Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:6480

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
28-10-2013
Datum publicatie
28-10-2013
Zaaknummer
18/830024-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

gevangenisstraf van 6 jaar voor het plegen van ontucht met minderjarige stiefdochter gedurende een periode van 9 jaar en mishandeling van drie stiefkinderen en (ex-) echtgenoot

Wetsverwijzingen
Wetboek van Strafrecht 244
Wetboek van Strafrecht 245
Wetboek van Strafrecht 249
Wetboek van Strafrecht 300
Wetboek van Strafrecht 304
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling Strafrecht

Locatie Groningen

parketnummer 18/830024-13

op tegenspraak

raadsman: mr. L.S. Slinkman

vonnis van de meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken d.d. 28 oktober 2013 in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats],

wonende te [woonplaats 1],

thans preventief gedetineerd in de P.I. HvB Ter Apel, Ter Apelervenen 10 te Ter Apel.

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van 25 april 2013, 18 juli 2013 en 14 oktober 2013.

Tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij

in of omstreeks de periode van 7 januari 2000 tot 7 januari 2003

te Groningen en/of Assen, althans in Nederland en/of Frankrijk en/of Spanje

en/of Turkije,

meermalen, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]), die toen de

leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en)

heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte

- haar borsten betast/bevoeld en/of

- haar borsten gelikt en/of

- haar vagina betast/bevoeld en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar mond geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en/of

- seksspeeltjes in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn teen/tenen in haar vagina geduwd/gebracht;

2.

hij

in of omstreeks de periode van 7 januari 2003 tot 7 januari 2007

te Groningen en/of Assen, althans in Nederland en/of Frankrijk en/of Spanje

en/of Turkije,

meermalen, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]), die de leeftijd

van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt,

een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of

mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1]

, hebbende verdachte

- haar borsten betast/bevoeld en/of

- haar borsten gelikt en/of

- haar vagina betast/bevoeld en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar mond geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en/of

- seksspeeltjes in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn teen/tenen in haar vagina geduwd/gebracht;

3.

hij

in of omstreeks de periode van 7 januari 2000 tot en met 7 januari 2009

te Groningen en/of Assen, althans in Nederland en/of Frankrijk en/of Spanje

en/of Turkije,

meermalen, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind en/of de aan

zijn zorg en/of waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer 1]

(geboren op [geboortedatum 2]), hebbende verdachte

- haar borsten betast/bevoeld en/of

- haar borsten gelikt en/of

- haar vagina betast/bevoeld en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar mond geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en/of

- seksspeeltjes in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn teen/tenen in haar vagina geduwd/gebracht;

4.

hij

in of omstreeks de periode van 1 juni 2001 tot en met 31 maart 2012

te Groningen en/of Assen, althans in Nederland,

meermalen, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2]

en/of [slachtoffer 3] heeft

- geslagen en/of

- gestompt en/of

- getrapt/geschopt en/of

- geduwd en/of

- geknepen en/of

- aan de haren getrokken en/of

- aan de oren getrokken,

waardoor deze letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden;

5.

Parketnummer: 650329-12

hij,

op of omstreeks 23 maart 2012,

te Groningen,

opzettelijk mishandelend zijn echtgenoot, althans een persoon, te weten [slachtoffer 4]

, heeft gestompt en/of geslagen en/of heeft vastgegrepen, waardoor

deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.

Bewijsvraag

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft aangevoerd dat het onder 1 t/m 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend kan worden bewezen. Zij heeft bij het onder 1 t/m 3 ten laste gelegde aangevoerd dat de aangifte gedetailleerd en uitgebreid is en dat deze op punten wordt ondersteund door andere bewijsmiddelen. Zo bevatten de verklaringen van de moeder, broer en zus van aangeefster elementen die de aangifte ondersteunen. De reden die verdachte heeft gegeven voor de beschuldiging van zijn stiefdochter is niet logisch omdat aangeefster ook al in 2009 haar verhaal in grotendeels gelijkluidende bewoordingen bij de politie heeft gedaan en de scheiding pas speelt sinds maart 2012. Opvallend is ten slotte dat verdachte het onder 5 ten laste gelegde in eerste instantie ook heeft ontkend, maar na het zien van de beelden heeft hij het erkend. Ook bij het onder 4 ten laste gelegde geldt dat er drie aangevers zijn die grotendeels gelijk verklaren over de mishandelingen die tegen hen zijn gepleegd door verdachte. Deze aangiften worden bovendien ondersteund door de verklaring van hun moeder. Het onder 5 ten laste gelegde heeft verdachte bekend en kan ook worden bewezen.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft voor vrijspraak van het onder 1 t/m 4 ten laste gelegde gepleit. Hij heeft daarbij aangevoerd dat het vereiste steunbewijs voor de aangifte ontbreekt. Al het bewijs is uiteindelijk afkomstig uit één en dezelfde bron, aangeefster. Opvallend is met name dat, nadat aangeefster het misbruik in 2000 al aan de orde zou hebben gesteld, zij daarna al die tijd, in ieder geval tot 2009, haar mond houdt. Er gebeurt blijkbaar niets naar aanleiding van het gesprek in 2000. Ook is er in al die tijd niemand buiten het gezin die signalen heeft opgevangen over misstanden binnen het gezin van verdachte. Er is weliswaar een AMK-melding gedaan, maar daar is verder niets uitgekomen. Ook in het dagboek van aangeefster is niets te vinden over het misbruik. Er kunnen voorts allerlei motieven zijn voor het doen van aangifte van seksueel misbruik terwijl dat niet heeft plaatsgevonden, zoals de scheiding van moeder met de biologische vader of de strenge manier van opvoeden door verdachte. Ten slotte is er sprake van een lang tijdsverloop voordat aangifte is gedaan, zodat er allerlei contaminerende invloeden kunnen zijn opgetreden.

Voor het onder 4 ten laste gelegde geldt dat de aangiftes opvallend veel dezelfde specifieke incidenten in detail beschrijven. Door het lange tijdsverloop kunnen deze verklaringen in overleg tot stand zijn gekomen. Ten slotte geldt ook hier dat er in de buitenwereld niemand iets van heeft gemerkt en dat er andere motieven kunnen zijn voor het afleggen van zulke verklaringen.

Het onder 5 ten laste gelegde kan worden bewezen in die zin dat verdachte zijn ex-echtgenote een klap heeft gegeven.

Beoordeling

De rechtbank heeft bij de beoordeling acht geslagen op de volgende bewijsmiddelen.

M.b.t. het onder 1 t/m 3 ten laste gelegde

Een proces-verbaal d.d. 21 mei 2012, opgenomen vanaf pagina 102 van dossier nummer 2012030040 d.d. 25 februari 2013, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]), zakelijk weergegeven:

Ik wil aangifte doen tegen [verdachte] van seksueel misbruik, mishandeling en alles daaromheen. Het seksueel misbruik vond plaats van mijn 10e tot mijn 17e. Ik ben op mijn 9e verhuisd naar Groningen. Toen het de eerste keer gebeurde, woonden wij ongeveer een half jaar bij [verdachte] in. Toen het de eerste keer gebeurde, heb ik het aan mijn moeder verteld. Ik ging toen weleens in bed liggen bij mijn moeder en [verdachte]. Ik lag toen lepeltje-lepeltje met [verdachte]. Hij zat toen aan mijn vagina en mijn borsten die ik toen nog niet had. De volgende dag heb ik het tegen mijn moeder gezegd. Mijn moeder was boos. [verdachte] zei dat hij dacht dat hij aan mijn moeder zat.

Toen ik 17 was ging het misbruik van drie keer in de week naar één keer in de week. Op een gegeven moment ben ik naar de winkel gegaan en heb ik tegen [verdachte] gezegd dat het nooit had mogen gebeuren. Op dat moment was het misbruik eigenlijk al gestopt. Ik was toen 17 jaar. Wij hebben daar met zijn drieën een gesprek over gehad. [verdachte] gaf het toe en had er spijt van. Toen ik net 18 jaar was ben ik naar een eigen plek verhuisd. [verdachte] dreigde tijdens het misbruik altijd dat mijn moeder weg zou gaan als ik de waarheid zou vertellen.

Het begon dat hij mij betastte, vingeren, hij heeft zijn piemel in mijn keel gedrukt, met speelgoed naar binnen gaan, tongzoenen, mijn vagina likken, tong naar binnen. Dit gebeurde 2 à 3 keer in de week. Op een gegeven moment werd het misbruik normaal, ik kreeg er privileges door. Ik kreeg bijvoorbeeld mantelpakjes en lingeriesetjes. Mijn broer en zus kregen vaak flinke straffen. Ik kreeg ook straf, maar als het dan weer was gebeurd, verviel mijn straf.

De eerste keer lag ik bij mijn moeder en [verdachte] in bed, [verdachte] in het midden. Hij draaide dan van mijn moeder weg. Ik vond dit normaal. Ik had nooit een vader gehad die zo liefdevol deed. [verdachte] lag volgens mij naakt. We lagen te slapen. Ik denk dat mijn moeder niets gemerkt heeft. Ik werd wakker omdat hij aan mijn vagina zat te wrijven, met een halve vinger erin. Hij wreef ook over mijn borsten. Ik had een onderbroek en volgens mij ook een hemdje aan. Ik durfde er niets van te zeggen. Hij was voorzichtig aan het voelen. Hij bleef lange tijd op deze manier te werk gaan. Het werd onderdeel van het knuffelen.

In het begin gebeurde het misbruik vooral 's avonds als ik nog even bij [verdachte] in bed ging liggen en later gebeurde het vooral 's ochtends. Mijn moeder was dan weg en de anderen ook. Ik lag dan vaak bij [verdachte] in bed. Hij had geen werk. Het begon op de [adres 1], toen we daar een half jaartje woonden. Bij de [adres 1] vond het misbruik minder vaak plaats dan later. Later werd het twee à drie keer per week.

Ik weet ook nog goed dat hij mij, ongeveer een maand na het eerste incident op de [adres 1], 's nachts naar onderen drukte. Hij deed mijn mond om zijn stijve piemel. Ik stikte echt bijna. Mijn moeder lag ook in bed toen dit gebeurde, zij sliep. Het gesprek na die eerste keer had toen al plaatsgevonden.

De eerste keer dat hij zijn piemel in mij bracht was in Assen. Het begon met likken aan mijn borsten en mijn vagina. In Assen is het volgens mij zes keer gebeurd in een jaar tijd. Volgens mij lag ik dan boven met hem op bed of we lagen samen op de bank onder een deken. Hij kwam dan klaar op mijn borsten en veegde dit af met een sok. We hebben ongeveer een jaar in Assen gewoond, daarna zijn we aan de [adres 2] gaan wonen. Volgens mij heb ik van mijn 11e tot mijn 12e in Assen gewoond.

Vanaf het moment dat wij op de [adres 2] gingen wonen, gebeurde het misbruik heel vaak, dagelijks. Ik weet zeker dat het in Groningen op de [adres 2] was dat het seksspeelgoed speelde. Hij had een tasje seksspeeltjes voor mijn moeder gekocht.

Op skivakantie in Frankrijk zaten we in een hotelkamer of appartement. Ik weet nog heel goed dat we samen in de badkamer waren. Hij deed de deur op slot. [verdachte] en ik gingen samen in bad. Hij ging met zijn vingers in mijn vagina en met zijn tenen. Ik weet ook nog goed dat hij met zijn mond bij mijn vagina was terwijl hij onder water was. Ik was toen 11 of 12 jaar.

Op een vakantie aan de Costa Brava in Spanje nam hij mij mee tijdens ritjes. Op een gegeven moment stopte hij de auto langs de kant van een landweggetje. Ik moest hem toen pijpen. Als ik nu terugkijk bestond het uit een beetje happen. Ik kan mij herinneren dat tijdens diezelfde vakantie wij in zee waren. Ik lag met mijn armen op het luchtbed. [verdachte] was achter mij en toen bracht hij zijn piemel in mijn vagina. Eerst had hij mij nog gevingerd. Ik weet niet meer zeker hoe oud ik was, maar ik denk dat ik 13 of 14 geweest moet zijn.

