Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:6423

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
23-10-2013
Datum publicatie
30-10-2013
Zaaknummer
C/18/138460 / HA ZA 13-2
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

Uitleg boetebeding, artikel 6:92 BW.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6 92
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Zittingsplaats Groningen

zaaknummer / rolnummer: C/18/138460 / HA ZA 13-2

Vonnis van 23 oktober 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ADELAARSVELD B.V.,

gevestigd te Hoogeveen,

eiseres,

advocaat mr. E.T. van Dalen te Groningen,

tegen

[naam],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. H.G.B. van der Wal te Winschoten.

Partijen zullen hierna Adelaarsveld en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 6 maart 2013

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 3 juli 2013.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Adelaarsveld heeft in 2011 een perceel grond verkocht aan [gedaagde], kadastraal bekend gemeente [gemeente], sectie [letter], nummer [nummer], groot 15 are en 5 centiare, gelegen te [plaatsnaam], [straatnaam]. Partijen zijn een koopprijs van € 176.250,00 overeengekomen.

2.2.

In de koopovereenkomst die door Adelaarsveld is opgesteld en door partijen is ondertekend op 22 augustus 2011 ([naam], namens Adelaarsveld) respectievelijk op 11 augustus 2011 ([gedaagde]), staat voor zover hier van belang het volgende vermeld:

notariële akte van levering

artikel 1

De voor de overdracht vereiste akte van levering zal worden verleden ten overstaan van een nader door koper te bepalen notaris binnen 2 weken nadat het op het verkochte betrekking hebbende bestemmingsplan, welke momenteel nog als “groen” is aangeduid, gewijzigd is in “wonen”.

(..)

ingebrekestelling, verzuim, ontbinding en boete

artikel 13

1. Een partij is in verzuim jegens de wederpartij als hij, na in gebreke te zijn gesteld, nalatig is of blijft aan zijn verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst te voldoen. Ingebrekestelling moet schriftelijk geschieden met inachtneming van een termijn van acht dagen. (…)

2. Wanneer een partij in verzuim is, is deze verplicht de schade die de wederpartij dientengevolge lijdt te vergoeden en kan deze de overeenkomst zonder rechterlijke tussenkomst ontbinden.

3. Wanneer het verzuim betrekking heeft op het meewerken aan de feitelijke en/of juridische levering dan wel op de voldoening van de koopprijs, zal de nalatige partij daarnaast ten behoeve van de wederpartij een zonder rechterlijke tussenkomst opeisbare boete verbeuren. De hoogte van deze boete is gelijk aan tien procent van de totale koopprijs. Voor zover de wederpartij meer schade lijdt, heeft hij, naast de boete, recht op aanvullende schadevergoeding.

(..)

boetebepaling

artikel 20

Indien een partij zich niet houdt aan enig in deze koopovereenkomst opgenomen bepaling, is zij aan de andere partij een boete verschuldigd ter grootte van tien procent van de koopsom.

2.3.

Op 18 april 2012 heeft de gemeenteraad van de gemeente [gemeente] het bestemmingsplan dat betrekking heeft op het perceel grond aan de [straatnaam] te [plaatsnaam], vastgesteld. Het perceel grond heeft daarbij de bestemming ‘wonen’ gekregen. Tegen het bestemmingsplan is geen beroep ingesteld.

2.4.

Op 7 juni 2012 is het bestemmingsplan in werking getreden. Adelaarsveld heeft [gedaagde] hiervan in kennis gesteld en gevraagd om mee te werken aan levering op uiterlijk 21 juni 2012.

2.5.

Op 21 juni 2012 heeft [gedaagde] per mail aan Adelaarsveld kenbaar gemaakt dat hij problemen heeft met de financiering en dat hij niet in staat is om het perceel grond af te nemen.

2.6.

Bij brief van 25 juni 2012 heeft Adelaarsveld [gedaagde] in gebreke gesteld.

2.7.

Adelaarsveld heeft [gedaagde] in 2012 betrokken in een gerechtelijke procedure bij deze rechtbank, bekend onder zaaknummer 135737. In het aanhangig gemaakte geding heeft Adelaarsveld onder meer de in artikel 13 lid 3 van de koopovereenkomst overeengekomen boete ter hoogte van tien procent van de koopprijs opgeëist.

2.8.

Levering van het perceel grond heeft (nog) niet plaatsgevonden.

3 De vordering en het verweer

3.1.

Adelaarsveld heeft gevorderd om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om binnen één maand na betekening van het te wijzen vonnis mee te werken aan het verlijden van de notariële transportakte aangaande de verkoop door Adelaarsveld aan [gedaagde] van het perceel grond, kadastraal bekend gemeente [gemeente], sectie [letter], nummer [nummer], groot 15 are en 5 centiare, gelegen te [plaatsnaam], aan Dillenburglaan 4 onder betaling van de overeengekomen koopsom van € 176.250,00 op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 voor iedere dag dat gedaagde nalatig zal zijn aan de inhoud van dit gebod te voldoen en met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van het geding.

3.2.

[gedaagde] heeft geconcludeerd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Adelaarsveld niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen, althans haar deze te ontzeggen met veroordeling van Adelaarsveld in de kosten van het geding.

4 Het geschil en de beoordeling

Het standpunt van Adelaarsveld

4.1.

Adelaarsveld heeft nakoming gevorderd van de tussen partijen gesloten koopovereenkomst. Zij heeft daarbij gesteld dat nu het bestemmingsplan op 7 juni 2012 in werking is getreden, het verkochte perceel de bestemming ‘wonen’ heeft gekregen in de zin van artikel 1 van de koopovereenkomst. Adelaarsveld heeft [gedaagde] bij brief van 25 juni 2012 gesommeerd om conform voornoemd artikel uit de koopovereenkomst mee te werken aan de notariële leveringsakte. [gedaagde] heeft evenwel nagelaten binnen de gestelde termijn na te komen, zodat hij in verzuim is geraakt. Adelaarsveld heeft in een afzonderlijke procedure ook nakoming van het boetebeding van artikel 13 lid 3 van de koopovereenkomst gevorderd. Partijen zijn niet expliciet overeengekomen dat naast nakoming van het boetebeding nakoming van de levering- en betalingsverplichting kan worden gevorderd. In voornoemde bepaling is een zuiver boetebeding geformuleerd die in de plaats treedt van een aanvullende schadevergoeding. Dat hier sprake is van een dergelijk zuiver boetebeding valt af te leiden uit de bedoeling van partijen.

Het standpunt van [gedaagde]

4.2.

[gedaagde] heeft als verweer aangevoerd dat Adelaarsveld krachtens artikel 6:92 lid 1 BW in beginsel niet nakoming van zowel het boetebeding alsook van de hoofdverbintenis kan vorderen, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Dat laatste is evenwel niet het geval. Van belang hierbij is dat partijen geen boete zijn overeengekomen die puur gericht is op de vertraagde nakoming. De hoogte van de overeengekomen boete is een aanwijzing dat de boete niet fungeert als aansporing tot nakoming van de hoofdverplichting, maar als vervangende schadevergoeding. In modelovereenkomsten is een boete die is gesteld op vertraging in de nakoming veelal de 3-promilleboete, waarbij per dag dat niet wordt nagekomen een boete van 3 promille van de koopsom in rekening wordt gebracht teneinde de koper tot afname te bewegen. In dit geval is de verschuldigdheid van tien procent van de koopprijs ineens overeengekomen. Adelaarsveld heeft expliciet gekozen voor het vorderen van nakoming van het boetebeding door een gerechtelijke procedure jegens [gedaagde] ter zake aanhangig te maken. Haar vordering in deze procedure dient derhalve te worden afgewezen.

4.3.

Voorts is het voor [gedaagde] blijvend onmogelijk om alsnog na te komen. Onder verwijzing naar het schrijven van de financieel adviseur van [gedaagde] van 7 januari 2013, heeft [gedaagde] aangevoerd dat hij financieel niet in staat is af te nemen. Krachtens artikel 6:74 BW wordt van rechtswege de verbintenis omgezet in een verbintenis tot vervangende schadevergoeding. Krachtens artikel 6:92 lid 2 BW komt vervolgens de boete in plaats van de wettelijke schadevergoeding.

De rechtbank

4.4.

De vraag die in het onderhavige geschil voorligt, is of Adelaarsveld uit hoofde van de koopovereenkomst recht heeft nakoming te vorderen van de op [gedaagde] rustende verplichting mee te werken aan de levering van het perceel grond en betaling van de koopprijs terwijl Adelaarsveld tevens, zij het in een andere procedure, aanspraak heeft gemaakt op nakoming van het boetebeding van artikel 13 lid 3 van de koopovereenkomst omdat [gedaagde] in gebreke is gebleven zijn medewerking te verlenen aan voornoemde verplichtingen.

4.5.

De rechtbank is - ambtshalve - bekend dat in de zaak met nummer 135737 op

4 september 2013 vonnis is gewezen en onder meer is geoordeeld dat [gedaagde] krachtens artikel 13 lid 3 van de koopovereenkomst aan Adelaarsveld een boete van tien procent van de koopprijs is verschuldigd vanwege zijn tekortschieten in de nakoming van de op hem rustende verplichting mee te werken aan de levering van het perceel grond en betaling van de overeengekomen koopprijs.

4.6.

De rechtbank stelt bij haar beoordeling van de in dit geding voorliggende vraag voorop dat krachtens artikel 6:92 BW de schuldeiser niet zowel nakoming van het boetebeding kan vorderen èn nakoming van de verbintenis waaraan het boetebeding is gekoppeld. Partijen kunnen evenwel anders zijn overeengekomen. Zo kunnen partijen bijvoorbeeld een zuiver boetebeding zijn overeengekomen waarvan nakoming expliciet naast de wettelijke vervangende schadevergoeding kan worden gevorderd. Zo kunnen partijen bijvoorbeeld ook een boete zijn overeengekomen die slechts een vertraagde nakoming sanctioneert. Of partijen in dit geval contractueel zijn afgeweken van het bepaalde in artikel 6:92 BW is een kwestie van uitleg, waarbij het aankomt op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen van het contract mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, waarbij van belang kan zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van zodanige partijen kan worden verwacht. Daarbij zijn telkens van beslissende betekenis alle concrete omstandigheden van het geval, gewaardeerd naar hetgeen de maatstaven van redelijkheid en billijkheid meebrengen.

4.7. (

De raadsman van) Adelaarsveld heeft ter comparitie met zoveel woorden gesteld dat partijen niet expliciet in (artikel 13 van) de koopovereenkomst overeen zijn gekomen dat Adelaarsveld zowel nakoming van het voornoemde boetebeding kan vorderen als nakoming van de verbintenis waaraan dit boetebeding is verbonden, maar dat wel sprake is van een ‘zuiver boetebeding’ nu de boete in de plaats komt van een aanvullende schadevergoeding. Dat hiervan sprake is, leidt Adelaarsveld af uit de bedoeling van partijen.

4.8.

De rechtbank overweegt dat partijen in artikel 13 lid 3 van de koopovereenkomst met zoveel woorden hebben bepaald dat de wederpartij voor zover deze meer schade lijdt, ‘naast de boete, recht heeft op aanvullende schadevergoeding’. De rechtbank is van oordeel dat uit de in het contract gekozen bewoordingen niet zonder meer valt af te leiden dat de boete ‘in de plaats treedt’ van een aanvullende schadevergoeding, zoals Adelaarsveld heeft gesteld. In de bepaling staat dat wanneer de schuldeiser ‘meer schade’ lijdt, zonder nader te omschrijven om welke schade het gaat, hij het recht heeft op aanvullende schadevergoeding. Dit lijkt er taalkundig op te duiden dat de boete niet ‘in de plaats treedt’ van de aanvullende schadevergoeding, maar daarnaast bestaat (voor zover de totaal geleden schade hoger is dan het bedrag van de boete). Aannemelijk is in dat geval dat de boete betrekking heeft op (een fixatie van de vergoeding voor) vervangende schade. Dat zou, nu in dit geval expliciet niet anders is overeengekomen, met zich brengen dat naast nakoming van het boetebeding niet tevens nakoming van de levering- en betalingsverplichtingen kan worden gevorderd. Dit laat onverlet dat de bewoordingen van artikel 13 lid 3 van de koopovereenkomst er ook op kunnen wijzen dat sprake is van een zuivere boetebepaling in die zin dat de schuldenaar bij niet-nakoming een zeker bedrag als boete zal betalen, onverminderd het recht van de schuldeiser om indien hij ‘meer aanvullende schade’ lijdt, naast de boete ook een vergoeding voor het meerdere te vorderen, maar duidelijk is dit gelet op de gekozen bewoordingen allerminst.

4.9.

De rechtbank is in het licht van de bovenstaande taalkundige uitleg van oordeel dat nu Adelaarsveld zelf, als professioneel handelende partij, het contract heeft opgesteld en zij dus eenvoudig een dergelijke onduidelijkheid had kunnen voorkomen, de bepaling in het voordeel van [gedaagde] dient te worden uitgelegd. De rechtbank weegt bij haar oordeel mee dat de hoogte van de overeengekomen boete, tien procent van de koopsom, eerder een aanwijzing vormt dat de boete in de plaats treedt van een vergoeding voor vervangende schade dan dat de boete fungeert als aansporing tot nakoming van de levering- en betalingsverplichtingen en daarmee in de plaats treedt van een vergoeding voor aanvullende schade. De boete wordt blijkens artikel 13 lid 3 van de koopovereenkomst bovendien ineens verbeurd en niet bijvoorbeeld per dag of andere tijdseenheid waarmee een partij in gebreke blijft zijn verplichtingen na te komen.

4.10.

Gelet op het voorgaande heeft Adelaarsveld haar stelling dat sprake is van een ‘zuiver boetebeding’ nu ‘de boete in de plaats treedt van een aanvullende schadevergoeding’ naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende met redegevende feiten en omstandigheden onderbouwd. De enkele stelling dat dit de bedoeling van partijen is geweest, is zonder nadere motivering in ieder geval ontoereikend.

4.11.

Het voorgaande betekent dat, nu [gedaagde] in de zaak met nummer 135737 onder meer is veroordeeld tot betaling van de contractueel overeengekomen boete in de zin van artikel 13 lid 3 van de koopovereenkomst, Adelaarsveld thans geen nakoming meer kan vorderen van de verbintenis waaraan dit boetebeding is verbonden. In rechte is immers niet vast komen te staan dat partijen contractueel zijn afgeweken van artikel 6:92 BW in die zin dat naast de voornoemde boete nakoming van de verbintenis kan worden gevorderd waaraan deze boete is gekoppeld c.q. dat nakoming kan worden gevorderd van de levering- en betalingsverplichting.

4.12.

De vordering van Adelaarsveld zal worden afgewezen. Adelaarsveld zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van de procedure.

De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- vast recht € 1.474,00

- salaris advocaat 904,00(2 punt × tarief II EUR 452,00)

Totaal €  2.378,00

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vordering af,

5.2.

veroordeelt Adelaarsveld in de proceskosten die aan de zijde van [gedaagde] zijn begroot op € 2.378,00,

5.3.

verklaart de veroordeling onder 5.2. uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Wichers en in het openbaar uitgesproken op 23 oktober 2013.1

1 type: coll: