Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBNNE:2013:6321

Instantie
Rechtbank Noord-Nederland
Datum uitspraak
18-10-2013
Datum publicatie
01-11-2013
Zaaknummer
C-19-101167 - KG ZA 13-196
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kort geding. Notaris weigert zijn medewerking aan de executie van een hypotheekrecht. Kan hij zijn ministerieplicht zoals neergelegd in art 21 lid 1 Wna inderdaad weigeren?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2014/10
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling privaatrecht

Locatie Assen

zaaknummer / rolnummer: C/19/101167 / KG ZA 13-196

Vonnis in kort geding van 18 oktober 2013

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[X] C.S. ADVOCATEN B.V.,

die woonplaats kiest in Roden,

eiseres,

advocaat mr. N.G. van Breukelen, die kantoor houdt in Roden,

tegen

1 de maatschap [Y] NOTARISSEN,

die gevestigd is in Roden,

2. [Z],

die woont in [woonplaats],

gedaagden,

advocaat mr. M. Sijstermans, die kantoor houdt in Amsterdam.

Partijen worden hierna [het advocatenkantoor], de maatschap en de notaris genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 7 oktober 2013;

  • -

    de zitting van 9 oktober 2013.

1.2.

Ten slotte heeft de voorzieningenrechter bepaald dat dit vonnis vandaag wordt uitgesproken.

2 De feiten

2.1.

De voorzieningenrechter kan bij de beoordeling van het geschil uitgaan van de navolgende feiten.

2.2.

[het advocatenkantoor] betreft een advocatenkantoor. De aan dit kantoor verbonden medewerkers hebben in opdracht en voor rekening van een cliënt, [cliënt], die inmiddels is overleden, werkzaamheden verricht. Tot zekerheid van betaling van die werkzaamheden is op 28 september 2009 ten behoeve van [het advocatenkantoor] een recht van hypotheek gevestigd op een perceel landbouwgrond.

2.3.

De notaris is verbonden aan de maatschap en heeft als standplaats Roden.

2.4.

Tussen partijen is in geschil of [cliënt] beschikkingsbevoegd was om het hypotheekrecht te vestigen gelet op meerdere tussen [cliënt] enerzijds en zijn latere erven anderzijds bij de toenmalige rechtbank Groningen gevoerde procedures.

2.5.

[het advocatenkantoor] wil het aan zijn hypotheekrecht verbonden recht op parate executie uitoefenen. Zij heeft de maatschap in dat verband opdracht gegeven om tot executie over te gaan.

2.6.

Op 28 juni 2013 is aan de rechtsopvolgers van[cliënt] de executie van het hypotheekrecht aangezegd met de notaris als veilende notaris.

2.7.

Op 4 juli 2013 heeft de notaris zijn ministerie geweigerd.

3 Het geschil

3.1.

[het advocatenkantoor] vordert, verkort weergegeven, een met dwangsommen versterkte veroordeling van de maatschap en de notaris tot medewerking aan de executie van het hypotheekrecht met veroordeling van hen in de kosten van deze procedure. Daartoe stelt [het advocatenkantoor], samengevat weergegeven, dat zij recht en een spoedeisend belang heeft bij de executie van het hypotheekrecht en dat de notaris die een ministerieplicht heeft, niet (meer) bereid is om daaraan mee te werken.

3.2.

De maatschap en de notaris voeren, samengevat weergegeven, het volgende verweer. Het is juist dat ten behoeve van [het advocatenkantoor] een recht van hypotheek is gevestigd en dat [het advocatenkantoor] bevoegd is het recht van parate executie uit te oefenen. Er zijn echter bijzondere omstandigheden op grond waarvan de notaris zijn ministerie moet weigeren. Volgens de maatschap en de notaris is sprake van een titelgebrek, omdat het recht van hypotheek is gevestigd in strijd met art. 3:43 BW. Hoewel niet aan de letter van die bepaling is voldaan omdat [het advocatenkantoor] in het arrondissement Assen is gevestigd, brengt de ratio ervan mee dat het hypotheekrecht nietig is. Daarnaast is de titel mogelijk aan vernietiging onderhevig omdat het gerechtshof nog geen arrest heeft gewezen. De rechtszekerheid eist volgens de maatschap en de notaris dat de uitkomst van de procedure in hoger beroep wordt afgewacht voordat het recht van hypotheek wordt geëxecuteerd.

4 De beoordeling

4.1.

Het gaat in deze zaak, met het oog op een doelmatige bespreking samengevat weergegeven, om het volgende. Op 28 september 2009 is ten behoeve van [het advocatenkantoor] een recht van hypotheek gevestigd op landbouwgrond die voor de onverdeelde helft eigendom was van een cliënt. Dat recht is gevestigd tot zekerheid voor de betaling van de kosten van door [het advocatenkantoor] aan die cliënt verleende rechtsbijstand. Over de eigendomsverhouding van de cliënt en zijn echtgenote ten opzichte van die grond zijn meerdere procedures gevoerd bij de toenmalige rechtbank Groningen. Die rechtbank heeft op een zeker moment een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis gewezen waarin de grond aan de cliënt wordt toebedeeld. De notaris heeft daarop een verdelingsakte verleden waarmee de eigendomsverhouding ten opzichte van de grond is gewijzigd. Tegen dit vonnis is hoger beroep ingesteld. [het advocatenkantoor], die stelt dat zij in verband met haar liquiditeitspositie daarbij een spoedeisend belang heeft, wil door executie van het hypotheekrecht haar vordering verhalen. [het advocatenkantoor] geeft daarom opdracht aan de maatschap om tot executie van het hypotheekrecht over te gaan. De maatschap aanvaardt die opdracht, maar de notaris weigert daaraan uitvoering te geven en stelt dat hij geen ministerieplicht heeft. Ten aanzien van de tegen deze achtergrond tussen partijen opgekomen geschilpunten overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.2.

