Waarvan proces-verbaal, vastgesteld en ondertekend door de voorzitter en de griffier.