[verdachte] bewaarde de condooms altijd op de kast in de slaapkamer. Dit was de slaapkamer van mijn moeder en [verdachte]. [verdachte] had een keer condooms met chocoladesmaak. Hij riep mij toe: "Ik heb een chocoladelolly voor je". [verdachte] lag op dat moment op de bank en had een condoom met chocoladesmaak om zijn stijve piemel. Ik ben er toen aan gaan likken.

Het is vaak gebeurd dat hij met zijn piemel in mijn vagina ging. Het was gemiddeld 2 à 3 keer per week van mijn 12e tot mijn 17e. Het stopte als hij klaar kwam. Toen hij klaar kwam op mijn borsten, veegde hij dit af met zijn sok. Als hij klaar kwam dan maakte hij handbewegingen rond zijn piemel voordat hij over mij spoot. Toen hij een condoom gebruikte, kwam hij klaar in het condoom. Die deed hij dan af en daarna legde hij er een knoop in. Hij droeg altijd van die gewone herenonderbroeken. Ze waren meestal blauw, vaak zaten er gaten in.

Nog een vakantie toen ik samen met [verdachte] naar Turkije was. Ik was toen al wat ouder, volgens mij 16 jaar. Daar gebeurde het elke dag, 's ochtends, 's avonds.

Een proces-verbaal d.d. 5 juni 2012, opgenomen vanaf pagina 116 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1], zakelijk weergegeven:

In het toilettasje met seksspeeltjes zat een vibrator met een stimulator voor de clitoris eraan, een kleine dildo, vingerhoedjes met stekels, ballen aan touwtjes. Er zat ook een netgatenpakje in. Die moest ik ook een keer aan en klaarliggen. Alle dingen heeft hij bij mij gebruikt. Het tasje lag in een kast. Het lag achter andere spulletjes. Het was van mijn moeder. De kast stond in de slaapkamer van mijn ouders. Het was dezelfde kast waar de condooms ook op lagen.

In de badkamer heeft hij een keer seks met mij gehad. Ik moest over de wastafel buigen en toen heeft hij mij van achteren genomen in de vagina. Ook onder de douche heeft hij mij gevingerd en aan mijn borsten gezeten. Hij wilde ook tongzoenen. Ik wilde dat niet. Dit is een paar keer voorgevallen. Ik ben op mijn 14e/15e aan de pil gegaan omdat ik onregelmatig ongesteld was. Die heb ik bij de huisarts gekregen.

Ik denk dat ik mijn moeder en [getuige 1] het als eerste heb verteld. Ik heb het volgens mij vier maanden voor ik 18 werd aan mijn moeder verteld. Ik heb verteld dat het lepeltje-lepeltje incident, de eerste keer, steeds is doorgegaan. Ik heb haar geen details verteld. We gingen door met leven. Nadat ik een maand of drie met [betrokkene] een relatie had, heb ik hem ook erover verteld.

De reden dat ik nu aangifte doe is dat mijn moeder nu achter mij staat en iedereen mij nu gelooft en ik sterker ben geworden na mijn therapie. Ik hoop dat [verdachte] een aantal jaren de gevangenis in gaat. Hij heeft mij zo'n pijn gedaan. Ik wil dat hij straf krijgt.

Een proces-verbaal van bevindingen d.d. 13 november 2009, opgenomen vanaf pagina 90 van voornoemd dossier, inhoudende de inhoud van een informatief gesprek tussen [slachtoffer 1] en de afdeling zeden van de Regiopolitie Groningen

Een proces-verbaal d.d. 20 november 2012, opgenomen vanaf pagina 162 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3], zakelijk weergegeven:

[slachtoffer 1] lag altijd bij [verdachte] in bed. Ik weet dat er steeds gesprekken zijn geweest tussen [verdachte], mijn moeder en [slachtoffer 1]. Ik weet dat [verdachte] tijdens die gesprekken een keer heeft toegegeven. Ik weet dit van [slachtoffer 1]. Zij vertelde dat ze hem moest pijpen en dat er penetratie heeft plaatsgevonden. Dit gebeurde wel vijf keer in de week. Zij moest hem regelmatig pijpen terwijl zij samen in de auto zaten. [slachtoffer 1] vertelde dat ze vaak speeltjes moest gebruiken. Hij had ook een keer chocoladecondooms meegenomen en hij vroeg dan aan haar 'wil je aan mijn lolly likken'. [slachtoffer 1] vertelde mij dit alles in 2009.

Ik weet nog wel dat wanneer ik eerder naar school ging dan [slachtoffer 1], dat [verdachte] en [slachtoffer 1] dan samen alleen boven waren. Mijn moeder werkte toen al in de winkel.

Ik heb alleen het kleffe gedrag van [slachtoffer 1] en [verdachte] gezien. Ze zaten altijd samen onder een dekentje op de bank en ze lagen samen in bed.

Een proces-verbaal d.d. 26 augustus 2013, los bijgevoegd bij voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3], afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris, zakelijk weergegeven:

Mijn broer en ik zeiden altijd [slachtoffer 1] is het lieverdje. Zij mocht overal mee heen als wij thuis moesten blijven. Als zij een maand straf had, was dat altijd vrij snel van de baan.

Een proces-verbaal d.d. 23 november 2012, opgenomen vanaf pagina 172 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [getuige 1], zakelijk weergegeven:

Ik heb [slachtoffer 1] leren kennen in 2008 op de academie Minerva. We hadden een introductie en ze ging weg met een jongen. Toen ze terug kwam zei ze tegen mij dat het ongeveer de eerste keer was met een jongen. Ik vond dat raar. Op een gegeven moment ging het niet goed met haar. Ze kwam toen terug op hetgeen ze mij had verteld over de eerste keer. Ze vertelde me toen over het misbruik van haar stiefvader. Ze vertelde dat hij haar meerdere keren seksueel had misbruikt, seks en penetratie. Ook dat hij haar emotioneel had mishandeld. Op een gegeven moment kreeg ik sms'jes. Ik ben er toen achter gekomen dat deze afkomstig waren van de stiefvader van [slachtoffer 1]. Ik had het gevoel dat hij dacht dat ik op de hoogte was van wat er zich tussen [slachtoffer 1] en hem afspeelde. Hij dreigde in die sms'jes dat hij mijn verleden uit zou laten lekken via de media.

Een proces-verbaal d.d. 7 januari 2013, opgenomen vanaf pagina 177 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4], zakelijk weergegeven:

In de tijd dat ik ben gescheiden van mijn ex-man ben ik in contact gekomen met [verdachte], dat was in 2000. Ik ben toen met de kinderen bij [verdachte] ingetrokken aan de [adres 1] te Groningen. De kinderen waren toen volgens mij 8, 9 en 10 jaar oud.

Het contact tussen [verdachte] en [slachtoffer 1] was goed. Hij wilde haar altijd knuffelen. [slachtoffer 1] ging ook altijd mee naar beurzen en leveranciers. [slachtoffer 1] werd ook wel gestraft als ze dingen niet goed had gedaan. Opvallend was wel dat [verdachte] een soort mildheid toonde naar [slachtoffer 1].

In 2001 kwam [slachtoffer 1] naar mij toe en ze vertelde dat papa aan haar zat. Ik heb [verdachte] daar op aangesproken. Hij vertelde dat hij [slachtoffer 1] een keer had aangeraakt in de veronderstelling dat ik naast hem in bed lag. Op de [adres 2] heb ik een keer een onderbroek van [slachtoffer 1] gevonden in ons bed. [verdachte] zei toen dat ze wel vaak in bed tv lag te kijken. Hij suggereerde dat [slachtoffer 1] vroegrijp was en dat ze misschien wel met zichzelf had gespeeld. Toen [slachtoffer 1] 14 of 15 jaar oud was mocht ze met [verdachte] mee op vakantie. Ik zag later dat hij maar één kamer had geboekt, dat vond ik wel raar.

Net voor [slachtoffer 1] 18 jaar werd vertelde ze mij dat toen ze jong was het altijd was doorgegaan. Ik heb diverse gesprekken gehad met [verdachte] en [slachtoffer 1]. [verdachte] vertelde toen dat het was gebeurd en dat hij het niet kon terugdraaien. Hij zei: ze kwam naakt uit de douche en ik ben ook maar een man. [verdachte] vertelde mij dat hij [slachtoffer 1] nooit had verkracht, omdat zij ook zelf wilde. Hij kon er ook niks aan doen als [slachtoffer 1] naakt op hem kwam zitten. Na deze gesprekken ging [verdachte] over op ontkenning.

[slachtoffer 1] vertelde mij dat ze vaak naar boven werd gestuurd en dat zij in een sekspakje op bed moest gaan liggen en dat hij daarna bij haar kwam. Tijdens het boodschappen doen moest zij hem pijpen in de auto. Het misbruik zou gemiddeld drie keer per week plaats hebben gevonden. Hij riep [slachtoffer 1] wel eens alsof hij een chocoladelolly voor haar had en dat bleek dan een chocoladecondoom te zijn. [slachtoffer 1] moest dan zijn penis likken als een lolly. Hij heeft haar bewerkt met vibrators. Hij had een tasje met kleine vibrators, rubberen dingetjes. Ik had wel eens gezien dat het ritsje niet helemaal dicht zat en ik dacht toen dat [slachtoffer 1] die spulletjes voor haar zelf gebruikte. Het was mijn tasje. Ik heb nog gezocht, maar dit tasje is weg.

Ik heb een keer condooms gevonden onder zijn bureau in de winkel. Ik schat dat [slachtoffer 1] toen 15 was. Wij gebruikten zelf geen condooms. [verdachte] vertelde dat hij ze van een klant had afgepakt en had weggestopt omdat anders de kinderen het zouden zien.

De verklaring door verdachte op de terechtzitting van 14 oktober 2013 afgelegd, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Ik en mijn ex-vrouw gebruikten geen condooms. Mijn ex-vrouw had een tasje met seksspeeltjes, met onder andere een vibrator en balletjes. In 2009 heb ik een gesprek gehad met [slachtoffer 4] en [slachtoffer 1] over de door [slachtoffer 1] in mijn richting geuite beschuldigingen.

Bewijsoverwegingen

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank stelt het volgende voorop. Volgens het tweede lid van artikel 342 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, door de rechter niet uitsluitend worden aangenomen op de verklaring van één getuige. Deze bepaling strekt ter waarborging van de deugdelijkheid van de bewijsbeslissing, in die zin dat zij de rechter verbiedt tot een bewezenverklaring te komen ingeval de verklaring van één getuige met betrekking tot de feiten en omstandigheden op zichzelf staat en onvoldoende steun vindt in ander bewijsmateriaal. De vraag of aan het bewijsminimum van artikel 342, tweede lid, Sv is voldaan, laat zich niet in algemene zin beantwoorden, maar vergt een beoordeling van het concrete geval.

Bij feiten als deze gaat het in de meeste gevallen om een aangifte, waar de verklaring van de verdachte tegenover staat. Kenmerkend voor dit soort zaken is dat er geen directe getuigen zijn en vaak ook geen ander, bijvoorbeeld forensisch, bewijs. In een geval als het onderhavige, waarin de verklaringen tegenover elkaar staan, is het van belang om vast te stellen of de aangifte niet alleen betrouwbaar is, maar ook of daarvoor voldoende steunbewijs in het dossier aanwezig is. De rechtbank dient te onderzoeken of de verklaring van aangeefster is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in andere bronnen. Alleen in het laatste geval kan het ten laste gelegde worden bewezen verklaard. De rechtbank is van oordeel dat er in dit geval voldoende steunbewijs, afkomstig uit andere bronnen, voor de aangifte bestaat om van het in die verklaring gestelde uit te gaan. De rechtbank neemt daarbij het volgende in aanmerking.

Ten eerste heeft aangeefster verklaard dat zij al in 2009 haar verhaal aan de politie heeft verteld. Uit het proces-verbaal van bevindingen dat van het toen gevoerde informatieve gesprek is opgemaakt, blijkt inderdaad dat aangeefster haar verhaal toen heeft gedaan. Daarbij valt op dat zij veel van de details die ook in haar aangifte van 2012 naar voren komen, toen ook al heeft verteld. Volgens aangeefster heeft zij destijds, in 2009, als eerste ook haar moeder en een vriendin, [getuige 1], over het misbruik verteld. De moeder van aangeefster heeft verklaard dat zij kort voor aangeefster 18 werd, in 2009 dus, door aangeefster op de hoogte werd gesteld van het feit dat het misbruik na 2000 al die jaren was doorgegaan. Ook getuige [getuige 1] verklaart dat zij in 2009 op de hoogte is geraakt van het misbruik. Zij zou vervolgens sms'jes van verdachte hebben gekregen waarin hij zou hebben gedreigd met het uitlekken van haar verleden. Ten slotte is ook de zus van aangeefster in 2009 door aangeefster op de hoogte gesteld, zo blijkt uit haar verklaring. Nu is gebleken dat aangeefster reeds in 2009 het in grote lijnen zelfde verhaal aan de politie en anderen heeft verteld, gaat de verklaring van verdachte dat de aangifte enkel en alleen is gedaan om verdachte in een slecht daglicht te stellen met het doel om zoveel mogelijk uit de scheiding te kunnen halen ten nadele van verdachte, mank. Die scheidingsprocedure is immers pas in 2012 ingezet.

Voorts heeft aangeefster niet alleen in 2009, maar ook al na de eerste keer dat het misbruik plaatsvond, in 2000, daarover met haar moeder gesproken. Aangeefster verklaart daarover dat er toen een gesprek plaatsvond met verdachte, die daarop aangaf dat hij in de veronderstelling was geweest dat het zijn vrouw was die hij in bed had aangeraakt. De moeder van aangeefster bevestigt dat het gesprek heeft plaatsgevonden en dat verdachte zo reageerde. Volgens aangeefster zou er ook in 2009 nog gesprekken met verdachte hebben plaatsgevonden waarin hij zou hebben bekend dat het misbruik zou hebben plaatsgevonden. Ook dit wordt door de moeder van aangeefster bevestigd.

Voorts is zowel door de moeder als door de zus van aangeefster de relatie tussen verdachte en aangeefster opgevallen. Deze relatie zou 'klef' zijn geweest en aangeefster zou milder zijn behandeld dan de andere kinderen. Zij zou net als de andere kinderen wel straf hebben gekregen, maar in haar geval werd die straf vaak snel opgeheven of kreeg ze minder straf. Dat past bij de verklaring van aangeefster dat zij door het seksueel misbruik bepaalde privileges verwierf. Door de zus van aangeefster is ook verklaard dat het haar opviel dat verdachte en aangeefster vaak samen in bed lagen en op de bank onder een dekentje. Aangeefster heeft zelf ook verklaard dat zij vaak bij verdachte in bed lag en samen met hem op de bank. Bevestiging daarvan wordt ook gevonden in het feit dat de moeder van aangeefster een keer een onderbroek van aangeefster in bed heeft aangetroffen.

Ten slotte is van belang dat de moeder van aangeefster condooms heeft aangetroffen. Dit terwijl verdachte en moeder samen geen condooms gebruikten. De verklaring van aangeefster, die over het gebruik van condooms heeft verklaard, wordt daarmee bevestigd. De moeder van aangeefster heeft voorts bevestigd dat zij een tasje met seksspeeltjes had. Over dit tasje en het gebruik van de speeltjes bij het seksueel misbruik heeft aangeefster ook verklaard.

De rechtbank is op grond van het voorgaande van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van zijn minderjarige stiefdochter.

M.b.t. het onder 4 ten laste gelegde

Een proces-verbaal d.d. 5 juni 2012, opgenomen vanaf pagina 116 van dossier nummer 2012030040 d.d. 25 februari 2013, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]), zakelijk weergegeven:

Als [verdachte] had gedronken, kwam hij naar boven rennen vanuit de winkel. Mijn moeder en ik en [slachtoffer 3] zaten dan angstig op de bank. Als wij voor straf naar bed moesten, werden wij naar boven geschopt. Mijn broertje werd aan de oren meegetrokken. Het slaan begon met billenkoek. Hij sloeg extreem hard met zijn handen/vuisten op de rug en billen. Ik weet nog dat [slachtoffer 2] grote blauwe plekken op zijn rug en billen had. [slachtoffer 2] werd altijd geslagen. Hij heeft ook eens een kapotte bierfles gegooid die in het gezicht van [slachtoffer 3] kwam. Mijn moeder had ook wel eens de bierfles in de rug.

Een proces-verbaal d.d. 26 augustus 2013, los bijgevoegd bij voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 1], afgelegd ten overstaan van de rechter-commissaris, zakelijk weergegeven:

Ik stond een keer met een vriendinnetje in het trappenhuis van de [adres 1]. Zij moest toen naar de wc en ik zei dat dat niet kon omdat mijn stiefvader thuis was. [verdachte] heeft dat gehoord en toen heb ik veel klappen gekregen omdat ik hem zwart had gemaakt. We werden alle drie op een andere manier mishandeld. Bij [slachtoffer 2] kwam het erop neer dat hij heel hard werd getrapt en dat hij in bed lag met veel blauwe plekken. Hij werd aan zijn oor de trap op gesleurd. Hij kreeg ook veel strafwerk. Hij moest uren strafwerk maken tot zijn vinger er van kapot was. Bij mijn zusje [slachtoffer 3] was het vooral met eten. Ze moest dingen eten die ze niet lustte. Volgens [verdachte] had ze een eetprobleem. Ze moest als straf wel een week in bed blijven. Iedereen werd geslagen, zo hard dat je helemaal blauw was. We kregen een straf uitgedrukt in weken. Je moest dan op bed liggen en mocht helemaal niks doen. Een keer was mijn oog zo blauw dat mijn moeder het heeft gecamoufleerd. Ik moest zeggen dat ik was gevallen. Bij [slachtoffer 2] waren de blauwe plekken het ergst. Mijn moeder heeft ook gezien dat wij werden geslagen. Ik heb ook letsel bij haar gezien. Ik zag een keer dat mijn moeder een afdruk van een bierfles op haar rug had staan. Ik heb zelf ook met jeugdzorg gesproken n.a.v. de meldingen bij het AMK. [verdachte] zei tegen ons dat als er mensen op school kwamen, we hem moesten bellen. Dat hebben we ook gedaan.

Een proces-verbaal d.d. 20 november 2012, opgenomen vanaf pagina 162 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 3], zakelijk weergegeven:

Mijn broertje en ik kregen altijd straf als we bijvoorbeeld ons eten niet binnen 10 minuten op hadden. Mijn zusje [slachtoffer 1] kwam er altijd mee weg en kreeg geen straf. Ik kan me herinneren dat ik constant straf kreeg. Straf was bijvoorbeeld 7 dagen op bed liggen, strafregels schrijven. Ik moest binnen bepaalde tijd mijn eten op hebben. Wanneer dit niet lukte kreeg ik straf, moest ik op bed liggen of ik werd naar boven geschopt en geslagen. We werden soms wel dagelijks gestraft. Ik en mijn broertje kregen meestal straf. [slachtoffer 1] kreeg ook wel straf, maar die werd om onduidelijke redenen weer teruggedraaid. Het was vaak onduidelijk waarom we straf kregen. Ik heb meerdere keren gezien dat [slachtoffer 2] in elkaar werd geslagen door [verdachte] en hij werd aan zijn haren en oren getrokken. [slachtoffer 1] werd minder geslagen dan [slachtoffer 2]. Ik weet nog wel dat zij een keer was geslagen en dat dit zichtbaar was. Hij heeft aan haar verteld dat zij op school moest vertellen dat ze was aangereden door een scooter. [verdachte] had uitbarstingen. Ik heb de afdrukken van bierflesjes op de rug van mijn moeder zien staan. Mijn moeder stond zelf ook onder druk. Als zij er tegen in ging, werden onze straffen verzwaard. [verdachte] had mij gewaarschuwd dat wanneer het AMK ons op school bezocht, ik hem moest bellen want hij vertelde dat die mensen niet deugden. Dat is ook inderdaad een keer gebeurd op de middelbare school in Groningen. Ik heb toen gebeld en binnen tien minuten waren [verdachte] en mijn moeder ook op school. Ik ben niet in de gelegenheid geweest om zelf met iemand van het AMK te praten. Ik wil u zeggen dat ik wil dat [verdachte] wordt gestraft voor het feit dat hij mij heeft mishandeld. Hierbij wil ik aangifte tegen hem doen.

Een proces-verbaal d.d. 20 november 2012, opgenomen vanaf pagina 148 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 2], zakelijk weergegeven:

De eerste keer dat ik [verdachte] zag zette hij mij op een kamertje en haalde hij de deurklink eruit. Dat was regelmatig zijn manier van straffen. De straf bestond ook uit slaan of een dag op je kamer. Het slaan ging soms tot aan bloedens toe. Hij sloeg met zijn hand. Ik kan me nog herinneren dat toen we nog in het appartement woonden, hij mij omhoog heeft geschopt de trap op. Hij trok me ook vaak mee aan mijn oor tot scheuren aan toe. Het straffen is nooit gestopt. Hij heeft ook wel eens tegen mijn moeder gezegd dat zij mij moest slaan. Dat deed ze dan ook. [verdachte] bleef er bij staan. Ik werd elke dag gestraft. Als ik het verder zou vertellen, zou hij onze familie kapot maken, ik bedoel daarmee ons. Ik heb van [slachtoffer 3] en [slachtoffer 1] gezien dat ze tegen de grond werden geslagen of op hun kamer werden gezet. Ook dat ze aan hun oor werden getrokken. Ik heb ook gezien dat mijn moeder door [verdachte] werd geslagen. Hierbij doe ik aangifte van mishandeling tegen mijn stiefvader [verdachte] en ik wil dat hij daar straf voor krijgt.

Een proces-verbaal d.d. 7 januari 2013, opgenomen vanaf pagina 177 van voornoemd dossier, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4], zakelijk weergegeven:

Ik herinner me nog dat [slachtoffer 3] een keer een zoute haring moest opeten, wat ze niet lustte. Het bord eten werd voor haar neergezet met een klok erbij en dan moest ze het binnen een paar minuten op hebben. Wanneer dit niet lukte volgde er straf en werd ze geschopt. Ze werd geduwd en getrapt dat ze van de trap viel. Wanneer ik er iets van zei, wist ik dat [slachtoffer 3] juist meer slaag kreeg.

[slachtoffer 1] werd ook wel gestraft als ze dingen niet goed had gedaan. Hij sleurde haar ook wel aan de arm mee door de kamer en de trap op. Hij sloeg haar op de kont.

[verdachte] legde de kinderen op zijn schoot en sloeg ze op de billen over de kleding. Hij sloeg dan wel tien tot vijftien keer. Ik weet dat de billen wel rood waren. Hij trok alle kinderen ook wel bij het oor en trok dan zo hard dat ze wel met hem mee moesten lopen. Op een gegeven moment kwam er een brief binnen van het AMK dat er een melding was gedaan. [verdachte] had 1 gesprek gehad met jeugdzorg en dat vond hij niks. Verder is er briefcontact geweest met een stichting minderjarigen en jeugdzorg. [verdachte] heeft ook die mensen met zijn overredingskracht ingepakt. De kinderen en ik hebben in die gesprekken niets gezegd over de gang van zaken. Ik was te bang.

De verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd, inhoudende, zakelijk weergegeven:

Alle drie de kinderen heb ik wel eens een tik op hun kont gegeven en een draai om de oren. Ook heb ik ze wel eens bij hun oren vast gehad.

Met betrekking tot de hiervoor weergegeven standpunten overweegt de rechtbank het volgende.

De rechtbank is van oordeel dat op grond van bovenstaande bewijsmiddelen wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zijn stiefkinderen heeft mishandeld. De aangiftes van alle drie de stiefkinderen van verdachte ondersteunen elkaar over en weer. Daarbij heeft ook de moeder van aangevers zelf de mishandelingen gezien. Hetgeen aan mishandelingen wordt beschreven, zoals het meesleuren aan de oren en het op de billen slaan, past bovendien bij hetgeen verdachte daarover zelf heeft verklaard, inhoudende dat hij de kinderen allen wel eens een tik op de kont en een draai om de oren heeft gegeven en wel eens bij hun oren heeft vastgepakt.

M.b.t. het onder 5 ten laste gelegde

De bekennende verklaring door verdachte op de terechtzitting afgelegd;

Een proces-verbaal d.d. 24 maart 2012, opgenomen vanaf pagina 6 van dossier nummer 2012029481 d.d. 4 april 2012, inhoudende de verklaring van [slachtoffer 4].

Bewezenverklaring

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 t/m 5 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat

1.

hij in de periode van 7 januari 2000 tot 7 januari 2003 te Groningen en/of Assen en/of Frankrijk, meermalen, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]), die toen de

leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte

- haar borsten betast/bevoeld en/of

- haar borsten gelikt en/of

- haar vagina betast/bevoeld en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en/of

- zijn teen/tenen in haar vagina geduwd/gebracht;

2.

hij in de periode van 7 januari 2003 tot 7 januari 2007 te Groningen en/of Spanje, meermalen, met [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1], hebbende verdachte

- haar borsten betast/bevoeld en/of

- haar borsten gelikt en/of

- haar vagina betast/bevoeld en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en/of

- seksspeeltjes in haar vagina geduwd/gebracht;

3.

hij in de periode van 7 januari 2000 tot en met 7 januari 2009 te Groningen en/of Assen en/of Frankrijk en/of Spanje en/of Turkije, meermalen, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig stiefkind en de aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, [slachtoffer 1] (geboren op [geboortedatum 2]), hebbende verdachte

- haar borsten betast/bevoeld en/of

- haar borsten gelikt en/of

- haar vagina betast/bevoeld en/of

- zijn vinger(s) in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn tong in haar vagina en/of tussen de schaamlippen geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn penis in haar mond geduwd/gebracht en/of

- seksspeeltjes in haar vagina geduwd/gebracht en/of

- zijn teen/tenen in haar vagina geduwd/gebracht;

4.

hij in de periode van 1 juni 2001 tot en met 31 maart 2012, te Groningen en/of Assen, meermalen, opzettelijk mishandelend [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] heeft

- geslagen en

- gestompt en

- getrapt/geschopt en

- geduwd en

- geknepen en

- aan de haren getrokken en

- aan de oren getrokken,

waardoor deze letsel hebben bekomen en pijn hebben ondervonden;

5.

hij op 23 maart 2012 te Groningen, opzettelijk mishandelend zijn echtgenote, te weten [slachtoffer 4]

, heeft geslagen, waardoor deze pijn heeft ondervonden.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen onder 1 t/m 5 meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De rechtbank heeft de in de tenlastelegging voorkomende schrijffouten hersteld. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.

Strafbaarheid van de feiten

Hetgeen de rechtbank bewezen heeft verklaard, levert de volgende strafbare feiten op:

1.

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

2.

met iemand die de leeftijd van twaalf jaren, maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

3.

ontucht plegen met zijn minderjarig stiefkind en een aan zijn zorg en waakzaamheid toevertrouwde minderjarige, meermalen gepleegd;

4.

mishandeling, meermalen gepleegd;

5.

mishandeling, begaan tegen zijn echtgenote.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van verdachte

De rechtbank acht verdachte strafbaar nu ten aanzien van verdachte geen strafuitsluitings-gronden aanwezig worden geacht.

Strafoplegging

Vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het onder 1 t/m 5 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes jaren met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Het zijn zeer ernstige, maarschappelijk zeer onaanvaardbare, feiten.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft, nu hij slechts tot bewezenverklaring van het onder 5 ten laste gelegde heeft geconcludeerd en vrijspraak van het overige, gepleit voor een werkstraf.

Oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan, de persoon van verdachte zoals deze naar voren is gekomen uit het onderzoek op de terechtzitting, de aangaande zijn persoon opgemaakte reclasseringsrapporten d.d. 27 augustus 2012 en 17 januari 2013 en het Pro Justitia rapport d.d. 29 juli 2013, opgemaakt door drs. U.E. Saathof, gezondheidspsycholoog, alsmede de vordering van de officier van justitie, het uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte en artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich ten eerste schuldig gemaakt aan seksueel misbruik van zijn minderjarige stiefdochter. Hij heeft daarmee misbruik gemaakt van zijn positie als stiefvader ten gerieve van zijn eigen seksuele behoeften en hij heeft het in hem als stiefvader gestelde vertrouwen geschaad. Het misbruik begon al op jonge leeftijd en heeft voortgeduurd tot het slachtoffer bijna meerderjarig was. Het vond bovendien veelvuldig plaats en bestond al van begin af aan uit seksueel binnendringen. Verdachte heeft daarbij gedreigd dat wanneer het slachtoffer de waarheid zou vertellen, haar moeder weg zou gaan. Hoewel het slachtoffer na de eerste keer dat het was gebeurd haar moeder hierover vertelde, kwam daarop niet de gewenste reactie, zodat verdachte ook na die eerste keer zijn gang kon blijven gaan. Verdachte heeft de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn stiefdochter op grove wijze geschonden en zij heeft zich haar hele jeugd onveilig moeten voelen in haar eigen woonomgeving. De ervaring leert dat de gevolgen van seksuele contacten bij kinderen ernstig en langdurig kunnen zijn. Deze gevolgen hebben zich, blijkens het spreekrecht ter terechtzitting en de schriftelijke slachtofferverklaring, ook werkelijk voorgedaan.

Voorts heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling van al zijn inwonende stiefkinderen. Ook deze mishandelingen hebben langdurig en vaak plaatsgevonden. Verdachte zelf bestempelt zijn stijl van opvoeden enkel als streng, maar de verklaringen die zich in het dossier bevinden ademen een opvoedingssfeer waarin verdachte zich gedroeg als tiran en dictator in plaats van als een liefhebbende en pedagogisch verantwoorde strenge opvoeder. Dit opvoedingsklimaat heeft voor de kinderen grote gevolgen, voornamelijk op psychisch gebied. Ten slotte heeft verdachte ook zijn ex-vrouw mishandeld. Verdachte heeft derhalve ook de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn andere stiefkinderen en eigen ex-vrouw geschonden.

De rechtbank rekent dit alles verdachte zwaar aan en is van oordeel dat voor dergelijke ernstige feiten enkel een gevangenisstraf van aanzienlijke duur een passende sanctie vormt.

Vordering van de benadeelde partij (m.b.t. het onder 1 t/m 4 ten laste gelegde)

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats 2].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering zal worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de vordering, nu hij tot vrijspraak heeft geconcludeerd. Voor het geval wel bewezen verklaard zou worden wat is ten laste gelegd, dan is duidelijk dat er schade is geleden. De raadsman heeft in dat geval de vordering niet gemotiveerd bestreden.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag dat tot op heden is begroot op € 15.000,--, bestaande uit immateriële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Vordering van de benadeelde partij (m.b.t. het onder 4 ten laste gelegde)

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer 3], wonende te [woonplaats 3].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering zal worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de vordering, nu hij tot vrijspraak heeft geconcludeerd. Voor het geval wel bewezen verklaard zou worden wat is ten laste gelegd, dan is duidelijk dat er schade is geleden. De raadsman heeft in dat geval de vordering niet gemotiveerd bestreden.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 5.420,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2012, bestaande uit € 5.000,--aan immateriële schade en

€ 420,-- aan materiële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Vordering van de benadeelde partij (m.b.t. het onder 5 ten laste gelegde)

Als benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd [slachtoffer 4], wonende te [woonplaats 4].

De benadeelde partij heeft schriftelijk opgave gedaan van de inhoud van de vordering en van de gronden waarop deze berust.

Standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de vordering zal worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

Standpunt van de verdediging

De raadsman heeft de vordering niet gemotiveerd bestreden.

Beoordeling

Naar het oordeel van de rechtbank is uit het onderzoek ter terechtzitting komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot een bedrag van € 749,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2012, bestaande uit € 300,-- aan immateriële schade en € 449,-- aan materiële schade. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering zal worden toegewezen.

Schadevergoedingsmaatregel (t.a.v. alle voornoemde vorderingen van benadeelde partijen)

De rechtbank zal aan verdachte de verplichting opleggen voornoemde geldbedragen, voor zover van toepassing vermeerderd met de wettelijke rente, ten behoeve van de benadeelde partijen aan de Staat te betalen. De rechtbank heeft daartoe besloten omdat verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht en het belang van de benadeelde partijen ermee is gediend niet zelf te worden belast met het innen van de toegewezen schadevergoeding.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De rechtbank heeft gelet op de artikelen 24c, 36f, 57, 63, 244, 245, 249, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

De rechtbank:

Verklaart het onder 1 t/m 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen zoals hiervoor is aangegeven, te kwalificeren als voormeld en verklaart het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart verdachte voor het bewezen verklaarde strafbaar.

Verklaart het onder 1 t/m 5 meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.

Veroordeelt verdachte voor het bewezen- en strafbaar verklaarde tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar.

Beveelt dat bij de tenuitvoerlegging van deze straf de tijd die veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, in mindering zal worden gebracht tenzij die tijd op een andere straf in mindering is gebracht.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij (m.b.t. het onder 1 t/m 4 ten laste gelegde)

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats 2], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag dat tot op heden is begroot op € 15.000,-- (zegge vijftienduizend euro).

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag dat tot op heden is begroot op € 15.000,-- (zegge vijftienduizend euro) ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1], wonende te [woonplaats 2], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 110 dagen hechtenis.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag dat tot op heden is begroot op € 15.000,-- ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij (m.b.t. het onder 4 ten laste gelegde)

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende te [woonplaats 3], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 5.420,-- (zegge vijfduizendvierhonderdtwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2012.

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 5.420,-- (zegge vijfduizendvierhonderdtwintig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2012, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 3], wonende te [woonplaats 3], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 62 dagen hechtenis.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 5.420,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 31 maart 2012, ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij (m.b.t. het onder 5 ten laste gelegde)

Wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende te [woonplaats 4], toe en veroordeelt de veroordeelde tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 749,-- (zegge zevenhonderdnegenenveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2012.

Veroordeelt de veroordeelde tevens in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil.

Verplicht de veroordeelde aan de Staat te betalen een geldbedrag van € 749,-- (zegge zevenhonderdnegenenveertig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2012, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 4], wonende te [woonplaats 4], bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 14 dagen hechtenis.

Toepassing van de vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde verplichting niet op.

Heeft de veroordeelde voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 749,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 maart 2012, ten behoeve van de benadeelde partij, dan vervalt de verplichting om dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen. Dit geldt ook omgekeerd: heeft de veroordeelde de vordering van de benadeelde partij betaald, dan vervalt de verplichting tot betaling van dit bedrag aan de Staat.

Dit vonnis is aldus gewezen door mrs. F. de Jong, voorzitter, R.B.M. Keurentjes en F.J. Agema, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. van Baren als griffier en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 oktober 2013.