Art. 21 van de Wet op het notarisambt (Wna) bepaalt dat een notaris is gehouden om de hem bij of krachtens de wet opgedragen of door een partij verlangde werkzaamheden te verrichten, behoudens de daarop gegeven wettelijke uitzonderingen.

4.3.

Op de maatschap rust niet de ministerieplicht ex. art. 21 Wna. Zonder nadere toelichting die [het advocatenkantoor] niet geeft, valt daarom niet in te zien wat maakt dat ook de maatschap is gehouden uitvoering te geven aan de door [het advocatenkantoor] gegeven opdracht. Dit brengt met zich dat [het advocatenkantoor] voor zover zij haar vordering tegen de maatschap instelt, in die vordering niet-ontvankelijk zal worden verklaard.

4.4.

Waar het in deze procedure op aankomt, is of de notaris mag weigeren zijn ministerie te verlenen. In dit verband is van belang dat een notaris op grond van art. 21 lid 2 Wna verplicht is zijn diensten te weigeren als naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden voor de werkzaamheden die van hem worden verlangd, een gegronde reden voor weigering bestaat. Bestaat voor de notaris een gegronde reden als hier bedoeld om medewerking aan de executie van het hypotheekrecht te weigeren?

4.5.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter levert art. 3:43 BW die gegronde reden niet op. Op grond van deze bepaling zijn rechtshandelingen nietig die strekken tot verkrijging door advocaten van goederen waarover een geding aanhangig is voor het gerecht "onder welks rechtsgebied zij hun bediening uitoefenen". Ten tijde van de vestiging van het recht van hypotheek hield [het advocatenkantoor] kantoor in het arrondissement Assen, terwijl bij de rechtbank Assen toen geen procedure aanhangig was die betrekking had op de in hypotheek gegeven landbouwgrond. Dit betekent dat niet wordt voldaan aan de voorwaarden van art. 3:43 BW. Het standpunt dat, hoewel niet aan de wettelijke vereisten is voldaan, de ratio van de bepaling toch nietigheid met zich brengt, vindt geen steun in het recht.

4.6.

De maatschap en de notaris voeren ook aan dat de cliënt de landbouwgrond heeft verkregen op grond van een titel die aan vernietiging onderhevig is. Hiermee bedoelen zij dat tegen het bij voorraad uitvoerbare vonnis van de rechtbank Groningen dat de titel geeft voor de door de notaris verleden akte van verdeling, hoger beroep is ingesteld en de rechtszekerheid eist dat de uitkomst daarvan wordt afgewacht.

4.7.

Dit verweer kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet slagen. Daarbij wordt mede in ogenschouw genomen dat [het advocatenkantoor] ter terechtzitting onweersproken heeft verklaard dat de procedure in hoger beroep waarschijnlijk niet tot een arrest zal leiden. Als daarvan wordt uitgegaan ontstaat een situatie waarin het onduidelijk is of en, zo ja, wanneer [het advocatenkantoor] zijn recht op parate executie kan uitoefenen. Tegen deze achtergrond kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter redelijkerwijs niet worden aangenomen dat het feit dat geen uitspraak in hoger beroep is gedaan, voor zover dat al een gegronde reden als bedoeld kan opleveren, met zich brengt dat de notaris zijn ministerie moet weigeren.

4.8.

Het voorgaande in onderling verband en samenhang beschouwd, leidt tot de slotsom dat het niet aannemelijk is dat de notaris [het advocatenkantoor] zijn medewerking mag weigeren aan de executie van het hypotheekrecht. De daarop gerichte vordering zal daarom worden toegewezen.

4.9.

De notaris heeft ter zitting verklaard dat hij zich refereert aan het oordeel van de voorzieningenrechter en dat hij bereid is mee te werken als hij daartoe wordt veroordeeld. [het advocatenkantoor] heeft geen zicht gegeven op feiten of omstandigheden waaruit volgt dat zij in weerwil daarvan belang heeft bij een met dwangsommen versterkte veroordeling van de notaris. In zoverre zal de vordering dan ook worden afgewezen.

4.10.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding om de kosten van de procedure te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5 De beslissing

De voorzieningenrechter

verklaart [het advocatenkantoor] niet-ontvankelijk in haar vordering voor zover deze betrekking heeft op de maatschap,

veroordeelt de notaris tot medewerking als veilende notaris in de ruimste zin van het woord bij de executie van het hypotheekrecht van [het advocatenkantoor] en al hetgeen daarbij komt kijken,

compenseert de kosten van deze procedure in die zin dat elk van de partijen de eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. S. Dijkstra en in het openbaar uitgesproken op 18 oktober 2013.1

1 type: coll: